Raadsvoorstel Belastingvoorstellen 2026 Gewijzigd
Tekst van het document
57
2. 3. 4.
van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2026. Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening begraafplaatsrechten 2026".
De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch, De griffier,
De voorzitter,
ValidSigned door drs. W.G. Amesz op 14-11-2025
Drs. W.G. Amesz
Drs. J.M.L.N. Mikkers
58
Tarieventabel 2026 Geldend vanaf 1 januari 2026, behorende bij de verordening op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten voor het gebruik van algemene begraafplaatsen Engelen en Rosmalen in de gemeente 's-Hertogenbosch. Tarieven begraafplaatsen Engelen en Rosmalen
Hoofdstuk 1
Verlenen van rechten
1.1.
Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden voor een periode van 20 jaar, dan wel het doen plaatsen en geplaatst houden van urnen wordt geheven
1.1.1.
voor een enkel particulier graf
€ 2.069,00
59
1.1.2.
voor een dubbel particulier graf
€ 2.069,00
1.1.3.
voor een graf voor een kind beneden 12 jaar
€ 1.035,55
1.1.4.
voor een graf voor een kind beneden 1 jaar
€ 515,65
1.1.5.
voor een urnengraf:
1.1.6.
a. begraafplaats Engelen;
---------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 1.035,55
voor een urnenzuil voor maximaal 2 urnen
€ 2.117,70
60
1.1.7
voor een urnengraf voor een periode van 10 jaar:
a. begraafplaats Engelen;
---------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 560,15
1.2.
Voor het verlengen van het uitsluitend recht als bedoeld onder 1.1 voor een periode van 5 jaar wordt geheven:
1.2.1.
voor een enkel particulier graf
€ 517,80
1.2.2.
voor een dubbel particulier graf
€ 517,80
61
1.2.3.
voor een graf voor een kind beneden 12 jaar
€ 258,35
1.2.4.
voor een graf voor een kind beneden 1 jaar
€ 129,20
1.2.5.
voor een urnengraf:
1.2.6.
a. begraafplaats Engelen;
---------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 258,35
voor een urnenzuil voor maximaal 2 urnen
€ 529,45
62
1.3.
Voor het verlengen van het uitsluitend recht als bedoeld onder 1.1 voor een periode van 10 jaar wordt geheven:
1.3.1.
voor een enkel particulier graf
€ 1.035,55
1.3.2.
voor een dubbel particulier graf
€ 1.035,55
1.3.3.
voor een graf voor een kind beneden 12 jaar
€ 516,75
1.3.4.
voor een graf voor een kind beneden 1 jaar
€ 258,35
1.3.5.
voor een urnengraf:
63
a. begraafplaats Engelen;
---------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 516,75
1.3.6.
voor een urnenzuil voor maximaal 2 urnen
€ 1.058,85
1.4.
Voor het verlengen van het uitsluitend recht als bedoeld onder 1.1 voor een periode van 15 jaar wordt geheven:
1.4.1.
voor een enkel particulier graf
€ 1.553,35
1.4.2.
voor een dubbel particulier graf
€ 1.553,35
64
1.4.3.
voor een graf voor een kind beneden 12 jaar
€ 775,10
1.4.4.
voor een graf voor een kind beneden 1 jaar
€ 387,55
1.4.5.
voor een urnengraf:
1.4.6.
a. begraafplaats Engelen;
---------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 775,10
voor een urnenzuil voor maximaal 2 urnen
€ 1.588,30
65
1.5.
Voor het verlengen van het uitsluitend recht als bedoeld onder 1.1 voor een periode van 20 jaar wordt geheven:
1.5.1.
voor een enkel particulier graf
€ 2.069,00
1.5.2.
voor een dubbel particulier graf
€ 2.071,15
1.5.3.
voor een graf voor een kind beneden 12 jaar
€ 1.033,45
1.5.4.
voor een graf voor een kind beneden 1 jaar
€ 516,75
1.5.5.
voor een urnengraf:
66
a. begraafplaats Engelen;
---------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 1.033,45
1.5.6.
voor een urnenzuil voor maximaal 2 urnen
€ 1.588,30
1.6
voor de huur van een gesloten particuliere urnennis voor een periode van 10 jaar
€ 1.102,70
1.6.1.
voor de huur van een open particuliere urnennis voor een periode van 10 jaar:
a. begraafplaats Engelen;
---------
67
b. begraafplaats Rosmalen
€ 1.004,85
1.6.2.
voor het verlengen van de huur van een gesloten en open particuliere urnennis voor een periode van 5 jaar
€ 500,85
1.6.3.
voor het verlengen van de huur van een gesloten en open particuliere urnennis voor een periode van 10 jaar
€ 1.001,70
1.6.4.
voor het verlengen van de huur van een gesloten en open particuliere urnennis voor een periode van 15 jaar
€ 1.502,50
1.6.5.
voor het verlengen van de huur van een gesloten en open particuliere urnennis voor een periode van 20 jaar
€ 2.016,05
68
1.7.
1.7.1.
voor het bevestigen van een kleine plaquette (gedenkplaatje) op een gedenkzuil voor een periode van 5 jaar:
a. begraafplaats Engelen;
----------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 103,24
voor het bevestigen van een grote plaquette (gedenkplaatje) op een gedenkzuil voor een periode van 5 jaar:
a. begraafplaats Engelen;
----------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 248,19
69
1.7.2.
1.7.3.
voor het verlengen van de bevestiging van een kleine plaquette (gedenkplaatje) op een gedenkzuil voor een periode van 5 jaar:
a. begraafplaats Engelen;
---------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 62,57
voor het verlengen van de bevestiging van een grote plaquette (gedenkplaatje) op een gedenkzuil voor een periode van 5 jaar:
a. begraafplaats Engelen;
---------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 185,62
70
Hoofdstuk 2
Begraven/plaatsen van urnen
2.1.
Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een persoon van 12 jaar of ouder in een particulier graf wordt geheven
€ 612,00
2.2.
Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een kind beneden één jaar in een particulier graf wordt geheven
€ 307,05
2.3.
Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een kind beneden 12 jaar in een particulier graf wordt geheven
€ 307,05
71
2.4.
Voor het plaatsen van urnen in een particulier graf wordt geheven:
a. begraafplaats Engelen;
--------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 204,35
2.5.
Voor het plaatsen van urnen in een particuliere urnennis wordt geheven
€ 204,35
2.6.
Voor het begraven van een persoon in een algemeen graf wordt geheven
€ 1.211,35
2.7.
Voor het verstrooien van as op een verstrooiingsplaats, zonder aanwezigheid van nabestaanden, zonder bericht achteraf:
72
2.7.1.
2.7.2.
a. begraafplaats Engelen;
--------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 53,30
Voor het verstrooien van as op een verstrooiingsplaats, zonder aanwezigheid van nabestaanden, met bericht achteraf:
a. begraafplaats Engelen;
--------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 83,65
Voor het verstrooien van as op een verstrooiingsplaats, in aanwezigheid van nabestaanden:
73
a. begraafplaats Engelen;
--------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 168,00
Hoofdstuk 3
Bijzetten van stoffelijke overschotten en urnen
3.1.
3.2.
Voor het bijzetten van een stoffelijk overschot of de overblijfselen daarvan in een dubbel particulier graf wordt geheven
€ 612,00
Voor het bijzetten van een stoffelijk overschot of de overblijfselen daarvan in een algemeen graf wordt geheven
€ 612,00
74
3.3.
Voor het bijzetten van een urn in een eigen graf wordt geheven:
a. begraafplaats Engelen;
---------
b. begraafplaats Rosmalen
€ 204,35
3.4.
Voor het bijzetten van een urn in een particuliere urnennis wordt geheven
€ 204,35
3.5
Voor het plaatsen van de tweede urn in de urnenzuil zoals vermeld in 1.1.6
€ 204,35
75
3.6
Ingeval van bijzetting na het tiende jaar wordt het uitsluitend recht als vermeld in 1.1. verlengd met even zoveel jaren als de bijzetting plaatsvindt na het tiende jaar.
Voor elk jaar van verlenging wordt geheven
€ 103,75
Hoofdstuk 4
Lichten en ruimen
4.1.
Voor het lichten van een stoffelijk overschot of de overblijfselen daarvan wordt geheven
€
612,00
4.2.
Voor het lichten en weer opnieuw begraven in hetzelfde graf wordt geheven
€
916,95
76
4.3.
Voor het lichten van een urn wordt geheven
€
204,35
4.4.
Voor het lichten en het weer terugplaatsen van een urn wordt geheven
€
307,05
4.5.
Voor het ruimen van een graf op verzoek van de aanvrager wordt geheven
€
906,40
4.6.
Voor het ruimen van een urn op verzoek van de belanghebbende wordt geheven
€
204.35
4.7.
Voor het na ruiming van een graf afzonderen van de overblijfselen van een stoffelijk overschot ten behoeve van crematie of herbegraven wordt geheven
€
612,00
77
Hoofdstuk 5
Overige heffingen
5.1.
Voor het aanleggen van een grafkelder wordt geheven
€
735,90
5.2.
Voor het plaatsen van een gedenkteken wordt geheven
€
73,05
5.3.
Voor het overboeken van particuliere graven in een daartoe bestemd register
€
7,40
5.4.
Voor het ophalen van een urn bij het crematorium en administratie afhandeling:
78
a. begraafplaats Engelen;
--------
b. begraafplaats Rosmalen
€
De gemeenteraad van 's-Hertogenbosch, De griffier,
De burgemeester,
ValidSigned door drs. W.G. Amesz op 14-11-2025
Drs. W.G. Amesz ,
Drs. J.M.L.N. Mikkers
79
66,70
4.
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch, houdende regels betreffende de heffing en de invordering van haven- en liggeld 2026
Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: 1. Binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip; 2. Blokhutboot: Een drijvende accommodatie op een ponton die is ingericht als (vakantie)woning; 3. Haven: alle bevaarbare wateren van de gemeente; 3. Laadvermogen; de in tonnen uitgedrukte hoeveelheid goederen, welke het vaartuig maximaal mag laden; 4. Lading: alle door het binnenschip geloste en ingenomen goederen en verpakkingsmateriaal, containers en trailers, doch zonder daarbij in aanmerking te nemen ballast, brandstof, proviand en andere voor eigen gebruik bestemde scheepsbenodigdheden, de handbagage van de opvarenden voor zover deze met de opvarenden op hetzelfde vaartuig vervoerd worden en schadelijke stoffen als bedoeld in art. 1 van de Wet voorkoming verontreiniging door die schepen (Staatsblad 1983, nr. 683); 5. Meetbrief: een document als bedoeld in artikel 4.1. van de Binnenvaartregeling; 6. Passagiersschip: een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen met of zonder overnachtingsaccommodaties; 7. Pleziervaartuig: een vaartuig dat wordt gebruikt voor vermaak, ontspanning of amateurvisserij, zoals kano's, roeiboten, pleziermotor- en zeiljachten en soortgelijke vaartuigen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor vermaak of ontspanning; 8.
Schipper: degene die de feitelijke leiding over een binnenschip voert; 9. Sleep- of duwboot: een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen en ook zodanig zijn ingericht om te slepen en duwen;
80
10. Tankschip: schip, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het vervoer van onverpakt vloeibare lading in zijn laadruimten; 11. Tarieventabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tabel met daarin opgenomen de tarieven; 12. Ton: een gewichtseenheid van 1.000 kilogram; 13. Vaartuig: elk drijvend lichaam dat blijkens zijn constructie is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van voorwerpen die al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmaken; 14. Vrachtschip: een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer van goederen; 15. Woonschepen: vaartuigen welke uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd als, of die te oordelen naar hun constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd zijn tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen.
81
Artikel 2 Belastbaar feit 1. Onder de naam ‘havengeld’ worden rechten geheven ter zake van vaartuigen die de haven binnenkomen of aan een aanlegplaats der gemeente of particuliere aanlegplaats aanleggen of geheel of gedeeltelijk in een haven ligplaats innemen. 2. Onder de naam ‘liggeld’ worden rechten geheven ter zake van het hebben van een ligplaats voor woonschepen in een haven. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig voor het haven- en liggeld is de schipper, de reder, de eigenaar, de gebruiker van het vaartuig, degene die het vaartuig heeft gecharterd of degene die als vertegenwoordiger voor een van dezen optreedt. Artikel 4 Aanvang van de belastingplicht De rechten zijn verschuldigd zodra het gebruik van de haven, ligplaats, dan wel het genot van de verstrekte diensten in verband met dat gebruik, aanvangt. Artikel 5 Maatstaf van heffing en tarieven 1. Het haven- en liggeld wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor toepassing van de tarieven havengeld: a. Geldt als laadvermogen in tonnen van een vaartuig: het aantal tonnen zoals dat blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief; b. Gelden er vastgestelde tarieven voor passagiersschepen zonder overnachtingsplaatsen;
82
c. d. e. 3.
4. 5.
Gelden er vastgestelde tarieven voor passagiersschepen met accommodaties aan boord voor het overnachten na mate het aantal overnachtingsplaatsen; Geldt een vastgesteld tarief voor pontons en drijvende kranen; Geldt een vastgesteld tarief voor woonschepen, sleep of duwschepen; Voor de toepassing van het tarief voor het liggeld geldt een tarief voor woonschepen per veertien dagen, indien het liggeld voor een periode korter dan 14 dagen wordt geheven dan wordt dat tarief naar rato verminderd. Het havengeld is exclusief BTW. Bij gemis van een meetbrief kan het laadvermogen dan wel de lengte door of namens het college ambtshalve worden bepaald.
Artikel 6 Vrijstellingen Haven- en liggeld worden niet geheven ter zake van: 1. Vaartuigen waarmee van het gemeentelijke vaarwater gebruik wordt gemaakt ten behoeve van het onderhoud van de gemeentelijke havens of havenwerken; 2. Hospitaalschepen of schepen die als zodanig dienstdoen; 3. Vaartuigen uitsluitend voor de openbare dienst in gebruik bij het rijk, provinciën of gemeenten, mits geen lading tegen betaling vervoerende; 4. Vaartuigen, die ten gevolge van ijsgang of andere weersomstandigheden gedwongen zijn langer dan strikt noodzakelijk voor het laden en lossen te blijven liggen; 5. Pleziervaartuigen; 6. Woonboten die op basis van een erfpachtovereenkomst een ligplaats innemen.
83
Artikel 7 Wijze van heffing Het haven- en liggeld wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving in de vorm van een nota of ander gedrukt stuk, waarop het verschuldigde bedrag is vermeld. Artikel 8 Tijdstip van betaling 1. Het haven- en liggeld moet worden betaald op het tijdstip waarop de kennisgeving als bedoeld in artikel 7 wordt uitgereikt. 2. In het geval dat de kennisgeving niet wordt uitgereikt doch toegezonden, dient, in afwijking van het eerste lid, betaling plaats te vinden binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van het haven- en liggeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening Haven- en liggeld 2025”, vastgesteld bij het besluit van de gemeenteraad van 'sHertogenbosch d.d. 13 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Haven- en liggeld 2026".
84
De gemeenteraad van 's-Hertogenbosch, De griffier,
De voorzitter,
ValidSigned door drs. W.G. Amesz op 14-11-2025
Drs. W.G. Amesz
Drs. J.M.L.N. Mikkers
85
Tarieventabel haven- en liggeld 2026 Behorende bij Verordening van de gemeenteraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch, houdende regels betreffende de heffing en de invordering van haven- en liggeld 2026. Omschrijving
Termijn
Tarief
Maatstaf
1. Vracht, tank of containerschip
Per binnenkomst in de haven
€ 0,17
Per ton laadvermogen
2. Overige vaartuigen (pontons, drijvende kranen)
Per binnenkomst in de haven
€ 98,60
Vast bedrag
3. Passagiersschepen zonder overnachtingsaccommodaties
Per binnenkomst in de haven
€ 30,80
Vast bedrag
Havengelden:
86
4. Passagiersschepen met overnachtingsaccommodaties tot 20 personen
Per binnenkomst in de haven
€ 30,80
Vast bedrag
5. Passagiersschepen met overnachtingsaccommodaties tot 50 personen
Per binnenkomst in de haven
€ 77,00
Vast bedrag
6. Passagiersschepen met overnachtingsaccommodaties tot 100 personen
Per binnenkomst in de haven
€ 154,10
Vast bedrag
7. Passagiersschepen met overnachtingsaccommodaties voor meer dan 100 personen
Per binnenkomst in de haven
€ 184,95
Vast bedrag
8. Woonschepen/blokhutboten, sleep- of duwschepen
Per binnenkomst in de haven
€ 30,80
Vast bedrag
87
Toeslag Toeslag bij schutting buiten reguliere openingstijden*
Per doorvaart
€ 360,00
Per 14 dagen
€ 17,50
Liggeld: 1. Woonschepen
Per 14 dagen of gedeelte naar rato daarvan
Bovenstaande tarieven zijn exclusief BTW *) Extra bediening sluis Engelen buiten reguliere bedieningstijden: Buiten de bedieningstijden m.u.v. nieuwjaarsdag, eerste en tweede kerstdag is er de mogelijkheid om extra sluisbediening aan te vragen voor bedrijven die 24/7 laden en/of lossen, hiervoor zal een recht ter vergoeding worden geheven. Dit is op de volgende wijze geregeld: Dit recht gaat worden geheven voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het openen en geopend houden van de sluis. Het verzoek is tevens aan onderstaande regels gebonden:
88
•Een verzoek dient via de mail te geschieden (i.v.m. vaststelling van het verzoek). •De mail hiervoor dient voor 15.30 uur bij de nachtschutting@gmail.com te zijn ontvangen en verzoeken, later dan dit tijdstip ontvangen, worden geweigerd. •Een verzoek kan, buiten bijzondere situaties welke door de coördinator worden beoordeeld, van maandag t/m. zaterdag worden aangevraagd in de periode 1 november tot 31 maart en op zondag vanaf 1 april t/m 31 oktober. •Een verzoek, voor 15.30 uur gedaan en waar gebruik gemaakt wordt van de aanvraag voor een extra doorvaart, wordt in rekening gebracht bij de aanvrager. •Een verzoek welke voor 17.00 uur, op enigerlei wijze, wordt geannuleerd wordt niet in rekening gebracht. •Een verzoek, voor 15.30 uur gedaan, maar waar geen gebruik van wordt gemaakt en niet voor die tijd (17.00 uur), is geannuleerd wordt in rekening gebracht. Bijkomend geldt, dat er maximaal 30 minuten afgeweken mag worden van de aangevraagde aankomsttijd. Mocht het schip de aangevraagde aankomsttijd niet halen wordt deze niet geschut maar het bedrag wel in rekening gebracht.
89
De gemeenteraad van 's-Hertogenbosch, De griffier,
De voorzitter,
ValidSigned door drs. W.G. Amesz op 14-11-2025
Drs. W.G. Amesz
Drs. J.M.L.N. Mikkers
90
5.
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch, houdende regels betreffende de heffing en de invordering van een belasting op honden 2026
Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven terzake van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond. 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. 4. Hij die bij een ander inwoont zonder tot het huishouden te behoren is persoonlijk belastingplichtig. Artikel 3 Vrijstellingen 1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de
91
2. a. b. c. d. e. f.
eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. De belasting wordt niet geheven terzake van honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden of verblijven bij een gastgezin al dan niet in afwachting van een plaatsing; die zijn opgeleid tot en dienen als hulp- of assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig worden gehouden of verblijven bij een gastgezin al dan niet in afwachting van een plaatsing; die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; waarvan de houder in het bezit is van een geldig diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehonden Vereniging.
Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
92
Artikel 5 Belastingtarief 1. De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond b. voor een tweede hond 2.
3.
€ 108,00 € 162,36
c. voor een derde en volgende hond € 217,44 In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 326,04. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. Het tweede lid blijft buiten toepassing indien belastingplichtige verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden indien blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.
Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
93
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting terzake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 9 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder bedraagt dan € 5.000,, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt
94
3. 4.
één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden genoemde termijnen. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing en is het tweede lid niet van toepassing.
Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de hondenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening hondenbelasting 2025", vastgesteld bij het besluit van de gemeenteraad van 's‑Hertogenbosch d.d. 13 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening hondenbelasting 2026”. De gemeenteraad van 's-Hertogenbosch, De griffier, De voorzitter, Drs. W.G. Amesz drs. J.M.L.N. Mikkers ValidSigned door drs. W.G. Amesz op 14-11-2025
95
6.
Verordening op de heffing en de invordering van leges ‘s-Hertogenbosch 2026
Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. maand: het tijdvak dat loopt van de eerste dag in een kalendermaand tot de eerste dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de eerste dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de eerste dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d. jaar: het tijdvak dat loopt van de eerste dag in een kalenderjaar tot de eerste dag in het volgende kalenderjaar; e. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel en ROEB-lijst.
96
Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: 1. Diensten in het openbaar belang verzocht door openbare besturen of openbare instellingen, met uitzondering van de leges genoemd in paragraaf 1 artikel 1.21 en 1.25, paragraaf 2: alle artikelen. 2. Diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; 3. Het in behandeling nemen van een aanvraag voor een uittreksel of afschrift uit de registers van de burgerlijke stand en/of het in behandeling nemen van een aanvraag voor een uittreksel uit de basisregistratie personen, mits de Raad voor Rechtsbijstand een toevoeging heeft afgegeven waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is ter hoogte van het bedrag genoemd in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand dan wel artikel 2a, tweede lid, aanhef en onder a van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand. 4. Het verstrekken van een exemplaar van de bescheiden, genoemd in paragraaf 1 artikel 1.5, van de bij deze verordening behorende Tarieventabel, aan politieke partijen welke aan de laatst gehouden verkiezingen voor de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch hebben deelgenomen. 5. Het verstrekken van losse raadsvoorstellen of commissievoorstellen tot een maximum van drie per vergadering. 6.
Diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend. 7. Het afgeven van: a. “attestaties de vita” of “bewijzen van in leven zijn” strekkende tot ontvangst van pensioenen, wachtgelden, lijfrenten en andere periodieke uitkeringen ten laste van publiekrechtelijke lichamen;
97
b. beschikkingen op bezwaar- en verzoekschriften terzake van gemeentelijke belastingen; c. beschikkingen of afschriften houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging hiervan, betrekkelijk enige gemeentelijke functie of dienstverrichting jegens de gemeente; d. beschikkingen of afschriften daarvan, houdende beslissing op een verzoek om subsidie uit de gemeentekas. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel en ROEB-lijst. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
98
Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen veertien dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen veertien dagen na dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling.
99
Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden 1. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: 1. paragraaf 1.2 (Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. paragraaf 1.3 (Rijbewijzen); 3. paragraaf 1.4 (Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens); 4. artikel 1.23 (Wet op de kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. 2. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van de in artikel 2.1.4 van de tarieventabel genoemde ROEB-lijst. Artikel 11 Overgangsrecht 1.
De Legesverordening 2025, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 13 november 2024 en gewijzigd bij besluit van 3 december 2024 en 1 juli 2025, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
100