Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek Energietransitie
Tekst van het document
Raadsvoorstel Registratienummer
15593115
Raadsvergadering
12 december 2023
Onderwerp
Onderzoek rekenkamer ‘De energietransitie in ’s-Hertogenbosch (Tilburg, Oss, Breda)’ De Rekenkamer ’s-Hertogenbosch heeft samen met de rekenkamers van Tilburg, Oss en Breda onderzoek verricht naar de energietransitie in de vier gemeenten en vraagt de gemeenteraad in te stemmen met haar aanbevelingen.
Voorgesteld besluit De rekenkamer stelt de gemeenteraad voor het volgende te besluiten: 1. Het college te verzoeken inzicht te geven in de stappen die (aanvullend) gezet moeten worden om de doelen voor energiebesparing en warmtetransitie te halen en deze uiterlijk in 2024 aan de raad voor te leggen. 2. Het college te verzoeken om concrete doelen te formuleren voor een aanvullende bijdrage in de RES-regio en deze uiterlijk voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 ter besluitvorming aan de raad voor te leggen. 3. Het college te verzoeken om uiterlijk in 2024 een voorstel voor de informatievoorziening over financiën per project en het detailniveau van planning per project aan de raad voor te leggen. 4. Het college te verzoeken om uiterlijk in 2024 met de raad afspraken te maken over de implementatie van en sturingsmogelijkheden met de nieuwe CO2monitoringssystematiek. 1
5.
6.
Het college te verzoeken het risico van het niet-realiseren van het windproject Duurzame Polder te beheersen door hiervoor maatregelen te treffen en dit inzichtelijk te maken. En om nog voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 met Oss in gesprek te gaan over de verschillende uitgangspunten over de afstandsnorm in de Duurzame Polder. Het college te verzoeken om meer aandacht te geven aan de doelen en samenwerking voor de opwek van duurzame elektriciteit voor de periode na 2030 en het oplossen van de netcongestie die daarmee samenhangt. En in dit verband in te zetten op voortzetting van de RES-samenwerking ook na 2030.
Aanleiding De rekenkamer heeft onderzoek verricht naar de energietransitie In onze gesprekken met de fracties hebben wij opgehaald dat er behoefte is bij raadsleden aan meer helderheid over al dan niet behalen van de doelen van de energietransitie en de sturing en controle van de raad hierop. Op 23 januari 2023 kondigden wij samen met de rekenkamers van Tilburg, Oss en Breda een gezamenlijk onderzoek aan naar de energietransitie in de vier gemeenten. Het onderzoek is afgerond en bestaat uit drie delen: Een rapportage ‘De energietransitie in ’s-Hertogenbosch; Een beknopte factsheet (samenvatting) voor de gemeente ’s-Hertogenbosch; Een algemene rapportage: ‘De energietransitie in Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg’. De rekenkamers geven de gemeenteraden met dit onderzoek inzicht in de stand van zaken van de energietransitie in hun gemeente. Er is gekeken naar de doelen die door de gemeenten zijn vastgesteld en of de gemeenten deze doelen halen. Daarbij zijn mogelijkheden voor de gemeenteraden om te sturen en controleren in beeld gebracht. Door het onderzoek gezamenlijk uit te voeren, konden de verschillende aanpakken van de deelnemende gemeentes worden vergeleken. Mede op basis hiervan zijn aanbevelingen gedaan voor de versterking van sturing en controle door de raad bij de energietransitie.
Ook is per gemeente aangegeven op welk onderdeel men van de andere gemeenten kan leren. 2
De rekenkamers hebben zich bij dit onderzoek laten ondersteunen door onderzoeksbureau TwynstraGudde. Het conceptrapport is voor hoor en wederhoor aan het college voorgelegd. De resultaten van het ambtelijk wederhoor (eventuele feitelijke onjuistheden) zijn verwerkt. Het college heeft een bestuurlijke reactie opgesteld, die als bijlage 3 bij het rapport is gevoegd. De rekenkamer heeft in een nawoord (bijlage 4) gereageerd op de collegebrief. Kernboodschap onderzoek Het onderzoek is in een factsheet (bijgevoegd) kort samengevat. De gemeente ’s-Hertogenbosch ligt voor het duurzaam opwekken ‘enigszins op koers’. De gemeente zet vol in op het realiseren van windproject Duurzame Polder tussen Oss en ’s-Hertogenbosch en heeft geen grote alternatieve projecten. ’s-Hertogenbosch kiest hiermee voor een ‘alles of niets’-aanpak. Als de Duurzame Polder gerealiseerd wordt, haalt ’s-Hertogenbosch de doelstelling ruim, maar als de knelpunten niet (tijdig) opgelost worden, is de kans klein dat de doelstelling in 2030 wordt gehaald. Op het moment dat duidelijk wordt dat de doelstelling niet wordt gehaald, dan is het te laat om alternatieve projecten voor de deadline te realiseren. Wat betreft energiebesparing is nog onvoldoende helder of de gemeente op koers ligt om de doelen te halen.
Ook is onduidelijk of de dalende lijn die is ingezet in het besparen van elektriciteit en warmte blijft doorzetten. Dit is een landelijk probleem. De informatievoorziening aan de raad is volgens afspraak, maar laat niet goed zien of de uitvoering van de energietransitie plaatsvindt binnen de gestelde kaders. De informatie biedt de raad onvoldoende inzicht om tijdig bij te sturen. Beoogd doel Om de raad te laten besluiten over de mogelijke versterking van de rol van de gemeenteraad bij de energietransitie, leggen we dit voorstel voor. In de Gemeentewet is vastgelegd dat de rekenkamer zelf voorstellen doet aan de gemeenteraad over haar onderzoeken. Doel is de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek te laten uitmonden in besluitvorming door de raad.
3
Relevante besluitgeschiedenis 10-10-2018: Duurzaamheidsakkoord - Duurzaam wonen , ’s-Hertogenbosch 2018-2025 Mei 2019: Visie Samenwerken aan een duurzaam 's-Hertogenbosch 2019 9-6-2020: RV Vaststelling Visie energielandschap 2020 6-10-2020: RV Duurzame Polder 2020 18-5-2021: Regionale Energiestrategie 1.0 7-12-2021: Transitievisie Warmte 1.0 16-5-2022: Bestuursakkoord 2022-2026 Argumenten In het onderzoek wordt aanbevolen dat het college inzicht geeft in de stappen die (aanvullend) gezet moeten worden om de doelen voor energiebesparing en warmtetransitie te halen en deze uiterlijk in 2024 aan de raad voor te leggen. Het onderzoek wijst uit dat voor energiebesparing en de warmtetransitie de gemeente nog niet scherp heeft of zij de doelen haalt met de huidige projecten. De raad zou het college moeten verzoeken om zo spoedig mogelijk in beeld te brengen wat er nodig is om deze doelen te behalen en daarbij onderscheid te maken tussen de verschillende doelgroepen: bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het college aan te willen gaan werken met een CO2-monitor waarin per project berekend wordt welk effect dit heeft op de CO2-uitstoot zodat hier beter op gestuurd kan worden.
De rekenkamer beveelt aan om een dergelijke monitor in te richten en daarbij ook scherp te krijgen of de doelen voor energiebesparing en warmte, maar ook opwek van duurzame elektriciteit, gerealiseerd worden. Dan kan prioriteit gegeven worden aan projecten met de meeste impact op de doelen en komt duidelijk in beeld wanneer de projecten onvoldoende zijn om de doelen te realiseren.
4
In het onderzoek wordt aanbevolen om het college concrete doelen te laten formuleren voor een aanvullende bijdrage in de RES-regio en deze uiterlijk voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 ter besluitvorming aan de raad voor te leggen. Het onderzoek concludeert dat als alle projecten in de pijplijn van ’s-Hertogenbosch voor het duurzaam opwekken van elektriciteit worden gerealiseerd, de gemeente meer duurzame elektriciteit opwekt dan nodig voor haar aandeel in de RES-regio. Zowel het college van ’s-Hertogenbosch als de andere gemeenten geven aan dat ’s-Hertogenbosch meer wil realiseren dan haar eigen opgave. Deze aanvullende bijdrage is echter niet vastgelegd in concrete doelen en besluitvorming. Als de raad dit inderdaad wil dan zou het college hiervoor concrete doelen moeten formuleren en deze aan de raad moeten voorleggen. Meer doen dan afgesproken is op zich positief, als dit het behalen van de regionaal en lokaal afgesproken doelen niet in de weg staat. De rekenkamer beveelt de raad daarom aan om op voorstel van het college concrete doelen te stellen voor een aanvullende bijdrage in het duurzaam opwekken van elektriciteit in de RES-regio. De rekenkamer doet de aanbeveling om het college uiterlijk in 2024 een voorstel voor de informatievoorziening over financiën per project en het detailniveau van planning per project aan de raad voor te laten leggen.
Het onderzoekt wijst uit dat financiële informatie en planningen op projectniveau momenteel niet inzichtelijk zijn voor de raad. Nu hoeft de raad niet per se detailinformatie over faseringen en financiën te ontvangen, maar een globaal beeld kan de raad helpen om te controleren en eventuele besluiten te nemen. Welke tussentijdse resultaten kan de raad verwachten? Welke budgetten worden daarvoor besteed en is dat binnen de gestelde kaders of is extra budget nodig? Wat kost het om de CO2-besparing te realiseren? Het ontbreken van inzicht in het uitvoeren van de projecten binnen de financiële kaders en een planning zonder tussentijdse mijlpalen maakt het moeilijk om te bepalen of er bijsturing nodig is. Om dit mogelijk te maken, raadt de rekenkamer het college aan om op korte termijn een voorstel voor te bereiden en met de raad duidelijke afspraken te maken over welke financiële informatie op detailniveau van planning gedeeld wordt met de raad. Om te kunnen controleren op de voortgang in verschillende projecten is een planning met tussentijdse mijlpalen essentieel. 5
Aanbevolen wordt dat het college uiterlijk in 2024 met de raad afspraken maakt over de implementatie van en sturingsmogelijkheden met de nieuwe CO2-monitoringssystematiek. Het college is al van plan om de monitoring van de CO2-reductie die maatregelen opleveren zelf op te gaan pakken, zodat projecten met de meeste CO2-impact prioriteit kunnen krijgen op verzoek van de raad. Ook kan deze nieuwe systematiek duidelijk maken welke stappen nog gezet moeten worden om een CO2-neutrale gemeente te worden en duidelijk te krijgen op welke stappen de gemeente invloed heeft. De raad zou het college moeten vragen om in de implementatie te borgen dat deze monitor ook aan de informatiebehoefte van de gemeenteraad voldoet. Ook is het belangrijk om duidelijk te krijgen welke (bij)sturingsmogelijkheden de nieuwe monitoringssystematiek bevat en te bespreken met de raad of dit voldoende is. De monitor moet op gezette tijden aan de raad worden voorgelegd. In het onderzoek wordt aanbevolen om maatregelen te treffen om het risico van het windproject Duurzame Polder te beheersen en het college nog voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 met Oss in gesprek te laten gaan over de verschillende uitgangspunten over de afstandsnorm in de Duurzame Polder. ‘s-Hertogenbosch zet voor de opwek van duurzame elektriciteit vol in op het realiseren van de Duurzame Polder.
Dat is een keuze die mede gemaakt is omdat er bestuurlijk geen alternatieven mogelijk worden geacht. In het onderzoek komt de vraag op: wat als de duurzame polder niet lukt? Het antwoord op die vraag is deels speculatief, maar in elk geval kan ’s-Hertogenbosch in dat geval haar bijdrage aan de RES niet leveren. De rekenkamer adviseert daarom om het risico van niet realiseren van de duurzame polder goed te beheersen. Dat is op de langere termijn een opdracht aan het college om de verwachtingen bij de partners, waaronder de provincie, te managen. Immers het eventueel niet realiseren mag in 2030 niet als een verrassing komen. Op de kortere termijn betekent dat het - verder - opbouwen van een ‘verantwoordingsdossier’. Daarmee bedoelt de rekenkamer het vastleggen van alle inspanningen, alle risico’s en alle besluiten, ook van de raad, rondom dit project. De raad moet het college vragen om hierover periodiek te rapporteren opdat de 6
raad eventueel tijdig kan bijstellen en waar nodig kan besluiten over te nemen risico’s en beheersmaatregelen. De aanbeveling is ook om hierbij in elk geval het hanteren van verschillende afstandscriteria door ’sHertogenbosch en Oss te betrekken. Momenteel hanteert de gemeente Oss het uitgangspunt dat er minimaal 2 km afstand tussen de windturbines in de Duurzame Polder en de bebouwde kom komt. ’s-Hertogenbosch heeft aangegeven dat zij sturen op minimaal 1 km. Over het algemeen leveren windturbines en de afstand tot woningen weerstand op onder inwoners. Twee verschillende afstandsnormen in hetzelfde windproject is voeding voor dergelijke discussies – nog afgezien van de bestuurlijke en juridische onduidelijkheid – en zou daarom zo veel als mogelijk voorkomen moeten worden. De rekenkamer raadt aan om uiterlijk voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 met gemeente Oss in gesprek te gaan om zo mogelijk de bestaande onduidelijkheid op te heffen. En om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om tot één afstandsnorm te komen, of twee afstandsnormen juridisch gezien naast elkaar kunnen bestaan en te onderzoeken welke bestuurlijke en juridische gevolgen een verschillende afstandsnorm kan hebben.
In het onderzoek wordt aanbevolen om het college meer aandacht te laten geven aan de doelen en samenwerking voor de opwek van duurzame elektriciteit voor de periode na 2030 en het oplossen van de netcongestie die daarmee samenhangt. En om in verband hiermee in te zetten op voortzetting van de RES-samenwerking ook na 2030. In het onderzoek geven geïnterviewden aan dat er gesprekken gestart zijn over het stellen van doelen voor opwek van duurzame elektriciteit voor de periode na 2030. Dit wordt binnen de RESregio gedaan door het herijken van de samenwerkingsstrategie, maar het betekent ook dat ’sHertogenbosch zelf nu alvast aan de slag gaat. Na 2030 zal de vraag naar elektriciteit toenemen, zeker voor een stad als ’s-Hertogenbosch. Gezien de huidige netcongestie, de schaarse ruimte en de krappe arbeidsmarkt is het essentieel om nu voor zover mogelijk voor te sorteren op de periode na 2030. De rekenkamer beveelt de raad aan om het college te verzoeken hier prioriteit aan te geven en in RES-verband en in de gemeente zelf alvast de trends en knelpunten in ogenschouw te nemen. Het belangrijkste knelpunt is netcongestie, één van de grootste risico’s in het realiseren van het windproject Duurzame Polder. Daarom is het essentieel dat op voorstel van het college van ’s7
Hertogenbosch duidelijke afspraken worden gemaakt en besluiten worden genomen over alle acties die het college zelf kan ondernemen om netcongestie op te lossen. Te denken valt aan afspraken en samenwerking met netbeheerders en het vergunningentraject. Het is belangrijk om duidelijk te krijgen wat de consequenties zijn als netcongestie niet voor 2030 wordt opgelost en welke gevolgen dit heeft voor de doelrealisatie. Kanttekeningen en risico’s Met de aanbevelingen en daaraan gekoppelde besluitvorming hoopt de rekenkamer een verbetering aan te brengen in de informatiepositie en de sturende en controlerende rol van de raad in de energietransitie. Mocht uw raad deze aanbevelingen niet overnemen dan bestaat het risico op beperktere mogelijkheden om de controlerende rol goed in te vullen. Financiën Er zijn geen financiële consequenties van dit raadsvoorstel. Duurzaamheid Niet van toepassing. Participatie en communicatie In het onderzoek zijn diverse gesprekken gevoerd en interviews afgenomen met betrokken medewerkers en wethouder van de gemeente ’s-Hertogenbosch en andere gemeenten. Er is een enquête uitgezet onder de raadsleden van de vier gemeenten. Volgens de vastgelegde procedure hebben de ambtelijke organisatie en het college de gelegenheid gehad om te reageren op het conceptrapport.
De reactie van het college en het nawoord van de rekenkamer zijn als bijlage 3 en 4 bij het onderzoeksrapport gevoegd. 8
Hoogachtend, De rekenkamer van ‘s-Hertogenbosch, De secretaris,
drs. H.W.M. Wouters
De voorzitter,
dr. G.W. Goedmakers
Bijlagen 1. Rapport Rekenkamer ‘De Energietransitie in ’s-Hertogenbosch’ inclusief collegereactie en nawoord rekenkamer 2. Factsheet/ korte samenvatting van het rapport 3. Rapport De Energietransitie in ’s-Hertogenbosch, Tilburg, Oss en Breda (algemeen deel)
Registratienummer 15593115 Bevoegdheid raad kaderstellend / controlerend Portefeuillehouder Presidium Commissie Bedrijvigheid, 27 november 2023 Afdeling Rekenkamer / griffie Inlichtingen H.W.M. Wouters / e.wouters@s-hertogenbosch.nl / 073-615 9770
9
Besluit van de raad Registratienummer 15593115 Raadsvergadering
Onderwerp
12 december 2023
Onderzoek rekenkamer ‘De Energietransitie in ’s-Hertogenbosch (Tilburg, Oss Breda)’
De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch; Gezien het voorstel van de rekenkamer, van 9 november 2023; Gelet op de Gemeentewet; Gelet op de Verordening op de Rekenkamer 2023;
besluit: 1. 2. 3.
Het college te verzoeken inzicht te geven in de stappen die (aanvullend) gezet moeten worden om de doelen voor energiebesparing en warmtetransitie te halen en deze uiterlijk in 2024 aan de raad voor te leggen. Het college te verzoeken om concrete doelen te formuleren voor een aanvullende bijdrage in de RES-regio en deze uiterlijk voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 ter besluitvorming aan de raad voor te leggen. Het college te verzoeken om uiterlijk in 2024 een voorstel voor de informatievoorziening over financiën per project en het detailniveau van planning per project aan de raad voor te leggen. 10
4. 5.
6.
Het college te verzoeken om uiterlijk in 2024 met de raad afspraken te maken over de implementatie van en sturingsmogelijkheden met de nieuwe CO2monitoringssystematiek. Het college te verzoeken het risico van het niet-realiseren van het windproject Duurzame Polder te beheersen door hiervoor maatregelen te treffen en dit inzichtelijk te maken. En om nog voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 met Oss in gesprek te gaan over de verschillende uitgangspunten over de afstandsnorm in de Duurzame Polder. Het college te verzoeken om meer aandacht te geven aan de doelen en samenwerking voor de opwek van duurzame elektriciteit voor de periode na 2030 en het oplossen van de netcongestie die daarmee samenhangt. En in dit verband in te zetten op voortzetting van de RES-samenwerking ook na 2030.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 12 december 2023 De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch, De griffier,
De voorzitter,
drs. W.G. Amesz
drs. J.M.L.N. Mikkers
11