Raadsvoorstel Aanpassen verordening Burgerinitiatief 2025
Tekst van het document
Raadsvoorstel Registratienummer
17649718
Raadsvergadering
7 mei 2025
Onderwerp
Aanpassen verordening Burgerinitiatief
In de vergadering van 10 december 2024 heeft de raad besloten om het bestaande burgerinitiatief te laten bestaan naast een nieuw laagdrempeliger recht om een onderwerp te agenderen in een raadscommissie. De verordening burgerinitiatief moet daarvoor worden aangepast Voorgesteld besluit Het presidium stelt de gemeenteraad voor het volgende te besluiten: 1. De verordening burgerinitiatief ’s-Hertogenbosch in te trekken; 2. De verordening burgerinitiatief ’s-Hertogenbosch 2025 vast te stellen. Aanleiding Het bestaande burgerinitiatiefrecht wordt nauwelijks gebruikt Sinds 2007 bestaat de mogelijkheid voor burgers om een burgerinitiatief in te dienen. Hier wordt echter slechts weinig gebruik van gemaakt en de raad is op zoek naar manieren om het bereik van het instrument burgerinitiatief te vergroten.
1
Beoogd doel Het burgerinitiatiefrecht laagdrempeliger maken om daarmee het bereik te vergroten In de geldende verordening burgerinitiatief staan veel eisen die het burgers lastig maken om een burgerinitiatief in te dienen. Door een laagdrempeligere variant van het burgerinitiatief toe te voegen kunnen drempels worden weggenomen. Relevante besluitgeschiedenis Initiatiefvoorstel Burgerinitiatief 23-1-2007 Motie burgerinitiatief in raadsvergadering 10 december 2024 Argumenten Het huidige burgerinitiatief is ingewikkeld voor burgers De huidige verordening burgerinitiatief stelt stevige eisen aan vorm en inhoud van een burgerinitiatief. Hoogste drempel daarbij is de eis dat een burgers een ‘beslisrijp’ voorstel moeten aanleveren. Uitgangspunt is namelijk dat de raad een besluit over het burgerinitiatief gaat nemen. En voor besluitvorming van gemeentelijke bestuursorganen gelden nu eenmaal beginselen van behoorlijk bestuur en spelregels over de wijze waarop dat besluit moet worden genomen. Voor de gemiddelde burger is dat lastig zonder professionele ondersteuning en daarom wordt er maar weinig gebruik van gemaakt Door een eenvoudigere variant van het burgerinitiatie toe te voegen, wordt het instrument voor burgers aantrekkelijker om te gebruiken. In de verordening is een nieuwe variant van het burgerinitiatief opgenomen: het burgeridee.
Hierin staat niet het raadsbesluit centraal, maar het debat en daarmee politieke aandacht. Concreet betekent dit dat een burgeridee niet bestaat uit een voorstel aan de raad met daarbij een conceptbesluit. In plaats daarvan kunnen burgers een onderwerp agenderen voor bespreking in een raadscommissie en hiervoor een notitie met vragen aan de raad indienen. Een werkwijze die 2
vergelijkbaar is met een door een raadsfractie opgestelde discussienotitie. De initiatiefnemer kan vervolgens met de commissie in gesprek over de notitie. Het aantal voor een burgeridee benodigde handtekeningen is verlaagd naar vijftig. Daarnaast zijn in de nieuwe variant een aantal eisen vervallen die te maken hadden met het feit dat de raad een besluit over het burgerinitiatief moest nemen. Het bestaande burgerinitiatief blijft ook bestaan, maar wordt hernoemd In de raadsvergadering van 10 december 2024 heeft de raad uitgesproken dat het waardevol blijft dat burger ook een concept-raadsbesluit aan de raad kunnen aanbieden, ook al wordt daar weinig gebruik van gemaakt. De artikelen in de verordening die daar betrekking op hadden blijven daarmee gehandhaafd. Om verwarring te voorkomen wordt hier in de verordening een nieuwe naam voor gebruikt: een burgervoorstel. De term burgerinitiatief wordt hiermee de verzamelnaam voor twee instrumenten, het burgeridee en het burgervoorstel. De beste manier van behandelen van het nieuwe burgeridee wordt werkendeweg bepaald Voorstel is om voor de behandeling van burgerideeën en burgervoorstellen een speciale burgerinitiatiefcommissie in het leven te roepen. Om al te veel bureaucratie met benoemingen te voorkomen, zijn alle raads- en commissieleden vanuit de verordening benoemd als lid van de commissie.
Voor ieder onderwerp kunnen de fracties op basis van expertise vervolgens bepalen wie er daadwerkelijk aan de discussie deelneemt. De voorzitter wordt door het presidium aangewezen. Omdat op voorhand niet duidelijk is wat de beste manier van behandeling van een burgeridee is, is het voorstel om in de verordening nog geen keuze te maken over de wijze van behandeling, maar om in plaats daarvan in de verordening op te nemen dat het presidium bepaalt hoe de commissiebehandeling plaatsvindt. Daarmee wordt ruimte geboden om hiermee te experimenteren. Kanttekeningen en risico’s Ook het burgeridee vraagt van de initiatiefnemer een behoorlijke inzet. Het is niet op voorhand 3
duidelijk of burgers voldoende meerwaarde in het instrument zien om deze inzet ook te leveren. Het is daarom goed om in de volgende raadsperiode te evalueren of het nieuwe burgeridee heeft opgeleverd wat er van verwacht wordt. Financiën Er zijn geen financiële consequenties van dit raadsvoorstel. Duurzaamheid Niet van toepassing. Participatie en communicatie Essentieel is om tegelijk met de invoering van het burgeridee, het instrument burgerinitiatief hernieuwd onder de aandacht te brengen van de inwoners. Als je wilt dat het daadwerkelijk gebruikt wordt, dan moeten inwoners wel weten dat het bestaat. Het presidium zal hiervoor in overleg met de fractievoorzitters een communicatieaanpak ontwikkelen Hoogachtend, Het presidium,
Bijlagen 1. Verordening burgerinitiatief ’s-Hertogenbosch 2024
4
Registratienummer 17649718 Bevoegdheid raad Verordenend Portefeuillehouder Presidium Commissie Bestuur, 17 april 2025 Afdeling Griffie Inlichtingen R. van der Meer / r.vandermeer@s-hertogenbosch.nl / 073-615 5536
5
Besluit van de raad Registratienummer 17649718 Raadsvergadering
Onderwerp
7 mei 2025
Aanpassen verordening Burgerinitiatief
De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch; Gezien het voorstel van het presidium van 17 maart 2025; Gelet op de Gemeentewet;
besluit: 1. 2.
De verordening burgerinitiatief ’s-Hertogenbosch in te trekken; De verordening burgerinitiatief ’s-Hertogenbosch 2025 vast te stellen.
besloten in de openbare vergadering van 7 mei 2025 De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch, De griffier,
De voorzitter,
drs. W.G. Amesz
drs. J.M.L.N. Mikkers
ValidSigned door drs. W.G. Amesz op 08-05-2025
6
Verordening Burgerinitiatief ’s-Hertogenbosch 2025 Hoofdstuk 1 Definities Artikel 1 Definitiebepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a. raad: de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch; b. commissie: een raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; c. college: het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch; d. burgervoorstel: een voorstel van een initiatiefgerechtigde aan de gemeenteraad om een besluit te nemen; e. burgeridee: een in een notitie opgenomen idee van een initiatiefgerechtigde ter bespreking in een raadscommissie; f. initiatiefgerechtigden: personen die het recht hebben gebruik te maken van het burgerinitiatief; g. ingezetenen: personen ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Artikel 2 Commissie Burgerinitiatief Er is een commissie Burgerinitiatief waarin alle raadsleden en commissieleden van de gemeente ’sHertogenbosch zitting hebben en waarvan de voorzitter wordt aangewezen door het presidium; Hoofdstuk 2 Burgervoorstel Artikel 3 Onderwerp burgervoorstel 1. Een burgervoorstel kan worden ingediend over onderwerpen die behoren tot de bevoegdheid van de raad. 2. Een burgervoorstel kan, in ieder geval, niet worden ingediend over de volgende aangelegenheden: a. de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen die de raad geen beleidsvrijheid geeft; 7
b. c. d. e. f. g. h. i. j.
gemeentelijke procedures; de inrichting van de gemeentelijke organisatie; vaststelling en wijzigingen van de gemeentelijke begroting; gemeentelijke belastingen en tarieven; een zaak van louter privé-belang; een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van een bestuursorgaan; een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het bestuursorgaan; een onderwerp waarover in een periode van 12 maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop indiening van het voorstel plaatsvindt, door de raad een besluit is genomen; een onderwerp dat op de agenda van de commissie of de raad staat op het tijdstip waarop indiening van het initiatief plaatsvindt.
Artikel 4 Vormvoorschriften 1. Het burgervoorstel wordt schriftelijk bij de gemeenteraad ingediend en is in de Nederlandse taal gesteld. 2. Een burgervoorstel wordt door ten minste honderd initiatiefgerechtigden ondersteund; 3. Het burgervoorstel bevat: a. een voorstel aan de raad over een door de raad te nemen besluit, voorzien van een nauwkeurige omschrijving en toelichting; b. een globale kostenraming, indien uit de realisering van het burgervoorstel kosten voortvloeien; c. de voornaam, achternaam, adres, geboortedatum en handtekening van de initiatiefnemer; d. een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen. 8
4.
Bovenaan iedere handtekeningenlijst als bedoeld in lid 3 onder d, moet het voorstel aan de raad worden vermeld.
Artikel 5 Indienen burgervoorstel 1. Inwoners die stemrecht hebben voor de gemeenteraadverkiezingen en inwoners van zestien jaar en ouder die vanaf hun achttiende verjaardag stemrecht hebben voor de gemeenteraadsverkiezingen hebben het recht een burgervoorstel bij de raad in te dienen. 2. Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de situatie op de dag van indiening van het verzoek bepalend. Artikel 6 Toetsing 1. Het presidium bevestigt de ontvangst van het burgervoorstel. 2. Het presidium toetst het burgervoorstel aan de eisen uit deze verordening 3. Indien het burgervoorstel niet voldoet aan de eisen uit de verordening stelt het presidium de initiatiefnemers gedurende een termijn van 4 weken in de gelegenheid om de vastgestelde gebreken te herstellen. 4. Indien de vastgestelde gebreken niet binnen deze termijn worden hersteld, wordt het burgervoorstel niet in behandeling genomen. Artikel 7 Behandeling 1. Het burgervoorstel wordt in aanwezigheid van de initiatiefnemer behandeld in de commissie Burgerinitiatief en daarna ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. 2. De voorzitter van de commissie bepaalt in overleg met de initiatiefnemer op welke datum het burgervoorstel in de commissie en de raadsvergadering geagendeerd wordt; 3.
Als blijkt dat de initiatiefnemer niet in de commissievergadering aanwezig kan zijn, wordt de behandeling 9
4. 5.
6. 7. 8.
van het voorstel uitgesteld tot een in onderling overleg te bepalen datum; Het presidium bepaalt de wijze van bespreking, de spreektijdenregeling en het aantal leden per fractie dat aan de commissiebehandeling kan deelnemen; Indien de commissiebehandeling daartoe aanleiding geeft, wordt de initiatiefnemer in de gelegenheid gesteld om het voorstel voorafgaande aan de raadsbehandeling aan te passen. De aanpassing wordt door de initiatiefnemer voorzien van een toelichting. De raad kan een gewijzigd voorstel terugverwijzen naar de commissie voor nadere bespreking. Het besluit van de raad over het burgervoorstel wordt op voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de initiatiefnemer.
Hoofdstuk 2 Burgeridee Artikel 8 Onderwerp burgeridee 1. Een burgeridee kan worden ingediend over onderwerpen die betrekking hebben op het handelen of het nalaten om te handelen van de gemeente ‘s-Hertogenbosch; 2. Een burgeridee kan niet worden ingediend over de volgende aangelegenheden: a. de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen die de raad geen beleidsvrijheid geeft; b. het vaststellen van de gemeentelijke begroting; c. de gemeentelijke belastingen en tarieven; d. een zaak van louter privé-belang; e. een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van een bestuursorgaan; f. een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het bestuursorgaan; g. een onderwerp waarover in een periode van 12 maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop 10
h.
indiening van het initiatief plaatsvindt, door de raad een besluit is genomen een onderwerp dat op de agenda van de commissie of de raad staat op het tijdstip waarop indiening van het initiatief plaatsvindt.
Artikel 9 Vormvoorschriften 1. Een burgeridee wordt schriftelijk bij de gemeenteraad ingediend en is in de Nederlandse taal gesteld. 2. Een burgeridee wordt door ten minste vijftig initiatiefgerechtigden ondersteund; 3. Een burgeridee bevat: a. één of meerdere vragen aan de raad over het onderwerp van het burgeridee; b. de voornaam, achternaam, adres, geboortedatum en handtekening van de initiatiefnemer; c. een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen. 4. Bovenaan iedere handtekeningenlijst als bedoeld in lid 3 onder d, moet het onderwerp van het burgeridee staan. Artikel 10 Indienen burgeridee 1. Inwoners die stemrecht hebben voor de gemeenteraadverkiezingen en inwoners van zestien jaar en ouder die vanaf hun achttiende verjaardag stemrecht hebben voor de gemeenteraadsverkiezingen hebben het recht een burgeridee bij de raad in te dienen 2. Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de situatie op de dag van indiening van het verzoek bepalend. Artikel 11 Toetsing 1. Het presidium bevestigt de ontvangst van een burgeridee; 2. Het presidium toetst het burgeridee aan de eisen uit deze verordening; 11
3. 4.
Indien het burgeridee niet voldoet aan de eisen uit de verordening stelt het presidium de initiatiefnemers gedurende een termijn van 4 weken in de gelegenheid om de vastgestelde gebreken te herstellen. Indien de vastgestelde gebreken niet binnen deze termijn worden hersteld, wordt het burgeridee niet in behandeling genomen.
Artikel 12 Behandeling 1. Het burgeridee wordt in aanwezigheid van de initiatiefnemer behandeld in de commissie Burgerinitiatief; 2. De voorzitter van de commissie bepaalt in overleg met de initiatiefnemer op welke datum het burgeridee geagendeerd wordt; 3. Als blijkt dat de initiatiefnemer niet in de vergadering aanwezig kan zijn, wordt de behandeling van het voorstel uitgesteld tot een in onderling overleg te bepalen datum; 4. De initiatiefnemer wordt in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan de commissiebehandeling van het burgeridee. 5. Het presidium bepaalt de wijze van bespreking, de spreektijdenregeling en het aantal leden per fractie dat aan de discussie kan deelnemen; 6. Als er naar aanleiding van de bespreking moties in de raadsvergadering worden ingediend, stelt het presidium de initiatiefnemer hiervan op de hoogte. Artikel 13 Inwerkingtreding Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Burgerinitiatief ’s-Hertogenbosch 2025" en treedt in werking acht dagen na bekendmaking.
12
Artikelsgewijze toelichting Artikel 1: Artikel 2:
Artikel 3:
Definities Commissie Burgerinitiatief Voor de behandeling van burgerinitiatieven wordt een speciale commissie Burgerinitiatief in het leven geroepen. Om de bureaucratie te beperken is bepaald dat alle raads- en commissieleden zitting hebben in de commissie en dat het presidium de voorzitter aanwijst. Om flexibiliteit in de procedure te houden is daarnaast vastgelegd dat het presidium bepaalt op welke wijze de commissiebehandeling plaatsvindt en hoeveel leden per fractie kunnen deelnemen aan de bespreking. Onderwerp burgervoorstel Omdat de raad over een burgervoorstel een besluit neemt, moet het burgervoorstel betrekking hebben op een bevoegdheid van de gemeenteraad. In lid 2 zijn een aantal onderwerpen opgenomen waarover een burgeridee niet mag gaan: a. de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen die de raad geen beleidsvrijheid geeft; Het is evident dat het weinig zin heeft om te praten over zaken waar de raad verder geen invloed meer op heeft. Dat kan gaan om handelen van de gemeente dat volledig bepaald wordt door landelijke of provinciale wetgeving, maar ook bijvoorbeeld om de besteding van budgetten waarvan door het rijk of provincie verregaand is bepaald hoe het mag worden uitgegeven. b. gemeentelijke procedures dit is een interne gemeentelijke aangelegenheid. c. de inrichting van de gemeentelijke organisatie dit is een intern gemeentelijke aangelegenheid. 13
d. het vaststellen van de gemeentelijke begroting; Hier wordt al uitgebreid over gesproken, inwoners kunnen hierover op de reguliere wijze inspreken; e. de gemeentelijke belastingen en tarieven; Belastingen zijn nodig om de uitgaven van de gemeente te dekken. Discussie over het verhogen/verlagen van belastingen hebben daarom weinig zin als daar geen discussie over de uitgaven aan vast zit. f. een zaak van louter privé-belang; Het is een goed gebruik om in de commissies en de raad niet te spreken over individuele gevallen. g. een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van een bestuursorgaan; Voor klachten is er een voorliggende procedure die beter geschikt is; h. een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het bestuursorgaan; Voor bezwaren is er een voorliggende procedure die beter geschikt is; i. een onderwerp waarover in een periode van 12 maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop indiening van het voorstel plaatsvindt, door de raad een besluit is genomen. Het is niet de bedoeling dat burgers het instrument gebruiken om steeds hetzelfde onderwerp te agenderen. j. een onderwerp dat op de agenda van de commissie of de raad staat op het tijdstip waarop indiening van het initiatief plaatsvindt. Voor onderwerpen die al geagendeerd zijn, heeft een burgeridee geen toegevoegde waarde. 14
Artikel 4:
Artikel 5:
Artikel 6:
Artikel 7:
Vormvoorschriften Een burgervoorstel moet ondersteund worden door honderd handtekeningen. Omdat de raad een besluit moet nemen, moet het voorstel voldoend aan de gebruikelijke eisen die aan een raadsvoorstel worden gesteld, te weten een nauwkeurige omschrijving en toelichting van het voorstel en een kostenraming, indien uit de realisering van het burgervoorstel kosten voortvloeien. Ook zijn een aantal eisen opgenomen over de ondertekening van het burgeridee en de vorm en inhoud van de handtekeninglijsten. Indienen burgervoorstel Net als in de oude verordening kan een burgervoorstel worden ingediend door inwoners van de gemeente die zestien jaar en ouder zijn en of stemrecht hebben voor de gemeenteraadsverkiezingen of stemrecht hebben zodra ze achttien worden. Toetsing Een burgervoorstel wordt bij de gemeenteraad ingediend. Het presidium toetst of het voorstel voldoet aan de eisen. Als het burgervoorstel niet voldoet is er de verplichting om de initiatiefnemer in de gelegenheid te stellen om eventuele gebreken te herstellen. Behandeling De behandeling van het burgervoorstel vindt allereerst in de commissie Burgerinitiatief plaats. Bespreking vindt alleen plaats als de initiatiefnemer aanwezig is. De initiatiefnemer neemt deel aan de bespreking. Na de commissiebehandeling wordt het voorstel geagendeerd voor de raadvergadering.
De initiatiefnemer heeft de mogelijkheid om het voorstel op basis van de commissiebespreking te wijzigen. In de raadvergadering kan de initiatiefnemer niet deelnemen aan het debat.
15
Artikel 8:
Onderwerp burgeridee Een burgeridee moet gaan over een aangelegenheid waar de gemeente betrokkenheid bij heeft. In de verordening is dit geregeld door op te nemen dat een burgeridee moet gaan over het handelen of het nalaten om te handelen van de gemeente. Dit betekent bijvoorbeeld dat het (niet) handelen van Regionale Samenwerkingsverbanden niet onder de werking van de verordening vallen. Het is aan de initiatiefnemer om in het burgeridee de relatie van het initiatief met de gemeente helder te maken. In lid 2 zijn een aantal onderwerpen opgenomen waarover een burgeridee niet mag gaan: a. de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen die de raad geen beleidsvrijheid geeft; Het is evident dat het weinig zin heeft om te praten over zaken waar de raad verder geen invloed meer op heeft. Dat kan gaan om handelen van de gemeente dat volledig bepaald wordt door landelijke of provinciale wetgeving, maar ook bijvoorbeeld om de besteding van budgetten waarvan door het rijk of provincie verregaand is bepaald hoe het mag worden uitgegeven. b. het vaststellen van de gemeentelijke begroting; Hier wordt al uitgebreid over gesproken, inwoners kunnen hierover op de reguliere wijze inspreken; c. de gemeentelijke belastingen en tarieven; Belastingen zijn nodig om de uitgaven van de gemeente te dekken.
Discussie over het verhogen/verlagen van belastingen hebben daarom weinig zin als daar geen discussie over de uitgaven aan vast zit. d. een zaak van louter privé-belang;
16
Artikel 9:
Het is een goed gebruik om in de commissies en de raad niet te spreken over individuele gevallen. e. een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van een bestuursorgaan; Voor klachten is er een voorliggende procedure die beter geschikt is; f. een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het bestuursorgaan; Voor bezwaren is er een voorliggende procedure die beter geschikt is; g. een onderwerp waarover in een periode van 12 maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop indiening van het voorstel plaatsvindt, door de raad een besluit is genomen. Het is niet de bedoeling dat burgers het instrument gebruiken om steeds hetzelfde onderwerp te agenderen. h. een onderwerp dat op de agenda van de commissie of de raad staat op het tijdstip waarop indiening van het initiatief plaatsvindt. Voor onderwerpen die al geagendeerd zijn, heeft een burgeridee geen toegevoegde waarde. Vormvoorschriften Ten opzichte van het burgervoorstel is het aantal benodigde handtekeningen teruggebracht van honderd naar vijftig. Omdat de raad geen besluit hoeft te nemen over een burgeridee is het niet nodig om met het burgeridee een uitgewerkt voorstel met kostenraming aan de raad voor te leggen. In plaats daarvan is opgenomen dat het burgeridee één of meerdere vragen aan de gemeenteraad bevat.
Ook zijn een aantal eisen opgenomen over de ondertekening van het burgeridee en de vorm en inhoud van de handtekeninglijsten. 17
Artikel 10: Indienen burgeridee Net als in de oude verordening kan een burgeridee worden ingediend door inwoners van de gemeente die zestien jaar en ouder zijn en of stemrecht hebben voor de gemeenteraadsverkiezingen of stemrecht hebben zodra ze achttien worden. Artikel 11: Toetsing Een burgeridee wordt bij de gemeenteraad ingediend. Het presidium toetst of het voorstel voldoet aan de eisen. Als het burgeridee niet voldoet is er de verplichting om de initiatiefnemer in de gelegenheid te stellen om eventuele gebreken te herstellen. Artikel 12: Behandeling In tegenstelling tot de behandeling van het burgervoorstel vindt de behandeling van het burgeridee alleen in de commissie Burgerinitiatief plaats. Bespreking vindt alleen plaats als de initiatiefnemer aanwezig is. De initiatiefnemer neemt deel aan de bespreking. Als de commissiebespreking aanleiding voor fracties is om moties in de raad in te dienen, wordt dit gemeld aan de initiatiefnemer.
18