CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Commissie Omgeving 2024-01-16

Commissie OMGEVING 20 februari 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Vaststellen van het verslag van 16 januari 202412.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Commissie OMGEVING Conceptverslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:

Collegeleden:

16 januari 2024 Raadzaal

F.J. van Haren mr. G.L. Pijnenburg H.B. Bos, J. Broekmeulen, M.C. Dupuis, J.J.M. Gersjes, W.B.G. Hoeben, drs. P.E. Kagie, mw. M.A.J.T. Korver-van Weegberg, mw. J.M. Klerks, mw. W.M. van de Leemput, A.A.J. van der Leest, mw. mr. drs. R. Lipman, mw. ir. V.P.T. Muller-Laumans, mr. S.J.M. Peters, M.G.H. van Rens, mw. E. Samshuijzen, ing. J.P. Verhoef BEd, mw. N.R. Verreijt, K.M. Vossen, mw. mr. C.H.A. van den Wildenberg P. Slikker

Afwezig:

J.M.A. van der Els, E.R.F. Esser, L.A.J. van Griensven, mw. A. Hernández, J.Th.M. van Hoek, M.P. Kagie, mw. W.A.M.H. Parijs, B.F.C. Roovers, A.C. van Silfhout

Verslaglegging:

E.J. Wendt, DemiSec

1.

Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en heet iedereen welkom. De heer Van Rens wordt onder acclamatie welkom terug geheten na een periode van afwezigheid door ziekte.

2.

Vaststellen van de agenda De heer Bos (GroenLinks) spreekt zijn verbazing uit over het tijdstip van indiening van sommige moties. De voorzitter inventariseert de gewenste inbreng bij agendapunten 6 en 7.

3.

Vaststellen van de verslagen van de commissie Omgeving van 28 en 30 november 2023 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.

4.

Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties De voorzitter verwoordt dat het college moties 12 (Molenpad Vinkel) en 14 (Duurzame landbouw op Bossche pachtgronden) als afgedaan beschouwt. Wat de laatste betreft hebben de PvdD en GroenLinks een voorstel ingediend om motie 14 niet als afgedaan te beschouwen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) licht toe dat het college deze voortvarend ter hand heeft genomen, maar dat het dictum van punt 2 van de motie niet is uitgevoerd. Het voorstel is de motie terug te leggen bij het college om alsnog punt 2 tot uitvoering te brengen. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) meent dat voldoende gehoor is gegeven aan de motie. De voorzitter stelt vast dat een meerderheid ermee instemt de motie op de agenda te houden. De heer Dupuis (SP) merkt over motie 12 op dat er nog steeds problemen zijn op de dagbesteding en verzoekt de motie aan te houden tot het college op de brief hierover reageert. De voorzitter stelt vast dat de commissie hiermee instemt. Aan de lijst bestuurlijke toezeggingen is op verzoek van de heer Van Rens de toezegging over de Routekaart Autoluwe binnenstad toegevoegd.

5.

Werkplanning 1

Hierover worden geen opmerkingen gemaakt. Raadsvoorstellen De voorzitter introduceert de nieuwe debatstructuur. 6.

Bestemmingsplan Herontwikkeling Terpeborch 1, Rosmalen De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) onderschrijft het principe van een leegstaand kantoorgebouw huurappartementen te maken. Gelet op de insprekers op dit onderwerp eerder deze maand blijkt het proces tot dit raadsvoorstel niet vlekkeloos verlopen. Aan de wethouder de vraag of reclamanten niet zijn geïnformeerd over tussentijdse wijzigingen. In dat geval is de vervolgvraag of de wethouder bereid is tot vervolgoverleg. De heer Vossen (PvdA) ziet in het plan een bijdrage in de woonambitie. Liever zag de fractie een wat langere instandhoudingstermijn, maar gemaakte afspraken zijn niet terug te draaien. Mede namens GroenLinks wordt opgemerkt dat de omgevingsdialoog regelmatig voor verwarring zorgt. Inwoners verwachten ook iets van de gemeente. De vormvrijheid leidt tot wrevel. De stap naar de dialoog – procederen – vormt voor veel mensen een drempel. Het is de vraag of de gemeente het goede doet door de vormvrijheid te behouden en zo de Omgevingswet goed uit te voeren. Bij een omgevingsdialoog zou de Bossche standaard mogelijk meer duidelijkheid en daarmee rust geven. De heer Dupuis (SP) betreurt de ontevredenheid aangaande de omgevingsdialoog. De fractie uit haar zorgen over het feit dat de huurwoning voor slechts vijftien jaar is gegarandeerd en niet onder de woningcorporatie valt.

Gegeven de groeiende woonproblematiek bestaat het risico dat de huurwoningen na vijftien jaar toch weer koopwoningen worden. Ook kan het pand van eigenaar verwisselen wat de vertrouwensrelatie met de huurders niet ten goede komt. De heer Broekmeulen (VVD) merkt op dat de omvorming leidt tot welkome nieuwe woningen. Dat volgens inspreker nauwelijks sprake zou zijn geweest van een omgevingsdialoog vraagt om een eigen reflectie van de wethouder. Ook de VVD hoort graag of de wethouder met de bewoners in gesprek wil over hun zorgen. De Bossche VVD merkt op dat het aantal parkeerplaatsen minimaal is: aan de parkeernorm wordt nipt voldaan. De terreinen in de omliggende wijken zijn krap opgezet voor auto’s. De fractie vraagt of het college naast naleving van de parkeernorm ook de leefbaarheid in de wijk in ogenschouw neemt. Gevraagd wordt of de twee-onder-eenkapwoning op dit terrein nodig is. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) noemt dit een plan dat veel eerder gerealiseerd had moeten worden. Kort voor het transformatieplan bedacht zij zich dat de bewuste locatie geschikt was voor woningen in plaats van kantoren. Dit plan past beter bij de omgeving, vult de krappe markt voor middenhuur aan en is een mooi voorbeeld van inbreiding. Inzake de dialoog wordt aangesloten bij eerdere sprekers.

Mevrouw Samshuijzen (PvdD) stelt dat het in de basis goed, efficiënt en duurzaam is op deze manier panden te hergebruiken. De fractie sluit aan bij eerdere opmerkingen over de omgevingsdialoog. De inzet van de gemeente op duurzaamheid in dit plan lijkt zowel in de ontwikkelals gebruiksfase minimaal. De gemeente kan zich ambitieuzer opstellen dan slechts de minimale wettelijke eisen naleven en initiatiefnemer prikkelen zich ambitieuzer op te stellen. De beelden van wateroverlast zoals door omwonenden gedeeld lieten de fractie schrikken. De fractie heeft begrepen dat de mogelijkheid van een extra waterbuffer via een wadi wordt bekeken. Het zou zonde zijn deze verbetering niet door te voeren. Mevrouw Lipman (CDA) vraagt zich af of er voldoende ontmoetingsruimte is in het plan. Er worden nu appartementencomplexen gerealiseerd losstaand van de woningen. Afgezien van de parkeerplaatsen lijkt er geen gedeelte buitenruimte te zijn. De fractie hoort de eerdere opmerkingen van andere fracties over de omgevingsdialoog. In het plan is een aantal wijzigingen opgevallen die juist het gevolg leken van die omgevingsdialoog. Kennelijk is de gemeente hier dan toch in tekortgeschoten. De vraag is of de halfvrijstaande woningen in het plan passen en of deze nodig zijn om het plan betaalbaar te houden.

2

De heer Van Rens (D66) geeft dat aan de fractie instemt met het plan. Daarbij wordt gekeken naar degenen die nu nog geen stem hebben op de woningmarkt. Over de omgevingsdialoog wordt opgemerkt dat daar vaak wordt gesproken door omwonenden van het plan, niet de mogelijke bewoner. Dat zou meer moeten gebeuren en vraagt wellicht om een brainstorm los van de aangenomen motie. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) sluit zich aan bij kritische opmerkingen van andere partijen en noemt het niet chic hoe dit is verlopen. Wel gaat de fractie akkoord met het voorstel. Reactie college Wethouder Slikker benadrukt dat alle elf woningen hard nodig zijn: de middelhuur, de sociale huur en de twee- onder-eenkapper. Die ‘packagedeal’ zorgt ook voor een haalbaar plan. De omgevingsdialoog is niet per se alleen gericht op het creëren van draagvlak onder alle inwoners. Van alle projecten in de gemeente is 80% inbreiding. Dat is altijd lastiger dan uitbreiding omdat mensen altijd een mening over hun leefomgeving hebben. Ook zijn er bewoners die er later zijn komen wonen die niet door de verkoopmakelaar zijn geïnformeerd en ook zichzelf niet hebben geïnformeerd. Zichzelf informeren over de plek waar iemand gaat wonen, is ook een verantwoordelijkheid van diegene zelf.

Voor een beeld over de omgevingsdialoog raadt de wethouder de raad aan om met iederéén te praten die aan de omgevingsdialoog heeft deelgenomen, niet alleen met degene die komt inspreken. Anders kan het onterechte beeld ontstaan dat mensen die niet tevreden zijn met het eindresultaat ook ontevreden zijn over de omgevingsdialoog. Het college beoordeelt de doorlopen dialoog als goed. Naar aanleiding van de dialoog zijn stevige aanpassingen doorgevoerd, zoals vermindering van het aantal grondgebonden woningen van drie naar twee en aanpassingen in het kader van de privacy. Dat sommige wijken een bepaalde parkeerdruk kennen of krijgen, hoort bij inbreiding. Aan de parkeernorm wordt voldaan. Inzake duurzaamheid wordt aan alle normen voldaan, met groene daken, insectenhotels, van het gas af, zonnepanelen, extra isolatie en bijna nul op de meter. Dat een bestaand pand niet wordt gesloopt, is zo’n beetje de grootste bijdrage aan duurzaamheid. Wat de PvdD extra wil, zou zij met de andere fracties in de raad moeten bespreken. Tweede termijn Mevrouw Samshuijzen (PvdD) toont begrip voor de opmerking over ruimte voor ontmoeten. De vraag is opportuun of de kwaliteit van de leefomgeving is gewaarborgd. Over kwaliteit en duurzaamheid heeft de fractie expres technische vragen gesteld, waarop geen inhoudelijk antwoord wordt gegeven.

Wel krijgt de fractie te horen dat er insectenhotels komen en bijna nul op de meter wordt gerealiseerd, terwijl dit zaken zijn die de fractie niet kan uitvragen. Dit sluit aan bij de technische vragen van 50PLUS over anterieure afspraken die niet inzichtelijk zijn. Gezien alle hier geplaatste opmerkingen over de omgevingsdialoog is het zaak als raad kritisch te bekijken hoe deze beleving in de toekomst kan worden voorkomen. De heer Van Rens (D66), bij interruptie, vraagt of de ontmoetingsruimte per plan moet worden gerealiseerd of dat ontmoeting op wijkniveau ook volstaat. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) stelt dat die ruimte er op redelijke afstand moet zijn. Dat hoeft niet per se binnen het plangebied zelf. Aansluitend op de genoemde wadi voor waterberging kunnen ook picknicktafeltjes of bankjes worden neergezet. De heer Hoeben (De Bossche Groenen), bij interruptie, vraagt in aansluiting op de genoemde anterieure overeenkomst met informatie die de raad kennelijk niet kent of er mogelijkheden tot verbetering denkbaar zijn. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) denkt dat in de toelichting op het plan veel meer niet privacygevoelige informatie kan staan dan nu het geval is. Anders zou de anterieure overeenkomst met privacygevoelige informatie weggelakt openbaar kunnen worden.

De heer Dupuis (SP) maakt uit de opmerking ‘packagedeal’ op dat wonen op de tweede plaats komt onder commerciële belangen. Daar ligt de zorg van de fractie, een stad gecreëerd op packagedeals. Dat is wat anders dan een leefbare stad.

3

Mevrouw Lipman (CDA) vraagt wat de SP verstaat onder packagedeals. De gemeente wil een Bossche mix van goedkoper, middel en duurder. De half vrijstaande woningen zijn nodig voor de betaalbaarheid. De heer Dupuis (SP) benadrukt dat de term ‘packagedeal’ niet van hemzelf, maar van de wethouder kwam. Liever ziet de SP dat met collectieve inspanning via overheidsgeld bij de woningcorporaties meer wordt gedaan en dat die minder commerciële belangen hebben. Woningcorporaties zouden minder van zo’n packagedeal uitgaan. Mevrouw Lipman (CDA) vraagt of sociale huur hier past. Dat de SP zoveel mogelijk sociale huur wil, is te begrijpen, maar dat moet ergens van worden betaald. Mensen die net iets meer verdienen dan voor de sociale huur verdienen ook een plaats. De heer Dupuis (SP) haalde de packagedeal vooral aan uit zorg dat de huurhuizen op zeker moment overgaan naar koop en onder het regime van speculatie gaan vallen of dat de verhuurders de woningen doorverkopen. Het gaat de SP op deze locatie niet zozeer om de mix. Dat hier een packagedeal aan ten grondslag ligt, versterkt wel de angst, omdat het project wordt opgestart op financiële gronden. De heer Van Rens (D66) geeft aan dat er al een Bossche mix bestaat, waarin woningcorporaties sociale huur bouwen en andere partijen middenhuur.

Dan is een initiatief vanuit de markt om woningen te bouwen los van de inzet van woningcorporaties te waarderen. De heer Dupuis (SP) verwacht van de commerciële partijen in de huursector niet de meest positieve bijdrage. Woningcorporaties zijn er voor de sociale én middenhuur. Daarnaast lijkt de mix nu verkeerd uit te pakken voor sociale huur en waarschijnlijk ook middenhuur. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) vraagt of er nog ruimte is om de huidige bewoners op detailniveau tegemoet te komen om zo een beroepszaak te voorkomen. Mevrouw Lipman (CDA) vindt het jammer dat de leibomen plaatsmaken voor een kokosscherm, al is te begrijpen dat dit uit de omgevingsdialoog komt. Leibomen hadden beter gepast en hadden bijgedragen aan een ruimte tot ontmoeting. Begrijpelijk dat bewoners meer privacy willen. Een bankje hier of daar zou al helpen. Tweede termijn college Wethouder Slikker geeft op het verwijt van de PvdD aan dat de technische vragen wel degelijk zijn beantwoord. Verwezen wordt naar bijlage 5. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat zij in de technische uitvraag wordt verwezen naar 5.12, waar staat ‘er worden zonnepanelen geplaatst’ en ‘de isolatie wordt verbeterd’. De fractie mist concrete ambities en doelstellingen. In de toekomst moet dit duidelijker en concreter. Dit kan alle kanten op. Wethouder Slikker bestrijdt dit laatste.

Een concrete vraag kan aan de voorkant van de commissie worden beantwoord, de vergadering is voor het politieke debat. Er is altijd overleg mogelijk. Een aantal insprekers gaf aan dit plan niet te willen op basis van regulier gebruik. Op dat niveau zijn de zorgen niet weg te nemen. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) heeft insprekers horen zeggen dat ze tegen onderdelen zijn, niet tegen het gehele plan. Wethouder Slikker verwijst naar de ingediende bezwaren en de weerlegging ervan. In een welles-nietesspelletje is er weinig ruimte om een stap te maken. De voorzitter stelt vast dat dit kan worden doorgeleid naar de raad van 30 januari a.s. en vraagt of er fracties zijn die raadsinstrumenten overwegen. De heer Broekmeulen (VVD), de heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) en mevrouw Samshuijzen (PvdD) willen dit binnen hun fractie bespreken. 4

7.

Bestemmingsplan Kanaalpark, Burgemeester Jonkheer von Heijdenlaan 8 Mevrouw Korver (GroenLinks, mede namens de PvdA) heeft geen moeite met een extra woning in dit ruim opgezette plan met ruime percelen. De Bossche mix blijft ver uit zicht bij particuliere initiatieven als deze. Dat zou in een strategisch woondebat meegenomen kunnen worden. In een wijk met veel sociale bouw is bijplaatsing makkelijker dan hier. Mevrouw Lipman (CDA), merkt op dat de nieuwe handelwijze het stellen van vragen op basis van de eerste termijn lastig maakt. De voorzitter erkent dit als een goed punt voor de evaluatie. Er zijn geen concrete vragen voor het college, zodat wordt overgegaan naar de tweede termijn. Mevrouw Lipman (CDA) vraagt of GroenLinks en PvdA dit onderwerp willen agenderen om te bezien of bewoners meer kunnen worden geënthousiasmeerd om daar sociaal te bouwen of dat de fracties dit initiatief bij de woningcorporaties willen laten. Mevrouw Korver (GroenLinks/PvdA) herkent hier een lastig punt. Ambtelijk doet men hier zijn best voor. Het is zaak gezamenlijk op strategisch niveau te onderzoeken aan welke knoppen kan worden gedraaid. De voorzitter vraagt of er fracties zijn die raadsinstrumenten overwegen. Dit is niet het geval, waarop dit raadsvoorstel als hamerstuk wordt doorgeleid naar de raadsvergadering.

Overige onderwerpen ter bespreking 8.

Conceptmoties Verkeersveiligheid De voorzitter merkt op dat naar aanleiding van de expertmeeting in oktober en het strategisch debat eind november twaalf conceptmoties zijn opgesteld, waarover heden wordt gedebatteerd. De schriftelijke reactie van de wethouder is eerder deze dag verspreid. Allereerst krijgen de hoofdindieners van de twaalf moties het woord voor een korte toelichting van maximaal anderhalve minuut per motie. Daarop volgt een reguliere termijn voor alle fracties. Na afloop van het debat kunnen alle indieners een hoofdconclusie voor hun eigen motie trekken. Het college komt hierbij niet aan het woord. Desgewenst kan de wethouder na afloop schriftelijk een politieke reactie geven. Toelichting moties: Mevrouw Muller (D66) geeft aan dat Volt en het PvdD de motie mede indienen. De motie vraagt het dragen van een fietshelm te stimuleren via een korting bij aanschaf. In tegenstelling tot reacties op social media is dit geen betutteling omdat het hier niet om een verplichting gaat. Het initiatief kan veel hoofd- en hersenletsel en ander leed bij ouderen voorkomen. Gebeurtenissen in iemands omgeving leiden ertoe dat mensen zo’n helm gaan dragen, weet de Roosendaalse D66-fractie uit eigen ervaring. Nieuwe regels zoals in de jaren zeventig het dragen van een autogordel zijn ook vaker betuttelend genoemd. Dit ís niet eens een regel.

De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch, mede namens De Bossche Groenen en VOOR Den Bosch) licht de motie Fatbikes, er zijn grenzen toe. De brief van de wethouder met een aantal collega’s tot ingrijpen via wetgeving in de snelheidsverhogende aanpassingen geeft aan dat deze gemeente zelf de handhaving steviger moet aanpakken. De regiopolitie Oost-Brabant heeft rollerbanken besteld voor het testen van de potentiële snelheid van fatbikes. De brief van de wethouder om daar niet voor te kiezen, begrijpt de fractie niet. De politie, het OM en de burgemeester bepalen in de Driehoek de inzet van dergelijke middelen. Jochies van dertien jaar zijn vaak te klein om zo’n voertuig onder controle te houden. Hoog tijd om die jongelui bij de scholen af te vangen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) verwijst naar een expertmeeting waaruit blijkt dat de meeste verkeersdoden en -gewonden fietsers zijn. Dat neemt fors toe. De snelheid heeft de grootste impact op de ernst van de verwondingen. De snelheidslimiet verlagen zorgt er het beste voor dat die snelheid omlaaggaat. Voor de fietspaden zou een nieuwe norm moeten worden neergelegd, te beginnen met het oppakken van werk met werk bij de grote fietsassen. 5

De heer Broekmeulen (VVD) heeft een conceptmotie aangeleverd over handhaving via meer flitskasten. Inwoners maken zich zorgen over de verkeersveiligheid. De eerdere expertmeeting wees uit dat naast handhaving flitskasten doeltreffend zijn om snelheidsovertredingen te voorkomen. Aan het college wordt gevraagd zich in te zetten voor meer van deze kasten. Spreker heeft ook een conceptmotie aangeleverd over de aanstelling van een omgevingsmanager, ook voor de kleine infrastructurele projecten. Veel mensen voelen zich niet betrokken bij het veiligheidsbeleid en de infrastructurele aanpassingen. Dit klinkt ook uit inspraakbijdragen in de raad. Een omgevingsmanager kan een waardevolle toevoeging zijn. Participatie aan de voorkant is ermee geborgd. De heer Vossen (PvdA, mede namens GroenLinks, Volt, PvdD, De Bossche Groenen) benoemt de motie om 30 km/u de standaard te maken in de Bossche wijken. Deze maatregel gaat de kleine groep echte verkeershufters niet aanpakken. Voor de grote groep Bosschenaren die incidenteel 5 tot 10 km/u te hard rijdt, biedt deze motie wel een oplossing. Er is een verschil tussen 60 of 40 rijden. Daarbij doet Den Bosch het al goed. Slechts 12% van de wegen, met uitzondering van de assen, kent nog geen 30km-regime. Verlagen van het maximum zal niet alle verkeersdoden voorkomen. Langzamer rijden doet de reactiesnelheid van bestuurders goed, zo is bewezen.

Hierdoor worden de jongeren en de ouderen minder kwetsbaar. Deze fundamenteel andere aanpak vergt lef en vertrouwen in de ambtelijke organisatie. Die 30 km/u is de stip op de horizon en tegelijk het vertrekpunt om met de verkeersdeskundigen te bezien waar wat wordt georganiseerd. De heer Dupuis (SP) vraagt duidelijke uitgangspunten voor de verkeersveiligheid in de bebouwde kom, zoals vrijliggende voetgangerspaden en autoluwe schoolomgevingen. Dit is verwoord in twee moties. Een eenduidig uitgangspunt leidt tot standaardisatie in aanpak, wat voor verkeersdeelnemers leidt tot bekendheid en een betere dialoog met de burger. De heer Bos (GroenLinks) pleit naast verlaging van de snelheidslimiet tot 30 km/u – verwoord in de gezamenlijke motie – voor het actualiseren en inclusiever maken van de data waarop besluiten worden genomen. Verlaging van de limiet heeft in het bijzonder op kwetsbaren een positief effect. De motie voor scherpere handhaving is met de VVD gedeeld. Met PvdA en 50PLUS wordt voorgesteld de gegevens van CBS en ziekenhuisopnames mee te nemen in de risicogestuurde aanpak. Met de PvdA en PvdD komt GroenLinks tot een voorstel om ervaring en kennis van inwoners onderdeel te maken van de integrale aanpak. GroenLinks merkt op dat de diverse fracties elkaar gezien het aantal moties en de overlap daarin nog onvoldoende hebben gevonden in de nieuwe structuur.

Als alle twaalf moties worden aangenomen, zadelen die de wethouder op met een heleboel vragen met een soms beperkte strategische meerwaarde. De heer Van der Leest (CDA) pleit voor een eenduidige inrichting van 50km-wegen, 30km-wegen, rotondes en kruisingen. Voor de binnenstad, rondom scholen, bij winkelcentra en sportparken wil de fractie een standaard van 30 km/u. Rotondes met fietspaden in twee richtingen blijken uit diverse onderzoeken onveiliger dan eenrichtingsrotondes. CROW adviseert daarom inrichting van eenrichtingsrotondes voor fietsverkeer. De motie van het CDA verzoekt het aantal rotondes met tweerichtingsverkeer zo snel mogelijk terug te brengen en te analyseren welke gevaarlijke kruispunten dicht bij scholen liggen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) onderschrijft de SP-motie dat de veilige schoolomgeving autoluw moet zijn. De fractie koppelt daaraan een verzoek tot opvolging en een proactieve aanpak van de bestaande situatie vanwege de daarover bestaande zorgen. Scholen moeten handvatten krijgen hiermee aan de slag te gaan. De acht richtlijnen voor een veilige schoolomgeving van Veilig Verkeer Nederland kunnen scholen niet zelf toepassen. De gemeente heeft hier een taak in. De school houdt de verantwoordelijkheid voor een goede inpassing in overleg met de omgeving.

Eerste termijn Mevrouw Muller (D66) verwijst naar de bijdrage in de vorige commissie waarin werd gemeld dat bijna driekwart van de verkeersgewonden in Nederland fietsers zijn. Behalve over de fietshelm is gesproken over een veiliger fietsinfrastructuur en een 30km-regime. 6

De heer Broekmeulen (VVD), bij interruptie, vraagt of die gewonden met name elektrische fietsers zijn. Mevrouw Muller (D66) geeft aan dat in de expertmeeting werd aangegeven dat dit verband niet duidelijk is aangetoond. Over de motie Fatbikes de vraag waar de extra handhavingscapaciteit vandaan kan komen, dus waar minder op kan worden gehandhaafd dan nu gebeurt. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang), bij interruptie, merkt op dat een handhaver zich niet tot de fatbike hoeft te beperken maar iedereen kan aanhouden. Mevrouw Muller (D66) stelt de vraag over de uiteindelijk beperkte capaciteit vooral aan de indiener. Gericht bij scholen controleren op fatbikes ligt in de lijn. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt dat de gemeente de dure plicht heeft ongelukken te voorkomen. Er moeten dan inderdaad afwegingen worden gemaakt, maar de politie heeft niet voor niets rollerbanken besteld voor dit type fatbikes. Mevrouw Muller (D66) vraagt waar dan minder op moet worden gehandhaafd. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) beantwoordt díe vraag niet direct, maar stelt dat ongelukken moeten worden voorkomen. De heer Van der Leest (CDA), bij interruptie, meent dat handhaven ook laagdrempeliger kan, met een lasergun. Het gaat uiteindelijk om de gemeten snelheid op de weg. Mevrouw Muller (D66) heeft, geen verkeersspecialist zijnde, niet over de middelen gedacht.

Als wordt gehandhaafd op het ene, is de vraag wat de gevolgen zijn voor de beperkte capaciteit. De heer Vossen (PvdA), bij interruptie op de eigen motie van D66 over de fietshelm, merkt op dat ouderen met een e-bike genoeg inkomen hebben om zelf een fietshelm te kopen. Mevrouw Muller (D66) zet in op ouderen omdat de oudere minder reactievermogen heeft, minder spierkracht en meer moeite met bewaren van het evenwicht dan de jongere weggebruiker. Ouderen vallen eerder van hun fiets. De fractie wil er niet van uitgaan dat alle ouderen dat zelf kunnen betalen. De achtergrond van de motie is ook dat mensen er over nadenken. De heer Vossen (PvdA) merkt op dat dergelijke middelen niet direct terechtkomen bij degenen die het nodig hebben. Mevrouw Muller (D66) wil zich niet beperken tot de 55-plusser met de kleine portemonnee. De heer Bos (GroenLinks), bij interruptie, stelt dat fietspaden niet ophouden bij de gemeentegrens. De provincie heeft op dit onderwerp ook een rol en meer impact. Mevrouw Muller (D66) stelt dat in de motie wordt gevraagd om een onderzoek naar de financieringsmogelijkheden om een vergelijkbare subsidieregeling uit te voeren, waarbij lokale, provinciale, rijks- en Europese middelen worden meegenomen. De heer Bos (GroenLinks) vraagt zich af waarin de gemeente leidend zou moeten zijn. De provincie past die rol in dezen beter.

Mevrouw Muller (D66) stelt dat de gemeente Den Bosch zelf wil dat 55-plussers zelf gaan nadenken over een fietshelm. Daar kan de gemeente dan ook een rol in spelen. De heer Bos (GroenLinks) ziet de gemeente eerder met de provincie in gesprek gaan in plaats van het onderzoek zelf uit te voeren.

7

Mevrouw Muller (D66) stelt dat het in gesprek gaan met de provincie ook deel uitmaakt van de motie en dat die ervan uitgaat dat het onderwerp breed wordt bekeken. De heer Dupuis (SP), bij interruptie, kent ook voorbeelden van jóngeren die vielen of blijvend letsel opliepen. Ook ouders kunnen zeggen dat zij hun kind liever met een helm zien fietsen. De vraag is hoe indiener aankijkt tegen het niet met name noemen van die leeftijdsgroep. Mevrouw Muller (D66) verwijst naar de eerder genoemde redenen. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch), bij interruptie, vraagt naar de korting in Limburg. Mevrouw Muller (D66) geeft aan dat deze € 25 bedraagt op een totaal aanschafbedrag voor een fietshelm tussen de € 60 en € 200. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang), bij interruptie, vraagt naar de mogelijkheid dat de plaatselijke fietsenmaker die korting zelf geeft. Dan heeft de klant de korting ook en hoeven andere burgers er niet voor op te draaien. Mevrouw Muller (D66) vraagt zich af een ondernemer daartoe genegen is. Daarbij is bescherming van de burger een overheidstaak, zeker de bewustwording vergroten door de burger erover te laten nadenken. De heer Van der Leest (CDA) vraagt D66 te onderzoeken of de korting via de Bossche Pas geregeld zou kunnen worden. Dat is een breed in te zetten middel en is niet stigmatiserend.

Mevrouw Muller (D66) kan de consequenties niet overzien: de Bossche Pas is iets nieuws waar nog ervaring mee moet worden opgedaan. De voorzitter merkt op dat het college daarmee kan komen. Mevrouw Muller (D66) vervolgt over de andere moties. Motie Fietspaden van morgen: er zijn meer ontwerpprincipes van belang voor de veiligheid. Uit de aanbevelingen blijkt dat de CROW vooral de breedte van het fietspad beoordeelt. Daarom de vraag of de aanbevelingen volledig genoeg zijn en waarom voor CROW is gekozen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) geeft aan dat de meeste andere richtlijnen al door de gemeente worden gevolgd. Mevrouw Muller (D66) begrijpt dat volgens indiener de overige aspecten zijn geborgd. Inzake de motie Verkeersveiligheid van kruispunten (CDA) wordt opgemerkt dat het bestuursakkoord stelt dat rotondes in twee richtingen niet meer worden aangelegd. Bij noodzakelijk grootschalig onderhoud wordt de mogelijkheid tot aanpassing bekeken. Gevraagd wordt in hoeverre dit soort rotondes objectief onveiliger is, wat de kosten van deze aanscherping van beleid zijn en hoe deze kosten worden gedekt. De motie 50 naar 30 tenzij (PvdA e.a.) roept de vraag op of een snelheidsaanpassing zonder infrastructurele aanpassing wenselijk is: gaat men zich eraan houden en hoe wordt gehandhaafd? De meningen verschillen.

Experts adviseren van 50 naar 30 tenzij fietsers een eigen rijbaan hebben in de bebouwde kom, ook als de infrastructuur niet is aangepast. Desgevraagd blijkt de gemeente zo’n dertig wegen zonder eigen fietsrijbaan te kennen. Gevraagd wordt waarom geen motie is ingediend ’50 naar 30, tenzij er een eigen fietsrijbaan is’. De heer Vossen (PvdA) stelt dat dit al in het dictum staat en citeert het onderhavige gedeelte. Mevrouw Muller (D66) stelt dat die passage ook ruimte biedt voor een wat soepeler interpretatie. De wenselijkheid wordt dan subjectief bepaald. De heer Vossen (PvdA) merkt op dat de voorkeur een specifieke weg eruit te lichten ook subjectief kan worden genoemd. Een verkeersdeskundige zal wellicht andere afwegingen maken. De PvdA zou die vrijheid bij deze ambtenaar willen laten.

8

Mevrouw Muller (D66) geeft aan dat tegen de achtergrond van de ambtelijke expertise alle hier vandaag besproken moties in een ander daglicht zouden komen te staan. De experts zijn heel duidelijk dat 30 de regel moet zijn als een eigen fietsrijbaan ontbreekt. Meer 30km-wegen is goed, maar de fractie had de motie liever anders geformuleerd gezien. De heer Bos (GroenLinks) vraagt of bij ‘30 tenzij’ de eigen fietsrijbaan voor D66 het enige criterium is en hoe de fractie aankijkt tegen de Koningsweg, waarover is afgesproken dat 30 er de limiet wordt óndanks de reeds aanwezige eigen fietsrijbaan. Mevrouw Muller (D66) merkt op dat over de Koningsweg veel wordt geklaagd over te hard rijden. Die klachten gaan niet over de verkeersveiligheid. Daar zijn er andere redenen om tot aanpassing van de limiet te besluiten. Voor fietsers is het er niet onveilig. De heer Bos (GroenLinks) stelt dat volgens deze redenering de Koningsweg 50 kilometer mag worden. De vraag is of dit strategisch debat de plek is om al die criteria vast te stellen of het ambtelijk apparaat vertrouwen te schenken en richtlijnen mee te geven op verkeersveiligheid en wenselijkheid. Mevrouw Muller (D66) benadrukt dat er ook andere redenen kunnen zijn om 30 km/u te rijden. Sowieso geldt dat als fietsers geen eigen rijbaan hebben, dat een goede reden is om naar 30 km/u te gaan.

De heer Bos (GroenLinks) merkt op dat de motie zoals die nu is beschreven ook voldoet aan de wensen van D66. Mevrouw Muller (D66) doet geen uitspraken voorafgaand aan ruggenspraak met de fractie. Zij blijft de passage subjectief vinden. Mevrouw Samshuijzen (PvdD), bij interruptie, geeft aan dat er talloze redenen voor 30 km/u te bedenken zijn, van veiligheid tot leefbaarheid. Daarnaast speelt mee dat het gedrag consequent moet zijn. Juist door die veelheid aan redenen wordt de motie ‘30 tenzij’ met die speelruimte op een bepaalde manier geformuleerd. Mevrouw Muller (D66) begrijpt dat, maar houdt vol dat met deze formulering 50 km/u kan worden gereden op een weg waar fietsers geen eigen rijbaan hebben. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of D66 zich in de motie kan vinden als die wordt aangescherpt met de garantie dat als er geen gescheiden rijbaan is er sowieso 30 km/u moet worden gereden. Mevrouw Muller (D66) stelt dat dit geldt binnen de bebouwde kom. Mevrouw Klerks (Volt) hoort in de vraagstelling een focus op 50 km/u als het kan. Doel van de motie is 30 km/u tot norm maken. Dat staat letterlijk in het dictum. Alleen in de ‘tenzij’ staat iets over doorstroomwegen. Mevrouw Muller (D66) geeft aan dat de strekking haar duidelijk is.

De heer Dupuis (SP) denkt dat in plaats van een discussie op woorden over wanneer wel en wanneer niet beter een uitgangspunt gekozen kan worden: deze gemeente wil 30 km/u, tenzij. Die tenzij hoeft niet te veel ingevuld te worden. Die transparantie kan ook worden gebruikt om de gemeente aan te spreken waarom hier geen 30 km/u geldt. Daar wil men voor gaan, dus is er geen noodzaak tot aanscherping. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) merkt op dat deze als strategische debatavond opgezette vergadering erg ingaat op details. Aansluitend op GroenLinks is ook deze fractie van mening dat de fracties zichzelf onvoldoende de tijd hiervoor hebben gegeven. Twaalf moties, dat zijn er nogal wat. De kern is of de snelheid wordt verlaagd of niet. De vraag is of de gemeente maatregelen gaat durven nemen en in hoeverre handhaving en preventie een plek krijgen. Alle moties bij elkaar tellen op tot vier richtingen: 9

Visie, met dank aan de PvdA: 30 tenzij, in plaats van 50 tenzij. Maatregelen voor de fiets (Motie 6, 7, 11 en eventueel 8) Handhaving (motie 2, 3) Preventie (motie 10, 1, 4, 9) Het zou spreker verbazen als de commissie het niet voor elkaar krijgt een paar moties bij elkaar te vegen en duidelijkheid te creëren in plaats van een debat van een uur over een fietshelm te voeren. De heer Broekmeulen (VVD), bij interruptie, vraagt wat de motie ‘30 tenzij’ volgens De Bossche Groenen toevoegt. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) stelt dat bij een uitbreiding in de Groote Wielen de 30 km/u direct van toepassing is omdat daar geen gescheiden fietspaden liggen en de weginrichting er niet geschikt voor is harder te rijden. De buurt vindt het fijner voor de leefomgeving. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt in welke wijk er geen 30 km/u wordt gereden op dit moment. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) wijst er op dat langzamer rijden vaak leidt tot efficiënter asfaltgebruik – makkelijker invoegen op de snelweg bij een verlaging tot 70 km/u - in plaats van de mythe dat zacht rijden de zaak op slot zet. Hij vraagt zich af waarom het overal zou werken, behalve in Den Bosch. De heer Broekmeulen (VVD) merkt op dat binnen wijken in principe 30 km/u al geldt en 50 km/u op de stukken waar dat kan. De vraag wat er met deze motie morgen anders wordt gedaan, is nog niet beantwoord.

De heer Hoeben (De Bossche Groenen) geeft aan dat als er geen argument is om 50 km/u te moeten rijden er 30 km/u wordt gereden. Als er geen inrichting ligt die 70 km/u verantwoord maakt, is 30 km/u de standaard. Dat is de norm, in plaats van 50. Daar hadden ook de verkeersdeskundigen tijdens de expertmeeting het over. De impact van een aanrijding is minder groot en consequenties voor de doorstroming zijn er niet. Dus waarom niet? Spreker vervolgt zijn bijdrage met een oproep om de komende weken te komen tot vier richtinggevende hoog-overmoties die recht doen aan het strategische debat dat is gevoerd. De strekking is dat een visie het uitgangspunt is. Handhaving, waartoe kennelijk de wens bestaat, zou in een richtinggevende motie vervat moeten worden. De heer Bos (GroenLinks) hoort De Bossche Groenen benoemen dat de motie CBS-cijfers niet onder strategische keuzes zou vallen en bevraagt hem daarop. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt niet dat dit geen strategische keuze is, maar de wethouder zegt dat het goed is, al gaan de ziekenhuizen er niet in mee. Er moeten wel ergens cijfers vandaan gehaald gaan worden, daarover zijn partijen het eens. De commissie kan best neerzetten dat het die bepaalde cijfers moeten zijn. Dan komt de wethouder maar met een alternatief als die een andere bron met hetzelfde effect verkiest.

Dat maakt niet uit, het gaat om de lijn: kleur bekennen en streven naar minder verkeersdoden op een strategisch niveau. Mevrouw Klerks (Volt) ziet in de moties vier hoofdlijnen terug, zoals eerder door De Bossche Groenen benoemd. Over de thema’s aanpassingen aan de infrastructuur, gedragsaanpassingen, bewonersparticipatie en handhaving geeft Volt haar standpunt. Wat de CBS-cijfers betreft: hoe vollediger een bron, hoe beter. Aanpassingen infrastructuur en gedrag. De 30, tenzij-motie dient de fractie mede in omdat met deze snelheid als norm de weg wordt vrijgemaakt om op termijn de infrastructuur in te richten naar die norm. Tot die tijd kan de gemeente met die snelheidsreductie als visie verhoging van de verkeersveiligheid bewerkstelligen door beïnvloeding van gedrag. Elke reductie scheelt slachtoffers, in hoeveelheid en ernst. ‘Tenzij’ geldt voor doorstroomwegen, mits voorzien van gescheiden fietspad. Deze motie is in de breedte een stap met lef en biedt ruimte daar waar nodig. Volt ondersteunt de moties Fietspaden van Leefbaar 's-Hertogenbosch en Voetpaden van de SP. Fietshelmen 10

Hoe veilig de inrichting ook, op eenzijdige ongevallen heeft de gemeente geen invloed. Fietsende ouderen vormen de grootste groep verkeersslachtoffers. Beschermende maatregelen bieden meerwaarde. In navolging van Limburg vrijwillig, niet verplicht. De gemeente kan een voortrekkersrol spelen. De heer Vossen (PvdA), bij interruptie, vraagt hoe Volt als progressieve partij aankijkt tegen het terechtkomen van dit soort maatregelen bij mensen met een dikke beurs en hoe tegen de suggestie van de Bossche Pas wordt aangekeken. Mevrouw Klerks (Volt) denkt dat zeker moet worden bekeken dat de korting, of een grotere korting, bij de juiste mensen terechtkomt. Zij onderschrijft het belang dat juist de smalle beurs hier gebruik van moet kunnen maken. Zij vervolgt haar bijdrage. Bewonersparticipatie De motie Laagdrempelig Participatie wordt ondersteund, al is die niet door Volt ondertekend. Van de motie Omgevingsmanager is de vraag wat deze rol significant toevoegt op laagdrempelige communicatie tussen burgers. Handhaving Het sentiment achter de Fatbike-motie begrijpt en ondersteunt Volt.

Het is de vraag in hoeverre de gemeente capaciteit voor handhaving en controle kan vrijmaken en waar het gewicht van de controle dient te liggen: thuisbezorgingsdiensten, scholen en waar op gehandhaafd dient te worden: fatbikes of ook overige e-bikes Wat de flitskasten betreft, is de vraag in hoeverre dit binnen gemeentelijke verantwoordelijkheden valt. Ter reflectie op het proces zijn de gekozen structuur en de tijd de juiste geweest. Of de tijd juist is gebruikt, betwijfelt Volt. Ook zij ziet een grote overlap in moties, vandaar de thematische benadering. Met een betere samenwerking kan worden gekomen tot minder moties in aantal met meer draagvlak en gewicht dan de huidige twaalf. Een goede les voor de toekomst. De heer Bos (GroenLinks), bij interruptie, erkent dit laatste, maar vraagt hóe de samenwerking kan worden verbeterd. Mevrouw Klerks (Volt) stelt dat vanuit het onderkennen hiervan wellicht in klein comité richtlijnen opgesteld zouden kunnen worden. Een concreet idee heeft ze nog niet, behalve de behoefte nu uit te spreken dat de samenwerking moet worden opgezocht. De heer Bos (GroenLinks) stelt in zijn eigen bijdrage dat de partijen de tijd die zij zichzelf hebben gegeven om tot samenwerking te komen beter hadden kunnen inzetten. De twaalf voorliggende moties zadelen de wethouder met een heleboel vragen op, als ze alle worden aangenomen.

De fractie is zoekende, want er is veel overlap tussen moties en het strategische aspect wordt vaak gemist in de moties. Onduidelijk is wat wordt gezegd met de moties die verzoeken tot onderzoek en analyse en wat partijen uit hun moties hopen te halen: de fietshelm van D66, de fietspaden van Leefbaar 's-Hertogenbosch, en de kruispunten van het CDA. Van een aantal moties met wel een strategische keuze vindt GroenLinks de uitwerking te generiek. Idealiter brengt geen ouder zijn kind per auto naar school. Dat is een utopie. Een generiek voorstel voor een autoluwe schoolomgeving gaat GroenLinks te ver, omdat die niet altijd uitvoerbaar is. In sommige gevallen is een minder vergaande maatregel afdoende. Het blijft aan scholen om het gesprek met ouders aan te gaan. De heer Dupuis (SP), bij interruptie, geeft aan dat het geen discussie is dat gedrag een aandachtspunt is en dat naar de mogelijkheden van de school moet worden gekeken. Uit de expertmeeting blijkt dat maatregelen mogelijk zijn om deze grote zorg aan te pakken. Het hoeft niet het een of het ander te zijn. Het kan ook gezamenlijk en op kleine schaal. De heer Bos (GroenLinks) stelt dat de motie zoals nu geformuleerd een generieke maatregel is die voor elke school van toepassing zou moeten zijn. Daarin kan de fractie niet meegaan. De heer Dupuis (SP) heeft gezegd dat autoluw het uitgangspunt moet zijn.

Per school kan worden bekeken hoe ver men gaat en met welke middelen. In nieuwe situaties kan het uitgangspunt gelden, bij herinrichting kan het worden toegepast als er ruimte is, in bestaande situaties 11

kan eraan worden gerefereerd als mogelijkheid. In de motie staat niet dat het per se moet gebeuren op elke plek waar nu een school staat. De heer Bos (GroenLinks) leest in de motie één uitgangspunt waar zijn fractie niet in kan meegaan, omdat dit niet voor elke school van toepassing kan zijn. Hij vervolgt zijn bijdrage. Vanuit de optiek van handhaving is er begrip voor de motie van Leefbaar 's-Hertogenbosch e.a. Tegelijk is de fractie huiverig dat te veel van de capaciteit wordt gevraagd. Mogelijk kan dit in bestaande controles worden meegenomen. Liever wacht de fractie af tot de gemeente meer handvatten krijgt van het rijk om daadwerkelijk in te grijpen. De omgevingsmanager waar de VVD voor pleit, vraagt om meer ruimte voor participatie van inwoners. Dit geldt ook voor de motie Laagdrempelige Participatie. Dat mensen zich niet gehoord voelen, deelt GroenLinks. Waarom dit slechts wordt gelinkt aan kleinschalige infrastructurele projecten, snapt de fractie niet. Mogelijk kunnen deze moties worden gecombineerd. Er is veel overlap. De heer Broekmeulen (VVD) geeft aan dat een gecombineerde motie mogelijk is. Voor kleinschalige projecten is gekozen omdat dit bij grootschalige reeds gebeurt. De heer Bos (GroenLinks) denkt dat beide fracties samen tot uitvoering kunnen komen. Schorsing De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) vindt de gevolgde procedure bij dit agendapunt vreemd.

In plaats van debat over een beleidsstuk of raadsvoorstel, mogelijk gevolgd door amendementen, is het nu een voor elk wat wils-debat, met schieten vanuit de heup. Hij sluit zich aan bij de heer Hoeben om vier hoofdthema’s te zoeken. De heer Broekmeulen (VVD), bij interruptie, vraagt welke stappen de heer Verhoef in dezen al zelf heeft gezet. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) geeft aan dat hij hierin nog geen stap heeft gezet omdat hij wilde afwachten hoe het vandaag zou gaan. Dat tot zijn verrassing tot heden nog moties binnenkwamen, geeft aan dat nog geen stap vooruitgezet kan worden. Waar het naartoe gaat is nog niet duidelijk. Kijkend naar de moties blijft het geldende verkeersbeleid ongewijzigd en blijft er van de eerdere reacties op dit beleid weinig over. Er vallen geen doden, dus hoeven er van de politiek geen maatregelen te worden genomen, hoezeer de omgeving dat op sommige plaatsen ook vraagt. Begrip en toeschietelijkheid voor ogenschijnlijk kleine verkeersveiligheidsvragen passen kennelijk niet. Met name de motie Laagdrempelige Participatie komt de fractie recht uit het hart. Dat is de kern. Veel moties willen van alles en nog wat analyseren, zonder samenhang en zonder dat duidelijk is wie dat allemaal moet doen. Het lijkt zinvol alles te bundelen en dan te bekijken wat Den Bosch echt wil analyseren.

Moties 8 (autoluwe basisschoolomgeving), 11 (veilige kruispunten) en 12 (handvatten veilige schoolomgeving) zijn bij uitstek perfect te combineren. Sympathieke moties die de veiligheid vergroten zonder het beleid aan te tasten, zijn 1 (fietshelm), 2 (fatbikes), 3 (flitskasten) en 9 (CBS-cijfers). Ook voorzichtig oversteken komt de veiligheid ten goede. Moties 4 (omgevingsmanager), 6 (fietspaden van morgen) en 7 (vrijliggende voetpaden) zijn wat overtrokken. Motie 5 (30 km/u tenzij) is vaag gesteld. Duidelijker is dat overal 30 km/u geldt, behoudens doorgaande wegen waar vrijliggende fietspaden aanwezig zijn. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt dat de veelheid aan moties juist de urgentie aangeeft van dat er op het vlak van verkeersveiligheid een aantal stappen is te zetten. Het is verstandig om ruim voor de raadsvergadering er eens goed voor te gaan zitten wat hieruit kan worden gedestilleerd. Eén ding staat: de fietsinfrastructuur past niet bij een steeds drukkere, vollere en snellere omgeving. Die vraagt meer ruimte voor de fietsers, letterlijk. De heer Bos (GroenLinks), bij interruptie, hoort het pleidooi om elkaar op te zoeken, terwijl op initiatief van Leefbaar 's-Hertogenbosch in de vorige cyclus is gezegd dit debat een hele periode 12

te verplaatsen, tot na het kerstreces. De vraag aan Leefbaar 's-Hertogenbosch is hoe deze fractie eraan heeft bijgedragen dat fracties in de extra periode die ze elkaar hebben gegeven tot een samenhangend geheel konden komen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) geeft aan dat hij geruime tijd buiten dit huis en buiten de stad is geweest. Wellicht kunnen partijen er alsnog voor gaan zitten. Er is reden de zaken toekomstbestendig aan te pakken met vollere en drukkere fietspaden. Dit mag in een andere modaliteit worden vervat. Het vertalen van de aanbevelingen van de kennisinstituten naar de Bossche situatie is de moeite waard. Dan zal er niet binnen een halfjaar een heel nieuw fietsplan liggen, wel is duidelijk waar de belangrijkste opgaven liggen. De heer Broekmeulen (VVD), bij interruptie, stelt voor dit idee op te nemen in de reeds geplande algehele evaluatie van het verkeersveiligheidsbeleid. Deze staat voor 2025 in de agenda, maar zou wat de VVD betreft naar 2024 kunnen worden gehaald. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) verwijst naar zijn motie, die stelt dat Den Bosch in 2024 zijn voordeel moet doen met de inzichten die de kennisinstituten aanreiken. Dat zou daar mooi mee kunnen sporen.

Inzake handhaving en waar de capaciteit vandaan komt: met een drukker, voller en sneller verkeer dat steeds minder rekening met elkaar houdt, zal een extra stap moeten worden gezet in de handhaving. Dat moet slim en met gebruik van de nieuwe technologieën op dit gebied. De vaste flitskasten heeft het OM al ingewisseld voor mobiele flitskasten. De Driehoek van Den Bosch moet in de voorhoede komen te verkeren van de ontwikkelingen op handhaving. De heer Vossen (PvdA), bij interruptie, geeft aan dat navraag bij de politie heeft geleerd dat op opgevoerde fatbikes reeds wordt gehandhaafd. Bij de tweede constatering wordt de fatbike ingenomen. De vraag is wat dan de toegevoegde waarde van de handhavingscampagne is. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) verwijst naar de passieve en defensieve beantwoording door het college op de vragen van zijn fractie over de fatbike en van de beantwoording door het college voor heden. Er is een gevaar van 12-, 13-jarige jochies op voertuigen die ze niet aankunnen. Dan volstaan termen als ‘uitkristalliseren’ en ‘afwachten’ niet. De heer Vossen (PvdA) stoort zich aan het gebrek aan nuance in de bijdragen van Leefbaar 'sHertogenbosch deze avond, waar hij het de hele tijd alleen heeft over de jongere als veroorzaker van alle overlast. Er wordt nu een groep weggezet die niet per se alleen de schuldige is.

De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) geeft aan dat hij net over wilde gaan op de thuisbezorgers. Die machines gaan ook met meer dan 35 km/u over de fietspaden. Hij trekt het breder dan de jongeren, maar hij wil inzoomen op de jongeren, omdat die 12-, 13-jarigen niet in control zijn over hun voertuig. Hij weet heus dat er ook 75-plussers zijn die niet in control zijn over hun e-bike. Daarom zijn voorstel in te zoomen op de rollerbanken. Mevrouw Klerks (Volt) vraagt bevestiging of Leefbaar 's-Hertogenbosch focus zoekt op structureel bepaalde groepen op bepaalde plekken. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) reageert dat deze plaag moet worden beantwoord. Politie en gemeente moeten altijd in ‘flexible response’ om zich heen kijken als het gaat om handhaving. De ‘versloming’ die uit de brieven van het college spreekt, is aan hem niet besteed. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of Leefbaar 's-Hertogenbosch doelt op gerichtere inzet op de plekken waar hoog risico is om de angel uit het probleem te halen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) geeft aan dat de handhavers met een rollerbank voor de deur van een school of op een andere strategische locatie daders zo te pakken hebben. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang), bij interruptie, zou zich liever richten op de ouders van de 13-jarige waar de heer Kagie het steeds over heeft.

De jongere rijdt waarschijnlijk onverzekerd rond en heeft waarschijnlijk nog geen bijbaantje, waardoor de boete bij de ouders belandt. De vraag is wat het dan oplevert voor de jongere. 13

De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vermoedt dat als de boete op de mat valt, de ouders hun kind echt wel ter verantwoording roepen. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) reageert dat het aanspreken van het kind door de ouders ook niet gebeurt bij de fietsverlichting. Dan is de vraag wat hier dan anders is. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) geeft aan dat hij nu slechts ergens op inzoomt, zoals straks ook het door het wandelgebied crossen met e-bikes aangepakt zal moeten worden. De heer Broekmeulen (VVD) deelt de zorgen over de fatbikes. De grootste zorg is nog niet door Leefbaar 's-Hertogenbosch geadresseerd: de uitvoerbaarheid van de motie. Bij een blik extra agenten dat de rollerbanken bemenst, zou de VVD helemaal voor zijn. Voor nu zou hij de consequenties van deze motie voor het handhavingsbeleid willen weten. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) haalt uit antwoorden van politie en OM dat extra stappen worden gezet tegen de fatbike-overlast. Waarom niet zelf een rol in de voorhoede pakken, stelt Leefbaar 's-Hertogenbosch voor, in het ambachtelijk handhaven in combinatie met moderne technieken. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt, als dat zoals de heer Vossen aangaf al wordt gedaan door de politie, naar het directe gevolg van het aannemen van deze motie.

De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wijst op de brief van de wethouder op dit onderwerp, die een vrij passief karakter heeft. De politie wil wel, getuige de bestelde rollerbanken. De jongeren op de fatbikes moeten ook tegen zichzelf worden beschermd. Als de ouders het niet doen, zal de gemeente er op moeten handhaven. Omdat ze de voertuigen niet onder controle hebben, richten ze voor zichzelf en voor de omgeving het nodige aan. De heer Bos (GroenLinks), bij interruptie, merkt op dat er twee moties op handhaving voorliggen en vraagt naar de mogelijkheid die samen te trekken. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) ‘steekt meteen over’. Van het college moet de raad terugkrijgen hoe ver Den Bosch nu eigenlijk is met het opzoeken van de grenzen van het handhaven met moderne technieken. Vervolgens moet daarop worden geacteerd. De heer Bos (GroenLinks) vraagt of de heer Kagie bereid is handhaving verder te trekken dan fatbikes en e-bikes en daar algemeen naar te kijken. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wil dat Den Bosch vooroploopt, zoals ook met het uitrollen van de mobiele flitskasten. Als het handhavingsinstrumentarium in de motie wordt vervat, steekt Leefbaar 's-Hertogenbosch over. De heer Vossen (PvdA) merkt over motie Fietshelm op dat het belastinggeld dat de PvdA hiervoor wil inzetten op een goede manier landt bij de doelgroep.

Mevrouw Muller (D66) herhaalt dat het doel van de motie is dat mensen gaan nadenken over de aanschaf van een fietshelm. Een kortingsactie leidt daartoe, ongeacht de dikte van de portemonnee. Bij een ongeluk zijn de (maatschappelijke) kosten enorm. Zij vraagt of de PvdA zich van die kosten bewust is. De heer Vossen (PvdA) is zich van die kosten terdege bewust. Geld kan echter maar één keer worden uitgegeven. De vraag is of dit het meest effectieve en efficiënte middel is. Mevrouw Klerks (Volt) onderschrijft dat het hoofddoel bewustwording is en het stimuleren van 55-plussers om die helm te dragen. Naar de invulling kan nog worden gekeken. De heer Van der Leest (CDA) herhaalt dat met de Bossche Pas onderhuids mensen met een klein inkomen meer kan worden gegeven dan mensen met een hoger inkomen. Vandaar zijn inbreng. 14

De heer Vossen (PvdA) merkt op dat het CDA eerder niet te veel in de Bossche Pas wilde stoppen en vraagt of daar iets in is veranderd. Volt heeft eerder aangegeven geen geld aan niet-effectieve gedragscampagnes te willen besteden. Een bewustwordingscampagne gaat ook over gedrag. De PvdA wil graag meedenken. Mevrouw Muller (D66) merkt op dat in Limburg al veel ervaring is opgedaan. Daar zijn veel fietshelmen verkocht naar aanleiding van die actie. De heer Vossen (PvdA) gaat het om de vraag of Den Bosch dit middel juist op deze manier wil inzetten voor die groepen. Zijn gevoel zegt dat groepen het hebben gebruikt waarvan de vraag is of daar dit belastinggeld naartoe moet. Er zijn ook mensen die hun eigen verantwoordelijkheid moeten pakken. Op dat vlak zit er nog veel ruis in deze motie. Mevrouw Klerks (Volt) geeft aan dat dit een bewezen gedragscampagne is. De vraag is of de PvdA nu nader tot elkaar wil komen of juist probeert afstand te creëren. Zij proeft het laatste. De heer Vossen (PvdA) voelt in de huidige vorm een afstand, zoals de motie nu is geformuleerd. Als het doel dat mevrouw Klerks nu in woord neerzet het doel is, is er wel ruimte. Aan de heer Kagie nogmaals de vraag waar minder op wordt gehandhaafd als de aandacht zich meer op fatbikes richt of dat er moet worden besloten dat er meer geld komt.

De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) reageert op deze herhaalde vraag en zegt dat de maatschappelijke werkelijkheid een andere is dan twee of vier jaar geleden. Toen ging het niet over fatbikes of e-bikes of de snelheid waarmee zich dat ontwikkelde. De vraag van de handhavers is wat het antwoord van de gemeente is. Hij hoort graag terug ten koste waarvan. Hier zal een antwoord op moeten komen. De heer Vossen (PvdA) vermoedt dat er nog wel wat ruimte ontstaat tussen zijn motie en de flitskastenmotie van de VVD. Flitskasten gaan over snelheid, maar mobieltjes achter het stuur zijn ook een uitdaging. De heer Broekmeulen (VVD) bevestigt het gevaar van mobieltjes in de hand van de automobilist. De VVD is voor handhaving. De gemeente moet meer grip op de eigen verkeersveiligheid krijgen. Die is er nu op veel vlakken niet. Daar zal ook bij andere partijen voor moeten worden gelobbyd. De heer Vossen (PvdA) vervolgt. Hij is nog niet overtuigd van de motie Fietspaden van de toekomst. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt op dat het Kennisinstituut niet zomaar een clubje is. Zij geven aan dat een substantieel deel van de fietspaden in de steden niet voldoet. Wordt met die aanbevelingen naar het Bossche fietspadennetwerk gekeken, dan treft men een lappendeken aan fietspadenstructuur aan.

De heer Vossen (PvdA) merkt op dat de paden ooit zijn aangelegd naar de toen geldende eisen. Nu zijn er nieuwe eisen die, voor zover hem bekend, de staande praktijk zijn. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) geeft in zijn motie aan dat een substantieel deel van de fietspaden niet voldoet. De heer Vossen (PvdA) stelt dat de aanpak daarvan staande praktijk is. De afdeling Verkeer maakt gebruik van de eisen van het CROW. De motie over vrijliggende voetpaden als uitgangspunt is sympathiek. Shared space is ook een belangrijk concept. In de huidige formulering zijn shared spaces niet mogelijk. Er staan ook woningen direct aan de weg. In de scherpte voelt de fractie niet voor deze motie. De heer Dupuis (SP), bij interruptie, verwijst naar de uitspraak van VVN dat als er geen shared spacing is op een woonerf van 15 km/u dan deze optie wordt aanbevolen. Vandaar dat in de motie niet over woonerven is gesproken, maar deze formulering is gekozen. 15

De heer Vossen (PvdA) raadt indiener aan met een tekstvoorstel ter beoordeling te komen. De motie Autoluwe basisschoolomgeving zou wellicht in visuele maatregelen mede gestalte kunnen krijgen. Heel veel wordt al gedaan. De PvdA ziet geen meerwaarde in de kruispuntenmotie. De fractie is voor de CBS-motie. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) acht vergroten van de leefbaarheid van de dorpen en wijken van het grootste belang bij wijziging van het verkeersveiligheidsbeleid. Daarnaast moet iedereen in de gemeente mee kunnen doen en niet te veel worden beperkt in het op pad gaan. Uit de expertmeeting bleek het grote aantal senioren dat betrokken is bij een eenzijdig fietsongeval. De motie Fietshelm kan hier positief in bijdragen. Verplichting is aan het rijk voorbehouden, stimuleren en voorlichten kan wel gemeentelijk worden aangepakt. Ongevallen op fietspaden gebeuren steeds vaker door verschillende soorten weggebruikers met verschillende snelheden op fietspaden. De fatbikes zorgen voor veel overlast, maar niet alleen in deze gemeente. Handhaving dient landelijk te worden opgepakt. Opvoeren en onverzekerd rondrijden zijn onaanvaardbare risico’s, waar de wethouder samen met andere gemeenten druk op moet blijven zetten bij het rijk. De snelheid aanpakken is ook een kwestie van weginrichting. De maximumsnelheid naar 30 km/u vraagt om handhaving. Die capaciteit is er niet.

Als 30 km/u de standaard wordt, leidt dat tot meer sluipverkeer door de wijk en meer meldingen van omwonenden die ook in hun straat 30 km/u als maximum willen zien. Mevrouw Klerks (Volt), bij interruptie, stelt vragen bij het kennelijke causaal verband tussen 30 km/u en sluipverkeer en de noodzaak van meer handhaving bij dat maximum. Uit onderzoeken blijkt dat alleen al een reductie van snelheid leidt tot minder verkeersslachtoffers. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) is blij met minder verkeersslachtoffers. De aanpassing van 50 km/u naar 30 km/u betekent niet dat iedereen 30 km/u rijdt, maar omwonenden verwachten dat wel. Sluipverkeer ontstaat doordat mensen de kortere wijkroute kiezen, waar als de motie ‘30, tenzij’ wordt aangenomen de snelheid gelijk is aan de doorgaande weg. Mevrouw Klerks (Volt) wijst op het ‘tenzij’ in de motie. Op doorstroomassen blijven mogelijkheden nodig. De motie spreekt van een aanpak in voorbereiding op herinrichting. Zij vraagt of de fractie wel meerwaarde ziet als geen sprake is van doorstroomassen. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) heeft begrepen dat Den Bosch niet heel veel doorstroomassen kent, wel veel wegen waar 50 km/u echt de norm moet zijn. Als die weg wordt ingericht naar 30 km/u blijft er sluipverkeer door de wijk komen.

De heer Van der Leest (CDA) stelt dat als bij die wegen vrijliggende fietspaden worden gemaakt deze wegen 50km-wegen blijven. Dat vraagt om goede afwegingen. Die 50km-weg moet dan goed worden ingericht. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) vervolgt. Flitskasten werken alleen daar waar ze staan in de tijd dat ze er staan. Bij de weginrichting wordt al beter gekeken naar de breedte van fietspaden. Het netwerk is al beter dan de CROW-richtlijnen en wordt nóg beter. Als uitgangspunt is de autoluwe basisschoolomgeving prima, maar dit is op veel plekken helemaal niet mogelijk omdat de school aan een doorgaande weg ligt. Het is aan het schoolbestuur hier samen met ouders goed mee om te gaan. Wel moet worden gekeken naar een zo autoluw mogelijke inrichting. De heer Dupuis (SP), bij interruptie, stelt dat bij plaatsing van een nieuwe school in een autoluwe omgeving de gemeente dient te letten op de ligging, niet aan een 50km-weg dus. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) kan zich daarin vinden, mits die mogelijkheid er is. De moties van VVD en GroenLinks over participatie kennen veel overeenkomsten. Samenvoegen is een logische stap. Een apart meldpunt is niet nodig, meer de fractie vraagt aandacht voor het Meldpunt Openbare Ruimte en stelt voor de mogelijkheid toe te voegen daar ook onveilige verkeerssituaties te melden.

16

De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch), bij interruptie over de motie Fietspaden voor morgen, hoort spreker zeggen dat de gemeente met Fietsnetwerk 3.0 al verder gaat dan de CROWnorm. Hij vraagt zich af waar hij dat kan vinden. Als dat al is vastgelegd, trekt hij de motie in. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) verwijst naar de bijdrage van D66. Over de omgevingsmanager heeft de fractie nog de vraag of deze van origine een verkeerskundige is of een communicatieadviseur, een doorgeefluik of iemand die zelf een integrale afweging kan maken of er iets moet veranderen. De heer Broekmeulen (VVD) antwoordt dat omgevingsmanagement een apart vak is, waar stakeholdermanagement toe behoort, niet iets wat een communicatieadviseur erbij doet. Die is gespecialiseerd in communicatie, vaak achteraf. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) merkt op dat participatie van inwoners terugkomt bij bijna alle onderwerpen die in Den Bosch worden besproken. Een pilot voor een omgevingsmanager bij verkeersveiligheid is een mooie stap om eens te oefenen met een laagdrempelige vorm van participatie. Data en inrichting: meer data toevoegen is goed als de uitkomst beter is. Uit de wethoudersbrief blijkt dat de CBS-cijfers niet zijn te vertalen naar lokale situaties en dat het JBZ niet meedoet aan de pilot van het Letsel Informatiesysteem. Een motie moet wel uitvoerbaar zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13747234/1