Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie 1.0
Tekst van het document
Raadsvoorstel Reg.nr.
:
10876152
B&W verg.
:
30 maart 2021
Commissie :
Onderwerp: Regionale Energiestrategie 1.0
Omgeving
Cie_verg.
:
20 april 2021
Raadsverg.
:
18 mei 2021
1) Status Op grond van uw bevoegdheid kaders voor beleid op hoofdlijnen te stellen, bieden wij u ter vaststelling deze nota over de Regionale Energiestrategie 1.0 aan. 2) Samenvatting De Regionale Energie Strategie (RES) is een instrument om met maatschappelijke partners, bedrijfsleven en bewoners te komen tot een regionaal gedragen keuze voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur. Daarmee kan in de regio invulling worden gegeven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord. Op 9 juli 2020 heeft u ingestemd met de Concept-RES van de regio NoordoostBrabant (NOB). De RES 1.0 is de verdere uitwerking van deze Concept-RES. Deze moet op 1 juli 2021 worden aangeboden aan het Nationaal Programma RES (NP RES). In de RES 1.0 wordt de opgave (‘het bod’) vastgelegd voor de regio en het aandeel van de afzonderlijke gemeenten. Dit bod heeft betrekking op de periode tot 2030. Daarnaast worden de zoekgebieden aangegeven waar grootschalige wind- en zonne-energie gerealiseerd kan worden. De totale opgave voor elektriciteit en besparing is gelijk aan die in de Concept-RES. Echter zijn inmiddels meer zon op dak projecten gerealiseerd waardoor de restopgave kleiner is dan in de Concept-RES. De zoekgebieden in de regio zijn geactualiseerd.
In ’s-Hertogenbosch heeft u deze zoekgebieden in 2020 al vastgesteld in de Visie Energielandschap (7 juli 2020) en de Verkenning Duurzame Polder (6 oktober 2020). De kwantitatieve opgave voor duurzame elektriciteit van de regio is bepaald aan de hand van het huidige elektriciteitsverbruik en de verwachte toekomstige extra elektriciteitsvraag. De totale opgave komt daarmee voor Noordoost-Brabant op 1,6 TWh, gelijk aan 5,8 PJ. Reeds gerealiseerde duurzame energie en de projecten die in de pijplijn zitten zijn hiervan nog niet afgetrokken. Op basis van het huidige aandeel in elektriciteitsverbruik is deze opgave verdeeld over de gemeenten. Voor ’sHertogenbosch betekent dit een bruto opgave van 0,35 TWh (= 1,3 PJ) aan hernieuwbaar op te wekken elektriciteit tot 2030. Conform de opdracht in het Klimaatakkoord moet deze opgave ingevuld worden met wind- en zonne-energie. Daarnaast is in de RES 1.0 een besparingsopgave opgenomen van 11%. Deze opgave voor zowel duurzame opwekking als besparing is gelijk aan de opgave in het Concept-bod. In de RES 1.0 is een stand van zaken per gemeente opgenomen. De restopgave voor ’sHertogenbosch is de opgave die resteert als de gerealiseerde duurzame energieopwekking en de projecten die in de pijplijn zitten worden afgetrokken van de totale opgave. Als bron hanteert de RES 1.0 de openbare gegevens uit de Klimaatmonitor, met als peiljaar 2019.
De meest actuele gegevens ten tijde van de ontwikkeling van de Concept-RES dateren uit 2017. Dit heeft geleid tot verschillende restopgaven in de Concept-RES en de RES 1.0. Dit kan grotendeels verklaard worden door de grote toename van zon op grote daken in deze periode van twee jaar. Daarnaast speelt ook mee dat de Klimaatmonitor een steeds vollediger en daarmee betrouwbaarder beeld geeft, dat eenheden worden
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
3
omgerekend en afgerond en dat aannames met betrekking tot opbrengst van wind en zon in de loop der tijd veranderen. Conform de RES 1.0 is de restopgave voor ‘s-Hertogenbosch 0,24 KWh, wat overeenkomt met 0,86 PJ. In de Concept-RES gingen wij nog uit van een restopgave van 1,04 PJ. Bij het vaststellen van de Verkenning Duurzame Polder heeft u besloten om de volledige restopgave in de polder te realiseren. Ook heeft u besloten dat de opbrengst van de 100 ha zonnevelden van de Bossche opgave in de Duurzame Polder wordt afgetrokken (amendement 6 - RES-opgave voor de hele gemeente). Op basis van dit besluit en de nieuwe restopgave stellen wij voor om de opgave voor de Duurzame Polder te verkleinen naar 0,86 PJ, met aftrek van de opbrengst van 100 ha zonnevelden. Deze opgave is gebaseerd op tabel 1 in de RES 1.0, met als bron de Klimaatmonitor 2019. Deze opgave geldt tot 2030. De zoekgebieden voor wind- en zonne-energie zijn in de RES 1.0 geactualiseerd. Voor de Gemeente ’s-Hertogenbosch vormen de Visie Energielandschap (7 juli 2020, reg. nr. 9693101) en de Verkenning Duurzame Polder ( 6 oktober 2020, reg. nr. 9841637) het kader voor de zoekgebieden in de RES 1.0. De minimale afstand van ca. 1000 meter van plaatsing van een windturbine tot aan de bebouwde kom van omliggende woonkernen is verwerkt in het zoekgebied voor wind.
Dit is conform het raadsbesluit Verkenning Duurzame Polder. Heesch-West is in de RES 1.0 als zoekgebied voor wind komen te vervallen. Hierover hebben wij u geïnformeerd met Raadsinformatiebrief van 25 augustus 2020 (reg. nr. 10233772). De RES 1.0 richt zich op de opgave tot 2030. Uiteindelijk is onze opgave veel groter, en werken wij toe naar een CO2-neutrale gemeente in 2050. Na 2030 zijn de mogelijkheden voor duurzame energie op eigen grondgebied beperkt(er). Regionale samenwerking blijft daarom nu, maar zeker ook na 2030 essentieel om klimaatneutraliteit in 2050 te halen. Deze constatering, maar ook de onzekerheden en risico’s bij de realisatie van zon- en windprojecten onderstrepen het belang om maximaal in te zetten op het behalen van de opgave van de RES 1.0. Bij het proces naar de RES 2.0 in 2023 moeten we blijvend aandacht vragen voor samenwerking met overheden op zowel regionaal, provinciaal als rijksniveau. Met het oog op transportschaarste krijgt samenwerking met netbeheerders hierin bijzondere aandacht. 3) Voorstel: Het college van burgemeester en wethouders stelt de gemeenteraad voor het volgende te besluiten: 1.
Het totale bod van de RES Noordoost-Brabant voor elektriciteit (1,6 TWh of 5,8 PJ), warmte (3 PJ) en besparingen (11%) ongewijzigd te handhaven en daarmee ook het aandeel van Gemeente ’s-Hertogenbosch, zijnde 0,35 TWh (=1,3 PJ) aan hernieuwbaar op te wekken elektriciteit. Dit bod is inclusief wat reeds gerealiseerd is en in de pijplijn zit; 2. Voor het bepalen van de resterende opgave voor ’s-Hertogenbosch uit te gaan van de Klimaatmonitor met als peiljaar 2019, wat neerkomt op 0,24 TWh (= 0,86 PJ); 3. Voor het Bossche deel van de Duurzame Polder 0,86 PJ als opgave - tot 2030 - voor duurzame energieopwekking met wind- en zonne-energie te hanteren met aftrek van het resultaat van de uitvraag naar 100 hectare zon, die binnen de gemeentegrenzen, maar niet in de Rosmalense Polder gerealiseerd wordt; 4. Een kaart met zoekgebieden voor zon en wind op te nemen in de RES 1.0. De basis voor de zoekgebieden in ’s-Hertogenbosch vormen de vastgestelde Visie Energielandschap (7 juli 2020) en de Verkenning Duurzame Polder (6 oktober 2020);
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
4
5. In de regionale samenwerking invulling te geven aan samenwerkingsscenario 2, waarbij de autonomie van gemeenten als leidend principe gehandhaafd blijft; 6. De handreikingen Overwegingskader en 50% lokaal eigendom, in deel III geen bindend kader te laten zijn, maar een hulpmiddel voor de onderbouwing van lokale keuzes in regionaal perspectief.
Steller
: Slaa
Tel.
: 6155347
: p.slaa@s-hertogenbosch.nl
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
5
4) Aanleiding Met de Klimaatwet, die in december 2018 met grote meerderheid werd aangenomen in de Tweede Kamer, geeft de Nederlandse overheid invulling aan het akkoord van Parijs. De Klimaatwet stelt als doel dat Nederland in 2030 49% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990. In 2050 moet deze CO2reductie 95% zijn. Om deze doelstelling te realiseren, heeft het kabinet in juni 2019 een pakket aan maatregelen vastgesteld in het nationaal Klimaatakkoord. De RES-opgave komt voort uit het Klimaatakkoord, waarmee zowel het Rijk als de gemeenten, waterschappen en provincies hebben ingestemd. Het Rijk vraagt de regio om vorm te geven aan de taakstelling van 49% CO2-reductie uit de gezamenlijke landelijke doelstellingen van de klimaattafels Elektriciteit en Gebouwde Omgeving in 2030. Deze taakstelling moet gerealiseerd worden door energiebesparing en nieuwe duurzame energieproductie met bestaande technieken (teneinde in 2030 operationeel te zijn). In de regio Noordoost-Brabant is de opgave tot 2030 bepaald en verdeeld over de gemeenten. Op 9 juli 2020 heeft u ingestemd met de Concept-RES, die op 1 oktober 2020 aan de NP RES is aangeboden. Deze Concept-RES is verder uitgewerkt tot de RES 1.0, die op 1 juli 2021 moet worden aangeboden aan het NP RES. Hiervoor dienen alle gemeenten, waterschappen en provincie de RES 1.0 vóór 1 juli 2021 bestuurlijk te behandelen.
5) Inhoud Nadere toelichting op het onderwerp In de zomer van 2020 stelden de gemeenteraden, het algemeen bestuur van twee waterschappen in de regio Noordoost-Brabant en het college van GS van de provincie Noord-Brabant in met de Concept-RES. Uw raad heeft ingestemd op 9 juli 2020 (reg. nr. 9793082). Daarmee stemden deze partijen in met het gezamenlijk regionaal bod van 5,8 PJ of 1,6 TWh aan hernieuwbaar op te wekken elektriciteit, 11 % besparing van elektriciteit en warmte en 3 PJ hernieuwbaar op te wekken warmte. Dit alles in de periode tot 2030. Ook stemden de deelnemende gemeenten ieder afzonderlijk in met het eigen aandeel daarin. Voor ’s-Hertogenbosch betekende dat een totale opgave van 0,35 TWh (=1,3 PJ) aan hernieuwbaar op te wekken elektriciteit. Dit is inclusief reeds gerealiseerde duurzame energie en de projecten die in de pijplijn zitten. Na aftrek van gerealiseerde duurzame energie (grotendeels afkomstig van windturbine Treurenburg) was de opgave voor ’s-Hertogenbosch 0,34 PJ (= 1,2 PJ). Tevens werd ingestemd met de leidende principes voor regionale samenwerking in de RES Noordoost-Brabant en met het Afwegingskader Landschap (bijlage 3 van de Concept-RES) als handvat voor het afwegen van lokale- en (sub)regionale gebiedskeuzes.
Met dit bod heeft de regio gezamenlijk de verantwoordelijkheid genomen om het gevraagde aandeel te leveren aan de energietransitie, dat nodig is om de doelen uit het nationaal Klimaatakkoord te bereiken. Dit bod werd vervolgens via het Nationale Programma Regionale Energiestrategie (NP RES) voorgelegd aan het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Ook de andere 29 regio’s namen een vergelijkbaar besluit. Op 1 februari 2021 heeft het PBL in een analyse van deze plannen geconcludeerd dat deze vertrouwen geven dat de benodigde opgaven in 2030 worden gehaald. In de tussentijd zijn alle partijen die vertegenwoordigd zijn in de RES, verdergegaan met het werken aan deze opgaven. Zoekgebieden werden verkend en in een aantal gevallen vastgesteld, beleid voor wind en zon besproken, Transitievisies Warmte voorbereid. Er werd gesproken met inwoners, met ondernemers, agrariërs en maatschappelijke organisaties. Ondertussen werd er energie bespaard en duurzame energie opgewekt. Wat op deze manier werd bereikt, vindt u in de RES 1.0 die nu voor u ligt. Deze stand van zaken is gebaseerd op de Klimaatmonitor en heeft als peildatum december 2019.
Dit betekent dat vastgestelde beleidsstukken na 2019, zoals de Verkenning Duurzame Polder en de in december 2020 gepubliceerde selectieleidraad voor 100 ha zon-op-land nog niet zichtbaar zijn in dit www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
6
overzicht. Het overzicht in Hoofdstuk 3.1 (grafiek 1) geeft daarom een vertekend beeld van de stand van zaken. ’s-Hertogenbosch is wel degelijk al actief bezig om de opgave tot 2030 in te vullen. De RES binnen de energietransitie De RES staat niet op zichzelf. Het is één van de kaders voor de energietransitie, waarbij de focus ligt op 2030. Een ander belangrijk kader is de Transitievisie Warmte (TVW), die na de zomer aan u wordt voorgelegd. In de TVW geven wij aan hoe we de transitie naar aardgasvrij gaan vormgeven. Beide trajecten beïnvloeden elkaar. Hoe meer woningen de overstap maken van gas naar elektra, hoe groter de belasting op het elektriciteitsnet. Dus hoe meer energie bespaard kan worden in de gebouwde omgeving, hoe minder duurzame energie opgewekt hoeft te worden en andersom. De RES bevat daarom naast een doelstelling voor duurzame elektriciteit ook een besparingsdoel. Hoe de warmtetransitie en de RES zich tot elkaar verhouden wordt beschreven in de Regionale Structuur Warmte, die onderdeel uitmaakt van de RES 1.0 (bijlage 3). Zowel de RES als de TVW hebben betrekking op de sectortafels gebouwde omgeving en elektriciteit van het Klimaatakkoord. De sectoren industrie, mobiliteit en landbouw zijn andere sectoren binnen het Klimaatakkoord, maar worden hier buiten beschouwing gehouden. Deze zijn wel onderdeel van de Visie Duurzaam ’s-Hertogenbosch.
Verschillen tussen Concept-RES en RES 1.0 De RES 1.0 is een actualisatie van de Concept-RES en geeft dus in de eerste plaats inzicht in de stand van zaken van de realisatie van de opgaven, via de informatie uit de Klimaatmonitor, en een geactualiseerd overzicht van de zoekgebieden zon en wind. De opzet van de RES 1.0 is verder grotendeels gelijk aan die van de Concept-RES. De RES 1.0 is een momentopname waaruit blijkt waar we als regio nu staan. Daarnaast gaat de RES 1.0 ook over regionale samenwerking. Er wordt gevraagd om in te stemmen met de keuze van de stuurgroep voor een vorm van samenwerking, waarbij de autonomie van gemeenten als leidend principe gehandhaafd blijft. Ook de eerdere randvoorwaarden naar het Rijk zijn aangevuld. Nieuw is de informatie over de effecten op- en de optimalisatie van het netwerk. Meer informatie hierover komt terug bij de risicoparagraaf in dit raadsvoorstel. Ook toegevoegd is informatie over de potentie van warmtebronnen bij de Regionale Structuur Warmte. Tot slot is een reactie op alle zienswijzen als bijlage bijgevoegd. Restopgave ‘s-Hertogenbosch In grote lijnen is de inhoud en opzet van de RES in stand gehouden. De monitor laat het goede nieuws zien dat er meer duurzame energie is opgewekt en in de pijplijn zit dan bij de Concept-RES.
Dit verschil wordt nog versterkt door het feit dat tussen de data in de Concept-RES en de RES 1.0 twee jaar verschil zit. Voor beiden is gebruik gemaakt van de Klimaatmonitor als bron. In de ConceptRES dateerden de meest recente getallen uit het jaar 2017, terwijl voor de RES 1.0 cijfers uit 2019 beschikbaar waren. In de RES 1.0 is de restopgave voor ’s-Hertogenbosch ‘nog te realiseren’ 0,24 TWh = 0,86 PJ, terwijl deze in de Concept-RES nog 1,04 PJ bedroeg. Deze afname is voor het belangrijkste deel te danken aan de grote toename van zon-op-dak tussen 2017 en 2019. Het betreft hier grote daken, die een SDE+ subsidiebeschikking hebben ontvangen. Belangrijke opmerking bij de Klimaatmonitor is dat deze doorlopend en met terugwerkende kracht cijfers verwerkt en aannames actualiseert, waardoor bij het raadplegen hiervan andere uitkomsten te zien kunnen zijn dan in de RES 1.0 staan, zelfs als dezelfde peildatum wordt vermeld. De getallen zijn dus nooit 100% en tot achter de komma betrouwbaar. De Klimaatmonitor is echter momenteel het best beschikbare instrument dat openbare en onafhankelijke data verschaft, waardoor gemeenten goed te vergelijken zijn. De getallen in de RES 1.0 zijn met de grootste zorgvuldigheid bepaald en deze beschouwen wij dan ook als realistisch uitgangspunt.
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
7
Relatie tussen RES en Duurzame Polder U heeft bij de vaststelling van de Verkenning Duurzame Polder besloten om de volledige restopgave van 1,04 PJ in de polder te willen realiseren. Wel wordt het resultaat van de uitvraag naar 100 hectare zon van de Bossche opgave in de Duurzame Polder afgetrokken (amendement 6-RES-opgave voor de hele gemeente). De restopgave volgens de RES 1.0 is 0,86 PJ. Aangezien dit een recenter beeld geeft van de daadwerkelijke restopgave, stellen wij voor de opgave voor het Bossche deel van de Duurzame Polder ter verkleinen van 1,04 PJ naar 0,86 PJ, met aftrek van het resultaat van de uitvraag naar 100 hectare zon, die binnen de gemeentegrenzen, maar niet in de Rosmalense Polder gerealiseerd wordt. Deze opgave geldt voor de periode tot 2030 en zal tussendoor niet verder herijkt worden. We willen hiermee duidelijkheid verschaffen naar betrokken partijen zoals omwonenden, initiatiefnemers, gemeente Oss, investeerders, netbeheerder en het Nationaal Programma RES. Opgave 2030 ten opzichte van opgave 2050 Bij het bepalen van de regionale opgave voor 2030 is uitgegaan van het doel om uiteindelijk in 2050 het eigen elektriciteitsverbruik en de warmtevraag in de gebouwde omgeving vrijwel volledig hernieuwbaar op te wekken. Hierbij is rekening gehouden met een toenemende elektriciteitsvraag in de gebouwde omgeving.
Er is daarbij ook een aanname gedaan voor een realistische energiebesparing. De sectoren industrie, landbouw en mobiliteit zijn niet meegerekend in de opgave (m.u.v. de grotere elektriciteitsvraag als gevolg van elektrisch rijden). Denk bijvoorbeeld aan energieverbruik voor procesindustrie. Uiteindelijk is de opgave dus groter dan de RES-opgave. Een onderbouwing van de aannames is te vinden in Bijlage 2: Rapport achtergrond verbruik en potentie. Voor 2030 is de vraag naar elektriciteit nog redelijk te voorspellen, maar voor 2050 is dit erg onzeker en afhankelijk van beleidskeuzes en technische ontwikkelingen. De exacte opgave voor 2050 voor de regio en ook voor ’s-Hertogenbosch is daarom niet te bepalen. Wat we wel weten is dat alles wat we de komende tien jaar niet realiseren, zal leiden tot een grotere opgave daarna. Zonnepanelen en windmolens brengen direct de CO2-uitstoot omlaag. Hoe eerder we deze CO2-uitstoot kunnen terugdringen, hoe groter de kans dat we het doel de temperatuurstijging kunnen beperken tot 1,5 graad, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord. Wat dat betreft is er dus geen maximum, maar zullen we alles op alles moeten zetten om zo snel mogelijk fossiele energie te vervangen door hernieuwbare energie.
Een keuze voor een kleinere opgave in de Duurzame Polder tot 2030 betekent dat we weliswaar voldoen aan de opdracht van het Rijk, maar het wel moeilijker maken om onze eigen doelstelling te halen om in 2050 klimaatneutraal te zijn, door meer beroep te doen op de realisatie van de opgave na 2030. Beoogd resultaat Een door de regio Noordoost-Brabant gedragen RES 1.0, die voldoende ruimte biedt voor de partijen om op eigen wijze, in samenspraak met inwoners en andere belanghebbenden, invulling te geven aan de afgesproken opgaven vanuit het Klimaatakkoord. Een RES die ook handreikingen geeft voor meer lokale zeggenschap én voor het voeren van het gesprek op bovenlokaal niveau. Onderbouwing RES 1.0 De stuurgroep van de RES, waarin bestuurders van alle gemeenten, waterschappen en de provincie zitten, heeft een aantal keuzes gemaakt bij de ontwikkeling van de Concept-RES tot de RES 1.0. De onderbouwing van de belangrijkste keuzes worden hier beschreven. 1. De opgaven blijven dezelfde www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
8
Met het vaststellen van de Concept-RES is gebleken dat iedere gemeente en ook de waterschappen en de provincie zijn deel van de opgaven op zich wil nemen. De noodzaak van de energietransitie is erkend en er is draagvlak om hier werk van te maken. De regio heeft daarmee een goed bod kunnen doen. Aan die opgaven verandert niets. Er zijn geen ontwikkelingen ten opzichte van de concept RES die aanleiding geven voor significante wijzigingen. Ook de analyse van het PBL geeft hiervoor geen aanleiding. Over de manier waarop de opgaven zullen worden ingevuld, zal de komende jaren meer duidelijkheid moeten komen. In de periode tussen de RES 1.0 en RES 2.0 zal de stap van ambitie naar uitvoering worden gemaakt om één en ander op tijd te kunnen realiseren. De rol van de RES-organisatie is de voortgang te monitoren en waar nodig, te ondersteunen. De voortgang zal regelmatig in RES verband worden besproken. Partijen hebben de bereidheid elkaar daarbij te helpen. 2. Zoekgebieden zijn in kaart gebracht In de RES 1.0 worden verschillende soorten zoekgebieden aangegeven: zoekgebieden die door de gemeenteraad zijn vastgesteld en zoekgebieden die in de idee- of verkenningsfase verkeren en waarover nog geen besluit is genomen. Voor ’s-Hertogenbosch heeft u met de Visie Energielandschap (7 juli 2020) en de Verkenning Duurzame Polder (6 oktober 2020) de zoekgebieden reeds vastgesteld.
In de RES 1.0 worden deze zoekgebieden nogmaals bevestigd. 3. Regionale samenwerking krijgt vorm De stuurgroep van de RES, waarin bestuurders van alle gemeenten, waterschappen, netbeheerder en de provincie zitten, heeft verschillende scenario’s voor samenwerking besproken. Van scenario 1: netwerk tot scenario 3: uitgebreide samenwerking waarin alle thema’s vanuit een regionaal kader vorm zouden worden gegeven. Vanuit ’s-Hertogenbosch hebben wij in de stuurgroep een voorkeur uitgesproken voor scenario 3. Regionale afweging is in onze ogen noodzakelijk om suboptimale oplossingen te voorkomen. Dit wordt ook beaamd door de klankbordgroep, die bestaat uit vertegenwoordigers vanuit verschillende organisaties, waaronder jongeren, agrarische ondernemers, bedrijfsleven, woningbouwcoöperaties, energiecoöperaties, omgevingsdienst en natuur- en milieuorganisaties. Desondanks heeft de stuurgroep bij het vormgeven van de RES 1.0 niet gekozen voor dit samenwerkingsscenario, maar voor scenario 2. Uitgangspunt van scenario 2 is dat de lokale autonomie leidend is. Deze keuze betekent aan de ene kant dat de RES bijvoorbeeld een platform is voor uitwisseling van kennis en ervaring, de voortgang monitort en zorgt voor afstemming met de netbeheerders Enexis en Tennet.
Aan de andere kant bespreekt de regionale stuurgroep, op basis van de opgestelde handreikingen, de onderbouwing van de door gemeenten te maken keuzes. Verder zijn er afspraken gemaakt over de inzet van ambtelijke capaciteit van de deelnemende partijen in de RES. Een opzet van de procesafspraken op hoofdlijnen is opgenomen in hoofdstuk 5 van de RES 1.0. Deze keuze betekent ook dat de samenwerking niet vrijblijvend is en dat men bereid is elkaar te ondersteunen en samen te zoeken naar de beste resultaten. Dat laatste gebeurt momenteel vooral in subregio’s of tussen buurgemeenten. 4. Handreikingen voor goede besluitvorming, maar zonder bindend karakter Deel III bevat twee handreikingen: Overwegingskader en 50% lokaal eigendom. Het zijn nadrukkelijk handreikingen en ze hebben geen bindend karakter. Individuele gemeenten kunnen hier hun voordeel mee doen. Het ‘Overwegingskader’ is een handreiking die
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
9
gemeenten helpt bij de onderbouwing van keuzes voor zoekgebieden en projecten voor grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit. Vooruitlopend op de handreiking zijn de Bossche zoekgebieden al ‘in de geest van het overwegingskader’ vastgesteld. De handreiking 50% lokaal eigendom geeft gemeenten handvatten om invulling te geven aan het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. Ook hier hebben wij al op vooruit gelopen. In de Visie Energielandschap is het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom als uitgangspunt opgenomen. Dit draagt bij aan de uitvoering van de motie ‘Publieke uitbating energielandschap’, die op 7 juli 2020 bij de vaststelling van de Visie is aangenomen. Dit streven is overgenomen in de selectieleidraad 100 ha zon en zal ook bij de uitwerking van de Duurzame Polder verder geconcretiseerd worden. 5. Ingediende zienswijzen zijn verwerkt Met de besluitvorming van de Concept-RES in 2020 zijn diverse reacties ingediend. In deze bijlage staan niet alleen de formele reacties, maar ook wat met deze input is gedaan. De door uw raad aangenomen motie ‘Circulair gebruik materialen voor energieopwekking’ bij de Concept-RES (9 juli 2020) staat hierbij ook vermeld.
Het circulair gebruik van materiaal bij de uitvoering van de energieprojecten is toegevoegd aan het leidende principe waar het benutten van de energietransitie op economisch, ecologisch en sociaal vlak staan verwoord (Hoofdstuk 2). Deze motie kan dan ook als afgedaan worden beschouwd.
Communicatie/vervolgprocedure De raadsleden van de regiogemeenten zijn door de RES-organisatie geïnformeerd via o.a. een webinar op 20 januari 2021. Hiervoor werden naast raadsleden ook maatschappelijke organisaties en andere belangstellenden uitgenodigd. Ook hebben de griffies een themabijeenkomst georganiseerd over de regio op 5 februari 2021, waar ook de RES aan bod kwam. Op 7 april 2021 wordt een tweede webinar georganiseerd waar u, met het oog op de bespreking in de raad, nader geïnformeerd wordt en vragen kan stellen. Omdat dit voorstel ook de omgeving van de Duurzame Polder raakt, worden de belanghebbenden van de Duurzame Polder over dit voorstel aan de gemeenteraad via e-mail, online nieuwsbrief en nieuwsbericht op website van Duurzame Polder geïnformeerd. De RES 1.0 is een momentopname van de stand van zaken, inzichten en afspraken op weg naar het doel in 2030. De RES NOB wordt elke twee jaar geüpdatet. Dit betekent dat de RES 2.0 volgt in 2023. Duurzaamheid De RES 1.0 draagt bij aan het onderdeel energietransitie binnen de programmalijn CO2 van de Visie Duurzaam ’s-Hertogenbosch.
6) Financiële paragraaf De vaststelling van de RES 1.0 heeft geen financiële consequenties. De financiering van de RESorganisatie vanuit het Rijk is voorzien tot 1 januari 2022. Voor de periode daarna is een voorstel aan het Rijk in voorbereiding. Uitgangspunt hierbij is dat de kosten voor de RES-organisatie volledig uit de
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
10
Rijksbijdrage worden bekostigd. Met uitzondering van de interne uren van de gemeente. Deze zijn voorzien in de reguliere begroting 2021. 7) Risicoparagraaf
Te weinig capaciteit op het elektriciteitsnetwerk Met het plaatsen van windmolens en zonnepanelen zijn we er nog niet. De geproduceerde duurzame energie moet ook kunnen worden gedistribueerd. Elektriciteitsnetten zijn in het verleden ontwikkeld op een capaciteit die gebaseerd is op de vraag naar elektriciteit met zo laag mogelijke kosten voor de gebruikers. In meer landelijke gebieden is deze vraag relatief beperkt en zijn de netten daarom niet uitgelegd op een grote vraag en dus ook niet voor een grote opwekopgave. De tijdsintensieve uitbreiding van de elektriciteitsnetten, die nodig is om elektriciteit uit deze buitengebieden te transporteren, houdt geen gelijke pas met de snelle realisatie van duurzame opwek op land. Daarbij spelen de hoogte van investeringskosten, de opwek locatie, maar ook een tekort aan geschikte arbeidskrachten een belangrijke rol. Ook de beschikbaarheid van ruimte voor de noodzakelijke netuitbreidingen kan een knelpunt vormen. Dit alles bij elkaar zet grote druk op het elektriciteitssysteem en leidt tot transportschaarste op dit netwerk, ook in de regio Noordoost-Brabant. In enkele gebieden in de regio is transportschaarste al een feit. Deze transportschaarste maakt de grote RES-opgave inzake duurzame opwek zonder ingrijpen moeilijk realiseerbaar.
Om de opwek van duurzame energie in goede banen te leiden, qua timing, investeringsbeslissingen, beschikbaarheid van mensen en middelen, kosten efficiëntie en ruimtelijke afstemming over gemeentegrenzen heen, is continue afstemming tussen de (regionale) overheden en de netbeheerder noodzakelijk. Enexis is als netbeheerder intensief betrokken bij de RES. Daarnaast neemt Enexis de gegevens uit de RES 1.0 mee in een doorrekening en toekomstige investeringsbeslissingen. De doorrekening geeft een indicatie waar er nog ruimte is in het elektriciteitsnetwerk en waar aanpassing nodig is. Meer informatie over transportschaarste en oplossingsrichtingen is te lezen in Hoofdstuk 7.1 van de RES 1.0 De juiste randvoorwaarden vanuit Rijk en provincie ontbreken Het realiseren van het RES-bod vraagt een forse inzet van partijen in de regio. Vertrouwen en een sterke regionale samenwerking is hiervoor nodig. Het is belangrijk dat alle betrokken overheden op basis van gelijkwaardigheid samenwerken vanuit de één-overheid gedachte. Dit vraagt lef en leiderschap over de grenzen van de gemeente, regio en portefeuille heen. Het Rijk en de provincie zijn actieve partners in het proces. Voor de uitvoering van de RES zijn aanvullende instrumenten, regels en middelen van het Rijk en de provincie noodzakelijk. Zonder deze zullen de projecten en afspraken uit deze RES niet tot stand kunnen komen.
De belangrijkste van deze aanvullende instrumenten, regels en middelen staan beschreven in Hoofdstuk 6 van de RES1.0. Ruimtelijke procedures kosten tijd De afspraak in het Klimaatakkoord is om vóór 1 januari 2025 alle vergunningen te hebben verstrekt voor de projecten waarmee (minimaal) de opgave wordt gerealiseerd. Dit zorgt voor een behoorlijke tijdsdruk op procedures. In de eerste helft van 2022 moeten, voor in ieder geval windprojecten, de zoekgebieden bekend zijn waarmee de resultaatsverplichting wordt gerealiseerd. Voor ’s-Hertogenbosch is dat het geval, maar dat geldt nog niet voor alle gemeenten in de regio. Voor zonneprojecten zijn de procedures over het algemeen korter en is de tijdsdruk in mindere mate aanwezig. Daarnaast volgt iedere gemeente haar eigen proces en aanpak rondom participatie, wat zorgvuldig moet gebeuren en daarmee de nodige tijd in beslag neemt. www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
11
We rekenen ons te snel rijk Bij de doorrekening door de PBL blijkt het totaal bod van de regio’s ruim te voldoen aan de opgave. Dat zou de vraag op kunnen roepen: kan het niet wat minder, want we halen het toch wel? In de regio Noordoost-Brabant is het bod niet groter dan de opgave voor de regio, dus wordt van de regio een enorme inspanning gevraagd om de omslag van ambities op papier naar uitvoering te maken. We zijn daarbij, naast bovengenoemde risico’s natuurlijk ook afhankelijk van concrete initiatieven die worden ingediend. Dit geldt overigens voor heel Nederland: Het PBL heeft duidelijk gemaakt dat de status van de opgaven tot nu toe ‘ambities op papier’ zijn en dat de stap naar uitvoering nog gemaakt moet worden. Het risico bestaat dat bij de uitvoering blijkt dat niet alle ambities waargemaakt worden. Bovendien houdt de energietransitie niet op in 2030. Het is de bedoeling om in 2050 geheel klimaatneutraal te zijn. Suboptimale regionale samenwerking Voor ’s-Hertogenbosch is de samenwerking met de regio en daarmee de bereidheid om elkaar te ondersteunen en te zoeken naar de beste oplossingen van groot belang bij de ontwikkeling van duurzame energie. Dit geldt momenteel met name bij de samenwerking met de Gemeente Oss bij de ontwikkeling van de Duurzame Polder.
De keuze van de RES Stuurgroep voor scenario 2 (autonomie van gemeenten) boven scenario 3 (uitgebreide samenwerking) brengt dus een risico met zich mee. Ook bestaat hiermee het risico dat ’s-Hertogenbosch, met een relatief hoog elektriciteitsverbruik maar relatief weinig beschikbare ruimte, na 2030 zeer beperkt mogelijkheden heeft om de opgave naar 2050 in te vullen.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van ‘s-Hertogenbosch, De gemeentesecretaris, De burgemeester,
drs. B. van der Ploeg
drs. J.M.L.N. Mikkers
Bijlagen: RES NOB 1.0 Bijlage 1: Beantwoording zienswijzen concept-RES NOB Bijlage 2: Rapport achtergrondverbruik en potentie Bijlage 3: Regionale Structuur Warmte Bijlage 4: Handreiking Overwegingskader Bijlage 4a: Handreiking afwegingskader landschap Bijlage 4b: Handreiking maatschappelijke kosten baten Bijlage 5: Handreiking 50% lokaal eigendom Bijlage 5a: Business modellen zon en wind
Ter inzage:
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
12
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
13
De gemeenteraad van 's-Hertogenbosch in zijn openbare vergadering van;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d., 30 maart 2021 regnr. 10876152; gelet op de Gemeentewet; Besluit 1. Het totale bod van de RES Noordoost-Brabant voor elektriciteit (1,6 TWh of 5,8 PJ), warmte (3 PJ) en besparingen (11%) ongewijzigd te handhaven en daarmee ook het aandeel van Gemeente ’s-Hertogenbosch, zijnde 0,35 TWh (=1,3 PJ) aan hernieuwbaar op te wekken elektriciteit. Dit bod is inclusief wat reeds gerealiseerd is en in de pijplijn zit; 2. Voor het bepalen van de resterende opgave voor ’s-Hertogenbosch uit te gaan van de Klimaatmonitor met als peiljaar 2019, wat neerkomt op 0,24 TWh (= 0,86 PJ); 3. Voor het Bossche deel van de Duurzame Polder 0,86 PJ als opgave - tot 2030voor duurzame energieopwekking met wind- en zonne-energie te hanteren met aftrek van het resultaat van de uitvraag naar 100 hectare zon, die binnen de gemeentegrenzen, maar niet in de Rosmalense Polder gerealiseerd wordt; 4. Een kaart met zoekgebieden voor zon en wind op te nemen in de RES 1.0. De basis voor de zoekgebieden in ’s-Hertogenbosch vormen de vastgestelde Visie Energielandschap (7 juli 2020) en de Verkenning Duurzame Polder (6 oktober 2020); 5. In de regionale samenwerking invulling te geven aan samenwerkingsscenario 2, waarbij de autonomie van gemeenten als leidend principe gehandhaafd blijft; 6.
De handreikingen Overwegingskader en 50% lokaal eigendom, in deel III geen bindend kader te laten zijn, maar een hulpmiddel voor de onderbouwing van lokale keuzes in regionaal perspectief.
's-Hertogenbosch, De gemeenteraad voornoemd, De griffier,
De voorzitter,
drs. W.G. Amesz
drs. J.M.L.N. Mikkers
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
14