RES NOB 1.0
Tekst van het document
RES 1.0 Regio Noordoost-Brabant
Concept-RES versie 1.22 februari 2020
Datum: 25 maart 2021 Versie: Definitieve versie
Colofon Opgesteld door:
Rosalie Adan, Robert Aerts, Claudia Beckers, Thijs de Booij, Reinout Crince, Mara Dankers, Frank Ermers, Marlous Goeman, Udo Holtappels, Monique Jansen, Paul Jansen, Luc Joosten, Leon Kiggen, Anne Kruft, Jan Maessen, Wilma van de Poll, Edith Roelofs, Freek Reffeltrath, Pauline Slaa, Theo Schulpen, Kim van Uden, Jan van Vlijmen, Ruben Weggenmans, Roel Wouters, Raimond van der Zee, John van Zuijlen.
Projectleiding:
Jacinta Kannekens en Eric Spies
Tekst:
Els Wouda
Opmaak:
Simone Mink
Foto’s:
NPRES, Wing, Energie Werkplaats Brabant
Dit document is tot stand gekomen in samenwerking met veel betrokken partijen. Naast de 16 gemeenten in de regio, Provincie Noord-Brabant, Waterschappen en Enexis, waren de volgende partijen in meer of minder intensieve mate betrokken: BMF, ZLTO, Rabobank, jongRES, VNO-NCW, Woningbouwcorporaties, Platform Energie corporaties en Rijksvastgoedhoudende diensten (Rijkswaterstaat, Defensie, Staatsbosbeheer). Namens de RES Stuurgroep danken wij allen voor uw betrokkenheid en bijdrage in deze belangrijke opgave binnen onze mooie regio!
2 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
Voorwoord: Geef elkaar de ruimte ‘Geef elkaar de ruimte.’ Deze zin waait door mijn hoofd als ik denk aan de complexe opgave
“Samenwerken zit in onze natuur en onze natuur vraagt om
waar we als gemeenten, regio, provincie en wereld voor staan. Een opgave die op alles en
samenwerken. Geef elkaar de ruimte.’’
iedereen zoveel impact heeft en gaat hebben, dat we er alleen samen voor kunnen zorgen dat ze slaagt. Daarvoor hebben we energie nodig, energie van elkaar. Geef elkaar daarvoor
Het is mijn rol om alle belangen en perspectieven bij elkaar te brengen en ze de ruimte
de ruimte! Ruimte is in mijn beleving op twee manieren te lezen. Ik zie onze
te geven die ze verdienen. Natuurlijk ervaar ik ook de weerstand en de zorgen die er
landschappelijke ruimte, de omgeving waarin we met zijn allen fijn willen leven én ik zie de
leven. Bij raadsleden, bij inwoners en andere betrokkenen. Deze opgave is zo
ruimte als een plek die we innemen, met onze zorgen en dromen, onze inzichten en
ingrijpend. Bestuurders moeten keer op keer uitleggen waarom we doen wat we doen.
denkbeelden.
Het is goed om stil te staan bij wat er speelt en leeft in de maatschappij, hoeveel haast we ook moeten maken. Het is toch ‘onze’ ruimte waarover we het hebben. In het
De energietransitie, de RES, is niet alleen een technisch traject dat gaat over de opwek van
woord ‘onze’ zit tenslotte al het ‘gemeenschappelijke’. Samenwerken zit in onze natuur
grote hoeveelheden energie en een enorme besparing, de RES draait ook en misschien wel
en onze natuur vraagt om samenwerken. Geef elkaar de ruimte.
vooral om samenwerken. De essentie daarbij is dat je je moet kunnen inleven in de ander. Waarom denkt iemand zo, waarom begrijp ik niet wat er wordt bedoeld? Het zijn maar
Marieke Moorman
twee vragen van de vele die ik tegenkom. De enige manier om te weten wat er leeft is door
Voorzitter stuurgroep RES Noordoost-Brabant
naar elkaar te luisteren, met elkaar te praten, te discussiëren, te horen waarom iets wel en of iets niet kan. Zodat je weet waar het schuurt en waar de weerstand zit. En er vervolgens iets mee doet. Dat kost energie, veel energie! Maar het is energie die iets oplevert en vaak leidt tot slimmere oplossingen.
Voor u ligt de RES 1.0, de regionale energiestrategie Noordoost-Brabant. Het is een indrukwekkend document geworden, een uitwerking van de concept-RES, die precies een jaar geleden uitkwam. Deze RES 1.0 is ook een momentopname, een document dat laat zien waar we nu staan op de weg naar 2030 en verder. In de paar maanden waarin ik voorzitter ben van de stuurgroep heb ik gezien hoe gedreven iedereen is die bij de totstandkoming betrokken is. Iedereen voelt de noodzaak om een bijdrage te leveren en de ambitie om er echt voor te gaan.
3 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
Inhoudsopgave Inleiding ..................................................................................................... 5 DEEL III: HANDREIKINGEN RES op weg naar 2030 ................................................................................ 7 7. DEEL I: DE OPGAVE
Overwegingskader als handreiking ..................................................... 42 7.1. De potentie in Brabant is er! ......................................................................... 44 7.2. Het landschap biedt de ruimtelijke kaders ................................................... 48
De opgave - regionaal afgestemd, lokaal gerealiseerd .............................. 11
7.3. Met slimme koppelmogelijkheden meer waarde! ........................................ 51 3.1 Opgave Elektriciteit .............................................................................................. 12
7.4 Maatschappelijke acceptatie - lokaal eigenaarschap .................................... 54
3.2 Opgave Warmte ................................................................................................... 19
7.6. Maatschappelijke kosten en baten ............................................................... 55
3.3 Besparing elektriciteit en warmte …………………………………………………………………….24
8.
Participatie 50% lokaal eigendom ....................................................... 57
Zoekgebieden zon en wind in NOB ........................................................... 25 4.1 Stand van zaken ................................................................................................... 25
DEEL II: UITVOERING BIJLAGEN 5
Hoe gaan we dit samen realiseren? .......................................................... 29 5.1. Proces naar 2030.................................................................................................. 29
Bijlage 2: Rapport Achtergrond verbruik en potentie RES NOB
5.2 Regionaal samen werken in RES-verband ............................................................. 30
Bijlage 3: Regionale Structuur Warmte RES NOB 1.0
5.3. Borging in beleid .................................................................................................. 34 5.4. Participatie en communicatie met de regio ......................................................... 35
6
Bijlage 1: Overzicht zienswijze op concept RES en verkorte reactie
Randvoorwaarden realisatie (naar het Rijk) ............................................ 39
4 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
Bijlage 4: Handreiking overwegingskader Bijlage 4a: Afwegingskader Landschap RES NOB Bijlage 4b: Overzicht Maatschappelijke kosten & baten energietransitie Bijlage 5: Handreiking 50% lokaal eigendom
Inleiding RES-NOB (Noordoost-Brabant) Eind september 2020 bood de voorzitter van de stuurgroep van de RES in Noordoost-
In de regio Noordoost-Brabant werken de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijck,
Brabant een concept-RES aan het Nationale Programma RES (NPRES) aan. En nu ligt de
Grave, ’s-Hertogenbosch, Landerd, Meierijstad, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, Sint-
opvolger er al. De RES 1.0. Deze 1.0 versie is een stuk concreter en geeft inzicht in de stand
Michielsgestel, Uden en Vught, de waterschappen Aa en Maas en De Dommel en de provincie
van zaken bij alle deelnemende partijen. Bovendien bevat deze RES 1.0 twee handreikingen
Noord-Brabant samen. Ook Enexis is een belangrijke partner, zonder netwerk komt de energie
voor de lastige keuzes die vooral gemeenten de komende tijd moeten maken.
niet waar die nodig is. Namens alle partijen zit een bestuurder (wethouder, lid van het dagelijks bestuur, gedeputeerde en directielid) in de stuurgroep. De stuurgroep geeft een gezamenlijke
Regionale Energie Strategie
richting op bovenlokale en -regionale vraagstukken en monitort of de met elkaar vastgestelde
Samen staan we voor een enorme opgave. Het klimaat verandert in een snel tempo. De
opgaven worden gerealiseerd. Maar de stuurgroep besluit niet hoe gemeenten en
aarde wordt warmer, de zeespiegel stijgt. In 2015 is het akkoord van Parijs gesloten. Hierin
waterschappen de opgaven realiseren. De lokale autonomie is leidend, met deze werkwijze
hebben 197 landen afspraken gemaakt om verdere opwarming van de aarde een halt toe te
wordt de lokale democratie gewaarborgd. Deze vorm van samenwerking bevordert het delen van
roepen. In Nederland is dit vertaald in het Klimaatakkoord. Daarin staat dat in 2050 de CO2-
kennis, we leren veel van elkaar. In subregionaal verband wordt soms al gekeken of
uitstoot met 95% gereduceerd moet zijn ten opzichte van 1990. In 2030 moet de uitstoot
samenwerking tot andere oplossingen, bijvoorbeeld voor het landschap, leidt. In de toekomst
van CO2 met 49% terug zijn gebracht, ten opzichte van 1990. Onderdeel van het
zullen deze gesprekken waarschijnlijk ook vaker op subregionaal niveau worden gevoerd.
Klimaatakkoord is de afspraak dat alle 30 regio’s in Nederland een Regionale
Het programmateam van de RES-organisatie bestaat uit medewerkers van verschillende
Energiestrategie (RES) opstellen: de regio’s zijn aan zet om ieder een deel van de opgaven
gemeenten, Enexis en de Waterschappen en voert opdrachten van de stuurgroep uit, waaronder
van de energietransitie te realiseren. Op regionale schaal zoeken partijen naar
het opstellen van regionale handreikingen. Daarnaast adviseert het programmateam de
mogelijkheden om energie te besparen en naar kansen om duurzame energie op te wekken.
stuurgroep vrijblijvend. De stuurgroep wordt kritisch bijgestaan door de klankbordgroep waarin
Hierbij spelen verschillende vragen, waaronder: Waar is ruimte voor energie opwek? Welke
de volgende maatschappelijke partijen zijn georganiseerd: Platform coöperatief duurzaam,
locatie is geschikt? Welke koppelkansen zijn te benutten? Welke combinaties van functies
Brabant Wonen, Brabantse Milieufederatie, ZLTO, Omgevingsdienst BN, VNO-NCW Brabant-
zorgen voor toegevoegde waarde? Waar is maatschappelijk draagvlak voor? Wat is de
Zeeland, Staatsbosbeheer, JongRES, Agrifood-Capital, Regio Noordoost-Brabant, Rijkswaterstaat
haalbaarheid en betaalbaarheid van de plannen? En kan het energienetwerk de duurzame
en Rabobank Hart van de Meijerij. Zij geven vooraf in verschillende werkgroepen inbreng vanuit
energie aan? Een tal van vragen die leiden tot een worsteling om een goede afweging te
hun deskundigheid en betrokkenheid en geven hun reactie voor de bespreking in de stuurgroep
maken. Ook in relatie tot andere opgaven waarvoor we staan, zoals klimaatadaptatie en de
mee. Terugkerende thema’s zijn dat de klankbordgroep belang hecht aan regionale afstemming
landbouwtransitie.
en zij de inbreng van burgers en maatschappelijke organisaties graag eerder in het proces ziet.
5 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
Waar staan we nu?
worden zowel digitaal als fysiek meer inwoners gehoord dan ooit. In regioverband is een
In de concept-RES werden gezamenlijk de opgaven tot 2030 per gemeente geïdentificeerd.
netwerkconsultatie gehouden. Voor inwoners, raadsleden en andere belangstellenden worden
Ook maakte men de eerste afspraken over samenwerking; de leidende principes werden
seminars georganiseerd. De RES NOB deed mee aan een themabijeenkomst over de regio voor
opgesteld en de contouren van de zoekgebieden werden zichtbaar. In 2020 gingen de
raadsleden, georganiseerd door de griffies. Er verschijnt regelmatig een nieuwsbrief en er is een
gemeenten aan de slag om samen met haar inwoners te kijken hoe de opgaven gerealiseerd
website waar men ook met vragen terecht kan.
konden worden. Er werd beleid voor zon- en wind vastgesteld en zoekgebieden werden concreter ingevuld. De resultaten van die inspanningen zijn te vinden in deze RES 1.0. Ook
Hoe nu verder?
geeft de RES 1.0 antwoord op de zienswijzen die naar aanleiding van de concept RES zijn
De komende jaren moeten ingrijpende keuzes gemaakt worden en niet iedereen zal tevreden
ingediend. In de loop van 2020 werd steeds duidelijker hoe belangrijk de zeggenschap over
zijn. Maar, zoals gezegd, niets doen is geen optie. Via een democratisch proces komen de
de duurzaam opgewekte energie is voor de inwoners. Om hierbij te ondersteunen is de
volksvertegenwoordigers voor lastige dilemma’s te staan. Aan bestuurders de taak om de
handreiking over 50% lokaal eigendom opgesteld en toegevoegd aan de RES 1.0. Daarnaast
afwegingen vanuit de energieopgave goed inzichtelijk te maken. In de regio Noordoost-Brabant
is een handreiking overwegingskader opgesteld om gemeenten te helpen bij de
mogen we trots zijn dat er een vorm is gevonden die ons als regio verder helpt in het realiseren
onderbouwing van hun keuzes voor beleid en zoekgebieden.
van de energieopgave. We moeten alert zijn op de effecten die deze aanpak met zich
De RES 1.0 is een momentopname van de stand van zaken, inzichten en afspraken op weg
meebrengt, zoals verrommeling van het (regionale) landschap, hoge maatschappelijke kosten
naar het doel in 2030. De RES NOB wordt elke twee jaar geüpdatet. Dit betekent dat de RES
en verschillen tussen (buur)gemeenten in bijvoorbeeld vergunningen of subsidies die moeilijk
2.0 volgt in juli 2023. De vormgeving van de nationale RES-aanpak is uniek, en daardoor ook
uit te leggen zijn. We moeten zoeken naar een evenwichtige verdeling van lusten en lasten. In
een gezamenlijke zoektocht. In stappen vooruit en achteruit wordt steeds duidelijker wat
de regio is er gekozen om de regionale opgave te verdelen over de gemeenten. In de realisatie
werkbaar is in de regio NOB en waar we elkaar versterken.
van die verdeelde opgave worden vanuit de RES-organisatie structuur en handreikingen gegeven waar dit voor voordelen heeft of voor een efficiënter proces zorgt.
Inwoners doen mee De energietransitie raakt iedereen. Aan inwoners wordt gevraagd om zuiniger met energie
Tegelijkertijd zijn we in RES-verband alert op het tijdig realiseren van de opgave. Concreet
om te gaan en huizen te verduurzamen. Ook hun omgeving verandert. Het Brabantse
betekent dit dat de vergunningen voor grootschalige zon- en windprojecten op 1 januari 2025
landschap dat zij kennen komt er anders uit te zien. Er worden locaties gezocht voor
vergund moeten zijn. En dat de zoekgebieden voor grote windprojecten uiterlijk in de eerste
zonneparken en windmolens. Burgers richten energiecoöperaties op, ondernemers vragen
helft van 2022 bekend moeten zijn. Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij de individuele
vergunningen voor zonneparken aan. Het is vanzelfsprekend dat inwoners hun stem laten
partijen maar ook bij alle partijen gezamenlijk om niet alleen te zorgen voor een tijdige
horen bij ontwikkelingen die zo dichtbij komen en hen raken. Participatie hoort in de
uitvoering maar ook voor een energietransitie die de kwaliteit van de regio versterkt en oog
eerste plaats bij gemeenten thuis. Maar afstemming en het vormgeven van participatie is
heeft voor een duurzame toekomst voor iedereen.
door de COVID19-pandemie extreem uitdagend geworden. Gemeenten zijn inventief en er
6 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
RES op weg naar 2030 De vormgeving van de nationale RES-aanpak is uniek, en daardoor ook een gezamenlijke zoektocht. In stappen vooruit en achteruit wordt steeds duidelijker wat werkbaar is in de regio NOB en waar we elkaar versterken.
Toets PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) Op 1 februari 2021 heeft het PBL een analyse van de 30 RES-regio’s openbaar gemaakt. Deze analyse brengt in beeld in hoeverre de doelstelling voor de opwekking van 35 TWh hernieuwbare elektriciteit wordt gehaald op basis van de concept-RES’en. De conclusie is dat de ambities en plannen van de 30 RES-regio’s vertrouwen geven in het behalen van deze opgave in 2030. Er is momenteel geen aanleiding om de regio’s te vragen een grotere opgave dan de opgave uit de RES na te streven. De RES-opgave wordt gezien als inspanningsverplichting. Er wordt benadrukt dat ‘alle hens aan dek’ nodig zijn om daadwerkelijk de aangedragen opgave van 35 TWh opwerk van duurzame energie te realiseren in 2030. De algemene conclusie is: •
De 30 RES-regio’s hebben veel werk verzet met als resultaat goed onderbouwde documenten met daarin alle gevraagde hoofdingrediënten.
Verwerking zienswijze In juli 2020 zijn met de vaststelling van de concept-RES verschillende moties, amendementen en zienswijzen ingediend. Hiermee is richting meegegeven voor verder uitwerking richting RES
•
De regio’s laten in de Concept-RES’en grote bereidheid en ambitie zien om bij te dragen aan de doelen van het Klimaatakkoord.
•
Sinds de tussentijdse analyse van 1 juli is er door alle partijen met veel energie verder gewerkt. Discussies over hoe regio’s hun ambities kunnen vormgeven worden scherper.
1.0. Een overzicht van de zienswijze staat in bijlage 1, waarin ook
Dat is ook nodig om de RES’en concreter te maken. •
Het doel van 35 TWh valt binnen de bandbreedte die door het PBL is benoemd. De realisatie is wel afhankelijk van de mate waarin het lukt om de plannen daadwerkelijk te realiseren. De hernieuwbare elektriciteitsproductie in 2030 ligt naar schatting tussen de 31,2 TWh en de
Figuur 1: RES op weg naar 2030 & 2050
Verwerking zienswijze In juli 2020 zijn met de vaststelling van de concept-RES verschillende moties, amendementen en zienswijzen ingediend. Hiermee is richting gegeven voor verdere uitwerking richting de RES 1.0. Een overzicht van de zienswijze staat in bijlage 1, waarin ook staat vermeld op welke wijze de reacties zijn meegenomen in de RES 1.0.
7 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
45,7 TWh, met een middenwaarde van 38,2 TWh. •
Alle regio’s zijn gestart met het opstellen van de RSW, maar de mate van uitwerking verschilt.
Verschil met de concept-RES De RES 1.0 is een uitwerking van de concept-RES. Met de vaststelling van de concept-RES
WAT IS EN DOET DE RES NOB…
hebben partijen zich gecommitteerd aan de regionale opgave, de lokale resultaatsverplichting (zie hoofdstuk 3) en de leidende regionale principes. Verder bevat de concept-RES een inhoudelijk afwegingskader, randvoorwaarden naar het Rijk en het proces na de concept-RES. In de RES 1.0 is er geen aanleiding gezien om de regionale opgave (elektriciteit, warmte en besparing) te actualiseren. De opgaven zijn realistisch, voldoende om bij te dragen aan de nationale opgave uit het klimaatakkoord en stevig om te realiseren. Waarbij de klankbordgroep heeft aangegeven graag een hoger ambitieniveau te zien voor de besparingsopgave. De leidende principes zijn aangevuld op punt VI met het uitgangspunt dat er circulair materiaal wordt toegepast bij de realisatie. Er worden met deze RES 1.0 geen zaken top-down bepaald. Samen is het zoeken en proberen naar de beste vorm voor de samenwerking, met als uitgangspunt dat de lokale autonomie volledig behouden blijft. De volgende punten zijn toegevoegd aan de RES 1.0 ten opzichte van de concept-RES: •
Handreikingen die gemeenten helpen invulling te geven aan het streven naar 50% lokaal eigendom, het vormen van beleid en beoordelen van zoekgebieden.
•
Procesafspraken die zorgen voor het vroegtijdig voeren van het regionale gesprek over de effecten van de lokale keuzes.
•
Effecten en aanpak op de bovenlokale opgaven van de netwerkinfrastructuur.
•
De inzichten van warmtebronnen zijn verwerkt in de Regionale Structuur Warmte. Dit is bruikbare input voor gemeenten bij het opstellen van de Transitievisies Warmte.
•
Een stand van zaken hoever de regio is ten opzichte van de vastgestelde opgaven.
Omdat de RES in deze fase inzet op kennisdeling en leren van elkaar, zijn door het document in diverse kaders voorbeelden over onderdelen van opwek van duurzame energie vanuit de gemeenten opgenomen.
8 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
…WEL: 1. Faciliteert regionaal gesprek over lokale afwegingen om te komen tot zoekgebieden. 2. Bespreekt vroegtijdig de effecten van lokale keuzes/afwegingen. 3. Adviseert gemeenten met optimalisatie vanuit het regionaal perspectief. 4. Zorgt voor afstemming op bovenlokale thema’s tussen gemeenten. 5. Richtinggevend (niet-bindend) vanuit een regionaal perspectief. 6. Kennisdeling waarmee gezamenlijk thema’s worden uitgewerkt en als handreiking worden meegegeven aan gemeenten. 7. Vraagt gemeenten om extra inspanning om het regionaal perspectief lokaal mee te wegen én deze afwegingen regionaal te bespreken. 8. Zorgt dat gemeenten minder inspanning hoeven te plegen op uitwerking van inhoudelijke thema’s, afstemming met de netbeheerder, Provincie en Rijk. 9. Monitort de voortgang van de regionale opgave en lokale resultaatsverplichting. 10. Collectieve afstemming met de netbeheerder door het proces te faciliteren om te komen tot een kosten- en technisch efficiënt netwerkinfrastructuur in de regio. 11. Afstemming met maatschappelijke organisatie vanuit een regionaal perspectief. …NIET: 1. Toetsingsorgaan waar goedkeuring op lokale projecten of beleid gegeven wordt. 2. Top-down het bepalen van zoekgebieden grootschalige opwek. 3. Gemeenten afrekenen op het realiseren van hun eigen opgave. 4. Het maken van beleid. 5. Verzorgen van (lokale) participatie en communicatie.
LEIDENDE PRINCIPES RES NOORDOOST-BRABANT
I. De regionale energietransitie opgave (RES) is een gegeven, voortkomend uit het Nationale Klimaatakkoord met de opgave van 49% CO2 reductie in 2030. II. De energietransitie gaat iedereen in de regio aan. Wij hechten aan een sterke lokale procesparticipatie van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de realisatie van de opgave via een omgevingsdialoog zoals bedoeld in de Omgevingswet. III. De lokale democratie besluit over de borging en uitvoering van de RES-opgave, waarbij we rekening houden met het regionaal perspectief om te komen tot de beste locaties in de regio, waarin ook mogelijke kansen en/of knelpunten voor de toekomstige opgave na 2030 worden afgewogen (no-regret). IV. Iedereen neemt zijn verantwoordelijkheid in de regio Noordoost-Brabant. Alle partijen zijn verantwoordelijk voor de realisatie van de RES-opgave, welke lokaal en regionaal afgewogen, technisch haalbaar (lees: aansluitbaar op netwerk uiterlijk in 2030) en vóór 2025 vergund zijn. V. Uitgangspunt is dat de omgeving evenredig profiteert van de maatschappelijke lusten ten opzichte van de maatschappelijke lasten van de energietransitie. VI. We willen de energietransitie benutten om de regio economisch, ecologisch en sociaal te versterken. Waarbij het gebruik van circulair materiaal een uitgangspunt is. VII.
We beogen een adaptieve benadering en staan steeds open voor innovatieve ontwikkelingen om betere (technische en financieel haalbare) keuzes te maken. VIII. We streven een zorgvuldig en waar mogelijk meervoudig gebruik van ruimte in de regio na.
9 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
DEEL I:
De opgave
10 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
De opgave - regionaal afgestemd, lokaal gerealiseerd De RES-opgave komt voort uit het Klimaatakkoord, waarmee zowel het Rijk als de gemeenten, waterschappen en provincies hebben ingestemd. Het Rijk vraagt de regio om vorm te geven aan de taakstelling van 49% CO2-reductie uit de gezamenlijke landelijke doelstellingen van de klimaattafels Elektriciteit en Gebouwde Omgeving in 2030. Deze taakstelling moet gerealiseerd worden door energiebesparing en nieuwe duurzame energieproductie met
Toelichting eenheden elektriciteit Er worden verschillende eenheden voor elektriciteit gebruikt, bijvoorbeeld Joule (J), Watt (W) en wattuur (Wh). Vaak in combinatie met de algemene voorvoegsels kilo-, mega-, giga-, tera-, of peta-. Deze geven aan dat men niet spreekt over 1 Joule, maar over veelvouden daarvan. Er wordt met verschillende eenheden gewerkt omdat warmte wordt uitgedrukt in Joule (J), en elektriciteit in wattuur (Wh).
bestaande technieken (teneinde in 2030 operationeel te zijn).
TWh
MWh
KWh
PJ
In de regio Noordoost-Brabant is gekeken naar waar we moeten staan in 2030 én wat realistisch is
1
1.000.000
1.000.000.000
3,6
om de uiteindelijke doelstelling in 2050 te realiseren. Onderstaand figuur geeft inzicht in een
1,6
1.600.000
1.600.000.000
5,8
mogelijke combinatie van technieken om 1 PJ aan duurzame energie op te wekken. De joule is de algemene eenheid van energie en wordt vaak gebruikt om de hoeveelheid vraag en aanbod van verschillende energiebronnen met elkaar te kunnen vergelijken en verrekenen. Vaak in termen van terajoule (TJ) of petajoule (PJ). Wanneer wordt gesproken over elektriciteitsverbruik wordt dit aangegeven in wattuur (Wh). Waar energie wordt uitgedrukt in joule, drukken we elektriciteit uit in wattuur. Dit is de hoeveelheid energie die gebruikt of opgewekt wordt door een machine met een vermogen van 1 watt gedurende 1 uur. Bij huishoudens spreek men voor het elektriciteitsverbruik van kilowattuur (kWh), of de opgave van 35 terawattuur (TWh) die het Klimaatakkoord stelt voor de klimaattafel Elektriciteit.
1 windmolen van circa 210m tiphoogte (4,2 MW) produceert in de regio NOB ongeveer 14.700.000 KWh of 52 TJ (uitgaande van 3.500 vollasturen) 1 zonnepaneel van 300 Wp produceert in de regio NOB circa ongeveer 285 Kwh of 0,001 TJ (uitgaande van 950 vollasturen).
Het vermogen van een machine wordt aangeduid in Watt en zegt iets over de snelheid waarmee deze elektriciteit kan gebruiken of opwekken. 1 watt betekent een snelheid van 1 joule per seconde. Bij windturbines of zonnepanelen wordt gesproken van een opgesteld vermogen in termen van megawatt (MW). Echter, 1 MW opgesteld vermogen van een
Figuur 2: Wat is er nodig om 1PJ aan duurzame energie op te wekken?
windmolen wekt in de praktijk meer elektriciteit op dan 1 MW opgesteld vermogen aan zonnepanelen. Simpelweg, omdat een windturbine meer uren per dag elektriciteit kan opwekken. Het waait immers ’s nachts ook.
11 | Concept-RES Noordoost-Brabant | definitieve versie, februari 2020
3.1 Opgave Elektriciteit Voor 2030 spreken we in de regio NOB over een opgave van hernieuwbare elektriciteit van minimaal 5,8 PJ. Deze is tot stand gekomen met als vertrekpunt het totale huidige elektriciteitsverbruik (2017 = 12,3 PJ). Het gaat hier om het totale elektriciteitsverbruik in de regio, dus naast de gebouwde omgeving ook van de industrie, landbouw, mobiliteit, etc. In de komende jaren verwachten we dat het verbruik verandert en dat komt door een aantal
De opgave in 2030 De opgave in 2030 is opgebouwd uit twee delen: 1.
op weg naar 100% hernieuwbaar in 2050. Dit is circa 3,6 PJ (1 TWh), plus. 2.
apparaten hebben is deze toename te overzien.
Besparing elektriciteit Regionaal zien we dat een gemiddelde besparingsopgave van 21% elektriciteit in 2050 (en 11% in 2030) haalbaar moet zijn. Tot 2030 is dit naar schatting ongeveer 1% per jaar1. Tegelijkertijd laten we kansen om een grotere besparing te realiseren in de regio niet liggen. Immers, Hoe meer we besparen, hoe minder we hernieuwbaar hoeven op te wekken. De genoemde besparingsopgave is groter dan de autonome groei van de vraag, maar de vraag naar elektriciteit neemt in de toekomst door een aantal ontwikkelingen verder toe, zoals een koudevraag, laadvraag elektrische mobiliteit en elektrificatie van de warmtevraag. Echter, wanneer gemeentes kiezen voor elektrische opwek van warmte wordt daarbij de
Hiervan mag het deel elektriciteit dat reeds hernieuwbaar wordt opgewekt (0,1 TWh/ 0,3 PJ) worden afgetrokken. Als we dat realiseren liggen we als regio op koers voor ons uiteindelijke doel in 2050.
De regio NOB gaat hiermee in 2030 1,6 TWh (gelijk aan 5,8 PJ) hernieuwbare elektriciteit bijdragen aan de doelstelling van de nationale tafel Elektriciteit uit het Klimaatakkoord (4,6% van de 35 TWh).
In het concept RES bod hebben we afgesproken om als RES-regio 1,6 TWh aan duurzame energie op te wekken in 2030. We zijn daarbij uitgegaan van: •
beleidskeuzes en technische ontwikkelingen.
0,4 TWh zogenaamde pijplijnprojecten. Het gaat dan om projecten die zijn vergund, waarvoor subsidie is verleend of die zijn opgenomen in vastgesteld
elektriciteitsopgave van de betreffende gemeente groter. Voor 2030 is de vraag naar elektriciteit redelijk te voorspellen, voor 2050 is dit erg onzeker en afhankelijk van
Het hernieuwbaar opwekken van de extra 2,2 PJ (0,6 TWh) elektriciteitsvraag uit figuur 3.
dingen. Ten eerste door de autonome groei van de vraag naar elektriciteit en ten tweede omdat er steeds meer mensen komen. Omdat we tegelijkertijd ook steeds efficiëntere
Het hernieuwbaar opwekken van een deel van het huidige elektriciteitsverbruik,
beleid. •
0,4 TWh te realiseren grootschalig zon-op-dak (140.400 woningdaken).
•
0,7 TWh te realiseren wind en zon-op-veld (48 windmolens of 794 ha aan zonnevelden).
•
1 Bron: Landelijke voorspellingen uit de KEV en NEV gekeken naar de specifieke situatie in de regio en wat er
daarbij haalbaar geacht wordt.
12 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
0,1 TWh reeds regealiseerd.
Daarnaast hebben we afgesproken om 11% te besparen op ons energieverbruik (elektriciteit en warmte) en om 3 PJ duurzame warmte op te wekken. Ten opzichte van de concept-RES wordt er in de RES 1.0 opgesplitst in zon en wind. Deze indeling sluit aan bij de klimaatmonitor (waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen zon-op-dak en zon-op-veld). Vanuit de RES-organisatie is er wel behoefte aan dergelijke data.
Figuur 3: Toename elektriciteitsvraag in 2030 door ander soort vraag
13 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
Figuur 4: Opgave richting 2030 en 2050 (besparing is hierin verwerkt)
Uitgangspunten Om de toekomstige energievraag in de regio te bepalen zijn de volgende uitgangspunten
Gevolgen COVID-19 voor de cijfers in de RES
gehanteerd:
De COVID-19 pandemie heeft grote gevolgen voor de Nederlandse economie op korte
•
De verwachting is dat de bevolking (beperkt) zal groeien tot 2050. De aangehouden groei van
termijn. De economie is in 2020 dan ook gekrompen, waarmee ook het energieverbruik is
het energieverbruik als gevolg daarvan is 10%. Deze groei heeft vooral effect op het
gedaald (gemiddeld zo’n 7% in de eerste helft van 2020). Het Planbureau voor de
verwachte energieverbruik in de sectoren mobiliteit en industrie, omdat er voor nieuwe
Leefomgeving verwacht echter dat deze krimp en daling slechts tijdelijk is. Met de
woningen wordt voorzien dat deze minimaal voldoen aan de BENG-norm (Bijna Energie Neutrale Gebouw-eisen). •
De verwachting is dat er een forse toename zal zijn van het aantal elektrische voertuigen dat wordt opgeladen in de gebouwde omgeving. Uitgaande van een groei van circa 20% per jaar
•
vaccinaties in zicht zit de economie naar verwachting over een paar jaar weer op hetzelfde niveau als voor de coronacrisis. Wel is de verwachting dat er een verschuiving van de vraag plaats gaat vinden. We werken bijvoorbeeld meer thuis, waardoor de huizen in plaats van
ten opzichte van nu is de verwachte laadvraag in de gebouwde omgeving circa 0,4 PJ in
kantoren verwarmd worden, maar we reizen weer iets minder.
20302.
Hoe groot deze verschuiving is en wat dit exact betekent is nu niet te voorspellen. Voor de
De verwachting is dat de huidige koelvraag in de gebouwde omgeving toe zal nemen. Dit als
RES 1.0 betekent dit dat de cijfers over verwacht energieverbruik op de langere termijn (in
gevolg van warmere zomers en een toenemend aantal airco-units in woningen. Uitgaande
2030 en 2050) niet aangepast zullen worden. Bij het actualiseren van de RES in de versie
van een penetratiegraad van airco’s in 2030 van 25% van de woningen (huidig is 5%) en
2.0 (in 2023) wordt dit opnieuw bekeken.
268.843 woningen in de regio NOB levert dit een aanvullende elektriciteitsvraag op van 0,2 PJ3. •
•
Zonne-energie op woningdaken wordt gerekend als besparing, omdat deze opgewekte elektriciteit voornamelijk rechtstreeks in de woning wordt gebruikt, waarmee de totale
Opgave en stand van zaken
elektriciteitsvraag (aan het net) afneemt.
Iedere gemeente heeft een eigen energie-/klimaatdoelstelling, deze doelstellingen zijn
Veel alternatieve warmtevoorzieningen ter vervanging van aardgas maken gebruik van
vaak ambitieuzer dan de RES-opgave. De RES is geen extra opgave daarbovenop, maar
elektriciteit. Afhankelijk van de uiteindelijke energiemix zorgt dit dus voor een verhoogde
is onderdeel van de lokale opgave. De RES maakt het mogelijk ook regionaal afwegingen
elektriciteitsvraag.
te maken. Dit om zaken efficiënter of samen te doen, met meerwaarde en met oog voor aanpalende, bovenlokale opgaven. Om inzicht te geven in wat de RES-opgave betekent voor iedere gemeente is de opgave vertaald per gemeente. Iedereen doet wat. Het is aan gemeenten om te bepalen hoe hier invulling aan gegeven kan worden: de keuzes worden lokaal
2 Bron: Nationaal Programma RES data (analysekaarten versie 3.0)
14 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
3 Bron: NVKL marktmonitor, 2020
gemaakt. Gemeenten spannen zich in om te doen wat mogelijk is op eigen grondgebied.
gerealiseerd. Windprojecten zitten in de pijplijn als de ruimtelijke verkenning loopt.
Daarnaast werken we goed samen om het regionaal gerealiseerd te krijgen en afstemming te
De totale pijplijn-projecten hebben een potentieel van 0,31 TWh. Hierbij is uitgegaan
zoeken met andere belangen en opgaven in de (sub)regio. Hierbij is een sterke constructieve
van:
regionale samenwerking dus belangrijk.
•
Vergunde of in procedure zijnde windprojecten: Windpark Elzenburg de Geer (Uitspraak Raad van State volgt eerste helft van 2021), Windpark Veghel en
In totaal is het aandeel duurzaam opgewekte elektriciteit op dit moment ongeveer 1,35 PJ. In het Klimaatakkoord is waterkracht niet genoemd en wordt dan ook niet meegeteld in de nationale
windpark de Rietvelden (0,13 TWh). •
opgave. Ook voor biomassa geldt dat deze niet meetelt voor de RES. Voor het gebruik van biomassa
SDE-beschikte projecten zon-op-dak en veld. Dit betreft circa 204 ha verspreid door de regio (0,18 TWh).
als energiedrager en grondstof worden, in overeenstemming met het Klimaatakkoord, met andere
Transportschaartse (zie paragraaf 7.1) heeft mogelijk invloed op de haalbaarheid van de
klimaatsectoren nadere afspraken gemaakt om een kader te ontwikkelen. Exclusief elektriciteit uit
projecten in de pijplijn.
biomassa en waterkracht is het huidige vertrekpunt in de regio dat 0,3 PJ wordt opgewekt met windenergie en zonnepanelen (ongeveer 3% van het totale elektriciteitsverbruik).
Hoever zijn we met het realiseren van onze RES-opgave? Op basis van de meest recente cijfers van de Klimaatmonitor (peiljaar 2019) ontstaat voor
Innovaties
de RES-NOB als geheel het volgende beeld:
Innovaties zijn in de toekomst nodig om de opgave te realiseren. Zeker de opgave richting 2050.
•
Het gaat hierbij om innovaties in de volle breedte; van technische tot sociale innovaties. Binnen
0,29 TWh gerealiseerd zon (NB: Klimaatmonitor maakt geen onderscheid tussen zon-opdak en veld).
de RES NOB is een adaptieve houding één van de leidende principes. Innovaties die bijdragen
•
0,01 TWh gerealiseerd wind.
aan het realiseren van de opgave worden overwogen. De RES heeft hierin een reactieve
•
De besparing op ons energieverbruik kunnen we – voor de regio als geheel – op dit
houding. Innovaties moeten de kans krijgen, maar zullen niet actief worden aangejaagd vanuit
moment niet nauwkeurig bepalen. Dit komt omdat in de Klimaatmonitor bij vijf
de RES. We zien dat gemeenten, provincie, waterschappen, netbeheerders en overige
regiogemeenten de verbruiksgegevens in het peiljaar (2019) en/of het referentiejaar
stakeholders in de regio volop bezig zijn om innovaties te verkennen en door te voeren. Zo
(2017) niet compleet zijn. De gerealiseerde besparing ligt bij benadering rond de 3%.
verkent het Rijk op dit moment de mogelijkheden voor kernenergie. Gemeenten zijn conform het Klimaatakkoord verantwoordelijk voor het opstellen van een Projecten in de pijplijn Voor de regio NOB is in beeld gebracht waar we in 2030 staan als de grootschalige hernieuwbare elektriciteitsprojecten (>15 kWp) worden gerealiseerd die nu in de pijplijn zitten, conform de data uit de Klimaatmonitor (stand 2019). Zonprojecten zitten in de pijplijn als hiervoor een SDE-subsidie is verleend. Op dit moment wordt circa 50% procent hiervan
15 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
Transitievisie Warmte (TVW) in 2021. Uit een regio brede inventarisatie blijkt dat alle gemeenten aangeven dat zij voor 31-12-2021 een TVW door de raden hebben laten vaststellen. Pas nadat alle TVW’s zijn vastgesteld wordt binnen de RES NOB de realisatie van de regionale warmteopgave gemonitord.
Grafiek 1 + tabel 1 (volgende pagina)): stand van zaken per gemeente o.b.v. lokale resultaatsverplichting
* * Schatting o.b.v. onvolledige informatie in Klimaatmonitor (peiljaar: 2019). Zie volgende pagina voor de leeswijzer en de cijfers achter de grafiek.
16 | Concept-RES Noordoost-Brabant | definitieve versie, februari 2020
Gemeente
Opgave Gerealiseerd (TWh) (TWh)
Nog te realiseren (TWh)
Waarvan in de pijplijn (TWh)
Gerealiseerde energiebesparing
Stand van zaken grootschalige opwek wind/zon Regio NOB
Bernheze
0,06
0,02
0,04
0,02
1,4%*
Boekel
0,03
0,01
0,02
0,01
2,70%
Boxmeer
0,10
0,02
0,08
0,01
5,10%
Boxtel
0,08
0,01
0,07
0,00
3,2%*
Cuijk
0,11
0,01
0,10
0,02
2,80%
Grave
0,02
0,00
0,02
0,00
1,3%*
’s-Hertogenbosch
0,35
0,05
0,30
0,06
3,60%
Landerd
0,03
0,01
0,02
0,01
0,3%*
Meierijstad
0,28
0,06
0,22
0,08
0,60%
Mill & Sint Hubert
0,02
0,01
0,01
0,00
2,4%*
Oss
0,28
0,04
0,24
0,07
2,50%
Sint Anthonis
0,03
0,01
0,02
0,01
3,50%
St-Michielsgestel
0,04
0,01
0,03
0,00
2,1%*
Uden
0,12
0,03
0,09
0,01
3,10%
Vught
0,04
0,01
0,03
0,00
3,50%
1,6
0,3
1,29
0,31
3,0%*
Totaal
Tabel 1 + grafiek 1 (vorige pagina)): stand van zaken per gemeente o.b.v. lokale resultaatsverplichting
17 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
LEESWIJZER
•
De grafiek geeft aan hoe het staat met realisatie van de deelopgaves per gemeente. De totale lengte van de staaf geeft de totale bruto opgave van de betreffende gemeente in de RES NOB weer.
•
Anders dan bij het bepalen van de zoekgebieden sluiten we aan bij de systematiek van de Klimaatmonitor en kijken we uitsluitend naar concrete zon- en windprojecten. Op die manier weten we zeker dat de cijfers van gemeenten betrouwbaar, objectief en onderling vergelijkbaar zijn.
•
We kijken dus niet naar vastgesteld beleid, maar alleen naar wind- en zonprojecten die al zijn gerealiseerd en projecten die ‘in de pijplijn’ zitten. Zonprojecten zitten in de pijplijn als hiervoor een SDE-subsidie is verleend. Uit een analyse van de cijfers voor de RES regio zien we dat hiervan 50% wordt gerealiseerd*. Windprojecten zitten in de pijplijn als de ruimtelijke verkenning loopt.
•
De Klimaatmonitor loopt één jaar achter en wordt steeds bijgewerkt in december. De gebruikte cijfers dateren dus van december 2019.
•
De cijfers zoals in het tabel hiernaast weergegeven zijn overgenomen uit de Klimaatmonitor (peiljaar 2019). Hierop is door ons een correctiefactor van 50% voor de realisatiegraad van zonprojecten toegepast. Voor windprojecten is geen correctiefactor toegepast.
•
De cijfers zijn afgerond op twee demicalen na de komma. * Het PBL geeft aan dat er voor zon projecten gemiddeld een realisatiegraad van 60% bestaat voor projecten die SDE beschikking hebben. In de regio NOB ligt dit percentage lager op circa 50%.
In de regio: Ambitieuze doelstellingen De gemeente Boxtel heeft een ambitieuze doelstelling geformuleerd: energieneutraal in 2030. Om deze doelstelling te behalen heeft de gemeente eind 2020 een tender uitgeschreven voor 50 hectare zonnepark.
De inschrijving is nu beëindigd en de beoordeling kan beginnen.
Een tender voor zonneparken heeft volgens de gemeente een aantal grote voordelen. Ten eerste zorgt het ervoor dat initiatiefnemers maximaal worden uitgedaagd om aan de hand van de zonneladder maximaal te scoren op door de gemeente geformuleerde criteria: ruimtelijke kwaliteit, participatie, toename van biodiversiteit, maatschappelijke kosten en een vergroting van de toeristisch of recreatieve waarde. John van Zuijlen, beleidsmedewerker duurzaamheid en binnen de RES betrokken vanuit de gemeenten Boxtel en Sint-Michielsgestel, zegt hier het volgende over: “Hiermee worden koppelkansen in het gebied zoveel mogelijk benut. Daarbij kan ook de maatschappelijke meerwaarde van zonneparken verantwoord worden aan de omwonenden en inwoners van de gemeente.”
De gemeente heeft voor gemeentegronden ook een principeverzoek voor een zonnepark van 18 hectare ingediend. Peter van de Wiel, wethouder Ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting, milieu en duurzaamheid van de gemeente Boxtel: “Door zelf de regie te nemen kan maximale maatschappelijke meerwaarde gerealiseerd worden en leggen we de lat hoger voor de andere initiatiefnemers.”
De tender draagt bij aan de lokale resultaatverplichting uit de RES. Andersom ondersteunt de RES ook deze tender door het kader te scheppen en handreikingen te bieden voor de uitvoering en regionale samenwerking.
“Het betrekken van lokale belangengroepen bij het bepalen van de voorkeursvolgorde en het duidelijk aangeven op welke criteria initiatieven beoordeeld gaan worden is heel belangrijk, ook in de RES”, aldus Peter. Ook participatie, een omgevingsdialoog en maatschappelijke meerwaarde zijn aspecten waar grote waarde aan moet worden gehecht. 18 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
Inspiratiefoto zonnepark Uden
3.2 Opgave Warmte Voor de opwek van duurzame warmte is de opgave bepaald op 3,0 PJ. Ook hier is gekeken naar de warmtevraag in 2050. In plaats van een lineaire toename van de productie van duurzame warmte, is hier een s-curve gehanteerd. Duurzame opwekking van warmte is een nieuwe opgave (anders dan duurzame elektriciteitsopwekking of energiebesparing). Op dit moment wordt geëxperimenteerd met het aardgasvrij maken van wijken in geheel
Een belangrijke opgave voor 2030 zal de besparing zijn op de vraag naar warmte. De huidige warmtevraag (2017) in de regio NOB is 16,2 PJ. De verwachting is, dat deze warmtevraag door middel van energiebesparende maatregelen in de gebouwde omgeving omlaag gebracht kan worden tot 14,3 PJ in 2030 en tot 12,2 PJ in 2050. De besparing tot 2030 is ingeschat op 11% (1,9 PJ).
Nederland (onder andere Programma Aardgasvrije Wijken). Na deze fase zal vanaf 2030 waarschijnlijk een opschaling mogelijk zijn, waardoor meer snelheid mogelijk is.
Regionale Structuur Warmte De warmtetransitie is een van de complexere uitdagingen van de energietransitie. Het vraagt veel aanpassingen in de fysieke ruimte: Infrastructuur, installaties en isolatie van gebouwen. De impact op bewoners en bedrijven is groot. Er zijn dan ook veel stakeholders betrokken. De Regionale Structuur Warmte (RSW) brengt de uitdaging in kaart en legt afspraken vast voor regionale samenwerking rondom deze opgave. De RSW geeft de regio duidelijkheid en een kader om de warmtetransitie efficiënt en doelgericht vorm te geven. Uit de RSW blijkt dat er op dit moment geen regionale bronnen in beeld zijn waardoor er lokale oplossingen nodig zijn.
Besparing warmte De komende jaren is de opgave om vanuit de Transitievisies Warmte (TVW’s)4 die elke gemeente opstelt, de voorbereidingen te treffen om samen met de markt de grote uitrol van de vervanging van aardgas door duurzame bronnen te realiseren. De warmtetransitie is volop in ontwikkeling en bevindt zich in een leercurve waarin, rekening houdende met grote onzekerheid, een koers richting 2050 uitgezet moet worden. Deze koers zal per gemeente in de Transitievisie gemaakt worden.
Eenheden warmte
De warmtevraag van de gebouwde omgeving wordt uitgedrukt in PJ. 1 PJ is te vergelijken met het huidige gasverbruik van 20.000 woningen. Figuur 5: besparing en duurzame opwek warmte
4
Gemeenten geven in de TVW een planning wanneer wijken van het aardgas gaan. Voor de wijken die
voor 2030 van het aardgas gaan, beschrijven zij tevens de mogelijke alternatieve infrastructuren voor warmte. In de totstandkoming stemmen zij af met betrokken (bestuurlijke) stakeholders.
19 | Concept-RES Noordoost-Brabant | definitieve versie, februari 2020
Duurzame bronnen
Daarom is een inschatting gemaakt van de extra elektriciteitsbehoefte op basis van
•
De resterende warmtevraag na besparing (12,2 PJ in 2050) zal opgewekt worden uit
de beschikbare bronnen en uitgaande van een scenario waarbij relatief veel
duurzame bronnen.
technieken worden toegepast die veel elektriciteit vragen. Daarmee is een prognose
Elke gemeente formuleert een gemeentelijke doelstelling voor energiebesparing en
gemaakt van ca. 1,6 PJ extra benodigde elektriciteit als gevolg van verduurzaming
duurzame opwek van warmte. Deze wordt gepubliceerd in de gemeentelijke Transitievisies
van de warmtevraag in 2030.
•
Warmte. •
•
•
Er zijn onzekerheden in dit potentieel: sommige openbare data bieden onvoldoende
De regio Noordoost-Brabant kent op dit moment geen bronnen die een bovengemeentelijke
duidelijkheid, vragen om meer onderzoek of lokale verificatie. En niet al het
potentie hebben. Dat betekent dat de gemeenten in de Transitievisie Warmte de afweging
potentieel wat theoretisch beschikbaar is, is ook bruikbaar: theoretisch potentieel
maken welke lokale bron aan de warmtevraag gekoppeld wordt. Mogelijkheden in de
moet omgezet worden in maatschappelijk potentieel en uiteindelijk in een sluitende
toekomst voor aardwarmte worden duidelijk in de SCAN-onderzoek (2022).
businesscase.
Voor aquathermie geldt dat de in het water aanwezige warmte regenereerbaar is. Bij onttrekking van warmte wordt het water weer opgewarmd door de zon en/of de aanwezige bodemwarmte. Hoe snel dit plaatsvindt en in hoeverre cumulatieve effecten
Naast deze locatie gebonden warmtebronnen zijn er ook oplossingen mogelijk die overal en individueel toepasbaar zijn (denk aan warmte uit de lucht en zonthermie).
optreden bij onttrekking op meerdere plaatsen is vooralsnog onduidelijk. Er is dan ook nog geen uitsluitsel over de benodigde minimale afstand tussen aquathermieprojecten. Kaders hiervoor zijn ontwikkeling, maar hoe dan ook betekent het dat binnen en soms tussen gemeenten goede afstemming en afweging plaats moet vinden, om te zorgen dat aquathermie projecten elkaar niet bijten. •
Van een aantal grote bronnen is de potentie onduidelijk (met name geothermie, restwarmte). In de toekomst kan het na onderzoek wel nodig zijn om regionaal afspraken te maken over de verdeling van deze bronnen. Richting RES 2.0 wordt de RSW 2.0 opgesteld waarin deze potentie mogelijk wel duidelijk wordt.
•
Opwek duurzame Warmte Duurzame opwekking van warmte is een nieuwe opgave (anders dan duurzame elektriciteitsopwekking of energiebesparing). Op dit moment wordt geëxperimenteerd met het aardgasvrij maken van wijken in geheel Nederland (onder andere Programma Aardgasvrije Wijken). In het Klimaatakkoord is een doelstelling afgesproken, dat ca. 1,5 miljoen woningen in 2030 aardgasvrij zijn.’. Uitgaande van de prognose voor de warmtevraag in de regio NOB in 2050, komt dat overeen met 3 PJ verduurzaming van de warmtevraag in 2030 (ca 21 % van de woningen). Na deze fase zal vanaf 2030 waarschijnlijk een opschaling mogelijk zijn, waardoor meer snelheid mogelijk is. De
Een groot aantal duurzame warmtebronnen heeft een elektriciteitsbehoefte. De gekozen
opwek van 3,0 PJ staat gelijk aan de verduurzaming van 60.000 woningen5 of 6.1
technieken om de warmtevraag te verduurzamen hebben effect op de totaal op te wekken
miljoen m2 utiliteitsruimte6 in de regio.
hoeveelheid duurzame elektriciteit in de regio. Er is nu nog niet bekend met behulp van welke technieken de warmtevraag verduurzaamd wordt.
5
Gebaseerd op het gemiddelde huidige verbruik van woningen in de regio
20 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
6
Gebaseerd op huidige warmteverbruik van utiliteitsruimte in de regio
Hiermee realiseert de regio een reductie van CO2-uitstoot van ongeveer 0,18 Mton (5.3% van de nationale doelstelling van 3,4 Mton CO2-reductie). De gemeenten bepalen in hun Transitievisies Warmte het tempo voor de omschakeling naar duurzame opwek, rekening houdend met de lokale mogelijkheden.
Leidende principes Regionale Structuur Warmte •
Reductie van de warmtevraag.
•
Een juiste match vanuit techniek.
•
Laagste maatschappelijke kosten.
•
Gemeente heeft regierol voor collectieve systemen.
•
Beperk impact op de elektriciteitsvraag.
•
Schaarste en duurzaamheid van bronnen. Figuur 6: potentieel voor Lage Temperatuur Aardwarmte en diepe geothermie in clusters geschikt
Zie bijlage 3 voor een nadere uitwerking.
Voorbeeld: scan onderzoek In 2019 is het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een nationaal onderzoek gestart, om de beschikbare data te verrijken en vast te stellen waar de ondergrond in Nederland mogelijk geschikt is voor aardwarmtewinning. De eerste resultaten van deze Seismische Campagne Aardwarmte Nederland (SCAN)voor de regio NOB zullen op zijn vroegst in 2022 beschikbaar komen. De data uit deze studies kunnen gebruikt worden om bijvoorbeeld kaarten te maken met lagen die potentieel geschikt zijn voor geothermie en bijbehorende diepte/temperatuur en dikte (zie figuur 6). Dit figuur is een voorbeeld en geeft geen compleet beeld. Voor meer informatie: Zie RSW.
21 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
voor collectieve levering van warmte.
Monitoring in de RES Gemeenten zijn conform het Klimaatakkoord verantwoordelijk voor het opstellen van een Transitievisie Warmte (TVW) in 2021. Daarin geven zij een planning van wanneer wijken van het aardgas gaan. Voor wijken die voor 2030 van het aardgas gaan, beschrijven zij ook de
In de regio: Samenwerken voor de Transitievisie Warmte
mogelijke alternatieve infrastructuren voor warmte. Om de gemeenten ruimte te geven hun visie te vormen, schetste de RES de regionale opgave voor duurzame opwek, besparing op de warmtevraag en elektriciteitsvraag als gevolg van duurzame opwek van warmte. De RSW biedt de gemeenten een handreiking, door de beschikbare bronnen inzichtelijk te maken en
De Transitievisie Warmte (TVW) is voor veel gemeenten en grote en vooral nieuw opgave. In tegenstelling tot elektriciteit kan warmte slechts op korte
leidende principes voor de inzet van die bronnen.
afstand getransporteerd worden, waardoor het vraagt om een lokale aanpak.
•
De RES zal bij het ontwikkelen van de RES 2.0 gebruik maken van de gemeentelijke
De gemeenten Bernheze, Boekel, Landerd en Uden zagen hierin een kans om
TVW’s en de daarin gestelde doelen om de opgaven voor warmte uit de RES 1.0 te
samen te werken. Aan de ene kant omdat ze in een aantal opzichten op elkaar
herijken.
lijken. Het zijn agrarische gemeenten, de woningen komen overeen en ze
De RES monitort de besparingsdoelstellingen en de doelstellingen voor duurzame
hebben te maken met dezelfde voor de energietransitie relevante stakeholders:
•
opwek van warmte in de TVW: tellen alle gemeentelijke doelstellingen op tot de regionale opgave? • •
RES monitort de voortgang van de realisatie van de gemeentelijke doelstellingen: halen
energieleveranciers, netbeheerder, commerciële verhuurders en woningbouwcorporaties. Samenwerken lag hierdoor voor de hand. Aan de
we de regionale opgave in 2030?
andere kant zagen ze een aantal voordelen van samenwerken. Zo kunnen ze
De RES monitort de extra elektriciteitsbehoefte als gevolg van keuzes in warmtebronnen
middelen en opgedane kennis delen, gebruiken ze elkaar als sparringpartner en
in de TVW.
hebben ze samen een aanbesteding kunnen doen. Freek Reffeltrath van de
Op dit moment zijn alle gemeenten in de regio gestart met het opstellen van de TVW en
Gemeente Bernheze vat het samen: “Doordat we bij elkaar zitten krijgen we
liggen zij op koers om deze dit jaar vast te stellen.
zoveel meer inzicht dan wanneer we allemaal individueel aan deze opgave zouden werken. Je kunt gebruik maken van elkaars ervaring en specialisme en
Organisatie en samenwerking •
Koppeling van warmtebronnen en -vraag wordt vastgelegd in de gemeentelijke Transitievisies.
•
Als samenwerking rond regionale bronnen relevant wordt, richt de regio daarvoor een warmtetafel op. De provincie biedt ondersteuning in de vorm van een regionaal adviseur warmte en het Expertiseteam Warmte.
•
De woningcorporaties spelen een rol als ‘startmotor’ en zijn belangrijke partners in het formuleren van de gemeentelijke TVW. Bij het opstellen van de besparingsopgave zijn deze partijen en de netbeheerder al betrokken.
22 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
komt tot betere ideeën.”
Figuur 7: Potentie warmtebronnen Regio Noordoost-Brabant
23 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
3.3 Regionale ondersteuning op besparing elektriciteit en warmte Zoals in bovenstaande paragrafen beschreven werkt elke gemeente individueel aan de RESopgave van 11% energie en warmte besparing voor 2030. Om voor versnelling te zorgen kiest de regio voor een gebundelde ondersteuning voor het werken aan deze opgave. Ondersteuning vindt plaats op de volgende vier punten: 1. Delen van kennis en ervaring op gebied van energiebesparing (zowel warmte als elektriciteit incl. kleinschalige opwek) tussen gemeenten ter versterking van de strategieontwikkeling van de individuele gemeenten. 2. Benutten van gezamenlijke kansen ten behoeve van het behalen van de opgave 11% besparing in 2030 in RES tov 2017. 3. Elkaar stimuleren en inspireren om de opgave te realiseren. 4. Vormgeven van gezamenlijke lobby, bijvoorbeeld om financiering te organiseren.
Figuur 8
24 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
Zoekgebieden zon en wind in NOB
Stand van zaken Onderstaande kaart bevat een weergave van de raadsbesluiten over de minimale
Het realiseren van de RES-opgave heeft een grote impact op de leefomgeving. Niet alleen fysiek qua ruimte, maar ook qua beleving van de inwoners en mensen die werken en recreëren in de regio. In de regio NOB wordt bottom-up gewerkt. Gemeenten hebben op basis van hun lokale opgave de afgelopen periode samen met inwoners en lokale partijen
zoekgebieden per gemeente. Deze kaart geeft inzicht in welke gemeenten er zoekgebieden voor zon en/of wind hebben vastgesteld. Het linker icoontje is het zoekgebied voor zon, het rechter voor wind. Een icoon kleurt ook groen als een gemeenteraad heeft besloten dat er geen ruimte is voor bijvoorbeeld wind.
bepaald welke gebieden geschikt zijn voor wind- en zonprojecten. Hierin zijn inzichten vanuit de RES over het algemeen in meegewogen. Sommige gemeenten hebben de zoekgebieden al vastgesteld in beleid, anderen zitten nog in dit proces. De lokaal bepaalde zoekgebieden vormen de regionale zoekgebieden in de RES NOB. Hier wordt vervolgens het regionale gesprek over gevoerd. Dit geeft gemeenten vervolgens input voor verdere invulling en het nemen van besluiten.
De zoekgebieden in de RES 1.0 bestaan uit de gebieden die: •
Lokaal zijn vastgesteld door gemeenteraden;
•
Lokaal worden verkend en bekend zijn bij de gemeenteraad en inwoners.
Daar waar dit nog niet is gebeurd is de technische potentie (lees: uitsluiting door wettelijke belemmeringen) aangegeven. De zoekgebieden geven niet aan dat daar met zekerheid wind en/of zon wordt gerealiseerd. Voor deze gebieden geldt dat er nog nader onderzoek nodig is én het gesprek met belanghebbenden nog plaats vindt/ moet vinden. Figuur 9: Zoekgebieden zon & wind, stand van zaken per 10-3-2021
25 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
DISCLAIMER: De kaarten met zoekgebieden zijn zorgvuldig afgestemd met de gemeenten, maar er kunnen geen rechten aan worden ontleend. *De zoekgebieden in Cuijk worden momenteel herzien en liggen in mei ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad. **Het zoekgebied voor wind Wilhelminapark is als verkenning door de gemeente Boxtel opgenomen in door de raad vastgesteld beleid. Dit zoekgebied is niet door de gemeente Sint-Michielsgestel opgenomen. 26 | Concept-RES Noordoost-Brabant | definitieve versie, februari 2020
DISCLAIMER: De kaarten met zoekgebieden zijn zorgvuldig afgestemd met de gemeenten, maar er kunnen geen rechten aan worden ontleend. *De zoekgebieden in Cuijk worden momenteel herzien en liggen in mei ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad. 27 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
DEEL II:
Uitvoering
28 | Concept-RES Noordoost-Brabant | definitieve versie, februari 2020
5 Hoe gaan we dit samen realiseren?
Elektriciteitsnetwerk Naast de tijdsdruk vanuit de procedures is het ook vanuit netwerkcapaciteit belangrijk om
5.1
Proces naar 2030
zicht te krijgen op de locaties. Om een initiatief te ontwikkelen moet er een vergunning afgegeven worden door de gemeente en moet er een aansluiting gerealiseerd worden door
In de regio zijn we ons ervan bewust dat er flink doorgewerkt moet worden om in 2030 de opgave (hernieuwbare opwek van 1,6 TWh elektriciteit en 3,0 PJ warmte) te realiseren. Daarbij komt ook nog de besparingsopgave van 11%. In het klimaatakkoord is afgesproken om vóór 1 januari 2025
de netbeheerder. Procedures voor het verzwaren/ uitbreiden van het elektriciteitsnetwerk kunnen vijf á zeven jaar in beslag nemen. Vroegtijdige afstemming met netbeheerder Enexis is essentieel en wordt op regionaal niveau vormgegeven via de RES.
de vergunningen voor grootschalige hernieuwbare elektriciteit te hebben verstrekt. Het proces voor warmte wordt op dit moment verder uitgewerkt in de Transitievisies Warmte en buiten beschouwing gelaten in de RES 1.0. Op dit moment is er 0,1 TWh elektriciteit gerealiseerd in de regio, 2025 is over 4 jaar. Wat betekent dit?
Druk op het proces De afspraak in het Klimaatakkoord is om vóór 1 januari 2025 alle vergunningen te hebben verstrekt voor de projecten waarmee (minimaal) de opgave wordt gerealiseerd. Figuur 9 geeft een beeld van de doorlooptijd tot vergunningverlening bij windprojecten. Hier zijn alle wettelijke termijnen meegenomen en ook een procedure bij Raad van State. Hieruit kan worden geconcludeerd dat in de eerste helft van 2022, voor in ieder geval windprojecten, de zoekgebieden bekend zijn waarmee de resultaatsverplichting wordt gerealiseerd. Voor zon ligt dat anders, deze procedures zijn over het algemeen korter omdat er geen m.e.r. wordt opgesteld en de milieuonderzoeken eenvoudiger zijn. Ongeveer zes maanden voorbereidingstijd (incl. projectparticipatie) en 26 weken voor de vergunningprocedure is hierbij realistisch. Het belangrijkste is dat er zicht komt op de realisatie van de opgave in 2030. De duur van het participatieproces is een onzekerheid in het schema, zowel in de beleidsvormende fase als in de projectvormende fase. Iedere gemeente volgt haar eigen proces en aanpak rondom participatie en marktconsultatie. In de regio zien we dat veel gemeenten nog in de beleidsvormende fase zitten. De eerste tenders voor zon worden uitgezet en initiatiefnemers melden zich.
29 | RES 1.0. Noordoost-Brabant | maart 2021
Figuur 10: Kritisch pad vergunningverlening grootschalig windprojecten
5.2 Regionaal samen werken in RES-verband We hebben elkaar in de regio nodig om de opgave in deze tijdspanne te realiseren en volledige afwegingen te kunnen maken. Er is daarom nagedacht over een efficiënte en waardevolle regionale samenwerking, resulterend in het volgende: 1. De RES-organisatie blijft in dezelfde vorm samenwerken. Richting de RES 2.0 wordt bekeken hoe de samenwerking geoptimaliseerd kan worden, zodat het blijft aansluiten bij behoefte van partijen, lokale processen en de fase van de RES richting 2030. 2. Er zijn procesafspraken opgesteld om het regionale gesprek over de realisatie van opgave richting 2030 optimaal te faciliteren. De afspraken staan later in het hoofdstuk beschreven.
1.
RES-organisatie
De RES-organisatie werkt samen richting de RES 2.0 met de volgende doelen: •
Nieuwe projecten en beleid worden met elkaar besproken.
•
Delen van kennis en ervaringen.
•
Efficiëntie in het gezamenlijk uitwerken van generieke en regionale thema’s.
•
Regionale afstemming met de netbeheerders.
•
Betrekken van belangenbehartigers.
•
Verbinding met de andere opgaven in de regio om kansen te benutten en knelpunten te
waarborgt de lokale democratie, voegt waarde toe door van elkaar te leren en is erop gericht
bespreken.
om geen onnodige belasting te zijn voor partijen ten aanzien van middelen en capaciteit.
•
Figuur 11: RES-organisatie
De Stuurgroep kan op deze manier (on)gewenste effecten vanuit regionaal oogpunt signaleren, dit bespreekbaar maken en dit meegeven aan gemeenten. De samenwerking
Monitoren van de voortgang richting de opgaven. Werken met werkgroepen/ bestuurlijke trekkers
De stuurgroep RES heeft invulling gegeven aan de RES-samenwerking waarbij het
Het Programmateam bestaat uit een aantal medewerkers van verschillende gemeenten,
Programmateam de Stuurgroep vrijblijvend adviseert. Dit doet het Programmateam aan de
waterschap, netbeheerder en provincie en voert de opdrachten van de Stuurgroep uit. De