ODBN Programmabegroting 2027
Tekst van het document
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2027
33
34
35
2.3.3 Sloop & asbest Het beoordelen van meldingen en het toezicht op sloop mét asbestverwijdering is een basistaak. Het beoordelen van meldingen en het toezicht op sloop zonder asbestverwijdering is ook een verzoektaak welke wij voor bijna alle deelnemers uitvoeren. Risicogericht werken De inzet op risicogericht toezicht blijft centraal staan. Prioriteit in deze ligt onder meer bij het voorkomen én vinden van illegaliteit. We sluiten hiervoor waar mogelijk aan bij regionale en landelijke initiatieven. Een voorbeeld hiervan is Zuidelijk Keten Casus Overleg (ZKCO). Door deze ontwikkeling komen we vaker op locaties waar de risico’s voor de leefomgeving het grootst zijn.
Wat gaan we doen in 2027? Voor alle deelnemende gemeenten voeren wij de volgende taken uit; Beoordeling van meldingen en toezicht op asbestverwijdering; Afhandeling van sloopmeldingen en toezicht op sloopwerkzaamheden; Toezicht op naleving van de nieuwe EU‑asbestregels zodra deze in nationale wetgeving zijn opgenomen; Intensivering van risicogericht toezicht op basis van data‑analyse en landelijke dashboards; Door versterking van proactieve opsporing en vroegtijdige signalering dragen we bij aan het voorkomen en terugdringen van illegaliteit. Welke onzekerheden kennen we? Implementatie van de vernieuwde EU‑asbestregels De Europese regels over meetmethoden, blootstellingsregistratie en vergunningensystemen zijn eind 2025 omgezet in Nederlandse wetgeving. De daadwerkelijke invoering en overgangsregelingen kunnen in 2027 leiden tot extra toezicht, nieuwe administratieve verplichtingen en aanpassingen in werkprocessen; Capaciteit en beschikbaarheid van gecertificeerde bedrijven: strengere eisen kunnen leiden tot druk op de certificeringsketen, wat gevolgen heeft voor planning en toezicht, en ook een verhoogde kans geeft op illegaliteit;
2.3.4 Energie & mobiliteit Sinds de afspraken in het kader van ‘het energiebod’ in 2021/2022, is het toezicht op naleving van de energiebesparingsplicht geïntensiveerd. In 2027 wordt de energiebesparingsplicht aangepast, verwacht wordt onder andere een aanscherping van de terugverdientijd (van 5 naar 7 jaar) en aanpassingen in de ondergrenzen van het energieverbruik waarboven de energiebesparingsplicht geldt. In de loop van 2026 moet duidelijk worden wat deze wijzigingen gaan betekenen voor de uitvoering in 2027. Met ingang van 2022 ontvangt de ODBN een aanvullende specifieke uitkering van het ministerie voor toezicht en handhaving energie (SPUK-THE). De huidige regeling loopt af op 31-12-2026 maar recent is bekend geworden dat de regeling met één jaar wordt verlengd. In 2027 zetten we het energietoezicht daarom onverminderd voort. Als nieuw onderdeel van het toezicht zetten we voor specifieke doelgroepen ook in op preventie (informeren / stimuleren) om de spontane naleving te bevorderen. In deze ontwerpbegroting zit SPUK THE financieel nog niet verwerkt. Dit wordt gedaan zodra een definitieve bedragen bekend zijn. Naast deze basistaken kunnen deelnemers ook verzoektaken bij ons neerleggen. Voor zes gemeenten zien we al enkele jaren toe op de naleving van de label C verplichting voor kantoren.
Als nieuwe verzoektaak kunnen we voor gemeenten uitvoering geven aan enkele onderdelen van de Europese ‘energy performance of buildings directive’ (EPBD IV) die in 2027 wordt geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving. Enkele verplichtingen daaruit kunnen wij meenemen in ons energietoezicht, zoals bijvoorbeeld de verplichtingen voor gebouwautomatisering en controle systemen (GACS) of zon op dak.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2027
36
Zoals in de UHS is aangegeven, kunnen gemeenten en provincie een beroep doen op onze kennis, informatie en ervaring voor ondersteuning van hun taken in de energie- en warmtetransitie. Meerdere deelnemers hebben aangeven behoefte te hebben aan data. We maken hierover nadere afspraken in het werkprogramma 2027.
Wat gaan we doen in 2027? Wij gaan onverminderd verder met de uitvoering van de basistaak toezicht energiebesparingsplicht; Als onderdeel van energietoezicht zetten we in op preventie bij specifieke doelgroepen; Wij geven uitvoering aan verzoektaken voor label C, de EPBD IV en ondersteuning van de energie- en warmtetransitie; Wij gaan in gesprek met deelnemers over de uitvoering na 2027, rekening houdend met eventuele wijzigingen in financiering (vervolg SPUK-THE) en wetgeving (aanpassingen in de energiebesparingsplicht) Welke onzekerheden kennen we? De aanvraagprocedure, voorwaarden en precieze omvang van de verlenging van de SPUK-THE in 2027 is nog niet bekend; De energiebesparingsplicht wordt aangepast en zal medio 2027 worden geïmplementeerd. Definitieve besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden; Er zijn nog geen afspraken met deelnemers gemaakt over de uitvoering van verzoektaken voor de EPBD IV en ondersteuning in de energie- en warmtetransitie;
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Mobiliteit Sinds 1 juli 2024 is de registratieverplichting Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM) van kracht. Sindsdien zijn organisaties met 100 of meer werknemers en alle publieke rechtspersonen zoals gemeenten, provincies en ministeries verplicht jaarlijks te rapporteren over hun zakelijke en woonwerkverkeer in het afgelopen jaar. Mocht uit de rapportages blijken dat de CO2 besparingsdoelen voor 2030 niet worden gehaald, dan volgt na 2026 mogelijk normering. Op Prinsjesdag 2025 heeft de minister aangekondigd de ondergrens van de verplichting te willen verhogen van 100 naar 250 werknemers. Hierover is nog geen definitief besluit genomen, maar kan leiden tot een afname van de doelgroep met ca 50% (van 356 naar ca 180). Het toezicht en handhaving van de WPM is als basistaak bij omgevingsdiensten belegd. Wij geven hier uitvoering aan door toe te zien op het indienen van rapportages en deze inhoudelijk te beoordelen op plausibiliteit. Dit doen we grotendeels geautomatiseerd en daarmee zeer efficiënt. We verwachten daarom dat een eventuele verhoging van de ondergrens een beperkt effect heeft op de uitvoering.
Wat gaan we doen in 2027? We zien (naast onze andere taken) als basistaak toe op de naleving van de WPM; Welke onzekerheden kennen we? Er is nog geen definitief besluit genomen over verhoging van de ondergrens van 100 naar 250 werknemers; Mogelijk volgt voor 2027 een normering voor de CO2 uitstoot van bedrijven, met nieuwe taken voor omgevingsdiensten;
ODBN Programmabegroting 2027
37
38
2.3.5. Juristen Namens het bevoegd gezag (onze deelnemers) procederen onze juristen in bestuursrechtelijke procedures, zoals handhavingsverzoeken, opgelegde dwangsommen of Woo-verzoeken. Ook adviseren onze juristen over de meest complexe besluiten.
Wat mag het Programma Individuele Dienstverlening kosten? INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN X € 1.000,-
REKENING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
20.272
22.672
23.943
563
130
130
TOTAAL LASTEN
20.835
22.802
24.073
Basis- en VTH verzoektaken
18.549
18.838
22.341
(Overige) Verzoektaken
12.500
13.443
12.029
Aanvullende verzoektaken
1.098
825
852
TOTAAL BATEN
32.146
33.106
35.222
SALDO
11.311
10.304
11.149
Personeel
Wat gaan we doen in 2027? De inzet van team juristen zal in 2027 gericht blijven op het adviseren en juridisch vertegenwoordigen van onze deelnemers op het terrein van het milieu- en natuurbeschermingsrecht. Onze kennispositie op dit gebied is groot; ons streven is dan ook dat onze deelnemers hiervoor zelden of nooit een beroep hoeven te doen op gespecialiseerde advocatenkantoren. Welke onzekerheden kennen we? Door de toenemende complexiteit van milieuwetgeving en nieuwe rechterlijke uitspraken, met name rondom stikstofdepositie en natuurvergunningen, worden juridische kaders steeds bepalender. Het vergunningenproces ligt sinds de PASuitspraak grotendeels stil. Steeds vaker worden handhavings- en intrekkingsverzoeken ingediend door milieuorganisaties. Deze leiden vaak tot langdurige en emotionele bezwaar- en beroepsprocedures. Of deze situatie ook in 2027 nog voortduurt, is afhankelijk van de vraag of het Rijk, en de provincie, alsnog zal lukken om effectieve en juridisch houdbare beleidsmaatregelen vast te stellen. De keuzes die het nieuwe kabinet zal gaan maken, zijn daarvoor cruciaal. De werkvoorraad en werkdruk van team juristen is in hoge mate afhankelijk van het aantal ingediende handhavingsverzoeken, Woo-verzoeken en uiteraard de bezwaaren beroepsprocedures. Die zien we de laatste jaren allen toenemen.
Hoewel het team recent is uitgebreid, zijn er grenzen aan de hoeveelheid zaken die door onze juristen kunnen worden opgevangen, vooral als procedures zich gelijktijdig voordoen kan het noodzakelijk zijn om te prioriteren (wat elders tot termijnoverschrijdingen kan leiden) en extra maatregelen te nemen, zoals externe inhuur.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
39
Bedrijfsmiddelen
Toelichting Voor de uitvoering van het programma Individuele Dienstverlening zijn 288.487 uren geraamd. Ten opzichte van de begroting 2026 is er een stijging van ruim 8.800 uren. Deze stijging in uren heeft zowel effect op de hoogte van de lasten als de inkomsten voor dit programma. Een verdere financiële toelichting is te vinden in hoofdstuk 4 van de financiële begroting. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Individuele Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 7.4
➜
Milieubeheer
ODBN Programmabegroting 2027
40
3 Programma Bedrijfsvoering
Wat willen we bereiken?
Inhoud van het programma Programma Bedrijfsvoering heeft betrekking op de bedrijfsvoering en is relevant voor u als eigenaar. De algemene organisatie betreffende trends worden toegelicht in dit programma. Waar mogelijk zijn deze vertaald in kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s). De technische onderbouwingen worden elders in de begroting gegeven. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is in deze begroting ook een paragraaf gewijd aan bedrijfsvoering specifieke onderwerpen. In dit programma zijn de begrote baten en lasten van de interne financiering en de algemene dekkingsmiddelen opgenomen.
De ODBN wil een goede bedrijfsvoering, betrouwbare managementinformatie en kostenbeheersing. Uitgangspunt is dat we zodanig in controle zijn dat de tussentijdse rapportages actueel en betrouwbaar zijn en dat deze een reëel beeld geven van de te verwachten resultaten op jaarbasis. Door de tijd heen zijn er diverse KPI’s vastgesteld als kader voor een gezonde bedrijfshuishouding. Voor u als eigenaar zijn deze relevant om in één oogopslag een eerste gevoel te hebben bij de bedrijfsmatige en financiële situatie van de ODBN als organisatie. Indicatoren bedrijfsvoering In de Kadernota 2026 hebben we het onderzoek naar de gevolgen van de nieuwe definitie van overhead conform BBV aangekondigd. Deze is in de begroting 2026 en wordt in deze begroting verder uitgewerkt. Dit leidt tot een lagere KPI voor overheadformatie en bedrijfsvoeringskosten. Deze is nu conform de vernieuwde regelgeving BBV opgenomen. Om een beeld te kunnen vormen over het bedrijfsmatig functioneren van de ODBN worden in onderstaande tabel de meest essentiële indicatoren gepresenteerd.
Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING
DATUM
EXPIRATIEDATUM
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
01-07-2019
Open
Gemeenschappelijke regeling ODBN
01-01-2025
Open
Nota weerstandsvermogen en risicomanagement
16-12-2020
Open
Treasury statuut
28-12-2023
Open
Financiële verordening ODBN
01-01-2025
Open
KPI'S ODBN (ALS BEDRIJF) KPI'S
NORM
REALISATIE 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
Productiviteit1
1.397
1.401
1.397
1.397
§ Declarabiliteit
Declarabiliteit
1.294
1.269
1.294
1.294
§ Declarabiliteit
Structureel uurtarief
€ 121,812
€ 112,30
€ 118,95
€ 121,81
§ Tariefontwikkeling
Incidentele korting
Nvt
€ 1,80
€ 1,04
€ 0,17
§ Tariefontwikkeling
Incidenteel uurtarief
Nvt
€ 110,50
117,91
€ 121,64
§ Tariefontwikkeling
Ziekteverzuim
5,5%
6,7%
5,5%
5,5%
§ HRM - ziekteverzuim
Formatie overhead
(223) 19%
20%3
19%
19%
§ Formatieomvang
Aandeel kosten overhead
(33-353) 22%
21,7%
22%
22%
§ Tariefontwikkeling
Weerstandsratio
0,75– 1,5
1,13
1,25
0,99
§ Weerstandsvermogen
20%
13.4%
Max 20%
Max 20%
Flexschil
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
41
TOELICHTING
§ Declarabiliteit
1
Betreft uren die productief worden ingezet t.b.v. het primair proces maar die we niet kunnen declareren.
2
Betreft het normtarief uit deze begroting, in de vastgestelde Kadernota 2027 bedroeg dit tarief eveneens € 121,81.
3
Betreft normering 2026 volgens de oude definitie.
ODBN Programmabegroting 2027
42
Wat gaan we doen in 2027? Algemeen De ODBN is de aangewezen partner om een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving. Dat heeft geleid tot een unaniem gedragen plan in de vorm van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025-2028 (UHS) dat is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de ODBN, de besturen van de deelnemende gemeenten en ook werd onderschreven door het bestuur van de provincie. In het verlengde van de UHS heeft het Dagelijks Bestuur de strategische visie “Ontwikkelingen in het perspectief van VTH(A) uitvoering richting 2030” vastgesteld. Deze visie bevat de uitgangspunten waarop we de ontwikkelingen in de bedrijfsvoering baseren. Arbeidsmarkt en organisatie De arbeidsmarkt blijft krap in de voorzienbare toekomst. In 2027 verwachten we daarom onverminderd bezig te zijn met het verbeteren van onze arbeidsmarktpositionering om de juiste nieuwe medewerkers te vinden. Dit betreft vooral de specialistische functies. Na successen van eerdere traineeships zullen we wanneer passend en nodig ook in 2027 werken met traineegroepen. Intern blijft de focus liggen op ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid van medewerkers, zodat zij ODBN als prettige werkgever ervaren en kunnen doorstromen naar medior en senior functies.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
CAO-ontwikkelingen Op 6 juni 2025 is de nieuwe cao vastgesteld voor de periode 1 april tot en met 31 maart 2027. Deze cao is verwerkt in de vastgestelde begroting 2026. Vanuit deze cao is er voor 1 januari 2027 nog een loonindexering afgesproken van 1,6%. Dit is ook het percentage dat in deze begroting verwerkt is. In 2027 zal een nieuwe cao van toepassing zijn. De onderhandelingen voor deze nieuwe cao zijn nog niet opgestart. Alle afspraken die hierin gemaakt worden rondom een loonindexering die nog van toepassing is, zijn niet meegenomen in deze begroting. Bij de berekening van de noodzakelijke weerstandsratio is het risico van een hogere loonindex dan de begrootte 1,6 % meegenomen. Prijsontwikkelingen In deze begroting is, conform de vastgestelde Kadernota 2027, gewerkt met geactualiseerde indexeringen voor 2024, 2025 en 2026. Deze indexeringen zijn bepaald op basis van de gepubliceerde cijfers van het CPB bij de Meerjaren Economische Verkenning in september 2025. Voor 2027 is gewerkt met een index van 2,3%, zoals in de Kadernota 2027 al was opgenomen. Vanuit de BIZOB en onze ICT-leverancier ontvingen we begin maart al voorwaarschuwingen voor grotere indexaties in 2026 en 2027 als gevolg van de onrust in het Midden-Oosten.
Omdat het hier alleen nog om indicaties gaat en officiële publicaties nog geen wijzigingen laten zien houden we vooralsnog vast aan de bestaande lijn en indexeren we op basis van de cijfers in laatste Macro Economische Verkenning van het CPB.
ODBN Programmabegroting 2027
43
44
Als deze drie stappen kunnen worden gezet hebben we tevens de basis gelegd voor meer toekomstige ambities t.a.v. Hyperautomation. Dit kan niet zonder extra investeringen. Hiervoor wordt separaat aan de aanbieding van de begroting 2027 een uitgewerkt plan van aanpak met bijbehorende financiële onderbouwing en budgetvraag aan het Algemeen Bestuur voorgelegd. Archiefmandaat In 2025 heeft het BHIC vastgesteld dat het informatie‑ en archiefbeheer van de ODBN op onderdelen structurele verbeteringen noodzakelijk zijn. Deze verbeteringen zijn wettelijk vereist en gelden ongeacht de besluitvorming over het archiefmandaat. Tegelijkertijd heeft de ODBN de ambitie om het archiefmandaat van haar gemeentelijke deelnemers te verkrijgen. Dit mandaat maakt het mogelijk om informatie daar te beheren waar deze ontstaat en wordt gebruikt, wat leidt tot betere informatiekwaliteit, minder dubbel werk en betere ondersteuning van uitvoering, sturing en datagestuurd werken. In 2026 zet de ODBN de eerste stappen richting structurele borging, wat in 2027 doorloopt. In 2027 ligt het accent op de structurele borging en mogelijke implementatie van het archiefmandaat. Dit zal leiden tot structurele lasten, met name door uitbreiding en versterking van de formatie binnen DIV en de blijvende uitvoering van wettelijke taken. Een en ander is nog wel deels afhankelijk van besluitvorming m.b.t.
het archiefmandaat in 2026.
Nieuwe technieken informatievoorziening en automatisering Efficiencymaatregelen in de uitvoering zullen noodzakelijk zijn en de manier om de bijdrage van onze deelnemers beheersbaar te houden. Inzet van AI maar ook RPA (robotisering van processen) kunnen een oplossing bieden voor de uitvoering van de UHS. Het bestuur heeft bij de vaststelling van de jaarstukken 2024 € 350.000,- vrijgemaakt om de mogelijkheden daartoe te onderzoeken. Behalve dat de administratieve last wordt teruggedrongen door de inzet van RPA zijn we ook gestart met het onderzoeken hoe we het werk van de toezichthouders en vergunningverleners kunnen faciliteren. Zij moeten namelijk behoorlijk wat tijd investeren in het doorgronden van bestaande/ historische dossiers alvorens een inspectie of vergunningsproces op te kunnen starten. Om hier meer efficiency te bereiken is een Pilot gestart om te onderzoeken in hoeverre de inzet van AI dit procesonderdeel kan versnellen. De resultaten zijn veelbelovend.
Om van onderzoek en voorbereiding naar daadwerkelijke impact te komen hebben we op hoofdlijnen nog drie belangrijke stappen te zetten voor we de nieuwe manier van werken kunnen gaan implementeren: 3) Het bouwen van het fundament waarop we het realiseren van efficiencyvoordelen door innovatieve werkwijzen structureel kunnen ondersteunen; 3) Het in gang zetten van de transformatie van de organisatie in lijn met de rode draden; conclusies uit de UHS (uitbreiding adviesrol, versterking keten, datagedreven werken en meer aandacht voor kwaliteit); 3) Daadwerkelijke implementatie.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Incidentele korting op structureel tarief 2027 In deze begroting presenteren we een structureel tarief van € 121,81, dit is gelijk aan het gepresenteerde tarief in de Kadernota 2027. Op dit tarief kunnen we een incidentele korting geven van € 0,17 per uur. Hierdoor komt het incidentele tarief uit op 121,64. De incidentele korting is met € 0,17 lager dan de € 0,30 die in de Kadernota 2027 verwacht werd. Dit komt doordat de begrootte rentebaten ruim € 40.000,- lager zijn dan in de Kadernota nog berekend is. De lagere rentebaten worden enerzijds veroorzaakt doordat het rentepercentage lager is dan de berekeningen in de Kadernota, anderzijds doordat het rekeningsaldo waarover rente gerekend wordt op 01-01-2026 lager was dan bij de Kadernota 2027 voorzien werd. Financieringssystematiek De ontwikkelingen t.a.v. RPA en AI zullen in toenemende mate van invloed zijn op de kostenstructuur van de ODBN. Bedrijfstakken kenmerken zich veelal door een arbeidsintensieve of kapitaalintensieve bedrijfsvoering. Dienstverlening kenmerkt zich veelal door een arbeidsintensieve bedrijfsvoering. Zo ook een omgevingsdienst als de onze. Echter door de snelle ontwikkelingen van digitalisering en complexere taken door AI kunnen worden overgenomen verandert ook de kostenstructuur.
ODBN Programmabegroting 2027
45
46
47
Eerder hebben we al aangegeven dat de ODBN een meer kapitaalintensieve bedrijfsvoering ontwikkelt. We hebben nog geen antwoord, laat staan een voorstel op de vraag of hierdoor de financieringssystematiek voor de ODBN moet gaan veranderen. We willen onze deelnemers wel meer inzicht geven in deze ontwikkeling. Daarom presenteren we vanaf de begroting 2027 de opbouw van het tarief anders. De hoogte van het tarief wordt hierdoor niet beïnvloed. Mochten er in de toekomst tariefwijzigingen noodzakelijk zijn dan wordt hierdoor ook beter inzichtelijk waardoor dat veroorzaakt wordt. Voortaan presenteren we drie onderdelen: loonkosten primair proces, kosten gemoeid met de uitvoering in het primair proces en de overhead. We sluiten daarbij zo veel mogelijk aan bij de definities in de notitie overhead uit de BBV. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de paragraaf Tariefontwikkeling.
Wat mag het Programma Bedrijfsvoering kosten? BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN X € 1.000,-
REKENING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
Personeel en inhuur
6.900
5.571
5.848
Opleidingen en loopbaanbegeleiding
895
929
970
Dienstreizen/ woon-werk
543
461
483
Overige personele kosten
575
527
552
Organisatie
164
377
366
Huisvesting
803
820
860
Kantoorkosten
95
218
228
2.345
2.064
2.464
Vervoermiddelen
49
74
78
Externe deskundigheid
96
280
294
Overige lasten
256
216
336
12.721
11.536
12.480
0
100
100
12.721
11.636
12.580
Rentebaten
512
236
169
Personeel en inhuur
1077
0
300
17
760
764
1.606
996
1.233
-11.116
-10.640
-11.347
Informatisering/ automatisering
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien TOTAAL LASTEN
Overige baten TOTAAL BATEN SALDO
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Toelichting De budgetten binnen het programma Bedrijfsvoering kennen een indexering gebaseerd op de Macro Economische Verkenningen (MEV). Op basis van historie zijn nu de UWV-baten (vergoedingen vanuit het UWV voor bijvoorbeeld zwangerschapsverlof ) voor €300.000 begroot. Deze “inkomsten” dekken een aanvullend lastenbudget van €300.000 in dit programma. Dit budget wordt ingezet ter dekking van de oplopende ICT kosten. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Individuele Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 0.1 Taakveld 0.4 Taakveld 0.5 Taakveld 0.8
➜ ➜ ➜ ➜
Bestuurskosten Overhead Treasury Overige baten en lasten
ODBN Programmabegroting 2027
48
Paragrafen
1 P aragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing Algemeen De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de omgevingsdienst. In deze paragraaf wordt weergegeven in welke mate de dienst in staat is om onvoorziene, financiële tegenvallers op te vangen zonder dat daarvoor het bestaande beleid veranderd hoeft te worden. Om dit te kunnen beoordelen, is inzicht nodig in het beschikbare weerstandsvermogen en in de omvang en de achtergronden van de aanwezige risico’s.
Inventarisatie risico’s
49
Nieuw risico Nieuwe cao In de begroting 2027 hebben we gewerkt met de effecten van de cao 2025-2026. Deze cao loopt tot en met maart 2027. In deze cao is een loonindexering opgenomen van 1,6% per 1 januari 2027. Deze indexering zit in de begroting verwerkt. Bij het opstellen van een nieuwe cao kan het zijn dat er nieuwe loonindexeringen worden afgesproken die in het jaar 2027 nog zijn effect krijgen. Een eventuele aanvullende indexering is in deze begroting niet opgenomen. Dat maakt dat we dit als een risico opnemen in deze risicoparagraaf. Gestegen/Verlaagde risico’s Ten opzichte van de jaarrekening 2025 hebben we geen risico’s die van omvang muteren. Weerstandsratio De weerstandsratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit.
Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de dienst beschikt om de onverwachte financiële tegenvallers te dekken zonder het bestaande beleid aan te moeten passen. Voor de ODBN geldt dat de beschikbare weerstandscapaciteit gevormd wordt door de Algemene reserve. Andere reserves worden niet meegenomen omdat deze door het Algemeen Bestuur voorzien zijn van een specifieke bestemming. Risicobeheersing De ODBN streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door het treffen van beheersmaatregelen, de benodigde verzekeringen af te sluiten en/of buffers te vormen voor niet voorzienbare financiële tegenvallers. In het overzicht Reserves en Voorzieningen kunt u de diverse posten en hoogten van de bedragen lezen.
Totale omvang Netto-risico's
Weerstandsratio
Beschikbare weerstandscapaciteit
Benodigde weerstandscapaciteit
NAAM
JAARREKENING 2025
Algemene reserve op 01-01
€ 2.061.559
€ 2.061.559
Risicoprofiel
€ 1.821.000
€ 2.091.000
1,13
0,99
WEERSTANDSRATIO
BEGROTING 2027
Door de vele ontwikkelingen per jaar kan het risicoprofiel van de ODBN fluctueren. Vanuit het principe zelf financieel duurzaam, zonder dat onnodig overheidsmiddelen worden vastgelegd, hebben we een afgesproken bandbreedte voor de weerstandsratio van 0,75 en 1,5. Wanneer de ratio onder de 1,0 zakt worden stappen benoemd om te groeien naar een gewenste streefwaarde van minimaal 1,0.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2027
50
51
Het weerstandsvermogen bij deze begroting 2027 is gelijk aan de vastgestelde begroting 2026. Het risicoprofiel is toegenomen ten opzichte van de jaarrekening 2027. De weerstandsratio komt daarmee uit op 0,99, daarmee zit deze net onder de gewenste streefwaarde van 1,0. Bij de onderhandelingen over een nieuwe cao voor 2027 e.v. wordt duidelijk of dit risico kan vervallen waarmee de ratio naar verwachting weer boven de 1,0 uit zal komen. In onderstaande paragraaf zijn de financiële kengetallen opgenomen die op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording moeten worden opgenomen. Kengetallen die voor de ODBN niet van toepassing zijn, zijn achterwege gelaten. VERLOOP FINANCIËLE KENGETALLEN FINANCIËLE KENGETALLEN
REKENING 2025
BEGROTING 2026
2027
2028
2029
2030
Netto schuldquote
-22%
-27%
-26%
-26%
-26%
-26%
Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen
-22%
-27%
-26%
-26%
-26%
-26%
Solvabiliteitsratio in %
42%
47%
46%
46%
46%
46%
Structurele exploitatieruimte
0,6%
0,3%
0,3%
0,0%
0,0%
0,0%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft aan of de ODBN in staat is de schulden terug te betalen waarvoor zij volledig zelf aan de lat staat. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de ODBN ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe lager dit percentage is, hoe minder de schuldenlast op een organisatie drukt. De ODBN heeft geen langlopende leningen, alleen kortlopende openstaande crediteuren. Daarmee is er weinig druk op de exploitatieruimte voor het voldoen aan de schuldenverplichting en geeft het een indruk van de goede financiële uitgangspositie voor de ODBN. Solvabiliteitsratio Deze ratio geeft weer in welke mate de ODBN in staat is op ‘langere’ termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de ODBN. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de ODBN. Voor de ODBN geldt dat er geen langlopende schulden zijn. Bedrijfsmatig wordt een bedrijf als financieel gezond gezien, wanneer de solvabiliteit tussen de 25% en 40% ligt.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
De ODBN valt met een solvabiliteit van 46% zelfs boven deze richtlijn. In het gemeenschappelijke toezichtskader van de Provincie wordt voor gemeenten het percentage van 50% gehanteerd voor de meest gezonde organisaties. Met 46% solvabiliteit scoren we hoog in de 2e categorie van bedrijven. Vooral de bestemmingsreserve ISV en voorzieningenpositie stortplaats Voorste Heide hebben invloed op dit percentage. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, door de structurele baten en structurele lasten te vergelijken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In 2025 was de realisatie 0,6%. De structurele exploitatieruimte in 2027 van 0,3% geeft aan dat de verhouding tussen structurele lasten en de structurele dekking hiervoor goed geregeld is. Conclusie Op basis van de financiële kengetallen is te stellen dat de financiële uitgangspositie van de ODBN als goed en stabiel te kwalificeren is.
ODBN Programmabegroting 2027
52
2 Paragraaf Financiering
Algemeen Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FIDO) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening voorgeschreven. Met deze paragraaf wordt beoogd de transparantie van het treasurybeleid en -beheer te vergroten en meer inzicht te geven in de (financierings-)risico’s en de beheersing daarvan. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover ter zake valutarisico’s. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De ODBN heeft op dit moment geen leningen met een looptijd van één jaar of langer.
Hiermee voldoen wij automatisch aan de deze renterisico-norm. Ook geeft de huidige financieringspositie geen aanleiding om in de komende jaren langlopende geldleningen af te sluiten, zodat we in dat kader ook geen renterisico lopen. Ook voor de investeringen die we doen hebben we geen leningen nodig. Daarom worden er aan investeringen ook geen rente toegerekend.
Kasgeldlimiet Bij de financiering van de activiteiten van de ODBN worden alle activiteiten als één geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit een andere activiteit kunnen financieren. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Hierdoor worden de rentekosten beperkt. Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de ODBN bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld. Voor het kasgeldlimiet volgen wij in samenspraak met de accountant, de definities van de Wet FIDO. In de definitie komen enkel en alleen bank, kas en aanverwante liquide middelen terug. Voor de vlottende schuld hanteert de wet FIDO het volgende: 1.
de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van korter dan één jaar; 2. de schuld in rekening-courant; 3. de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden, en; 4. de overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van een vaste schuld. Omdat het bij de ODBN openstaande crediteuren betreft heeft zij vanwege deze reden geen vlottende schulden volgens de definitie van de wet FIDO in de berekening voor het kasgeldlimiet. Berekening kasgeldlimiet UIT VOERINGSREGELING FINANCIERING DECENTRALE OVERHEDEN
VLOT TENDE SCHULD
VLOT TENDE MIDDELEN
NET TO VLOT TENDE SCHULD OF OVERSCHOT
A. Gemiddeld vlottend overschot
4.220.900
18.765.800
-14.544.900
B. Berekening kasgeldlimiet
3.091.589
Begrotingstotaal
37.702.302
Percentage regeling
8,20%
C. Ruimte onder kasgeldlimiet
-17.636.489
Gemiddeld vlottend overschot (A)
-14.544.900
Kasgeldlimiet (B)
3.091.589
Volgens bovenstaande berekening bedraagt de kasgeldlimiet voor 2027 totaal € 3.091.589 voor de ODBN. De ruimte onder kasgeldlimiet bedraagt € 17.636.489. Het aantrekken van kasgeld is niet aan de orde.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2027
53
54
3 Paragraaf Bedrijfsvoering
Renteresultaat Treasury OMSCHRIJVING | BEDRAGEN X € 1,a
Externe rentelasten over korte en lange financiering
b
Externe rentebaten SALDO EXTERNE RENTELASTEN
BEDRAG €0 169.000 -/- € 169.000
d
Interne eigen rente
€0
e
Toerekening rente via renteomslag
€0
RENTERESULTAAT OP TAAKVELD TREASURY
55
-/- € 169.000
Rentebaten In de begroting houden we rekening met incidentele rentebaten. In 2025 zijn de rentebaten sterk gedaald waardoor we ten opzichte van de begroting 2025 en 2026 lagere rentebaten opnemen. Op basis van de huidige renteontwikkelingen worden voor 2027 de incidentele rentebaten geraamd voor een bedrag van € 169.000. Dit is gebaseerd op het saldo van de rekening bij het Ministerie van Financiën (schatkist) op 0101-2026 en het rentepercentage van deze datum. Uit voorzichtigheid is gekozen om, net als bij de begroting 2025 & 2026, dit percentage met 1 procentpunt te verlagen om rentedalingen op te kunnen vangen. Een deel van deze rentebaten is ingezet ter dekking van de dotatie in de voorziening Voorste Heide. De rest is vertaald naar een incidentele korting van € 0,17 op het tarief van 2027.
Informatievoorziening & business intelligence De technologisch ontwikkelingen gaan hard. De ODBN speelt hier pro-actief op in door zelf te experimenteren met bijvoorbeeld AI. Robotisering heeft binnen de ODBN al een vaste positie ingenomen. Deze ontwikkelingen hebben baat bij een goede datakwaliteit en –toegankelijkheid. De ODBN voorziet hierin door dit als randvoorwaardelijk te stellen bij de aanschaf van nieuwe applicaties en andere ontwikkelingen. Zorgvuldigheid gaat hier boven snelheid. Om deze ontwikkeling voort te kunnen zetten zijn hiervoor de kaders en randvoorwaarden vastgesteld. De ontwikkelingsrichting is bepaald en zijn de eerste stappen in die richting gezet. Als omgevingsdienst kan en wil de ODBN hierin niet afwachten. De maatschappelijke verwachtingen, de toenemende complexiteit van regelgeving en de beschikbare technologische mogelijkheden maken het noodzakelijk om deze ontwikkeling actief te sturen. In 2027 ligt de focus daarom op het structureel verankeren van datagedreven werken en AI‑toepassingen in de organisatie, met als doel meer transparantie, hogere kwaliteit van informatie en een verdere vermindering van handmatige, foutgevoelige werkzaamheden. De afgelopen jaren is duidelijk een stijgende lijn zichtbaar in de ICT-kosten, waarbij licentiekosten een steeds grotere rol spelen. Dit is voornamelijk het gevolg van drie ontwikkelingen: 1.
De organisatie groeit, waardoor voor iedere extra medewerker aanvullende licenties benodigd zijn. Licenties zijn immers een vaste kostenpost per werknemer. 2. De digitalisering neemt toe en daarmee ook het gebruik van diverse applicaties. Dit betekent dat de inzet van digitale tools breder wordt, waarbij nieuwe licentiestructuren – zoals betalen per gebruiker – zorgen voor hogere kosten dan voorheen bij organisatie brede licenties. 3. Leveranciers hanteren andere indexatie voor contracten en prijzen dan voorheen. De standaard CBS-indexatie waarmee budgetten in het verleden zijn geïndexeerd sluiten niet aan bij de indexatie waarmee diverse leveranciers rekenen. Bij het afsluiten van nieuwe contracten houden we hier voortaan expliciet rekening mee, om hier meer grip op te krijgen. Het structureel goed organiseren van hardware vervanging is essentieel. Hiervoor is een geactualiseerd meerjarig investeringsplan opgesteld. In de eerste bestuursrapportage van 2026 wordt de eerste stap gezet om deze meerjarige planning te implementeren. In de Financiële begroting is een meerjarig inzicht gegeven van de benodigde investeringen. De daarbij benodigde kapitaallasten worden gedekt door de al beschikbare kapitaallasten budgetten. Dit geactualiseerde plan doet wel een groter beroep op de beschikbare kapitaallasten dan voorheen.
Deze ruimte is in de afgelopen jaren ingezet voor stijgende licentiekosten als gevolg van groei van de organisatie en andere indexeringen dan in de begroting waren opgenomen. Als gevolg hiervan staat het budget voor de licenties onder druk. In deze begroting wordt dit opgelost door verschuiving van interne bedrijfsmiddelen.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2027
56
57
Naast de inzet op datagedreven werken en verdere digitalisering, blijft informatieveiligheid en privacy onverminderd hoog op de agenda staan. Gezien de groeiende hoeveelheid data en de toegenomen toepassing van AI en automatisering, is het noodzakelijk om bestaande maatregelen op het gebied van gegevensbescherming en privacy continu te versterken. De ODBN blijft investeren in het actualiseren van beleid, het trainen van medewerkers en het implementeren van technische en organisatorische maatregelen, zodat de organisatie blijvend voldoet aan de geldende wet- en regelgeving, zoals de AVG. Hiermee wordt geborgd dat de informatievoorziening niet alleen innovatief en transparant is, maar ook veilig en betrouwbaar – passend bij de eisen die aan een organisatie als de ODBN worden gesteld.
Mens & organisatie De beoogde efficiency maatregelen betekenen dat er een verschuiving gaat plaatsvinden in de competenties en vaardigheden van medewerkers. Het verder uitnutten van de mogelijkheden van procesautomatisering, robotisering en inzet van AI zorgen voor andere behoeften op het personele vlak. In de afgelopen jaren is hier al veel in bereikt en geëxperimenteerd, maar deze ontwikkelingen en bijbehorende technologie en kennis dienen structureel in de organisatie ingebed te worden. Daarnaast gaan we van zelf registreren, naar controleren en beoordelen. Ook dit betekent een verschuiving m.b.t. competenties en vaardigheden. Deze laatste ontwikkeling sluit aan op de verbetering van de datakwaliteit en de stappen in de richting van een data gedreven organisatie. In 2026 is de invoering van een nieuw leermanagemeentsysteem voorbereid zodat dit per 1 januari 2027 actief kan zijn. Dit nieuwe systeem gaat bijdragen aan de leerplannen van onze medewerkers en het beheer van de kwaliteitscriteria 3.0.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Ziekteverzuim In 2027 werken leidinggevenden pro-actiever op het gebied van verzuim. Dit doen zij met ondersteuning van de nieuwe Arbodienst die vanaf juli 2026 aan de ODBN verbonden is. Deze gaat uit van het eigen regie model. De organisatie en leidinggevenden specifiek worden hierin goed begeleid om op het gebied van verzuim goed te kunnen acteren en de juiste acties uit te kunnen zetten. We gaan ook meer data gedreven werken op het gebied van verzuim. Hierdoor kunnen we analyseren waar oorzaken voor verzuim liggen. Om vervolgens beter passende oplossingen te vinden. Medewerkers worden gestimuleerd om na te denken en actie te ondernemen op het gebied van de eigen inzetbaarheid, nu en in de toekomst.
Planning & Control In 2026 wordt de implementatie van het nieuwe financiële systeem opgepakt. Op 01-01-2027 wordt dit nieuwe systeem in gebruik genomen. Daarmee wordt er een grote stap gezet naar het digitaler en efficiënter werken met beschikbare (HR-)data. De jaarrekening 2027 is ook de laatste jaarrekening die, op basis van het huidige contract, gecontroleerd kan worden door onze huidige accountant Flynth Accountants. In 2027 zal de aanbesteding voor de nieuwe accountant, in samenwerking met het Algemeen Bestuur, opgepakt worden.
ODBN Programmabegroting 2027
58
4 Paragraaf wet open overheid
5 Paragraaf verbonden partijen
Inleiding
Bestuurlijk belang In deze paragraaf nemen we de verbonden partijen op waar de ODBN een bestuurlijk belang heeft. Dit wil zeggen dat er een mate van zeggenschap is door de ODBN, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.
De Wet open overheid (Woo) legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Categorieën van informatieverplichtingen treden komende jaren in tranches in werking. Ontwikkelingen worden op de voet gevolgd. De wet vereist o.a. dat in de begroting en de jaarrekening wordt aangegeven hoe omgegaan wordt met de bepalingen uit de Woo. Passieve openbaarmaking De ODBN ontving de afgelopen jaren gemiddeld 1 à 2 Woo-verzoeken per jaar. In de planning voor 2027 houden we hier ook rekening mee. We merken op dat Woo-verzoeken die wij in mandaat afhandelen namens onze deelnemers in deze paragraaf buiten beschouwing blijven. Voor die Woo-verzoeken geldt namelijk dat niet het Dagelijks Bestuur van de ODBN het bevoegde bestuursorgaan is, maar het college van de deelnemer namens wie wij dit Woo-verzoek hebben afgehandeld.
59
Financieel belang Betreft een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bij deelname in een vennootschap betreft het financiële belang het bezit van aandelen en het ontvangen van bijbehorend dividend. De ODBN is per 1 juli 2019 aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbesteding Zuidoost-Brabant (Bizob). Daarmee is Bizob, volgens de letter van de wet, de enige officiële verbonden partij van de ODBN. In onderstaande overzicht wordt nader ingegaan op de verbonden partij “Bizob”.
Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren op een zelf te bepalen platform dat wel publiekelijk toegankelijk moet zijn. Deze verplichting geldt niet voor alle elf categorieën tegelijk: deze worden gefaseerd verplicht na Koninklijk Besluit. In december 2025 bereikten de koepels van medeoverheden (waaronder de VNG) en het ministerie van BZK overeenstemming over de uitgangspunten voor de planning van tranche 2. Helaas zijn de daarvoor benodigde functionaliteiten niet tijdig gereed, waardoor het Ministerie genoodzaakt was de inwerkingtreding van de tweede tranche uit te stellen. Op dit moment is nog niet helder wanneer de tweede tranche (en volgende tranches) van kracht worden. Wij anticiperen op de inwerkingtreding van de tweede tranche door actieve bekendmaking van agenda’s en besluitenlijsten van de bestuursorganen (Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur), begroting en jaarverslag en Woo-verzoeken en -besluiten en bezien of we ook al kunnen anticiperen op daaropvolgende tranches. Wij verwachten vanuit dit project geen noemenswaardige of ongedekte kosten. De Woo verplicht overheidsorganisaties maatregelen te treffen ten behoeve van het duurzaam toegankelijk maken van digitale documenten. Dit is een continu aandachtspunt binnen de ODBN en onderdeel van de reguliere visie, beleidskeuzes en activiteiten.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2027
60
PROGRAMMA 3 BEDRIJFSVOERING
61
1. STICHTING BUREAU INKOOP EN AANBESTEDING ZUIDOOST-BRABANT Publiek Belang
Stichting Bizob ondersteunt diverse lokale overheden in Noord-Brabant met het professioneel inkopen. Ze bieden expertise op het gebied van het inkoopproces, ondersteunen in het inkoopproces en initiëren samenwerking in aanbestedingen onderling. Via het ‘Gremium van belanghebbenden’ kan de ODBN invloed uitoefenen op de koers van de Bizob.
Algemene visie op en beleidsvoornemens over inschakelen van de verbonden partij
Het interne inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn. In het interne inkoopbeleid gaat uit van het inschakelen van de expertise van Stichting Bizob bij inkopen vanaf € 50.000.
Partijen
Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen
Bestuurlijk belang
Een bestuurslid van de ODBN wordt aangewezen om ODBN te vertegenwoordigen in de vergadering van aangeslotenen van BIZOB.
Financieel belang
De ODBN draagt jaarlijks bij aan de exploitatie van Bizob via een bedrag per afgenomen dag. De bijdrage voor 2025 was € 79.907,50.
Financiële informatie
Eigen vermogen: per 1-1-2024 € 1.302.202 per 31-12-2024 € 1.943.604 Vreemd vermogen: per 1-1-2024: € 1.973.315 per 31-12-2024: € 1.831.769 Resultaat 2024: € 1.343.481
Eventuele risico's
Niet van toepassing
In bovenstaande tabel zijn de cijfers over 2024 opgenomen. De gegevens over 2025 zijn nog niet bekend.
Daarnaast kent de ODBN de volgende organisaties waarmee een intensieve samenwerkingsrelatie wordt onderhouden: ➜ De deelnemers van ODBN: de 10 gemeenten (Gemeente Bernheze, Gemeente Boekel, Gemeente Boxtel, Gemeente Maashorst, Gemeente Meierijstad, Gemeente Land van Cuijk, Gemeente Oss, Gemeente ’s-Hertogenbosch, Gemeente Sint-Michielsgestel en Gemeente Vught) in de regio Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant. ➜ De twee collega-omgevingsdiensten die actief zijn binnen Noord-Brabant; de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). ➜ De deelnemers in het kader van Samen Sterk in Brabant (SSiB); te weten Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabant Landschap, Brabant Water, Evides, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel, Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Rivierenland. ➜ Omgevingsdienst NL, dit is de vereniging van directeuren van omgevingsdiensten in Nederland. Voor het lidmaatschap wordt een contributie betaald, er wordt expertise ingewonnen bij de ODNL maar ook expertise geleverd, tevens zijn er projecten die voor de ODNL uitgevoerd worden. Verder lopen een aantal subsidiestromen via Omgevingsdienst NL naar de omgevingsdiensten. Er is een transitie in voorbereiding van een vereniging van directeuren naar een vereniging van omgevingsdiensten waarin de omgevingsdiensten zelf een rol gaan spelen.
Indien besloten wordt tot de deelname, dan zal ODNL ook als verbonden partij opgenomen worden in bovenstaand overzicht.
Niet van toepassing zijnde paragrafen Voor de ODBN zijn de onderstaande, in de het BBV voorgeschreven, paragrafen niet van toepassing: ➜ Paragraaf Lokale Heffingen ➜ Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ➜ Paragraaf Grondbeleid.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2027
62
ll Financiele Begroting
63
4
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Programmabegroting 2027
64
1
Financiële samenvatting
65
In december 2025 is de Kadernota 2027 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Deze kadernota vormt, samen met de binnengekomen reacties op de kadernota, de basis voor deze ontwerpbegroting 2027. De reacties op de Kadernota 2027 hebben niet geleid tot een aanpassing in de uitgangspunten voor deze begroting.
Meerjarenperspectief 2028-2030
Deze ontwerp-begroting 2027 kent beperkt aanpassingen op het bestaande beleid uit eerdere begrotingen. Zoals in de Kadernota 2027 al is opgenomen zijn alle loongevoelige uitgaven geïndexeerd met 1,6% uit de cao 2025-2026. Eventuele ontwikkelingen uit een nieuwe cao zijn in deze begroting niet meegenomen. We wachten de onderhandelingen rondom de nieuwe cao af en volgen deze ontwikkelingen op de voet. In het risicoprofiel van deze ontwerpbegroting is hiervoor een nieuw risico opgenomen. Wanneer hier aanleiding toe is zullen we het bestuur en onze deelnemers hier zo snel mogelijk over informeren.
LASTEN
Voor de prijsgevoelige budgetten werken we vanaf deze begroting met een correctie op de indexeringen voor 3 jaar terug (in dit geval 2024 tot en met 2026) en een nieuwe indexering van 2,3% voor 2027. Deze indexeringspercentages komen uit de laatst bekende Macro Economische Verkenningen van het CPB. Dit is in lijn met de Kadernota 2027. Op basis van de uitkomsten in de jaarrekening 2025 hebben we gezien dat de baten die de ODBN ontvangt vanuit het UWV voor diverse bijzondere verlofsoorten steeds omvangrijker van aard zijn. In deze begroting hebben we dan ook deze baten structureel in de begroting opgenomen. Het meerjarenperspectief voor 2028 tot en met 2030 is structureel sluitend, zie ook onderstaande tabel. Bij het maken van deze meerjarenraming is rekening gehouden met hetzelfde aantal uren als gebruikt voor de raming van begrotingsjaar 2027. Hierop is één uitzondering opgenomen en dat is het project Sanering Verkeerslawaai. Dit incidentele project is alleen nog voor 2027 opgenomen omdat de verwachting is dat dit project in 2027 tot een afronding zal komen. In de begroting 2026 hebben we voor het eerst met een aangescherpte definitie gewerkt uit de notitie overhead van het BBV. Deze definitie is in deze ontwerp-begroting 2027 ook gebruikt.
Voor meer inzicht in de opbouw van onze tarieven presenteren we in deze ontwerp-begroting 2027 het tarief op basis van 3 componenten: ➜ De looncomponent van het primaire proces ➜ De bedrijfsmiddelen noodzakelijk om het primaire proces te laten functioneren ➜ De overheadcomponent die noodzakelijk is om het bedrijf ODBN op een goed en efficiënte manier te runnen. Deze presentatie wordt in paragraaf 7 van deze financiële begroting getoond.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
MEERJARENPERSPECTIEF BATEN EN LASTEN BEDRAGEN X € 1000
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
BEGROTING 2028
BEGROTING 2029
BEGROTING 2030
Regionale dienstverlening
1.261
1.050
849
849
849
Individuele dienstverlening
22.802
24.073
24.080
24.080
24.080
Bedrijfsvoering incl. onvoorzien
11.636
12.580
12.534
12.534
12.534
TOTAAL LASTEN
35.700
37.702
37.462
37.462
37.462
Regionale dienstverlening
1.480
1.126
1.127
1.127
1.127
Individuele dienstverlening
33.106
35.222
35.270
35.270
35.270
996
1.233
1.064
1.064
1.064
35.582
37.581
37.462
37.462
37.462
118
122
0
0
0
0
0
0
0
0
118
122
0
0
0
0
0
0
0
0
BATEN
Bedrijfsvoering TOTAAL BATEN
RESERVES Onttrekking reserves Dotatie Reserves TOTAAL RESERVES
SALDO VAN BATEN EN LASTEN
ODBN Programmabegroting 2027
66
2
Uitgangspunten begroting 2027
Financiële kaders De volgende algemene financiële kaders zijn uitgangspunt bij deze begroting: ➜ De begroting 2027 voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV); ➜ De begroting 2027 inclusief meerjarenperspectief is sluitend; ➜ De begroting 2027 gaat uit van bestaand actueel beleid, rekening houdend met de financiële effecten die betrekking hebben op de beleidsontwikkelingen zoals opgenomen in het programmaplan van deze begroting; ➜ Bij de raming van de meerjarenbegroting 2028-2030 wordt uitgegaan van constante prijzen. ➜ Bij de raming van de meerjarenbegroting 2028-2030 wordt uitgegaan van de urenraming 2027, behalve daar waar opdrachten duidelijk incidenteel van aard zijn.
Financieel technische uitgangspunten Bij het opstellen van de financiële begroting 2027 en het financieel meerjarenperspectief (in constante prijzen) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Baten De ramingen voor de baten zijn gebaseerd op: ➜ De concept-werkprogramma’s 2027 van de gemeentelijke opdracht. ➜ De provinciale opdracht 2026. ➜ De vastgestelde begroting 2026. ➜ Gemiddeld nieuw opgebouwd tarief voor 2027. ➜ De vastgestelde realisatiecijfers 2025. ➜ Rentebaten worden incidenteel voor de eerste jaarschijf geraamd o.b.v. het saldo van de schatkist en het geldende rentepercentage op 01-01 van het jaar waarin de begroting vastgesteld wordt. Voor deze begroting is dat dus 2026. Vanwege het voorzichtigheidsbeginsel wordt het rentepercentage op 01-01 verminderd met 1%. ➜ De baten zijn berekend op basis van het principe P*Q, waarbij het gerealiseerde aantal uren * het functionele tarief afgerekend wordt. - Voor stagiaires geldt in basis het 0-tarief - Voor opdrachten voor ODNL zijn landelijk aangepaste tarieven afgesproken. - In uitzonderlijke gevallen kan besloten worden om een opdracht onder andere voorwaarden aan te gaan. ➜ In tegenstelling tot voorgaande bullet zijn de volgende onderdelen gebaseerd op vaste bijdrage waarbij meer- of minder werk niet met de opdrachtgevers verrekend wordt: - Collectieve Taken - Bodeminformatiesysteem - Milieuklachtencentrale - Samen Sterk in Brabant
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
67
➜ Baten die wij ontvangen vanuit het UWV voor personeelsgerelateerde aangelegenheden zoals zwangerschapsverlof. ➜ Samen Sterk in Brabant: In de begroting 2026 is SSiB voor het eerst opgenomen als een aparte ontwikkeling in plaats van binnen het programma Regionale dienstverlening en Collectieve ontwikkelingen. SSiB hanteert echter een eigen planning en control-cyclus inclusief bijbehorende documenten zoals het meerjarenprogramma en het jaarverslag. De inhoudelijke aansturing ligt bij de stuurgroep SSiB. Echter, zolang SSiB formeel geen aparte entiteit is, is het aan het Algemeen Bestuur van de ODBN om de begroting van SSiB formeel vast te stellen. Daarom is in deze begroting van de ODBN, na de toelichting op de baten en lasten van de 3 programma’s, de complete begroting van SSiB als aparte paragraaf opgenomen. Met de vaststelling van deze begroting worden formeel ook deze opgenomen baten geautoriseerd.
Lasten Bij de ramingen voor de lasten is rekening gehouden met: ➜ De vastgestelde realisatiecijfers 2025; ➜ De formatie 2026 aangepast op basis van de urenraming 2027; ➜ De budgetten 2026 zijn gecorrigeerd met de geactualiseerde indexeringscijfers voor 2024 tm 2026 en de nieuwe prijsindex van 2,3% voor 2027 conform de Macro Economische Verkenning van het CPB van september 2025; ➜ De loonindex van 1,6% is gebaseerd op de vastgestelde cao 2025-2027. ➜ De personele lasten zijn geraamd tegen trede 10; ➜ De KPI voor overhead bedraagt 22% ➜ Norm fte’s overhead 19% ➜ Norm loonsom overhead 19% ➜ Een totale formatieomvang van 301,94 fte, waarvan 244,57 fte in het primair proces en 57,37 fte in de overhead; ➜ De benodigde inzet van medewerkers die de opdracht gaan uitvoeren is berekend op gemiddeld 1.294,4 declarabele uren per fte in het primaire proces. ➜ Samen Sterk in Brabant: In de begroting 2026 is SSiB voor het eerst opgenomen als een aparte ontwikkeling in plaats van binnen het programma Regionale dienstverlening en Collectieve ontwikkelingen. SSiB hanteert echter een eigen planning en control-cyclus inclusief bijbehorende documenten zoals het meerjarenprogramma en het jaarverslag. De inhoudelijke aansturing ligt bij de stuurgroep SSiB.
Echter, zolang SSiB formeel geen aparte entiteit is, is het aan het Algemeen Bestuur van de ODBN om de begroting van SSiB formeel vast te stellen. Daarom is in deze begroting van de ODBN, na de toelichting op de baten en lasten van de 3 programma’s, de complete begroting van SSiB als aparte paragraaf opgenomen. Met de vaststelling van deze begroting worden formeel ook deze opgenomen lasten geautoriseerd.
ODBN Programmabegroting 2027
68
3
Baten en lasten begroting 2027-2030
69
Overzicht van baten en lasten 2027 OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
LASTEN 2027
Overzicht meerjarenperspectief
BATEN 2027
SALDO PER PROGRAMMA
MUTATIES RESERVES
SALDO NA BESTEMMING
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
BEGROTING 2028
BEGROTING 2029
BEGROTING 2030
Regionale dienstverlening
1.050
1.126
76
122
198
Individuele dienstverlening
24.073
35.222
11.149
0
11.149
Bedrijfsvoering incl. onvoorzien
12.580
1.233
-11.347
0
-11.347
Regionale dienstverlening
3.638
1.261
1.050
849
849
849
TOTAAL
37.702
37.581
-122
122
0
Individuele dienstverlening
20.835
22.802
24.073
24.080
24.080
24.080
0
Bedrijfsvoering
12.721
11.537
12.480
12.434
12.434
12.434
0
100
100
100
100
100
37.194
35.700
37.702
37.462
37.462
37.462
0
0
0
0
0
0
TOTAAL LASTEN
37.194
35.700
37.702
37.462
37.462
37.462
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
BEGROTING 2028
BEGROTING 2029
BEGROTING 2030
Regionale dienstverlening
5.160
1.480
1.126
1.127
1.127
1.127
Individuele dienstverlening
32.146
33.106
35.222
35.270
35.270
35.270
Bedrijfsvoering
1.606
996
1.233
1.064
1.064
1.064
0
0
0
0
0
0
TOTAAL BATEN EXPLOITATIE
38.912
35.582
37.581
37.462
37.462
37.462
Onttrekkingen aan reserves
302
118
122
0
0
0
TOTAAL BATEN
39.213
35.700
37.702
37.462
37.462
37.462
RESULTAAT 2027
LASTEN
Onvoorzien
Totaal lasten verdeeld naar programma’s en overhead TOTAAL LASTEN BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2025
BEGROTING 2026
Personeel en inhuur
30.034
29.198
Overige personeelslasten
2.075
ICT- en Organisatiekosten Overige lasten SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien TOTAAL LASTEN
TOTAAL LASTEN EXPLOITATIE
BEGROTING 2027 TOTAAL
PRIMAIR
OVERHEAD
30.491
24.643
5.848
1.944
2.006
1.609
397
3.682
3.525
3.696
1.884
1.812
1402
932
1.410
480
930
37.194
35.600
37.602
28.615
8.987
0
100
100
0
100
37.194
35.700
37.702
28.615
9.087
Toevoegingen aan reserves
BATEN
Onvoorzien
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2027
4
70
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
BEGROTING 2028
BEGROTING 2029
BEGROTING 2030
Totaal lasten
37.194
35.700
37.702
37.462
37.462
37.462
Totaal baten
38.912
35.582
37.581
37.462
37.462
37.462
SALDO VAN BATEN EN LASTEN EXCL. MUTATIES RESERVES
1.717
-118
-122
0
0
0
Stortingen in reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
302
118
122
0
0
0
TOTAAL MUTATIES RESERVES
302
118
122
0
0
0
SALDO VAN BATEN EN LASTEN INCL. MUTATIES RESERVES
2.018
0
0
0
0
0
Toelichting op baten en lasten 2027
71
In dit onderdeel van de financiële begroting wordt een toelichting op hoofdlijnen gegeven van de belangrijkste verschillen tussen de in de begroting 2026 en de begroting 2027 gepresenteerde bedragen. Aan het eind van dit onderdeel wordt nader ingegaan op de benodigde capaciteit aan declarabele uren voor de uitvoering van alle werkzaamheden. Deze worden afgezet tegen de beschikbare declarabele uren op grond van de in de begroting opgenomen formatie. Tevens zal inzicht worden gegeven in de te hanteren functionele tarieven voor het begrotingsjaar 2027.
Programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING EN COLLECTIEVE ONT WIKKELINGEN BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
Personeel
2.861*
955
700
-255
Bedrijfsmiddelen
776*
306
350
43
TOTAAL LASTEN
3.638
1.261
1.050
-211
Collectieve taken
904
922
951
29
Overige regionale programma's
4.256*
558
175
-383
TOTAAL BATEN
5.160
1.480
1.126
-354
SALDO
1.522
219
76
-143
VERSCHIL
* D e mutatie van deze bedragen tussen 2025 en 2026 wordt veroorzaakt door het anders presenteren van de begroting van Samen Sterk in Brabant in de begroting 2026. Personeel De personele lasten nemen af als gevolg van het stoppen van de opdracht uit de Specifieke uitkering Toezicht en Handhaving Energie informatieplicht. Momenteel worden er gesprekken gevoerd over het doorzetten van deze specifieke opdracht of het verstrekken van een nieuwe opdracht. Wanneer dit het geval is, zal dit tot een aanpassing van de begroting leiden. Bedrijfsmiddelen De bedrijfsmiddelen zijn vergelijkbaar tussen de begroting 2026 en 2027, hier zit alleen de indexeringen op basis van de Macro Economische verkenningen tussen.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2027
72
73
Baten De baten van Collectieve Taken zijn geïndexeerd als gevolg van de indexeringen van de lonen en de prijsgevoelige uitgaven. Voor overige regionale programma’s is een afname te zien, het gaat hier om de baten vanuit de Specifieke uitkering THE waarvan de huidige regeling tot en met 2026 loopt.
Programma Individuele Dienstverlening PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN X €1.000
Programma Bedrijfsvoering
REKENING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
VERSCHIL
20.272
22.672
23.943
1.270
563
130
130
0
TOTAAL LASTEN
20.835
22.802
24.073
1.270
Basis- en VTH verzoektaken
18.549
18.838
22.341
3.503
(Overige) Verzoektaken
12.500
13.443
12.029
-1.413
Aanvullende verzoektaken
1.098
825
852
26
TOTAAL BATEN
32.146
33.106
35.222
2.116
SALDO
11.311
10.304
11.149
845
Personeel Bedrijfsmiddelen
Aanvullende verzoektaken Dit betreffen opdrachten die bij de ODBN belegd worden buiten de reguliere werkprogramma’s om. Dit zijn opdrachten van onze deelnemers, maar soms ook van niet-deelnemers. De urenraming 2027 is gelijk gehouden aan voorgaande jaren en is met het gemiddelde incidentele tarief voor 2027 in deze begroting opgenomen. Aangezien dit een hoger tarief is dan het vorige begrotingsjaar, leidt dit tot een stijging van de baten op dit onderdeel.