veiligheidsmonitor 2019 + notities
Tekst van het document
Veiligheidsmonitor 2019
Onderzoek & Statistiek Juni 2020
Samenvatting Elke twee jaar verschijnt er een nieuwe veiligheidsmonitor. Met daarin inzichten in de actuele veiligheidssituatie en ontwikkelingen in de gemeente ’s-Hertogenbosch. De leidraad voor de monitor is het ‘Integraal Veiligheidsplan’ (IVP) . In het IVP staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk veiligheidsbeleid. In de periode 2019-2022 zijn er vier belangrijke prioriteiten genoemd: ‘veilige en leefbare wijken en buurten’, ‘veilig uitgaan en veilige evenementen’, ‘problematische jeugd en jeugdgroepen’ en ‘ondermijning’.
Veiligheidsplannen In het IVP en de Begroting zijn doelstellingen geformuleerd met betrekking tot een groot aantal veiligheidsthema’s. Die doelstellingen moeten gerealiseerd zijn in 2022. Doelstellingen Op de volgende pagina staat een overzicht met de doelstellingen uit het IVP en de Begroting. Hierin is in één oogopslag te zien: 1. Het veiligheidsplan waarin de doelstelling genoemd wordt 2. De doelstelling voor 2022; 3. De waarde van de nulmeting (2017)1; 4. De waarde van 2019; 5. Wordt de doelstelling in 2022 gehaald? P Voldoet al aan de doelstelling P Voldoet nog niet aan de doelstelling, maar ontwikkelt zich positief richting de doelstelling O Voldoet niet aan de doelstelling, en ontwikkelt zich onvoldoende richting de doelstelling Hieronder wordt ingegaan op de belangrijkste ontwikkelingen en prioriteiten van gemeente en politie.
Overkoepelend veiligheidsbeleid Als we het hebben over misdrijven, dan hebben we het over relatief zware strafbare feiten. Bijvoorbeeld diefstal, mishandeling of vernieling. In 2018 registreerde de politie 9.089 misdrijven in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Dit komt neer op 58,8 misdrijven per 1.000 inwoners. Hiermee voldoen we momenteel aan de IVP-doelstelling van 2022. Na een jarenlange daling is het afgelopen jaar het totaal aantal misdrijven in de gemeente ’s-Hertogenbosch iets toegenomen (+3%), van 8.862 naar 9.089. De toename is een trend die ook landelijk zichtbaar is (+4%). Landelijk lijkt de stijging van de geregistreerde criminaliteit een aantal specifieke delicten te betreffen. Daarbij speelt een verandering in de wijze van registratie door de politie een rol, en ook de versterking van de internetaangifte. De respondenten uit de gemeente ’s-Hertogenbosch beoordeelden in 2019 de veiligheid van hun woonbuurt met het gemiddelde rapportcijfer 7,0. In 2017 was dit nog een 6,9. Om aan de doelstelling te voldoen moet het rapportcijfer voor de veiligheid verder stijgen naar minimaal een 7,3 in 2022.
1
De doelstellingen van het Integraal Veiligheidsplan (IVP) zijn geformuleerd voor de periode 2019-2022. De doelstellingen zijn destijds gebaseerd op de resultaten van 2017 (veiligheidsmonitor 2018). Deze waarden gelden als nulmeting. Om de ontwikkelingen voor de gehele beleidsperiode inzichtelijk te maken worden daarom ontwikkelingen ten opzichte van 2017 gepresenteerd.
Tabel 1: Veiligheidsdoelstellingen gemeente ’s-Hertogenbosch Doelstelling in:
Doelstelling 2022
Nulmeting (2017)
2019
Wordt de doelstelling in 2022 gehaald?*
Overkoepelend veiligheidsbeleid IVP
Max. 60
64,1
58,8
IVP/Begroting
Min. 7,3
6,9
7,0
ü ü
% vaak overlast van buurtbewoners Overlast door personen met verward gedrag per 1.000 inwoners Woninginbraken per 1.000 inwoners
IVP
Max. 4%
5%
7%
û
IVP
Max. 4,0
5,0
5,2
û
IVP
Max. 6,0
6,3
4,0
Diefstallen uit/vanaf auto’s per 1.000 inwoners
IVP/Begroting
Max. 6,5
8,2
5,1
Begroting
Max. 1,3
1,8
0,8
IVP/Begroting
Min. 7,3
6,9
7,0
ü ü ü ü û û
Totaal aantal misdrijven per 1.000 inwoners Rapportcijfer veiligheid in de buurt Veilige en leefbare wijken en buurten
Diefstallen van motorvoertuigen per 1.000 inw. Rapportcijfer veiligheid in de buurt Rapportcijfer veiligheid per buurt
IVP
Min. 6,0
3 buurten
7 buurten
% veel criminaliteit in de buurt
Begroting
Max. 9%
12%
12%
% vaak onveilig rondom uitgaansgelegenheden
IVP/Begroting
Max. 2%
3%
3%
% vaak overlast van horecagelegenheden
IVP/Begroting
Max. 2%
2%
3%
Overlast jeugd per 1.000 inwoners
IVP/Begroting
Max. 4,8
5,9
5,5
% vaak overlast van groepen jongeren
IVP/Begroting
Max. 4,5%
7%
9%
% vaak onveilig bij groepen jongeren
Begroting
Max. 5%
8%
8%
Veilig uitgaan en veilige evenementen
û û
Problematische jeugd en jeugdgroepen
û û û
Bron: Politie, Leefbaarheid & Veiligheid
Veilige en leefbare wijken en buurten Overlast en geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid Op het gebied van ‘zorg & veiligheid’ is verbetering mogelijk. Zo stijgt bijvoorbeeld het aantal geregistreerde incidenten van overlast door personen met verward gedrag al enkele jaren op rij. Wel lijkt de stijging van het aantal incidenten af te vlakken (+3%). Om in 2022 aan de IVP-doelstelling te voldoen, dient het aantal overlastincidenten door personen met verward gedrag zo’n 25% af te nemen. Ook is aan respondenten gevraagd hoe vaak overlast door personen met verward gedrag voorkomt in hun buurt. In 2019 geeft 3% van de respondenten aan dat er in hun buurt vaak overlast is door verwarde personen. Dat is gelijk aan de uitkomst in 2017. In 2019 vond 7% van de respondenten dat er in hun buurt vaak sprake is van overlast door buurtbewoners. In 2017 was dit 5%. Om aan de doelstelling te voldoen, willen we dat in 2022 maximaal 4% van de inwoners vaak overlast ervaart door buurtbewoners.
Vermogenscriminaliteit Een positieve ontwikkeling zien we op het gebied van vermogenscriminaliteit. Zo daalde tussen 2018 en 2019 het aantal woninginbraken (-29%), inbraken in garages, schuurtjes, tuinhuizen (-10%), diefstallen uit/vanaf auto’s (-11%), diefstallen van motorvoertuigen (-40%), fietsendiefstallen (-11%), zakkenrollen (-17%) en straatroven (-11%).
Veiligheidsmonitor 2019
-
3
Wijkgerichte aanpak De respondenten uit de gemeente ’s-Hertogenbosch beoordeelden in 2017 de veiligheid van hun woonbuurt met het gemiddelde rapportcijfer 7,0. Om aan de doelstelling te voldoen moet het rapportcijfer voor de veiligheid verder stijgen naar minimaal een 7,3 in 2022. Daarnaast willen we dat in alle buurten inwoners de veiligheid van hun buurt met minimaal een 6 beoordelen. In 2019 voldoen zeven buurten hier niet aan. Dit is meer dan in 2017 (3 buurten) (zie § 3.3). De onderstaande kaart geeft voor de meeste buurten weer in welke mate inwoners tevreden zijn met de veiligheid in hun buurt. Met groene en rode kleuren wordt aangegeven of een buurt gunstig of ongunstig scoort (in bijlage C is een overzichtskaart van alle wijken en buurten opgenomen). Afbeelding 1: Rapportcijfer veiligheid per buurt
Bron: Leefbaarheid & Veiligheid 2019 In deel 2 wordt ingegaan op de veiligheidssituatie, ontwikkelingen en aandachtspunten van de verschillende wijken, dorpen en aandachtsbuurten in de gemeente ’s-Hertogenbosch. De resultaten presenteren we aan de hand van profieltaarten. Deze geven op een eenvoudige wijze inzicht in hoe het voorstaat met de veiligheid van een wijk. Volgens de profieltaarten hebben twee wijken een ‘ongunstige’ veiligheidssituatie: de Binnenstad en West. Ook een groot deel van de aandachtsbuurten heeft een ‘ongunstige’ veiligheidssituatie.
Veilig uitgaan en veilige evenementen In 2019 voelt 3% van de respondenten zich vaak onveilig rondom uitgaansgelegenheden in de woonplaats. Eveneens 3% geeft aan dat er vaak overlast is door horecagelegenheden in hun buurt. Een probleem tijdens het uitgaan is uitgaansgeweld. Van alle geweldsmisdrijven in het centrum van ’s-Hertogenbosch vindt ongeveer de helft plaats tijdens uitgaansuren. Van invloed is de concentratie mensen tijdens het uitgaan waarbij in veel gevallen alcohol en/of drugs in het spel is.
Veiligheidsmonitor 2019
-
4
Problematische jeugd en jeugdgroepen Op het gebied van jeugdoverlast is verbetering mogelijk. Tussen 2016 en 2018 nam het aantal geregistreerde incidenten van jeugdoverlast af (-29%). Vervolgens is het aantal registraties het afgelopen jaar met 16% toegenomen naar 846 incidenten in 2019. Dat komt neer op 5,5 incidenten per 1.000 inwoners in 2019. Om aan de doelstelling te voldoen, dient het aantal incidenten weer te dalen naar maximaal 4,8 incidenten per 1.000 inwoners in 2022. Ook aan de respondenten is gevraagd in welke mate zij overlast ervaren door rondhangende jongeren in hun buurt. In 2019 vond 9% van de respondenten dat in hun buurt hier vaak sprake van is. In 2017 was dit 7%. Om aan de doelstelling te voldoen, willen we dat in 2022 maximaal 4,5% van de inwoners vaak overlast ervaart van rondhangende jongeren in hun buurt. Ten opzichte van 2017 voelen evenveel mensen zich vaak onveilig op plekken waar groepen jongeren rondhangen (8%). We willen dat dit afneemt naar maximaal 5% in 2022.
Ondermijning In 2019 is ondermijning verder aangepakt door de ‘Lokale Stuurtafel Ondermijning’ (gemeente, politie, OM en belastingdienst). De verschillende partners bereiden op ambtelijk niveau samen met het RIEC dossiers voor. Aan de hand van de voorbereide dossiers wordt de prioriteit binnen de Lokale Stuurtafel Ondermijning (LSO) bepaald. In 2019 zijn er 12 casussen in behandeling geweest, waarvan er 5 succesvol zijn afgerond. Iedere casus heeft een projectleider die, samen met de basisteam programmaleider, sturing geeft aan de casus. De Lokale Stuurtafel fungeert als bestuurlijk opdrachtgever. Het ambtelijk ondermijningsteam (AVO) vergadert eens per twee weken. Daarnaast zijn we, omwille van de versterking van onze informatiepositie, gestart met de oprichting van een lokaal overleg (LIO). Dit is een interne procedure waarmee gemeentelijke informatie door verschillende afdelingen wordt gedeeld en verzameld in het kader van de aanpak van ondermijning. Een gemeentelijk informatieknooppunt (GIK) versterkt de informatiepositie. Het GIK is in 2019 in gebruik genomen.
Positie ’s-Hertogenbosch landelijk Het Algemeen Dagblad brengt jaarlijks de AD-misdaadmeter uit. In de misdaadmeter worden de Nederlandse gemeenten gerangschikt naar de mate waarin bepaalde vormen van criminaliteit voorkomen. Op nummer 1 staat de minst veilige gemeente van Nederland. De laatste AD-misdaadmeter verscheen in maart 2019. In 2018 staat de gemeente ’s-Hertogenbosch op plek 27. In 2017 stonden we nog op positie 19. De verbeterde positie komt door een afname van het aantal woninginbraken, inbraken in schuur/garage, diefstal uit/vanaf auto’s, diefstal van motorvoertuigen, zakkenrollen, bedreigingen, mishandelingen, straatroven en vernielingen. Van de grote Brabantse gemeenten staan Eindhoven, Breda, Helmond en Tilburg hoger in de ranglijst van onveilige gemeenten.
Veiligheidsmonitor 2019
-
5
Inhoudsopgave Inhoud 1.
Inleiding....................................................................................................................................... 8
Deel 1: Veiligheidssituatie gemeente ’s-Hertogenbosch............................................................... 9 2.
3.
4.
5.
Overkoepelend veiligheidsbeeld ................................................................................................ 10 2.1
Misdrijven in ’s-Hertogenbosch ...................................................................................... 10
2.2
Positie ’s-Hertogenbosch landelijk .................................................................................. 11
Veilige en leefbare wijken en buurten......................................................................................... 15 3.1
Overlast en geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid ............................................... 15
3.1.1
Overlast op het snijvlak van Zorg & Veiligheid ................................................................ 15
3.1.2
Geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid ................................................................. 19
3.1.3
Aanpak .......................................................................................................................... 20
3.2
Vermogenscriminaliteit en High Impact Crimes .............................................................. 22
3.2.1
Woninginbraak............................................................................................................... 23
3.2.2
Voertuigcriminaliteit........................................................................................................ 24
3.2.3
Overvallen en straatroven .............................................................................................. 26
3.2.4
Geweld .......................................................................................................................... 27
3.2.5
Preventie en repressie ................................................................................................... 29
3.3
Wijkgerichte aanpak....................................................................................................... 32
Veilig uitgaan en veilige evenementen ....................................................................................... 39 4.1
Veilig uitgaan ................................................................................................................. 39
4.2
Veilige evenementen ..................................................................................................... 42
Problematische jeugd en jeugdgroepen ..................................................................................... 43 5.1
Jongerenoverlast ........................................................................................................... 43
5.2
Aanpak .......................................................................................................................... 45
6.
Ondermijning ............................................................................................................................. 47
7.
Overige strategische thema’s..................................................................................................... 51 7.1
Veilig winkelgebied, veilige bedrijventerreinen ................................................................ 51
7.2
Verkeersveiligheid.......................................................................................................... 53
7.3
Brandveiligheid, externe veiligheid en crisisbeheersing .................................................. 55
7.4
Polarisatie en radicalisering ........................................................................................... 56
7.5
Informatieveiligheid ........................................................................................................ 56
7.6
Veilige publieke taak ...................................................................................................... 56
7.7
Ambtelijke en bestuurlijke integriteit ............................................................................... 57
Veiligheidsmonitor 2019
-
6
Deel 2: Veiligheidssituatie wijken en aandachtsbuurten............................................................. 58 Veiligheidssituatie wijken en aandachtsbuurten ................................................................................. 59 1.
Binnenstad ................................................................................................................................ 60
1.1 Binnenstad centrum................................................................................................................... 62 1.2 Binnenstad oost ......................................................................................................................... 64 1.3 Het Zand ................................................................................................................................... 66 2.
Zuidoost .................................................................................................................................... 68
2.1 Gestelse buurt ........................................................................................................................... 71 3.
Graafsepoort ............................................................................................................................. 74
3.1 Hinthamerpoort zuid .................................................................................................................. 77 3.2 Graafsebuurt zuid ...................................................................................................................... 80 4.
Muntel/Vliert .............................................................................................................................. 83
5.
Rosmalen zuid........................................................................................................................... 86
6.
Rosmalen noord ........................................................................................................................ 88
7.
De Groote Wielen ...................................................................................................................... 91
8.
Empel ........................................................................................................................................ 94
9.
Noord ........................................................................................................................................ 97
9.1 De Hambaken ......................................................................................................................... 100 9.2 Sprookjesbuurt ........................................................................................................................ 103 9.3 Muziekinstrumentenbuurt......................................................................................................... 106 9.4 Edelstenenbuurt ...................................................................................................................... 109 9.5 Orthen west ............................................................................................................................. 112 10. Maaspoort ............................................................................................................................... 115 11. West........................................................................................................................................ 118 11.1 Boschveld................................................................................................................................ 121 11.2 De Schutskamp .......................................................................................................................
124 11.3 De Kruiskamp .......................................................................................................................... 127 12. Engelen ................................................................................................................................... 130 13. Nuland..................................................................................................................................... 132 14. Vinkel ...................................................................................................................................... 134 Bijlage A: Doelstellingen.................................................................................................................. 136 Bijlage B: Onderzoeksverantwoording ............................................................................................. 137 Bijlage C: Overzichtskaart wijken en buurten ................................................................................... 143
Veiligheidsmonitor 2019
-
7
1.
Inleiding
Elke twee jaar verschijnt er een nieuwe veiligheidsmonitor. Met daarin inzichten in de actuele veiligheidssituatie en ontwikkelingen in de gemeente ’s-Hertogenbosch. De leidraad voor de monitor is het ‘Integraal Veiligheidsplan’ (IVP)2. In het IVP staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk veiligheidsbeleid. In de periode 2019 – 2022 zijn daarin vier prioriteiten genoemd: · Veilige en leefbare wijken en buurten · Veilig uitgaan en veilige evenementen · Problematische jeugd en jeugdgroepen · Ondermijning De veiligheidsmonitor is gebaseerd op twee basisbronnen: politiegegevens en de vragenlijst Leefbaarheid & Veiligheid. Afhankelijk van het onderwerp worden er ook andere bronnen gebruikt. De meest recente cijfers gaan over het jaar 2019. Zo niet, dan staat dit in de tekst vermeld. Daarnaast komen verklaringen, achtergronden en maatregelen over overlast en criminaliteit aan bod. Deze informatie is afkomstig van beleidsmedewerkers en (wijk-)professionals/beroepskrachten van de gemeente, de politie en het OM.
Leeswijzer De veiligheidsmonitor bestaat uit twee delen. In deel 1 wordt de veiligheidssituatie van de totale gemeente ’s-Hertogenbosch gepresenteerd. Allereerst wordt een algemeen beeld geschetst. Vervolgens wordt per hoofdstuk ingezoomd op specifieke veiligheidsthema’s: · Veilige en leefbare wijken en buurten · Veilig uitgaan en veilige evenementen · Problematische jeugd en jeugdgroepen · Ondermijning · Overige strategische thema’s De opzet van de hoofdstukken sluit zoveel mogelijk aan bij het IVP. De resultaten zijn gekoppeld aan doelstellingen uit het IVP, de Begroting en het Regionaal Veiligheidsplan34. De prioriteiten, ambities en doelstellingen uit de veiligheidsplannen staan in blauwe blokken. Met vinkjes en kruisjes wordt duidelijk of een doelstelling wordt behaald: P Voldoet al aan de doelstelling P Voldoet nog niet aan de doelstelling, maar ontwikkelt zich positief richting de doelstelling O Voldoet niet aan de doelstelling en ontwikkelt zich onvoldoende richting de doelstelling In deel 2 wordt ingegaan op de veiligheidssituatie, ontwikkelingen en aandachtspunten van de verschillende wijken, dorpen en aandachtsbuurten5 in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Ook komen enkele andere buurten aan bod, die aandacht vragen op het thema veiligheid6.
Het rapport bevat bijlagen: · Doelstellingen die geformuleerd zijn in veiligheidsplannen · Onderzoeksverantwoording · Uitleg van de gehanteerde profieltaarten. · Overzichtskaart wijken en buurten in ’s-Hertogenbosch 2
Bron: Integraal Veiligheidsplan 2019-2022 gemeente ’s-Hertogenbosch (oktober 2018). Bron: Regionaal Veiligheidsplan Oost-Brabant 2019-2022 (november 2018). 4 Soms zit er een verschil tussen de doelstellingen in het IVP en de Begroting. Bijvoorbeeld in het IVP staat als doelstelling dat maximaal 3% zich vaak onveilig voelt rondom uitgaansgelegenheden en in de Begroting maximaal 2%. In deze gevallen gaan we uit van de ‘strengste’ doelstelling. 5 Dit zijn de aandachtsbuurten de Gestelse buurt, Hinthamerpoort zuid, de Hambaken, Sprookjesbuurt, Muziekinstrumentenbuurt, Edelstenenbuurt, Orthen west en Boschveld. Aanvullend worden ook de Schutskamp en de Kruiskamp meegenomen. 6 Dit wordt aangevuld met gebieden met een ‘zwakke’ veiligheidssituatie zoals Binnenstad. 3
Veiligheidsmonitor 2019
-
8
Deel 1: Veiligheidssituatie gemeente ’s-Hertogenbosch
Veiligheidsmonitor 2019
-
9
2.
Overkoepelend veiligheidsbeeld
In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op de verschillende prioriteiten in de gemeente. Daarnaast werken we met een overkoepelende veiligheidsdoelstelling. Daarbij maken we gebruik van de indicatoren ‘totaal aantal misdrijven’ en ‘rapportcijfer veiligheid van de buurt’. Deze twee indicatoren geven een algemene indicatie van respectievelijk de objectieve en de subjectieve veiligheid van ’s-Hertogenbosch.
2.1
Misdrijven in ’s-Hertogenbosch
ü In 2022 zijn er maximaal 60 misdrijven per 1.000 inwoners. Als we het hebben over misdrijven, dan hebben we het over relatief zware strafbare feiten. Bijvoorbeeld diefstal, mishandeling of vernieling. In 2019 registreerde de politie 9.089 misdrijven in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Dat komt neer op 58,8 misdrijven per 1.000 inwoners. Hiermee wordt aan de bovenstaande doelstelling voldaan. Verder is 29% van alle misdrijven opgehelderd. Dat is het hoogste ophelderingspercentage sinds 2015. Na een jarenlange daling is het afgelopen jaar het totaal aantal misdrijven in de gemeente ’s-Hertogenbosch iets toegenomen (+3%), van 8.862 naar 9.089. De toename is een trend die ook landelijk zichtbaar is (+4%). Landelijk lijkt de stijging van de geregistreerde criminaliteit een aantal specifieke delicten te betreffen. Daarbij speelt een verandering in de wijze van registratie door de politie een rol, en ook de versterking van de internetaangifte7. Veruit de meeste misdrijven vinden plaats in de Binnenstad. Het aandeel misdrijven is hier minimaal twee keer zo hoog als in de andere wijken en dorpen binnen de gemeente ’s-Hertogenbosch. In de Binnenstad zorgt de concentratie van veel personen in een relatief klein gebied met uiteenlopende functies, zoals winkels en horeca, voor een hoger incidentenpatroon als het gaat om overlast en criminaliteit.
In § 3.3 wordt verder ingezoomd op het aantal misdrijven per buurt. Afbeelding 2: Totaal aantal misdrijven per 1.000 inwoners 100 75,0 75
69,5
64,1
57,6
58,8
2018
2019
50
Doel 2022
25 0 2015
2016
2017
Bron: Politie
7
Bron: https://ccv-secondant.nl/platform/article/trendbreuk
Veiligheidsmonitor 2019
-
10
P In 2022 is het rapportcijfer voor de veiligheid in de buurt minimaal een 7,3. De respondenten uit de gemeente ’s-Hertogenbosch beoordelen in 2019 de veiligheid van de woonbuurt gemiddeld met een 7,0 als rapportcijfer. Dat was een 6,9 in 2017. Om aan de doelstelling te voldoen, moet het rapportcijfer verder stijgen naar minimaal een 7,3 in 2022. In § 3.3 wordt verder ingezoomd op de beoordeling van de veiligheid in de buurt. Afbeelding 3: Rapportcijfer veiligheid woonbuurt 10 9 8 Doel 2022
7 6
6,8
6,9
7,0
2015
2017
2019
5
Bron: Leefbaarheid & Veiligheid
2.2
Positie ’s-Hertogenbosch landelijk
Hoe doet de gemeente ’s-Hertogenbosch het qua veiligheid vergeleken met andere (grote) gemeenten? De ‘AD-misdaadmeter’, ‘Trends in Nederland’ en de landelijke ‘Veiligheidsmonitor’ bieden hier inzicht in.
AD-misdaadmeter Het Algemeen Dagblad brengt elk jaar de AD-misdaadmeter uit. De laatste AD-misdaadmeter verscheen in maart 20198. Hierin worden Nederlandse gemeenten vergeleken naar de mate waarin bepaalde vormen van criminaliteit voorkomen. Op de 1ste positie staat de minst veilige gemeente van Nederland, dat is in 2019 opnieuw Amsterdam. Gevolgd door Eindhoven en Rotterdam. ’sHertogenbosch staat op de 27ste positie. In vergelijking met de vijf grootste Brabantse steden (B5) is het in ’s-Hertogenbosch veiliger dan in Eindhoven, Breda, Helmond en Tilburg. Naast de B5-gemeenten staan van de Brabantse gemeenten Roosendaal en Cranendonck in de top 50 van de misdaadmeter. Volgens de AD-misdaadmeter is ’s-Hertogenbosch tussen 2017 en 2018 veiliger geworden. De positie is verbeterd van de 19e naar de 27ste positie op ranglijst van onveilige gemeente, doordat het aantal woninginbraken, inbraken in schuur/garage, diefstal uit/vanaf auto’s, diefstal van motorvoertuigen, zakkenrollen, bedreigingen, mishandelingen, straatroven en vernielingen sterker is afgenomen dan in andere vergelijkbare gemeenten. Alleen het aantal overvallen is tussen 2017 en 2018 gelijk gebleven. De huidige situatie en ontwikkeling van de verschillende delicten bespreken we in hoofdstuk 3.
8
De AD-misdaadmeter voor 2020 is (nog) niet gepubliceerd.
Veiligheidsmonitor 2019
-
11
Trends in Nederland Het CBS brengt elk jaar het onderzoek ‘Trends in Nederland’ (mei 2019) uit met ontwikkelingen van verschillende thema’s, zoals ‘veiligheid en recht’. De meest recente cijfers worden hieronder besproken. In 2018 zijn in Amsterdam de meeste misdrijven geregistreerd: 96 misdrijven per 1.000 inwoners. Ook in Rotterdam, Utrecht en Eindhoven vond met 78 misdrijven per 1.000 inwoners relatief veel criminaliteit plaats. In ’s-Hertogenbosch werden 58 misdrijven per 1.000 inwoners geregistreerd. Vergeleken met de vijf grootste Brabantse gemeenten (B5) – behalve Eindhoven – is deze uitkomst gemiddeld: Tilburg (60), Breda (58) en Helmond (57 misdrijven per 1.000 inwoners). In Den Haag en Rotterdam woonden in 2018 relatief de meeste geregistreerde verdachten: 159 verdachten per 10.000 inwoners. Amsterdam telde 139 verdachten en Utrecht 106 verdachten per 10.000 inwoners. In Lelystad woonden ook relatief veel verdachten van een misdrijf (145 per 10.000 inwoners). In ’s-Hertogenbosch is het aantal verdachten tussen 2017 en 2018 gedaald, van 127 naar 100 verdachten per 10.000 inwoners. In 2018 ligt dat aandeel in ’s-Hertogenbosch lager dan in de meeste andere B5-gemeenten: Helmond (122), Eindhoven (115), Tilburg (104) en Breda (95 verdachten per 10.000 inwoners.
Afbeelding 4: Aantal registraties in gemeenten met meer dan 70.000 inwoners (2017) a) Aantal geregistreerde misdrijven per 1.000 inw. b) Aantal geregistreerde verdachten per 10.000 inw.
Bron: Trends in Nederland 2018, CBS In maart 2020 publiceerde het CBS het artikel ‘Eerste toename minderjarige verdachten sinds 2009’. In de afgelopen 10 jaar is het aantal minderjarige verdachten in Nederland meer dan gehalveerd. Wel werden er in 2019 6,5% meer minderjarige verdachten geregistreerd dan in 2018. Van de minderjarige verdachten werd 70% voor het eerst als verdachte geregistreerd. Van de minderjarige verdachten was het overgrote merendeel jongen (78%). Een kwart van de jongens en bijna dertig procent van de meisjes was jonger dan 15 jaar. Minderjarigen worden in vergelijking met andere leeftijdsgroepen relatief vaak verdacht van vermogensmisdrijven (bv. winkeldiefstal, fietsendiefstal en straatroof) en van openlijk geweld.
Veiligheidsmonitor 2019
-
12
Afbeelding 5: Geregistreerde minderjarige verdachten (2019, voorlopige cijfers) In 2019 werden gemiddeld 18,3 per duizend minderjarigen in Nederland verdacht van het plegen van een misdrijf. Van alle minderjarige verdachten woont 20% in één van de vier grote steden. In Amsterdam wonen ruimschoots de meeste minderjarige verdachten (32 per duizend minderjarige inwoners), gevolgd door Utrecht, Rotterdam en Den Haag. In ’s-Hertogenbosch gaat het om 13 per duizend minderjarigen. Dat aandeel is in ’s-Hertogenbosch lager dan in de andere B5-gemeenten: Tilburg (22), Eindhoven (19), Helmond (18) en Breda (15 verdachten per 1.000 minderjarige inwoners.
Bron: CBS
Landelijke Veiligheidsmonitor In 2019 is ook de landelijke veiligheidsmonitor uitgevoerd (maart 2020). Dit is een tweejaarlijks terugkerend bevolkingsonderzoek waarin de thema’s leefbaarheid van de woonbuurt, veiligheidsbeleving, slachtofferschap van criminaliteit, het oordeel van de burger over het functioneren van de politie en preventiegedrag worden onderzocht. De veiligheidsmonitor wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De landelijke veiligheidsmonitor gaat niet alleen in op de landelijke situatie; de analyses gaan onder andere ook in op de veiligheidssituatie van alle Nederlandse gemeenten met meer dan 70.000 inwoners, waaronder ’s-Hertogenbosch. Respondenten uit het district ’s-Hertogenbosch zijn gemiddeld positiever over (de meeste) zaken als leefbaarheid, fysieke verloedering, sociale overlast en veiligheidsbeleving. Ook wat betreft de mate van slachtofferschap doet het district ’s-Hertogenbosch het beter dan gemiddeld. Ten opzichte van 2012 zijn de respondenten uit district ’s-Hertogenbosch positiever over de leefbaarheid en fysieke verloedering. Ook voelen zij zich veiliger, zowel in de eigen buurt als in het algemeen, en geven minder respondenten aan slachtoffer te zijn van (vermogens)criminaliteit. Ook zijn er resultaten specifiek voor de gemeente ’s-Hertogenbosch.
In vergelijking met andere gemeenten met meer dan 70.000 inwoners, voelen in de gemeente ’s-Hertogenbosch minder respondenten zich wel eens onveilig in de buurt. Ook zijn zij minder vaak slachtoffer van criminaliteit. Landelijk geeft 14% van de respondenten aan zich wel eens onveilig te voelen in de eigen buurt. Ook in ’s-Hertogenbosch is dit 14%. In de andere grote Noord-Brabantse gemeenten Breda, Eindhoven, Helmond en Tilburg voelen gemiddeld iets meer respondenten zich wel eens onveilig in de eigen buurt. Ook geven inwoners uit ’s-Hertogenbosch een hoger rapportcijfer voor de veiligheid in hun buurt dan inwoners uit de andere grote Brabantse gemeenten.
Veiligheidsmonitor 2019
-
13
Tabel 2: Resultaten landelijke veiligheidsmonitor CBS9 % voelt zich wel eens onveilig in buurt
Rapportcijfer veiligheid in de buurt
’s-Hertogenbosch Breda Eindhoven Helmond Tilburg
2015 19% 20% 24% 23% 23%
2017 17% 21% 20% 24% 27%
2019 14% 18% 20% 21% 18%
2015 7,2 7,1 6,9 6,7 6,8
2017 7,2 7,0 7,0 7,0 6,8
2019 7,3 7,2 7,1 7,1 7,1
Nederland
18%
16%
14%
7,2
7,3
7,4
Bron: CBS
9
Er bestaan kleine verschillen in de uitkomsten voor ’s-Hertogenbosch voor de lokale en landelijke Veiligheidsmonitor. Dit komt doordat het twee verschillende onderzoeken zijn, die verschillen betreft steekproef, methoden en vraagstelling.
Veiligheidsmonitor 2019
-
14
3.
Veilige en leefbare wijken en buurten
De veiligheid en leefbaarheid van onze wijken en buurten kunnen onder druk staan door verschillende vormen van overlast, geweld en vermogenscriminaliteit. We richten ons op twee deelthema’s in het bijzonder, namelijk ‘Overlast, geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid’ en ‘Vermogenscriminaliteit en High Impact Crimes’. In bepaalde delen van de stad komen verschillende van deze bedreigingen bij elkaar. Dit zijn onze aandachtswijken en –buurten. Voor deze wijken en buurten volgen we een speciale gebiedsgerichte aanpak. Op deze manier voeren we maatwerk per wijk.
3.1
Overlast en geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid
Het accent ligt hier op complexe sociale gevallen – individuen of gezinnen – waarbij sprake is van overlast en soms ook geweld. De overlast kan betrekking hebben op geluid, stank en andere vormen van verloedering, verbale uitingen. Psychiatrische factoren spelen vaak een rol, net als alcohol en/of drugs. Zowel de veiligheid van deze personen zelf, als die van omwonenden/omgeving kan in het gedrang zijn. Dit soort complexe, soms snel escalerende situaties trekken een stevige wissel op de veiligheid en leefbaarheid van wijken en buurten. Door factoren zoals afnemende intramurale zorg en groeiende complexiteit, in bepaalde opzichten zelfs ‘tweedeling’ van de samenleving, komt dit fenomeen vaker voor dan in het verleden. We intensiveren onze aanpak op dit thema.
Doelstelling 2022: Een zodanige infrastructuur van samenwerkende professionals en toegesneden voorzieningen in stand houden dat de veiligheid van en rond personen en gezinnen in alle gevallen van een aanvaardbaar niveau is of zo snel mogelijk weer wordt. Deze infrastructuur sluit aan op, maakt zo goed mogelijk gebruik van de mogelijkheden van de samenleving zelf.
3.1.1 Overlast op het snijvlak van Zorg & Veiligheid Woonoverlast
O In 2022 ervaart maximaal 4% van de inwoners vaak overlast van buurtbewoners. In 2019 vond 7% van de respondenten dat er in hun buurt vaak sprake is van overlast door buurtbewoners. In 2017 was dit 5%. We hebben geen duidelijke verklaring voor deze stijging. Om aan de doelstelling te voldoen, willen we dat in 2022 maximaal 4% van de inwoners vaak overlast ervaart door buurtbewoners. In een aantal buurten ervaren meer mensen overlast dan gemiddeld in de gemeente. Bijvoorbeeld in de Hofstad, Aawijk noord, de Haren, de Reit, de Hambaken en Sprookjesbuurt. In deze buurten ervaart minimaal 15% van de respondenten vaak overlast door buurtbewoners. Daarnaast geeft 3% van de respondenten in 2019 aan dat er in hun buurt vaak sprake is van intimiderende buurtbewoners. Deze uitkomst is gelijk aan die in 2017. In de buurten Aawijk noord, de Hambaken en Muziekinstrumentenbuurt ervaren meer mensen overlast dan gemiddeld. In deze buurten geeft minimaal 10% van de respondenten aan dat er in hun buurt vaak sprake is van intimiderende buurtbewoners. In 2019 vond 1% van de respondenten dat er in hun buurt vaak mensen op straat worden lastiggevallen. Dat was 2% in 2017. In de buurten het Zand en Muziekinstrumentenbuurt ervaren iets meer mensen overlast dan gemiddeld. In deze buurten vindt minimaal 5% dat er vaak mensen worden lastiggevallen.
Veiligheidsmonitor 2019
-
15
Afbeelding 6: Overlast door buurtbewoners komt vaak voor in de buurt 10% 8%
7%
7% 5%
6%
Doel 2022
4% 2% 0% 2015
2017
2019
Bron: Leefbaarheid & Veiligheid De gemeente pakt de regie op de aanpak van woonoverlast op basis van afspraken. Onder andere vanuit het convenant Gegevensuitwisseling bestrijding woonoverlast en vanuit de mogelijkheden die de Wet aanpak woonoverlast biedt. Corporaties zetten blijvend in op het voorkomen of aanpakken van (zware) overlast en woonfraude en het signaleren van (complexe) problematiek. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen niet-willers en de niet-kunners. Voor de laatste categorie wordt gezorgd voor passende huisvesting (zoals een voorziening langdurig verblijf of Time out-woningen). In de eerste helft van 2019 is het convenant Gegevensuitwisseling bestrijding woonoverlast vastgesteld. Bestanddelen/instrumenten die onderdeel uitmaken van de aanpak zijn onder andere buurtbemiddeling, gedragsaanwijzing (Wet aanpak woonoverlast) en selectieve woningtoewijzing (Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek). De aanpak woonoverlast wordt afgestemd met de aanpakken overlast personen met verward gedrag, drugsoverlast en huiselijk geweld.
Overlast door personen met verward gedrag 2022 zijn er maximaal 4 incidenten van overlast door personen met verward gedrag per O In1.000 inwoners. Het aantal geregistreerde incidenten van overlast door personen met verward gedrag stijgt al enkele jaren op rij. Wel vlakt de stijging de laatste twee jaar af. Het aantal incidenten is tussen 2018 en 2019 met 3% iets toegenomen, van 789 naar 811 incidenten. Dat komt neer op 5,2 incidenten per 1.000 inwoners in 2019. Om aan de doelstelling te voldoen, moet het aantal incidenten afnemen naar maximaal 4 incidenten per 1.000 inwoners in 2022. Het aantal incidenten door personen met verward gedrag is het hoogst in de Binnenstad. Hier vinden relatief veel incidenten plaats in de buurten Binnenstad centrum, Binnenstad oost en het Zand. Ook zijn er relatief veel incidenten in Orthenpoort, Orthen, de Donk, Willemspoort en Deuteren. In deze buurten waren in 2019 minimaal 10 incidenten per 1.000 inwoners. Volgens professionals is niet duidelijk om wat voor soort incidenten het gaat. De ervaring leert dat de politie veel en ook verschillende soorten incidenten ‘wegschrijft’ onder de zogenaamde E33-meldingen (‘overlast door verward/overspannen persoon’). Dit kan gaan om iemand die dronken over straat loopt tot iemand met psychiatrische problemen die overlast veroorzaakt.
Er zijn ook grote verschillen in aantallen registraties tussen de verschillende politieregio’s in Nederland. Lokaal is een initiatief gestart om onderzoek en analyse te doen naar de E33-meldingen zodat beter zicht ontstaat op de aard van de problematiek.
Veiligheidsmonitor 2019
-
16
Afbeelding 7: Aantal incidenten van overlast door verwarde/overspannen personen per 1.000 inwoners 10 8 6
4,1
4,6
5,0
5,1
5,2 Doel 2022
4 2 0 2015
2016
2017
2018
2019
Bron: Politie Ook aan respondenten is gevraagd hoe vaak overlast door personen met verward gedrag voorkomt in hun buurt. In 2019 geeft 3% van de respondenten aan dat er in hun buurt vaak overlast is door verwarde personen. Dat is gelijk aan de uitkomst in 2017. De meeste overlast wordt ervaren in de Binnenstad. Hier ervaart 12% van de respondenten vaak overlast door verwarde personen. Ook in de buurten Graafsebuurt zuid, Orthenpoort, Orthen, Edelstenenbuurt, de Slagen en Maasstroom ervaren meer mensen overlast dan gemiddeld. In deze buurten vindt minimaal 6% dat er vaak overlast is in hun buurt van verwarde personen. De problematiek rondom personen met verward gedrag heeft in de samenleving veel aandacht. Landelijk deden zich enkele ernstige incidenten voor. De politie en woningcorporaties ervaren een toename van mensen met psychische klachten in de wijken. Hierdoor wordt de aanpak van complexe casuïstiek en vroegsignalering/preventie van escalatie extra belangrijk. Onderzoek naar aanleiding van de incidenten laat zien dat de samenwerking tussen ketenpartners verbeterd kan worden. Er wordt aan gewerkt om deze samenwerking te gaan verbeteren. Op het niveau van de politie-eenheid Oost-Brabant loopt een project om de ketensamenwerking rondom de aanpak van verwarde personen te verbeteren. Dat is het regionale project ‘Verward en dan...’.
Ook is er een landelijk aanjaagteam verwarde personen actief. De ministeries van VWS en VenJ en de VNG willen dat er betere opvang, zorg en ondersteuning komt voor personen met verward gedrag. De gemeente neemt deel aan het regionale project. De gemeente heeft niet gewacht op de aanbevelingen vanuit dit regionale project, maar ging aan de slag met een lokale aanpak. In de gemeente is een groep burgers die verward op straat te vinden is of (marginaal) gehuisvest is. Binnen deze gevarieerde groep zijn er burgers voor wie het nuttig is ‘het wonen’ anders te organiseren, maar voor wie het reguliere beschermd wonen aanbod geen oplossing biedt. Via de uitvoeringsagenda wonen/zorg realiseren we een aantal (woon/zorg)voorzieningen die daar in moeten voorzien. In 2019 zijn we gestart met Housing First, met de realisatie van het tweede hostel in de stad en een voorziening voor langdurig verblijf. Met het huisvesten van deze groep is ‘het’ probleem van de verwarde burgers nog niet opgelost. Het is een opgave voor gemeenten en zorgverzekeraars om gezamenlijk voor burgers met een grote kwetsbaarheid een integrale omgeving te creëren waarin toezicht, begeleiding en behandeling gecombineerd op herstel worden gericht (afstemming sociale (wijk)teams, POH-GGZ huisarts en FACTteams). Heel concreet werken we hier via het project Thuis in Zuidoost met alle relevante partijen in deze wijk aan.
Met als gezamenlijk uitgangspunt om te doen wat nodig is voor personen met verward gedrag. Naar aanleiding van de ketenveldnorm is in 2019 deze werkwijze via het Zorg- en Veiligheidshuis geïmplementeerd en de regisseurs Zorg & Veiligheid voeren regie op deze casuïstiek.
Veiligheidsmonitor 2019
-
17
Daarnaast is binnen elk buurtteam in de stad een hulpverlener 24/7 aanwezig die er laagdrempelig binnen een dagdeel ‘er op af’ gaat. Vanuit het idee dat er geen casuïstiek is die van ‘niemand’ is. Dat hebben we binnen kantooruren, maar ook buiten kantooruren georganiseerd. Met name voor deze doelgroep is het van belang om snel in actie te komen.
Overlast dak- en thuislozen Het aantal geregistreerde incidenten van overlast door dak- en thuislozen steeg enkele jaren op rij. Tussen 2018 en 2019 is het aantal incidenten echter met 24% afgenomen, van 529 naar 400 incidenten. Dit komt neer op 2,6 incidenten per 1.000 inwoners in 2019. Het aantal incidenten van overlast door dak- en thuislozen is relatief hoog in de buurten Binnenstad centrum, het Zand, Orthenpoort en Willemspoort. In deze buurten zijn minimaal 15 incidenten per 1.000 inwoners. Afbeelding 8: Aantal incidenten van overlast van zwervers per 1.000 inwoners 10 8 6 3,4
4 2
2,6
2,5 1,3
1,2
2015
2016
0 2017
2018
2019
Bron: Politie Ook aan de respondenten is gevraagd hoe vaak overlast van zwervers of daklozen voorkomt in hun buurt. In 2019 geeft 3% van de respondenten aan dat in hun buurt vaak overlast is van zwervers/daklozen. Dat is dezelfde uitkomst als in 2017. De meeste overlast wordt ervaren in de Binnenstad, met name in Binnenstad centrum, Binnenstad oost en het Zand. Ook in het Paleiskwartier en in Orthenpoort ervaren relatief veel respondenten overlast. In deze buurten ervaart ten minste 10% van de respondenten vaak overlast van zwervers/daklozen. Dat is volgens professionals ook logisch. In de Binnenstad zit dak- en thuislozenopvang het Inloopschip en de dag- en nachtopvang voor drugsverslaafden van Novadic-Kentron. Sinds 2017 is er in en rondom het Inloopschip extra beveiliging ingezet om de overlast in de omgeving terug te dringen. Volgens de politie gaat de gemelde overlast van dak- en thuislozen over 157 unieke personen. Een klein deel van deze personen is verantwoordelijk voor een groot aantal incidenten. In 2018 komen 15 personen ten minste vijf keer voor in de registraties; veel van hen komen ook voor in andere overlastregistraties van de politie.
Alcohol- en drugsoverlast Het aantal geregistreerde incidenten van alcohol- en drugsoverlast is tussen 2018 en 2019 met 24% toegenomen, van 507 naar 631 incidenten. Dat komt neer op 4,1 incidenten per 1.000 inwoners in 2019. Het aantal incidenten van alcohol- en drugsoverlast is relatief hoog in de buurten Binnenstad centrum, Binnenstad oost, Binnenstad noord, het Zand, Orthenpoort en Willemspoort. In deze buurten werden in 2019 minimaal 10 incidenten per 1.000 inwoners geregistreerd.
Veiligheidsmonitor 2019
-
18
Afbeelding 9: Aantal incidenten van alcohol- en drugsoverlast per 1.000 inwoners 10 8 6 4
2,9
3,6
3,2
3,3
2016
2017
2018
4,1
2 0 2015
2019
Bron: Politie Het is niet altijd eenduidig hoe een incident door de politie wordt weggeschreven. Dit wordt onder andere beïnvloedt door de interpretatie van het incident door een agent. Dit is bijvoorbeeld het geval bij ‘overlast door verward/overspannen persoon’, ‘overlast zwervers’ en ‘overlast i.v.m. alcohol/drugs’. Ook is aan de respondenten gevraagd hoe vaak er in hun buurt dronken mensen op straat zijn. In 2019 geeft 8% van de respondenten aan dat er in hun buurt vaak sprake is van dronken mensen op straat. Dit is vergelijkbaar met 2017 (9%). Veruit de meeste overlast wordt ervaren in de Binnenstad. Hier ervaart 37% van de respondenten vaak dronken mensen op straat. Maar ook respondenten uit Graafsebuurt zuid ervaren relatief veel overlast van dronken mensen op straat (30%). In 2019 geeft 13% van de respondenten aan dat er in hun buurt vaak sprake is van drugsgebruik of drugshandel, zoals op straat of rond coffeeshops. Ook hier is de ervaren overlast in de Binnenstad het hoogst (31%). Maar ook respondenten uit de Bossche Pad, Grevelingen, Graafsebuurt zuid, Muziekinstrumentenbuurt en Boschveld geven dit vaak aan. In deze buurten geeft ten minste 30% van de respondenten aan dat dit vaak voorkomt in hun buurt. Het college heeft enkele plekken in de gemeente aangewezen waar een alcoholverbod geldt. Alcoholgebruik is op deze locaties niet toegestaan.
Met een verbod om in het openbaar alcohol te drinken wil de gemeente een einde maken aan 'grote overlast voor bewoners, ondernemers en bezoekers'. Ook mag je op deze plekken geen aangebroken flessen of blikjes met alcoholhoudende drank bij je dragen.
3.1.2 Geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid Huiselijk geweld is een zeer ingrijpende vorm van geweld. Hieronder valt bijvoorbeeld lichamelijk en seksueel geweld binnen de huiselijke kring, maar ook emotionele mishandeling. De huiselijke kring bestaat uit (ex-)partners, gezinsleden, familieleden en huisvrienden. Het slachtoffer kan een volwassene zijn of een kind (kindermishandeling). Ook als kinderen getuige zijn van huiselijk geweld is dit kindermishandeling. Het aantal geregistreerde incidenten van huiselijk geweld daalt sinds 2015. Tussen 2018 en 2019 is het aantal incidenten met 35% gedaald, van 817 naar 531 incidenten. Dat komt neer op 3,4 incidenten van huiselijk geweld per 1.000 inwoners in 2019. Relatief veel incidenten van huiselijk geweld werden in 2019 geregistreerd in de buurten de Hambaken en Muziekinstrumentenbuurt. In deze twee buurten werden in 2019 minimaal 10 incidenten per 1.000 inwoners geregistreerd.
Veiligheidsmonitor 2019
-
19
Afbeelding 10: Aantal incidenten van huiselijk geweld per 1.000 inwoners 10 7,9 8
7,2 6,0
6
5,3 3,4
4 2 0 2015
2016
2017
2018
2019
Bron: Politie In 2018 is aan de inwoners van ’s-Hertogenbosch gevraagd of zij de afgelopen twee jaar zijn geconfronteerd met en/of slachtoffer zijn geworden van huiselijk geweld of kindermishandeling10. In 2018 gaf 6% van de respondenten aan te zijn geconfronteerd met huiselijk geweld. Dat is dezelfde uitkomst als in 2016. Bij het merendeel gaat het om iemand van buiten het eigen huishouden, zoals een buurtgenoot, familielid of kennis. Zo’n 4 op de 10 respondenten die te maken hebben gehad met huiselijk geweld, hebben hiervan melding gemaakt bij één of meerdere instanties. Dat deden zij vooral bij de politie en/of bij Veilig Thuis. Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Het aandeel respondenten dat een melding deed bij Veilig Thuis is tussen 2016 en 2018 toegenomen. In 2018 deed bijna de helft van degenen die een melding maakte, een melding bij Veilig Thuis. Een even grote groep deed (eveneens) melding bij de politie. Momenteel zijn we op regionale schaal de samenwerking van Veilig Thuis met de teams Toegang & Regie aan het herijken. Dit leidt hopelijk tot een meer unanieme manier van werken waardoor we een meer doeltreffende ketenaanpak kunnen ontwikkelen voor de regio. We willen en moeten investeren in een effectieve(re) aanpak om geweld binnen huishoudens duurzaam te stoppen.
Door de aanscherping Wet meldcode is bovendien de taak van Veilig Thuis flink uitgebreid. Professionals die zelf aan de slag gaan in zaken waar huiselijk geweld of kindermishandeling speelt, moeten op grond van een afwegingskader per beroepsgroep bepalen, of zij hun aanpak moeten melden bij Veilig Thuis. Dat wil zeggen dat Veilig Thuis dus meer meldingen krijgt waar zij bepaalde betrokkenheid bij krijgen. Veilig Thuis gaat deze casussen monitoren. Het interbestuurlijk programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ gaat de komende jaren de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandelingen langs drie lijnen verbeteren: · Eerder en beter in beeld. Investeren is betere signalering en de verbeterde meldcode implementeren. · Duurzaam oplossen. Hier hoort een heel scala aan maatregelen bij die hieraan gaan bijdragen. · Specialistische thema’s zoals seksueel geweld, eer-gerelateerd geweld, mensenhandel intensiever onderdeel maken van de aanpak. Hiervoor wordt begin 2019 een projectleider aangesteld.
3.1.3 Aanpak De verbinding tussen het sociaal- en veiligheidsdomein is belangrijk. De aanpak van verschillende belangrijke veiligheidsthema’s, zoals huiselijk geweld, woonoverlast, jeugdoverlast, personen met verward gedrag is ondenkbaar zonder een goede samenwerking tussen beide domeinen. Op beleidsmatig niveau is de samenwerking binnen de gemeente tussen het sociaal- en veiligheidsdomein geïntensiveerd. Enkele voorbeelden staan hieronder beschreven. 10
Bron: Notitie Kindermishandeling en huiselijk geweld, vragenlijst Leefbaarheid 2018, afdeling Onderzoek & Statistiek ’sHertogenbosch (januari 2019).
Veiligheidsmonitor 2019
-
20
Complexe casuïstiek Zorg & Veiligheid Sinds april 2019 hebben we formatie regie op complexe casuïstiek Zorg & Veiligheid. Zij zijn speciaal in het leven geroepen voor casuïstiek waar noch zorg noch veiligheid heel duidelijk het probleem is, maar waar wel degelijk sprake is van overlast en een mate van gevaarzetting. Deze regisseurs werken met een rechtstreekse lijn naar wethouder en burgemeester, opdat het bestuurlijk instrumentarium tijdig en juist ingezet kan worden. Ook sluiten deze regisseurs de lijnen kort met alle in de gemeente aanwezige voorzieningen en samenwerkingsverbanden als bijvoorbeeld het Centrum voor Trajectbegeleiding en Bemoeizorg (CVTB) en het project Thuis in Zuidoost (TIZO). Vooralsnog zijn de regisseurs gepositioneerd bij de teams Toegang en Regie (voormalige sociale wijkteams).
Teams Toegang & Regie Teams Toegang & Regie zijn voor inwoners waarbij meerdere problemen tegelijkertijd spelen. In de teams Toegang & Regie werken hulpverleners met verschillende achtergronden samen. Mensen met kennis en ervaring op het gebied van jeugd, maatschappelijk werk, ouderen of mensen met een beperking. De medewerkers gaan samen met de inwoners op zoek naar oplossingen voor de hulpvraag. De doelen daarbij zijn: hulp in de directe omgeving, regie bij de inwoner, benutten van eigen kracht, normaliseren en 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. De teams maken met inwoners een plan van aanpak, regisseren en arrangeren hulpverlening, verlenen eventueel toegang tot gespecialiseerde hulp en volgen en evalueren de hulpverlening.
Zorg- en Veiligheidshuis Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost is de plek waar veiligheid, zorg en lokaal bestuur samenkomen voor de integrale aanpak van complexe problematiek. Het is een netwerksamenwerking tussen partners uit de zorg- en strafrechtketen en gemeentelijke partners. Het doel van de samenwerking is het terugdringen van overlast en recidive, waarbij wordt ingezet op gedragsverandering en verbetering van kwaliteit van het leven van de betrokkene(n). De ketenpartners signaleren problemen, bedenken oplossingen en voeren die samen uit onder procesregie van het Zorgen Veiligheidshuis. Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost is per 1 januari 2019 ontstaan uit een fusie van het Regionaal Veiligheidshuis Brabant Noordoost met het Veiligheidshuis ’s-Hertogenbosch en omgeving. Het Veiligheidshuis ’s-Hertogenbosch en omgeving heeft de afgelopen jaren al ervaring opgedaan met de persoonsgerichte aanpak (PGA) en werkte conform het landelijk kader Veiligheidshuizen. Dat betekent dat er een structuur is waarbij indien reguliere samenwerking c.q. afstemming niet leidt tot een effectieve gezamenlijke aanpak van de problematiek, werd opgeschaald naar het Veiligheidshuis. Zowel vanuit de wijk als vanuit justitiële partners kon worden opgeschaald.
Aanpak complexe casuïstiek en voorkoming van escalatie Het is van belang dat professionals in de wijk sensitief zijn, tijdig problemen signaleren en daarop passend interveniëren, ook als dat betekent dat ze elkaar daarvoor moeten opzoeken. Een helder escalatiemodel voor op- en afschaling is essentieel voor de preventie van escalatie. De gemeente ’sHertogenbosch werkt met een escalatiemodel voor alle ketenpartners op basis van het AVE-model (Aanpak ter Voorkoming van Escalatie). De AVE-aanpak sluit aan bij de 3D-aanpak11 van gemeenten en bij de ketens van politie en justitie. Het doel van het escalatiemodel is het voorkomen van een dreigende escalerende situatie of het beperken en beëindigen van een escalerende situatie. Het begrip escalatie heeft twee betekenissen:
11
3D: Decentralisatie op 3 terreinen in het sociaal domein: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Participatiewet.
Veiligheidsmonitor 2019
-
21
· ·
In een gezin of huishouden lopen de zaken uit de hand (geweld, misbruik, ruzie, overlast e.d.) De opschaling van een interventie. Hiervan is sprake als de hulpverlening moet opschalen naar een hoger niveau van expertice of een specifieke voorziening moet inzetten.
AVE beoogt stagnerende samenwerking weer vlot te trekken en ineffectiviteit in de hulpverlening te voorkomen. In overleg met de partners dient duidelijkheid te zijn over verantwoordelijkheid en bevoegdheden per AVE fase. AVE kent vier fasen. In elke fase neemt het regievermogen van de burger af. Bij AVE1 heeft de burger totale regie. Bij AVE2 is aanvulling of ondersteuning nodig. Bij AVE3 en AVE4 is overname van de regie noodzakelijk, in het belang van de burger en de veiligheid.
CvTB Het CvTB is het Centrum voor Trajecten en Bemoeizorg in de regio ’s-Hertogenbosch, Meierij en Bommelerwaard. Het CvTB biedt zowel bemoeizorg als begeleiding aan bijzondere doelgroepen, zoals zorgwekkende zorgmijders, daklozen, verslaafden en multiprobleemhuishoudens. Deze mensen kampen vaak met complexe, meervoudige problemen waarin psychiatrische, lichamelijke, verslavingsen/of psychosociale aspecten een rol kunnen spelen. Hierdoor kunnen ze slecht voor zichzelf zorgen of overlast veroorzaken. In veel gevallen kunnen, mogen of willen ze (nog) geen gebruik maken van de reguliere hulpverlening en hebben ze geen steunsysteem waarop ze kunnen terugvallen. Het CvTB ondersteunt deze cliënten in het vinden van een zorgaanbod dat aansluit bij hun speciale wensen en (on)mogelijkheden. Het doel is om een sluitende zorgketen te realiseren die leidt tot een blijvende verbetering op de diverse levensgebieden.
3.2
Vermogenscriminaliteit en High Impact Crimes
Belangrijkste onderwerpen hierbij zijn woninginbraak, diefstal uit en vanaf auto, diefstal van motorvoertuigen en fietsendiefstal. In de afgelopen jaren zijn deze fenomenen behoorlijk teruggedrongen. Soms is er een uitschieter, vaak met aanwijsbare oorzaken. Toch moeten we stevige aandacht behouden voor deze vormen van criminaliteit. De impact van een inbraak is immers groot en ook de criminaliteit zelf blijft zich ontwikkelen. We blijven innoveren op dit onderwerp, samen met professionals en inwoners.
Doelstelling 2022: Door slimme inzet van preventieve en repressieve middelen, samen met inwoners en veiligheidspartners, woninginbraken en andere vormen van vermogenscriminaliteit zoveel mogelijk voorkomen en op lange termijn op een aanvaardbaar niveau houden.
Slachtofferschap In de gemeente ’s-Hertogenbosch geeft in 2019 15% van de respondenten aan dat zij het afgelopen jaar persoonlijk slachtoffer zijn geworden van één of meerdere vermogensdelicten. Als we kijken naar de onderliggende delicten, dan blijkt dat 7% van de respondenten slachtoffer is geworden van diefstal uit hun auto of diefstal van auto-onderdelen. Bij 6% werd de (elektrische) fiets gestolen en 4% had te maken met een (poging tot) woninginbraak. Daarnaast werd 2% persoonlijk slachtoffer van (poging tot) zakkenrollen/beroving, 2% van autodiefstal en 1% van diefstal van een ander motorvoertuig. In Binnenstad centrum, Bazeldonk, Grevelingen, Graafsebuurt zuid, Sprookjesbuurt en Muziekinstrumentenbuurt zijn meer mensen dan gemiddeld slachtoffer geworden van een vermogensdelict. In deze buurten geeft minimaal 25% van de respondenten aan slachtoffer te zijn geworden van een of meerdere vermogensdelicten.
Veiligheidsmonitor 2019
-
22
3.2.1 Woninginbraak
P In 2022 zijn er maximaal 6,0 woninginbraken per 1.000 woningen. Het aantal geregistreerde (poging tot) woninginbraken daalt al sinds 2015. Tussen 2018 en 2019 is het aantal inbraken met 29% gedaald, van 441 naar 291 inbraken. Dat komt neer op 4,0 inbraken per 1.000 woningen in 2019. Hiermee voldoen we momenteel aan de doelstelling. In totaal betreft 30% een poging tot inbraak en 70% een ‘voltooide’ inbraak. Afbeelding 11: Aantal woninginbraken per 1.000 woningen 20 15 10
8,2
6,8
6,3
5,7
Doel 2022
5 4,0 0 2015
2016
2017
2018
2019
Bron: Politie Het ophelderingspercentage van de (poging tot) woninginbraken fluctueert van jaar tot jaar. Het ophelderingspercentage was het hoogst in 2015 (17%) en het laagst in 2018 (9%). In 2019 werd 12% van de inbraken opgehelderd. In bijna alle wijken en dorpen van de gemeente ’s-Hertogenbosch is het aantal (poging tot) woninginbraken per 1.000 woningen het afgelopen jaar gedaald. Een uitzondering zijn Rosmalen noord en Vinkel, daar is het aantal inbraken per 1.000 woningen tussen 2018 en 2019 gestegen. In de gemeente ’s-Hertogenbosch is het aantal geregistreerde inbraken in garages, schuurtjes, tuinhuizen en dergelijke tussen 2018 en 2019 met 10% gedaald, van 130 naar 117. Aan de respondenten zijn enkele vragen over woninginbraak voorgelegd. Gemiddeld geeft 4% van de respondenten aan dat zij het afgelopen jaar zelf slachtoffer zijn geworden van woninginbraak. Daarnaast geeft 4% van alle respondenten aan dat er in hun buurt vaak woninginbraken zijn. In de buurten Vughterpoort, Muziekinstrumentenbuurt, Italiaanse buurt, Abdijenbuurt, Maasvallei en de Kruiskamp vinden relatief veel respondenten dat woninginbraak vaak voorkomt in hun buurt. In deze buurten vindt minimaal 10% van de respondenten dat het vaak voorkomt.
Binnen het gemeente brede platform woninginbraken wordt in samenwerking met politie, OM en woningcorporaties stadsbreed kennis en informatie over inbraakpreventie samengebracht en uitgedragen zodat (wijk)professionals en huurders/inwoners woninginbraken zo goed mogelijk tegen kunnen gaan. Aangezien het aantal woninginbraken de laatste jaren steeds verder daalt worden op dit moment de mogelijkheden verkent om het platform breder op te pakken dan alleen woninginbraken. Daarnaast blijven we de Buurttent inzetten en kunnen inwoners op dit moment nog gebruik maken van gratis onafhankelijk preventieadvies.
Veiligheidsmonitor 2019
-
23
3.2.2 Voertuigcriminaliteit Onder voertuigcriminaliteit verstaan we diefstal van voertuigen (zoals fietsen, brommers, motoren, auto’s), diefstal uit motorvoertuigen diefstal vanaf motorvoertuigen, zoals airbags, wieldoppen en andere auto-onderdelen. In deze paragraaf gaan we dieper in op de onderliggende delicten.