CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Reglement van Orde gemeenteraad 2026 (gewijzigd) - getekend RvO

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Reglement van orde gemeenteraad ’s-Hertogenbosch 202610.586 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Iedere commissie behandelt de door raad aangenomen maar nog niet afgehandelde moties die tot haar werkterrein behoren.

2.

De commissie besluit over het als afgedaan beschouwen van een motie, op voorstel van een commissielid, de commissievoorzitter, het college of de burgemeester.

Artikel 59. Bestuurlijke toezeggingen 1. Iedere commissie behandelt de nog openstaande bestuurlijke toezeggingen die portefeuillehouders hebben gedaan tijdens een commissie- of raadsvergadering, die tot haar werkterrein behoren. 2. De commissie besluit over het als afgedaan beschouwen van een bestuurlijke toezegging, op voorstel van een commissielid, de commissievoorzitter of de portefeuillehouder. Artikel 60. Schriftelijke behandeling 1. In, naar het oordeel van de commissievoorzitter, spoedeisende gevallen of wanneer de commissie het gezien de agenda niet rendabel acht om bij elkaar te komen, kan een commissie besluiten om een voorstel schriftelijk te behandelen. 2. Blijkt uit de schriftelijke behandeling dat beraadslagingen zijn gewenst, dan geschiedt de behandeling van het betreffende onderwerp alsnog zo spoedig mogelijk in een vergadering van de commissie.

22

Paragraaf 3. Besloten vergadering Artikel 61. Geheimhouding Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de commissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De commissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 62. Notulen besloten vergadering 1. De notulen van een besloten commissievergadering zijn beschikbaar voor raadsleden. 2. Deze notulen worden door de commissie vastgesteld in een vergadering, die, tenminste voor de duur dat die vaststelling aan de orde is, besloten is. Tijdens deze vergadering neemt de commissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de commissievoorzitter en de secretaris ondertekend. Artikel 63. Bijwonen besloten vergadering Raadsleden kunnen de besloten vergaderingen van de commissie, waarvan zij geen lid respectievelijk voorzitter van zijn, bijwonen. De burgemeester en wethouders kunnen uitgenodigd worden aan de beraadslagingen van de besloten vergadering deel te nemen.

Hoofdstuk V. Hearings, informatiebijeenkomsten en inspreekmogelijkheden Artikel 64. Hearing 1. De commissie kan een hearing houden waarin belanghebbenden en/of deskundigen hun mening geven over een onderwerp dat tot het werkterrein van de commissie behoort. 2. Ieder lid van de commissie kan een voorstel doen tot het houden van een hearing. De commissie neemt een besluit over dit voorstel. 3. Een werkgroep uit de commissie bereidt de hearing voor en doet een voorstel aan de commissie over de opzet en inhoud ervan. De commissie neemt een besluit over dit voorstel. 4. Datum en aanvangstijd van een hearing worden bepaald door het presidium. 5. Een hearing wordt geleid door de commissievoorzitter van de commissie. 6. Een hearing is openbaar. Van een hearing wordt een verslag gemaakt. 7. Vertegenwoordigers van de gemeente ’s-Hertogenbosch worden als zodanig niet gehoord bij een hearing. Artikel 65. Informatiebijeenkomst 1. De raad kan zich tijdens een informatiebijeenkomst mondeling laten informeren. 2. De raad, commissie, het college, de burgemeester of een externe partij kunnen om een informatiebijeenkomst verzoeken. 3. Het presidium beslist over het organiseren van een informatiebijeenkomst. 4. Tijdens een informatiebijeenkomst kan het college of de burgemeester zich laten bijstaan of vervangen door ambtenaren of externe partijen.

23

5. Een informatiebijeenkomst wordt geleid door een voorzitter die door het presidium wordt bepaald. 6. De voorzitter van de informatiebijeenkomst draagt zorg voor handhaving van de orde; 7. Een informatiebijeenkomst is openbaar, tenzij het presidium om zwaarwegende redenen besluit dat deze niet openbaar is. Van een informatiebijeenkomst wordt geen verslag gemaakt. 8. Raadsleden en commissieleden niet-raadsleden krijgen gelegenheid tot het stellen van aanvullende korte vragen aan de sprekers. Zij krijgen het woord nadat ze dat van de voorzitter gekregen hebben. Artikel 66. Inspreken 1. Inwoners en organisaties kunnen inspreken over onderwerpen die al dan niet op de commissieen raadsagenda staan. 2. Het presidium beslist over het organiseren van een inspreekbijeenkomst. 3. Een inspreekbijeenkomst is openbaar en wordt geleid door een voorzitter die door het presidium wordt bepaald. 4. Spreektijd wordt uiterlijk 24 uur voorafgaand aan het inspreken aangevraagd via de griffie. De voorzitter van de inspreekbijeenkomst kan bepalen dat van deze termijn wordt afgeweken. 5. De spreektijd bedraagt maximaal 5 minuten per inspreker. 6. De voorzitter van de inspreekbijeenkomst draagt zorg voor handhaving van de orde; 7.

In afwijking van het eerste lid wordt niet ingesproken over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, boodschappen met commerciële doeleinden, danwel over onderwerpen waarover reeds eerder door dezelfde inwoner/organisatie is ingesproken en waarbij er geen nieuwe feiten of omstandigheden aan de orde zijn. 8. Het presidium draagt zorg voor de opvolging van de bepalingen in dit artikel door met de betrokkene die hieraan niet voldoet in gesprek te gaan en tot passende oplossingen/maatregelen te komen. 9. Van het inspreken wordt een verslag gemaakt. Hoofdstuk VI. Publiek/Toehoorders/Pers Artikel 67. Publieke tribune 1.

De voorzitter van een vergadering/bijeenkomst kan, in verband met het handhaven van de orde, het maximaal aantal toehoorders bepalen dat op de publieke tribune in de vergaderzaal wordt toegelaten.

2.

De voorzitter kan tevens bepalen dat van groepen toehoorders slechts een delegatie tot de publieke tribune wordt toegelaten

3.

Het is toehoorders verboden zodanige tekenen van goed- of afkeuring te geven, waardoor naar het oordeel van de voorzitter de orde in de vergadering/bijeenkomst wordt verstoord. Het meevoeren en tentoonstellen van (protest)borden, spandoeken, stickers of het gebruik van maskers geldt in ieder geval als een verstoring van de orde van de vergadering of bijeenkomst. 24

Artikel 68. Geluid- en beeldregistraties Degene die tijdens een vergadering/bijeenkomst beeld- of geluidsregistraties wil maken, mag daarbij niet de orde of voortgang van de vergadering/bijeenkomst verstoren. Voor het maken van deze registraties anders dan vanaf de publieke tribune is vooraf toestemming vereist van de voorzitter. Hoofdstuk VII. Instrumenten van de raadsleden Artikel 69. Amendementen 1.

Ieder raadslid kan tijdens de beraadslaging van een raadsvergadering over een aan de orde zijnde onderwerp een amendement indienen.

2.

Een amendement wordt schriftelijk bij de raadsvoorzitter ingediend en is zodanig opgesteld, dat de tekst geschikt is om in het ontwerpbesluit te worden opgenomen.

3.

De behandeling van een amendement op een aanhangig voorstel vindt tegelijk met de beraadslagingen over dat voorstel plaats.

4.

Degene, die een amendement heeft ingediend, krijgt van de raadsvoorzitter gelegenheid om daarop een korte toelichting te geven.

5.

In afwijking van het bepaalde in artikel 21 eerste lid van dit reglement kan de raadsvoorzitter aan de beraadslaging over een aanhangig onderwerp een spreektermijn toevoegen, voor zover dat, naar zijn oordeel, voor de behandeling van een amendement nodig is.

Artikel 70. Moties 1.

Ieder raadslid kan tijdens de raadsvergadering bij de raadsvoorzitter schriftelijk een motie indienen.

2.

Degene, die een motie heeft ingediend, krijgt van de raadsvoorzitter gelegenheid om daarop een korte toelichting te geven.

3.

De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.

4.

De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

5.

De motie zoals bedoeld in lid 5 wordt in ieder geval aan de raadsagenda toegevoegd indien minimaal één vijfde van de leden van de gemeenteraad de motie heeft ondertekend.

6.

Indien een motie is aanvaard geeft het college of de burgemeester, liefst voor de daaropvolgende raadsvergadering, schriftelijk aan of, en zo ja op welke wijze, aan deze motie uitvoering is of zal worden gegeven.

Artikel 71. Initiatiefvoorstel 1.

Een initiatiefvoorstel wordt in behandeling genomen, als het schriftelijk, met een ontwerpbesluit en duidelijk geformuleerd bij de raadsvoorzitter is ingediend.

25

2.

Het presidium plaatst het voorstel, als het voldoet aan de criteria van het vorige lid, op de agenda voor de eerstvolgende reguliere vergadering of, als de agenda voor die vergadering al is verzonden, op de agenda voor de daaropvolgende reguliere vergadering.

3.

Het initiatiefvoorstel wordt voor behandeling in de raad eerst voor advies behandeld in de functionele raadscommissie.

4.

Alvorens de commissiebehandeling plaatsvindt, wordt het college of de burgemeester in de gelegenheid gesteld naar wens schriftelijk van tevoren of mondeling ter vergadering, advies over het initiatiefvoorstel uit te brengen.

5.

De raad neemt een initiatiefvoorstel niet in behandeling als het in strijd is met een wet, een algemene maatregel van bestuur of een verordening.

Artikel 72. Interpellatie 1.

Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behalve in naar het oordeel van de raadsvoorzitter spoedeisende gevallen, tenminste vierentwintig uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de raadsvoorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.

2.

De raadsvoorzitter deelt het verzoek onmiddellijk na de ontvangst hiervan mede aan de raadsleden, het college en de burgemeester.

3.

De raad beslist bij de vaststelling van de agenda of hij gelegenheid geeft tot het houden van de gewenste interpellatie.

4.

De interpellatie wordt in ieder geval aan de agenda toegevoegd indien minimaal één vijfde van de raadsleden het verzoek tot interpellatie heeft ondertekend.

5.

Het college of de burgemeester geeft bij aanvang van de behandeling van het onderwerp antwoord op de door de interpellant gestelde vragen.

6.

Op de bespreking in de raad is vervolgens het bepaalde in artikel 23 van dit reglement van toepassing met dien verstande dat de interpellant als eerste het woord voert.

Artikel 73. Politieke vragen 1.

Politieke vragen worden bij de griffie ingediend. Deze worden zo spoedig mogelijk gepubliceerd.

2.

Indien bij het college of bij de burgemeester overwegende bezwaren bestaan tegen beantwoording van de gestelde vragen, dan wordt dit aan het betrokken lid en de raad onder opgave van redenen medegedeeld.

3.

Bestaan zodanige bezwaren niet, dan publiceert het college of de burgemeester de antwoorden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 25 werkdagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Dagen in recesperiodes tellen hierbij niet als werkdagen.

4.

De beantwoordingstermijn kan, met opgaaf van reden, maximaal met 10 werkdagen worden verlengd. De reden en de nieuwe verwachte beantwoordingstermijn worden in dat geval medegedeeld aan de vraagsteller en de raad.

5.

Het college of de burgemeester kunnen, op verzoek van de vragensteller, besluiten de vragen mondeling te beantwoorden. Deze beantwoording geschiedt dan, zo mogelijk, in de 26

eerstvolgende raadsvergadering. Bij deze beantwoording worden de raadsleden in de gelegenheid gesteld een korte aanvullende vraag te stellen. Artikel 74. Vragenhalfuur 1.

Het eerste halve uur van iedere raadsvergadering is bestemd voor het stellen van vragen, tenzij er bij de raadsvoorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuurtje op een ander tijdstip wordt gehouden.

2.

Het lid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp met de te stellen vragen ten minste acht uur voor aanvang van de vergadering bij de voorzitter behalve in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering van die dag aan de orde komt.

3.

De aangemelde onderwerpen worden in volgorde van binnenkomst tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld. De raadsvoorzitter kan van deze volgorde afwijken.

4.

Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om vragen aan het college of burgemeester te stellen en daarop een toelichting te geven.

5.

Na beantwoording door het college of burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

6.

Vervolgens kan de raadsvoorzitter aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of burgemeester vragen te stellen over het onderwerp.

7.

Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Artikel 75. Second opinion bij complexe projecten en grote beleidsprojecten 1.

De raad kan besluiten om bij complexe projecten en grote beleidsprojecten een second opinion uit te laten voeren ten behoeve van het instellen van een review-board en/of het aanstellen van een extern deskundige.

2.

Voor het besluiten tot het uitvoeren van een second opinion en het inzetten van het benodigde en beschikbare budget dienen minimaal 13 leden voor te stemmen.

Hoofdstuk VIII. Technische informatie en ambtelijke bijstand Artikel 76. Verzoek tot technische informatie of ambtelijke bijstand 1.

Verzoeken om technische informatie over een bepaald onderwerp worden door een raadslid of commissielid niet-raadslid, desgewenst met tussenkomst van de griffie, gericht aan een inhoudelijk bij het onderwerp betrokken ambtenaar.

2.

De ambtenaar die het verzoek om technische informatie behandelt zorgt voor spoedige beantwoording.

3.

De griffier draagt, op verzoek van een raadslid of commissielid niet-raadslid, zorg voor het verlenen van ambtelijke bijstand, zo nodig met inschakeling van de sectororganisatie.

27

Artikel 77. Weigeren verzoek technische informatie of ambtelijke bijstand 1.

Een verzoek om technische informatie of ambtelijke bijstand kan worden afgewezen als: a. het raadslid of commissielid niet-raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gevraagde informatie of de ambtelijke bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; b. de taakuitoefening van de desbetreffende functionarissen hierdoor aanmerkelijk wordt belemmerd en het verzoek om informatie of de ambtelijke bijstand niet tot meer aanvaardbare omvang kan worden teruggebracht.

2.

De griffier weigert een verzoek op grond van het eerste lid van dit artikel alleen met instemming van het presidium.

3.

Als een sectordirecteur vindt dat geen gevolg gegeven kan worden aan een verzoek om informatie of ambtelijke bijstand, legt hij het verzoek via de gemeentesecretaris voor aan het college of burgemeester. Het college of de burgemeester beslist zo spoedig mogelijk.

4.

Indien het college of de burgemeester besluit een verzoek om technische informatie of ambtelijke bijstand niet te honoreren, legt de griffier dit ter beoordeling voor aan het presidium. Het presidium kan besluiten tot overleg met het college of burgemeester.

Artikel 78. Beklag bij afhandeling verzoek om technische informatie of ambtelijke bijstand 1.

Als een raadslid of commissielid niet-raadslid niet tevreden is met de afhandeling van een verzoek om technische informatie of met verleende ambtelijke bijstand door een van de aangewezen ambtenaren van de sectororganisatie, dan kan hij de zaak voorleggen aan de griffier.

2.

De griffier bespreekt de in het eerste lid bedoelde zaak met de gemeentesecretaris en deelt het raadslid of commissielid niet-raadslid de uitkomst van die bespreking mee.

3.

Als de griffier of het raadslid/commissielid niet-raadslid zich niet kunnen vinden in deze uitkomst, dan wordt de zaak voorgelegd aan het presidium. Het presidium kan besluiten tot overleg met het college of de burgemeester.

Artikel 79. Geen verplichting tot geheimhouding Bij het vragen om ambtelijke bijstand mag degene die deze hulp verleent, niet tot geheimhouding verplicht worden. Hoofdstuk IX. Lidmaatschap van andere organisaties Artikel 80. Verantwoording 1.

Een raadslid, een wethouder, de burgemeester of de gemeentesecretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, doet schriftelijk verslag aan de raad over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn.

2.

Ieder raadslid kan aan een persoon als bedoeld in het vorige lid, politieke vragen stellen. De regels voor het stellen van politieke vragen ex artikel 73 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing.

3.

Wanneer een raadslid een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. 28

De regels voor het houden van een interpellatie ex artikel 70 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing. 4.

Over een voorstel tot ontslag van een door de raad aangewezen lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet beraadslaagd dan nadat in een vergadering, ten minste veertien dagen tevoren gehouden, is besloten te verklaren dat de betrokken persoon niet meer het vertrouwen van de raad bezit als lid van het bedoeld bestuur.

5.

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.

Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 81. Toepassing reglement Bij twijfel omtrent de strekking of betekenis van hetgeen in dit reglement is bepaald en in de gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de raad of commissie op voorstel van diens voorzitter. Artikel 82. Aanhaaltitel en inwerkingtreding 1.

Dit reglement kan worden aangehaald als "Reglement van orde gemeenteraad ’s-Hertogenbosch 2026".

2.

Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van zijn vaststelling.

's-Hertogenbosch, 7 juli 2026, De gemeenteraad voornoemd, De griffier,

De voorzitter,

ValidSigned door drs. W.G. Amesz op 08-07-2026

drs. W.G. Amesz,

drs. J.M.L.N. Mikkers

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17194372/1