Notulen raadsvergadering 2026-01-28
Tekst van het document
Tegelijkertijd hoor ik ook het verhaal over het risico als jij een voorbereidingsbesluit neemt dat er risico bestaat op uitbreiding, dat er juist vooruitgelopen gaat worden op een aankomend verbod. Dat zie je heel vaak bij voorbereidingsbesluiten. Dus dan zou de situatie zelfs nog erger kunnen worden in plaats van minder erg. Dus ik hoor toch graag van het college hoe het denkt dat risico nog beter te kunnen ondervangen. Ik zie die twijfels ook terugkomen in de wethoudersbrief. Ten aanzien van de motie zelf, op een paar punten is er weinig eenduidigheid van begrippen. Er wordt gesproken over landbouwgif. Andere momenten gaat het over bollenteelt, sierteelt. Begrippen worden door elkaar heen gebruikt. Ik denk dat als we zoiets doen dat het ook wel heel zorgvuldig moet zijn. Dat er niet straks als er bijvoorbeeld rechtszaken komen gaten in worden geschoten en de omwonenden er nog steeds niets aan hebben. Dan is er sprake van een spuitvrije zone van 250 meter. Ik had ook gelezen dat een spuitvrije zone van 50 meter juridisch wel geborgd kon worden, maar van 250 meter zou niet juridisch te borgen zijn, dus ik hoor graag van het college of het dit uitvoerbaar acht of dat er misschien op een later moment alsnog aanpassingen moeten komen om het überhaupt werkbaar te maken. En nogmaals, dat is wel iets wat ik wil, ik wil het wel een werkbaar instrument maken. Dan kwetsbare functies.
Ik zie in de motie ook geen definitie van kwetsbare functies. Gaat het dan bijvoorbeeld alleen om de school of een kinderdagverblijf of gaat het ook om woningen? Want als nu blijkt dat woningen hier niet onder vallen en ze alsnog dichtbij woningen kunnen gaan spuiten, dan schieten omwonenden er nog niet heel veel mee op. Dus ik had toch wel graag duidelijkheid over die punten. En ik denk dat het heel verstandig zou zijn als die duidelijkheid er vandaag niet komt, om deze motie toch nog een keer aan te houden om te kijken hoe dit goed ingevuld kan worden, hoe dit juridisch allemaal op één lijn komt te staan, dus dat we niet straks een besluit gaan nemen waar als er een rechtszaak komt de zaak wordt lek geschoten. Het tweede is, ook nog even ten aanzien van de kant van de ondernemer. Als er een besluit wordt genomen, er is veel onduidelijkheid over de nadeelcompensatie. De bedrijfsvoering van die ondernemer gaat er wel compleet mee op zijn kop. Je kunt dan misschien het risico krijgen dat hij gaat uitwijken naar een buurgemeente, want ik las ook in de wethoudersbrief dat er in buurgemeenten geen maatregelen worden genomen. Nu is de situatie rond Kaathoven bij Vinkel zo dat het echt in een grensgebied ligt ten aanzien van onze buurgemeenten.
Als die vervolgens dat perceel gaat gebruiken dat net op het grondgebied ligt van Bernheze, waar omwonenden er misschien nog net zo veel last van hebben, want het kan zomaar binnen die zone van 250 meter liggen, dus zulk soort risico's wil ik ook wel graag goed ondervangen hebben, dus graag duidelijkheid over deze punten voordat we hier een besluit gaan nemen. Want liever zorgvuldig afgewogen dan nu snel en dat we iets hebben waar straks niemand iets aan heeft. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Alvast een kleine verduidelijking. Die kwetsbare functies, hoe wij het zien, vallen onder dat begrip inderdaad ook woningen. En ten aanzien van die buurgemeenten, ambtelijk is daar voor zover wij weten nog niets concreet in voorbereiding maar wordt er politiek wel heel veel over gesproken, maar daar kan de wethouder straks misschien ook wat over toelichten. Helemaal met u eens, het is belangrijk dat natuurlijk meer gemeenten hier dan stappen op gaan nemen. Vindt collega Van Hattem dan ook belangrijk dat dat gebeurt? De heer VAN HATTEM: Ik snap de reactie. Ja, ik vind het belangrijk, daarom vraag ik het ook juist. Ik heb dus op deze punten ook graag nog een uitgebreide reactie van het college, zodat we ook een goede afweging kunnen maken bij deze motie. Want ik vind het belangrijk dat er 15
maatregelen worden genomen om omwonenden te beschermen, maar het moet wel zo zijn dat als er maatregelen worden genomen ze er ook echt iets aan moeten hebben en het moet niet zo zijn dat er een averechts effect optreedt want dat zou alleen maar zonde zijn en dan zitten we misschien volgend jaar met de gebakken peren. De heer PETERS: Samen met de PvdD zijn we als GroenLinks en PvdA al enige tijd bezig met dit onderwerp. En nu is eindelijk het moment daar, een concrete datum voor een uitbreidingsverbod en een spuitvrije zone, om onze inwoners te beschermen tegen de effecten van bollenteelt op hun gezondheid. Daarnaast is het ook een oproep om als gemeente nog meer te gaan vragen van het rijk en de provincie. Want ook daar willen we helderheid van krijgen over wat er in de toekomst wel en niet toegestaan zou moeten worden. En de provincie geeft al een goed voorbeeld. Op provinciale pachtgronden zal de bollenteelt niet meer toegestaan gaan worden. We doen dit niet lichtzinnig, want we willen ondernemers niet zomaar regels opleggen. Echter, omdat het onduidelijk is wat het precieze langetermijneffect is van gifstoffen op ons en onze kinderen moeten we actie ondernemen. Uit te veel onderzoeken blijkt dat mensen en vooral kinderen neurodegeneratieve aandoeningen opdoen als zij te veel blootgesteld worden aan landbouwgif.
En volgens ons zou de gezondheid van onze inwoners zwaarder moeten wegen dan de economische belangen van een ondernemer. Daarom moeten we als gemeente uit voorzorg actie ondernemen en dat is wat deze motie en eerdere moties ook beoogden. Stop de giftige bollenteelt in onze gemeente. Laten we daarom nu een stap naar voren zetten, in het belang van de gezondheid van onze inwoners, want voorkomen is beter dan genezen. De heer VAN CREIJ: Dank dat de PvdA zo op de gezondheid hamert in dezen. Hoe kijkt u ertegen aan met de windmolens, met hetzelfde vraagstuk? De VOORZITTER: Mijnheer Van Creij, dat is buiten de orde. De heer GERSJES: Bij deze motie hebben we toch wel vragen, in zoverre, of die wel uitvoerbaar is. Eigenlijk gaat het erom in hoeverre deze motie uitvoerbaar is. Er zit namelijk een specifiek punt in van die focus op de 250 meter. Er is namelijk geen landelijke wetgeving voor en dan ga ik ook mee in de lijn die de heer Van Hattem aangaf. Er is dus geen landelijke wetgeving die zo'n grote afstand onderbouwt en de GGD Hart van Brabant die meestal adviseert over kleinere afstanden dan 50 meter, maar alles daarboven wordt door rechters vaak gezien als een onevenredige beperking van het eigendomsrecht. Dus eigenlijk is het weer wachten op de wet. Dus ik stel eigenlijk voor om de motie aan te houden totdat er definitieve jurisprudentie is.
Zo voorkom je dat Den Bosch straks proefkonijn wordt van de landelijke sierteeltdiscussie. Ik vraag me ook af wat dit straks gaat kosten, als de ondernemer hier de dupe van gaat worden. De heer CREMERS: Een vraag aan de heer Gersjes. We hebben inmiddels drie juridische rapporten meegezonden gekregen en kunnen doorlezen. Twee van Den Bosch zelf. Hoeveel meer hebben we er nog nodig vindt u? De heer GERSJES: Als die drie rapporten voldoende zijn en de wethouder zegt dat er geen enkele risico's zijn, dan kunnen we deze motie dus doorvoeren, dan heb ik er geen problemen mee. Maar er zijn een aantal haakjes waar ik nog even antwoord op wil hebben. Mevrouw CLAESSEN: Wij staan als mede-indiener op deze motie en ik kan me eigenlijk aansluiten bij de woorden van mevrouw Samshuijzen en van GroenLinks en PvdA. Het gaat hier om een fundamenteel principe, de gezondheid van onze Bossche inwoners, van dieren en van de natuur en die moeten altijd zwaarder wegen dan winst uit bollenteelt. We hebben gezien dat wegkijken voor gezondheidsrisico's hoge maatschappelijke kosten kan veroorzaken en de parallel met Q-koorts, ik had het ook al genoemd in de commissie, en geitenhouderij is hierbij overduidelijk.
Te lang wachten leidt tot schade voor mens, dier en samenleving en de voorgestelde maatregelen in deze motie, een uitbreidingsverbod en een spuitvrije zone zijn zorgvuldig en voorspelbaar voor de ondernemers en geven iedereen de tijd om zich voor te bereiden. Eventuele kosten voor de gemeente zijn daarbij een bewuste keuze. Niets doen kan op lange termijn veel duurder uitpakken, zowel financieel als maatschappelijk, dus wij sluiten ons aan, stop de bollenteelt. En we zijn blij dat er waarschijnlijk een meerderheid voor deze motie is. Wethouder ROY GEERS: Ik zal maar gelijk beginnen bij het betoog van de heer Van Hattem 16
van de PVV, want eigenlijk is dat wel de spijker op zijn kop. Hebben wij volledige zekerheid dat dit ook daadwerkelijk allemaal gaat lukken? Nee. Is het zo dat die spuitzone en de afstand daarin 100% juridisch dicht is? Weten wij wat een kwetsbare functie is? Nee. Daarom hebben wij ook eerder een discussienotitie naar u toe gestuurd omdat wij dus een aantal stevige vraagtekens zagen opkomen bij het opstellen van een voorbereidingsbesluit, zodat u daar ook, wetende wat de risico's en de moeilijkheden zijn, weet wat u beslist. Het college is daarom ook wel blij met de motie zoals die er nu ligt, want dat geeft het college de gelegenheid om dit ook zorgvuldig voor te bereiden, daar de juiste juridische kennis op binnen te halen. Het geeft de gelegenheid om de voorzienbaarheid te regelen, waardoor het financiële risico afneemt en het geeft ook de mogelijkheid ons als college toezicht en handhaving te organiseren op een moment dat het voorbereidingsbesluit ook genomen gaat worden. Want op dat moment hebben wij die capaciteit ook echt nodig om dit te organiseren. Dus ook de uitvoeringskosten en de voorziening voor het risico nadeelcompensatie kunnen wij daarom ook goed in de P&C-cyclus verwerken zodat u daar voor de begroting 2027 een duidelijke keuze in kunt maken.
Dus vanuit het ordentelijke proces dat wij als college ook aan uw raad voorstellen, dat komt ook terug in deze motie, zodat we dat ook goed kunnen onderzoeken. Daar komt bij dat ik recent met de regiogemeenten vanuit de regio Noordoost-Brabant heb gezeten op dit onderwerp en dat gaat dan breder dan de bollenteelt maar over de gewasbestrijdingsmiddelen en het actieplan van de provincie dat in de maak is. Daarbij hebben wij als regio ook aangegeven: de urgentie moet veel meer benadrukt worden bij de provincie. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is daar een heel belangrijke, dus laten we een reactie geven als regio, en niet alleen reageren dat het sneller en beter moet, maar ook zelf een taskforce instellen. Samen met de provincie, om ook vooral vanuit de innovatie die wij hebben in de landbouw van Noordoost-Brabant, te kunnen kijken: hoe kunnen we nu ook die teler helpen om minder gewasbestrijdingsmiddelen te gebruiken. Laten we niet als gemeente stil zitten en vooral naar de provincie kijken hoe ze allerlei nieuwe regels gaat opwerpen, maar laten we komend jaar ook vooral benutten om ervoor te zorgen dat we de teler helpen bij minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Niet alleen in de bollenteelt, maar breder. Als gemeenten zijn we voornemens om die taskforce ook op te stellen en daar sluit het vierde punt van deze motie dan ook mooi bij aan.
Wij kunnen er ook komend jaar ook voor zorgen dat we die lobbykracht en die samenwerking beter in gang kunnen zetten, zodat u in 2027 ook een goede afweging kunt maken of u het voorbereidingsbeschermingsbesluit ook daadwerkelijk wilt of dat er voldoende andere maatregelen zijn genomen. Daarmee hebben we volgens mij een heel ordentelijk proces en in dat opzicht hebben wij dan ook geen bezwaar tegen deze motie. De heer VAN HATTEM: Dank voor de uitleg van de wethouder. Ik kan daar een heel eind in meegaan, maar als je deze motie letterlijk leest, is het eerste punt van het dictum al wel formeel aan te kondigen dat de gemeente met een voorbereidingsbesluit gaat komen, dus dan vraag ik me af, als wij straks eerst alles moeten uitzoeken, als dan blijkt dat het misschien allemaal niet haalbaar is en niet haalbaar is zoals gesteld binnen de kaders van deze motie, hoe verhoudt zich dat dan tot een zorgvuldig proces zoals de wethouder het schetst? Wethouder ROY GEERS: Die formele aankondiging om de voorzienbaarheid ook te regelen bij bijvoorbeeld degene die nadeel ondervindt van een dergelijk besluit, kunnen we natuurlijk net iets ruimer nemen als dat het daadwerkelijke besluit is, zodat we daar wat flexibel in zijn en juridisch ook een goed voorbereidingsbesluit kunnen nemen.
Als de voorzienbaarheid maar voldoende is afgedekt, want dat zorgt ervoor dat het financiële risico dat wordt gelopen, bij een verbod ook daadwerkelijk afneemt. De heer VAN HATTEM: Dat snap ik, maar het punt is, dit punt van het dictum gaat heel nadrukkelijk uit van bijvoorbeeld alvast 250 meter als zijnde hetgeen waarop ingezet wordt. Terwijl tegelijkertijd wordt gezegd dat we nog allemaal dingen moeten gaan uitzoeken en afwegen. Dan vraag ik me af: krijgen we straks de situatie waarbij er misschien een voorbereidingsbesluit komt en dat wordt gezegd: we kunnen niet aan die 250 meter voldoen en andere aspecten. En dan zeggen misschien de indieners van de motie: wacht even, maar dit is wel de motie die er lag en tegelijkertijd wordt de voorzienbaarheid er ook anders mee. Ik vraag me dan af of dit dan wel juridisch goed en zuiver zit, zeker gelet op die voorzienbaarheid. Wethouder ROY GEERS: Op basis van de kennis die wij nu hebben is dat wel voldoende juridisch dekkend, dus wij kunnen op basis van de voorzienbaarheid iets ruimer gaan zitten dan dat het bijvoorbeeld daadwerkelijk bij het besluit zelf aanwezig is, zodat die voorzienbaarheid in ieder geval geregeld is. En ik ben het met u eens dat die 250 meter nog wel goed juridisch onderbouwd 17
moet kunnen worden en dat we een duidelijk begrip moeten hebben voor een kwetsbare functie. Dat zijn zaken die we in de komende tijd, in het komende jaar ook verder moeten uitwerken, om dat juridisch kloppend te krijgen, waarbij we bij de formele bekendmaking nu daar ook wel rekening mee moeten houden dat we nog niet 100% zeker weten wat dat nu precies is. De heer VAN HATTEM: Toch even voor alle scherpte, want de wethouder zegt nu: we moeten het juridisch kloppend zien te maken. Maar als het niet juridisch kloppend te krijgen is dan zit je wel met een probleem. En dan ligt hier al wel een motie met een aankondiging dat we 250 meter aan gaan houden. Dus ik wil het wel gewoon heel duidelijk en scherp hebben wat er dan gaat gebeuren en ook hoe zich dat verhoudt tot de politieke insteek van de motie. Niet dat er dan wordt gezegd: de motie is hier neergelegd en wordt niet uitgevoerd. Daar wil ik toch vanavond wel heel scherp duidelijkheid over hebben. Wethouder ROY GEERS: Ik snap wat u bedoelt en volgens mij beweeg ik een heel eind met u mee en begrijp ik uw punt ook. Mocht het zo zijn dat een bepaalde vraag, een bepaald onderdeel dat u heeft meegegeven in de motie niet uitvoerbaar is, of dat het op een andere manier toegepast moet worden dan komen wij daar ook met een goede uitleg voor. Onze inschatting nu is dat we dit juridisch ook kloppend kunnen maken.
Daar gaat uiteindelijk wel een Raad van State over. Dat is uiteindelijk wel een traject dat we doorlopen. We voorzien in ieder geval als college een mogelijkheid om dit ook wel op de juiste manier uit te voeren en mocht daar een ander beeld uit komen dan zullen we u op dat moment ook gewoon daarover informeren en een alternatief geven. De heer MEES: De wethouder horende en de motie scherp lezend, maar dan draai ik hem om, stel nu dat het juridisch heel mistig blijft, wat doet u dan met de stelligheid van het dictum uit deze motie? Zegt u dan: dat ga ik niet uitvoeren of ik kom naar uw raad terug? Wethouder ROY GEERS: Volgens mij is het altijd zo dat als u een motie aanneemt en die blijkt achteraf niet uitvoerbaar te zijn, dan komen wij als college bij u terug met die opmerking. Op dit moment verwachten wij dat deze motie wel uitvoerbaar is en gaan wij daarmee aan de slag, gaan we dat ook verder juridisch onderbouwen. Mochten we daar nog bepaalde hobbels tegenkomen die we niet vlak gestreken krijgen dan komen we bij u terug. De VOORZITTER: Volgens mij is het allemaal helder. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? De heer VAN HATTEM: Heel kort.
Ik vraag dan aan de indieners van de motie in hoeverre zij kunnen leven met de uitleg van de wethouder op dit punt en met name op de eventuele afwijking van hetgeen in de motie voorligt, of dat bij het uiteindelijke voorbereidingsbesluit ook zo uitgewerkt gaat worden of dat ze ook kunnen leven met bepaalde afwijkingen die de wethouder daarmee als mogelijk scenario meeneemt. De heer CREMERS: Ik had maar een heel bescheiden bijdrage en dat zijn complimenten aan het college dat deze motie gesteund wordt. Daar zijn wij als fractie van D66 heel blij mee. De heer PLOEGMAKERS: Ik hoor net het betoog van de heer Van Hattem en eigenlijk worstelen wij met exact dezelfde vraag aan de indieners, dus wij wachten ook die reactie even af. Mevrouw SAMSHUIJZEN: De wethouder ook horende die aangeeft dat volgens het college dit heel goed uitvoerbaar is, dat echt die moeite gedaan gaat worden om dit uit te voeren. Wij hebben in de commissie ook aangegeven dat we natuurlijk ook een juridisch houdbaar besluit willen. Dus mochten daar toch onverwacht hobbels en bobbels in zitten, dan begrijpen wij dat dat dan even een andere weg zal zijn, maar we gaan ervan uit dat dit heel duidelijk is, dus zo horen wij de wethouder ook dat hij er gewoon zo goed mogelijk werk van gaat maken en daar zijn wij heel blij mee.
De VOORZITTER: Moet ik hem vertalen dat u de wilsvraag prima vindt, maar als uit de kanvraag blijkt dat er problemen zijn en de wethouder daarmee terugkomt, dat u daarmee kunt leven. Dat is volgens mij de kern van de zaak. Maar over de wilsvraag bent u het eens. De heer VAN HATTEM: Ik zit nog wel met één ding. Het punt van die kwetsbare functies, want dat is wel echt iets wat nog boven de markt hangt. Ik had toch wel graag willen weten of dat gaat om 18
woningen of alleen om bijvoorbeeld een kinderdagverblijf. Wethouder ROY GEERS: Ik heb zojuist geen opsomming gemaakt van een nog op te stellen begrip kwetsbare functie. Wat ik wel al zojuist had aangegeven is dat we daar wel een duidelijk begrip van moeten gaan maken, zodat daar ook geen twijfel over is op het moment dat we een voorbereidingsbesluit nemen of aan u voorleggen. Dus op dat moment, het moment dat we de regels ook daadwerkelijk gaan uitvoeren, moet ook helder zijn wat een kwetsbare functie is, zodat het juridisch een houdbaar besluit gaat worden. De VOORZITTER: Maar zouden daar woningen bij kunnen horen, ja of nee, want dat was volgens mij de vraag. Wethouder ROY GEERS: Woningen zouden daar zeker bij kunnen horen. 15. Actuele motie, Driemaal is scheepsrecht, stop de giftige bollenteelt, van PvdD, GroenLinks, PvdA, De Bossche Groenen, Volt, D66, gewoon ge-DREVEN, SP en 50PLUS De heer MEES (stemverklaring): Het betoog van de wethouder aangehoord hebbend zitten wij toch met te veel onzekerheden, dus wij zullen niet instemmen. De heer VAN HATTEM (stemverklaring): Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog tot op dit moment twijfel. Ik sta sympathiek tegenover het doel van de motie, maar ik blijf het een rammelend traject vinden.
Ik besef tegelijkertijd dat dit een beslissende stem kan zijn, dus ik wil het een kans geven in die zin dat we wel heel kritisch moeten gaan kijken bij de uiteindelijke uitwerking of het dan ook steekhoudend is. En wat wel heel belangrijk is, is dat de ondernemers van meet af aan nu direct worden meegenomen in alle overleggen en hun belangen ook duidelijk op tafel leggen, evenals die van de omwonenden in de gebieden waar het om gaat. Met die gedachte zal ik de motie steunen. De heer GERSJES (stemverklaring): Gehoord hebbende de indiener en ook de reactie van de wethouder zullen we voor de motie stemmen omdat we het risico best nog wel zien, maar hopen dat het niet gaat worden gelopen. De heer PLOEGMAKERS (stemverklaring): Wij hebben als fractie heel lang getwijfeld, ook vanwege een aantal onduidelijkheden. De heer Van Hattem had het net ook over die 250 meter. Het is bij ons iedere keer opnieuw weer teruggekomen hoe we daarmee omgaan. We hebben de uitleg van de wethouder gehoord en de reactie van de indiener die zegt: mocht het anders zijn dan is het zo en dan zullen we ons daaraan conformeren. Dat heeft ons er toch toe doen besluiten om in dit geval voor te stemmen, met alle twijfels die wij hadden. Mevrouw WELTEN (stemverklaring): Wij zullen tegenstemmen.
Wij vinden dat we moeten inzetten in het terugdringen en verbieden van gewasbeschermingsmiddelen maar zien het verbieden van bepaalde teelt niet als weg. De motie wordt door de gemeenteraad aangenomen. De leden van de fracties van Leefbaar 'sHertogenbosch (Kagie, Mees) en VVD (Altenburg-Collin, Van Haren, Welten) hebben tegengestemd. Sluiting De VOORZITTER: Dames en heren, dank voor deze twee dagen in dit theater. Morgenavond is er een groot aantal van u in een ander theater. Mijnheer Van Creij, u hebt nog voldoende ruimte om u voor te bereiden. U weet dat er een kritische jury zit morgen bij de Politieke Klets met als hoogtepunt natuurlijk het optreden van de griffie, maar daar bent u al op voorbereid. Ik wens u allen nog een prettige avond en mogelijk tot morgen. Sluiting om 20.29 uur Vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad d.d. 3 maart 2026.
19