RIB Experimenteren in de bijstand met bijverdienen (eerste evaluatie)
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Reg.nr.
::
9691107
B&W verg.
::
14-04-2020
:
Onderwerp: Experimenteren in de bijstand met bijverdienen 1) Status In het licht van de actieve informatieplicht informeren wij U over de stand van zaken met betrekking tot de beleidsuitvoering. 2) Samenvatting Het college heeft op uw verzoek in juni 2018 besloten gedurende twee jaar, 2019 en 2020, te experimenteren met bijverdienen in de bijstand door het inzetten van een stimuleringspremie van 50% van de inkomsten uit deeltijdwerk met een maximum van € 200,- per maand. Deze premie wordt twee keer per jaar uitgekeerd. Het effect van deze extra financiële stimulans moet zijn dat meer cliënten meer in deeltijd gaan werken. De concrete doelstelling is dat ultimo 2020 10% meer cliënten inkomsten uit deeltijd ontvangen ten opzichte van het bestand cliënten met inkomsten uit deeltijdwerk ultimo 2018. Dit experiment doen of we ook om te leren wat effectief is. Na het eerste jaar van uitvoering blijkt dat niet méér cliënten in deeltijd zijn gaan werken, en dat het aantal maanden dat cliënten in deeltijd werken maar beperkt is toegenomen. Verder zijn de totale inkomsten uit werk afgenomen, maar de inkomsten per werkende cliënt wel licht toegenomen. Er zijn ook niet meer cliënten uitgestroomd naar werk. Over het jaar 2019 is totaal een bedrag van € 353.576,00 aan stimuleringspremie uitgekeerd.
Hier staan geen extra inkomsten uit deeltijdwerk en/of uitstroom tegenover, terwijl de doelstelling van het experiment is dat meer cliënten inkomsten uit deeltijdwerk ontvangen, en dat ook meer cliënten uitstromen uit de bijstand. We verwachten niet dat dit over 2020 en 2021 anders zal zijn. Het meerjarig saldo van opbrengsten en kosten van het experiment komt daarmee €496.362,nadeliger uit dan vooraf geraamd. De (voorlopige) conclusie is dan ook dat dit experiment niet bijdraagt aan een effectieve uitvoering van de Participatiewet, en dat het niet past binnen het juridisch kader van de stimuleringspremie. In het 4e kwartaal 2020 komt het college met een eindconclusie m.b.t. dit experiment. 3) Wij bieden u dit stuk ter informatie aan. Steller
: Hoogland
Tel.
: 6159206
: h.hoogland@s-hertogenbosch.nl www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
2
1) Aanleiding In de raadsvergadering van 14 november 2017 nam uw raad de motie “experimenteren in de bijstand toch mogelijk” aan. U verzocht ons college een experiment voor te bereiden waarbij bijstandsgerechtigden gedurende twee jaar mogen bijverdienen. Juni 2018 heeft ons college besloten in te stemmen met een experiment in de bijstand met bijverdienen. In september 2018 heeft uw raad besloten de kosten van het experiment in de bijstand met bijverdienen, geraamd op € 337.214,- te dekken uit de voorziening Fonds Werk & Inkomen (FWI). Naast de kosten door het gaan verstrekken van een stimuleringspremie zouden inkomsten moeten staan doordat meer cliënten in deeltijd gaan werken cq uitstromen uit de bijstand. Afgesproken is dat uw raad jaarlijks per raadsinformatiebrief zal worden geïnformeerd over de voortgang. Bij deze treft u aan de informatie over de voortgang in het eerste jaar van uitvoering, het jaar 2019. 2) Inhoud Experimenteren in de bijstand met bijverdienen – het besluit van het college in juni 2018 De Participatiewet is een vangnetvoorziening. De bijstand geeft aanvulling op eigen inkomsten.
Het juridisch kader voor de stimulering van het bijverdienen is artikel 31 lid 2 onder j Participatiewet: “een één- of tweemalige premie van ten hoogste € 2.416,00 per kalenderjaar (per 1-1-2020 is dit € 2.570,00 per kalenderjaar), voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling”. In aansluiting op deze wettelijke bepaling heeft ons college besloten gedurende de looptijd van het experiment twee keer per jaar een stimuleringspremie te gaan verstrekken aan een specifiek omschreven doelgroep voor het experiment. Een bedrag per maand uitkeren is niet mogelijk. Het experiment is gestart op 1 januari 2019, en eindigt op 31 december 2020. We kozen voor een stimuleringspremie van 50% van de inkomsten uit deeltijdwerk met een maximum van € 200,- per maand. De cliënten die reeds inkomsten uit deeltijdwerk hebben profiteren financieel van deze regeling en worden deels ook gestimuleerd om meer te gaan werken. Dit geldt met name voor cliënten met inkomsten tot € 400,- per maand. Daarnaast is deze premie ook aantrekkelijk voor cliënten die inkomsten uit deeltijdwerk willen gaan verwerven. Zij gaan er financieel op vooruit als zij gaan bijverdienen. De doelgroep van de stimuleringspremie kan ook recht hebben op de vrijlatingsregeling.
Om iedereen in gelijke mate te stimuleren kozen we er voor om de stimuleringspremie en vrijlatingsregeling gecombineerd mogelijk te maken, waarbij de stimuleringspremie aanvullend op de vrijlating kan zijn. Hierdoor krijgt iedereen in het experiment dezelfde financiële mogelijkheden, maar wel altijd tot het gestelde maximum van de vrijlating c.q. stimuleringspremie. We verwachten dat inzet van de stimuleringspremie als effect zou hebben dat meer cliënten (meer) inkomsten uit deeltijdwerk gaan verwerven. We benoemden één concrete doelstelling: ultimo 2020 ontvangen 10% meer cliënten van het bestand P-wet en IOAW inkomsten uit deeltijdwerk ten opzichte van het bestand cliënten met inkomsten uit deeltijdwerk ultimo 2018.
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
3
Het experiment doen we ook om te leren wat effectief is. Positieve ervaringen inzake de effectiviteit kunnen we vervolgens na nadere besluitvorming gaan omzetten in beleid en/of uitvoering. Wat zijn de belangrijkste conclusies na analyse van de cijfers? Om deze raadsinformatiebrief tijdig te kunnen laten uitgaan hebben we de cijfers van de eerste 9 maanden van 2018, toen er nog geen stimuleringspremie was, vergeleken met de eerste 9 maanden van 2019. De cijfers geven naar onze mening een reëel beeld van de werkelijkheid. Verder hebben we rekening gehouden met de betaling in januari 2020 van de stimuleringspremie over de tweede helft van 2019. De afdeling Onderzoek & Statistiek van de gemeente heeft de analyse begeleid en verzorgd. De belangrijkste conclusies zijn: · De invoering van de stimuleringspremie heeft er niet toe geleid dat meer bijstandsgerechtigden in deeltijd zijn gaan werken. · Het aantal maanden dat bijstandsgerechtigden deeltijd werkten, is maar zeer beperkt toegenomen na invoering van de stimuleringspremie. · Na de invoering van de stimuleringspremie zijn de totale inkomsten van de werkende bijstandsgerechtigden afgenomen. · Wel zijn de inkomsten per werkende bijstandsgerechtigde heel licht toegenomen. · Er zijn niet meer bijstandsgerechtigden uitgestroomd naar werk vergelijken met vóór de invoering van de stimuleringspremie.
In 2019 minder uitkeringen verstrekt dan in 2018 Over de eerste 9 maanden van 2018 zijn er gemiddeld 3.695 uitkeringen per maand verstrekt. In dezelfde periode in 2019 is dit bestand gedaald met 8 procent. Het gaat in 2019 in de eerste 9 maanden gemiddeld om 3.397 uitkeringen per maand. Het is belangrijk om in de cijfers over de inkomsten en stimuleringspremie rekening te houden met deze daling. Als het aantal uitkeringen is gedaald, is het logisch dat ook het aantal cliënten met inkomsten uit deeltijdwerk is gedaald. Op de onderstaande cijfers vanaf figuur 1 is daarom een correctie toegepast. Figuur 1
4000
Gemiddeld aantal uitkeringen per maand over de eerste 9 maanden van 2018 en 2019
3695 3397
3500 3000 2500 2000 1500
1000 500
0 2018
2019
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
4
In 2019 gemiddeld iets minder uitkeringsgerechtigden die werken in deeltijd In onderstaande figuur is af te lezen dat er in (de eerste 9 maanden van) 2018 gemiddeld 271 cliënten met inkomsten uit deeltijdwerk per maand waren voor de doelgroep van het experiment. Dat is 7,3% van het totaal aantal uitkeringen in 2018. In (de eerste 9 maanden van) 2019 is dit aantal iets gedaald naar gemiddeld 232 cliënten met inkomsten uit deeltijdwerk per maand (6,8% van het totale bestand). Figuur 2 maanden)
300 250
Gemiddeld aantal cliënten met inkomsten uit deeltijdwerk per maand voor doelgroep (eerste 9
10%
271 232 7,3%
200
6,8%
8% 6%
150 4%
100 50
2%
0
0% 2018 2019 Gemiddeld aantal inkomstenkortingen per maand % inkomstenkortingen van totaal aantal uitkeringen
In 2019 minder personen met inkomsten vergeleken met 2018 In figuur 3 komt naar voren dat in de eerste 9 maanden van 2018 524 personen inkomsten uit werk hebben gekregen1. In dezelfde periode in 2019 ging het om 418 personen. Als we corrigeren voor de bestandsafname van het totaal aantal uitkeringen gaat het om een afname van 13 procent.
1
Het aantal personen met inkomsten uit werk is groter dan de doelgroep van het experiment, omdat bepaalde groepen zijn
uitgezonderd van het experiment. www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
5
Figuur 3
600
Personen met inkomsten (in inkomstenkortingen per persoon
418
8
5,0
6
400 300
4,7
eerste
9
maanden)
en
het
gemiddeld
aantal
10
524
500
de
4
200
2
100 0
0 2018 2019 Aantal personen met een inkomstenkorting Gemiddeld aantal inkomstenkortingen per persoon
Het aantal inkomsten per persoon is maar zeer beperkt toegenomen Tevens zien we in figuur 3 het gemiddeld aantal inkomsten per persoon. In (de eerste 9 maanden) 2018 waren er gemiddeld per persoon 4,7 maanden inkomsten. In 2019 is dit iets meer, namelijk 5 maanden inkomsten per persoon. De periode (het aantal maanden) dat bijstandsgerechtigden in deeltijd werkten is dus maar zeer beperkt toegenomen na invoering van de stimuleringspremie. Totale inkomsten van werkende bijstandsgerechtigden niet toegenomen De stimuleringspremie heeft er niet voor gezorgd dat de totale inkomsten van werkende bijstandsgerechtigden zijn toegenomen. In de eerste 9 maanden van 2018 werd er gemiddeld een totaalbedrag van € 125.102,- per maand aan inkomsten ingehouden op de uitkeringen. In dezelfde periode in 2019 was dat € 109.149,-. Dit zijn de absolute bedragen. Als we rekening houden met de bestandsafname is dit een daling van 5%.
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
6
Figuur 4
Gemiddeld totaalbedrag per maand aan inkomsten (eerste 9 maanden)
€ 140.000
€ 125.102
€ 109.149
€ 120.000 € 100.000 € 80.000 € 60.000
€ 40.000 € 20.000 €0 2018
2019
Gemiddelde inkomsten per werkende bijstandsgerechtigde heel licht toegenomen Heeft ‘bijverdienen in de bijstand’ ervoor gezorgd dat de inkomsten van werkende bijstandsgerechtigden zijn gestegen? Als we kijken naar de bedragen aan inkomsten per persoon dan zien we stijging in 2019 ten opzichte van 2018. Waar een werkende bijstandsgerechtigde in de eerste 9 maanden van 2018 totaal gemiddeld € 2.150,- aan inkomsten ontving, was dat in dezelfde periode in 2019 € 2.350,-. Dat is een stijging van 9 procent. Het gaat wel om een geringe stijging per persoon per maand, namelijk gemiddeld € 23. Figuur 5
Gemiddeld totaalbedrag aan inkomsten per uniek persoon (eerste 9 maanden)
€ 2.350
€ 2.500 € 2.150 € 2.000
€ 1.500 € 1.000 € 500
€0 2018
2019
In 2019 minder bijstandsgerechtigden gestart met deeltijd werken dan in 2018 In 2018 zijn 263 bijstandsgerechtigden gestart met deeltijd werk, maar zijn hierdoor (nog) niet uitgestroomd uit de uitkering. In 2019 ligt dit aantal lager, namelijk op 174. www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
7
Als we corrigeren voor de bestandsafname van het totaal aantal uitkeringen gaat het om een afname van 28 procent. Figuur 6 Aantal bijstandsgerechtigden dat is gestart met inkomsten uit werk maar niet uitgestroomd uit de uitkering (eerste 9 maanden)
300
263
250 200
174
150 100 50 0 2018
2019
In 2019 minder uitstroom na parttime inkomstenkorting Tot slot hebben we gekeken naar uitstroom uit de uitkering na het ontvangen van parttime inkomsten. Hierin zien we een afname in 2019 ten opzichte van 2018. In 2018 stroomden 68 bijstandsgerechtigden vanuit parttime inkomsten uit. In 2019 waren dat er 40. Figuur 7
80
Uitstroom met voorafgaand parttime inkomsten (PTI) (in de eerste 9 maanden)
68
40 40
0 2018
2019
Uitstroom met voorafgaand PTI
De effecten op de cliënten die de stimuleringspremie ontvangen Er zijn 42 cliënten benaderd voor een telefonisch interview op basis van een gestructureerde vragenlijst. 15 cliënten hebben uiteindelijk medewerking verleend. www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
8
Uit de interviews met de cliënten blijkt dat de meeste cliënten bekend zijn met de stimuleringspremie. Voor veel geïnterviewden riep het wel vragen op waarom ze het extra geld kregen en wat voor gevolgen dat had. Cliënten zijn uiteraard wel blij met het extra geld. Zij hebben er bijvoorbeeld rekeningen mee betaald, een deel van hun schulden afgelost of een nieuw huishoudelijk apparaat van gekocht. De stimuleringspremie heeft volgens de cliënten geen negatieve effecten. De premie heeft er niet voor gezorgd dat mensen meer uren zijn gaan werken, of zijn uitgestroomd uit de uitkering. Voor veel cliënten die de premie hebben ontvangen is parttime werk het maximaal haalbare, m.n. vanwege hun gezondheidssituatie. Cliënten vinden de stimuleringspremie met name een fijn en welkom extraatje en een waardering voor het feit dat zij deeltijd werken. In de interviews is niet naar voren gekomen dat de stimuleringspremie ervoor heeft gezorgd dat cliënten zich gelukkiger voelen of dat hun welzijn in brede zin is toegenomen. De financiële consequenties van 1 jaar uitvoering van het experiment bijverdienen in de bijstand In juli 2019 werd de opgebouwde stimuleringspremie over de maanden januari t/m juni 2019 uitbetaald aan 354 personen. In januari 2020 werd de opgebouwde stimuleringspremie over de maanden juli t/m december 2019 uitbetaald aan 323 personen.
Het totaal uitgekeerde bedrag over 2019 is € 353.576,00. Wij hadden als concrete doelstelling geformuleerd: ultimo 2020 ontvangen 10% meer cliënten van het bestand P-wet en IOAW inkomsten uit deeltijdwerk ten opzichte van het bestand cliënten met inkomsten uit deeltijdwerk ultimo 2018. Gelet op de dalende trend is de verwachting nu dat deze doelstelling ultimo 2020 niet gehaald gaat worden. Opbrengsten en kosten waren in het raadsvoorstel van september 2018 als volgt ingeschat:
2018 Bespaarde uitkeringskosten als gevolg van het verstrekken van de stimuleringspremie: meer cliënten ontvangen inkomsten
648.215N 767.159N 28.000N 28.000N
Kosten stimuleringspremies Kosten uitvoering stimuleringspremies Kosten projectleiding Kosten eenmalige implementatie Saldo
2019 2020 2021 totaal 250.540V 473.445V 480.175V 1.204.160V
25.000N
20.000N 20.000N
1.415.374N 56.000N
25.000N
50.000N 20.000N 450.675N 346.714N 480.175V 337.214N
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
9
Opbrengsten en kosten voor 2019 (realisatie) en 2020 en 2021 (schatting) verwachten wij nu als volgt: 2018 Bespaarde uitkeringskosten als gevolg van het verstrekken van de stimuleringspremie: meer cliënten ontvangen inkomsten Kosten stimuleringspremies Kosten uitvoering stimuleringspremies Kosten projectleiding Kosten eenmalige implementatie Saldo
20.000N 20.000N
2019 0
2020 0
353.576N 28.000N 25.000N
354.000N 28.000N 25.000N
406.576N
407.000N
2021 0
Totaal 0
707.576N 56.000N 50.000N 20.000N 833.576N
Het meerjarig saldo van opbrengsten en kosten van het experiment komt daarmee €496.362,nadeliger uit dan vooraf geraamd. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de bespaarde uitkeringskosten in 2019 niet zijn gerealiseerd, en dit in 2020 en 2021 naar verwachting ook niet het geval zal zijn. Deels wordt dit gemitigeerd doordat er een lager bedrag aan stimuleringspremies zal worden uitbetaald dan destijds geraamd in het raadsvoorstel. We zien cq verwachten niet dat meer cliënten meer inkomsten gaan verwerven cq uitstromen uit de bijstand, waardoor er geen opbrengsten zijn. Het uiteindelijke resultaat zal daardoor naar verwachting negatief uitpakken. Kosten en opbrengsten waren in het raadsvoorstel al als risico benoemd. De stimuleringspremie in relatie tot de dienstverlening van Weener XL Weener XL zet in haar uitvoering sterk in op bijstandsonafhankelijkheid door werk, regulier of door ondersteuning met loonkostensubsidie. In de 2e helft van 2018 zijn alle cliënten met inkomsten uit deeltijdwerk beoordeeld of er mogelijkheden waren om uit te stromen, door meer uren te gaan werken of door loonkostensubsidie in te gaan zetten. Bijstandsonafhankelijkheid zorgt voor de cliënten voor meer stabiliteit in inkomsten, en heeft voor hen een duurzamer effect. De werkwijze is: uitstroom, regulier of met loonkostensubsidie, staat voorop als de mogelijkheden er zijn.
Deeltijdwerk is prima waar dit nuttig of nodig is om arbeidspotentieel te benutten, en er op dit moment onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitstroom/bijstandsonafhankelijkheid. Cliënten die nu in deeltijd werken hebben op dit moment onvoldoende mogelijkheden om uit te stromen. Persoonlijke omstandigheden zorgen er voor dat meer uren werken op dit moment niet mogelijk is, of misschien wel nooit mogelijk zal zijn. Dat beeld komt overeen met het beeld uit de interviews. De juridische context van het experiment www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
10
Het juridisch kader voor de stimulering van het bijverdienen is “voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling”. Volgens de Memorie van Toelichting kan de premie worden verstrekt met het oog op het bevorderen van positief gedrag gericht op de uitstroom naar betaalde arbeid. Gelet op de hiervoor geschetste ervaringen, effecten en de bereikte doelgroep past dit experiment niet in het juridische kader van de Participatiewet. Tot slot In het 4e kwartaal 2020 komt het college met een eindconclusie m.b.t. dit experiment. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van ‘s-Hertogenbosch, De gemeentesecretaris, De burgemeester,
drs. B. van der Ploeg
drs. J.M.L.N. Mikkers
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
11