Verslag commissie Sociaal 21.06.2023
Tekst van het document
Commissie SOCIAAL Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:
21 juni 2023 Raadzaal
J.J.M. Gersjes drs. E.A.A. Kerkhoff O. Çifçi, mw. M. Craste bc, J.J.E.L. van Creij, mw. E.C.M. van Diejen BSc, mw. mr. Y. Doǧan, S.J.A. Elders BA, F.G.F. van Genugten, A.W.J.A. van Hattem LLB, F.J. van Haren, S.C. van Hasselt, mr. F. Kabbouti, mw. R.F. van der Kallenvan der Donk, mw. W.M. van de Leemput, H.J.M. Mees, mw. drs. E.W.M. van Opdorp, A.P.R.G.M van Rosmalen, mw. E. Samshuijzen, ir. P.K. Schuurmans, A.C. van Silfhout, mw. C.K.J. Visscher, mw. mr. C.H.A. van den Wildenberg, mw. J.J.M. van den Wildenberg
Collegeleden:
U. Kâhya, P. Slikker, mw. mr. M.A.B. van der Sloot
Afwezig:
mw. A.M.W. van der Aa, mw. J.W.C.A. Bastiaans, ing. J.N. Kieft, mw. W.A.M.H. Parijs, W.J. Plasmeijer, mw. dr. Y. van Zaalen
Verslaglegging
E. Wendt, DemiSec
1.
Opening en mededelingen De voorzitter heet allen, in de zaal en thuis, van harte welkom bij de vergadering van de commissie Sociaal van 21 juni 2023. Er zijn berichten van verhindering van de heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch), mevrouw Parijs (Bosch Belang) en mevrouw Van Zaalen (CDA). De heer Van Hattem en mevrouw Samshuijzen arriveren wat later.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter meldt dat de agenda stevig is. De twee discussienota's onder 12 en 13 zijn doorgeschoven naar 29 juni. De agenda wordt zonder verdere wijzigingen vastgesteld.
3.
Vaststellen van het verslag van de commissie Sociaal van 24 mei 2023 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties De lijst van openstaande moties en de lijst van bestuurlijke toezeggingen worden vastgesteld.
5.
Werkplanning Het overzicht blijft ongewijzigd.
Raadsvoorstellen 6.
Verordening leerlingenvervoer 's-Hertogenbosch 2023 Mevrouw Visscher (SP) merkt op dat het bij voorstellen over het leerlingenvervoer meestal over bezuinigingen gaat. In dit geval is de fractie blij dat de 2km-norm wordt aangehouden en dat geen kind naar school wordt gestuurd dat daar niet zelf kan komen. De vraag is wel met welke opdracht de projectleider wordt weggestuurd. Dat kan zijn om met een open blik te bezien wat mogelijk is, maar ook indien dat niet lukt met als doel minder leerlingen in het systeem te krijgen of minder geld uit te geven.
1
Mevrouw Doǧan (GroenLinks) ondersteunt het raadsvoorstel dat wat haar betreft een hamerstuk kan zijn. De zelfredzaamheid van de leerlingen in de gemeente wordt versterkt. Aangegeven wordt dat meer maatwerk wordt geleverd, waarmee iedere leerling de kans krijgt waar mogelijk onafhankelijker te worden van georganiseerd vervoer. Uitgaan van iemands kracht betekent niet per definitie deze persoon aan zijn lot overlaten. Bij kwetsbare mensen is het belangrijk van hun kracht uit te gaan. De gemeente moet via maatwerk een vangnet bieden. De heer Schuurmans (VVD) stelt dat leerlingenvervoer van vitaal belang is voor kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen reizen. Zij dienen passend speciaal onderwijs en leerlingenvervoer te kunnen krijgen. Omdat elke leerling verschillende behoeften en mogelijkheden heeft, verheugt het de VVD dat maatwerk en zelfredzaamheid in het voorstel de nadruk krijgen. Zelfredzaamheid is volgens de VVD een belangrijke pijler onder persoonlijke groei en participatie. Daarnaast is de fractie positief over de mogelijkheid tot meerjarig beschikken. Dat vermindert de administratieve rompslomp en drukt de bureaucratie, waar de VVD regelmatig tegen pleit. Besparing is niet de hoofdreden voor dit raadsvoorstel. Sinds de voorjaarsnota van 2021 staat er een taakstelling van € 90.000 open voor leerlingenvervoer.
Deze is met een jaar uitgesteld en gehalveerd, maar de vraag is hoe financieel zuiver het is een taakstelling te hebben met voor het komend jaar een reële mogelijkheid dat die niet wordt gehaald. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) merkt op dat bij actualisatie van de begroting voor het leerlingenvervoer dit jaar € 442.000 extra is opgenomen. Voor volgend jaar bedraagt de toename € 580.000. Er wordt gesproken over een taakstelling, maar er is juist opgeplust. De heer Schuurmans (VVD) leest in het voorstel onder het bijgepluste geld nog steeds de taakstellende opdracht. Die is daarmee niet verdwenen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) stelt dat het raadsvoorstel in lijn had moeten zijn met het beslotene in de voorjaarsnota, met voor dit jaar € 442.000 bijgeplust en voor de jaren 2024, 2025 en 2026 € 579.000. Dat is heel cruciaal in dit dossier. De taakstelling van € 90.000 staat er nu wel in, dat er zoveel is opgeplust, staat er niet in. De heer Schuurmans geeft aan dat de Bossche VVD het belang van leerlingenvervoer erkent en het voorliggende plan als goede investering beschouwt. De fractie draagt graag bij aan een gedragen en realistische taakstelling. Daarom de vraag aan de rest van de raad en aan de wethouder of het raadzaam is de taakstelling aan te passen.
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) is positief dat de meerjarige beschikking veel administratieve rompslomp gaat besparen. Daarnaast is er de zekerheid voor de betreffende gezinnen dat ze niet elk jaar alles hoeven door te spitten. Het meest cruciale is dat wat 6 juni jl. is besloten hier klip-en-klaar in had moeten staan. Gesteld wordt dat het binnen de financiële kaders blijft. Dat is niet zo, in aanmerking genomen dat die kaders net zijn opgerekt. Voorgesteld wordt over twee jaar via evaluatie te bepalen of men nu werkelijk in de pas loopt. Als de nu genoemde bedragen niet in het raadsvoorstel staan en er wordt over twee jaar geëvalueerd, dan wordt er ten onrechte van uitgegaan dat men binnen de financiële kaders is gebleven. Mevrouw Visscher (SP) vraagt wat de fractie van het voorstel zou vinden als die cijfers er wel in zouden staan. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) benadrukt dat cruciale informatie in een raadsvoorstel hoort te staan. Het was financieel zuiver geweest als ervoor was gekozen voor 2024, 2025 en 2026 € 579.000 op te plussen boven het bestaande budget. De heer Elders (D66) memoreert dat het leerlingenvervoer in de afgelopen maanden bijna letterlijk 'a hell of a ride' was met bezuinigingen op elektrische busjes en chauffeurstekorten. Sinds begin deze maand heeft de wethouder het weer 'op de rit', zoals was te lezen in het Brabants Dagblad.
Ook de directeur-bestuurder van de Mytylschool is tevreden. Complimenten aan de wethouder voor hoe partijen hier toch tevreden uit lijken te zijn gekomen. D66 heeft zorgen over het tekort aan chauffeurs en de zelfredzaamheid van de leerlingen. In oktober 2022 stelde de SP al vragen over de chauffeurstekorten. In de beantwoording deelt het college de zorgen en gaat het in op de aanpassingen in roosters. In de roosters werd ernaartoe gewerkt leerlingen maximaal
2
eens per week te laat naar school te brengen. Bij een doelgroep als deze is structuur essentieel. Gevraagd wordt naar de stand van zaken en naar het verhaal dat bij de nieuwe aanbesteding mogelijk niet wordt geleverd. Bij een winnende aanbesteding moet men kunnen garanderen dat wordt geleverd wat is aangeboden. D66 juicht zelfredzaamheid toe, voor leerlingenvervoer komt er nu minder geld. De wethouder zet in op meer zelfredzaamheid van ouders en leerlingen in de vorm van zelfstandig reizen. D66 wil weten hoe het zit bij nieuwe instromers en toekomstige leerlingen. In zelfredzaamheid volgt de wethouder in dezen ook de norm: D66 wil voorkomen dat deze mensen niet het steuntje in de rug krijgen dat ze wel nodig hebben. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) is voorstander van het meerjarig beschikken voor kinderen die hun gehele schooltijd afhankelijk zullen zijn van het leerlingenvervoer. Het ontlast de ambtenaren en de ouders van de kinderen die al zoveel formulieren hebben in te vullen. Per leerling moet worden bekeken wat passend is, ook voor het latere leven, als ouders de zorgtaken niet meer kunnen opbrengen. De doelgroep moet hieraan kunnen wennen, dus is de fractie tegen het rücksichtslos stopzetten van de regeling. Samenwerking met de ouders is van belang.
Het is al spannend als een kind in normale omstandigheden voor het eerst naar school gaat, extra spannend als het een kwetsbaar kind betreft. Niet alleen is goede begeleiding nodig voor het kind dat straks zelfstandig naar school gaat, maar ook is terugkoppeling aan de ouders van belang. Als het niet goed gaat, dient meer begeleiding te worden ingezet. De kinderen tellen, niet de kosten. Ten slotte aandacht voor de kinderen aan de grens van de gemeente die buiten de gemeente op school zitten omdat ze van oudsher waren georiënteerd op de buurgemeenten. Van school wisselen is vaak niet in het belang van het kind. Als ze het al hebben moeten doen, leidde het steeds weer tot schoolachterstand. Deze kinderen komen niet voor leerlingenvervoer in aanmerking. Het moet niet nodig zijn een kind dit aan te doen om voor de bijdrage in het leerlingenvervoer in aanmerking te komen. Bekeken moet worden waarom een kind naar een bepaalde school gaat. Als dat in het belang van het kind is, zouden ook deze ouders moeten worden ondersteund. De vraag aan de wethouder is of deze mogelijkheden ziet voor deze gezinnen. Gezien het beperkte aantal zou maatwerk mogelijk zijn. De heer Çifçi (PvdA) vindt het goed dat hier maatwerk wordt geleverd, maar nog belangrijker is dit in overleg met ouders te doen. Het vervoer dient zo goed mogelijk te worden afgestemd op de behoeften.
Voor leerlingen die daartoe in staat zijn, is het een uitdaging het beste uit zichzelf te halen. Hij pleit ervoor dat het maatwerk in overleg met ouders wordt verricht en het adviseert het college hier niet al te streng in te zijn. De ouders hebben het al zwaar genoeg en het is een beperkte groep. Luister naar de ouders en overweeg dan pas wat de beste optie is voor beide partijen. De Bossche PvdA heeft zich sterk gemaakt om de bezuiniging van 2 naar 6 kilometer te voorkomen. De fractie is blij dat de kilometergrens voor het speciaal onderwijs niet wordt verhoogd naar 6 kilometer. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) geeft aan dat haar fractie blij is met de frisse blik die uit de verordening spreekt. De besparing op de meerjarige beschikking scheelt de ouders en de ambtenaren veel gedoe. Hopelijk kunnen er van de 700 leerlingen vijftig zelfstandig naar school. Dat moet worden gemonitord. De commissie en raad moeten daar bovenop zitten. Mooi als het lukt, maar knelpunten moeten snel bekend zijn om snel te kunnen ingrijpen. Als toch wordt gemonitord, zou het fijn zijn de verkeersveiligheid mee te nemen in de monitoring. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) acht het van belang dat kinderen zoveel mogelijk kunnen bewegen, mits verantwoord. Die zorg staat voorop. Het gaat hier om het verminderen van bureaucratie als relevant item. Dat spreekt aan.
Met de ouders wordt een ontwikkelplan opgesteld. Gevraagd wordt of het onderwijs wordt betrokken bij de vraag of het kind al zelfstandig naar school kan. Ook wordt de vraag gesteld of Den Bosch in dezen uniek is en hoe de evaluatie en monitoring gestalte krijgen. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) spreekt uit eigen ervaring over kinderen die na een basisschoolperiode in het busje in het middelbaar onderwijs toch met de fiets naar school konden. Betrek de ouder, is haar boodschap. Iedere ouder wil zijn kind zelfredzaam hebben. Het zinnetje daarover is dus overbodig. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) spreekt van een mooi initiatief om leerlingen onafhankelijkheid en zelfredzaamheid te bieden. Meedoen en erbij horen, is voor iedereen belangrijk. Het
3
aanbieden van meerjarige plannen voor maatwerk wordt omarmd. De middelen om de gemeentelijke formatie uit te breiden, roepen vragen op. Bij een groot deel van deze jongeren is al een zorgverlener of regisseur aanwezig. Kansen voor ontschotting van zorg door de aanwezige expertise te gebruiken, moeten worden benut. De heer Van Hattem (PVV) sluit zich met name aan bij de opmerkingen over de ombuigingstaakstelling. In overleg met ouders en leerlingen is aangegeven dit niet als kostenbesparing te zien. in de stukken wordt toch van een ombuigingstaakstelling van € 9.000 genoemd die bij vijftig leerlingen minder kan worden gehaald. Dat is tegen de bedenkingen van de ouders in. Gekozen moet worden voor het belang van de leerlingen. De behouden 2km-norm en de jaarbeschikking en de mogelijkheid – niet meer dan dat – te kiezen voor zelfredzaamheid stemmen de fractie positief. Bij de opmerkingen over de kinderen die rond de gemeentegrens wonen, sluit de PVV zich aan. Het is vreemd dat € 65.000 extra nodig is voor een passende beoordeling terwijl tegelijk wordt gesproken over een ombuigingstaakstelling. Het aspect van het emissievrij rijden is voor de PVV overbodig. De fractie vindt de ombuiging voor 'eigen kinderen' vreemd tegen de achtergrond van vervoer van kinderen van het COA met een touringcar van en naar school.
De heer Van Genugten (CDA) is blij te lezen dat deze voorziening blijvend wordt aangeboden aan wie niet zelfstandig kan reizen. De meerjarige beschikking wordt toegejuicht. De resultaten van de inzet van zelfredzaamheid benieuwen de fractie. De heer Van Silfhout (Volt) sluit zich aan bij De Bossche Groenen en wil naast monitoring een evaluatie van de zelfredzaamheid toegezegd krijgen. Reactie college Wethouder Kâhya bedankt de raad voor de brede steun. Na een bezuiniging enkele jaren geleden ten bedrage van € 10 miljoen is het college gevraagd opties in beeld te brengen. Bekeken is toen wat de gemeente ruimhartiger deed dan moest, zoals de 2km-grens in plaats van de elders en bij de VNG gebruikelijke 6 kilometer. De raad heeft toen de taakstelling op leerlingenvervoer gehalveerd. Toegezegd is toen dat de € 90.000 niet leidend zou zijn in de nieuwe verordening. Het recht van elk kind op onderwijs was het kader. Door uitvoerige gesprekken met ouders en scholen heeft alles wat langer geduurd. Op basis van een praktijkvoorbeeld van een jongen die ineens buiten de boot viel voor georganiseerd vervoer geeft spreker aan dat handelen vanuit het systeem en de kinderen over één kam scheren uit den boze is. Kijkend naar het ontwikkelpotentieel is de zinsnede over zelfredzaamheid waar VOOR Den Bosch moeite mee heeft níet overbodig, maar juist hard nodig.
In veel gemeenten is het systeem het uitgangspunt, in Den Bosch het kind. Vijftig is geen target, de wethouder acht zich wel gehouden aan de opdracht van de raad. Die benadert hij niet vanuit een hardheidsclausule, maar uit een positieve grondhouding. De vraag of Den Bosch hierin uniek is, beantwoordt hij bevestigend. De ambtenaren zijn in plaats van met een administratieve taak met een inhoudelijke taak bezig. In dit experiment zullen soms dingen niet lukken. Er wordt geëvalueerd. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) vraagt of van de groep van vijftig kinderen de evaluatie dan wel monitoring (Plan-Do-Check-Act) al eerder komt. Wethouder Kâhya wil juist losraken van het systeem, maar wil Plan-Do-Check-Act best eerbiedigen. Met bestaande capaciteit gaat de gemeente het meeste van de mensen vragen. Vijftig is een inschatting: misschien wordt het dertig, misschien zeventig. In het jaarverslag zal worden opgenomen wat dat jaar is gezien. De wethouder waakt ervoor te uitgebreide monitoring op te tuigen. De capaciteit wordt ingezet op de gesprekken met ouders en maatwerk voor de kinderen. Hij vraagt ruimte om dat te prioriteren. Tegelijk wil de gemeente hiervan leren. De verontwaardiging van gewoon ge-DREVEN verbaast de wethouder omdat die in technische vragen uitgebreid is beantwoord. Dit is een beleidswijziging. Ook zonder beleidswijziging blijven de autonome kostenstijgingen.
Die staan los van de te maken keuzes. Al is de fractie het daar niet mee eens, zo werkt het. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) stelt dat de door de wethouder benoemde kaders geen rekening houden met de op 6 juni jl. gedane financiële aanpassingen om te komen tot een plus van € 580.000. Dat had er in kunnen staan. Dat was financieel zuiverder geweest.
4
Wethouder Kâhya geeft aan dat het college en de fractie het daarover niet eens zijn en vervolgt zijn betoog. Zijn zorg over de chauffeurs blijft. Personeelstekorten spelen ook hier. Als een aanbieder zegt te kunnen leveren, gaat het college daarvan uit. Als de toezegging niet wordt nagekomen, leidt dat tot indringende gesprekken. Leidend is dat elk kind recht heeft op onderwijs. Garanties kan de wethouder niet geven. De heer Elders (D66) hoopt dat de gemeente meer wapens heeft dan alleen een indringend gesprek. Wethouder Kâhya geeft aan dat de gemeente alles zal doen wat juridisch mogelijk is. Succes in maatwerk zal naar verwachting tot financieel voordeel leiden. Als de gemeenteraad de taakstelling van € 90.000 ervan afhaalt, is dat de wethouder om het even. Het is een mogelijke opbrengst, niet een target. Bij de vraag of een school dichtbij is, wordt niet gekeken naar gemeentegrenzen. In het kader van het samenwerkingsverband wordt het medisch advies gerespecteerd. De heer Van Hattem (PVV) hoort de wethouder zeggen dat de € 90.000 niet leidend is in de verordening. Tegelijk zit die nog in de plannen. De voorjaarsnota is als moment om dat aan te passen al gepasseerd. Vandaar de vraag of dit als een inverdieneffect kan worden gezien. Zo ja, dan de vraag of dit anders kan worden gesteld dan nu in de financiële planning is verwerkt.
Wethouder Kâhya geeft aan dat hij van de raad € 90.000 moet verdienen. In november kan de wijziging bij de begrotingsbehandeling nog steeds worden doorgevoerd. De winstwaarschuwing is dat bij het uitvoeren van het beleid het belang van het kind boven de financiële targets zal staan. Zo nodig zal hij de raad dus melden dat hij die € 90.000 niet heeft gehaald. De heer Van Hattem (PVV) is het eens met een aanpassing bij de begroting. Wethouder Kâhya stelt voor de komende twee, drie jaar te bekijken wat de daadwerkelijke effecten zijn zodat de raad weet wat op de meerjarenbegroting moet worden gecompenseerd. Door dat in de evaluatie over twee jaar mee te nemen helpen raad en college elkaar. De heer Schuurmans (VVD) vraagt hoe realistisch het inverdieneffect op zo'n korte termijn is. Wethouder Kâhya weet dat niet omdat, zoals gemeld, Den Bosch hierin uniek is en echt iets nieuws gaat doen. Hoe realistisch de verwachtingen zijn, is niet te zeggen: onbekend is welke kinderen met welke zorgvraag zich gaan melden, of dat toe- of afneemt. Er zijn veel variabelen. Welke bedrag de raad ook vaststelt, aan het eind van het jaar zit men er boven, er onder, maar nooit exact er op. De heer Elders (D66) vraagt of bij nieuwe instroom zelfredzaamheid ook de norm wordt. Wethouder Kâhya geeft aan dat bij elk kind wordt bekeken wat nu en in de toekomst de mogelijkheden zijn.
Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) brengt het onderwerp verkeersveiligheid ter sprake. De kinderen zitten op de fiets, dus dit is een prachtige kans om eventuele knelpunten in beeld te brengen. Gevraagd wordt dit er uit te lichten in het jaarverslag en de evaluatie. Wethouder Kâhya wil dat niet, omdat hij daarmee de verkeersinfrastructuur in beeld moet gaan brengen. Als onderdeel van het experiment kunnen leerlingen die gaan fietsen bijvoorbeeld veiligheidslessen krijgen. Ook dat arsenaal wordt nog ontwikkeld. Die terugkoppeling volgt niet al aan de voorkant. Dat nu al rubriceren, kost ook nog extra werk. Het aandachtspunt wordt meegenomen. Tot slot dankt hij de ambtenaren die echt vernieuwend bezig zijn geweest en hun nek hebben uitgestoken voor een heel nieuwe verordening. Tweede termijn De heer Van Silfhout (Volt) vraagt de griffie de evaluatie op het vlak van zelfredzaamheid op te nemen in de lijst van toezeggingen.
5
Mevrouw Visscher (SP) complimenteert de wethouder met het voorstel. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering. 7.
Zienswijze begroting 2024 en beleidsplan 2024-2027 GGD Hart voor Brabant De heer Schuurmans (VVD) herhaalt de in februari via de Kadernota 2024 reeds uitgesproken steun. Wat nu voorligt is een een-op-eenvertaling van de financiële principes daarin. Terecht roept het college op te zorgen voor een dekkend aanbod van preventie en zorg, complementair en onder dubbellingen. Toch wordt de grote stijging van de bijdrage per inwoner betreurd. Mevrouw Van Diejen (PvdD) bedankt de GGD voor het stuk en de ambtenaar voor beantwoording van de technische vragen. Ter toevoeging aan de brief van het college aan de GGD wordt gewezen op de negatieve invloed op fysiek en mentaal welzijn van mensen als gevolg van klimaatverandering. Graag aandacht hiervoor in de begroting en het beleidsplan. Ook graag aandacht voor zoönosen en de dreiging van nieuwe zoönosen. De heer Van Hattem (PVV) geeft aan dat een deel van zijn betoog zal gaan over de overdreven aandacht voor klimaat en klimaatverandering in het beleidsplan van de GGD. Daarom de vraag hoe de PvdD erbij komt dat die zaken er niet in zitten. Mevrouw Van Diejen (PvdD) geeft aan dat het woord klimaatverandering er af en toe in voorkomt. Iets concreets staat er niet in. Niemand zit te wachten op een volgende pandemie. Extra vervelend zou zijn als die uit deze gemeente of deze provincie kwam.
Voor de thematische schetsen kiest de GGD zelf de thema's. 's-Hertogenbosch mag hier wel suggesties voor aanleveren. De PvdD zou klimaatverandering en zoönosen, overdracht van ziekten van dier op mens, hierin graag verwerkt zien. De heer Elders (D66) merkt in vervolg op wat bij bespreking van de Kadernota van de GGD is gemeld op dat het lokaal accent wordt ingeruild voor diensten die gekozen worden door het dagelijks bestuur van de GGD. Aan de wethouder de vraag hoe raad en commissie aan zet blijven. Bij de kadernota misten veel partijen al prestatie-indicatoren. In plaats van ruimere kaders zouden nauwere kaders wellicht aan de orde kunnen zijn. D66 herhaalt het pleidooi voor een integrale blik op seksuele gezondheid. Dat is nu zeer belangrijk. Het is meer dan een soatest afnemen of de risicogroep vaccineren. Het is jammer dat de GGD daarop blijft hangen. Seksuele gezondheid gaat ook over veiligheid, weerbaarheid en bovenal plezier. Gevraagd wordt of de wethouder hier buiten de wettelijke taken om werk van wil maken. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) bedankt ook de ambtenaren voor beantwoording van de technische vragen. Bij de plustaken staat een wijk-GGD die diverse gemeenten inkopen. Het zou mooi zijn als ook de gemeente Den Bosch dat zou doen. Bij preventie wordt de invloed van drugsgebruik gemist in de uitwerking.
Van alle gezondheidsklachten is 90% terug te voeren op een verkeerde leefomgeving, staat te lezen in de stukken. Dat zal met de komst van windmolens alleen maar meer worden. De WHO waarschuwt daar ook voor. Door nu al een nulmeting te doen, weet de gemeente waar zij aan toe is. Hoeveel mensen meer ziek worden door de komst van windmolens staat er niet in. In een vervolgproces moet dit meegenomen kunnen worden. De heer Van Hattem (PVV) sluit zich voor wat betreft het laatste punt aan bij de heer Van Creij. Hij betreurt het dat de 'links activistische Progress-vlag' op de kaft is afgebeeld, evenals over de vrouwvijandelijke hoofddoek op de jaarstukken en het beleidsplan. In het beleidsplan wordt gewag gemaakt van een beweging naar planetary health. Aan flauwekul dat de aarde ziek is, moeten de middelen bij de GGD niet worden besteed. Er zijn passages over deep democracy en citizen science, maar de gemeente weigert referenda over dit soort onderwerpen. Het inzetten op nieuwe kwetsbare situaties als gevolg van klimaatverandering en het verband tussen gezondheid en klimaat, duurzaamheid en energietransitie valt wat de PVV onder 'klimaatgeneuzel'. Graag hoort de fractie van de wethouder wat de GGD wil met planetary health. De gemeentelijke lasten stijgen. Of de burgers er meer voor terugkrijgen, is niet duidelijk.
Uitdagingen in de publieke gezondheid worden genoemd als gevolg van klimaatverandering. Welke uitdagingen wordt niet aangegeven. Gesproken wordt over het versterken van de gezondheid van
6
(arbeids)migranten, vluchtelingen en statushouders. Daar wil de PVV geen geld voor inzetten en die zeker niet als aparte doelgroep behandelen. De indicatoren zullen samen met de gemeente anders worden geformuleerd als basis van de begroting voor 2024. Dat roept de vraag op of de indicatoren nog niet definitief zijn. Het onderscheid tussen procesindicatoren en meldingsindicatoren is niet altijd helder. Onduidelijk is waar de forse stijging van infectieziekten vandaan komt. Ook zijn er verhoogde uitkomsten van latente tbc-infecties waarvan de herkomst onduidelijk is. De Green Deal Duurzame Zorg kan worden verwijderd. De heer Kabbouti (PvdA) vraagt of de PVV met de hele reeks kritische opmerkingen vooruitloopt op amendering op al deze punten. De heer Van Hattem (PVV) geeft aan dat dit een mogelijkheid is. Hij zou tegen het raadsvoorstel kunnen stemmen omdat de zienswijzenbrief tekortschiet. De heer Kabbouti (PvdA) merkt op dat om in het debat de scherpte op te zoeken, het zou helpen als de PVV kleur bekent op welke punten zij het initiatief wil nemen. De heer Van Hattem (PVV) geeft aan dat hij de beantwoording van het college afwacht om te bepalen waar hij een amendement nuttig en noodzakelijk acht. Hij geeft aan zijn betoog te vervolgen. De heer Elders (D66) wilde wachten tot de afronding voor hij het meest stuitende uit het PVV-betoog eruit kon halen.
Nu vraagt hij vast of de heer Van Hattem niet vindt dat mensen met een hoofddoek of degenen die behoren tot de LHBTIQ+-community net zo goed recht hebben op zorg. De heer Van Hattem (PVV) reageert dat iedere inwoner van de gemeente evenveel recht op zorg heeft. De Progress-vlag is geen gewone regenboogvlag, maar een radicaal-activistische vlag. De hoofddoek is een vrouwvijandelijke uiting, een vrouwonderdrukkend aspect van de islamitische cultuur. Dat hoort niet thuis op een stuk van de GGD. Dat de GGD tachtig fte als inhuurkracht heeft in 2024 roept de vraag op of zoveel mensen extern inhuren wel nodig is. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of er, ondanks de persoonlijke mening van de heer Van Hattem voor iedereen een plek moet zijn bij de GGD. De heer Van Hattem (PVV) geeft aan dat de heer Elders die vraag al heeft gesteld: de GGD is er voor iedereen. De heer Van Silfhout (Volt) hoort de PVV zich afzetten tegen de Progress-vlag. Het gaat hier ook om seksuele gezondheid en het gaat erom dat discriminatie slecht is voor de gezondheid van mensen. Zo'n vlag is daarmee uitermate op zijn plek in een beleidsstuk van de GGD. Omdat discriminatie een van de aanleidingen is voor slechte gezondheid is de vraag aan de PVV of die zich er niet in kan vinden dat de GGD ook juist aan het bestrijden van discriminatie extra aandacht besteedt en in dat kader de Pride-vlag meeneemt.
De heer Van Hattem (PVV) stelt dat als men dat al wil een activistenvlag niet de oplossing is. Dat meer moet worden ingezet op seksuele gezondheid is een terecht punt. Dat is een kerntaak. Woke- en deugzaken op de kaft zetten, helpt daar niet bij. De heer Van Silfhout (Volt) merkt op dat de GGD ook aan die taak invulling hoort te geven en dat die vlag daar perfect bij past. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) somt op: gezond ouder worden, versterken van de mentale gezondheid van jongeren, WMO-toezicht uitbreiden, het zijn mooie punten. De focus ligt op preventie en het tegengaan van gezondheidsverschillen. De GGD heeft als ambitie dat in 2027 het verschil in gezonde levensjaren niet verder toeneemt. Dit terwijl reeds in 2024 vol wordt ingezet op het tegengaan van de gezondheidsverschillen. De ambitie moet daar wel bij horen. Verder vraagt zij om meer te focussen op indicatoren. Ook van deze fractie de vraag waar nog ruimte is voor lokaal beleid.
7
De heer Van Silfhout (Volt) vraagt zich af hoe hij de zienswijzennota kan steunen terwijl de plustaken horen bij de uitvoering van de beleidstaken. De heer Schuurmans (VVD) merkt op dat die volgens hem in dit geval vallen onder de basisondersteuning. De heer Van Silfhout (Volt) leest het niet zo, maar wacht de duiding van de wethouder af. Veel plustaken zijn al anders belegd. De fractie is benieuwd of de gemeente heel dat beleid kan uitvoeren als niet alles wordt ingekocht wat de GGD aanbiedt. De vraag is wat de verhouding is tussen de plustaken en het beleidsplan van de GGD. Reactie college Wethouder Van der Sloot beaamt in haar beantwoording in eerste termijn dat enkele maanden geleden over de kadernota van de GGD werd gesproken. Belangrijk is dat de raad onderschrijft dat wordt ingezet op preventie. Dat is relevant, gezien wat er in de zorg gebeurt en wat de ontwikkelingen op het vlak van vergrijzing zijn. Gelukkig zet de gemeenschappelijke GGD ook in op preventie. Het systeem achter gemeenschappelijke regelingen als deze wijkt af van hoe de raad werkt. De meerdere gemeenten in de gemeenschappelijke regeling hebben deze begroting voorgesteld en eerder de Kadernota. De raad kan daarop sturen via de zienswijzen zoals die heden voorliggen. Een deel van de taken van de GGD zit in het pakket van de regiogemeenten, de plustaken niet. De verwarring is voor te stellen.
Bij de bespreking van de Kadernota heeft Den Bosch een aantal plustaken in het basispakket gestopt. Daar kan de raad zich via de zienswijzen over uitspreken. Het gesprek over de plustaken wordt gevoerd bij de basisondersteuning, waarbij ook andere partijen die de gemeente betrekt bij het preventieve deel van de zorg betrokken kunnen zijn. De heer Van Silfhout (Volt) is verward over hoe de plustaken zich verhouden tot het bereiken van de beleidsdoelen voor de GGD: als middel om dat doel te bereiken of als extraatje. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de raad informatie kan krijgen over welke taken de raad kan bijplussen of eraf kan halen. Wethouder Van der Sloot geeft aan dat de GGD in maart toelichting over het basispakket heeft gegeven, maar bereid is de raad mee te nemen in wat er in het pluspakket mogelijk is. Werkbezoeken zijn mogelijk. De vraag over de wijk-GGD'er heeft het college ook. Betrokkene is 'ver-Rosmalend' en actief in de actieve structuren betrokken. Wat de GGD in deze stukken schrijft over seksuele gezondheid is het basispakket, daar heeft Den Bosch al plustaken bij ingekocht. Er wordt dus meer gedaan dan soa's bekijken. Zwangerschapspreventie in kwetsbare situaties is een voorbeeld. Op de vraag van Volt geldt: wat hier staat, realiseert de GGD op grond van de basistaken. Voor het inkopen van een plus gelden aparte indicatoren.
Dat komt later dit jaar. Op het terrein van drugs doet de GGD al een aantal zaken. Skip die trip is een project om jongeren van pillen af te houden. De heer Elders (D66) merkt op dat de wethouder weliswaar het belang van seksuele gezondheid onderkent, maar dan nog beperkt het zich tot het fysieke aspect, niet het sociale van veiligheid, weerbaarheid en het plezier in seks. Wethouder Van der Sloot geeft aan dat dit in de bemoeizorgtrajecten al gebeurt. De heer Elders wordt aangeraden het tijdens een werkbezoek aan de orde te stellen. Bij de Kadernota heeft de raad aangegeven meer aandacht voor de monitoring te willen. Die staat nu specifiek in de aanbiedingsbrief. De gemeente stopt er meer geld in, maar wil dan zien wat ervoor terugkomt. De inhuur was hoog in de coronatijd. De arbeidsmarkttekorten spelen ook bij de GGD. Een aantal mensen die in de coronatijd actief waren, heeft de GGD kunnen behouden. Dit is positief. De wethouder laat het wat de kaft betreft bij de vaststelling dat er een andere omheen zat. Dat de gezondheidszorg voor iedereen is, is een kwestie van menselijke waardigheid. Daar staat de wethouder ook voor.
8
De heer Van Hattem (PVV) ziet een klein verschil tussen voor bepaalde doelgroepen publieke gezondheid beschikbaar stellen en in het publieke gezondheidsbeleid je specifiek richten op bepaalde doelgroepen en die een bijzondere positie geven. Dat laatste becommentarieert de PVV, niet het eerste. Het doelgroepenbeleid is hier problematisch. Wethouder Van der Sloot is blij dat de heer Van Hattem menselijke waardigheid belangrijk vindt. Een mens in nood moet worden geholpen, ook vanuit de publieke gezondheid. Doelgroepenbeleid is ook op dit vlak specifiek bedoeld voor arbeidsmigranten uit andere delen van Europa. Vaak kunnen die moeilijk terecht bij een huisarts, ook vanwege arbeidsmarkttekorten. Via een specifiek programma biedt de GGD die mensen in ieder geval de basishulp. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) herhaalt zijn vraag over de 90% gezondheidsklachten door de leefomgeving en de mogelijke koppeling met windmolens. Mevrouw Van Diejen (PvdD) verduidelijkt haar nog niet-beantwoorde vraag over zoönosen door te verwijzen naar de Aziatische tijgermug die vanwege klimaatverandering naar Nederland komt. Dat vergt een andere aanpak. Daarnaast kunnen mentale problemen optreden doordat mensen zich zorgen maken om klimaatverandering. De inzet van klimaatpsychologen zou een GGD-taak kunnen zijn. De heer Van Hattem (PVV) herhaalt zijn vraag over wat de GGD wil met planetary health.
Ook is onduidelijk hoe het zit met de indicatoren voor de voorliggende begroting waarover nog wel het gesprek gevoerd zou moeten worden. Wethouder Van der Sloot merkt op dat een van de taken van de GGD een signalerende is. Dat betreft alles wat effect heeft op de publieke gezondheid. Nieuwe insecten die nieuwe infecties meebrengen behoren tot de zaken waar de GGD bovenop zit, om nieuwe pandemieën te voorkomen. Dat is óók onderdeel van de door de PVV bevraagde planetary health. De gemeenten houden de GGD daar scherp op. Als een raadslid specifieke aandacht wenst, kan dat per e-mail rechtstreeks. In algemene zin houdt de GGD zich bezig met de publieke gezondheidzorg. De openbare geestelijke gezondheidszorg behoort ook tot de GGD-taken. De indicatoren worden verder aangescherpt, zo is de wens. De wethouder wil scherper kunnen sturen op de GGD. Als de hoofdindicatoren worden aangescherpt zal de raad dat terugzien in de Kadernota voor volgend jaar. De heer Van Hattem (PVV) komt de door de wethouder genoemde hoofdindicatoren nergens tegen. Hij vraagt wat de nu genoemde indicatoren betekenen, waar de raad de wethouder en daarmee de GGD aan kan houden en hoe dit zich verhoudt tot die hoofdindicatoren. Wethouder Van der Sloot merkt op dat waar de raad nu een zienswijze over geeft het plan is waarmee de GGD nu aan de slag gaat.
De wethouder heeft de eerdere discussie ook goed beluisterd. De wethouders willen scherper kunnen sturen en kunnen zien wat de GGD doet. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de gevolgen van de windmolens voor de publieke gezondheid (epoxyhars, slapeloosheid) gemonitord kunnen worden. Dat zou wat de fractie betreft ook continu onder de aandacht van de GGD moeten zijn. Wethouder Van der Sloot merkt op dat áls dat invloed heeft op de publieke gezondheid zeker. De vraag is of de GGD de meest geëigende partij is voor een onderzoek daarnaar. De heer Van Hattem (PVV) overweegt een amendement op een aantal punten. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering. 8.
Uitbreiding verlichting Maaspoort Den Bosch De voorzitter geeft aan dat de raad wordt gevraagd € 300.000 beschikbaar te stellen. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) heeft uitgevraagd dat het hier om ledverlichting gaat, maar dat staat niet in het dictum. Gevraagd wordt of hier een amendement voor nodig is of dat dit zo kan worden aangepast.
9
De heer Schuurmans (VVD) merkt op dat de gemeente een mooi binnensportaanbod kent. Deze evenementen zetten 's-Hertogenbosch op de kaart en helpen mensen in beweging te komen. Daarom verdienen de organisatoren en de sportbonden de ruimte en de juiste verlichting. Hij vraagt of de verwachte extra huurinkomsten - afhankelijk van het soort evenementen - in lijn zijn met het rendabele krediet dat de gemeente verstrekt. De fractie ziet dit verder als hamerstuk. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) vraagt wat de raad precies financiert. Een krediet van € 300.000 is behoorlijk. Als de sportevenementen en de zakelijke markt stilvallen, kan de investering niet worden terugverdiend. Gevraagd wordt naar de verhouding tussen de sportevenementen en de zakelijke markt. De heer Van Hasselt (SP) vraagt in hoeverre de investering kan worden teruggehaald bij de zakelijke markt. Daar wordt veel verdiend. Kostenverhoging voor evenementen zou een mogelijkheid zijn. Mevrouw Doǧan (GroenLinks) vindt het van belang om topsport te blijven faciliteren. Nu de huidige verlichting niet meer aan de (inter)nationale normen voldoet, is het hoog tijd dit te veranderen. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) gaat akkoord met de investering, maar wijst erop dat er in de Rosmalense polder nog steeds straten zijn met geen enkele verlichting.
Dat zijn straten waar dagelijks kinderen van en naar school fietsen. De landbouwwerktuigen die ze tegenkomen, worden steeds breder. Hierdoor zijn er ouders die de kinderen met de auto naar school brengen. Aan de wethouder de vraag ook hierin te investeren. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt voor hier een bespreeknotitie aan te wijden. Hij wist niet van dit probleem en zou er graag eens breder naar kijken. Mevrouw Van Diejen (PvdD) ziet de duurzaamheidsparagraaf steeds uitgebreider worden. Daar is de fractie blij mee, al is het idee dat deze enigszins selectief wordt ingevuld. Wel worden de reisbewegingen benoemd die niet meer van toepassing zullen zijn, maar niets wordt benoemd over het energieverbruik van installaties. Amateursportclubs zullen mettertijd gebruik maken van deze opstelling, zo valt te lezen. De levensduur zoals beschreven zal dan ook niet meer laag uitvallen. Over het voorstel is de PvdD kritisch. € 300.000 voor, eenvoudig gezegd, een aantal lampen is fors. Sport is erg belangrijk, maar dan wel voor iedereen, niet alleen voor topsporters.
Dat leidt tot twee vragen: Wat doet de gemeente met de lampen als topsporters alsnog op zoek gaan naar een andere club? Kan de raad dezelfde gulheid verwachten bij de sportvisie Nuland? De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt in hoeverre de nu aan te schaffen verlichting gebruik kan maken van het onlangs aangeschafte zonnepanelensysteem op de hal en de warmteen koudeopslag. Doorberekenen van kosten aan huurders is vermoedelijk vestzak-broekzak: veel verenigingen krijgen subsidie. De vraag is hoe reëel het is dat de nu beschikbaar te stellen middelen op de geëigende manier terugkomen. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt op dat de nog steeds prachtige hal met zijn tijd moet meegaan. De investering is goed gemotiveerd en gedekt. Hij refereert aan legendarische optredens van Tina Turner tot Doe Maar en Roy Orbison, van opera Aïda tot BZN. Topevenementen vormen een mooi uithangbord voor de stad. Daarbij is zo'n investering alleszins verantwoord. De heer Silfhout (Volt) maakt het onderscheid tussen verlichting kopen en licht kopen. Licht als dienst afnemen, is een in betekenis toenemend verschijnsel. De leverancier wordt betaald om te leveren. Aan de wethouder de vraag hier in de toekomst rekening mee te houden. De heer Van Hattem (PVV) sluit hierbij aan en meldt dat FC Den Bosch een ledlichtpartner in de arm heeft genomen. Dat is een sponsorconstructie.
De vraag aan de wethouder is waarom bij de
10
Maaspoort niet naar een soortgelijke constructie is gekeken. Ook wordt gevraagd hoe groot het risico is dat Den Bosch over een paar jaar met eenzelfde investeringsproblematiek zit omdat de lichtopbrengst opnieuw is gedaald. Ledverlichting is niet stabiel op de lange termijn. Reactie college Wethouder Van der Sloot geeft aan dat de lampen die nu in de Maaspoort hangen minder licht geven. Professionele partijen kunnen daar niet voldoen aan de aan en voor hen gestelde eisen. De partijen die in Maaspoort komen, huren dan een externe partij in die de vereiste lux wel kan bieden. Het kost extra opbouw- en afbouwtijd en ruimte in en rond de sporthal die de gemeente zo graag breed inzet. Het college wil nu zelf goede verlichting aanschaffen die de zakelijke partners dan inhuren bij de gemeente in plaats van bij een externe partij. De gebruiker betaalt dus. Voor de lokale badmintonclub hoeven die grote lampen niet aan. Voor de amateurclubs verandert er niets. Voor de zakelijke clubs komt er een beter aanbod omdat de verlichting er al hangt. Dat kost dan net wat minder dan wanneer zij inhuren op de markt. In een aantal jaren kan de gemeente deze investering terugverdienen en er zelfs nog wat aan overhouden. De aan te schaffen lampen zijn uiteraard ledlampen. Dit werd als zo vanzelfsprekend beschouwd dat het niet expliciet is opgeschreven.
Deze zijn zo krachtig mogelijk en zo zuinig mogelijk. Als ze eenmaal eigendom zijn, kan de gemeente ze nadat de lichtkracht wat is afgenomen nog inzetten voor de amateurs. De sportvisie wordt in december besproken. De terechte discussie over licht in het buitengebied wordt separaat opgepakt. Aanbesteding van licht is een interessant concept en zeker waard om mee te nemen. Voor dit kleine project kiest de gemeente voor realisatie langs deze weg. Tweede termijn De heer Van Hattem (PVV) hoort de wethouder spreken van een interessant concept, maar merkt op dat de gedachte bij dit raadsvoorstel kennelijk niet is overwogen. De lampen gaan zoals de wethouder aangeeft achteruit. Dan is opnieuw een vervangingsinvestering nodig. Ook al kunnen ze voor de amateurs nog worden gebruikt, voor de topclubs is dan toch weer 1000 lux nodig. Gevraagd wordt of dan afspraken worden gemaakt met een partij die garandeert voor zoveel jaar 1000 lux lichtopbrengst te leveren of dat er over een paar jaar weer een vervangingsinvestering van € 300.000 of wellicht meer naar de raad komt. Mevrouw J.J.M. van Wildenberg (VOOR De Bosch) herhaalt haar vraag of een amendement nodig is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) herhaalt zijn vraag naar de mogelijke koppeling met de zonnepanelen en de warmte- en koudeopslag. Wethouder Van der Sloot noemt het vanzelfsprekend dat voor led wordt gekozen.
Als de raad het echt wil, kan het woord 'led' worden toegevoegd. Uit de non-verbale communicatie blijkt dit het geval te zijn. De wethouder zegt toe dit toe te voegen aan het dictum. Op de zorg over teruglopende lichtopbrengsten geeft zij aan dat deze lampen worden aangeschaft met een vervangingsduur van vijftien jaar. Gedurende vijftien jaar wordt gegarandeerd dat de lampen werken. Dat komt dan uit. Als de gemeente eigen stroom opwekt, wil men die hier inderdaad voor gebruiken. Deze lampen gaan naar alle waarschijnlijkheid minder stroom gebruiken dan de inhuur deed. Dat is een positief element. Naar verwachting staat de raad over vijftien jaar opnieuw voor dit vraagstuk. Mevrouw Van Diejen (PvdD) gaat ervan uit dat de huidige verlichting over vijftien jaar ook niet meer voldoet voor de amateursporters. Die hebben toch ook 500 tot 800 lux nodig. Zij zullen dan gebruik maken van de – nu - nieuwe verlichting, waarvan de levensduur dus korter wordt dan wanneer die alleen voor de topsport wordt gebruikt. Wethouder Van der Sloot merkt op dat de eerste top er snel afgaat. Daarna blijven de lampen behoorlijk lang hun lichtkracht houden. Deze angst wordt dus niet gedeeld. Mocht dit met de jaren zo zijn, zal de raad daarover worden geïnformeerd. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering.
11
Schorsing 9.
Toestemming tot wijziging centrumregeling Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang 2022-2025 Dit punt wordt zonder bespreking als hamerstuk naar de raad doorgeleid.
10.
Start voorziening langdurig verblijf De voorzitter leidt het agendapunt kort in. De heer Van Hattem (PVV) geeft aan dat bij eerdere behandeling er van het begin af aan verzet van omwonenden was tegen de komst van een verslaafdenopvang in hun directe leefomgeving. De toenmalige wethouder zei dat de omwonenden 'helaas' bezwaar maakten. Op de gevoelens van onveiligheid werd laatdunkend gereageerd. Uit de stukken blijkt toch wel dat sprake is van overlast in de openbare ruimte. Daarom moeten de mensen in de Dungense Polder worden opgevangen. De zorgen van de omwonenden daar zijn terecht en de vraag is of deze mensen moeten worden opgezadeld met zo'n voorziening voor langdurig verblijf. Ze moeten ergens worden opgevangen, maar op deze manier de rechten van omwonenden omzeilen en terwijl de procedures nog lopen het plan toch doorzetten, geeft geen pas. Mevrouw Craste (D66) hoort de PVV erkennen dat deze mensen érgens terecht moeten. Uit het raadsvoorstel komt deze locatie naar voren als meest geschikte en dat er geen andere locatie was. Dat roept de vraag op waar de PVV deze mensen dan wil laten. De heer Van Hattem (PVV) komt daarmee aan bij het volgende punt van zijn betoog, dat de locatie voor slechts tien jaar beschikbaar is, waarvan al tweeënhalf jaar is verstreken. Over zevenenhalf jaar moet men weg.
Als de bouwtijd en procedures – waarvan een aantal volgens de PVV zeer kansrijk – daarvan afgaan, resteert een zeer korte tijd. Dan moet toch weer een andere locatie worden gevonden. De heer Çifçi (PvdA) geeft in reactie hierop aan dat de nood hoog is en dat eigenlijk vandaag al moet worden begonnen met de opvang. Samen bedenken waar die mensen terecht moeten is dan het beste. De heer Van Hattem (PVV) stelt dat het punt nu juist is dat de mensen niet 'vandaag' al kunnen worden opgevangen. De locatie moet nog worden gebouwd. Er zit een dassenburcht onder de grond, er is vervuiling in de bodem en de omwonenden hebben rechtszaken lopen. Dit kan nog geruime tijd duren. Dan moeten hoge investeringen worden gedaan – enkele miljoenen – waarna met vermoedelijk pas over twee jaar hier terechtkan. Vrij kort daarna moet men alweer verkassen. De vraag aan de wethouder is waarom niet meteen, tijdig, wordt gekeken naar een alternatief in de regio. Dan moet worden gekozen voor een zorgvuldige procedure met bestemmingsplanwijziging. Met deze tijdelijke vergunning worden de rechten van omwonenden aan de kant gezet. De procedure moet zorgvuldig gevolgd worden met een openbare voorbereidingsprocedure en niet op deze manier. De heer Çifçi (PvdA) stelt dat een permanente locatie waarschijnlijk tot dezelfde problemen leidt. Er zijn altijd mensen tegen. Het is goed om met zijn allen iets te vinden.
Het is niet van vandaag op morgen, wel vanaf een bepaalde datum. Dat is dan tijdelijk, in afwachting van een permanente locatie. De heer Van Hattem (PVV) stelt dat zeer onzeker is of deze mensen hier überhaupt wel terecht gaan kunnen: bodemvervuiling, dassenburcht, rechtszaken. De gemeente loopt nu voor de troepen uit door de rechterlijke uitspraak niet af te wachten en de rechterlijke macht niet te respecteren. De heer Çifçi (PvdA) roept een betoog van de heer Van Hattem van enkele jaren geleden in herinnering, waarbij werd gepleit deze mensen eventueel in de gevangenis te zetten. Hij vraagt of de heer Van Hattem deze mensen echt een plek wil geven. De heer Van Hattem (PVV) reageert dat áls hiervoor wordt gekozen, dit volgens een zorgvuldige procedure moet. Niet enkel zeggen, 'we hebben daar een stukje polder, waar weinig mensen
12
wonen, tegen de gemeentegrens aan'. De mensen net aan de andere kant van de gemeentegrens, in Sint-Michielsgestel, hebben geen inspraak en krijgen dit letterlijk in hun achtertuin. Mevrouw Craste (D66) stelt dat een juridisch risico nemen iets anders is dan de rechterlijke macht niet respecteren. Als blijkt dat het toch een verkeerd besluit was, kan men nog terug. Er wordt nu vaart gemaakt, maar er wordt volgens het stuk een verantwoord juridisch risico gelopen om voor geruime tijd te zorgen dat die groep ergens terechtkan. De heer Van Hattem (PVV) stelt dat dit niet alleen gaat om rechtelijke macht maar ook om de rechtszekerheid van burgers. Een overheid die zichzelf serieus neemt en de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur respecteert, gaat niet op deze manier met burgers om. Er wordt onzekerheid gecreëerd, ook voor de 22 bewoners die er geplaatst zouden moeten worden. Dan is het beter van meet af aan een gedegen procedure te doorlopen inclusief bestemmingsplanwijziging. Dat kan ook relatief snel, maar mensen zijn wel vanaf de voorkant betrokken. Dat is beter dan een willekeurige plek in de polder prikken. Mevrouw Craste (D66) vraagt of de heer Van Hattem een verschil ziet tussen een proces zorgvuldig doorlopen, wat is gedaan, en mensen die bezwaar kunnen maken tegen dat proces. De heer Van Hattem (PVV) stelt dat het proces vanaf het begin al slecht is.
Deze plek is aangewezen, waarbij de gemeente Sint-Michielsgestel is overruled door het vorige college van Den Bosch. De omwonenden worden nu op een zijspoor gezet, met alle financiële en juridische risico's. Als het straks is gerealiseerd en het moet na een paar jaar weer worden afgebroken, is dat ook kapitaalvernietiging. Het college heeft het altijd over participatie, over Burgerberaad. Dan zou in overleg met omwonenden iets moeten worden gerealiseerd in plaats van dit erdoor te drukken. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft moeite met de suggestie dat een loopje met het recht wordt genomen en dat omwonenden op een zijspoor worden gezet. Een rechterlijke uitspraak wordt gewoon geaccepteerd. Het zijn geen neprechters. De heer Van Hattem (PVV) stelt dat dit college het er wel van maakt. Het heeft geen boodschap aan tussenvonnissen en gaat het toch realiseren. De rechtszaak wordt niet eens afgewacht. Daarmee treedt men in de rechten van omwonenden die geaccepteerd moeten worden. Voor de omwonenden is de veiligheid in het geding. Daar is nog bar weinig voor geregeld. Als deze toekomstige bewoners in de stad voor overlast zorgen, is er geen reden te bedenken dat ze dat in de polder niet zouden doen. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) wijst erop dat de huidige plek niet van de grond komt door verzet van omwonenden.
Verzet dat door de rechter in eerste instantie niet-ontvankelijk werd verklaard. Het risico lijkt daarmee beperkt. De plek was indertijd al nodig, nu nog steeds en nog meer om de veranderingen in de maatschappelijke opvang mogelijk te maken. De heer Van Hattem (PVV) merkt op dat het voor een deel van de omwonenden wel degelijk ontvankelijk is verklaard. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) geeft aan dat twee van hen ontvankelijk werden verklaard, maar dat als de gemeente het project aanpaste het kon doorgaan. Het juridisch risico is daarmee nog steeds heel beperkt. Samenvoeging van inloop en drugsopvang en het Wonen Eerst-programma is zeer dringend noodzakelijk. Hoewel de gerechtelijke procedures niet helemaal zijn afgerond, kan de fractie daarom instemmen met het voorstel. Spijtig dat na tien jaar alsnog een definitieve locatie moet worden gezocht, waarvan inmiddels al drie jaar zijn verstreken. De heer Van Hattem (PVV) merkt op dat GroenLinks de psychische kwetsbaarheid van betrokkenen benoemt. Spreker wil benadrukken dat zij zich overlastgevend gedragen. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) kijkt daar heel anders naar. Verslaafden met psychische problemen of een licht verstandelijke beperking geven in het centrum van Den Bosch overlast. Daarom is een prikkelarme omgeving nodig, waar zij de zorg en de rust kunnen krijgen die zij nodig hebben.
De risico's die daarbij worden gelopen, kunnen in de praktijk meevallen.
13
Mevrouw Visscher (SP) had bij het ontvangen van dit stuk het gevoel dat dit veel te maken had met het feit dat het Inloopschip al is gesloten voordat er voor deze mensen een andere oplossing was. Dat die mensen nu op straat wonen met alle gevolgen van dien, is niet heel erg slim. Daar komt bij dat op de procedure veel is aan te merken. In Oost is een hostel gekomen voor mensen met meervoudige verslavingsproblematiek. Daar was in het begin veel verzet tegen, maar toen zijn de omwonenden heel erg meegenomen door de gemeente en de stuurgroep. Het zou zo goed zijn geweest als dat hier ook zo was gedaan. Dat zo'n voorziening veel verzet en angst oproept, is bekend, wat als die er eenmaal is misschien helemaal niet nodig blijkt. Mevrouw Craste (D66) vraagt of andere gemeenten bij deze regionale voorziening wat de SP betreft een verantwoordelijkheid hebben te nemen. Mevrouw Visscher (SP) houdt er niet van om naar anderen te wijzen. Zij vervolgt haar betoog. Ook de tijdelijkheid – straks nog maar zeven jaar – baart haar zorgen tegen het licht van de gepleegde investeringen. Een andere oplossing ziet ze niet en deze mensen verdienen een plek. Het is tot op zekere hoogte een oplossing en men moet het er maar mee doen. Mevrouw C.H.A.
van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) roept een speelplek uit haar jeugd in herinnering, een hutje waar het dak van af werd gehaald en waar na verloop van tijd drugs in werden verhandeld. Een prikkelarme omgeving is óók dé plek om drugs kwijt te kunnen. Dat baart haar zorgen. Zij vraagt of hier toezicht wordt gehouden. De heer Van Haren (VVD) vraagt of de vergelijking tussen een zorginstelling met permanente dag- en nachtbegeleiding en een hutje in een weiland zonder dak niet wat mank gaat. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) wijst er op dat het over deze plek en deze straat gaat. Er zijn weinig woningen te vinden. Er is slechts weiland. Het baart haar zorgen dat daar mensen naartoe gaan. Zij vreest dat dit de uitgelezen plek wordt waar drugshandelaren straks hun waar willen slijten. Dat gebeurde al toen zij daar nog werkte. Mevrouw Visscher (SP) vraagt of mevrouw Van den Wildenberg snapt dat daar mensen aanwezig zijn van begeleidende instellingen die het heus opvalt als er files staan naar deze locatie. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) geeft aan dat dát de vraag is die zij neerlegt: is er toezicht? Zij kent de plek uit haar jeugd als uitgelezen plek, toen om verstoppertje te spelen, met volwassen ogen als de plek waar in drugs kan worden gehandeld. Daarnaast vindt de fractie de opschortende werking van de rechtszaken van belang.
Als het stil wordt gelegd, is er nog geen opvang. Gevraagd wordt of de bodemsanering is meegebudgetteerd. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) onderschrijft de stelling van de PVV dat hier wordt gevraagd om met instemming van de gemeenteraad de wet te overtreden. Daar is de fractie het niet mee eens. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) merkt op dat van het overtreden van een wet nog geen sprake is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) stelt dat als 4 juli a.s. ermee wordt ingestemd en op 5 juli wordt begonnen wel degelijk de regels van fatsoen worden overtreden, er dient te worden gewacht tot er een uitspraak is. Het geeft ook voor een niet-jurist geen pas om voorafgaand aan een uitspraak van een rechter al te beginnen. Gezien de hoge woningnood kan de BrabantBadlocatie ook meteen worden opgepakt. Daar hoeven dan de rechtszaken ook niet te worden afgewacht. Ook voor bedrijventerreinen kunnen dan bezwaren onder de tafel worden geschoven. Het is nu net waarom burgers het vertrouwen in de politiek verliezen. De politiek doet maar. Als straks een gewone burger een huis gaat bouwen en de vergunning niet afwacht, kan deze wethouder niet langer de rug recht houden. De wethouder begon immers ook al voor het mocht. Een voorstel om de raad te vragen regels te overtreden, had er niet mogen komen.
Mevrouw Craste (D66) vindt het lastig in dit dossier de belangen af te wegen en de juiste keuze te maken. De mensen die in de voorziening zouden komen, zitten nu veelal in het Bossche
14
centrum en bij de opvang op de Nassaulaan. Dat past niet en dat is bekend. De zorg die deze groep nodig heeft, kan er niet worden geleverd. Het geeft overlast op een plek waar veel mensen wonen, werken en leven. Omwonenden van de beoogde nieuwe locatie willen het tegelijkertijd ook niet in hun achtertuin. Ondanks het beperkte juridische risico vindt de fractie het juist een start te maken met het realiseren van een passende opvang voor de groep inwoners met een ernstig complexe problematiek. De fractie gaat ervan uit dat dit college een verantwoord risico neemt na een zorgvuldige afweging. Het is belangrijk dat de transformatie van de maatschappelijke opvang doorgaat. Deze voorziening is een van de belangrijkste succesfactoren voor deze transformatie. Geef mensen eerst een thuis, zodat er rust en ruimte voor herstel komt. Mevrouw Visscher (SP) is het met dat laatste eens, maar merkt op dat de oudere onderkomens zijn afgebroken voordat er ook maar iets is gebeurd. Mevrouw Craste (D66) erkent dat dit jammer is, maar in dit geval onvermijdelijk. De oude locatie was 'op'. Zij vervolgt haar betoog. Psychisch kwetsbaren zorgen voor andere overlast als ze dakloos zijn en zweven dan wanneer ze een dak boven hun hoofd hebben. De fractie is wel benieuwd naar hoe de wethouder de zorg voor de omwonenden ziet.
Dat er direct veel draagvlak zal zijn, is niet waarschijnlijk, er kan wel worden gebouwd aan draagvlak. Waardering wordt uitgesproken voor de ambitie, het lef en de daadkracht van dit college op dit dossier. Mevrouw Van Diejen (PvdD) geeft aan dat de fractie positief tegenover het voorstel staat. Het is goed dat dit college met de bouw wil beginnen voordat de rechterlijke uitspraak er ligt. Gemist wordt een visie op de lange termijn. Het gaat hier om mensen zonder perspectief om op eigen benen te komen te staan. In 2030 hebben deze mensen nog dezelfde zorgvraag. Separaat moet worden ingezet op herziening van het bestemmingsplan, zodat een permanente vergunning klaarligt als de tijdelijke afloopt. Kapitaalvernietiging kan zo worden voorkomen. De heer Van Haren (VVD) vraagt of spreker pleit voor een bestemmingsplanwijziging voor deze locatie. Mevrouw Van Diejen (PvdD) bevestigt dit. De heer Van Hattem (PVV) vraagt hoe de PvdD aankijkt tegen bouwwerkzaamheden op een locatie waar dassen en marters zijn te vinden. Mevrouw Van Diejen (PvdD) geeft aan dat de werkzaamheden plaatsvinden op een moment dat de dassen er niet zijn. Om de dassenburcht heen worden hekken geplaatst waardoor ze er tijdens de bouw niet kunnen komen. De heer Van Hattem (PVV) vraagt of dit opkomen voor de belangen van dieren is of heel selectief omgaan met de belangen van de fauna.
Mevrouw Van Diejen (PvdD) geeft aan dat de dassen wel aanwezig zijn, maar niet werpen, zodat ze geen hinder ondervinden. Zij vervolgt haar betoog. Wat de bodemvervuiling betreft, heeft zij begrepen dat om kopervervuiling heen gewerkt kan worden. Als tijdens de bouw bodensanering nodig blijkt, is de vraag uit welk potje dit wordt betaald. Gevraagd wordt hoe het college duurzaamheid en circulariteit van de bouw meeneemt in dit project. Er is niets over te vinden in het voorstel en er wordt technisch te summier op geantwoord. De heer Çifçi (PvdA) geeft aan dat in de behoeften van deze doelgroep snel wordt voorzien: de nood is hoog. Ieder verdient een veilige plek om te wonen en toegang tot basisvoorzieningen. De raad heeft tot taak de meest kwetsbare bewoners te ondersteunen en te helpen bij het weer opbouwen van hun leven. Deze groep zwerft nu op straat of leeft in de dag- en nachtopvang. Dit zijn grote maatschappelijke opgaven waar zorgvuldig naar worden gekeken. Gezien de lopende juridische bezwaren en de hoge nood verdient de wethouder complimenten voor de vastberaden en optimistische benaderingswijze van de wethouder, die passend bij de urgentie de bouwplannen doorzet. Het is niet langer aanvaardbaar dat de doelgroep geen passende opvangplek heeft.
15
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt hoe de PvdA aankijkt tegen de makkelijke manier waarop over de belangen van de huidige bewoners heen wordt gestapt. De heer Çifçi (PvdA) bestrijdt dat daar makkelijk overheen wordt gestapt. Bezwaren zijn er altijd. In sommige gevallen is het goed om risico's te nemen. Als de nood hoog is, wordt de maatschappelijke opgave afgewogen tegen het individu. De heer Van Hattem (PVV) wijst erop dat een van de risico's kan zijn dat het plan misschien helemaal niet doorgaat. Dan is het beter naar een zorgvuldig plan te kijken. Mensen verdienen een dak boven het hoofd en moeten niet op straat slapen. Door op deze manier door te drammen, wordt dat doel niet bereikt. De heer Çifçi (PvdA) geeft aan dat het hier gaat om een investeringskrediet. Hij stelt vast dat beide fracties hier verschillend in staan. Het is zaak snel te handelen en er een punt achter te zetten. De heer Van Hattem (PVV) stelt dat snel handelen en er een punt achter zetten niet werkt als er nog procedures lopen en zich nog risico's gaan manifesteren. De voorzitter merkt dat partijen elkaar niet naderen en kapt de discussie af. De heer Van Silfhout (Volt) merkt op dat lid 1.1 van het raadsvoorstel alles zegt: 'Het is onacceptabel dat een groep inwoners met ernstige, complexe problematiek nu geen passende opvang kan worden geboden'.