CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

RES NOB 1.0

Gemeenteraad 18 mei 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Regionale Energiestrategie 1.020.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

hand van de opgestelde handreikingen en de door gemeenten aangeleverde motivering op

opdrachten worden uitgewerkt in verschillende thematische werkgroepen, bijvoorbeeld voor

het voorgenomen beleid en de aanwijzing of invulling van de zoekgebieden. De gemeenten

besparing. Elke werkgroep heeft minimaal één en bij voorkeur twee bestuurlijk trekkers die de

zijn dus verantwoordelijk voor het vaststellen van het beleid en het bepalen en invulling

verbinding tussen de werkgroepen en de stuurgroepen verzorgen.

geven van de zoekgebieden. Advisering door het Programmateam heeft vooral betrekking op het aangeven van mogelijke regionale oplossingen, lange termijneffecten en het benoemen van koppelkansen.

30 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021

Klankbordgroep

Bovenregionale afstemming

De inbreng van stakeholders is van essentieel belang om te komen tot een ‘gedragen’ RES. In

Ook in andere regio’s wordt gewerkt aan het inrichten van uitvoeringsorganisaties om

de regio NOB is in overleg met de partijen in de bestuurlijke klankbordgroep gezocht naar een

gezamenlijk grootschalige energieprojecten te realiseren. In de regio NOB blijven we het op

werkbare vorm, resulterende in de volgende inrichting van de rol van de klankbordgroep:

onze manier doen, maar leren we wel graag van andere regio’s. Daarnaast is de opgave in

•

De klankbordgroep overstijgt de belangen van individuele stakeholders tot een gezamenlijk belang en zij vormt een gezamenlijk gedragen standpunt.

•

De Klankbordgroep heeft een adviserende rol en de bevoegdheid om gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen over de RES NOB op zowel inhoud als proces.

•

enkele gevallen grens overstijgend. Naast de andere Brabantse regio’s is er afstemming met de regio’s Noord-Midden Limburg, Rivierenland en Arnhem- Nijmegen. De regio’s overleggen gezamenlijk over: •

Gebieden die regiogrenzen overschrijden, zoals de Peel.

•

Aansluiting op stations van Enexis en TenneT die zijn namelijk niet regio- of

Leden van de klankbordgroep kunnen tevens betrokken worden als inhoudelijk adviseur bij de werkgroepen.

gemeentegebonden. •

Het effect van energieprojecten aan de regiogrenzen.

Partijen in de klankbordgroep hebben bij de stuurgroep aangegeven dat zij graag eerder in het proces al hun inhoudelijke kennis en visie inbrengen. Dit wordt richting RES 2.0 gezamenlijk verder onderzocht.

Capaciteit & Financiering De capaciteit van gemeenten en andere betrokken organisaties is ontoereikend voor het uitvoeren van de energietransitie opgave. Niet alle projecten kunnen daarom gelijktijdig in procedure worden genomen. Hiervoor is aandacht met een gezamenlijke lobby van de Brabantse regio’s en de Provincie richting het Rijk. In het voorjaar van 2020 is de benodigde en beschikbare ambtelijke capaciteit voor de RESNOB geïnventariseerd. De conclusie is dat de uren voldoende zijn, maar dat deze niet evenredig worden geleverd door de betrokken gemeenten. Het is daarom belangrijk om op korte termijn aanvullende afspraken over de capaciteitsverdeling te maken. Vanaf 1 juli 2021 vervalt het RES-budget van het Rijk, deze is tot 1 januari 2022 toereikend. Voor die tijd moet het duidelijk zijn welk budget de RES NOB jaarlijks nodig heeft en wat de bijdrage per gemeente wordt. Op basis van een recent uitgevoerd onderzoek door het ROB (Raad voor het Openbaar Bestuur) is het Rijk geadviseerd over de omvang van de uitvoering van het Klimaatakkoord. Na de Tweede Kamer verkiezingen zal meer duidelijkheid komen over wat gemeenten via het gemeentefonds ontvangen.

Figuur 12: klankbordgroep RES

31 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021

Optimalisatie samenwerking richting RES 2.0

draagt er teven aan bij dat partijen zich beter gehoord voelen, wat mogelijk het wederzijds

Richting de RES 2.0 wordt onderzocht hoe de regionale samenwerking kan worden

begrip bevordert voor de te maken keuzes.

geoptimaliseerd. Te denken valt aan: capaciteitsverdeling/ inzet van mensen, budgetverdeling, uitwerking van het regionaal perspectief en lokale besluitvorming daaromtrent, relatie met de Regio NOB, escalatie indien niet voldaan kan worden aan de gemaakte (prestatie)afspraken, rol en betrokkenheid van stakeholders. Daarnaast vindt er richting de RES 2.0 een herijking van werkgroepen plaats.

Regionale procesafspraken toepassing handreikingen (op hoofdlijnen) 1. Voor het creëren van een gelijk speelveld voor een waardevol regionaal gesprek leggen gemeenten bij het opstellen en/of actualiseren van beleid en/of invulling van de zoekgebieden de handreiking overwegingskader naast hun voorgenomen

2.

Procesafspraken toepassing handreikingen

Met de uitwerking van de RES 1.0 zijn twee nieuwe handreikingen opgesteld (zie Deel III), waaronder de handreiking Overwegingskader. De handreikingen zijn geen extra beleidskaders. De handreiking ondersteunt gemeenten bij het maken van keuzes bij het opstellen van beleid voor grootschalige opwek en/of invulling van de zoekgebieden. Het verrijkt gemeenten om een completer beeld te krijgen van de afwegingen die gemaakt moeten worden en met de effecten die worden gezien vanuit regionaal oogpunt. Het overwegingskader wordt niet toegepast op reeds door de gemeenteraden gemaakte keuzes. Er zijn procesafspraken op hoofdlijnen geformuleerd met als doel om vanuit regionaal oogpunt vroegtijdig een gesprek te voeren over de effecten van de lokale afwegingen. Het

afwegingen/keuzes. 2. De lokale afwegingen/ keuzes die gemeenten maken in relatie tot de handreiking worden onderbouwd. 3. De lokale afwegingen worden door een regionale ambtelijke werkgroep binnen de RES bekeken vanuit een regionaal oogpunt. 4. De regionale werkgroep brengt de belangrijkste leer- en bespreekpunten in de stuurgroep RES NOB als constatering, met of zonder advies. 5. De stuurgroep en waar mogelijk de klankbordgroep geven vanuit regionaal oogpunt een niet-bindend advies aan de lokale bestuurder in de stuurgroep.

helpt bij het creëren van een gelijk speelveld en input voor een waardevol regionaal gesprek

6. De lokale bestuurder besluit hoe hij/zij omgaat met dit advies en of het wordt

en bij het delen van kennis. Vroegtijdig betekent dat gemeenten afwegingen ambtelijk delen

meegenomen in de verdere uitwerking/ actualisatie van het lokale beleid.

met de RES-organisatie, voordat het beleid wordt vastgesteld. Het moment waarop en de

7. De verantwoordelijkheid voor het maken van de uiteindelijke keuzen en het vaststellen

vorm wordt nog nader uitgewerkt. Het advies van de RES-organisatie heeft geenszins een

van het beleid en/of invulling van de zoekgebieden ligt ten alle tijden bij de

bindend karakter. Het uitgangspunt blijft dat de lokale autonomie niet wordt aangetast. Dit

gemeenteraad van de desbetreffende gemeente.

vraagt aan de voorkant extra inspanning van een gemeente. Echter is dit nodig om zaken op elkaar af te stemmen en kennis te delen. De verwachting is dat in veel gevallen deze tijd later in het proces wordt terugverdiend doordat er eerder zicht is op de mogelijke discussiepunten en dit afgewogen kan worden bij de verdere uitwerking. Het voeren van een vroegtijdig gesprek

32 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021

Zorgvuldig omgaan met vertrouwelijke informatie

Richting uitwerking

In dit proces van delen en bespreken wordt er zorgvuldig omgegaan met vertrouwelijke

In de Stuurgroep is afgesproken dat gemeenten voor 1 juli 2021 voor de eerste keer een

informatie. Dit betekent bijvoorbeeld dat de gemeente zelf bepaalt of informatie in een

onderbouwing geven van lokale afwegingen aan de hand van de handreiking

vroegtijdige stadium besproken kan worden met de stakeholders in de klankbordgroep. Het

overwegingskader. Reeds vastgesteld beleid worden met deze exercitie niet langs het

betrekken van de klankbordgroep biedt gemeenten de mogelijkheid om partijen vroegtijdig

overwegingskader gelegd. Aan de hand van deze excersitie worden de procesafspraken

en op een efficiënte manier te betrekken. Partijen kunnen vanuit een regionaal en meer

gezamenlijk verder uitgewerkt en geoptimaliseerd.

strategisch oogpunt het lokale proces verrijken met mogelijke kansen en knelpunten.

In de regio: samenwerken voor energieneutraal rioolbeheer Land van Cuijk gemeenten De Land van Cuijk gemeenten (Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill & Sint Hubert en Sint Anthonis) willen gaan samenwerken om hun rioolbeheer energieneutraal te maken. Voor het verpompen van afvalwater naar de rioolwaterzuivering wordt veel energie gebruikt. Door deze energie met een zonnepark op te wekken wordt niet alleen bijgedragen aan de energietransitie, maar zal ook op energiekosten worden bespaard.

Samenwerken voor één gezamenlijk zonnepark is in veel opzichten efficiënter dan de ontwikkeling van vijf kleinere parken. Zo zijn de kosten voor de aanleg, het beheer, het onderhoud en de aansluiting bij de netbeheerder in verhouding lager bij een groter zonnepark. Ook is het ruimte-efficiënt en hoeft de procedure van vergunningverlening maar één keer doorlopen te worden. Participatie van omwonenden speelt een belangrijke rol in dit project. Marlous Goeman, binnen de RES werkzaam voor de gemeenten Cuijk, Grave en Mill & Sint Hubert, zegt daar het volgende over: “We willen komen tot mede-eigenaarschap met omwonenden. Daarom betrekken we hen al vanaf het begin en hebben ze zowel inspraak over de ruimtelijke inpassing als de mogelijkheid om financieel deel te nemen. Door als gemeenten samen te werken bundelen we de kennis.”

Per 1 januari 2022 worden de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Mill & Sint Hubert en Sint Anthonis samengevoegd tot de nieuw te vormen gemeente Land van Cuijk. Vooruitkijkend stemt deze samenwerking positief. Marlous: “Binnen de regio Land van Cuijk is er al langer een goede samenwerking op onder andere de RES. Door de samenwerking binnen dit project merk je dat we op meer onderdelen elkaar steeds beter weten te vinden.”

33 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021

5.3

Borging in beleid

Water(beheer)programma Een waterbeheerprogramma (WBP) is een verplicht programma onder de Omgevingswet en

De RES wordt vastgesteld door alle gemeenteraden, Algemene Besturen van de waterschappen in de regio en door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. De afspraken binnen de RES betreffen enerzijds een opgave die gezamenlijk gerealiseerd gaat worden en een vertaling daarvan naar de minimale opgave per gemeente. Anderzijds zijn het handreikingen over het lokaal afwegen en regionaal samenwerken voor het realiseren van die opgave.

beschrijft op strategisch en tactisch niveau de gewenste resultaten van de overheid rondom waterbeheer. Het waterschap stelt het waterbeheerprogramma vast. Elke zes jaar leggen waterschappen de hoofdlijnen van het beleid met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer en het beheer van de afvalwaterketen, vast in een zogeheten waterbeheerplan. Dit plan is kaderstellend voor te nemen maatregelen. De waterschappen borgen de hoofdpunten uit het waterbeheerplan ruimtelijk in de

Provinciaal beleid Het provinciale beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. De RES valt onder de hoofdopgave ‘Werken aan de Brabantse energietransitie’ uit de omgevingsvisie. In de Interim Omgevingsverordening zijn concrete regels opgenomen waar we rekening mee moeten houden. De Provincie onderschrijft dat we met elkaar, gemeenten, waterschappen, netbeheerder en provincie, in samenspraak met alle andere stakeholders gezamenlijk op moeten trekken om onze doelstellingen te kunnen

Omgevingsvisies en geven hier uitwerking aan via de (gemeentelijke) Omgevingsplannen. Concrete uitvoeringsmaatregelen worden vervolgens in projectplannen uitgewerkt. Een bestuursorgaan toetst een omgevingsvergunning aan het relevante water(beheer)programma. Het gaat daarbij om omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen en wateractiviteiten. Een waterschap kan omgevingsvergunningen voor drijvende zonnepanelen of aquathermieprojecten afgeven.

halen. M.e.r. (Milieueffectenrapportage) Gemeentelijk omgevingsbeleid Iedere gemeente is aan zet om de opgave te vertalen in ruimtelijk beleid. De gezamenlijk opgave kan pas uitgevoerd worden als ze zijn vastgelegd in beleid en regels voor de leefomgeving. Voor

Voor de regio NOB is het nut van een m.e.r.-procedure onderzocht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een plan-m.e.r. en een project-m.e.r. •

1 januari 2025 moeten deze projecten en plannen een tijdelijke vergunning hebben. Totdat de

activiteit met potentieel aanzienlijke milieueffecten, zoals een windpark, wordt

Omgevingswet in werking treedt kunnen projecten onder de huidige Wet ruimtelijke ordening

aangewezen, of als voor dit plan een zogenaamde ‘Passende beoordeling’ dient te worden

worden gerealiseerd. Wel kan vooruitgelopen worden op de Omgevingswet, zoals ook bij gemeenten in de regio NOB gebeurt. Zo worden zoekgebieden voor grootschalige duurzame energieopwekking opgenomen in een omgevingsvisie. De ruimtelijke keuzes in relatie tot andere belangen en opgaven moeten landen in de instrumenten van de Omgevingswet. Het omgevingsplan is het instrument om ervoor te zorgen dat de ruimte gereserveerd blijft en dat de plannen en projecten uit de RES ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden.

34 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021

Een plan-m.e.r. is vereist voor plannen of programma’s waarin de locatie voor een

opgesteld, waarin de effecten op een Natura 2000-gebied in beeld worden gebracht. •

Een project-m.e.r. is vereist voor besluiten (zoals een omgevingsvergunning) over activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten. Het project m.e.r. heeft betrekking op de milieueffecten van de concrete uitwerking van een plan. Het gaat hierbij dus met name om de inrichting van een gebied.

Op basis van de bovenstaande definitie is een m.e.r.-procedure niet verplicht, omdat de RES

Kernelementen communicatie

geen plan of programma is zoals bedoeld in het besluit m.e.r. Een m.e.r. op de RES (of zelfs

•

RES overstijgend) kan helpen om inzicht te verkrijgen in het grotere plaatje en voorkomt dat

Gemeenten zijn het aanspraakpunt voor lokale plannen en inwoners, de RES-regio is het aanspreekpunt voor regionale vraagstukken.

keuzes in de ene gemeente of regio gevolgen hebben voor de andere of lastig uit te leggen

•

Lokaal eigenaarschap (maak het klein, zowel voor interne als externe stakeholders).

zijn aan de inwoners. Hier is echter op regionaal niveau wel mandaat voor nodig, en dit past

•

Vertrouwen behouden en terugwinnen waar nodig.

niet binnen de regionale RES-samenwerking in de NOB. Daarnaast zou deze m.e.r. op RES-

•

Het eerlijke verhaal (wat betekent de transitie voor de regio en voor mij? Positief en reëel)-

niveau voor enkele gemeenten te laat komen, omdat de zoekgebieden al zijn aangewezen.

transparant met informatie voor iedereen beschikbaar en toegankelijk. De kansen van de

Een m.e.r.- procedure past daarom voorlopig niet binnen de RES.

RES laten zien, maar ook de (gevoelens van) bedreigingen serieus nemen. •

5.4

en besluitvormingsproces. De raden beslissen uiteindelijk over de te maken keuzes.

Participatie en communicatie met de regio •

De energietransitie raakt iedereen. Daarom is goede, toegankelijke communicatie over de plannen en de uitvoering belangrijk. Ook de klankbordgroep pleit voor transparantie en goede communicatie rondom gemaakte overwegingen. De RES-organisatie voert een aantal communicatieactiviteiten voor verschillende doelgroepen uit, zodat de stakeholders duidelijk en eerlijk worden geïnformeerd over de RES. Vanuit communicatie is het belangrijk dat inwoners, bestuurders, raadsleden, ambtenaren en bedrijven op de hoogte zijn van de ontwikkelingen binnen de RES en wat daarbij hun eigen rol is. Wat kunnen zij zelf doen en wat zijn de ontwikkelingen binnen de RES? We leggen hierbij continu de verbinding van lokaal naar regionaal en van regionaal naar provinciaal en pakken hierin een faciliterende, verbindende rol. (Rijk → provincie → regio → gemeente).

35 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021

Duidelijkheid over zeggenschap: inwoner heeft zeggenschap binnen het lokale participatie-

Kennisniveau op peil brengen (het verhaal eerst binnen de RES-organisatie afstemmen, vervolgens extern communiceren).

•

Communiceer helder en transparant over de opgave en de berekeningen. Refereer zo veel mogelijk naar dezelfde bronnen en maak zoveel mogelijk gebruik van dezelfde eenheden (TWh/kWh/PJ/CO2). Geef uitleg over het onderscheid in potentiële energiebronnen voor 2030 en voor 2050

Doelgroepen voor communicatie en participatie In de regio Noordoost-Brabant is lokale autonomie een belangrijk thema. Dit betekent dat

participatie richting inwoners over lokale plannen die bijdragen aan de RES. De RES-

gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor het opstellen van lokale plannen voor

organisatie ondersteunt hierin. Daarnaast richt de RES-organisatie zich op de

grootschalige opwek van wind- en zonne-energie. Deze lokale verantwoordelijkheid werkt

georganiseerde stakeholders die een regionale oriëntatie hebben en op raadsleden in de

door in de manier waarop communicatie en participatie is vormgegeven in de RES-regio.

regio. Hieronder volgt een overzicht van de doelgroepen, communicatiemiddelen en de

Er is afgesproken dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor communicatie en

rolverdeling tussen de regio en de gemeenten per doelgroep.

Doelgroep

Communicatiemiddelen vanuit de RES-regio

Rolverdeling regio/gemeenten

Inwoners

Internetconsultatie, afstemming tussen

•

communicatieadviseurs, monitoringsrapportages over het betrekken van jongeren.

Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de communicatie- en participatiemiddelen die ze inzetten richting inwoners.

•

De regio adviseert en ondersteunt hierbij. Bijvoorbeeld met kant- en-klare teksten, maar ook door kennis en expertise aan te bieden over lokale en online participatie.

Georganiseerde

EnergiewerkplaatsBrabant.nl/resnob,

stakeholders

nieuwsbrieven, onlinestakeholderbijeenkomsten (webinars), overzicht van de stand van zaken bij

•

Gemeenten zijn de inhoudelijk leidende en zichtbare partij richting georganiseerde stakeholders bij communicatie en participatie over lokale plannen.

•

alle gemeenten,

De RES-regio heeft daarnaast een zelfstandige rol in communicatie en participatie bij regionale vraagstukken die spelen bij het proces richting de RES. Daarnaast communiceert de RES-regio richting stakeholders over mijlpalen in het proces van de RES.

Raadsleden & AB

Webinars, nieuwsbrieven, monitoringrapportages

•

De gemeente is leidend bij communicatie met raadsleden over lokale plannen.

Waterschap

die ingaan op de stand van zaken in de regio.

•

De regio neemt initiatief in communicatie over het proces naar de RES en werkt daarbij samen met lokale beleidsambtenaren.

Ambtelijke

Nieuwsbrief, monitoringsrapportages.

organisatie en bestuurders Tabel 2: Communicatiedoelgroepen

36 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021

•

De RES-regio is leidend in de communicatie richting de ambtelijke organisatie en bestuurders in de regio. De RES-regio faciliteert daarnaast onderlinge kennisdeling tussen gemeenten.

Participatie

Klankbordgroep en JongRES

Zonder participatie geen RES. Het is belangrijk om inwoners, bedrijven en maatschappelijke

Zoals beschreven in hoofdstuk 5.2 denken verschillende stakeholders via klankbordgroep actief

organisaties op passende wijze te betrekken bij het opstellen en uitvoeren plannen rondom

mee over de inhoud van de RES 1.0. De leden van de klankbordgroep RES NOB komen vanuit

duurzame energie opwek. De meeste participatie vindt op lokaal niveau plaats en wordt

verschillende organisaties en zijn een brede vertegenwoordiging van belangen en perspectieven

gefaciliteerd of georganiseerd door de gemeenten. In regioverband is een internetconsultatie

uit de regio (Platform coöperatief duurzaam, Brabant Wonen, Brabantse Milieufederatie, ZLTO,

en webinar georganiseerd. Door de maatregelen rondom corona heeft digitale participatie zich

ODBN, VNO-NCW Brabant-Zeeland, Staatsbosbeheer, JongRES, Agrifood-Capital, Regio Noordoost-

in het afgelopen halfjaar snel ontwikkeld. Voor de RES 1.0 heeft er een combinatie van zowel

Brabant, Rijkswaterstaat en Rabobank Hart van de Meijerij).

offline als online participatie plaatsgevonden. De RES-organisatie stimuleert richting de RES 2.0 gemeenten om de aandacht voor participatie intensiveren.

JongRES is vertegenwoordigd in de klankbordgroep en zorgt er daarnaast voor dat jongeren uit de regio worden betrokken bij de RES. JongRES heeft onder andere een podcast uitgebracht waarin

Stakeholders zijn op de volgende manieren betrokken bij het proces richting de RES 1.0

gasten met verschillende professionele achtergronden werden bevraagd over hoe we gezamenlijk

Vanuit de provincie is er een internetconsultatie georganiseerd. Alle RES-regio’s uit Brabant

een mooiere wereld kunnen verwezenlijken. JongRES is ook betrokken bij het schrijven van een

hebben hieraan deelgenomen. Het doel van de consultatieronde was om een betrouwbaar

publieksversie van de RES 1.0. De publieksversie wordt een toegankelijke vertaling van de RES 1.0

beeld te genereren van de manier waarop inwoners aankijken tegen verschillende onderdelen

en verschijnt in het voorjaar van 2021.

van de RES. De consultatie is online uitgevoerd met een vragenlijst. Het onderzoek ging op 29 oktober 2020 online en heeft tot en met 10 december 2020 ‘open’ gestaan. De vragenlijst is

Website

door 1.655 inwoners uit Noordoost-Brabant ingevuld. Op moment van schrijven (4 februari) is

De RES-organisatie informeert stakeholders over kennis en ontwikkelingen via:

het rapport met de uitkomsten in ontwikkeling, deze zal later worden gedeeld met de

www.energiewerkplaatsbrabant.nl/resnob

RES-organisatie.

Op deze website is onder meer het volgende te vinden:

Webinar

•

Achtergrondinformatie;

•

Nieuwsupdates uit de regio en over het RES-proces (tevens het archief van de nieuwsbrief van de regio);

De RES-regio voorziet stakeholders in de informatievoorziening door middel van webinars. Op 20 januari 2021 vond een webinar plaats voor de stakeholders van de RES NOB. Deze webinar

•

Registraties van webinars van de regio;

werd voor een breed publiek georganiseerd en zowel door raadsleden als inwoners bijgewoond.

•

Informatie over de RES-organisatie en de samenstelling van de klankbordgroep;

Tijdens het webinar is er met elkaar gesproken over de inhoud van de RES 1.0. De volgende

•

Contactgegevens van de resorganisatie: info@resnob.nl.

onderwerpen kwamen hierbij onder meer aan bod: de bestuurlijke samenwerking, lokaal eigendom van zonnevelden en windparken, de rol van de klankbordgroep en de rol van de regio.

37 | Concept-RES Noordoost-Brabant | definitieve versie, februari 2020

In de regio: participatieproces Zonnepark Wilbertoord Het participatieproces van Zonnepark Wilbertoord is een goed voorbeeld van het betrekken van inwoners, bedrijven en lokale organisaties. De gemeente Mill en Sint Hubert is in een vroeg stadium met de projectontwikkelaar in gesprek gegaan over het participatieproces. De focus lag hierbij eerst op de direct omwonenden en later op de hele gemeente. Er is door de projectontwikkelaar vroegtijdig contact gelegd met omwonenden om het ontwerp van de zonneweide toe te lichten. Ze hebben een informatieavond georganiseerd. Omwonenden konden ook naderhand één op één in gesprek met de ontwikkelaar en de betrokken landschapsarchitect. De bijeenkomsten vonden eerst fysiek plaats, in coronatijd is er geschakeld naar een online bewonersavond om het aangepaste ontwerp toe te lichten. De ontwikkelaar heeft daarbij goed geluisterd naar de wensen van omwonenden. Zo was er behoefte aan een

visueel ontwerp. Met een visueel ontwerp konden mensen zien hoe het ontwerp er vanaf hun tuin uit zou zien. Het ontwerp werd vervolgens aangepast op basis van de behoeften van omwonenden. De panelen werden lager zodat je er gemakkelijker overheen kon kijken. Een direct omwonende is imker en heeft een grote bijenkas. In overleg met hem is rekening gehouden met de bloemen en plantensoorten die ze gaan inzaaien en er komen extra insectenkasten. In de gesprekken kwam ook naar voren dat in de buurt een dassenburcht zit met ruim 30 tot 40 dieren. Als eis van de gemeente moet er tien meter rand om de zonneweide komen. Die is dus op verschillende manieren benut. Er zat al een kruidenrijk stukje in het

ontwerp en nu dus ook een bijenhotel, insectenkasten en een dassenakker. De gemeente kijkt terug op een succesvol participatietraject waarbij de inspraak van inwoners serieus is genomen en juist nieuwe kansen bood voor de businesscase van de projectontwikkelaar. De gemeente had slechts een ondersteunende rol in het proces.

38 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021

6 Randvoorwaarden realisatie (naar het Rijk) Rol van het Rijk

•

De postcoderoosregeling vereenvoudigd wordt.

Het realiseren van dit ‘bod’ vraagt een forse inzet van partijen in de regio. Vertrouwen en een

•

Per 1 januari 2022 daadwerkelijke invoering van de wettelijke mogelijkheid dat

sterke regionale samenwerking is hiervoor nodig. Voor de uitvoering van de RES zijn ook aanvullende instrumenten, regels en middelen van het Rijk en de provincie noodzakelijk.

gemeenten ‘Zon op bedrijfsdaken’ kunnen verplichten bij nieuwbouw. •

Zonder deze aanvullende instrumenten, regels en middelen kunnen de projecten en afspraken

onder andere netbeheerders, gemeenten, waterschappen, energiecoöperaties,

uit deze RES niet tot stand komen. De belangrijkste van deze aanvullende instrumenten, regels en middelen zijn: •

woningbouwcorporaties, omgevingsdienst. •

Het duidelijk communiceren als één overheid (Rijk, provincie, gemeenten en

van het aardgas (bijvoorbeeld woning gebonden financiering of een energiefonds). •

onderdeel van de RES of afwegingen die nu gemaakt worden. •

Het opereren als één overheid, dus ook de Rijksoverheid (o.a. Rijkswaterstaat, Defensie,

•

Het pakket aan financiële stimulering voor grootschalige- en kleine energieprojecten

•

Het ontwikkelen van standaards voor open netten, zodat meerdere leveranciers warmte kunnen leveren en afnemers kunnen kiezen tussen diverse aanbieders;

•

(subsidie, fiscale regelingen, gebouw gebonden financiering, saldering), gericht op het •

Maatregelen die de business case van warmtenetten verbeteren, onder andere gericht op financiering, financiële risico’s en marktordening;

radar stelt. •

Leveren van middelen en regels, die leiden tot een financieel aantrekkelijke businesscase voor warmte(net)projecten.

Rijksvastgoedbedrijf) moet leveren voor optimaal grondgebruik in Noordoost-Brabant. Met name Defensie moet duidelijkheid geven en soepeler omgaan met de beperkingen die de

Door het Rijk te ontwikkelen instrumenten die het mogelijk maken de energierekening in te zetten als investering voor het energiezuinig maken van de woning en afkoppeling

waterschappen) over de elektrictieitsopgave richting 2030, namelijk 35 TWh gerealiseerd door wind en zon. Andere technieken zijn niet haalbaar voor 2030 en zijn dus geen

Voldoende budget vanuit het Klimaatakkoord voor scholing en uitvoeringscapaciteit bij

Het stimuleren van de benutting van restwarmte door beprijzing of verbod op het lozen van restwarmte.

betaalbaar maken/houden van de energietransitie, gegarandeerd tot 2030.

•

Het doorzetten van een energielabel voor kantoorgebouwen van C naar A.

De doelen voor grootschalig ‘zon op dak’ kunnen worden behaald, mits:

•

Een regeling voor het meenemen van particuliere woningen bij het verduurzamen van

• • •

Er binnen de verbrede SDE++ voldoende financiële stimulans blijft voor gebouw-

complexen die grotendeels in het bezit zijn van woningcorporaties;

eigenaren en projectontwikkelaars om zon op dak te realiseren;

•

De mogelijkheden voor gebouwgebonden financiering op korte termijn te regelen:

Het bouwbesluit wordt aangepast, om te bewerkstelligen dat nieuwe daken altijd

•

Het creëren van mogelijkheden voor warmtenetten in de bermen van Rijkswegen.

geschikt zijn om zonnepanelen op te plaatsen;

•

Voldoende investeringsmogelijkheden & -middelen voor netbeheerders.

Zonsystemen prominenter op de Vamil en Eia lijst komen, zodat bedrijven rendabele

•

Voldoende ruimte in wetgeving om netbeheerders proactief deel te laten nemen aan de

maatregelen zullen uitvoeren.

39 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021

energietransitie.

Een kader voor de verdeling van de schaarse netcapaciteit, analoog aan de verdeling van

De regio NOB is niet berekend op een extra opgave. Bijvoorbeeld doordat er nu

verdeling van deze schaarste speelt al op de korte en middellange termijn voor geplande

vanuit Europa een opgave is vastgesteld van 55% CO2 reductie in 2030. De opgave

capaciteitsuitbreidingen die nog niet zijn gerealiseerd. Op de lange termijn speelt dit in de

om te voorzien in het eigen energieverbruik is al groot voor de regio NOB.

vorm van het eventueel afkoppelen van elektriciteitsbronnen op piekmomenten. Dit leidt

Onduidelijkheid over het toebedelen van een extra opgave, bijvoorbeeld als surplus

tot de volgende verzoeken aan provincie en Rijk:

vanuit de Randstad, maakt het politieke - en publieke debat lastiger.

Het wettelijk mogelijk maken elektriciteitsbronnen op piekmomenten af te koppelen (curtailment).

2.

Het mogelijk maken van een flexibele inzet van de reservecapaciteit in de stations en het net (de ‘vluchtstrook’).

3.

Het combineren van wind en zon samen op één kabel (cable pooling).

4.

Het mogelijk maken van ‘Meerdere Leveranciers Op Een Aansluiting (‘Mloea’), bijvoorbeeld voor de combinatie van zonnepark en windpark.

5.

Het wettelijk mogelijk maken om nieuwe bronnen op een ‘wachtlijst voor aansluiting’ te zetten.

6.

Het uitwerken van een provinciale rol bij de verdeling van netcapaciteit als men er in de regio niet uitkomt.

Extra stimulans van het Rijk (en lagere overheden) voor ‘zon op dak’ door subsidie te verlenen voor ‘niet-aan-het-net-leveren’: voor particulieren moet het aantrekkelijk worden om meer zonne- energie op te wekken dan voor eigen gebruik nodig is.

•

Het stimuleren van energiebesparing in de gebouwde omgeving door de markt op grote schaal woningen te kunnen laten isoleren. Dit kan met een provinciaal programma, gefinancierd met maatschappelijk kapitaal (pensioenfondsen en opbrengsten participatie windmolens). In het verlengde vragen we het Rijk de heffingskorting voor woningcorporaties te vervangen door een isolatiesubsidie.

•

Duidelijkheid vanuit het Rijk in de volgende fasen van de energietransitie.

het woningbouwprogramma; liever samen programmeren dan van bovenaf opgelegd. De

1.

•

•

Een uniforme toetsings-/ monitoringstool voor alle RES-regio's, te ontwikkelen door het Rijk in samenspraak met provincies en netbeheerders.

40 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021

DEEL III:

Handreikingen In het kader van de RES 1.0 zijn twee handreikingen opgesteld, deze handreikingen helpen gemeenten bij het maken van keuzes. •

Handreiking overwegingskader Het overwegingskader is een kwalitatieve benardering voor de onderbouwing van keuzes voor beleid en zoekgebieden en bedoeld als handreiking voor overwegingen op zowel lokaal als regionaal niveau. Het overwegingskader bestaat uit vijf pijlers: potentie, landschap, maatschappelijke kosten & baten, koppelkansen en maatschappelijke acceptatie. Voor de peiler landschap is een afwegingskader opgesteld, deze maakt samen met de andere peilers onderdeel uit van het overwegingskader.

•

Handreiking 50% lokaal eigendom Deze handreiking is bedoeld om gemeenten handvatten te bieden om invulling te geven aan het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom.

7. Overwegingskader als handreiking

Het overwegingskader (zie bijlage 4 voor een volledige uitwerking) is een regionale handreiking die wordt aangeboden aan gemeenten. Deze handreiking is een hulpmiddel voor gemeenten om een integrale kwalitatieve overweging te maken voor de keuze

Met de RES ligt er een aanpak die een belangrijk doel heeft, namelijk: hoe gaan we de opgave

voor lokale zoekgebied en/of projecten aan de hand van het doorlopen van een set

die er ligt samen realiseren? Een strategie die verschillende perspectieven bij elkaar brengt, de

open vragen. Het overwegingskader is naast zon en wind ook bruikbaar om innovatieve

opgave integraal bekijkt en waarin verschillende partijen samen optrekken, kritisch maar

technieken in de overweging te betrekken. Het overwegingskader dient twee doelen:

constructief. Deze transitie naar een duurzame energievoorziening heeft op veel vlakken

1. Afdoende bescherming voor inwoners, landschap en natuur.

ingrijpende gevolgen voor onze samenleving. Voor een succesvolle energietransitie is het

2. Voldoende ruimte voor economisch haalbare initiatieven.

daarom nodig om rekening te houden met onder andere draagvlak, combinaties in de vorm van koppelkansen en de ruimtelijke vormgeving van nieuwe energielandschappen en de

De 5 pijlers zijn:

manier waarop die tot stand komen. Een andere manier van denken: niet het ruimtelijk

•

inpassen, maar het creëren van een nieuwe geaccepteerde leefomgeving; landschappen die door mensen worden gewaardeerd, economisch haalbaar zijn en ruimte bieden aan andere

voor warmte en elektriciteit. •

maatschappelijke waarden.

5 pijlers

opwek van hernieuwbare elektriciteit. We spreken van een overwegingskader omdat het gaat

LANDSCHAP - behoud en versterking van belangrijke landschappelijke waarden en beleving en betekenis van de leefomgeving voor mens en dier.

•

MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN & BATEN - de effecten van de energietransitie uitgedrukt in ‘harde data’ (geld of andere kwantiteiten) gecombineerd met ‘zachte

In regionaal verband is een overwegingskader ontwikkeld. Het overwegingskader RES is een handreiking voor de onderbouwing van keuzes voor beleid en zoekgebieden voor grootschalige

POTENTIE - theoretische potentie op basis van techniek en wet- en regelgeving

data’ (maatschappelijke effecten, leefbaarheid en kwaliteit). •

KOPPELKANSEN - gebiedsgerichte aanpak van kansen en knelpunten met andere (regionale - en lokale) opgaven, zoals landbouwtransitie, natuurlijkontwikkeling,

om een kwalitatieve benadering, (in tegenstelling tot de term ‘afweging’ die meer past bij een

goed waterbeheer en klimaatadaptatie. Het gaat om ruimtebeslag en het effectief

kwantitatieve benadering). Het overwegingskader is bedoeld als handreiking voor

benutten hiervan.

overwegingen op 2 niveaus: •

MAATSCHAPPELIJKE ACCEPTATIE - het gaat om het betrekken van inwoners,

1.

Overweging van lokale gebieden voor grootschalige opwek.

2.

Regionale overweging, van de lokale zoekgebieden en hun onderbouwing, op basis

bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties, waardoor de verandering

waarvan het programmateam RES een vrijblijvend advies aan de stuurgroep RES uit kan

in de leefomgeving door de energietransitie geaccepteerd wordt.

brengen.

In bijlage 4 wordt deze pijlers nader toegelicht. Deze documenten bevatten feitelijke

De RES-benoemde 5 pijlers die de verschillende perspectieven op de energietransitie belichten

achtergrondinformatie, uitgewerkt door experts in het vakgebied. De integrale

komen samen in het overwegingskader. De pijlers zijn met betrokken partijen uitgewerkt met

afweging en besluitvorming ligt primair bij de gemeenten.

inhoudelijke uitgangspunten als resultaat.

42 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | concept, februari 2021

enerzijds participatie met inwoners en buurgemeenten en anderzijds (regionale)koppelkansen overwogen worden.78 De resultaten van de lokale overweging is een motivering, gebaseerd op de vragen uit het overwegingskader (zie bijlage 4), van de keuze voor een zoekgebied/beleid. De klankbordgroep ziet graag dat er richting de RES 2.0 een verschuiving plaatsvindt van lokaal naar regionaal afwegen. Zodat er mogelijkheid is om regionale afspraken te maken over belangrijke onderwerpen, zoals bijvoorbeeld het landschap en maatschappelijke betrokkenheid.

Regionale overweging Op 8 april 2020 is door de stuurgroep RES gekozen voor een samenwerkingsscenario. Onderdeel van dit scenario is dat het programmateam de stuurgroep vrijblijvend adviseert over de door gemeenten aangeleverde zoekgebieden wind en zon. Basis voor de advisering Figuur 13: de 5 pijlers

vormt deze opgestelde handreiking. Het advies heeft vooral betrekking op het aandragen van (koppel)kansen, mogelijke effecten van zoekgebieden op de langere termijn en hoe de aangedragen zoekgebieden passen binnen het regionale perspectief en sluiten bovendien

Lokale overweging door individuele gemeenten Het overwegingskader is niet gericht op het verantwoorden van gemaakte of te maken keuzes. Het kader biedt individuele gemeenten een instrument dat erin ondersteunt om zowel (zoek)gebieden als ook projecten voor grootschalige opwek integraal te overwegen en te bepalen. In een latere fase, wanneer binnen zoekgebieden concrete projecten moeten worden geïdentificeerd, kan het overwegingskader bovendien (opnieuw) worden gebruikt.

aan op de voor de RES 1.0 leidende principes II, III, VI en VIII. Hierbij gelden dezelfde kaders als bij de lokale overweging. De regionale overweging is niet bedoeld om gemeenten verantwoording af te laten leggen. Het advies is gericht op het kunnen voeren van een dialoog gericht op het bereiken van een regionaal geaccepteerde leefomgeving. Het regionaal perspectief is hierbij een belangrijk onderwerp. Wat hieronder wordt verstaan dient nog door de stuurgroep geconcretiseerd en vastgesteld te worden.

De lokale democratie besluit over de (zoek)gebieden en/of projecten, waarbij, volgens leidend principe III van de RES, rekening wordt gehouden met het regionale perspectief. Het overwegingskader gaat in op het regionale perspectief doordat in het overwegingskader

Het is aan de partijen (vooral gemeenten) om de uitgangspunten wel of niet lokaal verder uit te werken en te borgen in het beleid. De 5 pijlers zijn hierbij een hulpmiddel. Lokaal kunnen ook andere aspecten een rol spelen in de te maken keuzes.

8

7

Deze onderdelen van het overwegingskader zijn afgestemd met de sub werkgroep koppelkansen en de werkgroep

communicatie

43 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | concept, februari 2021

& participatie.

Binnen de RES-organisatiestructuur informeren gemeenten elkaar over de lokale stappen in de

nader geanalyseerd en afgewogen zal moeten worden. Het is belangrijk dat we

energietransitie. De regionale dialoog zorgt ervoor dat de effecten van lokale besluiten op

voortdurend werken met de laatst beschikbare technieken en dat we innovatie niet

regionaal niveau in beeld worden gebracht.

blokkeren. Ruimte binnen de radarcontouren kan de potentie aanzienlijk vergroten. Hierover wordt nog steeds het gesprek gevoerd met het Rijk. Een actueel overzicht

Dynamisch en flexibel

van de huidige potentie voor elektriciteit en warmte staan in bijlage 2 en bijlage 3.

Het overwegingskader is een dynamisch document. Het geeft gemeenten een flexibel instrument dat individuele gemeenten, desgewenst aangevuld met eigen overwegingen, kunnen toepassen. Het overwegingskader kan bovendien aanpassing behoeven naar aanleiding van toepassingservaringen door gebruikers. Voorstellen hiertoe worden door gebruikers via het projectteam ingebracht. Op basis van de ervaringen zal bovendien in opmaat naar de RES 2.0 worden overwogen of verdere uitwerking van dit overwegingskader wenselijk is. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een toevoeging waarbij resultaten van de overwegingen gevisualiseerd worden in een stoplicht-model. Hierdoor zou op relatief eenvoudige wijze een snel overzicht verkregen kunnen worden.

Binnen de RES-organisatie is afgesproken dat iedere gemeente binnen de RES NOB voor 1 juli 2021 een onderbouwing van de lokale zoekgebieden voor de grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit aanlevert aan een regionale werkgroep binnen het

Figuur 14: potentie

programmateam RES. Bij voorkeur volgens het format van het overwegingskader. Het elektriciteitsnetwerk

7.1 De potentie in Brabant is er!

Naast de potentiële kansen voor het opwekken van hernieuwbare warmte en elektriciteit moet de geproduceerde energie ook kunnen worden gedistribueerd.

De dynamische kaarten met de potentie voor de verschillende energiebronnen liggen op

Elektriciteitsnetten zijn in het verleden ontwikkeld op een capaciteit die gebaseerd is

tafel. Er is lokaal en regionaal zicht op waar er wettelijk gezien windmolens en zonneparken

op de vraag naar elektriciteit met zo laag mogelijke kosten voor de gebruikers. In

mogelijk zijn. Of anders gezegd, waar ze niet mogelijk zijn. Er is op basis hiervan voldoende

meer landelijke gebieden is deze vraag relatief beperkt en zijn de netten daarom niet

potentie om de opgave tot 2030 te realiseren. Het is alleen de vraag welke potentie we -

uitgelegd op een grote vraag en dus ook niet voor een grote opwekopgave. De

rekening houdend met de pijlers- lokaal, en daarmee regionaal, willen benutten. Voor de

tijdsintensieve uitbreiding van de elektriciteitsnetten, die nodig is om elektriciteit uit

opgave in 2050 geldt dat de potentie in de regio ook toereikend lijkt, maar dat deze nog

deze buitengebieden te transporteren, houdt geen gelijke pas met de snelle

44 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | concept, februari 2021

realisatie van duurzame opwek op land. Daarbij spelen de hoogte van investeringskosten,

De kaart op de volgende pagina geeft inzicht in de schaarste op het elektriciteit netwerk

de opwek locatie, maar ook een tekort aan geschikte arbeidskrachten een belangrijke rol.

van Enexis in de regio NOB. De kaart geeft de situatie op 15 januari 2021 weer.

Ook de beschikbaarheid van ruimte voor de noodzakelijke netuitbreidingen kan een knelpunt vormen. Dit alles bij elkaar zet grote druk op het elektriciteitssysteem en leidt tot

Enexis is als netbeheerder intensief betrokken bij de RES. Daarnaast neemt Enexis de

transportschaarste op dit netwerk, ook in de regio Noordoost-Brabant. Transportschaarste

gegevens uit de RES 1.0 mee in een doorrekening en toekomstige

houdt in dat er onvoldoende of beperkte capaciteit is op het huidige netwerk om de nieuwe

investeringsbeslissingen. De doorrekening geeft een indicatie waar er nog ruimte is in

teruglevering van zonneparken en windmolens op te vangen. In de meeste gebieden in de

het elektriciteitsnetwerk en waar aanpassing nodig is.

regio is transportschaarste al een feit. Deze transportschaarste maakt de grote RES-opgave inzake duurzame opwek zonder ingrijpen en het doen van grote investeringen moeilijk realiseerbaar.

Randvoorwaarden •

De RES-opgave vraagt de komende 10 tot 15 jaar grote investeringen in het netwerk. De komende vijf tot zeven jaren is er te weinig capaciteit voor teruglevering van elektriciteit door duurzame opwek. Het is daarom belangrijk om in de komende vijf jaar (sub)regionale afstemming plaats te laten vinden. Met als doel om investeringen en aansluitingsmogelijkheden op elkaar af te stemmen.

•

Om de transportcapaciteit te waarborgen moeten zowel Enexis als Tennet beschikken over voldoende transportcapaciteit. Als Tennet onvoldoende transportcapaciteit heeft, dan heeft dit als direct gevolg voor Enexis dat zij nieuwe duurzame opwek niet kan aansluiten. De netbeheerders, in het geval van NOB Tennet en Enexis, moeten voldoende investeringsmiddelen beschikbaar hebben om de gevraagde aanpassingen te kunnen realiseren.

Om de opwek van duurzame energie in goede banden te leiden, qua timing, investeringsbeslissingen, beschikbaarheid van mensen en middelen, kosten efficiëntie en ruimtelijke afstemming over gemeentegrenzen heen, is continue afstemming tussen de (regionale) overheden en de netbeheerder noodzakelijk.

45 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | concept, februari 2021

Figuur 15: Stand van zaken schaarsteniveau 02-03-2021 bron https://www.enexis.nl/zakelijk/duurzaam/beperkte-capaciteit/gebieden-met-schaarste

Problematiek rondom transportschaarste vanuit het perspectief van de gemeenten •

Op dit moment kan een initiatiefnemer reeds een overeenkomst met de netbeheerder aangaan (en dus netcapaciteit reserveren) los van het feit of

•

•

Er mist in dit stadium van de RES nog veel informatie die netbeheerders nodig hebben om met voldoende zekerheid te kunnen zeggen welke

deze zaken volgorderlijk aan elkaar worden verbonden. Dus eerst een

netwerkaanpassingen nodig zijn bij de realisatie van de RES’en. •

Op dit moment zijn netbeheerders volop aan de slag om te investeren in

pas toekenning van netcapaciteit.

het elektriciteitsnetwerk. Gezien de enorme aanvraag van duurzame

De vraag vanuit de netbeheerders om tot een verdere verfijning op locaties

initiatieven en krapte op de arbeidsmarkt van voldoende geschoold

te komen kan voor gemeenten lastig zijn. Vanuit de provincie is er een lijn

technisch personeel zal dit een uitdaging worden. Daarnaast zien de

om aan de voorkant minder sturend te zijn op locaties om grondspeculatie

netbeheerders graag dat er de komende jaren een uitvoeringsprogramma

te voorkomen. Dit zorgt ervoor dat in goed overleg met de netbeheerder

opgesteld wordt waarin gezamenlijk met provincie, gemeente en

afgesproken moet worden wat een acceptabel schaalniveau is voor

waterschap de werkzaamheden worden geprioriteerd.

zoekgebieden van opwek. •

netbeheerders

een gemeente toestemming gaat verlenen aan een initiatief. Wens is dat

vergunning/dan wel een positieve beschikking van de gemeente, daarna

•

Problematiek rondom transportschaarste vanuit het perspectief van de

•

Aangezien de netbeheerders TenneT en Enexis grote investeringen

We geven gezamenlijk invulling aan de energietransitie, waarbij participatie,

moeten doen om het elektriciteitsnetwerk geschikt te maken voor de

draagvlak en maatschappelijke kosten een belangrijke rol spelen. Er is een

toekomstige energieopgaven en hiervoor investeringsplannen opstellen,

botsing van timing tussen netbeheerders en gemeenten. Zo zien we dat

is het belang van een planningshorizon van projecten en de mate van

gemeenten vooral sturen op participatie en draagvlak, wat om lange

zekerheid van investeringen door initiatiefnemers/investeerders groot.

processen vraagt. Terwijl netbeheerders meer sturen op efficiency van het

De problematiek rondom transportschaarste is complex voor de netbeheerders

netwerk waarbij kortere termijn keuzes horen.

Enexis en Tennet, gemeenten en investeerders in duurzame opwek. Voor het

Vanuit beide kanten is het gewenst om in een vroeg stadium met zoveel

efficiënter gebruik maken van het netwerk op de korte termijn zullen gemeenten en

mogelijk openheid, desnoods in vertrouwen, met elkaar te spreken en af te

netbeheerders mogelijke oplossingsrichtingen gaan verkennen, zoals opslag van

stemmen op lokaal of (sub)regionaal niveau. Wanneer hier niet aan voldaan

duurzame energie en cablepooling. Structurele afstemming aan de voorkant is op de

kan worden, is dan ontstaat er veel onduidelijkheid rondom duurzame

lange termijn nodig om de opwekcapaciteit in een gebied zo goed mogelijk te

opwek en toekomstige investeringen. Dit terwijl er voor netuitbreidingen

realiseren.

dan wel aanpassingen vaak een termijn benodigd is van 5-7 jaar.

46 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | concept, februari 2021

belastingen van inwoners en bedrijven. Hogere maatschappelijke kosten voor netinvesteringen of subsidies betekenen dus een hogere energierekening of hogere belasting voor inwoners en bedrijven.

Aandachtspunten opwek i.r.t. het energienetwerk Hoe netinvesteringen (en daarmee maatschappelijke kosten) beperken? 1. Bespaar! Wat je niet verbruikt hoef je ook niet op te wekken. 2. Zon op dak (of gevel)! Deel wordt verbruikt, deel komt op het (bestaande) net. 3. Kies een opweklocatie in de buurt van een bestaand/gepland station en/of vraag; houd rekening met de beschikbare capaciteit en mogelijkheden en afname. 4. Investering in extra netcapaciteit op laten wegen tegen op te wekken vermogen. 5. Cluster meerdere windturbines en grotere zonnevelden rond een locatie: liever één groot cluster, dan verspreide locaties. Dit i.v.m. de hoogte van de

Figuur 16: systeemefficiëntie

investeringskosten en de belasting van het laag-/middenspanningsnet door Overweging bepalen energiemix

bijvoorbeeld zon op dak en vraag nieuwbouw.

Netwerk technisch gezien is wind een efficiëntere energiebron dan zon. Er is minder

6. Combineer opwek zon en wind.

opgesteld vermogen nodig voor dezelfde energie-opwek. De wind waait vaker dan de zon

7. (sub)Regio samenwerking en vroegtijdig afstemmen initiatieven om sneller

schijnt, zomer, winter, dag en nacht. In de winter is er veel vraag naar warmte en zijn er

investeringen mogelijk te maken.

weinig zonuren. De wind biedt in de wintermaanden dan meer mogelijkheden voor opwek van duurzame energie dan zon. Daarnaast zijn de netinvesteringen voor opgewekte zonne-

Wind

Zon

energie drie keer hoger dan die van opgewekte windenergie. Momenteel zijn de subsidies

Netinvesteringen (globale inschatting)

Netinvesteringen (globale

voor zonne-energie op land hoger dan die voor het exploiteren van windturbines. Daarnaast

inschatting)

leggen windturbines minder beslag op de schaarse ruimte; een huidige windturbine staat qua opwek gelijk aan circa 13 ha zonneweide. Het is van belang om te kiezen voor een energiemix die goed past bij het energieprofiel van de regio.

+ Lager vermogen benodigd voor zelfde energie → lagere netinvestering

We constateren een toename van opwek door zon tussen concept bod t.o.v. definitief bod.

+ Kleiner grondoppervlak bedekt → kleinere aanwezigheid in landschap

De investeringen in het net worden gezien als onderdeel van de maatschappelijke kosten, omdat deze uiteindelijk gedekt worden uit het vastrecht op de energierekening of

47 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | concept, februari 2021

+ Subsidie wind op land 0,013 €/kWh → grondgebonden zonnepanelen 0,028 €/kWh Figuur 17: Wind versus zon, met dezelfde energie-opwek

7.2 Het landschap biedt de ruimtelijke kaders

•

grootschalige opwek kan worden gerealiseerd.

De energietransitie heeft grote invloed op de beleving van het landschap en de leefomgeving. De energietransitie biedt kansen voor nieuwe landschappen maar kan gewaardeerde kwaliteiten van bestaande landschappen ook onder druk zetten. Daarom maken de gemeenten bewust de keuze waar wel en waar geen energie of warmte wordt

We hebben oog voor de kwaliteiten van het landschap, waar wel en waar geen

•

We moeten in beeld hebben wat de consequenties zijn van de keuzes.

•

Het behoud van kwaliteit van de leefomgeving voor mensen, dieren, de economie, het totale systeem zorgt voor de kaders.

opgewekt in het landschap. Door de energietransitie gaat het landschap ingrijpend veranderen. Daar komen we niet Bij het maken van keuzes staan een fijne leefomgeving en zorgvuldig ruimtegebruik centraal.

onderuit. Het is slim zoveel mogelijk zonne-energie te realiseren op daken en restgronden. Dit

Clustering en concentratie zijn daarbij belangrijk. We willen landschappen die uniek en

betekent niet dat eerst alle daken vol moeten en daarna pas de velden aan bod komen. Beide

bijzonder zijn voor Noordoost-Brabant behouden en kiezen voor gebieden die recreatief

zijn noodzakelijk om de opgave te halen. Ook landbouwgronden zullen nodig zijn, bij voorkeur

minder aantrekkelijk zijn. We zoeken naar mogelijkheden om de energietransitie te

nabij bebouwd gebied. In het landelijk gebied combineren we grote zonneweides en

combineren met andere opgaves zoals bijvoorbeeld de landbouwtransitie.

windenergie in grootschalige, open landschappen, zoals de komgronden, de Peelkernontginning en de jonge heideontginning. Zo blijft het Noordoost-Brabantse landschap leefbaar en divers.

48 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | concept, februari 2021

Figuur 18: zonneladder specifiek voor regio NOB

49 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | concept, februari 2021

Uitgangspunten landschappelijke afweging Voor een efficiënt ruimtegebruik en behoud van landschappelijke kwaliteit op de lange termijn (na 2030) zien we vanuit regionaal landschapsperspectief en in aanvulling op bovenstaande de volgende uitgangspunten: •

Zorg voor regionale differentiatie door clustering: concentreren en leeghouden. Voor zon is de zonneladder NOB van toepassing. De clustering van wind voorkomt een spreiding door het gehele gebied en voorkomt daardoor: - Overal beleving van windturbines. - Hoge maatschappelijk kosten i.v.m. aansluiten netwerk en infrastructuur

•

Sluit natuurgebieden (Natura 2000, Natuur Netwerk Brabant) en bestaande bossen uit voor zonneweiden en windturbines.

•

Combineer en verbind opgaven: zie de energietransitie als onderdeel van een gebiedsopgave.

•

Gebruik de beschikbare ruimte meervoudig en efficiënt.

•

Zet energietransitie in als hefboom voor kwaliteitsverbetering van het gebied.

•

Beschouw de RES als een ontwerpopgave.

•

Sluit aan bij en/of ontwerp met gebiedsspecifieke kenmerken.

•

Sluit aan bij de landbouwkundige structuren.

•

Kies een passende plaatsingsstrategie (inpassing, aanpassing of transformatie).

•

Wees zorgvuldig met cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren.

•

Wees voorzichtig met de ondergrond en het watersysteem.

•

Zorg voor draagvlak onder de bevolking.

Zie voor een verdere uitwerking bijlage 4a.

Figuur 19: beleving van winturbines bij clustering tegenover spreiding van windturbines in het landschap.

50 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | concept, februari 2021

7.3

Met slimme koppelmogelijkheden meer waarde!

Lokaal Het koppelen van opgaven ligt primair bij de gemeente(n). Lokaal heb je zicht op waar de

Er is maar één regio Noordoost-Brabant. Er zijn meerdere opgaven die beslag leggen op onze

ruimtelijke claims elkaar raken. De gemeente heeft een belangrijke rol in het identificeren van

ruimte, denk hierbij aan de regionale opgaven landbouwtransitie, klimaatadaptatie, maar ook

koppelkansen. Dit kan vanuit ingezet beleid, en/of vanuit partijen (inwoners, bedrijven,

natuurherstel en -ontwikkeling en een goed waterbeheer. Het koppelen van opgaven kan de

organisaties) die al bezig zijn met een initiatief of idee. Bij koppelkansen die relevant zijn op lokaal

lokale acceptatie vergroten. Het niet koppelen (lees: rekenen houden met) kan tot weerstand of

niveau komen bij de verkenning vaak al gerichte locatie specifieke vragen in beeld. Gemeenten

vertraging leiden. Door met de energietransitie aan te sluiten bij specifieke opgaven in een

kunnen gebruik op dat moment gebruik maken van het overwegingskader (zie hoofdstuk 7).

gebied, stad of dorp ontstaat er een gevoel van win-win, bij inwoners, bedrijven en overheden. Hiermee is de kans op succesvolle energieprojecten over het algemeen groter.

Provinciaal/ Regionaal Op dit niveau spelen koppelkansen die relevant zijn voor de opgaven op regionaal, provinciaal en

Bij het koppelen kunnen kansen ontstaan maar ook opgaveconflicten. Dit zijn conflicten tussen

landelijk niveau. Op dit niveau is de strategische agenda van de Regio Noordoost-Brabant hiervoor

maatschappelijke opgaven die ontstaan als de ene opgave de andere belemmert. Bijvoorbeeld

van belang om koppelkansen te identificeren en uit te werken.

op het gebied van ruimte, financiën of belangen. Er zal dan afgewogen moeten worden welke principes leidend zijn voor de ontwikkeling.

Regionale programma’s die lokale koppelkansen stimuleren Tot slot worden concrete, lokale kansen ook regionaal gestimuleerd in programma’s die zich

Energietransitie en omgevingsbeleid

richten op het integreren van opgaven binnen een gebied. Het leren over de integrale aanpak

Integrale beleidsontwikkeling is ook gewenst met het oog op de omgevingswet.

staat in deze programma’s dan ook centraal. In de regio NOB zijn de programma’s Puzzelen met

De inrichtingsprincipes van de NOVI helpen om de weging tussen belangen te maken:

Ruimte en NOVI gebied de Peel (waaronder AgriFood Capital de Peel) relevant om op aan te

1.

Combineren van oplossingen gaat boven enkelvoudige oplossingen.

sluiten vanuit energie.

2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.

3.

Afwentelen naar tijd en plaats voorkomen.

Lopende trajecten om op aan te sluiten Binnen de regio NOB lopen trajecten waarbij de opgaven met een ruimtelijke claim samen komen.

In de RES worden als uitwerking van deze principes de volgende ruimtelijke principes genoemd

•

Puzzelen met Ruimte vanuit de regiodeal NOB

om te komen tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging voor de opgaven die voortkomen uit de

Puzzelen met ruimte is integraal werken in het landelijk gebied, in lopende

energietransitie:

gebiedsontwikkelingen, van onderop. •

1.

Zuinig en meervoudig ruimtegebruik.

2.

Vraag en aanbod zo veel mogelijk dicht bij elkaar: dit bespaart ruimte voor infrastructuur.

In NOVI gebieden is extra aandacht nodig voor de ontwikkeling van een integrale,

3.

Combineren van opgaven en investeringen met andere opgaven.

gebiedsgerichte aanpak om verschillende opgaven goed te laten landen. Hier wordt door

4.

Aansluiten bij en gebruik maken van specifieke kenmerken van gebieden.

belanghebbenden vanuit projecten gewerkt aan een integrale gebiedsaanpak.

NOVI gebied de Peel

Energie(transitie) is hier een vast thema. De belangen van en ruimtevraag vanuit energie Het lokaliseren van koppelkansen kan op verschillende schaalniveaus. Op elk niveau vraagt dit een andere inzet en zijn andere spelers aan zet.

51 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | concept, februari 2021

worden niet behartigd vanuit een ander regionaal programma dan de RES.

Leerervaringen opdoen en breed delen De strategie om koppelkansen te realiseren, zowel bestuurlijk als in de planvorming en realisatie is learning by doing. Het leren vindt plaats in de gebieden/projecten waar koppelkansen worden gesignaleerd en samenwerking plaatsvindt. De kennis en ervaring wordt vanuit het perspectief van energie opwek opgehaald door en voor de RES-organisatie, bij gemeenten en in samenwerking met Landbouwtransitie NOB, Klimaatadaptatie NOB en de hierboven genoemde gebiedsprocessen. Dit stimuleert de kansrijkheid van koppelkansen op de lange termijn.

Voorbeeld Een voorbeeld is goed bodembeheer. In de regio NOB hebben we op de hoge zandgronden te maken met ernstige droogteproblematiek. Dit betekent dat behoud en verbetering van de bodemkwaliteit en bijbehorende grondwater (kwaliteit en kwantiteit) een hoge prioriteit hebben. De verwachting is dat we binnen de regio de bodem veelvuldig zullen gaan gebruiken

Figuur 20: potentiekaart.

voor onze energiehuishouding. Hiervoor dient bij de keuze voor grootschalige opwek (zowel elektriciteit als warmte) regionaal tijdig aandacht te zijn, zodat nadelige effecten voor de

waterveiligheid, droogtebestrijding en wateroverlast. Op het thema hittestress zien we

bodem voorkomen worden. Daarbij valt te denken aan de plaatsing van zonnepanelen: waar

ook mogelijkheden, die zijn meer van lokale aard, zoals vergroening of positieve

en hoe dienen deze te worden geplaatst zodat verschraling van de bodem voorkomen wordt

effecten van thermische energie uit oppervlaktewater.

(en mogelijk zelfs bodemverbetering wordt bereikt?) En wat zijn richtlijnen voor het slaan van bronnen en plaatsen van WKO’s (warmte-koude opslag) in onze bodem? Dergelijke vragen

Aandachtspunten

dienen te worden beantwoord, zodat hier binnen de regio en waar nodig zelfs Brabantbreed,

•

de opgaven slim te combineren. Dat vraagt om alertheid op koppelkansen en inzet om deze te

duidelijke afspraken over kunnen worden gemaakt. Met de potentiekaart is een eerste verkenning uitgevoerd waar bodem en energie opgaven

verkennen van alle belanghebbenden. Hiervoor moet continu over grenzen gekeken worden. •

elkaar raken; er zijn koppelkansen maar ze moeten wel nader uitgewerkt worden. Door bijvoorbeeld het combineren van de aanleg van waterbergingsgebieden met grootschalige

Voor het maken van combinaties is commitment nodig om onze ruimte optimaal te benutten en

Extra tijd en middelen zijn een vereiste. De identificatie en toepassing van koppelkansen vraagt tijd, inzet en middelen. Evenals het ophalen van voorbeelden, leren en het delen van de kennis.

•

Als regio moeten we een systeem van leren inrichten dat borgt dat opgaven niet eenmalig maar

energieopwekking of het bestrijden van droogte door plaatsing van zonnepanelen die de

consequent aan elkaar gekoppeld worden. Laat zien wat slim combineren kan betekenen en

sponswerking van de bodem bevordert.

opleveren.

Koppelkansen tussen klimaatadaptatie en energieopwekking liggen op combinaties met

52 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | concept, februari 2021

Binnen de RES wordt momenteel nagedacht hoe er aan bovengenoemde punten kan worden voldaan.

In de regio: zonnepanelen en innovatie op RWZI’s Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas is bezig met het aanleggen van zonneweides op alle

rioolwaterzuiveringen (RWZI) in Oost-Brabant. In de RES-regio Noordoost-Brabant gaat dit om de RWZI’s Den Bosch, Heeswijk-Dinther, Oijen, Vinkel en Land van Cuijk. Het waterschap heeft het doel om in 2030 energieneutraal te zijn. De zonneweides op alle 7 zuiveringen van het waterschap zorgen voor 40% hiervan. Het waterschap plaatst de panelen op onbenutte plekken op de RWZI-terreinen en wekt de energie daar op waar het direct gebruikt wordt. Bij RWZI’s in Heeswijk-Dinther en Vinkel worden zogenaamde bi-facial panelen toegepast. Deze laten meer licht door, zodat er meer begroeiing kan ontstaan. In

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9973266/1