CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Proeftuin 't Zand Rapportage haalbaarheidsstudie

Gemeenteraad 20 september 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Voortgang Proeftuin ’t Zand14.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

26

De grootte van de centrale technische ruimte zal impact hebben op de omgeving. Eerdere ervaring met vergelijkbare installaties leren dan ook dat hier rekening mee gehouden dient te worden. Een oplossing om te centrale technische ruimte in te omgeving in te passen zou de onderstaande figuur kunnen geven. Hier is een vergelijkbare installatie zodanig ontworpen dat hij onderdeel wordt van de omgeving met meerdere functies (zoals een ontmoetings- en speelplek).

Figuur 11 Ter illustratie inpassing installatie in de omgeving

27

3.4.2 WKO-bronnen

Een WKO-bron bestaat uit een koude- en een warmtebron. Deze twee samen worden een doublet genoemd. Er worden drie WKO doubletten in de wijk geplaatst om in de wintermaanden warmte te leveren aan het wijknet en in de zomer koude te leveren. Om onbalans in de WKO-bronnen te voorkomen moet alle warmte die uit de WKO-bronnen gehaald wordt in de winter, in de zomer geregenereerd worden. Dit gebeurt doormiddel van koeling (restwarmte) van de woningen en warmte uit de Stadsdommel. Echter is de verwachting dat, vanwege het afgiftesysteem in de woningen (er is geen vloerverwarming), de koelafgifte in de woningen beperkt is. Daarom is het regeneratievermogen vanuit het oppervlaktewater bepaald zonder koeling vanuit de woningen. De hoeveelheid warmte te regenereren is ca. 2500 MWh, dit gebeurt met een vermogen van 1206 kW. De WKO bronnen zijn gedimensioneerd op de verwachte warmte piekvraag in de winter. Die is ca. 3000 kW, met dT = 6K, geeft dat een debiet van 423 m³/h. Het maximale vermogen van een WKO doublet in de wijk is bepaald door IF technology5, op 150 m³/h. Tevens blijkt uit onderzoek van Sweco (zie bijlage B) dat er binnen de wijk maximaal drie doubletten te realiseren zijn. Dit maakt het totale WKO debiet 450 m³/h waarmee het mogelijk is om tegenvallende WKO prestaties te compenseren.

Figuur 12 Schematische weergave WKO-doubletten. Drie doubletten, waarbij er drie koude en drie warmte bronnen zijn weergegeven met elk een eigen pomp en regeling.

5

Eindrapport Verkenning bodemenergie Noordelijke Spoorzone 20 mei 2021_IF Technology 28

3.4.3 Warmtepomp in de woningen

Elke woning wordt voorzien van een individuele water/water warmtepomp met tapwaterboiler. De warmtepomp waardeert de warmte uit het wijknet op tot een nuttige temperatuur voor ruimteverwarming en/of warm tapwater.

Indicatieve afbeelding Afmetingen (l*b*d in mm) Warmtepomp: 685 x 560 x 389 Boilervat (200l): 1418 x 600 x 600

Figuur 14 Voorbeeld water-water warmtepomp en buffervat

Via de warmtepomp kan de woning - indien gewenst – middels de LT-radiatoren ook passief gekoeld worden.

Figuur 14 Voorbeeld LT radiator

Door gebruik te maken van een tapwaterboiler kan het warmtepompvermogen beperkt blijven en heeft elke woning toch voldoende warmwater beschikbaar. De warmtepomp zorgt voor een goede uitkoeling van het wijknet (in winterbedrijf regelt de warmtepomp op een retourtemperatuur van 5 °C), zodat de WKO goed benut kan worden.

29

In het principeschema (bijlage A) zijn vier bedrijfscenario’s bijgevoegd ter illustratie van de stroming, schakelingen en temperaturen voor de zomer en winter in het geval van tapwaterverwarming, ruimteverwarming en ruimtekoeling. Onderstaande figuur geeft de schematische weergave van de warmtepompen in de woningen weer. Per woning is er gekeken naar de dimensionering van de warmtepomp met benodigd vermogen (zie bijlage D pagina 7) en heeft een toetsing op de ruimtelijke inpassing plaatsgevonden.

Figuur 15 Schematische weergave warmtepomp in de woning, weergegeven is het benodigde schema om zowel koude in de zomer te kunnen leveren als ruimteverwarming tijdens het stookseizoen en tapwater gedurende het hele jaar.

30

3.4.4 Locatiebepaling installaties

De installatieruimtes dienen in de wijk geplaatst te worden. Voor de centrale technische ruimte is gezocht naar een locatie waar de centrale technische ruimte van ca. 70m2 geplaatst kan worden en hierbij ook nog twee buffervaten van elk 150m3 geplaatst kunnen worden. Hiervoor is slechts één geschikte locatie geïdentificeerd, het Sint Luciaplein. Wel zijn er eventueel mogelijkheden om de centrale techniekruimte in het Willem II theater te plaatsen, deze optie dient echter nader onderzocht te worden. Daarnaast is er een locatie voor de TEO techniekruimte gevonden. Vereiste is dat deze zich aan de kade van de Stadsdommel bevind. Deze locatie is gekozen omdat deze het eenvoudigst bereikbaar is tijdens de realisatie. Het is echter mogelijk om deze op een ander punt van de kade te plaatsen. Beide locaties zijn weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 16 Locaties technische ruimtes

31

Het TEO systeem voedt de WKO bronnen. Vereiste was dat de WKO bronnen zich in de wijk bevinden, daarnaast geeft het Bodemenergieplan Noordelijke Spoorzone van IF Technology ook specifieke warmte- en koudezones en minimale afstanden tussen de bronputten. Samen met de gemeente ’s Hertogenbosch en Sweco zijn vervolgens de selectiecriteria vastgesteld voor de locatiekeuzes van de WKO bronnen. Het resultaat is hieronder zichtbaar, voor elke locatie wordt er voor de eerste keuze gegaan. Wat hierbij opvalt is dat de meeste westelijke warme WKO bron zich net buiten het projectgebied bevindt. Dit heeft als reden dat de demarcatie van de geografische scope van het project precies op de grens van de warmtezone loopt. Wanneer deze grens hard aan wordt gehouden is het niet mogelijk om drie WKO-doubletten in de wijk te realiseren en daarmee wordt het project technisch onhaalbaar. Daarom is er voor gekozen om één WKO bron net buiten het projectgebied te plaatsen. Voor de uitgebreide rapportage van de studie naar de WKO bronnen zie ook bijlage B.

Figuur 17 Locaties WKO bronputten

32

3.4.5 Tracé van het wijknet

Het wijknet is een kunststof leidingnet waarmee de WKO bronnen en afnemers met elkaar worden verbonden. Vanuit de centrale techniekruimte wordt de warmte met de gewenste temperatuur verpompt naar de afnemers. Elke woning wordt via aansluitleidingen aangesloten op het wijknet. Bij collectieve gebouwen met gestapelde woningen wordt het wijknet inpandig via verdeelleidingen en stijgleidingen naar de woningen gebracht. Voor de schouwresultaten m.b.t de inpassing van de leidingen in de referentiewoningen zie bijlagen D1 t/m D6. Onderstaande figuur geeft de voorgestelde tracés van het wijknet (voor volledige tekening zie bijlage C). Deze zijn tot stand gekomen met inachtneming van de volgende factoren: -

(Kortste) Afstand Aanwezige kabels & leidingen Omgevingsonderzoeken (als MER beoordeling, KLIC melding, Kadastergegevens, Overzicht publieke eigenaren, overzicht overige omgevingspartijen (bijvoorbeeld TenneT) Aanwezige barrières zoals (water)wegen, spoorlijnen en gevaarlijke buisleidingen Grondsoort en grondwaterstand, bodemverontreiniging, archeologische waarden en natuur Privaat / publiekrechtelijk eigendom

Figuur 18 Tracéschets 33

Vervolgens zijn de verschillende tracés zowel hydraulisch als thermisch doorgerekend. Dit geeft de volgende resultaten betreffende de diameters. Alle leidingen zijn ongeïsoleerd, omdat het een zeer laag temperatuurnet betreft, waardoor het warmteverlies naar de bodem relatief klein is. 3.4.5.1 Wijknet tracé

Figuur 19 Tracé leidingdiameters wijknet (ongeisoleerde leidingen)

Figuur 20: Overzicht leidingdiameters wijknet 34

3.4.5.2 Tracé bronputten warmte

Figuur 21 Tracé leidingdiameters bronputten warmte

Figuur 22 Overzicht leidingdiameters bronputten warmte

De gegeven lengtes dienen door twee gedeeld te worden omdat het hier een enkele leiding betreft. Gecorrigeerde lengtes per DN-maat: - 200mm: 205m - 315mm: 80m - 355mm: 139m 35

3.4.6 Tracé bronputten koude

. Figuur 23 Tracé leidingdiameters bronputten koude

Figuur 24 Overzicht leidingdiameters bronputten koude

De gegeven lengtes dienen door twee gedeeld te worden omdat het hier een enkele leiding betreft. Gecorrigeerde lengtes per DN-maat: - 200mm: 241m - 250mm: 34m - 315mm: 47m 36

3.5 Reductie van CO2-uitstoot Het geschetste warmtenet heeft, in 2030, een verwachte reductie in CO2-uitstoot van 64% ten opzichte van de huidige situatie (aardgas gestookte ketels). Er wordt niet naar de huidige elektriciteitsmix gekeken omdat deze grotendeels "grijs" wordt opgewekt en het warmtenet niet op korte termijn gerealiseerd is. Door de verduurzaming wordt de Nederlandse elektriciteitsmix echter steeds groener, zodat het percentage in 2030 naar schatting 64% bedraagt. De CO2-uitstoot van het warmtenet wordt dus navenant lager. Onderstaande berekening laat zien hoe tot deze waarde gekomen is.

37

4. Financiën In dit hoofdstuk worden de financiën achter de techniek beschreven. Als eerste komen het volloopschema en de totale investeringskosten aan bod. Deze dienen als input voor de integrale business case. De uitkomsten van de business case worden weergeven in een uiteindelijk bijdrage aansluitkosten (BAK). Als laatste worden de resultaten van de gevoeligheidsanalyse besproken.

4.1 Volloopschema Het gehele project zal in één keer gerealiseerd worden. Het is mogelijk dit over drie jaar te spreiden maar dit zou zich beperken tot het aansluiten van de woningen. De installaties zullen direct op volledige grootte gerealiseerd moeten worden om onnodige extra kosten te voorkomen die zich voordoen wanneer een installatie een jaar later uitgebreid moet worden. Het is ook logischer om de WKO-bronnen in één keer te realiseren, zo hoeft er maar één keer een boorinstallatie gehuurd te worden en heeft de wijk maar één keer overlast (in plaats van drie keer). Om ook de overlast en de kosten van de aanleg van het warmtenet zo klein mogelijk te houden zal het volledige warmtenet (wijknet en WKO-net) in één keer worden aangelegd. Dit heeft als bijkomend voordeel dat het wijknet en WKO -net gelijktijdig gelegd kunnen worden waardoor de kosten lager kunnen uitvallen.

38

4.2 Totale investeringskosten De totale investeringskosten komen voort uit drie bronnen: - De woningen - Het tracé - De technische installaties De investeringskosten voor de woningen zijn voortgekomen uit de woningschouwen en zijn uiteengezet in bijlage J. Belangrijk hierbij om op te merken is dat niet de volledige investeringskosten van de woningen zijn meegenomen in de business case. Dit komt omdat er gerekend wordt met een aansluitpercentage van 85%, wat betekent dat er ook maar met 85% van de totaal geraamde kosten gerekend wordt. Voor het tracé zijn drie verschillende ramingen gemaakt met behulp van het SSK-rekenmodel (Standaard Systematiek Kostenramingen), een voor het wijknet tracé en één voor elk WKO tracé (koud en warm). De uitkomsten van deze ramingen zijn te vinden in bijlage I. De ramingen voor de technische installaties zijn te vinden in bijlagen G en H. Al deze posten dienen als input voor de business case. Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de totale investeringskosten welke uitkomen op € 18.829.405. Investeringen Woningen Totale kosten aanpassing afgifte systemen Totale kosten warmtepompen Totale isolatiekosten Totaalkosten aansluitleidingen, afleversets verwijderen gas-cv, en elektrisch koken Subtotaal woningen

10.305.805

Tracé Bronleidingen (WKO-TR) Wijknet Subtotaal Tracé

430.000 2.600.000 3.030.000

Installaties WKO putinrichting Technische ruimte incl. installaties In- en uitlaat combinatie (TEO) WKO Subtotaal installaties

384.800 2.134.000 296.000 2.678.800 5.493.600

Totaal investeringen

18.829.405

2.789.700 3.491.800 2.099.500 1.924.805

4.3 Integrale business case 39

Vanuit het technisch ontwerp en de investeringskosten kan de business case opgesteld worden. De resultaten hiervan zullen in deze paragraaf besproken worden. De volledige business case kan gevonden worden in Bijlage K. 4.3.1 Operationele inkomsten en uitgaven

De operationele inkomsten bestaan uit het verkrijgen van een vastrechtvergoeding voor de aansluiting op het warmtenet en een leasevergoeding6 voor de warmtepomp in de woning. Omdat er geen bruikbare warmte aan de woningen geleverd wordt mag hier ook geen vergoeding voor gevraagd worden7. De operationele uitgaven bestaan uit de inkoop van elektriciteit, de kosten van de leverancier (administratieve kosten) en de beheer en onderhoudskosten. De samenvatting van deze kosten zijn weergegeven in onderstaande tabel. Aantal woningen

388 (85% van 456) totaal

per woning

Operationele inkomsten Vaste jaarlijkse inkomsten Variabele jaarlijkse inkomsten Totale operationele inkomsten

452.657 452.657

1.168 1.168

Operationele uitgaven Inkoop elektriciteit Kosten leverancier Beheer en onderhoudskosten Totale operationele uitgaven

212.333 29.070 372.606 614.009

548 75 961 1.584

Jaarlijks winst / verlies jaarlijkse winst/verlies

(161.352)

(416)

(operationeel verlies per woning)

Wat hier duidelijk naar voren komt is dat een jaarlijks verlies geleden wordt. Dit houdt in dat de operationele kosten hoger liggen dan de operationele inkomsten.

6 7

Uit BuCa Den Bosch EcoZand PAW v1.7MU calcsheet ACM, Openbaar Tarievenbesluit warmteleveranciers 2023 (paragraaf 7.4) 40

4.3.2 Resultaten

Doordat de operationele inkomsten de operationele uitgaven niet dekken komen de investeringen volledig in de bijdrage aansluitkosten (BAK) terecht. Daarnaast moeten er naast de investeringen na 15 jaar ook herinvesteringen gedaan worden. Dit houdt in dat de warmtepompen in de woningen vervangen moeten worden net als o.a. de pompen in de technische ruimtes. Onderstaande tabel geeft een samenvatting van zowel de investerings- als de herinvesteringskosten met een marge van +/- 30%. Momenteel blijven de grondstof en materiaalprijzen echter stijgen wat het aannemelijk maakt dat de uiteindelijk investeringskosten hoger uit zullen vallen dan hieronder is weergegeven.

Totaal

Per woning

Investeringen Totale kosten aanpassing afgifte systemen Totale kosten warmtepompen Totale isolatiekosten Totaalkosten aansluitleidingen, afleversets verwijderen gas-cv, en elektrisch koken

2.789.700 3.491.800 2.099.500 1.924.805

7.197 9.009 5.417 4.966

Bronleidingen (WKO-TR) Wijknet

430.000 2.600.000

1.109 6.708

WKO putinrichting Technische ruimte incl. installaties In- en uitlaat combinatie WKO

384.800 2.134.000 296.000 2.678.800

993 5.506 764 6.911

Totaal investeringen

18.829.405

48.579

herinvesteringen na 15 jaar herinvesteringen

1.687.728

4.354

Al deze resultaten leiden samen tot de berekening van de BAK. Deze is opgebouwd uit de totale investeringen, de herinvesteringen en het netto operationele verlies over 30 jaar. Deze resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel. Totaal Totaal opbouw BAK Totaal investeringen herinvesteringen netto contant operationeel winst / verlies Totaal opbouw BAK

18.829.405 1.687.728 2.816.862

Per woning 48.579 4.354 7.267 60.201

De uiteindelijke doorrekening van de business case resulteert in een BAK van €60.201 per aangesloten woning

41

4.3.3 Financiering BAK

De BAK dient gefinancierd te worden om het project te kunnen realiseren. Hiervoor zijn een aantal mogelijkheden. Voor de proeftuin is reeds een PAW subsidie toegekend van ca. 5 miljoen euro (of 12.887 euro per woning). Daarnaast heeft Zayaz toegezegd een groot deel van kosten van de woningaanpassingen (isolatie, afgiftesysteem, kosten aansluitleidingen, afleversets verwijderen gas-cv, en elektrisch koken) op zich te nemen. Als laatste zijn er nog een tweetal subsidiemogelijkheden, de SAH-subsidie voor woningen in coöperatiebezit en de ISDE subsidie voor woningen in privaat bezit. Onderstaande tabellen geven de impact van deze financieringsvormen weer op de BAK

Woning in coöperatiebezit BAK per woning PAW Kosten woningaanpassingen Zayaz Ongedekte BAK

60.201 -12.887 -17.589 27.734

Voor de kosten die gemaakt worden voor de woningaanpassingen kan een deel worden afgedekt met de SAHsubsidie tot maximaal 5000 euro. De keuze kan gemaakt worden om deze ten goede te laten komen van de business case door ook deze 5000 euro extra te investeren in bijvoorbeeld de warmtepompen.

Voor een woning in privébezit gelden de onderstaande financieringsmogelijkheden. Woning in privébezit BAK per woning PAW ISDE subsidie Ongedekte BAK

60.201 -12.887 -3.325 43.989

Voor woningen in coöperatiebezit blijft er een ongedekte BAK over van €27.734. Voor woningen in privébezit is de ongedekte BAK hoger, €43.989.

42

4.4 Gevoeligheidsanalyse Als laatste is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd om te kijken welke kostenpost de grootste impact heeft op de business case. In de gevoeligheidsanalyse zijn een vijftal posten met +/- 20% gevarieerd. De gevarieerde posten zijn: - Elektriciteitsinkoop - Leasetarief van de warmtepomp (als enige mogelijk te variëren inkomstenbron) - Volloopscenario (o.b.v. het aansluitpercentage) - BAK - Totale CAPEX - CAPEX WKO - CAPEX inpandige aanpassingen - CAPEX wijknet De resultaten, uitgedrukt in Net Present Value (NPV) zijn weergegeven in de volgende figuren.

Figuur 25 Resultaten gevoeligheidsanalyse (1)

43

Figuur 26: Resultaten gevoeligheidsanalyse (2)

Wat duidelijk naar voren komt is dat de BAK en de kosten aan de woningen de grootste impact hebben. Dit is te verklaren door de hoge kosten die gemaakt moeten worden om de woningen geschikt te maken voor het energieconcept. Daarnaast heeft de volloop ook een grote impact op de business case wat te verklaren is door de impact van meer of minder aangesloten woningen. Meer woningen betekend meer inkomsten en visa versa.

44

4.5 Subsidiemogelijkheden Voor dit project zijn er verschillende subsidiemogelijkheden beschikbaar, deze zijn hieronder weergegeven. •

•

• •

•

SAH: Subsidie Aardgasloze Huurwoning, vaak door woningcorporaties aangevraagd. Per woning ontvangt u maximaal € 5.000 subsidie. Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) (rvo.nl) • De SAH vergoedt 40% van de aanpassingen in de woning. U ontvangt maximaal een subsidiebedrag van € 1.200 per woning voor deze inpandige woningkosten. Dit is ook het maximale bedrag dat de SAH vergoedt voor woningen die al op een warmtenet zijn aangesloten. • De SAH vergoedt 30% van de aansluitkosten van een woning op een warmtenet. U ontvangt maximaal € 3.800 subsidie per woning voor de aansluitkosten. ISDE: Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing, deze kunnen particuliere woningeigenaren ontvangen voor de kosten die gemaakt worden bij de overstap op een warmtenet. De subsidie voor een aansluiting op een warmtenet bedraagt € 3.325. ISDE: Aansluiting op een warmtenet woningeigenaren (rvo.nl) Voor de investeerder in de bron en netwerk is de mogelijkheid van het verkrijgen van een EIA. Energie-investeringsaftrek (EIA) (belastingdienst.nl) Isolatiesubsidie gemeente ’s-Hertogenbosch: Er is subsidie mogelijk voor het voorbereiden van maatregelen om energie te besparen.

De subsidie voor woningeigenaren is maximaal € 2.000,Energiezuinig wonen - Gemeente 's-Hertogenbosch De Warmte Infrastructuur Subsidie (WIS): Deze regeling gaat in april 2023 van start en heeft als doel om de aanleg van kosteneffectieve warmtenetten in de gebouwde omgeving te versnellen door de onrendabele top van collectieve warmte-infrastructuur weg te nemen. De invulling van deze regeling is nog nader te bepalen door de overheid, maar de contouren zijn reeds bekend. Zo wordt de onrendabele top afgedekt tot een maximum van 45% van het investeringsbedrag, een maximum van 6.00 euro per aansluiting en 20 miljoen per project.

45

5. Regie en organisatie 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens de fysieke onderdelen van het warmtenetwerk, de organisatorische rollen in een warmteketen, de mogelijke rollen van de gemeente, verschillende soorten partners beschreven en een organisatiemodel voorgesteld. Ook in het geval van een integraal warmtebedrijf dat geheel of deels in handen is van de overheid, is het van belang dat het in de praktijk managen, beheren en onderhouden van de diverse onderdelen van het warmtenetwerk wordt uitgevoerd door partijen die alle ‘hun’ specifieke risico’s goed kunnen managen en gerezen problemen effectief kunnen (laten) oplossen. Dit is niet alleen van belang in het kader van de betrouwbaarheid van het net, maar ook voor het beheersen van de kosten van beheer en onderhoud en daarmee de betaalbaarheid van de warmtevoorziening.

5.2 Fysieke onderdelen van een collectief warmtenetwerk De basis van een warmtebedrijf vormt het fysieke warmtenet, dat bestaat uit infrastructuur en diverse componenten. Een betrouwbare en betaalbare exploitatie vereist dat de kwaliteit van het fysieke warmtenetwerk goed is en dat de organisaties die de diverse onderdelen van het warmtenetwerk bedrijven daar daadwerkelijk in zijn bedreven.

• • • • • • • •

Bron(nen): Stadsdommel (Temp: 4 tot 20 oC), voor balans van de seizoensbuffer (onttrekking over het jaar heen van evenveel koude als warmte) Warmtewisselaar: t.b.v. overzetten bronwarmte uit open-watersysteem naar gesloten warmtenetwerk Warmtepomp: brengt het water op de gewenste temperatuur (kan variëren van 20 tot 100 oC) Piek-Back-up voorziening: garandeert levering warmte (en koude) bij hoge vraag en/of storingen Warmte-Koude-Opslag (optioneel): Seizoensbuffer om zomerwarmte in de winter in te kunnen zetten Warmtenetwerk: transporteert het warme water naar en/of het koude water van de huizen/kantoren via transport- en/of wijknetleidingen (slimme) Meter: hiermee wordt de hoeveel afgenomen warmte (en koude) gemeten t.b.v. afrekening Afleverset/afgiftesysteem: neemt de warmte af van het warmtenetwerk voor afgifte in het huis/kantoor

46

5.3 Organisatorische rollen in een Warmteketen in een wijknet Duurzame exploitatie van een warmtesysteem vereist de rollen van:

1. De bronhouder (beheerder van bv het oppervlaktewater) stelt de warmte (uit het oppervlaktewater) ter beschikking via een warmtewisselaar. 2. De transporteur/distributeur transporteert het lauwe water naar de afnemers via een wijknet en/of warmteopslagsysteem 3. De warmteproducent brengt het water met een warmtepomp in de woning op de gewenste temperatuur en gebruikt daarbij (het) elektriciteit(netwerk) 4. De leverancier zorgt voor de (administratieve) levering aan en de betaling van de overige ketenpartners door de afnemer(s) 5. De afnemer neemt de gewenste hoeveelheid warmte af en betaalt via de leverancier de rest van de warmteketen Een duurzame en betrouwbare warmtevoorziening (zeker met meerdere bronnen) vereist dat het technisch balanceren van het warmtenetwerk is belegd bij één partij: het netwerkbedrijf of de leverancier. Ook als deze rol in dit project wordt uitbesteed aan een private partij, is het in het kader van de nieuwe Warmtewet, van belang afspraken te maken dat deze rol op termijn kan worden uitgeoefend door de netbeheerder.

5.4 De rollen van de Gemeente in warmteprojecten De gemeente kan een aantal rollen op zich nemen bij de ontwikkeling van een collectieve warmtevoorziening: 1. In alle gevallen verdient het aanbeveling dat de Gemeente de rol van regisseur van de warmte-transitie in de stad op zich neemt. In de nieuwe warmtewet wordt dit zelfs vereist. Een verantwoordelijkheid die hieruit kan volgen is het ontwikkelen van een visie voor de warmtevoorziening in de hele stad. Op basis van deze visie kunnen individuele warmteprojecten in buurten worden geïnitieerd en gerealiseerd. Maar ook dat op termijn deze projecten kunnen worden opgeschaald en/of op elkaar worden aangesloten tot een logisch en goed te beheren geïntegreerd warmtenetwerk. 2. (Mede)eigenaar warmtebedrijf: De gemeente kan zelf of samen met andere partijen een warmtebedrijf oprichten en wordt dan (mede)eigenaar van een nutsbedrijf dat verantwoordelijk is voor het ontwerpen, aanleggen, beheren en eventueel ook exploiteren van een warmtenet. Deze optie ligt voor de hand als de gemeente gedurende de exploitatie de regie wil kunnen voeren en/of alvast een voorschot wil nemen op de nieuwe Warmtewet. 3. (co)financier: De gemeente kan door middel van overheidsfinanciering de ontwikkeling van een warmtenet stimuleren, ondersteunen en realiseren. Op deze manier ontstaat een sluitende businesscase.

De gemeente kan bijvoorbeeld een (achtergestelde) lening, garantie of subsidie verstrekken. 47

4. (Integrale) aanbesteder: De gemeente gaat met een marktpartij een overeenkomst aan om voor een bepaalde termijn warmte te leveren aan specifieke locaties. Hierbij is naast de regelgeving over staatssteun ook het aanbestedingsrecht een aandachtspunt. 5. Facilitator: In de rol van facilitator geeft de gemeente de ruimte aan particuliere initiatieven: het lokale bestuur geeft een vergunning voor de aanleg en exploitatie van een warmtenet, en toetst en faciliteert de naleving van de afspraken. Bij de faciliterende rol hoort bijvoorbeeld dat de gemeente het mogelijk maakt om leidingen aan te leggen op gemeentegrond. Een keuze tussen bovenstaande rollen is afhankelijk van de uitgangspunten van de gemeente ten aanzien van een warmtenet in ′s-Hertogenbosch. Belangrijk is wel dat ongeacht een keuze van een gemeente om haar betrokkenheid met het warmtenet al of niet te minimaliseren, er in het geval van een niet of onvoldoende functioneren van het warmtenetwerk, de aangesloten bewoners/burgers zich tot de gemeente zullen wenden.

5.5 Publieke, private partijen en warmteschappen 5.5.1 Publieke Partijen

Publieke partijen zijn overheden en organisaties met alleen overheden als aandeelhouder. Veelal dienen deze organisaties hun rol in de warmtetransitie nog te bepalen. 1. Gemeente ′s-Hertogenbosch: De gemeente is als regisseur verantwoordelijk voor de energietransitie binnen de gemeente. De gemeente voert in het kader van de warmtetransitie-visie een duurzame bronnenonderzoek uit. Op basis hiervan kunnen individuele warmteprojecten beter worden ingepast in een logisch integraal energiesysteem voor de hele stad. 2. Provincie Noord-Brabant: De provincie kan een actieve rol spelen bij het faciliteren en (laten) samenwerken van de (op te richten) gemeentelijke warmtebedrijven. Faciliteren kan in deze zowel door te investering in een (overkoepelend) warmtebedrijf als door het anderszins bijdragen aan een financieel arrangement voor warmtebedrijven. 3. Waterschap Aa en Maas: Waterschappen zijn in principe juridisch in staat om een warmtebedrijf op te zetten en hebben ook alle organisatorische functies om een warmtebedrijf te kunnen exploiteren. In de praktijk beperken zij zich tot het faciliteren van aanvragen waarbij hun areaal direct is betrokken en/of bij het verlenen van vergunningen voor bijvoorbeeld het onttrekken van warmte uit oppervlaktewater (TEO). 4.

Netbeheerder Enexis / Enpuls Warmte Infra: De regionale netbeheerders, zoals Enexis, zijn verantwoordelijk voor de elektriciteits- en gasinfrastructuur (E- en G-netten) in de stad. Mede omdat keuzes in warmtenetten effect hebben het ontwikkelen en bedrijven van de E- en G-netten, biedt de Enexis Groep middels hun dochter Enpuls Warmte Infra aan om de gemeente te ondersteunen in de warmtetransitie in de stad. Naast een rol als ontwikkelaar en mede-realisator kan Enpuls Warmte Infra de rol op zich nemen voor het exploiteren van warmtenetten en warmte-infrastructuur. Omdat de energiewet voor de regionale 48

netbeheerders de rollen van producent en/of leverancier uitsluit, zal Enpuls Warmte Infra ook in de warmteketen niet de rol van warmte-producent en/of warmte-leverancier op zich kunnen nemen. 5.5.2 Private Partijen

Private partijen hebben niet-overheden als aandeelhouder. Ze zijn te verdelen in woningcorporaties / woonstichtingen, buurtcorporaties en warmteleveranciers. • Woningcorporaties zijn veelal stichtingen met een maatschappelijke doelstelling. Zij beperken hun rol bij voorkeur tot die van klant van een warmtebedrijf. Sommige woningcorporaties nemen deel aan de ontwikkeling van een warmtenet in de rol van launching customer. Woningcorporaties hebben ook een grote invloed op de businesscase van een warmtevoorziening, omdat zij de mate van isolatie van hun woningen bepalen. • Buurtcorporaties zijn er in verschillende fasen van professionaliteit, maar hebben met elkaar gemeen dat zij in ieder geval de rol innemen om de bewoners bij een energie-initiatief te betrekken. Het verkrijgen van draagvlak in een buurt is cruciaal voor het slagen van de warmtetransitie. • Warmtebedrijven zijn in staat om alle benodigde rollen in de warmteketen op zich te nemen, in het bijzonder die van leverancier en/of producent van warmte. De kleinere warmtebedrijven ontwikkelen de warmtenetten veelal in samenwerking met andere partijen. De grote energiebedrijven, zoals Vattenfall en Eneco, zijn in staat om zelfstandig warmtenetten aan te leggen. Ook in het licht van de beoogde Wcw, waarin publiek eigenaarschap in warmtebedrijven wordt nagestreefd, is dit de komende jaren nog een reële optie.

In ’t Zand en/of ’s-Hertogenbosch zijn actief: 1. Woningcorporatie Zayaz (Woonstichting), die in project “Warmtevoorziening ’t Zand” ook BrabantWonen en Charlotte vertegenwoordigd. 2. Woningcorporatie BrabantWonen (Woonstichting) 3. Woningcorporatie Charlotte van Beuningen (Woonstichting) 4. Buurtcorporatie ‘t Ecozand, is de oorspronkelijke initiatiefnemer van de PAW-aanvraag voor ’t Zand. 5. Warmteleverancier Kelvin, die in ’s-Hertogenbosch is gevestigd 6. Energieleverancier Vattenfall / Eneco 5.5.3 Energiegemeenschap / Warmteschap

In de Europese wetgeving is de term Energiegemeenschap opgenomen. Deze juridische entiteit is vooralsnog niet opgenomen in het huidige voorstel voor de Wcw (Warmtewet 2.0). Bij implementatie valt deze rechtsvorm buiten de categorieën publiek en privaat. Buurtcorporatie ‘t Ecozand en Energie Samen werken samen om ’t Ecozand om te gaan vormen tot een Warmteschap. In hun verklaring: Het huidige “t Ecozand zal zich eerst ontwikkelen als een coöperatie die de communicatie & participatie van de bewoners vertolkt. Maar ‘t Ecozand wil de optie openhouden om (mede)-eigenaar te worden van het warmtesysteem in ’t zand. Van het proces verwacht ‘t Ecozand dat het democratisch en transparant zal zijn en dat het als gelijkwaardige partner zal worden behandeld.

49

5.6 Voorgesteld organisatiemodel

1. Waterschap Aa en Maas: De bronhouder (beheerder van het oppervlaktewater): Geeft de vergunning uit voor het onttrekken van de warmte uit het oppervlaktewater en handhaaft. 2. Enpuls Warmte Infra: transporteur/distributeur die de warmte transporteert naar de afnemers via het warmte-wijknet en beheert het warmteopslagsysteem (de WKO’s). Hiernaast is Enpuls Warmte Infra in de rol van system-operator verantwoordelijk voor het balanceren van het warmtenet. 3. De warmteproducent brengt het water in de woning met een warmtepomp op de gewenste temperatuur en gebruikt daarbij (het) elektriciteit(netwerk). 4. Kelvin: De leverancier zorgt voor de (administratieve) levering aan en de betaling van de overige ketenpartners door de afnemer(s). 5. Zayaz, BrabantWonen en Charlotte van Beuningen vertegenwoordigen hun huurders als afnemers, die de gewenste hoeveelheid warmte afnemen. 6. ‘t Ecozand communiceert en creëert draagvlak, in afstemming met de gemeente, bij de particuliere huiseigenaren in de wijk bij deze ontwikkeling. Mogelijk ontwikkelt ‘t Ecozand zich op termijn als een partij die mede-eigenaar kan zijn van het warmtebedrijf en/of in samenwerking met Energie Samen de rol van leverancier over kan nemen. Bij de ontwikkeling van de warmtevoorziening dragen de beoogde partners ieder hun eigen kosten, evenals de kosten van de partijen die zij zelf inhuren.

Uitzondering hierop vormt ‘t Ecozand, die wordt betaald uit de PAW-kosten. Nadat alle partijen individueel een positief investeringsbesluit hebben genomen, volgt de realisatie, waarbij een warmtebedrijf wordt opgezet, waarin bij voorkeur de bovengenoemde partijen verantwoordelijk worden voor de exploitatie van hun eigen onderdeel van het warmtenet. De partijen samen bepalen op welke wijze zij de aannemer(s) selecteren en contracteren. Parallel stemt de gemeente in samenspraak met de andere publieke partijen af wie welk aandeel van het warmtebedrijf neemt, waarbij het percentage in totaal tenminste eenenvijftig bedraagt. Het percentage van het aandeel van de overige partijen wordt bepaald op basis van het relatieve belang in de exploitatie en de mogelijkheden die zij hebben om de exploitatierisco’s te kunnen dragen. Doordat de (gemeentelijke) overheid de meerderheid van de aandelen heeft, is dit bedrijf op termijn relatief eenvoudig op te nemen in of op te laten gaan in een Gemeentelijk Warmtebedrijf ’s-Hertogenbosch.

50

6. Juridica 6.1 Stand van zaken ontwikkeling nieuwe Warmtewet, de Wcw -

-

De contouren van de nieuwe Warmtewet, de Wcw, werden duidelijk in 2020. In oktober is in de “Brief van Jetten” aangegeven dat definitief is besloten dat alleen publieke netten zijn toegestaan. Dit houdt in dat de infrastructuur in handen dient te zijn van een of meerdere publieke partijen of dat een of meerdere publieke partijen door een meerderheidsaandeel in het warmtebedrijf een doorslaggevende zeggenschap hebben. Begin 2023 gaat de Wet naar de Raad van State. Eind 2023 in de Tweede Kamer. Inwerkingtreding is gericht op 1 juli 2024. De impact van de wet dient nog te worden uitgewerkt door de diverse partijen. Projecten van private warmtebedrijven mogelijk on-hold of gestopt. Onduidelijk hoe warmtebedrijven echt mee om zullen gaan. Diverse partijen verwachten dat de wet mogelijk initieel tot een vertraging leidt, maar hopen daarna op een versnelling.

6.2 Consequenties van keuze publieke netten /“Brief van Jetten” -

De wet verplicht integrale warmtebedrijven, die door de gemeente lokaal worden aangewezen. Door de keuze voor publiek mogen alleen bedrijven met publieke aandeelhouders worden aangewezen, of joint-ventures waarvan het warmtenet publiek is. Bestaande (private) warmtenetten blijven privaat tot einde concessieperiode. Tot 7 jaar na inwerkingtreding mogen gemeenten nog private warmtenetten aanwijzen, zolang er nog onvoldoende publieke bedrijven dit kunnen doen. Eis voor publiek eigendom geldt niet voor warmtenetten < 1.500 aansluitingen. Bestaande warmtebedrijven kunnen ook uitbreidingsmogelijkheden binnen en buiten warmtekavels krijgen van de gemeente.

6.3 Wat houdt het voorstel van de nieuwe Warmtewet in?

51

-

-

-

Startpunt is dat de gemeente een warmtekavel vaststelt. Dit is een gebied waarbinnen een integraal warmtebedrijf verantwoordelijk is voor de aanleg. Het warmtebedrijf wordt voor 20-30 jaar aangewezen; Er is een aansluitplicht, met in principe opt-out mogelijkheden voor afnemers. Dit sluit aan bij de Wijkaanpak; De nieuwe tariefmethodiek is kosten-gebaseerd. Hierdoor gaan tariefverschillen ontstaan tussen huishoudens. Netwerkbedrijf kan meedoen in een samenwerkingsverband (Joint Venture), samen met leverancier. Open netten en onafhankelijk netbeheer zijn niet toegestaan. Uitzondering voor kleine collectieve systemen < 1.500 weqs.

6.4 Verschil tussen Warmtewet 1.0 en 2.0 (Wcw)

52

7. Conclusies en aanbevelingen 7.1 Conclusies 7.1.1 Techniek

Het is mogelijk om het in de PAW beschreven warmteconcept in de praktijk te realiseren. Het betreft het gebruik van het oppervlaktewater als warmtebron, een WKO-systeem als seizoensbuffer, een wijknet om het lauwe water naar de huizen te transporteren en warmtepompen in de huizen om de gewenste temperaturen te bereiken. Omdat de PVT-panelen energetisch geen toegevoegde waarde hebben is dit onderdeel geschrapt. Wel moet in acht worden genomen dat het energieconcept typisch wordt toegepast in nieuwbouwwijken of wijken die volledige gerenoveerd worden. Dit soort woningen hebben een lage warmtevraag en zijn daarmee uitermate geschikt voor lage temperatuurverwarming. ’t Zand is echter een bestaande wijk met relatief oude woningen die maar beperkt gerenoveerd zullen worden. Hierdoor blijft de warmtevraag hoog en moet het afgiftesysteem (de radiatoren) vervangen worden om voldoende warmte in de woningen te krijgen. Voor zowel het tracé als de technische installaties zijn geen grote belemmeringen gevonden, de bottleneck zit in de woningen. Concluderend, het gekozen energieconcept is waarschijnlijk technisch mogelijk, voor deze buurt is dit zeer laag temperatuur-energieconcept niet het meest geëigend. Deze warmtevoorziening is relatief complex en duur en beslaat relatief veel ruimte, met name in de (kleine) woningen.

Daarenboven is een technisch energieconcept dat niet of minder goed aansluit bij de energiebehoefte van een buurt, per definitie te duur (want duurder dan een alternatief) en zal daarmee ook op minder draagvlak mogen rekenen. 7.1.2 Financiën

Vanuit financieel oogpunt is er geen sluitende business case te vormen. Voor woningen in coöperatiebezit is er een ongedekte BAK per woning van circa €28.000, voor woningen in privébezit valt de ongedekte BAK per woningen hoger uit op circa €44.000. Het tekort komt voort uit het feit dat er hoge investeringen gedaan moeten worden om het energieconcept te realiseren en dat hier weinig opbrengsten tegenover staan. In de huidige opzet wordt zelfs een jaarlijks operationeel verlies gedraaid van circa €160.000, wat als consequentie heeft dat ook de gedane investeringen niet terug kunnen worden verdient. De hoofdoorzaak hiervan is dat er geen vergoeding gevraagd mag worden voor de geleverde warmte aan de woningen omdat deze niet direct bruikbaar is. Hierdoor blijven de inkomsten beperkt tot een vastrechtvergoeding en de lease inkomsten van de warmtepompen in de woningen. Geconcludeerd kan worden dat de onrendabele top zodanig hoog is, dat de business case niet sluitend te krijgen is. Dit is ook het geval als de businesscase wordt geoptimaliseerd op basis van: warmtetarieven, bouwkosten, rendementseisen en/of volloopscenario’s. Deze conclusie is een gevolg van het feit dat het energieconcept niet aansluit bij de combinatie van de warmtebehoefte, de technische staat en het (beoogde) isolatieniveau van de woningen.

53

7.1.3 Organisatie en juridica

Het is momenteel niet mogelijk om, op basis van de samenstelling van de betrokken organisaties, die de intentieverklaring hebben ondertekend, een complete warmteketen te vormen. In feite ontbreken zowel de productie als de levering. Levering in de vorm van de administratie van warmtegebruik en facturatie is relatief eenvoudig in te vullen. De risico’s met betrekking tot garantie van warmteproductie is dat niet. Daarmee is het nu niet mogelijk om een warmtebedrijf in ’t Zand op te zetten. Deze lacunes zijn alleen op te vullen door een of meerdere andere partijen toe te laten. Denk daarbij aan warmtebedrijven, die productie en/of levering als service (eventueel onder een white label) aanbieden. Om tot een goede selectie te kunnen komen wordt geadviseerd om een leverancierselectie uit te voeren en daarna samen met de andere investerende en faciliterende partijen de mogelijkheden voor het opzetten van een warmtebedrijf voor ’t Zand te onderzoeken, op basis van een voor ’t Zand geschikt warmte- en energieconcept. Tenslotte kan worden gesteld dat het (in potentie grote) aantal mogelijke samenwerkingsvormen en juridische constructies in dit stadium nog niet goed in beeld is te brengen.

Het is van belang dat daarvoor alle voor ontwikkeling, realisatie en exploitatie van het warmtevoorziening in ’t Zand noodzakelijke organisaties hun uitgangspunten en randvoorwaarden formuleren en op elkaar afstemmen.

54

7.2 Aanbevelingen 7.2.1 Technisch

Op basis van de warmtebehoefte van deze buurt wordt geadviseerd om een energieconcept te ontwerpen dat beter aansluit bij de warmtebehoefte en huidige staat van isolatie van de woningen. Voorgesteld wordt om een energieconcept te ontwerpen op basis van een warmtenetwerk (aanvoertemperatuur van 70 oC) en een afleverset per woning. Deze keuze beperkt de complexiteit van het energiesysteem en de benodigde techniek in de woningen. Dit maakt het systeem robuuster, zowel realisatie, als beheer en onderhoud eenvoudiger en daarmee goedkoper. Bovendien is, zeker in kleine (huur)woningen, een afleverset aanzienlijk beter inpasbaar dan een warmtepomp. Een afleverset voor een woning heeft de grootte van een gasmeter. Ook kan het bestaande afgiftesysteem in de woning gebruikt worden. Als bij verdere uitwerking blijkt dat het ruimtebeslag van de WKO-installaties en/of de technische ruimte in de buurt een te groot probleem vormt, dient het energieconcept ook hierop te worden aangepast. Zo kan bij toepassing van een collectieve warmtepomp voor de hele buurt, de WKO-installatie vervallen. 7.2.2 Financieel

Aanbevolen wordt om in plaats van dit zeer lage temperatuurconcept een warmtesysteem te ontwikkelen op basis van een hoger temperatuurniveau. Omdat deze temperatuur direct bruikbaar is voor zowel verwarming als tapwater creëert dat directe waarde voor de eindgebruiker, waardoor er inkomsten gegenereerd worden, naast de vaste inkomsten voor het bedrijven van de warmtevoorziening. Het totaal aan inkomsten wordt hierdoor verhoogd, terwijl de totale systeemkosten voor zowel realisatie, als exploitatie worden verlaagd. Hierdoor wordt de businesscase waarschijnlijk zodanig verbeterd, dat daarna een optimalisatie op basis van bouwkosten, subsidies, rendementseisen van de betrokken partijen en volloopscenario’s een goede vervolgstap kan zijn. Een inschatting op basis van ervaring geeft dat een goed energieconcept mogelijk zonder subsidie is te realiseren. 7.2.3 Organisatorisch

Als het merendeel van de aandelen in het warmtebedrijf in publieke handen is, heeft dat twee voordelen. Ten eerste is deze constructie al “voorbereid” op de beoogde nieuwe warmtewet, waarin dit een vereiste is. Ten tweede geeft dit de gemeente ook meer mogelijkheden om deze entiteit op termijn op te kunnen laten gaan in een groot warmtebedrijf ’s-Hertogenbosch. Belangrijk is het dat de gemeente de regierol op zich neemt. Door in een consortium te opereren is het niet noodzakelijk dat er wordt aanbesteed, waardoor de ontwikkelende partijen, waaronder mogelijk ook ’t Ecozand, ook de uiteindelijke exploitatie op zich kunnen nemen. Ook in het geval van een integraal warmtebedrijf dat geheel of deels in handen is van de overheid, is het van groot belang dat het in de praktijk managen, beheren en onderhouden van de diverse onderdelen van het warmtenetwerk wordt uitgevoerd door partijen die alle ‘hun’ specifieke risico’s goed kunnen managen en gerezen problemen effectief kunnen (laten) oplossen. Dit is niet alleen van belang in het kader van de betrouwbaarheid van het net, maar ook voor het beheersen van de kosten van beheer en onderhoud en daarmee de betaalbaarheid van de warmtevoorziening.

De buurtcorporatie ‘t Ecozand zou zich initieel kunnen beperken tot het vertegenwoordigen van de bewoners in de wijk, maar het verdient aanbeveling om ’t Ecozand de ruimte te geven om op termijn de rol van producent en/of leverancier over te nemen. 55

8. Bijlagen A. B. C. D.

E. F. G. H. I. J. K.

Bijlage A: Het principeschema Bijlage B: Locatiestudie WKO bronputten Bijlage C: Plantekening s-Hertogenbosch t Zand Bijlage D: Resultaten woningschouw a. Bijlage D1: Woningschouw Havensingel 37 b. Bijlage D2: Woningschouw Oisterwijkstraat 5 c. Bijlage D3: Woningschouw Sint Maartenstraat 15 d. Bijlage D4: Woningschouw Sint Maartenstraat 17 e. Bijlage D5: Woningschouw Van Heurnstraat 1 f. Bijlage D6: Woningschouw Van Heurnstraat 58 Bijlage E: Dimensionering WKO bron Bijlage F: Grove lay-out tekeningen Bijlage G: Kostenraming technische ruimtes Bijlage H: Schetsontwerp WKO’s ‘t Zand Bijlage I: Kostenraming leidingnettten Bijlage J: Totale investeringskosten woningen Bijlage K: Business case t Zand

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12942920/1