CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Commissie Sociaal 14.01.2026

Commissie SOCIAAL 11 februari 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Vaststellen van het verslag van de commissie Sociaal van 14 januari 20266.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “openstaande”: 15

Commissie SOCIAAL Verslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:

Collegeleden:

14 januari 2026 Raadzaal J.J.M. Gersjes drs. E.A.A. Kerkhoff N.H. Burg, O. Çifçi, M. Claessen, J.J.E.L. van Creij, S.J.A. Elders BA, F.J. van Haren, F. Hoekstra-Wittebol, M.A.J.T. Korver-van Weegberg, W.M. van de Leemput, H.J.M. Mees, ir. V.P.T. Muller-Laumans, M.C.J.M. Ploegmakers, P.J. Romijn, A.C. van Silfhout, C.K.J. Visscher P. Slikker

Afwezig:

mr. Y. Doǧan, A.W.J.A. van Hattem LLB, T.A.J. Heijmans, L. Holterman, B.B.G.M. van den Hoven, R.F. van der Kallenvan der Donk, W.J. Plasmeijer, ir. P.K. Schuurmans, mr. C.H.A. van den Wildenberg

Verslaglegging

mw. I. Wendt, DemiSec

1.

Opening en mededelingen De voorzitter heet allen welkom bij de vergadering van de commissie Sociaal van 14 januari 2026. Bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Van der Kallen, mevrouw Van den Wildenberg, de heer Van den Hoven, mevrouw Doǧan en mevrouw Samshuijzen. De heer Van Silfhout en mevrouw Claessen komen later. Mevrouw Samshuijzen laat zich vervangen door de heer Romijn.

2.

Vaststellen van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

3.

Vaststellen van de verslagen van de commissie Sociaal van 26 november 2025 en 1 december 2025 De verslagen van de commissie Sociaal van 26 november 2025 en 1 december 2025 worden ongewijzigd vastgesteld.

4.

Vaststellen van de lijst van openstaande moties en de lijst van openstaande toezeggingen De commissie is akkoord met het voorstel om als afgedaan te beschouwen: motie 20: Centen voor studenten motie 21: Respect als basis voor inclusieve gemeenschap motie 26: Zaalaccommodaties sportverenigingen toezegging 7: Makers in de Gruyterfabriek De lijst van openstaande moties en de lijst van openstaande toezeggingen worden daarmee vastgesteld.

5.

Werkplanning Er zijn geen opmerkingen over de werkplanning.

6.

Financiële bijdrage verbouwingskosten 24-uursopvang Jan Pallachstraat De voorzitter licht toe dat de raad wordt gevraagd om in te stemmen met een financiële bijdrage van € 552.000 voor verbouwingskosten aan de regionale 24-uursopvang. De heer Burg (De Bossche Groenen) kan zich vinden in het argument voor de verbouwing, maar heeft een vraag over de financiële paragraaf. De gemeente wordt gevraagd om 46% van het tekort af te dekken. De Bossche Groenen vraagt of het bedrag van € 552.000 het maximumbedrag is dat 's-Hertogenbosch bijdraagt.

1

De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) gaat ervan uit dat de kosten binnen het vastgestelde budget blijven en kan dan akkoord gaan met de bijdrage. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) sluit zich aan bij de heer Van Creij. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat het CDA de 24-uursopvang belangrijk vindt en zal instemmen met het voorstel. De heer Çifçi (PvdA) zegt dat PvdA en GroenLinks positief over het voorstel zijn. Goede opvang is geen luxe, maar een basisvoorziening. Daarom steunen PvdA en GroenLinks het voorstel. De heer Van Haren (VVD) twijfelde of nu het goede moment is om de opvangvoorziening te verbouwen. Afgelopen jaren heeft de gemeente al fors geïnvesteerd in maatschappelijke opvang. De financiële paragraaf heeft de VVD echter overtuigd. Hij is benieuwd naar het antwoord over het plafond. Als het financiële plaatje in het voorstel klopt, kan de VVD met het voorstel instemmen. Mevrouw Visscher (SP) zegt dat de SP voorstander is van de verbouwing en zal instemmen met de financiële bijdrage. Wel vraagt ze of er zomaar € 552.000 uit de meerjarenbegroting kan worden gehaald, want naar verwachting gaat het aantal dak- en thuislozen stijgen, waardoor er meer opvang nodig is. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt dat dergelijke opvangvoorzieningen op orde moeten zijn. Het moderniseren van het pand naar de eisen der tijd lijkt hem redelijk.

Leefbaar 'sHertogenbosch zal instemmen met het voorstel. De heer Romijn (PvdD) is ook voor het voorstel, maar sluit zich aan bij de twee gestelde vragen. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Reactie college Wethouder Slikker stelt dat het belangrijk is om de opvanglocatie te verbouwen, zodat er zelfstandige wooneenheden ontstaan, in plaats van de huidige groepsopvang. De VVD heeft gelijk dat de gemeente al veel geïnvesteerd heeft in opvang, maar dit betreft een andere soort opvang en deze locatie is echt verouderd. De gemeente wordt gevraagd om € 552.000 bij te dragen vanuit de regionale begroting voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Dat bedrag is het maximum. Als er extra kosten zijn, wordt het risico gedragen door Zayaz en de maatschappelijke opvang. Binnen de regionale meerjarenbegroting haalt de gemeente nog steeds een kleine plus uit het Sociaal en Zorgfonds, doordat het segment Beschermd Wonen dat vanuit de Wlz wordt bekostigd is gegroeid. Dat overschot mag gebruikt worden voor de financiering. Mevrouw Visscher (SP) vraagt of dat geld ook gebruikt mag worden voor andere doelen. Wethouder Slikker antwoordt dat de regio budget van het rijk ontvangt voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Dat geld wordt nu gebruikt voor de 24-uursopvang.

Het overschot zou anders uitgekeerd worden aan de gemeenten en kan dan dus ook voor andere investeringen worden ingezet. De voorzitter concludeert dat een tweede termijn niet nodig is en dat het voorstel als hamerstuk wordt doorgeleid naar de raadsvergadering. 7.

Op weg naar een zorgzame samenleving, toekomstbestendige hulp en ondersteuning De voorzitter licht toe dat in de discussienotitie de vraag wordt opgeworpen hoe 'sHertogenbosch kan komen tot een zorgzame samenleving, daarbij focussend op de hoofdinrichting, het tempo van verandering en de betrokkenheid van de gemeenteraad. Mevrouw Visscher (SP) zegt dat de SP bij het bezuinigen op buurtvoorzieningen altijd heeft gewaarschuwd voor problemen in de toekomst. Het is goed dat er nu opnieuw wordt geïnvesteerd in wijken en buurten, maar het is ook jammer dat het zo loopt. Tegelijkertijd wordt

2

een bezuiniging op specialistisch aanbod aangekondigd. Wanneer leert de gemeente het? Weer wordt een bezuiniging gezien als een kans en dreigt het kind met het badwater te worden weggegooid. Collectieve voorzieningen in de wijk zullen vast effect hebben op het gebruik van specialistische zorg, maar niet altijd en het zal lang duren voordat de gewenste veranderingen zijn gerealiseerd. In de zorg kan veel verbeterd worden. Bureaucratie en het 'verantwoordingscircus' kunnen aangepakt worden. Juist op dat gebied gebeurt er weinig. De discussienotitie gaat vooral in op een gefaseerde middellange route. De SP is bang dat straks weer blijkt dat individuele specialistische zorg nodig blijkt te blijven en dat deze opnieuw opgebouwd moet worden. Beter is het om deze zorg pas af te bouwen als blijkt dat ze niet meer nodig is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) sluit zich grotendeels aan bij het betoog van de SP, maar heeft nog wel enkele vragen. Iedereen vindt sociale wijkvoorzieningen heel belangrijk, maar de kosten lopen op, bijvoorbeeld door extreme huurverhogingen. Waar volgens gewoon geDREVEN veel winst te behalen valt, zijn kleinschalige woonvoorzieningen voor ouderen, zoals de Knarrenhofjes. Mevrouw Muller (D66) ondersteunt de gedachte om minder in te zetten op specialistische zorg en meer op collectief aanbod.

D66 twijfelt echter of het genoeg is en vreest dat er in de volgende raadsperiode weer grote bezuinigingen nodig zijn. Ze heeft meermaals vragen gesteld over jeugdzorg, waaronder de vraag of personeelsschaarste en bezuinigingen ertoe leiden dat de jeugd hulp ontzegd wordt. Het antwoord was dat het college niet verwacht dat dit nodig zal zijn. Ze stelt de vraag nu opnieuw. In augustus 2024 vroeg zij om een overzicht van de ontwikkeling van doorverwijzingen naar jeugdzorg, in relatie tot de kosten voor jeugdzorg. Ze is benieuwd naar het verloop van deze cijfers, maar heeft nooit een overzicht ontvangen. Monitoring is cruciaal. De raad zou vanaf heden met enige regelmaat cijfers moeten ontvangen over het aantal mensen dat specialistische zorg krijgt en de kosten van deze zorg, en het aantal mensen dat gebruikmaakt van collectieve voorzieningen en de kosten van deze collectieve zorg. Daarbij zou een onderscheid gemaakt moeten worden tussen de Jeugdwet en de Wmo. De heer Van Haren (VVD) vraagt of mevrouw Muller met collectieve voorzieningen doelt op zorg in de sterke sociale basis, zoals in de discussienotitie wordt bedoeld. Mevrouw Muller (D66) antwoordt bevestigend. De heer Romijn (PvdD) zegt dat de PvdD het streven onderschrijft om ook voor de toekomst een zorgzame samenleving te realiseren en begrijpt dat dit een flinke uitdaging is.

De financiële noodzaak vindt de fractie minder relevant. Voorkomen moet worden dat mensen tussen wal en schip vallen. Voorzichtigheid is daarom geboden. Het traject kan pas versneld worden als bewezen is dat niemand achterblijft. Mevrouw Muller (D66) vraagt of de PvdD het overzicht heeft gezien van wat er over een paar jaar met het Sociaal en Zorgfonds gebeurt. De heer Romijn (PvdD) antwoordt dat hij het overzicht heeft gezien. De gemeente geeft echter heel veel geld uit. Het is de personeelscapaciteit die de ontwikkeling afremt en niet het budget. De PvdD vindt het niet verstandig om alleen maar naar het geld te kijken. Mevrouw Muller (D66) is het ermee eens dat het gaat om de combinatie financiën en capaciteit. Weet de PvdD hoeveel geld er wordt uitgegeven aan Jeugdzorg en Wmo, vergeleken met andere uitgaven van de gemeente? De heer Romijn (PvdD) antwoordt dat hij de getallen niet paraat heeft. De heer Van Haren (VVD) merkt op dat het juist de PvdD was die eerder heeft gevraagd om de kosten voor jeugdzorg beter te monitoren. De heer Romijn (PvdD) zegt dat het erom gaat dat wordt voorgesteld om het beleid anders in te richten. Vanuit personeelscapaciteit vindt de PvdD dat begrijpelijk, maar als het een bezuinigingsmaatregel is, is de fractie er geen voorstander van.

3

Qua tempo zou de PvdD willen kiezen voor middellange tot lange termijn. Het college stuurt aan op een hoger tempo vanwege de oplopende personeelstekorten, maar de transitie is complex en de PvdD wil geen afscheid nemen van de huidige voorzieningen zolang niet gebleken is dat het nieuwe systeem goed werkt. Als de gemeente bepaalde zaken niet meer kan of wil ondersteunen, zal hierover door de raad een besluit genomen moeten worden. Ook krijgt hij graag inzicht in manieren om de gewenste gedragsverandering te bewerkstellingen: wat moet er gebeuren voordat mensen hun buurman uit zichzelf opzoeken? Tot slot is het belangrijk om zorgvuldig te monitoren en te meten of de plannen leiden tot efficiënter inzet van budget. Mevrouw Muller (D66) vraagt of de PvdD voorstander is van een monitor, zoals D66 heeft voorgesteld. De heer Romijn (PvdD) denkt dat een monitor zeker helpt. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt de uitgangspunten in de notitie goed, maar het vraagt wel veel van de medewerkers. Er zal meer collectief georganiseerd moeten worden en er moeten buurt- en wijkvoorzieningen komen. Mevrouw Visscher (SP) merkt op dat medewerkers ook nog eens te maken krijgen met veel bureaucratie. Hoe zou Leefbaar 's-Hertogenbosch dat willen aanpakken? De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) pleit juist voor minder bureaucratie.

Leefbaar 'sHertogenbosch wil bureaucratie terugdringen en meer steunen op de professionaliteit van de uitvoerende medewerkers. Als wordt gewerkt met vaste medewerkers, die de wijk kennen, leidt dat tot veel minder bureaucratie. Mevrouw Visscher (SP) merkt op dat de gemeente al lang probeert om de zorg dichter bij de inwoners te organiseren, bijvoorbeeld met de zorgteams. De bureaucratie blijkt nog heel lastig. Ze vraagt of dit plan voldoende voorziet in het terugdringen van bureaucratie. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) weet dat niet, maar hij geeft graag de richting mee die Leefbaar 's-Hertogenbosch voor ogen heeft. De hoofdrichting in de notitie kan de fractie onderschrijven, maar de teams moeten wel goed gefaciliteerd worden en voldoende middelen hebben. Als het niet goed geregeld wordt, is het vertrouwen bij inwoners snel verdwenen. Een pilot of experiment is daarom gewenst. Qua tempo: er moeten meters gemaakt worden, maar haastige spoed is zelden goed. De decentralisatie is ruim tien jaar geleden ingezet en nu gaat de gemeente aan de slag. Inwoners hebben echter verwachtingen over de hen toegezegde zorg. Dat kan niet ineens afgebouwd worden. Een gefaseerde route heeft voor Leefbaar 's-Hertogenbosch de voorkeur. Het college wil een zorgvuldig traject inzetten, samen met alle partners en gebruikers. Dat proces moet de raad goed kunnen volgen.

Een klankbordgroep of werkgroep zou daarbij kunnen helpen. De heer Van Haren (VVD) leest goede dingen in de notitie, zoals betere samenwerking, vermindering van onnodige beschikkingen, wijkgericht werken en het investeren in algemene voorzieningen: lokaal doen wat lokaal kan. Dat lijkt de VVD een goede ontwikkeling. Mevrouw Visscher (SP) merkt op dat de VVD de afgelopen jaren alle buurtvoorzieningen heeft afgebroken. De heer Van Haren (VVD) is het daar niet mee eens. De VVD heeft vier aandachtspunten bij de notitie. Gesteld wordt dat de gemeente niet iets erbij gaat doen, maar iets ánders gaat doen. Dat is cruciaal, want inwoners en professionals hebben geen behoefte aan nog meer bureaucratie en nog meer geldstromen. Deze beweging kan de dienstverlening van de gemeente verbeteren, maar ook verslechteren. De VVD adviseert om bij elke nieuwe processtap een oude processtap te schrappen, of liever nog twee of drie. Door de voorgestelde beweging komt er meer initiatief bij de samenleving te liggen. De samenleving is echter niet gemakkelijk maakbaar. Zorg en ondersteuning op lokaal niveau regelen, betekent ook dat het vrijer wordt geregeld en dat er verschillen ontstaan tussen wijken qua aanbod en werkwijze. De gemeente moet dat accepteren. Ze moet niet de sociale basis heel strak reguleren om een gelijke uitkomst te krijgen.

4

Lokale teams moeten een goede omvang krijgen. Elke wijk zijn eigen team zal niet haalbaar zijn, maar als grote delen van de gemeente onder één team vallen, kun je ze niet meer lokaal noemen. Een logische verdeling over de gemeente is essentieel, ook al ontstaan daardoor grotere en kleinere teams. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of de VVD bedoelt dat de gemeente moet inzoomen op de sociale structuur van de wijken. De heer Van Haren (VVD) bevestigt dat. In Rosmalen of Nuland heeft men behoefte aan een heel andere aanpak dan in Hambaken of Kruiskamp. Op die verschillen zal de gemeente moeten inspelen. De wijkpleinen worden niet genoemd in de notitie. Wat wordt hun rol in de nieuwe structuur? Krijgt elk lokaal team een eigen wijkplein? De vraag die werd gesteld over het tempo vindt de VVD wat vreemd. De notitie is er namelijk helder over: de lange route is financieel niet houdbaar en de korte route is onuitvoerbaar. De middellange is de enige realistische route. De beweging zal een complex dossier opleveren. De VVD stelt voor om er een themadossier van te maken. Mevrouw Muller (D66) vraagt hoe de VVD denkt over de monitoring. De heer Van Haren (VVD) denkt dat het belangrijk is om inzicht te krijgen hoe deze beweging financieel uitpakt.

Daarvoor moeten wel de goede zaken gemeten worden, namelijk de zorgvraag van de inwoners die door de lokale teams wordt opgepakt, ten opzichte van de traditioneel beschikte zorg. Of dat uiteindelijk individueel of collectief wordt aangeboden, is daarbij niet relevant. De heer Ploegmakers (CDA) stelt dat het beeld in de notitie dat met de nieuwe werkwijze de kwaliteit toeneemt, kosten afnemen en de wachtlijsten worden teruggedrongen te mooi lijkt om waar te zijn. Tegelijkertijd wordt onderkend dat het een complexe transformatie is. Het CDA vindt het lastig om op basis van de notitie tot een afgewogen besluit te komen. Een wijkgerichte aanpak kan ertoe leiden dat minder mensen een beroep doen op de tweede lijn. Het kan echter ook juist een aanzuigend effect hebben, waardoor de tweedelijnszorg toeneemt en er nieuwe wachtlijsten ontstaan. De keuzes in het ene deel van het systeem hebben namelijk elders gevolgen. In andere gemeenten wordt het web van samenhangende factoren expliciet gemaakt via een beleidstheorie, waarbij output, outcome en maatschappelijke impact aan elkaar verbonden worden. Op basis daarvan kunnen scenario-analyses worden uitgevoerd. In het verlengde daarvan kan een maatschappelijke kosten-batenanalyse worden opgesteld, die inzicht biedt in de integrale afwegingen. Op deze manier kan de raad expliciete keuzes maken.

Het CDA begrijpt dat in de toekomst niet alle zorg vanuit de overheid kan worden geregeld. Samen moet gewerkt worden aan een andere samenleving die minder individualistisch is. Het CDA kiest hierbij voor een gefaseerde route en ziet graag eerst een uitgebreid stappenplan. Ook ziet de fractie graag dat er evaluatiemomenten worden ingebouwd in het proces, zodat het proces indien nodig bijgesteld kan worden. Tot slot moet de gemeente de eindgebruikers raadplegen, want het gaat om hen die hulp nodig hebben. Mevrouw Visscher (SP) vraagt of het CDA niet bang is dat mensen tussen wal en schip raken als de huidige zorg te snel wordt afgebouwd. De heer Ploegmakers (CDA) antwoordt dat dit een terechte vrees is. Door een goede balans te vinden in de afbouw van de huidige zorg en de opbouw van nieuwe voorzieningen, moet dit voorkomen worden. Mevrouw Hoekstra (PvdA) zegt namens GroenLinks en Partij van de Arbeid dat zij hoopvol is over de inrichting die in de notitie wordt geschetst. Het debat zou niet moeten gaan over systemen en structuren, maar over mensen die ondersteuning nodig hebben om mee te blijven doen aan de samenleving. Het is echter een grote verandering voor inwoners, mantelzorgers, vrijwilligers en professionele zorgverleners. Dat kan onzekerheid oproepen.

GroenLinks en PvdA vinden het cruciaal dat het proces en het tempo worden afgestemd op de menselijke maat, zodat niemand tussen wal en schip valt. De gemeente moet ook keuzes durven maken: niet meer alles en niet meer iedereen tegelijk.

5

Mevrouw Visscher (SP) vraagt wat mevrouw Hoekstra van de bijgevoegde casussen vindt. Tonen die een realistisch beeld van de toekomstige samenleving? Mevrouw Hoekstra (PvdA) antwoordt dat de complexe problematiek niet zomaar opgelost is. In de casussen wordt een beeld geschetst waarnaar de gemeente streeft. Het zou mooi zijn als het zo uitpakt, maar de praktijk is weerbarstiger. De heer Romijn (PvdD) vraagt of mevrouw Hoekstra bedoelt dat er een keuze gemaakt moet worden tussen zorg die wel en die niet geboden wordt of over de manier van het inrichten van de zorg. Mevrouw Hoekstra (PvdA) antwoordt dat de notitie onderbouwt dat de gemeente een systeemverandering moet durven omarmen, omdat het huidige systeem niet meer houdbaar is. Er moet flexibiliteit komen: mensen moeten op zorg kunnen terugvallen, zonder nieuwe indicaties en steeds weer nieuwe gezichten. De voorkeur gaat daarom uit naar het tweede scenario: de middenweg. Met deze gefaseerde route wordt tempo gemaakt, maar worden de mensen en organisaties goed meegenomen in het proces. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) onderschrijft het belang van de zorgzame samenleving en toekomstbestendige zorg. Bosch Belang maakt zich echter zorgen over de praktijk. De omslag naar lokale teams en collectieve voorzieningen mag niet betekenen dat inwoners nog vaker hun verhaal moeten doen. Een regiehouder is van essentieel van belang.

Bosch Belang steunt de hoofdinrichting, maar het systeem moet eenvoudiger worden met één aanspreekpunt, minder doorverwijzingen en minder formulieren. De financiële kant is minder relevant, want vooral de personeelscapaciteit vormt het knelpunt. Qua tempo kiest de fractie voor de gefaseerde route van drie tot vijf jaar. Zo is er genoeg tijd om de sociale basis op te bouwen en de professionals mee te nemen in het proces. Bosch Belang wil graag tijdig geïnformeerd worden over de veranderingen, zodat kan worden bijgestuurd indien nodig. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) is positief over de hoofdrichting, maar sluit zich aan bij het betoog van Leefbaar 's-Hertogenbosch, dat een goede start belangrijk is. Het is goed dat de teams gefaseerd worden ingevoerd, zodat ervaren wordt wat wel of niet werkt en zodat bijgestuurd kan worden waar nodig. De Bossche Groenen kiest voor de middellange route. De raad dient goed en tijdig geïnformeerd te worden, bij voorkeur via kwartaalrapportages, gebaseerd op indicatoren, zodat duidelijk wordt wat er goed gaat en waar het knelt. Een klankbord en/of werkgroep spreekt De Bossche Groenen ook aan, zeker als daar ook professionals uit het veld bij betrokken worden. De Bossche Groenen zou graag een casus aan de notitie toevoegen, namelijk van mensen met een beperking en hun gezinnen. Deze mensen zijn vaak levenslang afhankelijk van hulp.

Voor hen zijn continuïteit, vertrouwen en overzicht cruciaal. De heer Van Silfhout (Volt) kan zich in hoofdlijnen vinden in de notitie. Volt maakt zich wel zorgen over de groep voor wie individueel aanbod nodig blijft, maar voor wie toch eerst wordt geprobeerd of ze met collectieve voorzieningen uit de voeten kunnen. De fractie realiseert zich echter dat het wel nodig is om te verschuiven naar collectieve voorzieningen om de zorg draagbaar te houden. De raad ontvangt altijd graag diverse varianten waaruit hij kan kiezen. In dit geval betreft dat het tempo, hoewel er slechts één redelijke optie is, namelijk de middellange route. Volt vindt dat binnen deze route wel tempo gemaakt moet worden. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Reactie college Wethouder Slikker wilde vooral bij de commissie ophalen hoe men denkt over het zorgdomein op lange termijn en is verheugd dat de fracties behoorlijk eensgezind zijn over de gewenste richting. Iedereen gelooft in sterke gemeenschappen en vindt dat de gemeente daar voortvarend aan moet blijven bouwen. Ook wordt de noodzaak voor sterke sociale teams door iedereen gevoeld. Het klopt dat de commissie niet veel te kiezen heeft qua tempo. Een radicale omschakeling is ongewenst, omdat het nieuwe aanbod dan nog niet beschikbaar is als de huidige zorg wordt afgebouwd.

De lange termijn is niet mogelijk, omdat de huidige zorg niet houdbaar is. In de komende raadsperiode moet goed afgewogen worden of er een versnelling of vertraging nodig is.

6

Daarvoor is adequate monitoring nodig, niet alleen van aantallen, cijfers en euro's, maar ook van de verschuiving van zorg. Nu is er geen KPI voor het collectieve aanbod dat de gemeente heeft ontwikkeld en hoeveel mensen daar gebruik van maken. Belangrijk is om te zien in hoeverre de specialistische zorg kan afnemen, zonder dat het ten koste gaat van de zorgzaamheid. Themadossiers zullen belangrijk worden, los van de P&C-cyclus en de monitoring in het sociaal domein. De suggestie om inwoners en zorgverleners te betrekken bij de monitoring neemt hij ter harte. De heer Van Haren (VVD) vraagt om een visie op de wijkpleinen. Wethouder Slikker antwoordt dat de wijkpleinen in de basisondersteuning zijn meegenomen. Ze blijven een vaste basis in de wijk. Het burgerberaad gaf aan meer laagdrempelige ontmoetingsruimten te willen hebben. In de toekomst zullen de huidige wijkpleinen misschien gecombineerd worden met ontmoetingsplekken. Deze infrastructuur wordt steeds belangrijker in een ouder wordende samenleving. 8.

Toekomst vrijplaats Knoflook De voorzitter licht toe dat de SP, De Bossche Groenen en de PvdD de voorliggende discussienotitie hebben opgesteld oer de toekomst van de vrijplaats Knoflook. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) stelt dat vrijplaats Knoflook een sprekend voorbeeld is van een goed werkende gemeenschap. Knoflook bestaat uit een hechte en gevarieerde groep mensen, die samen een gemeenschap vormen. Iedereen kan al bijna twintig jaar bij Knoflook terecht voor een maaltijd, een gesprek, muziek, cultuur of tijdelijke huisvesting. Het kost de gemeente niets, maar levert enorm veel op. De overheid is verplicht om op te komen voor de zwakkeren in de samenleving. Knoflook doet na twintig jaar een beroep op de gemeente om te blijven bestaan. Het is goed dat er inmiddels gesprekken met de gemeente plaatsvinden, maar het initiatief verdient meer dan goede bedoelingen. De Bossche Groenen hoort graag of de commissie de meerwaarde ziet van vrijplaats Knoflook als plek voor ontmoeting en creativiteit en als vangnet voor mensen die elders moeilijk aansluiting vinden en of de commissie van mening is dat de gemeente moet helpen met het vinden van een nieuwe, betaalbare locatie. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt wat De Bossche Groenen bedoelt met 'betaalbaar'. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) antwoordt dat het de gemeente wat geld mag kosten.

De heer Romijn (PvdD) vindt vrijplaats Knoflook een belangrijk maatschappelijk initiatief. Het pand waarin Knoflook gehuisvest was, is inmiddels afgesloten, maar vanuit het college blijft het stil over oplossingen. Bij de ontwikkeling van de Bossche Stadsdelta heeft de gemeenteraad expliciet vastgelegd dat er ruimte moet zijn voor maatschappelijke en niet-commerciële initiatieven. De PvdD wil dat het college alles in het werk stelt om Knoflook te behouden. Als dat niet kan aan de Havendijk, dan moet er een alternatieve locatie worden aangeboden. Mevrouw Visscher (SP) vindt dat de gemeente een vrijplaats als Knoflook moet koesteren. Het enige wat men nodig heeft, is een locatie. De gemeente zou moeten bijdragen aan een tijdelijke, veilige oplossing op de huidige locatie en voor een permanente oplossing op een andere locatie. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat het CDA tegen het kraken van panden en het onrechtmatig toe-eigenen van andermans eigendom is. Bij kraken dient er strikt gehandhaafd te worden en krakers mogen geen voorrang krijgen op de woningmarkt. De heer Romijn (PvdD) vraagt wat het CDA vindt van leegstand en het feit dat er met woningen wordt gespeculeerd. De heer Ploegmakers (CDA) antwoordt hij niets toe te voegen heeft aan wat hij zojuist gezegd heeft. De heer Romijn (PvdD) vraagt wat het CDA van langdurige leegstand vindt.

De heer Ploegmakers (CDA) antwoordt dat er allerlei rechtsmiddelen zijn om daarvoor in te zetten. Daar staat het CDA volledig achter.

7

Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) vraagt of de heer Ploegmakers weet dat er een gebruikersovereenkomst is getekend met Knoflook en dat de vastgoedeigenaar blij was met het feit dat het pand niet verder verpauperde. De heer Ploegmakers (CDA) sprak zojuist in algemene zin. De antikraakwet waarop hij doelde, is bovendien pas ingevoerd nadat Knoflook het pand heeft ingenomen. Vrijplaats Knoflook is ontstaan na onrechtmatige toe-eigening van het pand. Het is goed dat er mooie initiatieven door zijn ontstaan. Het CDA stelt dat Knoflook zich kan melden bij de gemeente of zich kan aansluiten bij een andere organisatie, zodat ze ergens passende huisvesting kan vinden. Het CDA wenst Knoflook op dezelfde manier te behandelen als alle andere initiatieven in de gemeente. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) vraagt of het CDA de meerwaarde ziet van Knoflook en ook dat de groep niet te vergelijken is met andere initiatieven in de stad. De heer Ploegmakers (CDA) herhaalt dat er in Den Bosch veel goede initiatieven zijn en dat er veel mensen zijn die woon- of bedrijfsruimte zoeken. Hij vindt dat iedereen die ruimte nodig heeft gelijk behandeld moet worden door de gemeente. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) sluit zich aan bij het betoog van het CDA. Knoflook kraakt al twintig jaar het pand aan de Havendijk en dat is en blijft illegaal.

Gewoon ge-DREVEN vindt het prima dat het college meezoekt naar een oplossing, maar het hoeft niet de kartrekker te zijn. Met kosten voor ambtelijke inzet heeft de fractie geen probleem, maar huur- of verbouwingskosten wenst gewoon ge-DREVEN niet te betalen. De heer Romijn (PvdD) vraagt of gewoon ge-DREVEN het niet heel zonde vindt als het initiatief verdwijnt, terwijl de commissie bij het vorige agendapunt zo sterk betoogde dat een zorgzame samenleving gewenst is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) denkt dat er dan wel weer een ander initiatief ontstaat. Vrijplaats Knoflook is er illegaal gekomen en daar moet de commissie niet ineens anders over denken. Het huidige pand is verloederd en mag van gewoon ge-DREVEN worden afgebroken. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) vraagt zich af of gewoon ge-DREVEN de meerwaarde niet ziet van een initiatief als Knoflook. Als de vrijplaats wordt ontbonden, zullen veel mensen uiteindelijk bij de gemeente terechtkomen voor ondersteuning en dat kost ook veel geld. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) stelt dat elk burgerinitiatief waardevol is, maar dat de gemeente niet altijd de kosten hoeft te betalen. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) wil helemaal nog niet over kosten spreken. De gemeente kan Knoflook ook helpen aan een ander leegstaand pand.

De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) kan zich voorstellen dat gemeentelijk vastgoed wordt aangeboden, zolang men maar huur gaat betalen. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) verwijst naar het supportershome van FC Den Bosch dat met een financiële bijdrage van de gemeente mogelijk werd gemaakt. Dat was ook een groep mensen die graag een plek wilde om bijeen te komen. Ze vraagt waarom dat voor deze groep niet zou kunnen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) antwoordt dat er voor FC Den Bosch een gedegen raadsvoorstel werd voorgelegd. Dat mist hij hier. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) ziet de maatschappelijke waarde van vrijplaats Knoflook. Het initiatief draagt bij aan een inclusieve stad en aan sociale cohesie. Wat kraken betreft, sluit Bosch Belang zich aan bij het standpunt van het CDA. Bosch Belang hoort graag of er al contact is geweest met andere initiatieven zoals Vincentius en De Paap. Samenwerking kan namelijk helpen om ruimte en middelen efficiënter te benutten. Als de gemeente helpt met een alternatief, gebeurt dat dan alleen voor Knoflook, of ook voor de

8

andere maatschappelijke initiatieven, die het financieel niet redden? Hoe wordt ervoor gezorgd dat dit eerlijk en transparant gebeurt? Bosch Belang wil de maatschappelijke waarde van Knoflook zeker behouden, maar wel op basis van samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid. De gemeente hoeft niet op zoek naar een nieuwe plek, maar moet kijken hoe alle maatschappelijke initiatieven die moeilijk rondkomen een betaalbare ruimte vinden. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) ziet het niet als corebusiness van de gemeente, maar heeft ook geen bezwaar tegen het meekijken naar alternatieve locaties voor Knoflook. Er ligt geen plicht of verantwoordelijkheid voor een oplossing, maar waarschijnlijk zijn er in Den Bosch diverse gebouwen waarin Knoflook gevestigd kan worden. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) vraagt of de heer Mees de motie kent die de raad in 2020 heeft aangenomen, waarin het college toezegt ruimte te bieden aan niet-commerciële initiatieven binnen de Bossche Stadsdelta, waarvoor ook ruimte werd gereserveerd. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt op dat er veel gebouwen leegstaan en dat er vast een passende oplossing bedacht kan worden. Het is echter niet de verantwoordelijkheid van de gemeente. De heer Elders (D66) noemt vrijplaats Knoflook een bijzondere plek in de gemeente. De maatschappelijke waarde erkent D66.

De gemeente moet echter wel duidelijk aangeven wat wel en wat niet mogelijk is. Voor D66 geldt: gelijke regels en gelijke behandeling voor iedereen. D66 vindt het redelijk dat het college, samen met de betrokkenen, de mogelijkheden bekijkt, maar wel binnen de bestaande kaders. Mevrouw Visscher (SP) vindt het frappant dat bij het vorige agendapunt bijna elke fractie sprak over 'niet tussen wal en schip vallen' en het bij het eerste geval waarbij dat dreigt te gebeuren, alleen wordt gezegd wat de gemeente allemaal niet moet gaan doen. Als raad zou ze graag de wens uitspreken om vrijplaats Knoflook te behouden. De heer Elders (D66) is het niet oneens met de SP. Hij hoort graag de stand van zaken van het college, want de wethouder heeft al eerder toegezegd dat het in overleg zou treden om de mogelijkheden te bespreken. Er zijn echter nog meer initiatieven die ook schreeuwen om ruimte en die moeten niet gepasseerd worden. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt wat D66 bedoelt met 'de bestaande kaders'. De heer Elders (D66) bedoelt dat de gemeente beleidskaders heeft voor het aanvragen van maatschappelijke ruimte. De heer Romijn (PvdD) vraagt in hoeverre D66 bereid is om creatief met dit verzoek om te gaan. Nu wordt aangegeven dat het zo'n goed initiatief is, maar vervolgens moet alles wel volgens de bestaande regelgeving verlopen.

De heer Elders (D66) denkt dat het vooral aan de initiatiefnemers is om een creatieve oplossing te vinden. D66 is benieuwd wat de opdracht aan het college wordt in de motie die naar aanleiding van de discussienotitie zal worden opgesteld. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of D66 afscheid neemt van het huidige Knoflook als blijkt dat dit initiatief niet binnen de huidige kaders gehuisvest kan worden. De heer Elders (D66) vindt dat te gemakkelijk gezegd, want D66 is niet de eigenaar van het pand of de subsidiegever van het initiatief. De maatschappelijke waarde wordt erkend, maar de illegale opzet van vrijplaats Knoflook schuurt wel met de mal die de gemeente doorgaans gebruikt voor het steunen van maatschappelijke initiatieven. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt waar D66 staat als blijkt dat het schuurt. De heer Elders (D66) antwoordt dat D66 voor gelijke behandeling staat. Er zijn veel initiatieven in de stad die aan allerlei regels moeten voldoen om gehuisvest te worden of subsidie te krijgen.

9

Die regels gelden ook voor Knoflook. De gemeente kan niet tegen alle andere initiatieven zeggen dat Knoflook zich als enige niet aan de regels hoeft te houden. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) vraagt waarom D66 Knoflook enerzijds een uniek initiatief noemt en het anderzijds vergelijkt met alle andere initiatieven in de stad. Vraagt dit unieke initiatief niet om een andere aanpak? De heer Elders (D66) kan zich dit voorstellen, maar hoort dan graag welke unieke oplossing wordt voorgesteld. De heer Van Silfhout (Volt) zegt dat Volt zich in grote lijnen kan vinden in de discussienotitie. Knoflook is een unieke organisatie en een kracht van het gebied Bossche Stadsdelta waar de gemeente zuinig op moet zijn. Volt verwacht dat de gemeente wat water bij de wijn moet doen als het gaat om tarieven voor huisvesting. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt hoe Volt aankijkt tegen het gelijkheidsbeginsel. De heer Van Silfhout (Volt) legt uit dat de gemeente een antikraakwet uitvoert, als ze stelt dat kraken in de mal van de gemeentelijke kaders moet passen. Het zou vreemd zijn als de gemeente een dergelijke wet ineens gaat uitvoeren, want dat leidt ook niet tot gelijkheid. Hij is er geen voorstander van om de antikraakwet te gaan uitvoeren vanwege de omstandigheden.

De heer Ploegmakers (CDA) heeft niet over de antikraakwet, maar over het gelijkheidsbeginsel dat van toepassing is op het uitgeven van gemeentelijk vastgoed. De heer Van Silfhout (Volt) benadrukt dat Knoflook ook uniek is, omdat het twintig jaar geleden een pand gekraakt heeft en zich daardoor jaren niet aan de wet heeft gehouden. Wat de gemeente hier nu mee gaat doen, is wel degelijk aan de antikraakwet verbonden. Als de gemeente niets doet, gaat de waarde van Knoflook verloren. Volt zoekt graag naar een oplossing, op basis van antikraaktarieven. De heer Van Haren (VVD) zegt dat de VVD de maatschappelijke meerwaarde van Knoflook erkent. Het initiatief heeft jarenlang aan de Havendijk mogen zitten, maar het pand was altijd al onderdeel van de ontwikkeling van de Bossche Stadsdelta en dus altijd een tijdelijke oplossing. Als het initiatief op legale wijze een nieuwe plek vindt in de gemeente, is dat prima en waardevol. De VVD ziet echter geen reden om het initiatief anders te behandelen dan andere maatschappelijke initiatieven in de gemeente. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) concludeert dat de VVD het geen probleem vindt als Knoflook ophoudt te bestaan als het geen legale plek vindt om zich te vestigen. De heer Van Haren (VVD) vindt dat het initiatief moet kunnen rekenen op de bestuurlijke en ambtelijke aandacht voor maatschappelijke initiatieven.

Mevrouw Korver (GroenLinks) zegt dat PvdA en GroenLinks de waarde van Knoflook erkennen en dat de fracties blij zijn met de rol die het college nu inneemt. Momenteel vinden zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau constructieve gesprekken plaats. GroenLinks en PvdA gaan ervan uit dat er een passende oplossing wordt gevonden en wacht dit graag even af. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) vraagt wat het standpunt is van GroenLinks-PvdA als de gesprekken niet tot een resultaat leiden. Mevrouw Korver (GroenLinks) vindt dat de rol van Knoflook en het vertrouwen in Knoflook onvoldoende wordt meegenomen in de discussie. Ook buiten de gemeenteraad om kan men tot een oplossing komen. Daar kan de raad zich wel hard voor maken. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) vraagt waarom Knoflook een hulpvraag heeft uitgezet als ze verwachten dat ze er zelf wel uitkomen. Mevrouw Korver (GroenLinks) zegt dat de hulpvraag is opgepakt. Er zijn stappen gezet en ze twijfelt of er nog meer nodig is.

10

De voorzitter geeft de indiener van de discussienotitie de gelegenheid om te reageren. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) weet dat er binnen Knoflook veel kennis is op het gebied van huisvesting en antikraak. Het is een professionele organisatie die de mogelijkheden overziet, maar die desondanks de gemeenteraad om hulp heeft gevraagd. Knoflook vraagt niet per se om een alternatief op de Tramkade. Men vraagt slechts om een gebouw, waarna men zelf de rest kan regelen. Vrijplaats Knoflook is niet vergelijkbaar met andere maatschappelijke initiatieven die al dan niet op de Tramkade gevestigd zijn. Knoflook heeft geen inkomsten, maar is een gemeenschap zonder doel om geld te verdienen of uit te geven. Veel fracties erkenden dat Knoflook uniek en bijzonder is. De Bossche Groenen bereidt een motie voor en zal nog met collega's in gesprek gaan om het doel te verduidelijken. 9.

Eindrapportages werkgroep Sociaal Domein en werkgroep Weener XL De voorzitter licht toe dat beide werkgroepen een eindrapportage hebben opgeleverd. Als eerste krijgt de heer Van Haren het woord voor een toelichting op de eindrapportage van werkgroep Sociaal Domein. De heer Van Haren (VVD) merkt op dat de werkgroep enkele uitdagingen heeft ervaren. Daarom is overwogen om een andere werkwijze aan te bevelen aan de volgende gemeenteraad. Hij dankt alle leden die hebben deelgenomen aan de werkgroep. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) dankt de heer Van Haren voor het voorzitterschap, dat hij goed heeft uitgevoerd. Ook de secretaris, de heer Kerkhoff, bedankt hij hartelijk voor zijn inzet. De heer Burg (De Bossche Groenen) dankt de deelnemers van de werkgroep voor hun inzet. De Bossche Groenen steunt de aanbeveling om te gaan werken met tijdelijke werkgroepen die per opdracht worden samengesteld. Dit zal leiden tot meer maatwerk en een betere focus op de thema's. De voorzitter geeft mevrouw Hoekstra het woord voor een toelichting op de eindrapportage van werkgroep Weener XL. Mevrouw Hoekstra (PvdA) is tevreden over de afronding van werkgroep Weener XL, waarvoor veel raadsleden zich hebben ingezet. Ze dankt ook mevrouw Craste en de heer van Genugten die tussentijds zijn uitgestapt.

De werkgroep heeft kunnen bijdragen aan een steviger structuur voor Weener XL en aan beter inzicht voor de raad in het functioneren van Weener XL. De werkgroep doet drie aanbevelingen aan de raad en hoopt dat de suggestie van een jaarlijks werkbezoek door de volgende raad ter harte wordt genomen. De heer Burg (De Bossche Groenen) merkt op dat er veel verbeterd is bij Weener XL. Er is veel geld ingezet om de medewerkers beter te faciliteren en er zijn wijzigingen in het management doorgevoerd. De Bossche Groenen is tevreden over de verbetering in de informatievoorziening naar de raad. Het werkbezoek heeft bijgedragen aan beter begrip voor de organisatie. De aanbeveling om het bezoek jaarlijks te herhalen vindt de fractie een goede. Een heikel punt blijft wel de positie van kwetsbare werknemers. De verbeterde klachtenprocedure moet zich nog bewijzen. Mogelijk wijzen de individuele klachten op een structureel probleem. De heer Ploegmakers (CDA) vond het werkbezoek ook waardevol. Het CDA is van mening dat dergelijke bezoeken leiden tot beter inzicht. Hij dankt de werkgroep voor de eindrapportage.

10.

Rondvraag en sluiting De heer Van Haren (VVD) stelt een rondvraag over de voortgang van 'Theater aan de Parade op niveau'. Hij had het idee dat de wijze van informeren over de ontwikkelingen bij Theater aan de Parade helderder kan. Met name de vergelijking met de situatie van vorig jaar was lastig. De VVD vraagt het college om dit te verbeteren. Wethouder Slikker erkent dat de voortgangsrapportage een wat andere indeling heeft dan het rapport van Berenschot. Dat komt doordat de raad maandelijks wordt geïnformeerd over het aantal bezoekers en de daarbij behorende inkomsten en daarnaast eens per kwartaal in een

11

vertrouwelijke rapportage wordt geïnformeerd over inkoop en andere strategische zaken. Het college hoort graag welke aanpassingen de raad wenst om de rapportages beter vergelijkbaar te maken, hoewel hij verwacht dat de tweede rapportage al meer duidelijkheid geeft, omdat deze vergeleken kan worden met de eerste. De heer Van Haren (VVD) is dat inderdaad van plan om hierover contact op te nemen met het college. Het gaat vooral om het inzichtelijker maken van de informatie en niet zozeer om aanvullende of verdiepende informatie. De voorzitter deelt mee dat de volgende commissievergadering plaatsvindt op 11 februari 2026. De uiterste inleverdatum voor de commissiestukken is 20 januari 2026. Hij bedankt iedereen voor de aanwezigheid en inbreng, wenst allen een prettige avond en sluit de vergadering om 20.38 uur.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16568053/1