CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Op weg naar een zorgzame samenleving, toekomstbestendige hulp en ondersteuning

Commissie SOCIAAL 14 januari 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Op weg naar een zorgzame samenleving, toekomstbestendige hulp en ondersteuning3.675 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Discussienotitie Registratienummer

079618654204

Commissievergadering

Commissie Sociaal 14 januari 2026

Onderwerp

Discussienotitie Op weg naar een zorgzame samenleving, toekomstbestendige hulp en ondersteuning

Bestuurlijke boodschap

Hoe organiseren we met inwoners, maatschappelijke initiatieven en zorg- en welzijnspartijen een zorgzame samenleving? Voor die opgave staat Nederland en ook de gemeente ’s-Hertogenbosch. Die vraag is urgent om een aantal redenen: -

-

-

Vanuit zorgzaamheid: we willen zorg en ondersteuning dichterbij en menselijker. We zien te veel versnipperd aanbod voor inwoners, te weinig vrij beschikbaar in de buurt en veel specialistisch bij heel veel aanbieders, nog niet vanuit de leefwereld van inwoners maar vanuit het beschikbare zorgaanbod; Vanuit beschikbaarheid: met het stijgende aantal ouderen en de groeiende tekorten aan personeel in zorg en welzijn ontstaan er -als we het niet anders gaan doen- steeds langere wachtlijsten; Vanuit betaalbaarheid: als we jong en oud niet eerder, meer dichtbij huis, vanuit de vraag wat men zelf kan met de eigen omgeving en wat er daarnaast nodig is gaan helpen, stijgen de kosten steeds harder terwijl er de komende jaren minder middelen komen van het Rijk.

De beweging naar meer zorgzaamheid moet daarom gepaard gaan met oog voor beschikbaarheid en betaalbaarheid. Dat vraagt om 1) een sterke sociale structuur & vrij beschikbare voorzieningen; 2) lokale teams in onze wijken; 3) een ambitieus maar ook zorgvuldig tempo van verandering. Met deze discussienota voeren we het gesprek met uw raad over de hoofdrichting om zo een nieuwe raad goed te kunnen positioneren in de veranderingen naar een zorgzame samenleving, toekomstbestendige hulp en ondersteuning.

Aanleiding Inmiddels alweer tien jaar geleden werden in Nederland de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van zorg en ondersteuning. Het doel van de decentralisaties was betere hulp en ondersteuning, breed toegankelijk en betaalbaar. Tien jaar later concluderen we overal in ons land dat we daar nog onvoldoende in zijn geslaagd:

Zorgzame samenleving, toekomstbestendige hulp en ondersteuning We willen zorg en ondersteuning dichterbij en menselijker. De afgelopen jaren hebben we stevige stappen gezet. Met de inzet op het versterken van de sociale structuur versterken we de basis van onze samenleving. Ontmoetingsplekken, verenigingen, vrijwilligersnetwerken en buurtinitiatieven zijn geen “extraatje”, maar een dragende laag voor zorgzaamheid. Met ons voorliggende aanbod jeugd (GROEN, praktijkondersteuners jeugd bij de huisartsen, opgroeiondersteuning op scholen, gezinsadvocaat etc.) helpen we jongeren eerder en in de eigen omgeving. Met het programma positieve gezondheid investeren we in gelijke kansen op gezondheid. We werken inmiddels gebiedsgericht aan basisondersteuning en aan bloeiend jongerenwerk. En steeds vaker werken we in netwerken in plaats van in ketens, we passen de ‘Samenwerkwijze’ toe en handelen steeds meer naar de verschillen in kracht en behoefte van wijken, buurten en dorpen. Maar we zijn er nog niet. Wanneer inwoners problemen ervaren, raken die vaak meerdere kanten van het leven. We slagen er nog niet goed genoeg in om dit soort vragen en problemen in samenhang te benaderen, vanuit de leefwereld van inwoners. Dat moeten we in een vroeger stadium doen zodat we verergering van problemen voor onze inwoners kunnen voorkomen.

Ook bereiken we tot op heden in ons ingewikkelde systeem sommige (kwetsbare) inwoners onvoldoende waardoor problemen op het gebied van bestaanszekerheid, mentale en lichamelijke problemen toenemen. Daarnaast hebben we voor veel hulp- en ondersteuningsvragen specialistisch ‘aanbod’ georganiseerd. Mede hierdoor is het lokale landschap versnipperd. Het ontbreekt aan samenhang, zowel binnen het zorgaanbod als tussen de sociale basis en het zorgaanbod. Dit heeft ertoe geleid dat inwoners met ondersteuningsvragen op meerdere gebieden met veel instanties te maken krijgen, van de ene naar de andere hulpverlener gaan. ‘Aanbodgericht denken’ heeft ook geleid tot een focus op de inzet van specialistische zorg, daar waar de sociale basis en vrij toegankelijke voorzieningen een betere oplossing kunnen zijn. Het streven om voor ieder probleem een oplossing te bieden heeft er voor gezorgd dat hulpverlening die bedoeld is voor behandeling van zware problematiek zich is gaan richten op lichtere problemen. Hierdoor moet wie echt specialistische hulp nodig heeft, vaak lang wachten met soms grote gevolgen. Anders denken en doen begint bij bewustzijn van onze eigen rol en bijdrage. Zo spreken wij tot op heden over het fundament van onze samenleving (laagdrempelige formele en informele voorzieningen) in termen van ‘voorliggend veld’.

Alsof individuele specialistische zorg en ondersteuning de voorkeur geniet, alsof vrij-toegankelijk aanbod, zorgzaamheid in de wijk organiseren met mensen en hun omgeving ‘niet toereikend’ zou zijn. Dit terwijl vrij toegankelijke voorzieningen in de eigen leefwereld de basis van de zorgzame samenleving zijn. Het fundament van toekomstbestendige hulp en ondersteuning. Inwoners zelf zien dat scherp. De aanbevelingen van het Bossche Burgerberaad over fijn oud worden gaan juist over vrij toegankelijke voorzieningen in de buurt, over gemeenschapszin, ontmoetingsplekken en werken met en vanuit de leefwereld van inwoners zelf. Die omslag hebben we de komende jaren met elkaar te maken in de wetenschap dat we niet eindeloos en-en kunnen doen: we kunnen met krimpende rijksmiddelen niet structureel meer vrij beschikbaar aanbod in wijken en dorpen organiseren, meer investeren in sociale structuur, ontmoeting en gemeenschapszin en

ondertussen ook al het specialistische en individueel beschikbare aanbod blijven bieden wat we nu bieden. Als we in wijken en dorpen, op scholen en bij ontmoetingsplekken meer algemeen toegankelijke voorzieningen voor onze inwoners willen realiseren beteken dat bijvoorbeeld ook dat we individueel beschikte opvoed- en opgroeiondersteuning bij tientallen aanbieders moeten afbouwen. Dat we individuele begeleiding voor mensen die moeite hebben met rondkomen of plannen collectief gaan organiseren. Kortom: als we de nu nog te zwakke sociale basis in de buurt willen versterken vraagt dat inkrimping van specialistisch aanbod en opbouw van vrij toegankelijk en collectief aanbod. Beschikbaarheid van hulp en ondersteuning We worden ouder, we mogen langer van het leven en van elkaar genieten. Daarmee vormen ouderen een steeds grotere groep in onze gemeenschap. Vaak staan ze tot op hoge leeftijd midden in het leven. Zijn ze actief bij verenigingen en in onze buurten, een bron van kennis, levenservaring en liefdevolle inzet voor familie, vrienden en anderen. Naast een enorm potentieel brengt vergijzing ook uitdagingen met zich mee. Want terwijl het aantal oudere inwoners groeit daalt het aantal inwoners dat werkt – ook in zorg en welzijn. De verzorgingsstaat heeft, met minder zorg- en welzijnswerkers, niet meer alle antwoorden. Dat is een gegeven.

Als we de zorgzame samenleving blijven organiseren zoals we dat de afgelopen decennia gewend waren komen we handen tekort. Dan krijgt de een hulp en staat de ander op een wachtlijst Hieronder is het verwachte personeelstekort te zien in de regio Noordoost Brabant. Dat zal toenemen tot duizenden werkers in zorg en welzijn als we het blijven doen zoals we het nu doen.

Het versterken van de zorgzame samenleving, van toegankelijke hulp en ondersteuning in wijken en dorpen vanuit de leefwereld van mensen is daarmee ook vanuit personeel oogpunt een harde noodzaak. De komende jaren groeit anders het tekort aan medewerkers in de jeugdzorg, de thuiszorg, de huishoudelijke hulp, bij ouderenzorgorganisaties, de geestelijke gezondheidszorg etc. Goed werkgeverschap, het zorgvak aantrekkelijk maken voor jongeren etc. is daarmee van groot belang maar niet zaligmakend: we zullen met minder mensen meer mensen zorg en ondersteuning moeten bieden. Dat lukt alleen als we het anders gaan doen.

Betaalbaarheid van het stelsel Hetzelfde geldt voor de financiële houdbaarheid van het stelsel. Als ’s-Hertogenbosch staan we er financieel, ook in het sociaal domein, bovengemiddeld goed voor. Tot en met 2028 kunnen we de verandering die we willen opvangen met onze bestaande middelen en reserve. Maar ook hier komen we, als we doorgaan op de huidige weg, binnen een paar jaar voor aanzienlijke financiële tekorten te staan. De onderstaande tabel laat het verwachte verloop van de S&Z-reserve zien bij ongewijzigd rijksbeleid, afgezet tegen de streefwaarde van 15% van het achterliggende budget.

Vanaf 2028 komen we onder de gewenste reserve te zitten, in de jaren daarna lopen we bij ongewijzigd rijksbeleid in de rode cijfers en zijn ingrepen zoals we die nu bij buurgemeenten vaak al zien ook hier noodzakelijk. Meer zorgzaamheid organiseren in buurten en wijken, met hulp van inwoners, maatschappelijke partijen en met voorliggend collectief aanbod wat betaalbaarder is dan specialistisch individueel aanbod is ook vanuit financieel perspectief noodzakelijk.

Toelichting werkwijze Met deze discussienotitie vragen we uw reactie op de wijze waarop wij willen komen tot een toekomstbestendig sociaal domein in onze stad. We leggen u hier een aantal samenhangende vraagstukken voor. We vragen u in de raadscommissie hierover van gedachten te wisselen. Hierdoor komt u in stelling met betrekking tot een aantal gerelateerde thema’s, zoals: -

Vorming van Lokale Teams in ’s-Hertogenbosch Burgerberaad Woonzorgvisie Kaderbrief en begroting GGD 2027 Programma maatschappelijke weerbaarheid 2026-2029 Verordening Jeugdhulp en WMO gemeente ’s-Hertogenbosch Visie basisondersteuning Programma lokale gezondheid Programma sociale structuur Participatievisie

Probleemstelling en doelstelling We moeten anders omgaan met de stijgende vraag naar hulp en ondersteuning, omdat de wijze waarop we de vraag tot nu toe beantwoordden niet heeft geleid tot betere, breed toegankelijke en betaalbare hulp en ondersteuning voor onze inwoners.

Onze gewijzigde aanpak heeft 4 samenhangende doelen. We willen: 1. Bijdragen aan een sterke sociale basis: een samenleving waarin men oog heeft voor elkaar, waar we vanuit het perspectief en de kracht van inwoners en hun leefwereld werken aan zorgzaamheid; 2. Betere hulp en ondersteuning bieden aan onze inwoners, met als uitgangspunt collectief en vrij toegankelijk en daar waar dat niet toereikend is individueel; 3. Hulp en ondersteuning ook op termijn beschikbaar houden voor onze inwoners, ondanks een krappe arbeidsmarkt; 4. Financieel gezond blijven, zodat we hulp en ondersteuning ook op termijn beschikbaar houden voor onze inwoners.

Wat gaan we anders doen? We willen een sterke sociale basis als topprioriteit We willen de omslag maken van veelal specialistisch aanbod naar laagdrempelige hulp en ondersteuning, met vrij toegankelijk aanbod in wijken en dorpen omdat dat het beste aanbod is voor onze inwoners. Omdat het dichtbij en toegankelijk is en omdat het leven zich daar afspeelt. Omdat normale vragen en ondersteuningsbehoeften in het leven vaak geen specialistische individuele hulp behoeven, maar zorg- en ondersteuning nabij, zonder wachtlijst. We willen betere (toegankelijke en passende) hulp en ondersteuning bieden Alleen door betere hulp en ondersteuning te bieden, kunnen we zorgzaamheid organiseren en de groeiende vraag naar specialistische hulp waar mogelijk ombuigen. Dat is nodig om ook in de toekomst onze inwoners hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. Met ‘beter’ bedoelen we toegankelijk en passend. Toegankelijk verwijst niet alleen naar dichterbij in wijken, buurten en dorpen. Maar ook naar simpeler: dat inwoners minder drempels ervaren om hulp en ondersteuning te ontvangen. Zo hopen we een kwetsbare doelgroep te bereiken die nu niet vanzelfsprekend de weg vindt naar hulp. Toegankelijkheid is ook: niet verstrikt raken in het systeem als er eenmaal hulp is ingezet.

Passende hulp is hulp die aansluit op de leefwereld van inwoners, die bestaat uit meerdere samenhangende leefgebieden: Een fysieke aandoening beïnvloedt het psychisch welbevinden. Geldzorgen leiden tot stress en onzekerheid. Ouders die zelf veel zorgen hebben, vinden minder ruimte en energie voor de opvoeding en het gezinsleven. Met passend bedoelen we ook: lichtere problematiek pakken we op binnen, of aansluitend op het eigen sociale netwerk of door inzet van vrij toegankelijke hulp en ondersteuning. Passend zegt ook iets over hoe we met zorgvragen omgaan: In plaats van ieder individuele hulpvraag te matchen met professioneel aanbod, gaan we eerst uit van wat mensen zelf kunnen en wat ze eventueel aanvullend nodig hebben. Door oog te hebben voor gemeenschappelijke problematiek komen we tot collectieve oplossingen die bijdragen aan versterking van gemeenschap en individu en die de werkdruk van professionals verminderen. Wat levert ‘anders denken en doen’ op: - Een sterkere samenleving in wijken en dorpen waarin men naar elkaar omziet - Beter passende hulp voor inwoners, die aansluit op de eigen leefwereld - Een doorbraak in het principe dat vraag naar hulp en ondersteuning automatisch leidt tot meer behoefte aan zorgprofessionals en tot stijgende kosten

-

Een stelsel van hulp en ondersteuning dat ook beschikbaar is voor toekomstige generaties Bosschenaren

Lokale teams in wijken en dorpen zijn voorwaardelijk De samenleving en de partijen in het veld van zorg en ondersteuning hebben elkaar nodig om succesvol te zijn voor onze inwoners. Dat vraagt een goed doordachte opstelling. Het is aan ons als gemeente om dit speelveld goed neer te zetten, de goede werking ervan te ondersteunen en helderheid in posities aan te brengen. Ofwel: te zorgen voor een sterke basis, met daarop een doordacht en samenhangend aanbod van hulp en ondersteuning door partners die met elkaar samenwerken en dezelfde doelen nastreven.

De basis daarvan vormen de lokale teams. De uitgangspunten daarvoor vormen het Richtinggevend Kader dat de Vereniging Nederlandse Gemeenten in afstemming met onder andere de ‘sociale branche’ in 2023 opstelde. Aanleiding is de onduidelijkheid over wanneer en waarvoor je als inwoners bij je gemeente aanklopt voor hulp en ondersteuning en wat je dan mag verwachten. Het beschrijft onder meer wat in het lokaal team in elk geval aan functionaliteiten moet zijn geborgd. Het kader heeft extra urgentie gekregen doordat gemeenten geconfronteerd worden met diverse landelijke afspraken die nogal wat van hun toegangsfunctie en lokale teams vragen. Denk aan het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), de Hervormingsagenda Jeugd, het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en de Visie Eerstelijnszorg 2030. Meestal zijn dit afspraken die de al bestaande wettelijke taken vanuit de Wmo 2015, Jeugdwet, Participatiewet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) nader preciseren en inkleuren.

De Lokale Teams bieden vroegtijdig en dichtbij ondersteuning, in de wijken en dorpen. Goede integrale dienstverlening lukt alleen als we nauw samenwerken met onze partners. Dat vraagt om soepele samenwerking tussen de Lokale Teams en organisaties in de sociale basis, het onderwijs, de (medische) zorg en het specialistisch veld. Zo bouwen we samen aan één sterk, overzichtelijk sociaal domein waarin inwoners weten waar ze terechtkunnen. Het expliciete doel van de lokale teams is het vergroten van de kracht van gemeenschappen en daarmee van de kracht van inwoners, het vergroten van de toegankelijkheid en beschikbaarheid van (collectieve) ondersteuning, meer vertrouwen in wat inwoners en professionals zelf kunnen en het betaalbaar, effectief en integraal organiseren van hulp en ondersteuning. Voor inwoners betekenen Lokale Teams: • Eén vaste contactpersoon die meedenkt en meeloopt zolang dat nodig is; • Minder doorverwijzingen en meer hulp die meteen (in de buurt) wordt geboden; • Ondersteuning dichtbij huis, bijvoorbeeld in de wijk en in het dorp; • Snellere en eenvoudigere toegang tot passende hulp; • Meer aandacht voor het hele gezin of netwerk, in plaats van focus op losse problemen; • Hulp die beter aansluit bij het dagelijks leven. Met de lokale teams gaan we er niet iets bij doen, maar we gaan het anders doen.

De Lokale Teams krijgen een plek bij de vrij toegankelijke zorg en ondersteuning op de zgn. 1e lijn. De teams werken gebiedsgericht vanuit wijken/buurten/dorpen voor de doelgroep 0-100. In deze teams werken mensen die ‘doen wat nodig is’, die naast de inwoner staan en de rol van vaste contactpersoon hebben voor individuen en gezinnen die ondersteuning nodig hebben. Anders dan nu het geval is voegen de medewerkers van het Lokale Team (tijdelijk) expertise toe wanneer nodig, maar blijven zij altijd betrokken. Zij verlenen zelf ondersteuning en werken nauw samen met de sociale en pedagogische basis (familie, vrienden, buurtwerk, maatschappelijke voorzieningen en onderwijs) en met eerstelijns partners in het sociaal en medisch domein. Zo hopen we mensen meer te kunnen ondersteunen in het ‘normale’ leven, waarbij inzet van specialistische zorg minder frequent en vanzelfsprekend wordt toegepast dan nu het geval is. In de tweede helft van 2026 vindt naar verwachting besluitvorming plaats over de organisatie van de Lokale Teams. Deze dienen conform afspraken met het rijk in heel Nederland in 2028 operationeel te zijn. Vraag aan de raadscommissie Hoe kijkt u naar de hoofdrichting (sterke sociale basis, betere hulp en ondersteuning, inrichting lokale teams) en welke aandachtspunten heeft u hierbij?

Het tempo van verandering Gezien de uitdagingen waar we voor staan (zorgzame samenleving, beschikbaarheid en betaalbaarheid) zien we de combinatie van een sterke sociale basis, met passende en toegankelijke hulp en ondersteuning en lokale teams in wijken en dorpen als de richting waar we op moeten. Op welk tempo we daar komen is slechts ten dele een keuze: de Lokale Teams dienen conform afspraak met het Rijk in 2028 operationeel te zijn en vanaf datzelfde jaar komt in ’s-Hertogenbosch de betaalbaarheid onder druk te staan. Waar ruimte zit om de verandering sneller of langzamer te

realiseren zit in de opbouw van de sterke sociale basis en voorliggende voorzieningen en de afbouw van een deel van het individuele specialistische aanbod: Samengevat zijn de twee uiterst denkbare scenario’s wat tempo betreft een korte klap en een lange remweg. Op basis van onze doelstellingen zien we als voorkeursscenario een gefaseerde aanpak met stapsgewijze afbouw van individueel specialistisch aanbod, duidelijke mijlpalen en ruimte om partners en de samenleving goed te kunnen betrekken.

Lange remweg (6-8 jaar) -

Kenmerk: Weinig ingrijpen en een trage kanteling, specialistisch aanbod blijft nog lang beschikbaar Effect: o Versterking samenleving: - → Kanteling naar meer zorgzaamheid in wijken en dorpen gaat te langzaam. We bouwen te langzaam aan sterke wijken. o Betere en passende hulp: - → Door gebrek aan een duidelijke koerswijziging en begrenzing blijft de druk op het oude systeem hoog en de hulp niet optimaal. o Inzet professionals: - → Langzame beweging naar sterk vrij toegankelijk aanbod en inzet van sociale basis. Dus hoge inzet van individuele zorg blijft langer bestaan, met als gevolg een krappe arbeidsmarkt die ons parten speelt. Professionals werken lang met verschillende methoden naast elkaar. o Financieel houdbaar: - → Lokale Teams moeten 2028 gereed zijn. Daarnaast langdurig specialistische zorg beschikbaar en toegankelijk houden is financieel onvoordelig.

Korte klap (2-4 jaar) -

Kenmerk: Snelle kanteling, strakke sturing, duidelijke begrenzing van specialistische zorg. Effect: o Versterking samenleving: - → Tempo is waarschijnlijk te hoog, risico dat niet iedereen kan meekomen o Betere en passende hulp: +/- → Snelle normalisatie en duidelijke richting, maar is de sociale basis gecombineerd met vrij toegankelijk aanbod al sterk genoeg? o Inzet professionals: +/- → Minder specialistische inzet, maar veel druk op organisatie en professionals in de wijken in korte tijd. De vraag is of we in dit scenario voldoende tijd nemen om het sociaal domein optimaal te organiseren. Snel eenduidigheid in de samenwerkingsvorm en werkmethoden. o Financieel houdbaar: +/- → Op middelange termijn beter, maar op korte termijn hoge investeringen en mogelijk hoge frictiekosten.

Gefaseerde route middellang (3-5 jaar) -

Kenmerk: Stapsgewijze afbouw van individueel specialistisch aanbod, duidelijke doelen en mijlpalen en ruimte om partners en de samenleving mee te kunnen nemen in de beweging. Effect: o Versterking samenleving: + → Voldoende tijd om sociale basis op te bouwen en inwoners en partners goed mee te nemen. o Betere en passende hulp: + → Lokale Teams kunnen aan de slag in wijken die daar op toegerust zijn. Er is voldoende tijd om de visie op goede hulp te vertalen naar de praktijk.

o o

Inzet professionals: + → Gefaseerde aanpak maakt het tempo haalbaar terwijl het doel niet uit het oog verdwijnt en maakt inzet doelmatiger. Financieel houdbaar: + → Op korte termijn minder kosten dan bij de korte klap. En de kanteling gaat snel genoeg om de positieve effecten ervan daadwerkelijk te gaan ervaren.

o

Vraag aan de raadscommissie Hoe kijkt u naar het tempo van verandering (korte klap, middellang of lange remweg)? Route met samenleving, zorg- en welzijnspartners en uw raad De komende jaren gaan we een grote verandering doormaken in de manier waarop we zorgzaamheid organiseren. Een verandering die van alle betrokkenen veel gaat vragen. Dat willen we zorgvuldig doen met betrokkenheid van inwoners, maatschappelijke partijen, zorg- en welzijnspartners, adviesraad WMO- en Jeugdhulp. Als college willen we deze verandering zorgvuldig met uw raad begeleiden. In een volgende raadsperiode krijgt dat handen en voeten rondom de inkoop van jeugd en WMO, aanbesteding van de lokale teams, financiële keuzes rondom het versterken van de sociale basis etc. Graag betrekken wij uw raad aan de voorkant met inachtneming van de verantwoordelijkheden van uw raad vanuit uw volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol en de uitvoerende bevoegdheden van het college. Gedurende deze periode zijn wij voornemens om bij ieder voorstel duidelijk te maken hoe het bijdraagt aan de opgave (een zorgzame samenleving realiseren door versterking van de sociale basis, toegankelijke en passende hulp en ondersteuning, lokale teams in wijken en dorpen), hoe het bijdraagt aan beschikbaarheid en betaalbaarheid van zorg en ondersteuning.

Vraag aan de raadscommissie Hoe kijkt u naar de betrokkenheid van uw raad aan de voorkant: hoe wilt u meegenomen worden in de voorbereiding van richtinggevende keuzes, welke informatiebehoefte heeft uw raad om de goede keuzes te kunnen maken?

Risico’s en risicobeheersing De verandering die we willen maken kent een aantal risico’s: 1. Door onvoldoende structurele investering in een sterke basis kan hulp en ondersteuning in wijken niet slagen en zal de transformatie stagneren. Beheersmaatregel We blijven investeren in een sterk basisstructuur in wijken en dorpen.

2. Doordat de visie op wat passende hulp en ondersteuning is onvoldoende doordringt in het handelen van professionals komt de transitie niet tot stand. Dit leidt tot een stijgende vraag naar hulp en ondersteuning en tot een tekort aan financiën en professionals. Beheersmaatregel De gemeente stuurt niet alleen op een samenhangend stelsel, maar via relatie, subsidie en contract ook op ‘de goede dingen doen’ in het kader van een gedeelde visie op passende hulp en ondersteuning.

3. Hoewel er wordt gehandeld in de geest van passende hulp en ondersteuning in een samenhangend stelsel, blijven financiële resultaten in eerste instantie uit doordat we in de wijk een doelgroep aanspreken voor wie tot op heden de drempel te hoog was. Beheersmaatregel De gemeente houdt in haar meerjarig financieel beleid rekening met een trend van dalende kosten voor hulp en ondersteuning, maar gaat daar bij aanvang nog niet meteen vanuit.

4. Aanbieders van specialistisch aanbod zien een deel van hun werk verdwijnen, de zorg voor inwoners verandert van individueel naar collectief, wat kan leiden tot een toename van bezwaar en beroep. Beheersmaatregel Raad en college realiseren zich dat dit tijdelijke ongemak onvermijdelijk is in de transitie van gerichtheid op aanbod en specialistische hulp naar vrij toegankelijk aanbod in de leefwereld van inwoners.

Registratienumme r Commissie Portefeuillehouder

079618654204

Sector/Afdeling Inlichtingen

MO Heleen van Keulen h.vankeulen@s-hertogenbosch.nl 0621336684

Commissie Sociaal 14 januari 2026 P. Slikker

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16349065/2