CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Commissie Sociaal 12.02.2025

Commissie SOCIAAL 19 maart 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Vaststellen van het verslag van de commissie Sociaal van 12 februari 20254.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie SOCIAAL Verslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter Secretaris: (plv.) Commissieleden:

Collegeleden:

12 februari 2025 Raadzaal

J.J.M. Gersjes drs. E.A.A. Kerkhoff H.B. Bos, J.J.E.L. van Creij, mw. mr. Y. Doǧan, S.J.A. Elders BA, F.G.F. van Genugten, A.W.J.A. van Hattem LLB, F.J. van Haren, mw. F. Hoekstra-Wittebol, mw. R.F. van der Kallen-van der Donk, H.J.M. Mees, mw. ir. V.P.T. Muller-Laumans, W.J. Plasmeijer, mw. E. Samshuijzen, A.C. van Silfhout, mw. C.K.J. Visscher, mw. mr. C.H.A. van den Wildenberg P. Slikker en mw. mr. M.A.B. van der Sloot

Afwezig:

O. Çifçi, mw. M. Claessen, mw. E.C.M. van Diejen BSc, B.B.R. den Hartog, S.C. van Hasselt, T.A.J. Heijmans, ing. J.N. Kieft, mw. W.M. van de Leemput, ir. P.K. Schuurmans, mw. dr. Y. van Zaalen

Verslaglegging

mw. I. Wendt, DemiSec

1.

Opening en mededelingen De voorzitter heet allen, in de zaal en thuis, welkom bij de vergadering van de commissie Sociaal van 12 februari 2025. Er is bericht van verhindering ontvangen van de leden Claessen, Van Diejen, Kieft, Van de Leemput, Heijmans, Van Zaalen, Schuurmans, Çifçi en Van Hasselt. Mevrouw Van Opdorp is gestopt als raadslid en daarmee ook als commissielid.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter licht toe dat er twee raadsvoorstellen op de agenda staan: Het raadsvoorstel Zienswijze Kaderbrief GGD 2026 Hart voor Brabant Het raadsvoorstel Regioplan en centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2026- 2030 De commissie wenst over beide voorstellen beraadslagingen. Verder is er een rondvraag binnengekomen over evaluatie programma 'de Gestelse Buurt werkt' van de heer Van Haren, mevrouw Doǧan, en mevrouw Hoekstra.

3.

Vaststellen van het verslag van de commissie Sociaal van 27 november 2024 Het verslag van de commissie Sociaal van 27 november 2024 wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of het college een stand van zaken kan geven van de openstaande moties en of de griffie bij dit agendapunt voortaan standaard kan noteren welke moties en toezeggingen van de lijst verwijderd kunnen worden. De voorzitter zegt toe deze suggesties door te spelen aan college en griffie. Besloten wordt om de moties 5, 12, 31 en 35 en de toezeggingen 3 en 4 als afgedaan te beschouwen.

5.

Werkplanning De heer Van Haren (VVD) krijgt als voorzitter van de werkgroep Sociaal Domein het woord om de brief toe te lichten die met de commissie is gedeeld over de aanstaande woonzorgvisie. De werkgroep stelt voor om een hoorzitting te organiseren over de woonzorgvisie op maandagavond

1

24 maart 2025. Verder wordt voorgesteld om de raadsbehandeling van de woonzorgvisie uit te stellen tot april 2025. De commissie gaat akkoord met het voorstel. Raadsvoorstellen 6.

Zienswijze Kaderbrief GGD 2026 Hart voor Brabant De voorzitter licht toe dat de raad wordt gevraagd om de Zienswijze Kaderbrief GGD 2026 Hart voor Brabant vast te stellen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) hoort graag waarom long covid helemaal niet terugkomt in de stukken van de GGD. Ook viel op dat de kosten sinds 2021 zijn gestegen van € 34 naar € 45 per inwoner. Gewoon ge-DREVEN hoort graag of het mogelijk is om deze verhoging te beperken. Verder vindt de fractie het prima dat wordt ingezet op preventieve gezondheidszorg, maar kan ze dit niet geheel rijmen met de plannen om windmolens toe te staan. De heer Van Haren (VVD) is iets positiever over de kadernota dan vorig jaar, onder andere door de inzet om de vaccinatiegraad te verhogen, maar met name vanwege het groter financieel realisme. De VVD vindt het niet nodig om de zienswijze aan te passen en gaat akkoord met het voorstel. Mevrouw Doǧan (GroenLinks) zegt dat GroenLinks het cruciaal vindt dat de meest kwetsbare groepen en de essentiële preventieve taken van de GGD worden beschermd. Bezuinigingen mogen niet leiden tot grotere gezondheidsproblemen. De fractie is blij met de uitwerking van de motie ‘Scenario’s over seksuele gezondheid’ en met de kansen die er zijn om de voorlichting te verbeteren. Het zal wel de testcapaciteit onder druk zetten.

GroenLinks hoopt dat de GGD binnenkort meer inzicht kan geven in de toenemende vraag naar preventief testen. GroenLinks gaat akkoord met het voorstel en adviseert om het te agenderen als hamerstuk. De heer Plasmeijer (50PLUS) begreep dat de uitvoering van de motie over seksuele gezondheid € 350.000 kost, maar dat deze kosten worden betaald vanuit bestaande plustaken die de gemeente afneemt. Hij hoort graag met welke taken het voorstel dan moet concurreren. De heer Van Genugten (CDA) is vooral tevreden met de inzet voor het verhogen van de vaccinatiegraad en de samenwerking met GGD West-Brabant. Verder vindt hij het goed dat het college oproept om aandacht te houden voor de kerntaken van de GGD. Tegelijkertijd moet de GGD wel meebewegen met de nieuwe opgaven, zeker op het gebied van preventie. Het CDA heeft eerder zorgen geuit over vapen. Deze zorgen nemen alleen maar toe. De fractie ziet daarom graag dat het college dit onderwerp blijft aankaarten bij de GGD en bij voorkeur zelfs toevoegt aan de zienswijze. Het CDA stemt in met de zienswijze. De heer Elders (D66) stelt dat D66 met name uitkeek naar de verwerking van de motie over seksuele gezondheid, waarvoor inmiddels vier maatregelen zijn uitgewerkt. Drie daarvan, trainen, Gezonde School en een preventiecampagne vergen geen grote kosten en zou D66 snel willen inzetten.

Wel is het meer een keuze uit beleidsinstrumenten geworden dan een keuze uit scenario’s. Daardoor is het lastig om een integrale afweging te maken. D66 vraagt het college daarom om een aanvullende toelichting op het totaalpakket van plustaken. D66 zou de zienswijze willen agenderen als hamerstuk. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vindt de kadernota en de zienswijze er prima uitzien. De PvdD vindt het goed dat er aandacht is voor gezonde scholen. Naar aanleiding van het regenboogakkoord vraagt de fractie aandacht voor genderzorg en stelt voor om in de zienswijze op te nemen dat de mogelijkheden voor het instellen van een transgenderloket worden onderzocht. Mevrouw Visscher (SP) merkt op dat de uitwerking over seksuele gezondheid vooral informatief is, maar dat er niet echt keuzes worden gemaakt. Ook wordt niet duidelijk gemaakt wat de gevolgen zijn van bepaalde keuzes. De SP hoort graag welke keuze het college zou willen maken.

2

Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) stelt dat preventie essentieel is om de toename van zorgvragen te verminderen. Desondanks is het zorgelijk dat de GGD het personeelstekort niet weet aan te vullen. Efficiëntie en samenwerking zijn daarom hard nodig om de druk op medewerkers te verlichten. VOOR Den Bosch vindt het voorts belangrijk dat de vaccinatiegraad weer omhoog gaat: alleen door tijdig in te grijpen kan een gezondheidscrisis worden vermeden en de druk op het zorgsysteem worden verlicht. Mevrouw Hoekstra (PvdA) stelt dat het beeld van teruglopende budgetten in de zorg niet rooskleurig is en dat het goed is dat de GGD hierop anticipeert. De PvdA zou echter altijd scherp willen kiezen voor de inwoners die de zorg het hardste nodig hebben om zo gezondheidsverschillen te verkleinen. Voorts is de PvdA blij dat de GGD zich inzet om de vaccinatiegraad weer te verhogen. Het is daarvoor wel nodig om minder traditionele vormen van voorlichting in te zetten. De PvdA zou graag zien dat dit wordt opgenomen in de kaderbrief. Mevrouw Van der Kallen-van der Donk (Rosmalens Belang) sluit zich aan bij eerdere sprekers, met name bij de opmerking door het CDA over vapen. Dat wordt een steeds groter probleem en zou als een vorm van drugs beschouwd moeten worden.

De heer Van Silfhout (Volt) stelt dat Volt had gevraagd om budgetneutrale scenario’s voor het verbeteren van de seksuele gezondheid en nu een menukaart krijgt voorgeschoteld met vier opties, waarvan de belangrijkste eerst nog beter uitgewerkt moet worden. Geen enkele optie in het menu verhoogt echter de testcapaciteit en dat is waar de gemeenteraad om gevraagd had. Volt hoort graag hoe de wethouder het niveau van de informatievoorziening door de GGD beoordeelt, uitgaande van de vraag die de raad heeft gesteld. De GGD wil meer outreachend gaan werken, maar doet dit slechts door een verschuiving van de middelen: er komen niet méér spreekuren, maar alleen op andere locaties. Volt staat op dit punt achter de zienswijze, maar verwacht niet dat de spreekuren hierdoor verbeterd worden. Het lijkt Volt belangrijk om uitgewerkte scenario’s van de GGD te krijgen die aansluiten bij de landelijke beleidsvoornemens en bezuinigingen. Daarbij zou meegenomen moeten worden dat bij de voorgestelde spreekuren over seksuele gezondheid onder jongeren nog geen informatie werd verstrekt over risicogroepen, zoals dak- en thuislozen en sommige groepen migranten. De fractie wil graag een uitsplitsing van deze spreekuren naar verwachte effectiviteit en kosten en hoe dat binnen het totaalbudget kan worden ingepast.

De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) sluit zich aan bij de betogen van de VVD en het CDA. Het is goed dat de GGD bewust omgaat met kostenstijgingen en deze structureel wil opvangen binnen de begroting. Wethouder Van der Sloot reageert op de eerste termijn van de commissie. Het belang van preventie is veelvuldig genoemd en wordt volledig onderschreven door het college. De GGD is ook sterk gericht op gezondheidspreventie. De meest kwetsbare groepen hebben daarbij altijd bijzondere aandacht. Voor de financiën is veel aandacht bij de GGD en in de kadernota. Een financieel gezonde GGD is noodzakelijk voor de gemeente. De kosten, die tijdens de coronaperiode flink waren gestegen, zijn nu weer op een normaal niveau gekomen. In de stukken wordt een mogelijk vergaande samenwerking met een andere GGD genoemd. De gemeente vindt het nog steeds belangrijk dat de zorg dichtbij geleverd wordt, maar door op iets grotere afstand samen te werken kan dat financiële voordelen opleveren. Er werd opgemerkt dat de kosten per inwoner stijgen. Dat is al een aantal jaren het geval, doordat er wat verschuivingen zijn geweest richting het basispakket. Ook zijn rijkstaken naar de gemeente verschoven. Dat maakt dat het tarief verhoogd is, maar die stijging wordt elders gecompenseerd. Over seksuele gezondheid is een motie aangenomen met de opdracht om scenario’s uit te werken.

In de stukken is informatie opgenomen die de GGD heeft aangeleverd. Daarbij wordt ook gesteld dat er keuzes gemaakt moeten worden, voordat de scenario’s verder worden uitgewerkt, bijvoorbeeld over de doelgroepen. Elk scenario kost geld, dus daarvoor moet dekking worden gevonden. Die kan komen uit het verminderen van de plustaken, zoals inzet van de JOGregisseur of het programma Kansrijke Start. Deze plustaken heeft de gemeente echter ook niet voor niets gekozen.

3

De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of de informatie van de GGD volgens de wethouder voldoende is om een keuze te kunnen maken. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat zij blij is dat de GGD informatie heeft geleverd, want het was best lastig om de informatie boven tafel te krijgen. Als er keuzes worden gemaakt, kan een inschatting van de kosten worden gemaakt. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt welke keuze de wethouder zou maken op basis van de voorliggende informatie. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat het college seksuele gezondheid al duidelijk op de kaart heeft gezet. Er is bij de GGD al een duidelijke verschuiving qua focus. Er is echter ook een rijksbezuiniging aanstaande, namelijk 10% op alle SPUK-middelen. Pas over twee maanden wordt duidelijk of deze korting wordt doorgevoerd en moet de raad gaan besluiten of het verstandig is om nu voor een bepaalde groep meer budget te gaan vrijmaken. De heer Van Silfhout (Volt) begrijpt alle financiële bezwaren. In de zienswijze worden als mogelijkheden genoemd: meer outreachend werken voor groepen met een verhoogd risico op een soa, preventie versterken en testcapaciteit efficiënter benutten. Alleen preventie versterken is als menu-optie opgenomen. Volt hoort graag wat de wethouder verstaat onder het versterken van preventie en welke van de vier onderwerpen hierin volgens haar terugkomen.

Wethouder Van der Sloot verwijst naar een eerder debat, toen het college aangaf dat er al een systeem bestaat om te testen op soa’s en actie te ondernemen. Het college was tevreden met deze werkwijze, maar de raad wilde het systeem opplussen en vroeg om informatie om hierover te kunnen besluiten. Dat is vervolgens gebeurd. De heer Van Hattem (PVV) heeft de motie destijds gesteund en doet als dekkingsvoorstel de suggestie om de werkzaamheden in de kadernota die vallen onder “onderzoek klimaatverandering” te schrappen. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat die werkzaamheden in het basispakket zitten en dus niet geschrapt kunnen worden. De heer Elders (D66) vraagt wanneer de gemeenteraad een uitspraak moet doen over de doelgroepen. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat het niet noodzakelijk is om te besluiten vóór de vaststelling van de kadernota. Wel moet bij de GGD gecheckt worden of men voldoende personele capaciteit heeft om het gewenste scenario uit te voeren. Over transgenderzorg antwoordt de wethouder dat de gemeente niet alleen de GGD hiervoor inzet, maar vooral de Mutsaersstichting en de RIOZ. Verder werd verzocht om aandacht te vragen voor de problemen met vapen. Vapen wordt niet expliciet genoemd in de zienswijze, maar het is wel iets waar de GGD aandacht aan besteedt.

Als de commissie vindt dat er extra aandacht voor nodig is, kan ze een amendement op de zienswijze indienen. De heer Van Genugten (CDA) reageert dat er een motie is aangenomen om vapen aan te pakken. Hij verwacht dat er achter de schermen al van alles gebeurt om het vapen terug te dringen, maar hij zou er ook graag voor de schermen, en dus in de zienswijze, aandacht aan besteden. Wethouder Van der Sloot herhaalt dat het via een amendement kan worden verwerkt in de zienswijze. De heer Van Silfhout (Volt) zou graag van de GGD een uitsplitsing krijgen van de hoogrisicogroepen: dak- en thuislozen, migranten met verhoogd risico en praktisch opgeleiden, inclusief een inschatting van de effectiviteit van te nemen maatregelen. Ook had hij in de eerste termijn gevraagd of het college zich realiseert dat het outreachend werken alleen een verschuiving betekent en geen intensivering.

4

Wethouder Van der Sloot erkent dit laatste, maar kan zich voorstellen dat de voorgestelde werkwijze beter werkt. De vraag om de uitsplitsing vindt ze lastig, want dat onderzoek vraagt veel tijd en capaciteit. Ze hoort graag of dit een breed gedragen wens is van de raad. De heer Van Silfhout (Volt) verwacht geen groot onderzoek, maar een overzicht van de risicogroepen, plus een inschatting van hoe effectief de groepen bereikt kunnen worden. Wethouder Van der Sloot vraagt of Volt dit voor risicogroepen wil of voor iedereen. De heer Van Silfhout (Volt) antwoordt dat Volt graag een uitwerking wil van alle doelgroepen die de GGD zelf als hoog-risicogroep ziet. Wethouder Van der Sloot zal buiten de vergadering verder afstemmen wat Volt precies wil laten onderzoeken. De voorzitter geeft de commissie gelegenheid voor een tweede termijn. De heer Van Silfhout (Volt) concludeert dat er geen extra middelen worden geëffectueerd voor het vergroten van de seksuele gezondheid, waardoor Volt de zienswijze onvoldoende vindt en een amendement zal indienen. De fractie zou vooral de opties 2 tot en met 4 willen inzetten. Daarnaast vraagt Volt aandacht voor het pluspakket PrEP. Sinds augustus 2024 is PrEP van een pilot naar de algemene aanvullende seksuele gezondheid gegaan. De beperking van het budget is gewoon rijksbeleid.

Volt wil graag dat de gemeente dit pluspakket gaat gebruiken, ook als het rijksbudget onvoldoende is. Ook hoort de fractie graag of het college een doorkijk kan geven naar aanstaande landelijke beleidswijzigingen. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat de plustaken geen onderdeel zijn van de kadernota, maar van de basisondersteuning. Daarover is de gemeenteraad eind 2024 geïnformeerd. Over de landelijke wijzigingen informeert het college de raad graag, zeker als er taken van het rijk naar de gemeente worden verschoven. Op dit moment is daar echter nog niets over bekend. De voorzitter concludeert dat het CDA en Volt van plan zijn om een amendement in te dienen en dat het voorstel als licht bespreekstuk zal worden geagendeerd voor de raadsvergadering. 7.

Regioplan en centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2026-2030 De voorzitter licht toe dat wordt voorgesteld om het regioplan Thuis in de wijk vast te stellen en geen zienswijze in te dienen op de voorgenomen centrumregeling. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zou een zienswijze willen indienen dat de regiogemeenten ook een taak hebben in het voorzien in opvangplekken voor beschermd wonen. Nu heeft Den Bosch 35 of 36 plekken en de kleinere gemeenten hooguit 2 of 3. Gewoon geDREVEN hoort ook graag of het advies van de Wmo-adviesraad alleen gaat over Den Bosch of over alle deelnemende gemeenten. Tot slot wordt de gemeenteraad gevraagd om plannen vast te stellen voor de periode 2026-2030. Gewoon ge-DREVEN vraagt een toezegging van de wethouder om de komende gemeenteraad jaarlijks te informeren, bijvoorbeeld via een raadsinformatiebrief, zodat die eventueel kan bijsturen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) heeft begrepen dat het niet mogelijk is om in een centrumregeling harde afspraken te maken om het budget voor het sociaal domein te behouden. Ze vraagt of de gemeenteraad van Den Bosch dan moet besluiten dat het geld behouden blijft voor het sociale domein als er een tussentijdse uitkering komt. De heer Van Genugten (CDA) complimenteert het college met de wijze waarop beschermd wonen en maatschappelijke opvang gestalte krijgen.

Het CDA steunt de aanbevelingen van de Adviesraad Wmo en Jeugd, met name over het opvoeren van de druk op Den Haag dat er bij verschuiving van taken ook budget worden meegeschoven. Ook de aanbeveling om gebruik te maken van ervaringsdeskundigheid vindt het CDA belangrijk, overigens niet alleen voor het sociaal domein, maar voor alle beleidsterreinen.

5

Mevrouw Muller-Laumans (D66) zegt dat D66 groot voorstander is van de transformatie van grootschalige opvang naar kleinere opvangvormen en spreiding over de regio. Het regioplan is zorgvuldig opgesteld en krijgt de steun van D66. Mevrouw Visscher (SP) zet vraagtekens bij de democratische controle op de regeling. In het document wordt de administratieve druk voor raden, colleges en ambtenaren genoemd. Daarom wordt het beleid niet elk jaar geëvalueerd. De SP denkt dat het ook raakt aan de administratieve druk voor zorginstellingen die aan vele gemeenten verantwoording moeten afleggen. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt zich af of er een convenant met de regiogemeenten kan worden afgesloten om de afspraak over opvangplekken wat harder te maken. Ook een punt van zorg is dat de vele ambities niet haalbaar zijn door gebrek aan personeelscapaciteit. Tot slot vindt Leefbaar ’s-Hertogenbosch het verstandig om zorgfraude aan te pakken. De heer Van Haren (VVD) stelt dat de inzet, samenwerking en financiën op beschermd wonen en maatschappelijke opvang tijdens de looptijd van het huidige regioplan goed zijn geweest. De doorstroom naar kleinschaliger opvang is op gang gekomen en de regiogemeenten nemen voor het eerst in jaren wat verantwoordelijkheid door zelf locaties te openen. De VVD deelt de bezorgdheid van de heren Mees en Van Creij, maar ziet wel een positieve beweging.

De VVD stemt van harte in met het voorliggende voorstel. Mevrouw Van der Kallen-van der Donk (Rosmalens Belang) zou graag zien dat geheel Den Bosch bij de ggz onder één postcodegebied valt. Nu zijn er postcodes in Nuland en Vinkel die een andere postcode hebben. Mensen die zich vanuit Vinkel of Nuland aanmelden bij Koo worden daardoor foutief doorverwezen. De heer Plasmeijer (50PLUS) stelt dat het regioplan is aangepast met de transformatie maatschappelijke opvang en de aanpak van dakloosheid. In het regioplan staan echter twee zaken die verduidelijking behoeven. De ambitie is om per 2030 geen daklozen meer te hebben. Daar zijn echter niet de middelen en de mogelijkheden voor. 50PLUS zou liever een wat realistischer ambitie in het regioplan opnemen. De oplossing zou “maatwerk” zijn. Hij twijfelt eraan dat dit helpt en vreest dat het slechts managementtaal is zonder inhoud. In diverse steden loopt een pilot om dakloze arbeidsmigranten een baan met huisvesting aan te bieden of ze te helpen met terugkeer naar het land van herkomst. Hij vraagt het college of Den Bosch hier ook iets aan kan doen. De heer Van Hattem (PVV) vindt de doelen in het regioplan erg algemeen en daardoor lastig toetsbaar. De PVV maakt zich zorgen over de kwaliteit van beschermd wonen. In Rosmalen is een locatie gesloten omdat de kwaliteit onder de maat was.

De PVV hoort graag hoe de gemiddelde kwaliteit is en hoe dergelijke toestanden in de toekomst worden voorkomen. 20% van de cliënten gaf een onvoldoende voor de woon- en opvangvoorziening, meestal omdat het er onhygiënisch is. Vorig jaar is uitgebreid stilgestaan bij de overlast die hostels voor drugsgebruikers geven. In het regioplan wordt de overlast benoemd, maar hoe deze aangepakt wordt, is niet beschreven. Dat hoort hij graag van de wethouder. In het regioplan wordt een koppeling gemaakt tussen het oplossen van dakloosheid en sociale huur. In hoeverre is het niet vinden van een sociale huurwoning de oorzaak van dakloosheid? En krijgen daklozen met een urgentieregeling voorrang op statushouders bij het verkrijgen van een sociale huurwoning? De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Slikker begint met de vraag hoe de gemeente de komende jaren kan controleren of het beleid goed wordt uitgevoerd. Dat gaat via de P&C-cyclus, via de monitor, een tweejaarlijkse rapportage aan de gemeenteraad, het tertiaal bericht en de ETHOS-telling in 2027. Diverse fracties vroegen wat de regio doet aan opvang, gerelateerd aan de centrumgemeente. Den Bosch zorgde als centrumgemeente tot voor kort voor nagenoeg alle opvangplaatsen. Inmiddels hebben de regiogemeenten zo’n 50 opvangplekken voor dak- en thuislozen.

Ook het aantal BW-voorzieningen is stijgende.

6

De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zou dat in de zienswijze graag benadrukt zien. Wethouder Slikker antwoordt dat de kern van het regioplan is dat er een verschuiving plaatsvindt van centrumgemeente naar regiogemeenten. Ook voor langdurig verblijf is in de regio de bereidwilligheid om mee te werken toegenomen. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt hoe de afspraken tussen Den Bosch en de regiogemeenten worden vormgegeven. Wethouder Slikker antwoordt dat de afspraken deels in het regioplan zijn opgenomen, bijvoorbeeld over de toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Uitgangspunt is dat de gemeente van instroom ook de gemeente van uitstroom is. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of Den Bosch ook kan optreden als een van de regiogemeenten zich niet aan de afspraken houdt. Wethouder Slikker antwoordt dat dit gebeurt als gemeenten niet leveren. Een grote verandering is echter dat voorheen in kleine gemeenten werd gedacht dat het niet of nauwelijks voorkwam. Inmiddels is uit de ETHOS-tellingen gebleken dat het ook de kleine gemeenten treft. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) concludeert dat het percentage van het aantal daklozen dat Den Bosch opvangt, gaat dalen. Wethouder Slikker verwacht dat wel. In de regiogemeenten zullen dan meer kleinschalige opvangvoorzieningen geopend zijn.

De PvdD vroeg naar het overschot op de regionale regeling voor BW en MO. Dat budget kan worden afgeroomd, zodat het naar de gemeenten terugvloeit. De gentleman’s agreement is dat deze overschotten lokaal besteed worden binnen het sociaal domein. Het CDA vroeg naar ervaringsdeskundigheid. Zowel voor het opstellen als het implementeren van beleid heeft de inzet van ervaringsdeskundigen grote meerwaarde. Leefbaar ‘s-Hertogenbosch vroeg naar de personeelscapaciteit. In beschermd wonen is het vooral lastig om mensen te plaatsen met triple problematiek. Daar is ook personele capaciteit een knelpunt. De gemeente heeft goed overleg met zorgaanbieders om ambulante of intramurale zorg in te zetten. Rosmalens Belang heeft al eerder een opmerking gemaakt over het probleem met verschillende postcodes, maar het is het college niet duidelijk wat er misgaat. Misschien wordt bedoeld dat het een knelpunt is in het kader van de Zorgverzekeringswet. De wethouder hoort graag voorbeelden, zodat hij kan onderzoeken wat het exacte probleem is. 50PLUS vroeg naar dakloosheid onder arbeidsmigranten. Een deel van de daklozen zijn arbeidsmigranten die hun shortstaybaan verloren zijn. De gemeente helpt hen terug te keren naar werk of naar het land van herkomst. Er lopen nu vijf pilots in Nederland. Den Bosch wil geen eigen pilot, maar wil het graag met de hele regio oppakken.

Kwaliteitstoezicht is heel belangrijk. De zorgaanbieder waarover destijds werd geklaagd, had met name cliënten met een Wlz-indicatie. Daar heeft de gemeente weinig zicht op. Met de regionalisering van het toezicht wordt de controle scherper. Het overgrote deel van de zorgaanbieders verleent echter naar eer en geweten de best mogelijke zorg. De overlast bij hostels werd genoemd. Die valt de laatste tijd erg mee. Er zijn soms incidenten, maar er is goed contact met de beheergroepen en er wordt voldoende beveiliging ingezet. Kortom, er wordt goed geacteerd als er iets misgaat. De heer Van Hattem (PVV) vraagt nog naar de urgentie van aandachtsgroepen bij sociale huurwoningen. Daarnaast merkt hij op dat hij wel degelijk signalen krijgt van overlast en dat jonge meiden niet door de polder durven te fietsen, omdat ze dan dichtbij opvanglocaties moeten rijden. Wethouder Slikker weet dat het stigma op de doelgroep dak- en thuislozen en cliënten van beschermd wonen erg groot is. Mensen zijn nog steeds bang om langs ze te fietsen, maar in de praktijk blijkt er nauwelijks iets te gebeuren. In Den Bosch wordt een derde van de sociale huurwoningen per loting aangeboden aan reguliere spoedzoekers, een derde op basis van inschrijftijd en een derde op basis van urgentie. Binnen die urgentie vallen veel doelgroepen, waaronder de dak- en thuislozen, maar ook statushouders.

5% van de sociale huurwoningen in de urgentiegroep wordt toegewezen aan statushouders. Met

7

de regiogemeenten wordt momenteel afgesproken dat zij ook dergelijke percentages gaan invoeren. De heer Van Hattem (PVV) vraagt wat er precies bedoeld wordt met ‘aandachtsgroepen’. Wethouder Slikker antwoordt dat in de regionale woondeals een categorie is opgenomen die ‘aandachtsgroepen’ heet. Dit zijn mensen met reguliere urgentie, dak- en thuislozen, uitstroom uit jeugdzorg en statushouders. De voorzitter concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en vraagt hoe het voorstel geagendeerd moet worden. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) heeft na de beantwoording door de wethouder geen plannen om een zienswijze in te dienen. De heer Van Hattem (PVV) vond de uitleg van de wethouder duidelijk, maar overweegt nog een zienswijze op enkele kleine punten. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering. Overige agendapunten 8.

Rondvraag en sluiting Er is een rondvraag binnengekomen over de evaluatie van het programma ‘De Gestelse buurt werkt’. De heer Van Haren (VVD) geeft een toelichting, mede namens de fracties van PvdA en GroenLinks. De Gestelse buurt en het wijkgericht werken zijn erbij gebaat om de evaluatie met bijsturingsmogelijkheden dit jaar uit te voeren, zodat de resultaten kunnen worden meegenomen naar de volgende raadsperiode. De fracties horen graag of het college dit inzicht deelt en zo ja, hoe dit georganiseerd gaat worden. Wethouder Slikker antwoordt dat het college het inzicht deelt. De looptijd is tien jaar, wat betekent dat er in 2026 geëvalueerd moet worden. Het verzoek om het al in 2025 te doen, is logisch, want dan zijn de inzichten beschikbaar aan het begin van de nieuwe bestuursperiode. Het college zal de evaluatie laten uitvoeren en eind van het jaar de resultaten aan de gemeenteraad aanbieden. De voorzitter deelt mee dat de volgende commissievergadering plaatsvindt op 19 maart 2025. De uiterste inleverdatum voor die vergadering is op 18 februari. Hij bedankt iedereen voor de aanwezigheid en inbreng, wenst allen een prettige avond en sluit de vergadering om 20.18 uur.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15281702/1