Verslag Commissie Omgeving 20-06-2023 vastgesteld
Tekst van het document
Mevrouw Lipman (CDA) denkt dat er destijds om een goede reden voor is gekozen om fietsers op de Markt en in bepaalde straten toe te laten, maar nu neemt de overlast in bepaalde straten toe ondanks dat de mensen dit in het krantenartikel dit niet hebben genoemd. Ze zat tijdens het interview op het terras en hoorde mensen die ook op het terras zaten zeggen dat iedere dag iedereen op de Hinthamerstraat kriskras door elkaar gaat, dat daar ook scooters rijden en dat dit onveilig is. De samenleving is heel anders dan in 2008, er zijn veel meer fietsers en dat is goed, maar dat zorgt wel voor overlast. Het gaat het CDA om de belemmering en niet zozeer om de verrommeling en ze noemt de overlast van de vele koeriersbusjes, door servicepunten kunnen die vervoersbewegingen worden beperkt en dat draagt ook bij aan zero emissie in de binnenstad. Het is niet zo dat de gemeente dit zou moeten uitvoeren. Het CDA is niet tegen fietsers in de binnenstad, maar dat moet wel zo goed mogelijk worden gefaciliteerd. Het CDA heeft tegen de motie van De Bossche Groenen gestemd omdat het gaat om staand beleid en het CDA daar geen uitspraak over wil doen. Daarnaast is het CDA het er niet zonder meer mee eens dat autoparkeerplaatsen moeten worden omgezet in fietsparkeerplaatsen.
Er moeten autoparkeerplaatsen blijven voor bijvoorbeeld mindervaliden en mensen in een rolstoel, zodat die dichtbij de binnenstad kunnen parkeren. Ze ziet in de St-Josephstraat mogelijkheden om fietsparkeerplaatsen te realiseren. Tweede termijn De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) vraagt hoe het CDA over de handhaving denkt. Mevrouw Lipman (CDA) denkt dat lik-op-stukbeleid een goede oplossing kan zijn, maar daar hoort ze weinig steun voor. In Apeldoorn is lik-op-stukbeleid, daar worden fietsen direct weggehaald en neemt de sociale controle enorm toe, mensen worden erop gewezen dat ze hun fiets ergens niet moeten laten staan omdat die dan wordt meegenomen. Waarschijnlijk komt er een motie over dit onderwerp. 8.
Bespreeknotitie Sociale cohesie versterken bij nieuwbouw en bestaande bouw Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) wil weten hoe sociale cohesie, leefbaarheid en ontmoeten vanuit het ruimtelijk kader kunnen worden aangevlogen; welke mogelijkheden er zijn om ontmoeten in bijvoorbeeld bestemmingsplannen te borgen en hoe kan worden gefaciliteerd dat alle inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Ze hoort graag van de verschillende partijen hoe die hiermee willen omgaan met als doel om hier uiteindelijk beleid op te schrijven, zowel voor nieuwbouwprojecten als voor bestaande bouw. Dat kan met een motie vreemd aan de orde van de dag of met een initiatiefvoorstel. Ze wil spreken over het faciliteren van ontmoeten en het versterken van de sociale cohesie en niet over specifieke bouwprojecten of woonwijken.
17
De heer Vossen (PvdA) weet hoe belangrijk wijkcentra zijn omdat inwoners elkaar daar kunnen ontmoeten, maar ook hoe moeilijk het is om vrijwilligers te organiseren. Hij heeft het gevoel dat de indieners van deze bespreeknotitie denken dat beleid voor sociale cohesie kan zorgen, maar de Bossche PvdA denkt dat sociale cohesie, ontmoeten en voor elkaar zorgen, uit de samenleving moet komen, Er zijn al veel goede plannen en initiatieven in Den Bosch en die energie moet worden benut. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of de heer Vossen voorbeelden kent van beleid dat sociale cohesie tenietdoet. De heer Vossen (PvdA) kent inderdaad voorbeelden van beleid waarmee sociale cohesie niet wordt gestimuleerd zoals zeer anonieme wijkindelingen waardoor buren elkaar niet kennen. Met de inrichting van een wijk kan sociale cohesie worden gestimuleerd, maar het moet wel vanuit de bewoners zelf komen. Hij wil de burgers bij plannen betrekken en niet handelen vanuit bepaalde theorieën. Hij leest in de bespreeknotitie de aanname dat kleinere woningen veel verloop kennen en dat de kans op vereenzaming daar groter is. In Den Bosch woont iemand gemiddeld 7,5 jaar in een huurhuis en eenzaamheid kan worden voorkomen met groen, goede voorzieningen voor ontmoeting en sportfaciliteiten. Dat stond eigenlijk ook in een motie die in de vorige raadscyclus is besproken.
De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) ziet diverse randvoorwaarden voor het bereiken van sociale cohesie. Ten eerste een toegankelijke overheid die samen met maatschappelijke instellingen ontmoeten faciliteert en die initiatieven uit de samenleving omarmt met als basis een openbare ruimte en accommodaties die op orde zijn en tot ontmoeting uitnodigen. Daarnaast moet de inwoner zin hebben in en in staat zijn tot ontmoeten. Hij vindt de term herstructurering exemplarisch voor hoe de levensloop en de ontwikkeling van de wijken en dorpen wordt benaderd en wil dat de lokale overheid zijn oor te luister leggen bij wijkpleinen om te horen welke wijk wat nodig heeft. Een millennial die in een kleine woningen woont kan ook minder behoefte aan sociale contacten hebben en het is niet vreemd dat die weer uit die kleine woning vertrekt als die een relatie en kinderen krijgt. De heer Vossen (PvdA) vraagt of de heer Kagie het ermee eens is dat een millennial wel behoefte aan sociale cohesie heeft als dit maar een kop en een staart heeft en het niet gaat om een langlopende bestuurstrajecten die er in de verzuilde samenleving waren. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) denkt dat dit absoluut zo is, maar hij wil wel dat er een fijne leefomgeving en voorkomen dat in De Bossche Stadsdelta verhokking zoals op de kop van het Paleiskwartier ontstaat.
Een millennial heeft wel degelijk de behoefte om anderen te ontmoeten, die gaat graag het park in voor bijvoorbeeld een yogales, maar hoeft misschien niet per se te weten wie zijn buurman is. Hij wil dat ook niet opdringen, de behoefte moet uit de samenleving komen en de lokale overheid moet het kader scheppen. De vraag is of de lokale overheid wendbaar genoeg is om ontmoetingsfaciliteiten in te vullen. Dertig jaar geleden had niemand gedacht dat seniorenontmoetingsplekken nu zo relevant zouden zijn en de vraag is waarom op West sluiting dreigt en Zuid maar één zo'n ontmoetingsplek kent. Daarnaast is de vraag hoe wordt omgegaan met de initiatieven uit de samenleving en of bij de aanvraag van een wijk- en dorpsbudget veel bureaucratie aan de orde is of dat de lokale overheid naast de inwoners staat. Er liggen misschien wel groene parken om de hoek, maar die zijn niet altijd goed onderhouden waardoor ze geen basis zijn voor veiligheid en cohesie in de wijk. Leefbaar 's-Hertogenbosch vindt het vanzelfsprekend dat in iedere wijk de randvoorwaarden voor sociale cohesie aanwezig zijn en wil leren van de verstikkende kop van het Paleiskwartier en bij herstructurering kijken naar de balans tussen sociaal en koop. Verder moet de verkoop van sociale huurwoningen op het Muntelplein stoppen.
In De Groote Wielen wonen veel jonge gezinnen die mogelijk minder behoefte aan sociale contacten hebben, maar er moet wel een basis blijven bestaan. Groen is belangrijk, de parken moeten blijven en zo toegankelijk mogelijk voor iedereen zijn, daarom moeten ze goed worden onderhouden. Leefbaar 's-Hertogenbosch vraagt zich af of de oplossing ligt in de nog meer papieren beleid over cohesie en ontmoeten en geeft mee een toegankelijke overheid te zijn, initiatieven te omarmen, ontmoeten te faciliteren en de openbare ruimte en de accommodaties op orde te houden.
18
Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) vraagt hoe Leefbaar 's-Hertogenbosch de rol van de gemeenteraad in het versterken van de sociale cohesie ziet. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) denkt dat nog een enorme slag is te slaan op het gebied van het op orde brengen en toegankelijk en veilig maken van de openbare ruimte waar ontmoeting en cohesie mogelijk is. Bijvoorbeeld het Rivierenplein ligt er niet meer zo bij als tien jaar geleden, dat moet beter worden onderhouden, zodat het uitnodigt tot ontmoeten. Een ander voorbeeld is de seniorenhuiskamer op de Slagen waarvan wordt gezegd dat er maar dertig mensen komen en daarom moet worden opgeheven, maar dat zijn wel dertig mensen die elkaar daar ontmoeten. De gemeenteraad moet beter toezien op de basale borging van de basis van ontmoeten, accommodaties en de openbare ruimte faciliteren en initiatieven omarmen. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) vraagt hoe de heer Kagie dit ziet met het huidige beleid. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wil focussen op de praktijkvoorbeelden en uitvoering en een beleidsstuk is geen uitvoering. Hij vindt dat een seniorenhuiskamer waar iedere week dertig mensen samenkomen bestaansrecht heeft. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) vraagt of Leefbaar 's-Hertogenbosch huiskamers in nieuwe bestemmingsplannen een goede oplossing vindt.
De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat seniorenontmoetingsplekken ook in het huidige beleid belangrijk zijn, maar dat dit ook in de praktijk moet worden getoond. Mevrouw Muller (D66) denkt dat het grote verloop in sterk verstedelijkte gebied niet komt doordat mensen zich daar minder thuis voelen, maar omdat iemand in de loop van zijn leven behoefte aan meer ruimte krijgt door bijvoorbeeld gezinsuitbreiding of omdat iemand een huis kan kopen. Er zijn niet alleen ontmoetingsmogelijkheden in de openbare ruimte mogelijk, maar ook in gebouwen zelf en ze verwijst ter inspiratie naar het Amerikaanse systeem met ontmoetingsruimtes voor algemeen gebruik in appartementencomplexen zijn en bijvoorbeeld ook een conciërge, een buitenzwembad, een rooftopdeck, een lobby, een bibliotheek, een fitnesscentrum, lounges, een speelkamer voor kinderen en plekken om samen te werken. De heer Vossen (PvdA) vraagt of mevrouw Muller zich ervan bewust is dat de woningen door al deze faciliteiten minder betaalbaar worden. Mevrouw Muller (D66) bedoelde alleen te zeggen dat niet alleen naar ontmoetingsruimte in de openbare ruimte, maar ook in woontorens kan worden gekeken. In beide gevallen kan iemand in contact met zijn buren komen en dat is erg belangrijk, niet alleen voor ouderen, maar ook voor jonge mensen.
De sociale structuur wordt verstevigd door school, verenigingen, ontmoetingslocaties en initiatieven in een straat of buurt. Een sociale samenleving is gebaat bij een gezonde balans tussen koop en huur, gestapeld en grondgebonden, en klein en groot. Er wordt gezegd dat oude stempelwijken diversiteit missen en dat er behoefte is aan meer gedifferentieerde woningbouw, maar er zijn in de gemeente Den Bosch ook dorpen met 80 tot 90% koopwoningen en dat is ook niet echt gedifferentieerde woningbouw. D66 wil bij de bouw van sociale huur, middenhuur en duur over de plannen heen kijken, maar wil deze gegevens wel per wijk of dorp een dashboard opnemen zodat de raad op wijkniveau kan sturen. Daarbij is sociaal/middelduur, grondgebonden/gestapeld en ook de leeftijdsklasse interessante informatie. D66 verwacht dat sportgelegenheden in een wijk toegevoegde waarde hebben. D66 heeft eerder gevraagd of de structuurvisie Groene schil Nuland uit 2009 wordt meegenomen in de omgevingsvisie of dat een herformulering wenselijk is omdat D66 bouwen in het buitengebied zo veel mogelijk wil beperken. De heer Van Griensven (PVV) vindt dat de kaders te veel worden ingevuld, dat moet aan de markt worden overgelaten.
In de bespreeknotitie staat dat de samenleving is gebaat bij ontmoeten, maar in het beleid van het CDA en Rosmalens Belang is bezuinigd ontmoetingsplekken en verenigingen die daardoor niet meer levensvatbaar waren, terwijl dit juist de plekken zijn waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.
19
Mevrouw Lipman (CDA) vraagt of de PVV voorbeelden van bezuinigingen op ontmoetingsplekken kan geven. De heer Van Griensven (PVV) zegt dat in de begrotingen van de afgelopen jaren staat, is gekort en er een pand weg moest en er geen ruimte voor clubs en verenigingen meer was. Mevrouw Lipman (CDA) vraagt of de heer Van Griensven een voorbeeld van een pand dat is verdwenen kan geven. De heer Van Griensven (PVV) zal mevrouw Lipman voorbeelden doen toekomen. Hij vraagt zich af waarom een kleine woning geen thuis zou zijn omdat iedereen zelf bepaalt wat een thuis is en iemand zich ook in een klein huis thuis kan voelen. Het is logisch dat de huizen in Willemspoort, het Paleiskwartier en de Stadsdelta klein zijn omdat dit nieuwbouwhuizen in het centrum van de stad zijn waar de grond erg duur is en door maatregelen zoals warmtepompen en zonnepanelen worden de huizen alleen maar duurder. Hij vindt het logisch dat ouderen en studenten kleiner wonen Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) weet uit onderzoek van Floris Alkemade en het Bai-debat dat een kleinere woning vaak geen thuis is. Deze stukken zitten bij de bespreeknotitie. De heer Van Griensven (PVV) vindt dat de bouwstenen om tot meer sociale cohesie te komen aan de markt moet worden overgelaten.
In verband met de vraag of herstructurering van bepaalde wijken rond de binnenstad nodig is om de sociale cohesie te versterken merkt hij op dat alleenstaanden in Oss uit hun eengezinswoning naar een kleinere woning moesten en hij vraagt of de indieners van de bespreeknotitie dat in Den Bosch ook willen. De PVV vindt dat deze keuze bij de mensen zelf moet liggen. De gemeente Maasdonk heeft de visie Groene schil opgesteld en als die veranderd moet worden, moet dat in overleg met de Nuland gebeuren. De heer Ciotti (VVD) ziet het belang van het versterken van de sociale structuur en de leefbaarheid in de wijken. Wijken kunnen diverser worden door het creëren van een leefbaardere omgeving, maar ook door een goede mix van betaalbare koop, huurwoningen en sociale woningen voor jong en oud, doorstromers en mensen die hun hele leven op dezelfde plek wonen. Ook in het bestuursakkoord wordt gepleit voor een gezonde mix met onder andere huur, sociaal en koop en hij wil weten hoe Rosmalens Belang en het CDA dit zien en of de ambitie in het bestuursakkoord hieraan voldoet. Mevrouw Korver (GroenLinks) moest bij het lezen van deze bespreeknotitie denken aan de bijeenkomst voor en door de commissie Sociaal over gelijke kansen op gezondheid en vooral aan de bijdrage van Klazien Horstman die het boek 'Gezonde stad, uitsluiting en ontmoeting in de publieke ruimte' heeft geschreven.
Sociale cohesie is niet zozeer een doel, maar een middel om meer welbevinden, welzijn, een betere gezondheid en minder gezondheidsverschillen te bereiken. Uit de bijdrage van Klazien Horstman bleek dat niet zozeer de grootte van een woning uitmaakt, maar wel de hygiëne en het onderhoud van de woning, veiligheid en schone lucht. Ook de leefomgeving van een woning en participatie van de bewoners bij het inrichten van die leefomgeving zijn van belang. Ook het begrip place making kwam in die bijeenkomst naar voren en dat betekent dat bewoners samen met kleinschalige initiatieven hun de leefomgeving steeds een beetje verbeteren. Er waren mooie voorbeelden van hoe dat goed kan gaan, maar ook van hoe dat mis kan gaan door gemeentelijke regels. GroenLinks is voor de Bossche mix, maar bij het versterken van de sociale cohesie is een mix van verschillende typen huizen in een wijk niet heilig, het is belangrijk dat mensen in de buurt elkaar vanzelfsprekend tegenkomen en dat er plekken zijn waar deze ontmoeting wordt gefaciliteerd. In iedere wijk of buurt moeten hybride, open en gastvrije plekken met verschillende functies en voor verschillende mensen zijn. Dat betekent dat mensen hier niet bijvoorbeeld € 3,75 voor een kop koffie moeten betalen of lid moeten zijn, iemand moet zonder voorwaarden van deze plekken kunnen gebruikmaken.
Er is ook behoefte aan maatschappelijk vastgoed en ze noemt basisscholen, schoolpleinen, winkels, de markt, pleinen, parken, speeltuinen, volkstuinen, bibliotheken en culturele centra als voorbeelden. Ook een snackbar is een laagdrempelige ontmoetingsplek, daar worden tegenwoordig ook salades en vegetarische en zelfs veganistische dingen verkocht, en daarom wil ze ook een snackbar in elke wijk of buurt.
20
De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vindt dat in de Bossche brede binnenstad een samenleving moet worden gebouwd in plaats van alleen stenen te stapelen om tot sociale cohesie te komen en dat kan met behulp van enkele voorbeelden die mevrouw Muller noemde. Hij denkt dat de herstructurering van stempelwijken een mogelijkheid is om deze wijken aan te pakken en om de sociale structuur te versterken moet worden gekeken naar gelijkgestemdheid in een woonvorm, geen kleine eilandjes maar wel groepen mensen met hetzelfde idee over een woonvorm. Er kan ook worden ingezet op bijvoorbeeld buurtwinkels, een bezorgpunt, een BSO of een school, zodat buurtbewoners elkaar leren kennen. In verband met de groene schil, overweegt hij de ingetrokken motie over een nieuw buurtschap tussen Vinkel en Nuland weer uit de kast te halen. Op de algemene vragen antwoord hij als volgt. Vraag 10: ja. Vraag 11: nee. De Bossche Groenen kijkt uit naar een voorstel over de kaders voor nieuw beleid en in antwoord op vraagt 13 geeft hij mee te werken aan een samenleving, meer te investeren in de inwoners en vooral naar hen te luisteren om te horen waar behoefte aan is.
Mevrouw Lipman (CDA) denkt bij het faciliteren van ontmoeten aan een ontmoetingsnorm, maar vooral aan een investeringsnorm waarbij aan projectontwikkelaar de voorwaarde wordt gesteld dat zij binnen een woningbouwproject of een renovatie een budget vrijmaken waarmee toekomstige bewoners vanaf het begin aan een gemeenschap bouwen. Dat betekent dat bepaalde ontmoetingsplekken op lokaal niveau door de toekomstige bewoners worden ingevuld. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) is het ermee eens dat projectontwikkelaars meer verantwoordelijkheden hebben dan alleen stenen stapelen, maar ze vindt het wel vreemd dat het CDA dit nu zegt omdat het in de commissie Bedrijvigheid aangaf de markt zijn werk te willen laten doen en ze vraagt of het CDA wel of niet op inhoudelijke projectontwikkeling wil sturen. Mevrouw Lipman (CDA) zegt dat het over een heel ander onderwerp ging. Ze wil hiermee geen woningbouwontwikkelingen tegenhouden, maar bewoners meer ruimte geven. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of ze ervan uit mag gaan dat het CDA intern een eenduidige lijn volgt. Mevrouw Lipman (CDA) beaamt dit en herhaalt dat het in de commissie Bedrijvigheid over een heel ander onderwerp ging dan nu. Het is mogelijk dat projectontwikkelaars op dat onderwerp deze ruimte niet moeten krijgen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) concludeert dat het CDA het een wel en het ander niet belangrijk vindt.
Mevrouw Lipman (CDA) zegt dat dit niet zo is. Het gaat erom dat bepaalde projecten zich beter lenen voor invulling van ontmoetingsplekken door de bewoners dan andere projecten. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vindt het onderwerp in de commissie Bedrijvigheid hetzelfde als het onderwerp waarover het nu gaat, namelijk de criteria die aan een projectontwikkelaar worden meegegeven en hij wil weten of het CDA meer wil sturen op sociale cohesie of wil gaan voor prijs en snelheid. Mevrouw Lipman (CDA) blijft erbij dat het om twee heel verschillende onderwerpen gaat. Het CDA wil projectontwikkelaars wel een rol wat betreft sociale cohesie geven. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) noemt Boschgaard als voorbeeld van een project waarbij een projectontwikkelaar is betrokken en waar veel sociale cohesie is. Op grond van wat op 19 juni jl. werd gezegd zou dit niet kunnen omdat het om de prijs zou gaan en hij vraagt waarom het CDA twee verschillende dingen zegt. Mevrouw Lipman (CDA) zegt weer dat dit over een ander onderwerp ging. Aan Boschgaard is te zien dat het mogelijk is dat een projectontwikkelaar samen met de buurt iets opzet en het CDA kan hier zeker voor zijn. Het CDA is voor een ontmoetingsnorm in woningbouwprojecten en denkt aan een initiatiefvoorstel over dit onderwerp.
21
Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) vraagt of STEK een goed voorbeeld van een investeringsnorm is. Mevrouw Lipman (CDA) beaamt dit. Mevrouw Korver (GroenLinks) vraagt wat ze zich bij een ontmoetingsnorm moeten voorstellen. Mevrouw Lipman (CDA) ziet een ontmoetingsnorm als iets wat per project wordt aangegeven, bijvoorbeeld dat er een publieke ruimte in het plan moet worden meegenomen. Mevrouw Korver (GroenLinks) vraagt of die ruimte in een gebouw of ook in de buitenruimte kan zijn. Mevrouw Lipman (CDA) antwoordt dat dit ook in de buitenruimte kan zijn. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt waar het CDA de normering wil opleggen. Mevrouw Lipman (CDA) antwoordt dat ze dit vooral bij nieuwbouw wil doen. De heer Dupuis (SP) zegt dat leefbare buurten een speerpunt van de SP is. Daarvoor zijn buurtvoorzieningen en activiteiten nodig en de SP heeft onlangs gevraagd om meer ruimte voor buurtvoorzieningen in de Stadsdelta en om de hechte gemeenschap in het Citadelhofje te ontzien, maar beide moties zijn niet aangenomen. De SP heeft bij de voorjaarsnota ook gepleit om meer beschikbare gelden te besteden in plaats van te reserveren en deze te spreiden over sociaalmaatschappelijke activiteiten en voorzieningen in de buurten en ook die motie heeft het niet gehaald.
De SP pleit voor een leefbare gemeente en leefbare buurten en minder voor het maken van kathedralen en het positioneren van Den Bosch als datastad, cultuurstad en ontmoetingsstad. Hij vindt de typeringen van de woningen stigmatiserend, eengezinswoningen zijn nu eenmaal groter dan appartementen. Voor hem is een thuis een passende woning in een fijne en leefbare buurt en daarvoor moeten ruimtelijke plannen worden gemaakt omdat er ook voorzieningen zoals buurthuizen, parken en speel- en sportvoorzieningen nodig zijn. De gemeente moet hiervoor kaders opstellen. Er zijn te weinig woningen, daarom wil hij geen grote ruimte voor bepaalde mensen reserveren zoals parkvilla's in de groene schil en de kaders voor de groene schil aanpassen. Hij vindt buurthuizen en andere buurtvoorzieningen en -faciliteiten belangrijk en de gemeente moet deze in een ruimtelijke ontwikkeling opnemen. Hij wil de stempelbuurten niet ingrijpend herstructureren omdat dit leefgemeenschappen zijn, maar er kunnen eventueel wel aanpassingen worden doorgevoerd. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) vindt dat in deze bespreeknotitie veel in stenen en ruimtes wordt gedacht terwijl sociale cohesie vooral heeft te maken met hoe met bepaalde zaken wordt omgegaan.
Mensen willen tegenwoordig individualistischer wonen, kleiner wonen betekent ook meer op jezelf zijn en het is de vraag of iedereen wel behoefte aan een gemeenschappelijke ruimte heeft. Het zou mooi zijn als er een ruimte is waar mensen de kans krijgen om elkaar te ontmoeten, maar dat moeten ze wel zelf kunnen bepalen, iemand kan ook gaan wandelen of lid van een club worden om mensen te ontmoeten, er is niet altijd een fysieke ruimte nodig. In De Groote Wielen komen grote grondgebonden woningen, maar misschien komt er in het nieuwe centrum wel ruimte voor sociale cohesie en ontmoeting en de nieuw opgestarte club 'De Actieve Wielen' probeert iedereen te informeren over mogelijke activiteiten in De Groote Wielen. Daarnaast kan bij de ingang van de wijk bijvoorbeeld een lichtkrant worden geplaatst waarop staat wat er in de wijk is te doen. In de groene schil komen vier grote woningen, maar dat hadden ook meer wat kleinere woningen kunnen zijn. Ten slotte geeft hij mee te zorgen voor bijvoorbeeld een clubhuis of een actieve wijkraad. De heer Vossen (PvdA) zegt dat voor een wijkraad vrijwilligers nodig zijn, maar dat die moeilijk te vinden zijn en hij vraagt of de heer Verhoef een idee heeft hoe dit kan worden opgelost. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) denkt dat een aantal actieve mensen die bereid is er veel tijd in te steken nodig is.
22
Mevrouw Samshuijzen (PvdD) merkt op dat mensen in hun leven verschillende fasen doormaken en dat ze een daarbij passende woning moeten kunnen vinden. Ze wil investeren in maatschappelijke voorzieningen, ook in het centrum waar nu vooral commerciële voorzieningen zijn. Daar moeten meer plekken in de buitenruimte komen om elkaar te kunnen ontmoeten, muziek te maken, creatief bezig te zijn of een boek te lezen zonder daarvoor veel geld te hoeven betalen. Het is goed om met de 3-30-300-regel te kijken: vanuit het raam drie bomen kunnen zien en op 30 meter afstand tot het dichtstbijzijnde groen en op maximaal 300 meter afstand tot een park wonen. Sociale cohesie gaat over meer dan alleen stenen. Ze wil voorzichtig zijn met herstructurering van bepaalde wijken omdat daar sociale structuren bestaan. Het is goed dat er plekken voor sociale ontmoeting komen, maar mensen moeten dat wel willen en de buurt moet erbij worden betrokken. Voor De Groote Wielen denkt ze aan laagdrempelige ontmoetingsplekken zoals pluktuinen, moestuinen en speelnatuur. Dit onderwerp kan worden meegenomen in verband met de Omgevingswet op te stellen gebiedsvisies. Ze vindt de essentiële vraag of sociale cohesie prioriteit krijgt boven andere zaken.
De heer Vossen (PvdA) vraagt of de PvdD wil inzetten op gemeenschappen van mensen met dezelfde ideeën en levenshouding of op een pluriforme samenleving van mensen met verschillende en misschien wel contraire ideeën. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) wil niet sturen op hoe mensen elkaar ontmoeten, maar als dit belangrijk wordt gevonden, moeten daarvoor wel de randvoorwaarden worden gecreëerd. Als het niet aangenaam is om naar buiten te gaan, als de omgeving niet aantrekkelijk genoeg is of als er geen openbare faciliteiten zijn, komen mensen elkaar überhaupt niet tegen, terwijl er hele mooie ontmoetingen kunnen ontstaan als mensen elkaar wel in de openbare ruimte tegenkomen. De heer Vossen (PvdA) concludeert dat de PvdD wil inzetten op een samenleving met contraire ideeën waar ontmoeten niet automatisch gaat. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) wil mensen de ruimte bieden en dat kan gaan om mensen met dezelfde ideeën of om mensen die elkaar in het dagelijks leven niet tegenkomen. Ze wil daar niet echt op sturen, maar wel zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) vraagt wat er niet gebeurt als er keuzes moeten worden gemaakt. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) wil in de binnenstad sociaalmaatschappelijk initiatieven de ruimte geven en het aantrekkelijk maken om naar buiten te gaan door te vergroenen.
Dat geldt ook voor De Groote Wielen waar de auto nu nog veel ruimte heeft. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) hoorde mevrouw Samshuijzen zeggen dat de binnenstad een commercieel bolwerk is, maar er zijn veel stadsparkjes en ze vraagt of mevrouw Samshuijzen wil dat er nog meer stadsparkjes komen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) wil inderdaad een minder commerciële binnenstad met meer stadsparkjes. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) denkt dat een kleine woning een mooie opstap voor startende jongeren kan zijn. Daarnaast kunnen ouderen in een kleinere woning in verstedelijkt gebied langer zelfstandig thuis blijven wonen en de combinatie van jongeren en ouderen kan veel goeds opleveren. Het grote verloop is meestal onder de jongeren en dat is geen groot probleem omdat dit voor doorstroming zorgt. Ook een kleine woning kan een thuis zijn, dat moet iemand zelf creëren. Er hoeft geen standaard voor sociale cohesie te komen en er zijn ook mensen die minder behoefte aan ontmoeting hebben, bijvoorbeeld mensen met autisme, en ook dat moet mogelijk zijn. Ze geeft mee dat ook een autoloze schoolpoort voor ontmoeting kan zorgen. Ze is bang voor te veel betutteling als er kaders worden gesteld en de sociale structuur hoeft niet in nieuw beleid te worden vastgelegd.
23
De heer Van Silfhout (Volt) noemt 'wonen in Wenen', waar sociale cohesie er belangrijk is. Er is veel beleid dat sociale cohesie tegenwerkt, bijvoorbeeld dat er vaak geen sociale huur en koopwoningen in één VvE zitten omdat dit gedoe oplevert in de dialoog over leefbare panden. Daardoor zijn er veel gesegregeerde gebouwen zoals de Palazzo in het Paleiskwartier met links een woontoren met huurwoningen en rechts een woontoren met koopwoningen. Door deze segregatie wordt aan het fundament van de sociale cohesie gezaagd omdat op die manier kopers alleen kopers ontmoeten en vrije huurders alleen vrije huurders. Om de sociale cohesie te bevorderen denkt hij aan wooncoöperaties waarin mensen samen de leefomgeving creëren, place making is daar een voorbeeld van. Aedes heeft aangegeven hoe een leefbare wijk kan ontstaan en hij vindt dat de gemeente dit ter harte moet nemen. Het hoge verloop is niet zozeer in kleine woningen, maar vooral in de vrije huursector en dat is logisch omdat dit voor veel mensen niet hun laatste woning is, zij wonen daar vaak tot ze een relatie en kinderen krijgen. Als deze woningen worden geconcentreerd in wijken zoals in De Bossche Stadsdelta, het EKP en het Paleiskwartier worden dit wijken met meer verloop. Dat is anders als deze woningen groter zouden zijn. Met de omgevingsvisie moeten alle visies worden gebundeld.
Zo is er een visie op studentenhuisvesting en op de Onderwijsboulevard komen een- en tweepersoonsstudentenwoningen, maar hij wil grotere studentenwoningen of woonkamers in de gangen die de bewoners kunnen delen. Hij wil zo zorgen dat mensen zelf leefbaarheid kunnen creëren. Ten slotte merkt hij op dat het groen in de binnenstad niet gemakkelijk is te vinden. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) vraagt of de heer Van Silfhout het park met een speeltuin in de Vughterstraat kent. De heer Van Silfhout (Volt) weet dat in bepaalde steegjes wel groen is, maar dat die in de rest van de binnenstad moeilijk zijn te vinden. In Palazzo zijn woningen van € 1,3 miljoen, dat draagt niet bij aan de sociale cohesie hij hoopt dat er in de Stadsdelta niet alleen dat soort penthouses komt, maar dat daar sociale huur, vrije huur en koop naast elkaar komt. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) denkt dat nieuwbouw, het aanpassen van bestaande bouw en het bestemmingsplan daarop inrichten niet bijdraagt aan het versterken van de sociale cohesie, maar dat het gaat om gedrag, bijvoorbeeld dat iemand die ergens komt wonen zich voorstelt, dat iemand een stuk appeltaart naar zijn buurvrouw brengt of controleert of de gordijnen bij de buren iedere ochtend open zijn. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) vraagt of VOOR Den Bosch mogelijkheden voor de gemeente ziet om de sociale cohesie te versterken.
Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) heeft geleerd naar haar buren om te kijken en mensen te helpen, daar kan de gemeente niet op sturen. Reactie college Wethouder Slikker vindt ook dat wijken meer moeten zijn dan een woonmachine waar iemand na een dag werken thuiskomt en daarna niet meer weggaat. Mensen moeten elkaar in hun buurt tegenkomen en naar elkaar omzien, maar daartoe moet de omgeving wel uitnodigen. De omgeving komt vaak ook voort uit de tijd waarin een wijk is gebouwd, de binnenstad is organisch gegroeid, de naoorlogse wijken komen uit de periode waarin meer aan functiescheiding werd gedacht en in de jaren '80 kwamen de bloemkoolwijken op met het gezin als hoeksteen van de samenleving en veel ontmoetingsplekken, maar daar wonen nu veelal nog ouderen alleen in een woning. Wijken worden over het algemeen voor veertig tot vijftig jaar gebouwd en worden af en toe ingehaald door de tijd. Er wordt geprobeerd het beter te doen dan in de afgelopen decennia, maar niet alles is voorspelbaar. Floris van Alkemade voorspelde net na corona dat iedereen naar het platteland zou gaan omdat in de steden virussen zouden rondwaren, maar niets is minder waar, de trek naar de stad blijft groot.
Er wordt al veel aan sociale cohesie gedaan en hij noemt als voorbeeld de grote ontmoetingsruimte in de appartementen aan de Rijnstraat, de ontmoetingsruimte het Alexanderven in Rosmalen en het centrum in de Zuiderschans waar niet alleen de ouderen uit de Zuiderschans zelf, maar ook mensen uit de wijk komen. Bij herstructurering worden met de corporaties afspraken over de openbare ruimte gemaakt en sociale initiatieven van onder andere sportverenigingen en wijken buurtgebouwen worden ondersteund. De bebouwde omgeving moet tot ontmoeting uitnodigen, maar er moeten ook maatschappelijk initiatieven zijn waaraan de inwoners actief 24
willen bijdragen. Het gaat echter ook wel eens mis, ook als aan de fysieke voorwaarden is voldaan, bijvoorbeeld omdat mensen ouder worden en dan stappen de gemeente en de corporaties in om te gaan organiseren. In verband met de vergrijzing en individualisering wordt de woon-zorgbehoefte per gebied in kaart gebracht en de Bossche Pas is er echt op gericht om het voor mensen met een lager inkomen mogelijk te maken om mee te doen aan ontmoeting. Hij is het er niet mee eens dat er te weinig groen in de buurt van de binnenstad is, op 300 meter afstand ligt Het Bossche Broek. Wat betreft de groene schil merkt hij op dat er in de Pelgrimshoeve in Nuland 25% sociaal en 25% CPL komt en dat zijn niet alleen maar grondgebonden villa's. Hij denkt dat het lastig is om een norm te stellen omdat het niet alleen gaat om de bebouwde omgeving, maar ook om cultuurbeleid, jeugdbeleid, accommodatiebeleid, de nieuwe omgeving, de oude omgeving en samenwerking met corporaties. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) geeft aan dat het doel niet is om mensen in een kleinere woning te huisvesten, maar wel om hen een passende woning te bieden. Ze kan zich nog steeds vinden in de verdeling die in het bestuursakkoord is opgenomen, maar dat faciliteert niet direct de sociale cohesie.
De groene schil moet bij de gebiedsvisie worden betrokken en ze is blij te horen dat de partijen ervoor openstaan om de huidige visie los te laten. Ze hoorde een goede discussie waarin oplossingen werden aangedragen om de sociale cohesie te versterken zoals place making, creatieve ontmoetingsplekken en lichtkranten en een breed draagvlak op hoofdlijnen, maar ook veel verdeeldheid over de oplossing. Ze hoorde over normen waaraan ontwikkelaars zich moeten houden waardoor woningbouw moeilijker wordt, maar ook dat men wil bouwen aan een samenleving in plaats van stenen te stapelen. Ze hoorde ook iets over wooncoöperaties en dat bewoners bij de inrichting van de openbare ruimte moeten worden betrokken. De indieners van de notitie nemen de input mee en gaan naar de vervolgstappen kijken. Zij willen ontmoeten in ieder geval faciliteren in beleid, dat is iets anders dan normen stellen, zonder betuttelend te zijn. 9.
Rondvraag en sluiting De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) heeft zijn vragen schriftelijk gesteld en houdt het nu kort, hij wil weten welke bestemmingsplannen er de komende periode aankomen en of daar een tandje bij moet. Wethouder Roy Geers geeft aan dat het college de raad middels een raadsinformatiebrief heeft geïnformeerd over het feit dat het ervoor zorgt dat het proces van de projecten binnen de huidige wetgeving soepel verloopt en dat de initiatiefnemers een duidelijke termijn krijgen waarbinnen ze hun zaken goed op orde moeten hebben, zodat nog onder de huidige wetgeving een bestemmingsplan ter inzage kan worden gelegd. Daarmee krijgen de initiatiefnemers wat meer duidelijkheid en verrichten de gemeente en de initiatiefnemer geen onnodig werk. Hij is terughoudend in het verstrekken van een overzicht omdat daarin ook projecten staan waarvan de omgevingsdialoog nog moet worden gestart. Zo'n overzicht kan leiden tot onvrede in de omgeving en kan de initiatiefnemer op achterstand zetten waardoor het traject misschien vertraging oploopt en pas onder de Omgevingswet vorm kan krijgen. De raad kan wel via de organisatie inzicht krijgen, maar hij stelt liever geen lijst beschikbaar.
Er verandert niets aan de rol van de raad, het college en de initiatiefnemer zullen er alles aan doen om projecten nog onder de huidige wetgeving af te ronden, de raad zal middels een raadsinformatiebrief over een ontwerpbestemmingsplan worden geïnformeerd en dat zal de normale procedure volgen. De voorzitter sluit de vergadering om 23.00 uur.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Omgeving van 5 september 2023 De secretaris, mr. G.L. Pijnenburg
De voorzitter, F.J. van Haren
25