CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Atelier- en broedplaatsenbeleid

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Atelier- en broedplaatsenbeleid3.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Atelier- en broedplaatsenbeleid Registratienummer

15505617

Raadsvergadering

12 december 2023

Onderwerp

Atelier- en broedplaatsenbeleid We willen het makersklimaat in onze gemeente verbeteren door structureel te zorgen voor voldoende creatieve werkplekken en een impuls geven aan gebiedsontwikkeling door creatieve makers in te zetten voor placemaking. Zo bouwen we verder aan de Cultuurstad van het Zuiden, en dragen we bij aan de zichtbaarheid van makers, gebiedsontwikkelingen vanuit een creatieve impuls, en aan een levendig klimaat in onze hele gemeente.

Voorgesteld besluit Het college van Burgemeester en Wethouders stelt de gemeenteraad voor het volgende te besluiten: 1.

Vaststellen van de 5 doelen van het atelier- en broedplaatsenbeleid: 1.1 Het borgen van het aantal bestaande beschikbare werkruimtes en uitbreiden van dit aanbod met meer tijdelijke werkruimtes (doelgroep 1, zie bijlage); 1.2 Het bevorderen van doorstroming binnen de atelierpanden en broedplaatsen; 1.3 Het prioriteren van werkruimte voor startende makers (doelgroep 1, zie bijlage); 1.4 Het doorontwikkelen van werkruimtes en ateliers die op individueel niveau worden gebruikt naar creatieve hubs; 1.5 Het creëren en/of faciliteren van broedplaatsen met een positieve (culturele, sociale, economische of andere maatschappelijke) impact binnen gebiedsontwikkelingen (placemaking). 1

Aanleiding De vraag naar werkruimtes vanuit de creatieve sector is al jarenlang onverminderd hoog. Er is structureel weinig werkruimte beschikbaar en er is binnen het beschikbare aanbod niet of nauwelijks sprake van doorstroming.t. We willen met name startende makers beter faciliteren in het vinden van betaalbare en passende werkruimte en het hiermee voor hen makkelijker te maken hun beroepspraktijk in onze gemeente op te bouwen. Naast deze vraag naar werkplekken, signaleren we bovendien kansen om makers en creatieve ondernemers beter te betrekken bij placemaking. Zo willen het mogelijk maken dat makers en creatieve ondernemers met elkaar en hun directe omgeving meerwaarde creëren. We willen het makersklimaat een impuls geven door het aanbod werkruimtes voor nu en in de toekomst beter te borgen. Zo voorkomen we dat het gebrek aan geschikte werkruimtes op termijn tot een verschraling van het Bossche makersklimaat leidt. Het voorliggende Atelier- en broedplaatsenbeleid voorziet hierin.

Beoogd doel We willen de kansen op het vinden van een geschikte werkplek voor professionele (startende) makers en de creatieve sector verbeteren. Daarnaast willen we de toegevoegde waarde die kunstenaars en creatieve makers voor placemaking in gebiedsontwikkelingen kunnen hebben, beter benutten. Waarmee niet alleen de positie van kunstenaars en creatieve makers verbetert, maar ook de aantrekkelijkheid van 's-Hertogenbosch als woon- en werkplaats verder toeneemt. Met het vaststellen van de 5 doelen – zoals ook verwoord en uitgebreider toegelicht in de beleidsnotitie over het Atelier- en broedplaatsenbeleid - brengen we de uitvoering van het atelier- en broedplaatsenbeleid in lijn met de culturele, economische en sociale gemeentelijke ambities. We waarborgen het huidige volume van beschikbare werkruimtes en zetten daarnaast in op het creëren van meer tijdelijke werkplekken voor makers binnen gebiedsontwikkelingen. Hiermee geven we een impuls aan het huidige makersklimaat in onze gemeente, maar we kijken ook naar de toekomst. Juist door nu ruimte beschikbaar te maken voor de talentvolle makers en creatieven in spé, leggen we een sterke basis voor de cultuurstad van morgen. Op deze manier bouwen we verder aan een levendige stad voor al onze inwoners.

Ook maken we met dit beleid slimmer gebruik van de meerwaarde die makers en creatieven kunnen hebben in processen van placemaking binnen gebiedsontwikkelingen, en mede vandaaruit, op economisch of sociaal vlak. In dit atelier- en broedplaatsenbeleid maken we een onderscheid tussen verschillende doelgroepen: kunstenaars (1), 2

creatieve ondernemers en stadsmakers (2) en andersoortige start-ups en scale-ups (3). We lichten bijlage 1 onder ‘doelgroepen’ nader toe hoe we de doelgroepen hebben gecategoriseerd. Na vaststelling van dit voorstel werken we het beleidskader verder uit. Dat doen we op basis van onderstaande hoofdlijnen: In de eerste fase organiseren we een aanbesteding ter selectie van een atelierbeheersorganisatie (zie ‘aanbesteding atelierbeheerfunctie’ in bijlage 1). De kaders van het atelier- en broedplaatsenbeleid vormen de basis van de uitvraag. We selecteren de organisatie die het beste uitvoering kan geven aan deze functie. Dat kan de huidige Atelierbeheer Stichting zijn of een nieuwe organisatie. De geselecteerde organisatie krijgt vervolgens een opdracht om invulling te geven aan de beheersfunctie, met de taak zich hierbij te verhouden tot de kaders (en instrumentaria) van dit atelier- en broedplaatsenbeleid. Voor de toewijzing van werkplekken wordt een externe commissie aangesteld (zie bijlage 1). De beheersorganisatie is daarbij in beginsel verplicht het advies van deze commissie te volgen. In de uitvoering werkt deze beheersorganisatie nauw samen met de externe commissie, bijvoorbeeld waar het gaat om doorstroming.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen onderzoeken we altijd of leegstaand gemeentelijk vastgoed in tijdelijkheid kan worden gevuld met – in de eerste plaats creatieve – en waar mogelijk aanpalende maatschappelijke functies. Ons uitgangspunt is dus dat we leegstand vastgoed benutten, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit niet te doen. We maken hierbij een integrale afweging met aandacht voor o.a. de culturele, sociale en economische meerwaarde, en eventuele ruimtelijke, financiële en juridische consequenties.

Relevante besluitgeschiedenis  Raadsvoorstel Cultuurbegroting 2025-2028 (reg. Nr. 15433039, (in raad van 12 december)  Cultuurnota Cultuur Maakt Mensen (2019, versie 2.0) (bijlage 1 bij Raadsvoorstel)  Raadsvoorstel sociale structuur (15367901, 10 oktober 2023)  Raadsbesluit Economisch perspectief Brede Binnenstad (reg. nr. 9700171, 9 maart 2021)  Raadsinformatiebrief Omgevingsvisie; concept Koersdocument (reg. nr. 14073559, 4 oktober 2023)

Argumenten

3

1.1

Er is een structureel tekort aan werkruimtes voor makers. Dat tekort is ontstaan, omdat het aanbod aan beschikbare werkruimtes kleiner is dan de vraag. Daarnaast verwachten we dat het tekort nog groter wordt in de nabije toekomst, vanwege o.a. het verdwijnen van tijdelijke werkplekken op korte termijn. Het gevolg hiervan is dat makers, en met name startende makers, geen geschikte werkplekken in ’s-Hertogenbosch kunnen vinden. Hoe deze tekorten (zijn) ontstaan en hoe we de hoeveelheid permanente werkplekken gaan borgen, lichten we verder toe in bijlage 1, het Atelier- en broedplaatsenbeleid.

1.2

Er is binnen het huidige aanbod aan werkruimtes te weinig doorstroming, met als gevolg dat er te weinig werkruimtes vrijkomen voor (met name) startende makers. a. De beperkte doorstroming wordt onder meer veroorzaakt doordat een groot deel van de beschikbare ateliers wordt verhuurd aan kunstenaars die al jarenlang gebruik maken van een gesubsidieerde werkruimte. Bovendien beschikt een deel van hen over een permanent atelier vanwege doorlopende huurcontracten. Deze doorlopende contracten frustreren de doorstroming, omdat er hierdoor weinig werkruimtes vrijkomen. b. Ook worden sommige ateliers oneigenlijk gebruikt. De schaarse gesubsidieerde werkruimtes zijn niet bestemd voor opslagdoeleinden, onderverhuur of makers die niet (meer) professioneel werkzaam zijn, maar worden nu wel als zodanig ingezet. Oneigenlijk gebruik is onwenselijk, omdat het enerzijds de druk op een toch al schaars aanbod van werkruimtes vergroot. Daarnaast omdat de gemeentelijke subsidie (in de vorm van gesubsidieerde ateliers die tegen een kostendekkende huur worden aangeboden) niet ten goede komt aan de doelgroepen en beleidsdoelen waartoe deze middelen zijn aangewend. c. Dit gebrek aan doorstroming is op korte termijn met name vervelend voor de instromers, die nu noodgedwongen moeten uitwijken naar werkplekken die voor hen niet betaalbaar zijn.

Maar raakt ook mid-career makers die andere behoeften hebben, bijvoorbeeld meer ruimte. Een goede doorstroming zorgt op den duur voor betere matches tussen verschillende type huurders en het beschikbare aanbod. Door te sturen op doorstroming, zorgen we ervoor dat de beoogde doelgroepen op een juiste manier gebruik maken van de werkplekken. Als college mandateren we een externe commissie van deskundigen om te besluiten over toewijzing, in nauwe afstemming met de organisatie die verantwoordelijk is voor het atelierbeheer. In bijlage 1 gaan we nader in op de rol van deze commissie en de andere instrumentaria ter bevordering van de doorstroming. 4

1.3

Startende makers zijn essentieel voor de invulling van een belangrijke pijler van ons cultuurbeleid: vernieuwen van het aanbod, maar zij vinden moeilijk een plek. a. Om de ambities met betrekking tot vernieuwing en innovatie, zoals geformuleerd in de Cultuurnota Cultuur Maakt Mensen, nu en in de toekomst te kunnen realiseren, en een goede aanwas van nieuw talent te blijven borgen, is het belangrijk dat startende kunstenaars uit doelgroep 1 in de eerste fase van hun carrière de ondersteuning krijgen die nodig is om hun beroepsprakrijk tot wasdom te laten komen. b. Omdat het aanbod aan werkruimtes beperkt is, kunnen we niet alle doelgroepen evenredig faciliteren in de vraag naar werkruimte. We kiezen ervoor om te focussen op startende makers, omdat zij, zoals eerder is beargumenteerd, veel moeite ondervinden met het vinden van een geschikte werkplek. Daarnaast hebben startende makers, net als andere startende ondernemers, nog niet zo’n groot netwerk en financiële middelen om hun beroepspraktijk op te bouwen. Om deze redenen vinden we het gerechtvaardigd dat startende makers prioriteit krijgen. We lichten in bijlage 1 onder doel 3 nader toe hoe dit prioriteren eruitziet.

1.4

We willen het beperkte aanbod van gemeentelijk vastgoed zo efficiënt mogelijk benutten voor werkplekken voor makers. Met de transformatie van de bestaande atelierpanden naar creatieve hubs, maken we het mogelijk dat makers kunnen werken aan hun beroepspraktijk én een positieve impact kunnen hebben op het makersklimaat en, waar mogelijk, op de directe omgeving van de creatieve hub. a. De huidige atelierpanden bestaan veelal uit individuele werkruimtes waar kunstenaars vaak overwegend solitair aan hun beroepspraktijk werken. Uiteraard willen we mogelijk blijven maken dat makers ongestoord kunnen werken. Hierbij vinden we het belangrijk dat er meer kruisbestuiving, kennis- en netwerkdeling gaat plaatsvinden, waar met name ook startende makers mee geholpen zijn. Zo worden de atelierpanden meer dan een verzameling individuele ateliers. Daarom willen we de huidige atelierpanden transformeren naar creatieve hubs, waarin een bepaalde mate van wederkerigheid of kruisbestuiving centraal staat. In de eerste plaats gaan we hierbij uit van creatieve hubs in gemeentelijk vastgoed, maar zien ook kansen om deze aanpak verder te verkennen met private partijen en het bedrijfsleven, bijvoorbeeld door makers te koppelen aan het ondernemers of bedrijven in de vorm van artists in residencies. b. Daarnaast zien we mogelijkheden om de toegevoegde die makers kunnen hebben op sociaal, 5

economisch of ander maatschappelijk vlak beter te benutten. We kunnen meer positieve impact maken op omgevingsniveau door ook in te zetten op kruisbestuiving of wederkerigheid met de directe omgeving. We lichten onder doel 4 in bijlage 1 nader toe op welke manieren makers op cultureel, economisch of sociaal niveau van meerwaarde kunnen zijn en hoe we willen gaan aansturen op dit doel. 1.5

Door makers tijdelijk een werkplek te bieden in vastgoed dat leegstaat gedurende gebiedsontwikkelingen, geven we een impuls aan placemaking. Hiermee maken we deze gebieden, en onze gemeente, aantrekkelijker en levendiger. We willen en kunnen de potentie van leegstaand vastgoed beter benutten. Daarom gaan we in de eerste plaats altijd uit van het in tijdelijkheid vullen van leegstaand gemeentelijk met onder meer creatieve functies, tenzij er uit integrale afwegingen zwaarwegende redenen naar voren komen om dit niet te doen. Zo kunnen in er vrijgekomen ruimtes (meer dan nu) tijdelijke broedplaatsen worden gecreëerd waarin culturele, en eventueel maatschappelijke en commerciële initiatieven en makers samen worden gebracht. Creatieven en maatschappelijke initiatieven dragen zo, op plekken waar dit van meerwaarde is, bij aan placemaking: het middels tijdelijke invulling ruimte geven aan initiatieven en activiteiten die een positieve impuls geven aan de gebiedsontwikkelingen zelf. Dit leidt in veel gevallen tot een verbetering van de leefkwaliteit en identiteit van een gebied, waardoor het aantrekkelijker wordt voor (toekomstige) bewoners. De Tramkade, het Pop-up Stadspark en de Bossche Zomer zijn voorbeelden van hoe cultuur kan bijdragen aan het aantrekkelijker en levendiger maken van een gebied.

Uitgangspunt in deze aanpak in dat we tijdelijke invulling altijd (bijna) kostenneutraal uitvoeren. Dit uitgangspunt vertalen we in de tenders door hierin nadrukkelijk op te nemen dat de beheersorganisatie in de eerste plaats zelf verantwoordelijk is voor een goede exploitatie van deze hubs. Mogelijk zijn er incidenteel aanvullende middelen nodig. Dat lichten we nader toe onder ‘Financiën’. De tijdelijke aard van deze werkplekken wordt geborgd door duidelijke (bruikleen-)contracten af te sluiten met huurders, waarin opzegtermijn en einddatum zijn opgenomen. Zo zijn we transparant naar de huurders toe en zorgen we voor een soepele overgang van tijdelijke invulling naar de (volgende fase van) gebiedsontwikkeling. We illustreren in bijlage 1 onder doel 5 hoe we invulling geven aan dit doel.

6

Kanttekeningen en risico’s 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Risico: De contracten tussen de gemeente en de Atelier Beheer Stichting en de contracten tussen de ABS en de huurders worden ontbonden om een aanbesteding te organiseren voor de beheersfunctie (bijlage 1). We willen niet dat de huidige huurders zomaar op straat komen te staan. Zij krijgen onder het nieuwe beleid een nieuw, maar wel eindig, contract. Risico: huurders die een werkplek in de creatieve hub huren op basis van tijdelijkheid willen niet vertrekken na afloop van de overeengekomen huurperiode. De huurcontracten lopen via de beheerorganisaties. Om de beschreven situatie te voorkomen, nemen we in de tenders voor de beheerder een duidelijke voorwaarde op dat deze (bruikleen)-contracten gesloten dienen af te sluiten waarin opzegtermijn en einddatum ondubbelzinnig zijn opgenomen. Kanttekening: voor kruisbestuiving en kennisdeling zijn juist mid-career kunstenaars nodig. Door met eindige contracten te gaan werken, kunnen makers die van toegevoegde waarde zijn uit de hub verdwijnen. Om dit te voorkomen wordt er in de nieuwe contracten een hardheidsclausule opgenomen waarmee de commissie (zie bijlage 1) beargumenteerd kan afwijken van de standaard huurtermijn van maximaal 2 maal 5 jaar. Met deze standaard volgen we de lijn van de atelierbeheerstichting, die sinds 2021 bij nieuwe huurcontracten ook een standaard termijn van 2 maal 5 jaar hanteert.

Kanttekening: het bevorderen van doorstroming van mid-careers heeft mogelijk tot gevolg dat zij niet makkelijk elders terecht kunnen. We gaan met reguliere vastgoedbeheerders in gesprek om die kunstenaars tegen marktconforme tarieven van een werkplek te voorzien. Kanttekening: doorstroming en het daarmee zorgen voor voldoende ruimte voor startende makers is niet op korte termijn gerealiseerd. We realiseren ons dat dit een proces is van de langere termijn. Juist daarom is het nodig nu te starten, zodat we over een aantal jaar kunnen spreken van een levendiger makersklimaat in onze gemeente. Kanttekening: voor een goed functionerende creatieve hub is een goede mix van makers nodig die zich willen inzetten voor hetzelfde doel. Om hiervoor te zorgen gaan we werken met een commissie. Deze commissie krijgt het mandaat voor toewijzing en toetsing van huurders en is verantwoordelijk voor een goede samenstelling van huurders en activiteiten binnen de hubs. De commissie toetst onder meer op motivatie, professionaliteit van het 7

7.

kunstenaarschap en goed gebruik van de werkruimtes. Risico: Gelet op de huidige vraag naar gemeentelijk vastgoed voor diverse doeleinden, kan er mogelijk niet in elke gebiedsontwikkeling tijdelijk leegstaand vastgoed worden aangewend ten behoeve van het realiseren van werkplekken voor makers. We zijn ons ervan bewust dat er vanuit verschillende beleidsopgaven veel vraag is naar leegstaand vastgoed, zoals voor onderwijs en de huisvesting van statushouders en asielzoekers. Ons uitgangspunt is daarom dat we bij gebiedsontwikkelingen uitgaan van het creëren van werkplekken voor makers en andere creatieve en maatschappelijke functies, tenzij er uit integrale afwegingen zwaarwegende redenen naar voren komen om dit niet te doen.

Financiën Uitvoering geven aan dit beleidskader kan grotendeels budgetneutraal. De aanbesteding (zie bijlage 1, doel 2) van een beheerorganisatie kan gefinancierd worden uit de bestaande begrotingspost atelierbeheer. Uitgangspunt voor het realiseren van tijdelijke creatieve hubs is dat deze (bijna) kostenneutraal moeten zijn. Desondanks verwachten we soms wel aanvullende middelen nodig te hebben, bijvoorbeeld voor onderzoek en benodigde kleine aanpassingen aan gebouwen. Hiervoor maken we €100.000 vrij uit de resterende corona cultuur middelen die we eerder van het Rijk hebben ontvangen. Dit budget brengen we onder in een nieuwfonds ‘Ontwikkelingsfonds creatieve hubs’, waarmee we incidentele kosten kunnen dekken die nodig zijn voor de ontwikkeling van creatieve hubs. We evalueren over 2 jaar de werking van dit fonds en informeren uw raad hierover, en eventuele consequenties leggen we uw raad voor.

Duurzaamheid Niet van toepassing

Participatie en communicatie In de afgelopen anderhalf jaar hebben er meerdere gesprekken plaatsgevonden met makers in onze gemeente. Deze gesprekken hebben bijgedragen aan het formuleren van de doelstellingen van het nieuwe beleid. In de 8

zomer van 2022 is er een gesprek met startende makers (beeldend kunstenaars) op het Stadhuis georganiseerd om in kaart te brengen welke behoeftes startende makers hebben op het gebied van werkruimten. Uit dit gesprek kwam onder meer naar voren dat deze groep makers een duidelijke meerwaarde ziet van werkplekken waar mogelijkheden zijn voor kennisdeling en zakelijke ondersteuning. Ook hebben ze aangegeven geen bezwaar te hebben tegen tijdelijke werkplekken, als er duidelijkheid is over de termijn waarop zij daarvan gebruik kunnen maken. Daarnaast heeft in 2023 een tweetal grote bijeenkomsten voor makers plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomsten zijn de brede behoeftes uit het veld van makers en culturele organisaties opgehaald. Zij noemden voldoende betaalbare werkruimtes en creatieve hubs als een van de belangrijkste prioriteiten voor het makersklimaat in onze gemeente. Ook Stipo, bureau voor stedelijke ontwikkeling, heeft voor haar advies gesprekken gevoerd met diverse belanghebbenden om de huidige situatie in kaart te brengen en de behoeftes uit het veld op te halen. Stipo heeft diverse malen het Tramkadegebied en ateliergebouwen bezocht en gesproken met aldaar actieve initiatiefnemers en gebruikers.

Daarnaast zijn er ook gesprekken geweest met de Bossche Investerings Maatschappij, de Atelierbeheerstichting en de gemeentelijke afdelingen Maatschappelijk Vastgoed, Economische Zaken en Cultuur. De opgehaalde informatie is verwerkt in het advies van bureau Stipo, opgenomen in bijlage 2. Al deze input hebben we meegenomen in bijgaand atelier- en broedplaatsenbeleid, dat we niet als een sluitstuk, maar juist als een beginpunt beschouwen. Zo zien we de toekomstige uitvraag naar beheersorganisaties tevens als een goede gelegenheid om bevindingen uit het veld op te halen.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van ‘s-Hertogenbosch, De gemeentesecretaris,

De burgemeester,

drs. B. van der Ploeg

drs. J.M.L.N. Mikkers 9

Bijlagen

Bijlage 1: Atelier- en broedplaatsenbeleid Bijlage 2: Buro Stipo Advies atelier- en broedplaatsenbeleid Bijlage 3: enquêterapport ABS

Registratienummer

15505617

Bevoegdheid raad Portefeuillehouder Commissie Afdeling Inlichtingen

kaderstellend M. Van der Geld Sociaal 29 november 2023 SB/Cultuur L. Van Huisseling/ l.vanhuisseling@s-hertogenbosch.nl/

10

Besluit van de raad Registratienummer 15505617 Raadsvergadering 12 december 2023 Onderwerp Atelier- en broedplaatsenbeleid De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch, gezien het voorstel van college van 7 november 2023, besluit: Vaststellen van de 5 doelen van het atelier- en broedplaatsenbeleid:

1.1 Het borgen van het aantal bestaande beschikbare werkruimtes en uitbreiden van dit aanbod met meer tijdelijke werkruimtes (doelgroep 1, zie bijlage); 1.2 Het bevorderen van doorstroming binnen de atelierpanden en broedplaatsen; 1.3 Het prioriteren van werkplekken voor startende makers (doelgroep 1, zie bijlage); 1.4 Het doorontwikkelen van werkruimtes en ateliers die op individueel niveau worden gebruikt naar creatieve hubs; 1.5 Het creëren en/of faciliteren van broedplaatsen met een positieve (culturele, sociale, economische of andere maatschappelijke) impact binnen gebiedsontwikkelingen (placemaking).

11

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch van 12 december 2023. De griffier,

De voorzitter,

drs. W.G. Amesz

drs. J.M.L.N. Mikkers

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13428825/4