CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Experimenteren in de bijstand met bijverdienen (tweede evaluatie)

Commissie SOCIAAL 20 januari 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Experiment 'Bijverdienen in de bijstand'5.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bundel van de Raadsvergadering van 8 december 2020

I.4.A

19:15 - Raadsinformatiebrief Experimenteren in de bijstand met bijverdienen Raadsinformatiebrief Experimenteren in de bijstand met bijverdienen Bijlage 1 bij RIB Experimenteren in de bijstand met bijverdienen (resultaten tweede evaluatie) Bijlage 2 bij RIB Experimenteren in de bijstand met bijverdienen (resultaten overige gemeenten)

I.4.A Raadsinformatiebrief Experimenteren in de bijstand met bijverdienen 1 Raadsinformatiebrief Experimenteren in de bijstand met bijverdienen

Raadsinformatiebrief Reg.nr.

::

10354214

B&W verg.

::

17-11-2020

:

Onderwerp: Experimenteren in de bijstand met bijverdienen 1) Status In het licht van de actieve informatieplicht informeren wij U over de stand van zaken met betrekking tot de beleidsuitvoering. 2) Samenvatting Aanleiding Naar aanleiding van uw motie ‘Experimenteren in de bijstand toch mogelijk’ (november 2017) en daaropvolgend het raadsbesluit ‘Experimenteren in de bijstand met bijverdienen’ (september 2018) zijn wij voor een periode van twee jaren, 2019 en 2020, gestart met experimenteren met bijverdienen in de bijstand. Hiervoor zetten wij een stimuleringspremie in van 50% van de inkomsten uit deeltijdwerk met een maximum van € 200,- per maand. Deze premie wordt twee keer per jaar uitgekeerd. Het effect van deze extra financiële stimulans moet zijn dat meer cliënten meer in deeltijd gaan werken. De concrete doelstelling is dat ultimo 2020 10% meer cliënten inkomsten uit deeltijd ontvangen ten opzichte van het bestand cliënten met inkomsten uit deeltijdwerk ultimo 2018. Dit experiment heeft ook een leereffect, zodat we inzicht krijgen in datgene wat effectief is in het stimuleren van bijstandsgerechtigden tot het meer in deeltijd werken.

Hiernaast zou het experiment ook moeten bijdragen aan het maatschappelijk welbevinden van de inwoners, door (weer) deel te nemen aan arbeidsprocessen en een arbeidsritme op te bouwen kan het ‘geloof in eigen kunnen’ groeien, wat bijdraagt aan zelfontwikkeling en –ontplooiing. Realisatie De conclusies na twee evaluaties zijn als volgt:  Er is geen toename van bijstandsgerechtigden die in deeltijd gaan werken;  Er is geen sprake van een toename van het aantal maanden dat bijstandsgerechtigden in deeltijd werken;  De totale inkomsten van de werkende bijstandsgerechtigden zijn niet toegenomen;  De inkomsten per werkende bijstandsgerechtigde zijn wel licht toegenomen;  Er zijn niet meer bijstandsgerechtigden uitgestroomd naar werk. Financieel resultaat Over het jaar 2019 is totaal een bedrag van € 353.576,00 aan stimuleringspremie uitgekeerd. De verwachting voor het jaar 2020 is een uitgekeerd bedrag van € 290.000,00.

www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704

2

Hier staan geen extra inkomsten uit deeltijdwerk en/of uitstroom tegenover, terwijl de doelstelling en het gestelde resultaat voor het wel of niet slagen van het experiment is dat meer cliënten inkomsten uit deeltijdwerk ontvangen, en dat ook meer cliënten uitstromen uit de bijstand. Het meerjarig saldo van opbrengsten en kosten van het experiment komt daarmee €432.362,nadeliger uit dan vooraf geraamd. Dit wordt gedekt vanuit de reserve FWI. Conclusie De slotconclusie is dat de doelstelling niet gehaald wordt en dit experiment niet bijdraagt aan een effectieve uitvoering van de Participatiewet. Verder blijkt uit de resultaten van 5 van de 7 andere gemeenten die experimenteerden dat een financiële prikkel in de vorm van een hogere vrijlating of stimuleringspremie geen effect heeft op (gedeeltelijke) uitstroom naar werk. Bij de 2 andere gemeenten kunnen kritische kanttekeningen bij de resultaten worden gemaakt. Het experiment past ook niet binnen het juridisch kader van de stimuleringspremie in de Participatiewet. Het experiment zal dan ook worden beëindigd. Dit alles laat uiteraard onverlet dat wij bijstandsgerechtigden blijven stimuleren om (in deeltijd) te gaan werken, dat is immers de kernopgave van de Participatiewet. We blijven maatschappelijke participatie en arbeidsdeelname natuurlijk stimuleren en onder de aandacht brengen via andere werk- en leertrajecten.

Want de matschappelijke effecten van (arbeids)participatie door deze doelgroepen is een belangrijk doel. Echter we zien ook dat dit experiment daar onvoldoende aan bijdraagt.

3) Wij bieden u dit stuk ter informatie aan.

Steller

: Hoogland

Tel.

: 6159206

E-mail

: h.hoogland@s-hertogenbosch.nl

www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704

3

1) Aanleiding In de raadsvergadering van 14 november 2017 nam uw raad de motie “experimenteren in de bijstand toch mogelijk” aan. U besloot een experiment voor te bereiden waarbij bijstandsgerechtigden gedurende twee jaar mochten bijverdienen. In september 2018 heeft u op basis van een uitgewerkt plan de financiële ruimte beschikbaar gesteld om te kunnen starten met het experimenteren met bijverdienen in de bijstand gedurende de jaren 2019 en 2020. De kosten van dit experiment werden geraamd op € 337.214,- te dekken uit de reserve Fonds Werk & Inkomen (FWI). Naast de kosten door het gaan verstrekken van een stimuleringspremie zouden inkomsten moeten staan doordat meer cliënten in deeltijd gaan werken c.q. uitstromen uit de bijstand. Afgesproken is dat uw raad jaarlijks per raadsinformatiebrief geïnformeerd wordt over de voortgang. In april 2020 bent u geïnformeerd over de voortgang van het eerste jaar van uitvoering, het jaar 2019. De maanden januari t/m september 2018, toen er nog geen stimuleringspremie was, werden vergeleken met de maanden januari t/m september 2019, toen er wel een stimuleringspremie was. In deze brief treft u de vergelijking tussen de periode oktober 2018 t/m maart 2019 met oktober 2019 t/m maart 2020. Hiermee houden we de impact van corona uit de evaluatie, en sluiten we qua periodes op elkaar aan. Tevens treft u onze slotconclusie aan.

U treft deze slotconclusie nu aan omdat wij, op uw verzoek, in het 4e kwartaal 2020 duidelijkheid willen geven over de voortgang van het experiment. Naast voornoemde informatie treft u in een bijlage ook informatie aan over de experimenten die de zeven andere gemeenten in Nederland hebben gevoerd met het stimuleren van deeltijdwerk. In de beantwoording van artikel 71 RvO vragen van juni 2020 van enerzijds PvdA en SP en anderzijds VVD is deze informatie toegezegd. Hiernaast zou het experiment ook moeten bijdragen aan het maatschappelijk welbevinden van de inwoners, door (weer) deel te nemen aan arbeidsprocessen en een arbeidsritme op te bouwen kan het ‘geloof in eigen kunnen’ groeien, wat bijdraagt aan zelfontwikkeling en –ontplooiing.

2) Inhoud Juridische grondslag voor experimenteren in de bijstand met bijverdienen Het stimuleren van bijverdienen in de bijstand is binnen de Participatiewet mogelijk op grond van artikel 31 lid 2 onder j Participatiewet: “een één- of tweemalige premie van ten hoogste € 2.416,00 per kalenderjaar (per 1-7-2020 is dit € 2.592,00 per kalenderjaar), voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling”. In aansluiting op deze wettelijke bepaling hebben wij besloten gedurende de looptijd van het experiment twee keer per jaar een stimuleringspremie te verstrekken aan een specifiek omschreven doelgroep voor het experiment. Het experiment is gestart op 1 januari 2019, en eindigt op 31 december 2020. We kozen voor een stimuleringspremie van 50% van de inkomsten uit deeltijdwerk met een maximum van € 200,- per maand. De cliënten die reeds inkomsten uit deeltijdwerk hebben profiteren financieel van deze regeling en worden deels ook gestimuleerd om meer te gaan werken. Dit geldt met name www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704

4

voor cliënten met inkomsten tot € 400,- per maand. Daarnaast is deze premie ook aantrekkelijk voor cliënten die inkomsten uit deeltijdwerk willen gaan verwerven. Zij gaan er financieel op vooruit als zij gaan bijverdienen. De doelgroep van de stimuleringspremie kan ook recht hebben op de vrijlatingsregeling. De vrijlatingsregeling houdt in dat een deel van de inkomsten uit arbeid niet gekort wordt op de uitkering gedurende een bepaalde periode. Om iedereen in gelijke mate te stimuleren kozen we er voor om de stimuleringspremie en vrijlatingsregeling gecombineerd mogelijk te maken, waarbij de stimuleringspremie aanvullend op de vrijlating kan zijn. Hierdoor krijgt iedereen in het experiment dezelfde financiële mogelijkheden, maar wel altijd tot het gestelde maximum van de vrijlating c.q. stimuleringspremie. We verwachten dat inzet van de stimuleringspremie als effect zou hebben dat meer cliënten (meer) inkomsten uit deeltijdwerk zouden gaan verwerven. We benoemden één concrete doelstelling: ultimo 2020 ontvangen 10% meer cliënten van het bestand P-wet en IOAW inkomsten uit deeltijdwerk ten opzichte van het bestand cliënten met inkomsten uit deeltijdwerk ultimo 2018. Deze doelstelling is ook de maatstaf voor het kunnen duiden of het experiment wel of geen succes is. Het experiment doen we ook om te leren wat effectief is.

Positieve ervaringen inzake de effectiviteit en de maatschappelijke kansen wat dit brengt voor de doelgroep kunnen we vervolgens na nadere besluitvorming omzetten in beleid en/of uitvoering.

Wat zijn de belangrijkste conclusies na de tweede evaluatie? Dit is zoals reeds vermeld de vergelijking tussen de periode oktober 2018 t/m maart 2019 met oktober 2019 t/m maart 2020. Hiermee houden we een corona-effect uit de evaluatie, en sluiten we qua periode op de eerste evaluatie aan. Bij de analyse van de cijfers wordt er rekening mee gehouden dat in de tweede periode het aantal uitkeringen zo’n 6% lager lag dan in de eerste periode. De belangrijkste conclusies zijn:  Er is geen toename van bijstandsgerechtigden die in deeltijd gaan werken;  Er is geen sprake van een toename van het aantal maanden dat bijstandsgerechtigden in deeltijd werken;  De totale inkomsten van de werkende bijstandsgerechtigden zijn niet toegenomen;  De inkomsten per werkende bijstandsgerechtigde zijn wel licht toegenomen;  Er zijn niet meer bijstandsgerechtigden uitgestroomd naar werk. Deze conclusies zijn nagenoeg gelijk aan de conclusies uit de eerste evaluatie. Voor meer informatie verwijzen wij u naar een bijlage bij deze raadsinformatiebrief.

Meer gemeenten experimenteerden inmiddels met de uitvoering van de Participatiewet In de periode 1 oktober 2017 tot 1 januari 2020 hebben 6 gemeenten geëxperimenteerd met de uitvoering van de Participatiewet op basis van een Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet. De experimenten hebben plaatsgevonden in de gemeenten: Deventer, Groningen, Nijmegen, Tilburg, Utrecht en Wageningen. De experimenten bestonden uit: www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704

5

 het verlenen van een ontheffing van de arbeids- en re-integratieverplichtingen in de bijstand;  en/of een intensievere begeleiding naar werk;  en/of een hogere vrijlating voor bijverdiensten. Ook de gemeente Amsterdam experimenteert met de inzet van een stimuleringspremie. De gemeente Rotterdam gaat in 2021 starten. Met betrekking tot de afgeronde experimenten in Deventer, Groningen, Nijmegen, Tilburg, Utrecht en Wageningen concludeerde het CPB over een hogere vrijlating voor bijverdiensten het volgende. Een hogere vrijlating van bijverdiensten heeft geen effect op de volledige uitstroom naar werk, soms wel een positief effect op de gedeeltelijke uitstroom naar werk. Voor alle gemeenten vonden zij geen effect van een hogere vrijlating van bijverdiensten in de bijstand op de volledige uitstroom naar werk. Dit was wellicht te verwachten, omdat deelnemers niet meer dan € 200,- per maand mochten bijverdienen naast hun uitkering. Alleen in Utrecht is sprake van een positief effect op de gedeeltelijke uitstroom naar werk (op 5% significantieniveau). 16 maanden na de start van het experiment werkt in Utrecht 19% van de vrijlatingsgroep meer dan 12 uur per week, ten opzichte van 12% van de controlegroep. De staatssecretaris van SZW heeft al medegedeeld dat de resultaten geen aanleiding vormen om de Participatiewet aan te passen. Het experiment in Amsterdam is nog niet afgerond.

In de bijlage treft u meer informatie aan over deze experimenten.

De financiële consequenties van 1½ jaar uitvoering van het experiment bijverdienen in de bijstand In juli 2019 werd de opgebouwde stimuleringspremie over de maanden januari t/m juni 2019 uitbetaald aan 354 personen. In januari 2020 werd de opgebouwde stimuleringspremie over de maanden juli t/m december 2019 uitbetaald aan 323 personen. Het totaal uitgekeerde bedrag over 2019 is € 353.576,00. In juli 2020 werd de opgebouwde stimuleringspremie over de maanden januari t/m juni 2019 uitbetaald aan 290 personen. Het uitgekeerde bedrag over deze periode is € 150.220,-. De verwachting is dat de uitbetaling in januari 2021 aan nog minder personen en tot een nog lager bedrag zal plaatsvinden. Wij hadden als concrete doelstelling geformuleerd: ultimo 2020 ontvangen 10% meer cliënten van het bestand P-wet en IOAW inkomsten uit deeltijdwerk ten opzichte van het bestand cliënten met inkomsten uit deeltijdwerk ultimo 2018. Gelet op de dalende trend is de verwachting dat deze doelstelling ultimo 2020 niet gehaald gaat worden.

www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704

6

Opbrengsten en kosten waren in het raadsvoorstel van september 2018 als volgt ingeschat:

2018 Bespaarde uitkeringskosten als gevolg van het verstrekken van de stimuleringspremie: meer cliënten ontvangen inkomsten

648.215N 767.159N 28.000N 28.000N

Kosten stimuleringspremies Kosten uitvoering stimuleringspremies Kosten projectleiding Kosten eenmalige implementatie Saldo

2019 2020 2021 totaal 250.540V 473.445V 480.175V 1.204.160V

25.000N

20.000N 20.000N

1.415.374N 56.000N

25.000N

50.000N 20.000N 450.675N 346.714N 480.175V 337.214N

Opbrengsten en kosten voor 2019 (realisatie) en 2020 en 2021 (schatting) verwachten wij nu als volgt: 2018 Bespaarde uitkeringskosten als gevolg van het verstrekken van de stimuleringspremie: meer cliënten ontvangen inkomsten Kosten stimuleringspremies Kosten uitvoering stimuleringspremies Kosten projectleiding Kosten eenmalige implementatie Saldo

20.000N 20.000N

2019 0

2020 0

353.576N 28.000N 25.000N

290.000N 28.000N 25.000N

406.576N

343.000N

2021 0

Totaal 0

653.576N 56.000N 50.000N 20.000N 769.576N

Het meerjarig saldo van opbrengsten en kosten van het experiment komt daarmee € 432.362,nadeliger uit dan vooraf geraamd. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de bespaarde uitkeringskosten niet zijn gerealiseerd. Deels wordt dit verzacht doordat er een lager bedrag aan stimuleringspremies zal worden uitbetaald dan destijds geraamd in het raadsvoorstel. Het nadeel wordt gedekt vanuit de reserve FWI.

Slotconclusie Wij zijn gestart met dit experiment om kansen te bieden aan bijstandsgerechtigden en hen te stimuleren tot het werken in deeltijd door middel van een financiële prikkel. Met als doel een stijging van 10% van het aantal bijstandsgerechtigden dat in deeltijd werkt. Gezien de resultaten zoals hiervoor geschetst is dit effect niet bereikt. Op basis van de experimenten in andere gemeenten verwachten wij ook geen effect van een financiële prikkel in de vorm van een stimuleringspremie.

www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704

7

Gelet op de resultaten hebben wij besloten dit experiment niet te verlengen. De doelstelling gaat niet gehaald worden. Verder blijkt uit de resultaten van 5 van de 7 andere gemeenten dat een financiële prikkel in de vorm van een hogere vrijlating of stimuleringspremie geen effect heeft op (gedeeltelijke) uitstroom naar werk. Bij de 2 andere gemeenten kunnen kritische kanttekeningen bij de resultaten worden gemaakt, c.q. zijn geen succesfactoren of werkzame bestanddelen gevonden. Continuering van de premie zou voorts betekenen dat we buiten het juridische kader van de Participatiewet gaan. Stimulering van het bijverdienen is toegestaan “voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling”. Volgens de Memorie van Toelichting kan de premie worden verstrekt met het oog op het bevorderen van positief gedrag gericht op de uitstroom naar betaalde arbeid. Gelet op de hiervoor geschetste ervaringen, effecten en de bereikte doelgroep past dit experiment niet binnen het juridische kader van de Participatiewet. Dit alles laat uiteraard onverlet dat wij bijstandsgerechtigden blijven stimuleren om (in deeltijd) te gaan en blijven werken. Weener XL zet in haar uitvoering sterk in op volledige bijstandsonafhankelijkheid door werk, regulier of door ondersteuning met loonkostensubsidie.

Bijstandsonafhankelijkheid zorgt voor de cliënten voor meer stabiliteit in inkomsten, en heeft voor hen een duurzamer effect. De werkwijze is: uitstroom, regulier of met loonkostensubsidie, staat voorop als de mogelijkheden er zijn. Deeltijdwerk wordt gestimuleerd waar dit nuttig of nodig is om arbeidspotentieel te benutten. Werk, ook in deeltijd, geeft immers meer toegevoegde waarde aan het leven dan geld/inkomen alleen.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van ‘s-Hertogenbosch, De gemeentesecretaris, De burgemeester,

drs. B. van der Ploeg

drs. J.M.L.N. Mikkers

Bijlagen: Bijlage 1 bij RIB Experimenteren in de bijstand met bijverdienen (resultaten tweede evaluatie) Bijlage 2 bij RIB Experimenteren in de bijstand met bijverdienen (resultaten overige gemeenten)

www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704

8

1 Bijlage 1 bij RIB Experimenteren in de bijstand met bijverdienen (resultaten tweede evaluatie)

Bijlage 1 bij RIB Experimenteren in de bijstand met bijverdienen Resultaten tweede evaluatie inzet stimuleringspremie Het aantal uitkeringen is gedaald In de periode oktober 2019 t/m maart 2020 zijn er gemiddeld 3.245 uitkeringen per maand verstrekt. In dezelfde periode een jaar eerder lag dat 6 procent hoger, namelijk op 3.458 uitkeringen per maand. Het is belangrijk om in de cijfers over de inkomstenkorting en stimuleringspremie rekening te houden met deze daling. Als het aantal inwoners dat een beroep doet op een uitkering is gedaald. Dan is het logisch dat ook het aantal inkomstenkortingen is gedaald. Op de gepresenteerde cijfers is daarom een correctie toegepast. Figuur 1

Gemiddeld aantal uitkeringen per maand

4000 3458 3245

3000

2000

1000

0 okt '18 - mrt '19

okt '19 - mrt '20

Het aandeel uitkeringsgerechtigden dat werkt is nauwelijks veranderd Zijn er door het experiment meer uitkeringsgerechtigden gaan werken? Dit kunnen we afleiden door de cijfers van het aantal inkomstenkortingen1 te analyseren. Bijstandsgerechtigden die deeltijd werken krijgen een aanvullende bijstandsuitkering. In figuur 2 is af te lezen dat er in de periode oktober 2018 t/m maart 2019 gemiddeld 237 inkomstenkortingen per maand waren voor de doelgroep van het experiment. Dat is 6,9% van het totaal aantal uitkeringen. In dezelfde periode een jaar later is dit aantal iets gedaald naar gemiddeld 221 inkomstenkortingen per maand, 6,8% van het totale bestand. Als we de cijfers corrigeren voor de bestandsafname, kunnen we concluderen dat het aantal kortingen in de tweede periode nauwelijks is gewijzigd ten opzichte van de eerste periode. Het verschil is dan 1 procent.

1 Er is alleen gekeken naar de inkomstenkortingen op basis van inkomsten uit werk en zelfstandig bedrijf/beroep.

Inkomstenkortingen op basis van alimentatie en andere uitkeringen zoals WAO en WIA zijn niet meegenomen.

1

Figuur 2

Gemiddeld aantal inkomstenkortingen per maand voor doelgroep

250

237

200

6,9%

10% 221 6,8%

8%

150

6%

100

4%

50

2%

0

0% okt '18 - mrt '19 okt '19 - mrt '20 Gemiddeld aantal inkomstenkortingen per maand % inkomstenkortingen van totaal aantal uitkeringen

Het aantal personen met een inkomstenkorting is licht afgenomen In figuur 3 is te zien dat in de periode oktober 2018 t/m maart 2019 380 personen een inkomstenkorting hebben gekregen. In dezelfde periode een jaar later ging het om 346 personen. Dit is een afname van 9 procent. Als we dit corrigeren voor de bestandsafname van het totaal aantal uitkeringen dan gaat het om een afname van 3 procent. Figuur 3 Personen met inkomstenkorting en het gemiddeld aantal inkomstenkortingen per persoon met inkomstenkorting 400

380 346

5 4

300 3,8

3,8

3

200 2 100

1

0

0 okt '18 - mrt '19 okt '19 - mrt '20 Aantal personen met inkomstenkorting Gemiddeld aantal inkomstenkortingen per persoon

De periode dat bijstandsgerechtigden in deeltijd werken is niet toegenomen In figuur 3 is ook te zien dat het aantal inkomstenkortingen per persoon niet is veranderd, namelijk 4 maanden inkomsten per persoon. Dat wil zeggen dat het aantal maanden dat bijstandsgerechtigden in deeltijd werkten nauwelijks is veranderd na invoering van de stimuleringspremie.

2

De totale inkomsten van werkende bijstandsgerechtigden zijn niet toegenomen De stimuleringspremie heeft er niet voor gezorgd dat de totale inkomsten van werkende bijstandsgerechtigden zijn toegenomen. In de periode oktober 2018 t/m maart 2019 werd er gemiddeld een totaalbedrag van € 113.599 per maand aan inkomstenkorting ingehouden op de uitkeringen. In dezelfde periode een jaar later was dat € 107.217. Als we rekening houden met de bestandsafname dan zien we nauwelijks verschil tussen deze bedragen. Figuur 4

Gemiddeld totaalbedrag per maand aan inkomstenkorting

€ 125.000

€ 113.599 € 107.217

€ 100.000

€ 75.000

€ 50.000

€ 25.000

€0 okt '18 - mrt '19

okt '19 - mrt '20

De gemiddelde inkomsten per werkende bijstandsgerechtigde zijn licht toegenomen Heeft het experiment ‘bijverdienen in de bijstand’ ervoor gezorgd dat de inkomsten van werkende bijstandsgerechtigden zijn gestegen? Als we kijken naar de bedragen aan inkomstenkorting per persoon dan zien we dat dit licht is gestegen. In de periode oktober 2018 t/m maart 2019 kreeg een werkende bijstandsgerechtigde gemiddeld € 1.794 aan inkomstenkorting. In dezelfde periode een jaar later was dat € 1.859. Dat is een lichte stijging van 4 procent en gemiddeld € 11 per maand. Figuur 5 €2.000

Gemiddeld totaalbedrag aan inkomstenkorting per uniek persoon €1.794

€1.859

€1.500

€1.000

€500

€0 okt '18 - mrt '19

okt '19 - mrt '20

3

De doelgroep van de stimuleringspremie De doelgroep van de stimuleringspremie is kleiner dan het aantal bijstandsgerechtigden met inkomstenkorting. Dat komt omdat een aantal groepen zijn uitgesloten van deelname aan de stimuleringspremie, namelijk bijstandsgerechtigden met WSW, LKS en jongeren. Daarnaast komt het soms voor dat iemand niet voor de stimuleringspremie in aanmerking komt omdat degene met het bedrag aan vrijlating al op het maximale bedrag aan stimuleringspremie zit. Als de stimuleringspremie er in 2018 al was geweest dan zou de doelgroep voor de stimuleringspremie in de periode oktober 2018 t/m maart 2019 hebben bestaan uit 366 unieke personen. In dezelfde periode een jaar later kregen 335 unieke personen een stimuleringspremie. De doelgroep van de regeling is dus afgenomen met 8 procent. Als we dit corrigeren voor de bestandsafname van het totaal aantal uitkeringen dan gaat het om een afname van 2 procent. Figuur 6 400

Doelgroep stimuleringspremie in aantal unieke personen 366

335 300

200

100

0 okt '18 - mrt '19

okt '19 - mrt '20

4

Er zijn minder bijstandsgerechtigden gestart met deeltijd werken In de periode oktober 2018 t/m maart 2019 zijn 134 bijstandsgerechtigden gestart met deeltijd werk, maar zijn hierdoor (nog) niet uitgestroomd uit de uitkering. In dezelfde periode een jaar later ligt dit aantal lager, namelijk op 93. Dat is een afname van 31 procent. Als we corrigeren voor de bestandsafname van het totaal aantal uitkeringen gaat het om een afname van 26 procent. Figuur 7 150

Aantal bijstandsgerechtigden dat is gestart met inkomsten uit werk maar niet is uitgestroomd uit de uitkering 134

93

100

50

0 okt '18 - mrt '19

okt '19 - mrt '20

Er is minder uitstroom na parttime inkomstenkorting Tot slot is er gekeken naar uitstroom uit de uitkering na parttime inkomstenkorting. Hierin zien we een afname in de periode oktober 2019 t/m maart 2020 ten opzichte van een jaar daarvoor. In oktober 2018 t/m maart 2019 stroomden 61 bijstandsgerechtigden uit na parttime inkomstenkorting, in dezelfde periode een jaar later waren dat er nog maar 39. Ook in de gecorrigeerde cijfers die rekening houden met de bestandsafname zien we een daling. Figuur 8

Uitstroom met voorafgaand parttime inkomstenkorting (PTI)

75 61

50

39

25

0 okt '18 - mrt '19

okt '19 - mrt '20

5

1 Bijlage 2 bij RIB Experimenteren in de bijstand met bijverdienen (resultaten overige gemeenten)

Bijlage 2 bij RIB Experimenteren in de bijstand met bijverdienen Resultaten overige gemeenten die experimenteerden met de Participatiewet Rapport CPB Evaluatie experimenten Participatiewet door 6 gemeenten (mei 2020) In de periode 1 oktober 2017 tot 1 januari 2020 hebben 6 gemeenten geëxperimenteerd met de uitvoering van de Participatiewet op basis van een Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet. De experimenten hebben plaatsgevonden in de gemeenten: Deventer, Groningen, Nijmegen, Tilburg, Utrecht en Wageningen. De experimenten bestonden uit:  het verlenen van een ontheffing van de arbeids- en re-integratieverplichtingen in de bijstand;  en/of een intensievere begeleiding naar werk;  en/of een hogere vrijlating voor bijverdiensten. Het CPB concludeerde het volgende. Ontheffing van verplichtingen in de bijstand heeft geen effect ten opzichte van de uitgangssituatie. Voor alle gemeenten vinden we geen (statistisch significant) effect van de ontheffing van de arbeidsen re-integratieverplichtingen in de bijstand op de uitstroom naar werk. Daarbij is het verschil met de uitgangssituatie voor een deel van de deelnemers vermoedelijk echter niet groot, en zijn de effecten niet heel precies te meten. Intensievere begeleiding naar werk heeft geen effect op de volledige uitstroom naar werk, soms wel een positief effect op de gedeeltelijke uitstroom naar werk.

Voor alle gemeenten vinden we geen effect van een intensievere begeleiding naar werk op de volledige uitstroom naar werk. Alleen in Utrecht is er sprake van een effect op de gedeeltelijk uitstroom naar werk (op 5% significantieniveau). 16 maanden na de start van het experiment werkt in Utrecht 20% van de intensiveringsgroep meer dan 12 uur per week, ten opzichte van 12% van de controlegroep. Een hogere vrijlating van bijverdiensten heeft geen effect op de volledige uitstroom naar werk, soms wel een positief effect op de gedeeltelijke uitstroom naar werk. Voor alle gemeenten vinden we geen effect van een hogere vrijlating van bijverdiensten in de bijstand op de volledige uitstroom naar werk. Dit was wellicht te verwachten, omdat deelnemers niet meer dan € 200,- per maand mochten bijverdienen naast hun uitkering. Alleen in Utrecht is sprake van een positief effect op de gedeeltelijke uitstroom naar werk (op 5% significantieniveau). 16 maanden na de start van het experiment werkt in Utrecht 19% van de vrijlatingsgroep meer dan 12 uur per week, ten opzichte van 12% van de controlegroep. Hieronder volgt nadere informatie over de gemeente Utrecht. Reactie van de staatsecretaris van SZW n.a.v. de CPB-evaluatie (mei 2020) Uit het CPB rapport komt naar voren dat er in geen enkele gemeente significante effecten gevonden kunnen worden met betrekking tot de ontheffingsvariant.

De effecten zijn niet significant of kunnen om methodologische redenen niet met voldoende wetenschappelijke basis geïnterpreteerd worden. Verder blijkt dat de intensiveringsvariant alleen in Utrecht een positief effect heeft op uitstroom naar banen van twaalf uur of meer. Hierbij lijkt de manier waarop intensivering van de dienstverlening wordt vormgegeven belangrijk. Ook de vrijlatingsvariant blijkt in Utrecht een positief effect op uitstroom naar banen van twaalf uur of meer te hebben. Het CPB constateert dit effect niet in andere gemeenten. De staatssecretaris kan daarom niet concluderen dat een ruimere vrijlating binnen de Participatiewet uitstroom naar werk bevordert. Al met al kan gesteld worden dat de belangrijkste wetenschappelijk vastgestelde resultaten van deze experimenten bescheiden zijn. De resultaten geven de staatssecretaris daarom geen aanleiding om de Participatiewet aan te passen.

1

De gemeente Utrecht nader beschouwd Uit het onderzoeksrapport van de gemeente Utrecht (“Weten wat werkt: samen werken aan een betere bijstand”) blijkt dat van de totale doelgroep (8338 bijstandsgerechtigden) er 172 bijstandsgerechtigden op vrijwillige basis zijn gestart in de experimentgroep “Werken Loont”. Het positieve effect was pas in de laatste maanden van het experiment zichtbaar. Daarbij ging het vooral om banen van meer dan 8 uur per week, om de kleine dienstverbanden, zonder dat dit leidt tot volledige uitstroom. De dienstverlening aan de groep “Werken Loont” bleef onveranderd. T.a.v. het (stimuleren van) bijverdienen werden twee extra acties uitgevoerd: in mei 2018 werd schriftelijk informatie verstrekt aan de experimenteergroep over de verruimde vrijlatingsregeling, en in november 2018 werd een vrijblijvende workshop georganiseerd voor geïnteresseerden over de effecten van de verruimde vrijlatingsregeling op bijvoorbeeld toeslagen en belastingen. De gemeente Utrecht concludeerde verder dat het effect van het wegvallen van de verruimde vrijlatingsregeling na de experimenteerperiode onbekend is. Het is mogelijk dat deelnemers de extra financiële ruimte tijdens de experimenteerperiode wilden benutten, en daarom niet zijn uitgestroomd. Hiermee wordt het risico van een “locked-in” effect benoemd.

Dit is ook een van de risico’s die wij bij de start van ons experiment onderkenden. Er is gedurende de experimenteerperiode een positief effect, maar in hoeverre dit positieve effect een langduriger effect heeft is onduidelijk. Er is ook geen extra dienstverlening ingezet door de gemeente Utrecht aan de groep “Werken Loont”. Daarbij komt dat het experiment in Utrecht werd uitgevoerd op basis van een verruimde vrijlatingsregeling. Dat is anders dan werken met een stimuleringspremie. Dat betekent dat de bijstandsgerechtigden direct (maandelijks) boter bij de vis krijgen in de vorm van minder korting op de uitkering en zo meer geld in de portemonnee. De gemeente ’s-Hertogenbosch kan als niet-experimenteergemeente de verruimde vrijlatingsregeling niet inzetten. Onze indruk is dat van de verruimde vrijlatingsregeling een grotere stimulerendere werking van uitgaat dan van het werken met een stimuleringspremie, die maximaal 2 keer per jaar kan worden uitgekeerd.

Het experiment van de gemeente Amsterdam De gemeente Amsterdam heeft los van bovenstaande gemeenten een eigen experiment vorm gegeven. De gemeente Amsterdam werkt met de inzet van de stimuleringspremie, het instrument dat wij ook gebruiken. De gemeente Amsterdam is in februari 2018 gestart, oorspronkelijk voor een periode van 2 jaar, inmiddels verlengd met een extra jaar, waardoor de einddatum 1 maart 2021 is. De gemeente Amsterdam kent ongeveer 40.000 bijstandsgerechtigden. Alle bijstandsgerechtigden mogen op vrijwillige basis deelnemen, met uitzondering van personen met multi problematiek (vb: dak- en thuislozen, verslaafden, mensen met psychische problematiek). Deelnemers moeten zich wel aanmelden. De doelgroep die Amsterdam hanteert is groter dan de doelgroep waar wij op inzetten. De opbouw van de stimuleringspremie is gelijk aan hoe wij die hanteren. Bij de start van het experiment namen 3000 bijstandsgerechtigden deel aan het experiment. In mei 2020 namen 5000 bijstandsgerechtigden deel. De uiteindelijke doelstelling van de gemeente Amsterdam is dat 6000 personen deelnemen. Deelname aan dit experiment betekent in Amsterdam tevens deelname aan drie dienstverleningsgroepen: zelfregie, extra aandacht of reguliere dienstverlening als vergelijkingsgroep. Ruim 750 personen (van de 5000) doen mee aan een wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van begeleiding.

Uit de tussenstand van mei 2020 blijkt dat de premie een positief effect heeft in Amsterdam: er is een hogere uitstroom naar werk en er zijn meer parttime werkenden. Er kunnen nog geen significante verschillen worden gerapporteerd tussen de drie vormen van begeleiding.

2

Uit de rapportage van de afdeling Onderzoek, Informatie & Statistiek van de gemeente Amsterdam blijkt daarbij o.a. dat:  De personen die deelnemen aan het experiment over het algemeen jonger, vaker man, hoger opgeleid zijn, ingedeeld zijn op een hogere trede (op de dienstverleningsladder) en korter een uitkering ontvangen dan bijstandsgerechtigden in de vergelijkingsgroep;  Dat de duurzaamheid van uitstroom iets lager ligt bij de experimenteergroep dan de vergelijkingsgroep (69% om 71%; duurzaam is dan langer dan 6 maanden uit de uitkering);  Dat het gemiddeld netto maandloon iets lager ligt in de experimenteergroep dan in de vergelijkingsgroep ( € 1488,- om € 1543,-);  Dat het aandeel dat een contract heeft voor onbepaalde tijd iets lager ligt in de experimenteergroep dan in de vergelijkingsgroep (8% om 12%). Dit nuanceert de resultaten, m.n. het gestelde in de eerste bullit: er doet blijkbaar een groep bijstandsgerechtigden mee met (veel) kansen op de arbeidsmarkt. Dat maakt het risico op een “loocked-in” effect nog groter. De gemeente Amsterdam heeft (nog) geen zicht op succesfactoren. Deze informatie is beschikbaar in Q4-2022 (eindrapportage) en/of Q1-2021 (uitgebreidere tussenrapportage). De gemeente Amsterdam gaat er voor nu van uit dat de premie op zich voldoende stimulerend werkt.

Kanttekening: een gemeente als Amsterdam is nauwelijks te vergelijken met onze gemeente, niet op aantallen bijstandsgerechtigden, niet op problematiek en niet op arbeidsmarktsituatie.

De gemeente Rotterdam gaat in 2021 experimenteren Op verzoek van de gemeenteraad gaat de gemeente Rotterdam per 1 april 2021 experimenteren met een zgn werkbonus voor een periode voor 2 jaar. Ook Rotterdam gaat hierbij de stimuleringspremie inzetten, net zoals wij hebben gedaan. Deze wordt maximaal € 105,50 per maand en maximaal € 1266,00 per jaar. Dit zijn lagere bedragen dan wij hebben gehanteerd. Rotterdam zet de stimuleringspremie in om de eerste stap, werken in deeltijd, te stimuleren, zonder dat dit ten koste mag gaan van de inzet om volledig aan het werk te gaan, en zo bijstandsonafhankelijk te worden. Rotterdam denkt dat de baten de kosten in financiële zin gaan overtreffen, uitgaande van meer bijstandsgerechtigden die in deeltijd gaan werken. Op dit moment werkt in Rotterdam iets meer dan 6% van de bijstandsgerechtigden in deeltijd, dit moet omhoog naar het landelijk gemiddelde. Volgens informatie uit de benchmark Werk & Inkomen van Divosa heeft in september 2020 7,8% van de uitkeringsgerechtigden in een grote gemeente een inkomstenkorting. In ’s-Hertogenbosch ligt dit percentage op 9,1%. De gemeente Rotterdam heeft hier dus zeker nog wel wat te winnen in aantallen en daarmee in financiële zin. De situatie in ’s-Hertogenbosch is anders dan die in Rotterdam.

Wij hebben inmiddels geleerd dat de inzet van de stimuleringspremie niet leidt tot meer bijstandsgerechtigden die (meer) in deeltijd gaan werken. Dat sluit aan bij de ervaringen van 5 van de 6 experimenteergemeenten. Het beleid in ’s-Hertogenbosch gaat uit van volledige uitstroom met inzet van loonkostensubsidie, voor nieuwe en bestaande cliënten. Rotterdam en ook Amsterdam zetten hier (uitstroom door inzet van loonkostensubsidie) beperkt op in, kiezen meer voor inzet op deeltijdwerk waardoor de kans op volledige uitstroom moet toenemen. Met als grootste risico het zgn “locked-in” effect. Verder weten we inmiddels uit de eerste evaluatie van de inzet van de stimuleringspremie dat cliënten in ’s-Hertogenbosch die nu in deeltijd werken op dit moment onvoldoende mogelijkheden hebben om uit te stromen. Persoonlijke omstandigheden zorgen er voor dat meer uren werken op dit moment niet mogelijk is, of misschien wel nooit mogelijk zal zijn. Wij hebben door ons experiment ook geleerd dat de inzet van de stimuleringspremie in onze context juridisch niet houdbaar is, omdat dit de uitstroom niet bevordert. De premie is immers een re-integratie instrument, geen instrument voor inkomenspolitiek. In Rotterdam moet nog blijken hoe dat uit gaat pakken. 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9576206/1