CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2025-05-20

Gemeenteraad 20 mei 2025, gemeente 's-Hertogenbosch38.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Want je kunt het niet op Haarlem of op Maastricht leggen, het is echt Bosch. En dan heb ik nog niet eens gezegd dat er kathedralenbouwers in staan. Ik dacht, dat grapje maak ik even niet, maar goed, toch wel. Wat we lezen in het verhaal van de stad gaat vooral over wat de stad is en wat de stad doet, maar minstens zo belangrijk is de vraag: wat vraagt deze tijd nu van onze inwoners? Want uiteindelijk zijn het de mensen die de stad maken, dat ben ik ook heel erg met mijnheer Van Hattem eens. D66 gelooft erin dat de komende jaren de enige constante juist verandering is, en juist daarom wordt de wendbaarheid en hoe we met elkaar samenleven steeds belangrijker. Dat begint bij goed burgerschap, bij kinderen die leren omgaan met veranderingen en verschillen, dus betrek ze bij het verhaal van de stad. Bij mensen die over grenzen heen durven kijken, bij internationale samenwerking, culturele uitwisseling en toerisme, wat nog wel een tandje extra mag. Het zijn manieren om onze blik te verruimen en onze verbondenheid te versterken. Wat D66 betreft verdient het perspectief een stevigere plek in het verhaal, niet als opdracht maar als uitnodiging, want een stad is niet wat we bouwen maar wat we samen zijn. En juist in deze stad vraagt dat iets van ons allemaal.

Daarnaast staat in het document dat we willen toegroeien naar 200.000 inwoners en voor D66 is het heel belangrijk hoe we dat doen. Hoe gaan we samenleven in een stad die groeit, die aan het inbreiden is? Daarom is onze wens richting het college helder: maak in het vervolg van het verhaal van de stad duidelijk hoe we dat dan gaan doen. Dan nog een kleine bedenking. Het verhaal van de stad is inhoudelijk sterk, biedt een goed kompas en is apolitiek, maar soms staat het wel wat moeilijk opgeschreven. Neem intergenerationele solidariteit. Dat gaat er toch om dat we bij onze keuzes denken aan de mensen die na ons komen? Of het woord economische ecosystemen, of de zin: Kernwaarden als onderlegger. Je zou er bijna jeuk van krijgen. Als dit verhaal van iedereen moet worden, laten we er dan ook voor zorgen dat iedereen echt weet wat het is en mee kan denken. We praten vandaag over de toekomst maar die begint niet morgen, maar die begint nu. In de tweede termijn gaat mijn partij in op wat de voorjaarsnota nu van ons vraagt en waar we vandaag het verschil willen maken. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Allereerst helemaal eens met de opmerking van mevrouw Craste als ik het zo mag verwoorden dat een verhaal van iedereen toch op B2-niveau zou mogen. Maar vanuit het verhaal van mevrouw Craste begrijp ik dat zij heel erg in dat verhaal van Den Bosch zit, daar veel over weet.

Ik heb daar zelf nog wat vraagtekens over, dus mogelijk dat u me kunt helpen en dat de wethouder ook gelijk even mee kan schrijven met deze vraag. Want wat is de formele status van dit stuk nu? Als dit stuk straks wordt vastgesteld, wat betekent dat nu formeel? Kunt u mij daarbij helpen, want u weet er volgens mij veel van af. Mevrouw CRASTE: Dank u wel voor het compliment. Zoals ik het zelf en zoals mijn partij het heeft gelezen en dit gebruikt, is het een kompas voor de toekomst, dus die formaliteit van wat het betekent, volgens mij hebben we nu dit document, kunnen we er met zijn allen achter staan? Hebben we wensen en bedenkingen? En dan gaat het weer een fase verder. Volgens mij is het een levend document voor mijn partij dus gaan we daarmee aan de slag. Ik zie ook in andere gemeenten dat er veel toekomstvisies zijn, dat het ook helemaal niet raar is om dat te maken, dat het juist heel erg richting kan geven. En ik hoop dat dit document ons ook richting kan geven, apolitiek, over de raadsperiode heen, zodat we niet in die waan van de dag blijven. 14

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Even wegblijvend uit de inhoud, waar het ook over gaat en wat we daar dan ook van vinden, zit mijn vraag toch voornamelijk in de hoek van: als er iets wordt vastgesteld, belandt het dan niet in een laatje? Betekent het straks iets, waar zit het aan verknoopt, want er zijn ook allemaal andere visies en er komt een omgevingsvisie. Die wordt volgende maand vastgesteld, waar ook heel veel in staat. Dus wat betekent dit stuk dan? Zodat het niet in een laatje verdwijnt. Wat betekent het dan formeel? Kunt u mij daar mogelijk wat meer in meenemen hoe u dat ziet? Mevrouw CRASTE: Het laatste wat mijn partij wil is dat dit in een laatje verdwijnt. Ik denk dat het een goede paraplu kan zijn, zowel voor ons als raad. Vinden wij vieren heel belangrijk, dan moeten we daar ook faciliteiten voor vrijmaken. Maar ook bijvoorbeeld voor een ambtelijke organisatie. Wat is nu ons DNA en hoe werken we nu? Dus ik denk dat het een heel richtinggevend document kan zijn, zonder dat het in een laatje verdwijnt. Ik heb ook niet het idee dat dat heel vaak bij Den Bosch gebeurt. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Collega Van Hattem gaf net aan: nog tien maanden dan zijn de volgende verkiezingen.

Een beetje daaraan relaterend, wanneer dit stuk geen formele status heeft, is dan de kans niet heel groot dat het toch in een laatje kan verdwijnen wanneer er geen status aan toegekend wordt? We weten natuurlijk niet hoe de verkiezingen gaan uitpakken. Voor u is het misschien apolitiek, als ik collega Van Hattem zo beluister dan denkt hij er volgens mij iets anders over. Wat gaat er dan gebeuren met dit stuk wanneer er geen formele status is? Ondanks dat het niet de wens van mevrouw Craste is om dit stuk in een laatje te leggen. Mevrouw CRASTE: Mijn inschatting is dat het wel een formeel document wordt, dat een richtinggevend kompas is, apolitiek, dus over die verkiezingen heen. Kijk, of een volgend college dat misschien een andere signatuur zal hebben, zegt: die scheuren we door, dat is dan… Ik zou het niet verstandig vinden, maar dat is dan aan dat college weer. De heer VAN HATTEM: Met name is het in dat punt van over de raadsperiode heen tillen van dit stuk. We zitten nu, en dat moet D66 aanspreken, qua periode in het voltooid leven van deze raadsperiode. En het punt is dan wel, je gaat een stuk op het eind van een raadsperiode inbrengen, met het oog op de volgende raadsperiode.

Ben je dan niet gewoon over je graf heen aan het regeren? Mevrouw CRASTE: Ik hoor eigenlijk allemaal vragen die beter bij de portefeuillehouder kunnen liggen, maar ik kan wel aangeven wat het voor mij betekent. Ik denk dat we hiermee over onze raadsperiode kunnen kijken en ik denk dat het juist heel goed is om over die raadsperiode heen te kijken, omdat je anders de hele tijd kortdurend beleid op elkaar hebt, van het een naar het ander, en ik denk dat dat niet goed is. En ik denk eerlijk gezegd dat welke partij, je kunt het er niet mee eens zijn, maar dat we DNA hebben in Den Bosch, en dat we een unieke positie hebben en dat we een unieke stad zijn, volgens mij is iedereen het daarover eens in deze raad, want anders weet ik niet of je in de raad zou zitten. De heer VAN SILFHOUT: Aan de ene kant ben ik heel blij dat mevrouw Craste positief is over dit verhaal van Den Bosch, aan de andere kant worstel ik er enorm mee, want het zit op een gekke plek in de voorjaarsnota. Wij spreken ons er niet over uit, terwijl als we het hebben over een gedragen verhaal, moeten eigenlijk 37, 38, 39 zetels ook wel onderschrijven dat dit het verhaal van 's-Hertogenbosch is.

Dus u zegt: het krijgt formele status, maar voor mij, hoe wij dit nu behandelen, had dit niet gewoon losgetrokken moeten worden van de voorjaarsnota en moet dit niet zijn eigen podium krijgen? Mevrouw CRASTE: Ik denk dat dat ook had gekund, om het een eigen podium te geven. Ik denk dat het dat wellicht ook wel verdiend had, omdat het gewoon echt een heel goed stuk is waar echt heel hard aan gewerkt is. Ik ben er zelf positief over, ik kwam vooral met mijn tijd in de knoei. Voor mij is de voorjaarsnota een manier om vooruit te kijken, van: wat wil je nu met die stad? Dus voor mij past het verhaal van de stad daar heel goed in. De heer VAN SILFHOUT: Helder. Denkt mevrouw Craste dan ook dat als dit zo'n verbindend verhaal is over de stad, dat als dit in stemming zou worden gebracht, dat hier dus 37, 38, 39 zetels 15

voor zijn, of is dit alsnog een verhaal dat oproept tot verdeeldheid? Mevrouw CRASTE: Heel even over de techniek, volgens mij stellen we het niet vast, maar geven we wensen en bedenkingen mee, dus dan is het ꞌwat-alsꞌ niet aan de orde. De heer VAN SILFHOUT: Mevrouw Craste stelt dat dit een verbindend verhaal is van ons allemaal, maar dat kan het alleen zijn als dat ook echt van ons allemaal is. Hoe kijkt mevrouw Craste daarnaar? Is dit verhaal van ons allemaal? Mevrouw CRASTE: Ik ben de tweede spreker, dus ik weet het eigenlijk niet. Volgens mij heb ik mevrouw Hendrickx over haar eigen verhaal over de stad gehoord, maar niet het verhaal over het verhaal van de stad, dus ik weet het niet. Wellicht is het antwoord op uw vraag dat het goed zou zijn om ons allemaal daarover uit te spreken en daar nodig ik iedereen ook toe uit. De heer KAGIE: Vanavond in dit beraad is de vraag aan de orde: waar staan we met de uitvoering van het in dit huis gearresteerde beleid van de afgelopen jaren? Min of meer de balans opmaken. In de context van een wereld die volstrekt op zijn kop staat, in de context van een wereld die op zijn kop staat maar waar ook de doorwerking in de Bossche samenleving is te herkennen. Bij de Voorjaarsnota 2026 zit als bijlage het verhaal van de stad, een aftrap op weg naar een toekomstvisie voor onze stad en dorpen. Collega's hadden het er net ook over.

Vijf jaar geleden ontvingen we ook zo'n aftrap, het Toekomstperspectief 's-Hertogenbosch 2035. Graag van u burgemeester, want u bent daar de vaandeldrager van, wat wilt u met het verhaal van de stad, en verdieping is daarbij niet verboden. Wringende samenlevingsvraagstukken benoemen hoort in zo'n document thuis, bijvoorbeeld dat er in deze aantrekkelijke woonstad zes, zeven delen van wijken weg aan het zakken zijn als het gaat over de leefbaarheid, het samenleven. Diep in het rood staan. Geen woord erover. En ik krijg jeuk met termen als verenigen, verbeelden en vieren. Het voordeel van zo'n nieuwe poging is wel dat een vergelijkend warenonderzoek heeft plaatsgevonden, 'sHertogenbosch versus andere gemeenten. Mevrouw CRASTE: Ik wil heel graag weten waar mijnheer Kagie dan jeuk van krijgt. De heer KAGIE: Verenigen, verbeelden en vieren. Daar kunnen we niets mee, met die kernwaarden. Het voordeel van zo'n nieuwe poging is wel… De heer VAN HAREN: Een andere vraag, ik hoor de heer Kagie zes, zeven wijken noemen die ver in het rood zakken. Kan de heer Kagie benoemen op welke wijken hij doelt? De heer KAGIE: Ja, samenleven, tolerantie, omgaan met elkaar. Dat is de noemer in de wijkmonitor van het Bossche. Samenleven Schutskamp 2024, rood. Samenleven, tolerantie, 2010, niet in het rood, verre van dat, geel. Kruiskamp 2024, rood. 2020, niet.

Kruiskamp heeft in 2024 een ruim beneden gemiddelde score op het thema samenleven. Tolerantie, omgaan met elkaar. De Slagen, samenleven, tolerantie. De Slagen heeft in 2024 een benedengemiddelde score op het thema samenleven. Ook alle deelthema's laten een ruim beneden gemiddeld resultaat zien. Tolerantie, inclusie en dergelijke. De Gestelse buurt, samenleven, tolerantie, 2024 rood. In 2020 was dat niet het geval. De Gestelse buurt heeft in 2024 een benedengemiddelde score op het thema samenleven. Ook alle deelthema's, inclusie, samenleven, omgaan met elkaar, een ruim benedengemiddeld resultaat. De Hambaken, samenleven en tolerantie, 2024 rood, 2020 was dat niet het geval. De heer VAN HAREN: Ik denk dat het antwoord op mijn vraag duidelijk is. Dan heb ik een vervolgvraag, want dan ben ik wel nieuwsgierig, het verhaal van 's-Hertogenbosch is in ieder geval op één punt vrij concreet, namelijk de keuze voor wijk- en buurtgericht werken. De VVD juicht dat toe en ik ben van de heer Kagie nieuwsgierig of hij dat ook doet. De heer KAGIE: Als u mij veertig jaar een beetje gevolgd hebt, maar u bent niet zo oud, dan weet u dat ik in de jaren tachtig en negentig zwaar voorstander was van gebiedsgericht, wijkgericht werken, om de samenlevingsvraagstukken op die wijkvloer beter te begrijpen. Ik heb daar zelf op allerlei manieren handen en voeten aan mogen geven. Dat heeft ausdauer nodig.

Zo'n wijk als De Bartjes, of de Gestelse buurt, daar moet je ausdauer aan de dag leggen. Dat is geen papieren kwestie, maar je begint in documenten zoals die nu voorliggen met het onderkennen dat er zeven, 16

acht van die buurten, van delen van wijken, substantiële delen van wijken diep in het rood zijn komen te verkeren. Daar begint het mee. Moet ik de lijst verder afmaken? De Sprookjesbuurt, samenleven en tolerantie, de Sprookjesbuurt heeft in 2024 een benedengemiddelde score. De VOORZITTER: De lijst is helder, dus kunt verder met uw betoog. De heer VAN GENUGTEN: Als ik de heer Kagie goed beluister zegt hij eigenlijk: het zit niet zozeer in die lange lijnen, maar er moet eerst eigenlijk een analyse zijn van de huidige staat van de gemeente 's-Hertogenbosch. Is dat wat u eigenlijk zegt? En van daaruit het vertrekpunt om verder te gaan. De heer KAGIE: Ja, en dan richting de heer Van Genugten, we hebben de neiging, en ik kom daar dadelijk op terug: hé, dat gaat goed in die stad. En deze stad is zeer aantrekkelijk om te wonen, voor de mensen die er al wonen en voor de mensen van buiten. Ik kom daar dadelijk op terug. En dan zeggen we: het is een heel aantrekkelijke woonstad, maar dan heb je de neiging, de gemakzuchtigheid, tussen aanhalingstekens, om te zeggen: die zeven, acht plekken, daar kijken we overheen. Dat is geen bewuste kwestie, dat sluipt erin. De heer HUIBERS: Een tijdje geleden is er een heel mooie motie aangenomen van GroenLinks die volgens mij betrekking heeft op een van die wijken, om ze goed in beeld te krijgen.

Deelt u dan de mening dat deze gemeente deze wijken wel in het zicht heeft en juist verbetering betracht? De heer KAGIE: Dat we er fundamenteler in moeten. In die zes, zeven gebieden moeten we er fundamenteler in, en dat is geen kwestie van vier jaar en acht jaar, en dat is geen kwestie van pamperen. Dat is ook van corrigeren en ook achter de voordeur komen bij de jongelui die niet naar school gaan. De heer VAN HATTEM: Ik deel de analyse van de heer Kagie volledig met die wijken die achteruit hobbelen. En nog wel meer wijken die misschien nog niet in het rood staan maar wel in die richting aan het bewegen zijn. Ik vraag me dan af en ik vraag aan de heer Kagie of hij het met mij eens is dat er ook bepaalde oorzaken aan te wijzen zijn voor die problematiek en dat die oorzaken ook door bepaalde ontwikkelingen, bijvoorbeeld een vestiging van een azc in de Gestelse buurt, ook erger zijn geworden? De heer KAGIE: Ik zal u dit zeggen, er zijn oorzaken aan te geven. Op een gegeven moment, als een vergrijzende wijk te snel vergroent, eenzijdig vergroent, met jonge yuppengezinnen, er zijn tal van oorzaken te bedenken, maar je zult je moeten begeven in die wijk om het samenleven weer op te bouwen, want het is puur samenlevingsopbouw. En daar hoort correctie bij, daar hoort bijstelling bij en er hoort ondersteuning bij. En we moeten oppassen dat het alleen maar ondersteuning is.

De heer VAN HAREN: Ook ik onderschrijf tot op zekere hoogte het verhaal dat de heer Kagie geeft over onze wijken. In dat licht ben ik nieuwsgierig hoe de heer Kagie nu aankijkt tegen de aanpak in de Gestelse buurt. Ik snap dat de randvoorwaarden en de resultaten misschien niet zo zijn, maar de gedachte, de integrale fundamentele aanpak daarachter, daar wil ik de heer Kagie graag even over horen. De heer KAGIE: Ik durf het zwart-wit niet te zeggen, maar ik heb de neiging dat we onvoldoende corrigeren. Onvoldoende correctie, onvoldoende achter de voordeur in de Gestelse buurt, maar dat we overwegend naar de pamperaanpak overhellen. Mevrouw CRASTE: Goed dat mijnheer Kagie deze analyse ook geeft. Dat is ook het beeld van bepaalde wijken in de stad. Nu valt me op dat bij de oplossingen mijnheer Kagie eigenlijk de oplossing eigenlijk doet in verenigen, verbinden of vieren, dat dat meer moet in die wijken. Mag ik een reflectie van de heer Kagie? De heer KAGIE: Dat is hartverwarmend, maar er valt nog niets te vieren. Laten we het over verbeelding, ik vind het allemaal prima. Maar laten we nu gewoon even ambachtelijk de slag maken op die wijkvloer aldaar. En dan moeten we het ook zo benoemen met elkaar. Ik geef een voorbeeld, 17

er zijn tal van clubhuizen in 's-Hertogenbosch, ontmoetingsplekken, ouderensteunpunten, gemeenschapshuizen, buurthuizen. Weet je dat je er never nooit een professional aantreft van welzijn, wijkpolitie, woonconsulenten. Hoe is dat mogelijk? Mevrouw KORVER: Ik hoor mijnheer Kagie zeggen dat er meer in de wijken gekomen moet worden. Ik denk dat dat in de Gestelse buurt al heel veel gebeurt. En misschien is nog meer nog wel beter. Maar ik hoor hem dan ook zeggen dat we daar moeten corrigeren. En daar krijg ik dan weer een beetje jeuk van. Dus ik vraag me af wat mijnheer Kagie daarmee bedoelt, of hij kan toelichten hoe hij de rol van de gemeente daar dan in ziet. De heer KAGIE: Op een moment dat een guppenjong niet naar school gaat, dan moet hij gewoon bezoek krijgen thuis. Zijn ouders moeten merken dat dat guppenjong niet naar school is gegaan. Als dat guppenjong met zijn fatbike uit de bocht is gevlogen, dan moeten die ouders thuis bezoek krijgen. Even aankloppen. En het is dan heel handig, dat werkt echt zo, dat het iemand is in uniform. Dat werkt. Mevrouw KORVER: Ik merk dat de heer Kagie vooral aanslaat op dingen die inderdaad hard niet goed gaan, maar dat het minder lijkt te gaan bij de heer Kagie over gelijke kansen voor de mensen in de wijken die hij net noemt en die natuurlijk zeker aandacht nodig hebben.

Hoe ziet hij dat in relatie tot corrigeren en gelijke kansen? De heer KAGIE: Ik gaf net als eerste voorbeeld het volgende. Als zo'n jong niet naar school gaat, leerplichtverzuim noemen ze dat geloof ik, dan moet je thuis aankloppen. En dan hebben we het over gelijke kansen. Dan hebben we het over kansen. Mevrouw HOEKSTRA: Ik deel van harte de zorg die de heer Kagie heeft en ik ben het ook met hem eens dat mensen dan recht hebben op aandacht en zorg. Maar zou het dan niet hartstikke goed zijn om in plaats van daar handhavers naartoe te sturen of correctie op te plegen, daar juist jongerenwerkers naartoe te sturen, die jongeren ook kunnen aanmoedigen, kunnen steunen, kunnen supporten om weer dat positieve pad te vinden? Hoe kijkt de heer Kagie daartegen aan? De heer KAGIE: Het gaat over de balans van professionals die samen die klus klaren. Om samen, ik had het ook over samenlevingsopbouw. En dat is niet alleen corrigeren. Dat is leerplicht. Daar zit correctie in, toch even dat jong weer naar die school. Dat is de ambachtelijke opbouwwerker, die langer dan een jaar in zo'n buurt vertoeft, ook wel handig, want dan kent hij zijn pappenheimers.

De heer VAN HATTEM: Ik hoor de heer Kagie toch een beetje van de hak op de tak springen, want hij zegt aan de ene kant: we moeten duidelijk zijn en corrigeren en als er iemand over de schreef gaat, bijvoorbeeld als een jong op een fatbike uit de bocht vliegt dat er dan iemand in uniform aan de deur komt. Tegelijkertijd gaat hij met de PvdA mee: we moeten toch weer die jongerenwerker sturen die de aai over de bol komt geven. Wat is het nu, is het nu gewoon een keiharde aanpak, als er eentje uit de bocht vliegt dan pakken we hem ook echt aan? En dan sturen we iemand in uniform aan de deur die voor aanpak zorgt en niet alleen aan de deur maar ook daarna aan gaat pakken. Of gaan we toch weer de welzijnswerker laten pamperen? De heer KAGIE: Collega Van Hattem, dan heeft u niet geluisterd. Het gaat over die combinatie. Het is niet alleen het pamperen, nee, niet pamperen, het is aanspreken van ouders, voorkomen dat, en zorgen dat dat jong ook ontspanningsprogramma's, sportprogramma's et cetera, bijvoorbeeld in de Gestelse buurt naar BLC gaan. Dat type beweging. En dat ook de ouders meegaan. Het moet een vrij compleet beeld zijn van interventies, van jongerenwerker tot maatschappelijk werker tot de jeugdagent tot die politieman of -vrouw. En die correctie en samenlevingsopbouw moet samengaan.

De VOORZITTER: Dames en heren, we zijn bij de derde spreker en het is 20.30 uur en we hebben vijftien inleidingen. Ik zie weer drie interrupties en mijnheer Kagie is ongeveer anderhalve minuut bezig. Dus ik stel voor dat u morgenavond alvast reserveert. Dat meen ik serieus, want anders krijgen we het gewoon niet gered. Ik vind het prima, maar dat is wel de consequentie. Dus of we houden de essentie even met elkaar strak, of we komen morgenavond terug. Dat vind ik ook prima, maar ik geef het nu alvast aan. Het is 20.30 uur en we hebben drie sprekers gehad en de 18

derde spreker is pas een minuut bezig. De heer VAN GENUGTEN: Ik snap uw oproep voorzitter, maar we hebben ook geen commissieronde, en ik vind, we houden hier een algemene beschouwing over de hele voorjaarsnota, en dat gaat wel ergens over. Dus ik vind eigenlijk, we hebben een vergaderorde. Ik zou toch gewoon willen pleiten dat we die vergaderorde gewoon handhaven en niet nu al de druk erop gaan zetten dat het twee avonden worden. De VOORZITTER: Ik zet er geen druk op. Ik zeg alleen dat het 20.30 uur is en dat er drie sprekers zijn geweest. Als we een halfuur per spreker hebben, betekent dat misschien dat we morgen en donderdag misschien terug moeten komen. Dat is het enige wat ik zeg. De heer KAGIE: Maar voorzitter, het is wel een vorm van verdrukking. Mevrouw VAN DER KALLEN: Ik vroeg me af waar het idee vandaan kwam dat kinderen die niet naar school gaan niet thuis bezocht worden, want het gebeurt wel degelijk, weet ik uit persoonlijke ervaring. De heer KAGIE: Ik krijg te veel signalen dat het te dun gebeurt. De heer VAN SILFHOUT: Ik snap het probleem dat de heer Kagie wil aanstippen, maar ik krijg toch ook een licht Nostradamus-gehalte dat we het wel heel zwartgallig in beeld brengen. Als ik kijk naar de Gestelse buurt, zie je gewoon heel veel seinen ten opzichte van twee jaar geleden op groen staan. In De Hambaken hetzelfde verhaal.

Er zit echt ontwikkeling in die wijken en daar zijn we al mee bezig, dus hoezo is wat we doen nu niet op sommige plekken al goed en is het pas over vier jaar goed volgens de heer Kagie? De heer KAGIE: Dan kom ik even bij u terug over uw opmerking richting mevrouw Hendrickx geloof ik. Hier moet je fundamenteel met elkaar bij stilstaan en dan moet je met elkaar ook allemaal kennisnemen van de analyses van onderzoek en statistiek, van de ontwikkeling van de afgelopen jaren in de gebieden die ik heb genoemd. En dan moeten we met elkaar onderkennen: wat hebben we er nu aan aanpak tegen aangezet de afgelopen jaren, met de bedoeling om het allemaal positiever uit te laten pakken, en wat is ervan terechtgekomen en wat kunnen we daarop verrijkend en doeltreffender organiseren aan interventies? Dat gaat over het brede palet waarover ik het had. Dan, het voordeel van zo'n nieuwe poging tot visieontwikkeling, toekomst stad, is dat er vergelijkend warenonderzoek heeft plaatsgevonden, 's-Hertogenbosch versus andere gemeenten, en daar komen we net als vijf jaar geleden goed uit. Zo zijn we de eerste tussen de grote steden als het gaat om inwoners die vrijwilligerswerk doen, een financieel gezonde gemeente. Kom daar maar eens om in het dorp Nederland, een toplocatie voor bedrijven, en mensen willen er graag wonen.

Kortom, een stevige uitgangspositie om maatschappelijke vraagstukken van een antwoord te voorzien. Ik licht er enkele urgente vraagstukken uit voorzitter. De dubbele vergrijzing. Er groeien bejaardenhuizen qua populatie in onze wijken en dorpen. Driehoog achter. Alleen tachtig worden en de kennissenkring verdunt. Dat is gewoon aan het worden. De behoefte aan ontmoeting en de vraag naar zorg en ondersteuning is drastisch groeiende. Het eerste burgerberaad was de motor bij het beantwoorden van dit vraagstuk. Met een mooi resultaat. De woonzorgvisie ꞌFijn samen oud worden in de gemeenteꞌ, met concrete maatregelen. Complimenten aan wethouders Slikker en Van der Sloot voor het presenteren van die woonzorgvisie ꞌFijn samen oud worden in de gemeenteꞌ, en het pakket aan maatregelen. En nu is het zaak om in de nabije jaren deze maatregelen ook waar te maken op de wijk- en dorpsvloer en niet na 2030, want dan hoeft het bijna niet meer. Een ander urgent vraagstuk, duizenden inwoners die een woning zoeken, de keerzijde van een aantrekkelijke stad, is dat onze eigen inwoners in een oplopende concurrentiestrijd verkeren met zij die van buiten komen. Dit huis heeft in 2020 het doel gesteld: 10.000 woningen bouwen tot 2030, 1000 woningen per jaar. En waar staan we? In 2024 werden er 660 woningen opgeleverd. In 2020 tot 2024, in vijf jaar, kwamen er 3289 woningen bij.

Met deze aantallen rekenen we niet af met de wooncrisis. We zullen meer creativiteit aan de dag moeten leggen. Een mooi voorbeeld: huisvesting Oekraïense vluchtelingen in het voormalige MEE-gebouw aan de Sint Teunislaan en het sportveld erachter, honderd woonstudio's komen erbij. Maar om massa te maken moeten we het hebben van de nieuwbouwmammoettankers, de Bossche Stadsdelta en de stadswijk De Vliert, circa 4000 woningen. Het bestuursakkoord was helder, doorpakken op grote woningbouwprojecten. Voor de nieuwe stadswijk De Vliert begint het erop te lijken. Start bouw 2026, maar bij die andere 19

mammoettanker, de Bossche Stadsdelta, 1800 woningen, is het oorverdovend stil. Wethouder Van der Geld, wanneer trekken we de herontwikkeling van de Tramkade los en hoe staat het met het zakendoen met de Edisongroep? De buurman-ontwikkelaar op de Tramkade. 8 oktober 2024 was uw antwoord op die vraag: geef me nog even de tijd. Ik hoor het graag. Dan van een heel andere orde, maar ook zo'n kwestie die speelt in dit huis en ver daarbuiten. Verkeersluwe en bereikbare binnenstad, ik durf het bijna niet meer te zeggen. Weet u het nog, de moties van 2020? Hinthamerstraat, verkeersmaatregelen, selectieve afsluiting, en autoluwe binnenstad, gemeenteraad 13 juli 2021, D66 en anderen. Toezegging wethouder Roy Geers. Commissie 16 april 2024, planning selectieve toegang systeem Hinthamerstraat, planning vierde kwartaal 2024. Een werkend selectief toegangssysteem in de Hinthamerstraat. De termijn is spannend, maar het is niet acceptabel als het STS later in werking treedt. Dat zijn nog eens teksten hè? De vraag aan de wethouder is: gaan we het nog meemaken in deze bestuursperiode? Het optrekkend intimidatieklimaat in stad en dorp. De reeks van cobra 6-aanslagen afgelopen jaar, ongekend intimiderend.

Over intimiderend gesproken, het verkeershuftergedrag is een ware plaag en de pilot Handhavingsaanpak verkeershufters, en weet je hoe dat dan gaat werken hier? In beeld brengen, dus dan neem je foto's, en dan een berichtje sturen dat hij of zij genoteerd is bij de politie. Dat is niet serieus te nemen, lik-op-stukbeleid. En verder ben ik het met de chef van de landelijke politie mevrouw Knol eens dat we dieper de wijk in moeten. En niet alleen met de politie. Hoe gaat het stadhuis om met plannen van en de inbreng van onze inwoners en ondernemers? Dat blijft voor dit college toch een moeilijke aangelegenheid. Een kwalijk voorbeeld, een boer uit Maliskamp wil duurzaam gaan boeren en loopt vast in de gemeentelijke machine. En de kantonrechter geeft de gemeente opdracht: doe je werk.

De heer VAN HATTEM: Ik hoorde de heer Kagie daarstraks zeggen: we moeten het juist combineren, maar de heer Kagie zit geloof ik 43 jaar in dit huis en hij heeft alle jaren toch gezien dat juist zulk soort welzijnsaanpak, wat is er nu van terechtgekomen? Je ziet toch juist in die wijken waar dat speelt dat er allerlei geclusterde multiculturele clubjes zijn waar veel mensen in de wijk zich niet meer in herkennen bij zulk soort aanpak, waar mensen juist niet meer bij willen aansluiten? Wat is daar dan nog de toegevoegde waarde van en moeten we niet gewoon duidelijk zeggen: we gaan een keer op onze strepen staan? De heer KAGIE: Ik durf te zeggen dat ik in de jaren negentig als wethouder hier in dit dorp de combinatie maatschappelijk werker, opbouw in de zin van welzijn en handhaving, maar ook handhaving vanuit de Sociale Dienst in de termen van: Daan, zou je nu niet eens een keer gaan werken? En dan dacht Bep: eindelijk wordt hij aangesproken. Het aanspreken van mensen, maar dat moet je vanuit meerdere disciplines doen en niet alleen corrigerend, maar opbouwend en corrigerend. En uitnodigen. De heer VAN HATTEM: Wat is dan de meerwaarde van het opbouwwerk als je ziet dat al vanaf de jaren negentig en al veel langer dit gewoon geen resultaten oplevert in die wijk? De heer KAGIE: Nogmaals, als je het opbouwwerk in deze wijk een Alleingang laat maken, dan is het een verloren zaak.

Mevrouw WELTEN: De Bossche VVD ziet deze voorjaarsnota gekenmerkt door een degelijke financiële koers, waarbij ambities overeind blijven en tevens wordt er geanticipeerd op toekomstige onzekerheden. De bijdrage van de Bossche VVD spitst zich toe op een vijftal onderwerpen, financiën, economie, leefomgeving, energietransitie en sport. Wat het financiële beleid betreft in Den Bosch, dat is degelijk, zoals gezegd. Wij staan niet alleen op plek 3 van de economische vitale gemeenten, maar ook op plek 3 van financieel meest gezonde gemeenten van boven de 100.000 inwoners. Dat is een compliment waard. Het beleid waarbij ambities worden gefinancierd via jaarlijkse afdrachten aan het Structuurfonds heeft onze steun. Het te zijner tijd sturen op wendbaarheid getuigt van financiële degelijkheid en anticipeert op het ravijnjaar, wat ernaar uitziet twee jaar zal worden uitgesteld. De VVD is voorstander van het vasthouden aan de ambities en wil € 7 miljoen incidenteel toevoegen aan het Structuurfonds. Tegelijk blijven risico's bestaan. De teruglopende winst van het Grondbedrijf en daarmee de afnemende afdracht aan het Structuurfonds baart de VVD zorgen. De Bossche VVD stelt voor om het grondbeleid dat dateert uit 2018 te actualiseren, mede in het licht van de actuele bouwontwikkelingen. Wij komen na de zomer met een discussienotitie hierover.

Wat de jeugdzorg betreft is het hoopvol dat het kabinet structurele middelen…

20

Mevrouw HENDRICKX: Volgens mij weten we met zijn allen waarom die afdrachten onder druk staan. Weet u dat ook? Want volgens mij heeft dat ermee te maken dat we heel bewust kiezen om toe te leggen op een aantal woningbouwprogramma's om te zorgen dat de betaalbare voorraad gerealiseerd wordt. Is dat iets waarvan u zegt: dat zouden we dan minder moeten doen? Want u wilt het weer op peil brengen. Dat zal ten koste gaan van iets misschien. Mevrouw WELTEN: Het gaat altijd ten koste van iets, en het is ook duidelijk waarom we het doen zoals we het doen. De vraag is of we dat blijven doen. Er liggen ambities en misschien is niet iedere ambitie te realiseren. Wij als VVD kijken er heel positief naar. Wij proberen dat toch, die ambities te realiseren. En dan vraagt dat wat, en wat het gaat vragen weet ik ook niet. Daarom willen wij ook een discussienotitie neerleggen om daar eens met elkaar nadrukkelijk over te spreken in alle zorgvuldigheid met alle afwegingen waarvan u er ook een noemt, om die met elkaar te nemen. Wat de jeugdzorg betreft is het hoopvol dat het kabinet structurele middelen overweegt, maar duidelijkheid over compensatie voor gedane uitgaven volgt pas eind van de zomer. De VVD vindt wel dat we lokaal actief moeten blijven.

Actief blijven op het normaliseren van jeugdzorg, scherpe inkoopkaders, en lokale hervormingen zijn daarbij noodzakelijk wat ons betreft en wij kijken uit naar het aangekondigde gesprek met het college in het najaar. Economie, economische vitaliteit begint bij sterke wijken en dorpen en de Bossche VVD is verheugd over de incidentele investering hierin, zodat dorpse activiteiten zoals in Rosmalen en andere dorpen worden gesteund en supermarkten behouden blijven in de kleine kernen. Wij vragen ook aandacht voor de winkelomgevingen, van De Rompertpassage bijvoorbeeld en de Lokerenpassage in de Maaspoort, waar een opknapbeurt echt niet overbodig is. Ook zien wij kansen in het versterken van jaarmarkten. De kunstmarkt in Rosmalen is hiervan een heel goed voorbeeld. Laten we meer ruimte maken voor dit soort initiatieven, maar dan op verschillende locaties, zoals bijvoorbeeld de Helftheuvel, Rivierenplein, het Prins Bernhardplein in Nuland bijvoorbeeld, of bij het nieuwe centrum in De Groote Wielen. Op het gebied van werkgelegenheid blijft de VVD inzetten op zelfstandigheid door werk. Helaas is de uitstroom uit de bijstand van mensen die langer dan twee jaar werkloos zijn lager dan gehoopt. Wij roepen het college op de inspanning onverminderd voort te zetten. Werk is de basis van waardigheid en onafhankelijkheid. Wat de leefomgeving betreft, die verdient blijvende aandacht.

Het toenemende zwerfafval en de grofvuildumping, waar mijnheer Gersjes ons al regelmatig mee heeft geconfronteerd, roepen enorm veel frustraties op. De Bossche VVD pleit voor stevige handhaving en de inzet van de twee afvalboa's kun je wel effectief noemen. Er zijn namelijk 900 boetes uitgedeeld. De heer GERSJES: Mevrouw Welten, u snijdt nu wel een belangrijk punt aan. Alleen die handhaving redt het niet op dit moment. Er komt alleen maar meer afval bij de afvalcontainers. Het plan dat er ligt waait weg. Mijn vraag is of u zou kunnen overwegen om als ik een motie indien om cameratoezicht in te zetten toch eens te overwegen om daar wel voor te stemmen? Mevrouw WELTEN: Mijnheer Gersjes, volgens mij heeft u dat al vaker voorgesteld. En wat zeggen wij? Daar is de meerderheid niet voor. We moeten wel draagvlak hebben als we met een suggestie komen, in uw geval met een motie. Wij zijn er wel voorstander van: let erop, kunnen we het intensiveren? Daarom zijn we ook heel blij, dat wilde ik net gaan vertellen, dat die contracten van die afvalboa's ook verlengd gaan worden, want wij moeten er bovenop blijven zitten. De heer GERSJES: Een vervolgvraag, ik heb één keer de motie ingediend mevrouw Welten, en ik wil een herkansing vanwege het feit dat het niet werkt en dat we bij de pilot alleen maar zien dat er meer afval wordt geplaatst. Daar wil ik iets aan doen met die camera's.

Dan kunt u nog van standpunt veranderen om eens een ander inzicht te doen. Vindt u dat ook niet? Mevrouw WELTEN: U bedoelt, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Dat kan, maar de vraag is of we dat moeten doen. Nogmaals mijnheer Gersjes, je hebt bij een motie toch de meerderheid nodig en wij hebben niet indruk dat het draagvlak hiervoor groot genoeg is, want het geeft ook inbreuk op privacy, en wat hebben we allemaal voor argumenten om dat niet te doen. Maar het feit dat deze twee boa's functioneel zijn, die boetes uitdelen, dus mensen worden echt wel aangepakt, worden die contracten verlengd en de boetes worden ook verhoogd, dus hoe vaker je dat soort dingen doet, namelijk dat zwerfafval daar gewoon dumpen, hoe meer geld en boetes je gaat betalen. Nu is dat op zich geen doel, maar het helpt wel met het straffen. De heer VAN CREIJ: Dan toch even over de afvaldumping richting de VVD. Zou het voor u ook een optie kunnen zijn om het milieustation dat in Rosmalen is, dat nu open is op woensdag, 21

vrijdag en zaterdag, de gehele week te openen? Mevrouw WELTEN: Mijnheer Van Creij, wij wonen in Rosmalen en de ervaring leert dat heel veel mensen toch ondanks dat het open is in Rosmalen in Treurenburg hun afval gaan brengen. Wij zijn er een van, dat is niet relevant kunt u zeggen, maar als bewoner van Rosmalen zie je dat gebeuren om je heen, dus mijn antwoord is eigenlijk nee. De heer VAN CREIJ: Maar dan toch een vervolgvraag, u bent naar Treurenburg toe gereden. Als het open was geweest had u milieutechnisch een grote winst gehaald, want u had geen veertien kilometer hoeven te rijden. Hoe denkt u daarover? Mevrouw WELTEN: Ik vind het toch een vreemde discussie, want het hangt ervan af waar je woont, maar nee, in ieder geval, om op de suggestie terug te komen, daar staan wij niet positief tegenover. Ook het extra inzetten van de fte's voor handhaving en parkeertoezicht is noodzakelijk gezien de verdubbeling van meldingen van verkeersoverlast. Wel moeten we kritisch blijven kijken naar onze keuzes, verdwijning van parkeerplaatsen zal negatieve gevolgen hebben voor de inkomsten. Wij vragen het college om de balans te bewaken tussen leefbaarheid en financiële haalbaarheid, zeker waar het extra inzet van parkeerhandhavers betreft.

Mevrouw HENDRICKX: We zien met z'n allen eigenlijk al jaren dat de inkomsten uit het Parkeerfonds achterblijven, ook nu zag ik tot mijn verrassing toch wel weer dat er fors was ingerekend met winst, terwijl sinds de coronatijd het eigenlijk terugloopt. U zegt dat het straatparkeren ongelofelijk belangrijk is, maar ziet u nu zelf ook niet dat mensen om de binnenstad te bezoeken gewoon niet meer zo vaak gebruikmaken van de auto, dus dat we daar gewoon realistischer in zouden moeten ramen? Mevrouw WELTEN: Ik hoor u het woord ramen gebruiken. Ik heb niet helemaal in beeld of dat ook daadwerkelijk gebeurt, maar ik kan me voorstellen op zaterdag dat je er niet meteen voor kiest om je auto mee te nemen, maar tegelijkertijd is zaterdag wel de dag voor onze ondernemer om geld te verdienen. Dus het is altijd het zoeken naar de balans, hoe krijgen we nu toch onze ondernemers en onze detaillisten aan voldoende inkomsten? En als je met grote boodschappen gaat is het toch voor de hand liggend dat je het Zwitsers zakmes gebruikt, namelijk de auto. Mevrouw HENDRICKX: Nog even een korte vervolgvraag. Ik begrijp dat u dat zegt, maar we zien toch een andere beweging. Dan toch nog een aanvullende vraag aan u, we hebben niet al te lang geleden ingestemd met een parkeergarage die we gaan ontwikkelen bij de Bossche Stadsdelta.

Zouden we niet op onze schreden moeten terugkeren nu we zien dat die cijfers toch echt naar beneden worden bijgesteld? Dat we niet weer een heel onrendabele parkeergarage aan het maken zijn, want er is eigenlijk gewoon overcapaciteit. Ziet u ook dat er overcapaciteit is en het investeren in nog meer parkeerplaatsen eigenlijk een gat slaat in onze begroting? Mevrouw WELTEN: Nee, dat gat zien wij niet, integendeel. Wij zien echt dat er veel vraag is en wij zien steeds meer, en zeker met die vergrijzing, dat mensen niet altijd met de fiets kunnen komen, dat mensen niet altijd kunnen lopen. En dan is toch de auto soms de oplossing. En ik snap uw punt, dat u zegt: moet je nu al vooruitlopen op het feit van daar die parkeergarage? Maar wij zijn ervan overtuigd dat die hard nodig is. Mevrouw HENDRICKX: U heeft neem ik aan de voorjaarsnota ook gelezen en ook dat onderdeel parkeren. Daar zien we toch dat het aantal parkeerinkomsten terugloopt? Dus hoe kunt u dan vol blijven houden dat u zegt: wij denken wel degelijk dat dat kan, als gewoon uit de cijfers blijkt dat het gewoon een neerwaartse druk geeft. U bent van het huishoudboekje, zouden we dan niet het moeten heroverwegen om de financiën van onze gemeente een beetje in de klauwen te houden? Mevrouw WELTEN: U zegt dat de inkomsten van het parkeren teruglopen. Dan hebben we één ding nodig, namelijk meer auto's die gaan parkeren.

Positief is dat het projectbesluit nu alweer is vlot getrokken. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ja, toch even hoor, ik weet dat de VVD en de PvdD mogelijk niet direct op dezelfde lijn zitten ten aanzien van mobiliteit, maar hoor ik collega Welten hier nu uitspreken dat zij graag meer auto's op de weg in Den Bosch ziet? Begrijp ik dat goed? 22

Mevrouw WELTEN: Nee, nu legt u mij iets in de mond, het was een reactie op de vraag van mevrouw Hendrickx, die zich namelijk zorgen maakte over het feit dat de inkomsten qua parkeren teruglopen. Daarop was mijn reactie dat er dan meer auto's moeten gaan parkeren, dus deze conclusie is echt te kort door de bocht. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Dan begrijp ik het antwoord eigenlijk niet helemaal op de vraag van collega Hendrickx, want daarmee stelt u collega Hendrickx in het gelijk, dat u zegt: inderdaad, we gaan een nieuwe parkeergarage bouwen terwijl er ook op de piekmomenten voldoende capaciteit is, dus er is niet meer vraag, dus om die investeringen rendabel te maken moeten we meer auto's gaan aantrekken. Anders komen we niet uit de kosten. Daarmee zegt u: dan moeten we dus die auto's daar naartoe gaan krijgen om de parkeerkosten eruit te krijgen. Wat begrijp ik hier nu niet goed? Mevrouw WELTEN: Ik denk nu toch dat mijn bewering een beetje uit zijn perspectief wordt geplaatst. De vraag naar parkeren is er nu eenmaal. Tegelijkertijd zijn we met elkaar bezig om het autoluw te maken. Wij vinden het belangrijk dat jij aan de ene kant een leefbare stad houdt. Het is altijd het zoeken naar de balans, dat is ook hierin zo. Maar het kan niet zo zijn dat wij, en u maakt zich zorgen dat in die nieuwe parkeergarage geen auto's komen te staan.

Als je aan het Design Museum één vraag stelt: hoe komt uw klant, uw bezoeker naar uw museum? Dan zeggen ze: dat is voor de helft met de auto. Om u maar even een indruk te geven hoe groot die vraag dadelijk gaat zijn. Daar maken wij ons echt geen zorgen over. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Bij het debat over de Citadelpoort hebben wij uitgevraagd wat het tekort is. Er is geen tekort aan parkeerplaatsen. Dat is één, er is voldoende capaciteit, dus ik snap de beredenering van mevrouw Welten niet, dus daar graag een reflectie op. En ten tweede, is collega Welten het dan met mij eens dat, wanneer u zo gericht wil kijken naar bijvoorbeeld de behoefte van het Design Museum, dat dat niet een dermate enorme parkeergarage die nu beoogd is, hoeft te worden. Bent u dan niet van mening dat er veel maatwerk toegepast moet worden als u niet in de rode cijfers wil lopen met de parkeerexploitatie? Mevrouw WELTEN: Maatwerk is altijd goed, maar we moeten wel ons realiseren wat er ook aan parkeerplaatsen weggaat in het plan. Ik denk dat u dat nu even een beetje uit het oog aan het verliezen bent en dat de zorg die u heeft, wij niet delen, namelijk dat die parkeergarages leeg komen te staan. De heer KAGIE: Ik begrijp dat collega Welten heel enthousiast is over de parkeergarage op de plek waar het Design Museum komt te staan.

Is het denkbaar voor de VVD dat het Design Museum niet doorgaat op die plek, omdat het financieel niet vierkant te maken is? En wat doen we dan met die parkeergarage? Mevrouw WELTEN: Ik denk dat mijnheer Kagie vooruitloopt op de muziek en dan vind ik het niet zo zinvol om hier nu op te reageren. U zegt, stel dat. Ja, wat als, dat zijn toch wel dingen waarvan ik zeg: laten we het realistisch en concreet houden. De heer KAGIE: Het gaat mij juist om het realistisch te houden. Eén ding, is voor collega Welten de koppeling Design Museum en parkeergarage een absolute? Mevrouw WELTEN: In welke zin mijnheer Kagie? De heer KAGIE: Zoals ik het zeg. Mevrouw WELTEN: Daarmee vraagt u aan mij of de parkeergarage die alleen zou bedoeld zijn voor het Design Museum, dat hoor ik een beetje in uw vraag, wat dus niet waar is. Er zijn namelijk meer organisaties, de Verkadefabriek en wat hebben we daar allemaal voor culturele instellingen, die ook vragen om parkeerplekken. De heer KAGIE: De Verkadefabriek krijgt daar vlakbij een enorme parkeerhub. Ik vind het prima dat de VVD het Design Museum per se wil doordrukken, maar we moeten de zaken wel even zakelijk benaderen. U bent altijd zo kritisch op het zakelijk benaderen van het type projecten en een parkeergarage is een verrekte duur project in relatie tot zo'n Design Museum. 23

Mevrouw WELTEN: Duur is altijd relatief. Positief is dat het projectbesluit nu weer vlot is getrokken en dat draagt bij aan een fraaiere openbare ruimte en aan het voorkomen van wateroverlast. Onze ligging maakt ons kwetsbaar. 's-Hertogenbosch is een van de laagst gelegen gebieden en water van elders gaat echt naar Den Bosch toe. Waterberging vraagt om efficiënt ruimtegebruik en keuzes maken, en wij willen hierover met het college graag verder spreken. De energietransitie is noodzakelijk. Het initiatief ꞌBrabant Woont Slimꞌ voldoet echter niet. Particuliere woningbezitters die hun woning energiezuinig willen maken krijgen niet de informatie waar zij om vragen. De VVD zou liever dit gemeenschapsgeld besteden aan een laagdrempelig fysiek energieloket of een mobiel informatiepunt zoals in andere gemeenten succesvol is gebleken. Tot slot sport. De Bossche VVD is positief over investeringen in de sportinfrastructuur. Sport draagt bij aan gezondheid en verbindt. Wij steunen de bijdrage voor de blaashal bij de hockeyclub en de fusie van Nulandia en Be Quick. En we hebben een aanvraag van FC Den Bosch, vanwege het feit dat FC Den Bosch zelf inzet gaat plegen voor financiële middelen denken wij dat het verantwoord is om ook hen te ondersteunen. De voorjaarsnota benadrukt nog eens dat ambities en financiële degelijkheid hand in hand kunnen gaan.

Wij als VVD blijven constructief maar kritisch meedenken om 'sHertogenbosch aantrekkelijk, leefbaar en toekomstbestendig te houden. Mevrouw MULLER: Ik heb nog een vraag over de jeugdzorg. De kosten van de jeugdzorg nemen ieder jaar weer toe en personeel en financiële middelen zijn beperkt. Stel, het rijk komt niet tegemoet en we hebben het scenario dat we minder geld krijgen. Vindt u dat we dan nu al moeten nadenken over dat scenario? Hoe kijkt u daarnaar, moeten we al gaan vooruitdenken? Mevrouw WELTEN: Anticiperen is altijd goed en vooruitdenken zeker. Het zijn behoorlijke posten, de hele jeugdzorg, maar zoals ik daarstraks al benadrukte, in Den Haag zijn gesprekken gevoerd met de VNG waarbij een positief resultaat is te verwachten en daar gaan wij nu even van uit, zij het dat het zeker nog niet zeker is, maar wij hebben goede hoop. De heer VAN HATTEM: Ik hoor mevrouw Welten van alles zeggen dat we naar een veilige en leefbare toekomst gaan in onze gemeente en ook alles op het gebied dat het financieel op orde is. Maar we hebben deze periode wel gezien dat de ozb is verhoogd met 10%. We zien bij deze jaarstukken een begrotingsonrechtmatigheid van € 1,5 miljoen voor de Afvalstoffendienst omdat er geen krediet voor de raad was vrijgegeven.

Hoe zuiver is het allemaal en wat ziet de VVD nu eigenlijk onder veilig en leefbaar, terwijl we hier de inwoners opzadelen met een azc en allerlei problemen en de automobilist de stad uit wordt gepest? Wat blijft er vanuit VVD-perspectief nu echt overeind staan? Mevrouw WELTEN: Wij zijn natuurlijk geen voorstander van lastenverzwaring, dat moge duidelijk zijn, maar sommige maatregelen en sommige keuzes die we maken hebben consequenties. Dat heb ik net ook gezegd. Bijvoorbeeld de Afvalstoffendienst, daar moet wat gebeuren en dat weet u ook. Ten eerste moet daar de veiligheid van de werknemer gewaarborgd worden. We zijn hard op weg en er zijn veel maatregelen genomen. En ook het duurzaamheidsaspect, dat we te zijner tijd op de lange termijn echt deze investering moeten gaan doen. Uiteindelijk investeren we ook in kostenbesparing op de lange termijn, laat ik dat er ook even bij zeggen. De heer VAN HATTEM: Kostenbesparing klinkt leuk, maar er worden hier enorme uitgaven gedaan voor een elektrisch laadplein en alles, waar de burger de facto niets mee opschiet. Die krijgt alleen maar hogere lasten voor zijn afvalinzameling en een ozb-verhoging waar ook de VVD wel via dit college mee heeft ingestemd. U zegt dat u er eigenlijk geen voorstander van was. Ik vraag me dan af, we zien de zero-emissiezone in de binnenstad, we zien de knips in de Binnenstadsring, noem maar op.

Wat laat de VVD hier nu, als we het over een veilige en leefbare stad hebben, nog overeind staan voor onze inwoners, want daar heb ik nog geen duidelijk antwoord op gehoord. Wat is nu echt voor de VVD wat we hier zien met deze voorjaarsnota iets waarmee ze kunnen zeggen: hier kunnen we echt trots op zijn? Mevrouw WELTEN: Mijnheer Van Hattem, ik hoor u zeggen: wat heeft de bevolking daaraan? Wat ze daaraan hebben is een schone stad en dat willen wij allemaal. En als je op dit moment kijkt wat er geïnvesteerd moet worden in vrachtwagens die niet meer functioneren, waar we extra huur moeten betalen. Die zijn enorm. Het is of het een of het ander, en als je een langetermijnvisie hebt, en een visie hebt überhaupt, dan kunnen wij niet anders dan deze investering doen, en dan houden 24

wij een schone stad. En dat is precies wat wij bedoelen met leefbaarheid. De heer ROOVERS: Vorig jaar begon ik mijn bijdrage met het citeren van een PvdA'er. Nu ga ik nog iets dommers doen, ik ga een paus citeren. Want vorige maand overleed paus Franciscus. En ik ben er niet zo van om religie en politiek met elkaar te vermengen en Franciscus was op de eerste plaats een geestelijk leider en geen politicus, dus ik zal ook niet proberen om hem voor mijn eigen politieke kamp te claimen, wat ik wel veel anderen heb zien doen rondom zijn dood. Maar ik wil toch één citaat van hem aanhalen. Franciscus verlangde namelijk van geestelijken dat zij naar hun kudde stonken. En laat de politiek die oproep in ieder geval overnemen. De raad zou niet uit bestuurders of politici moeten bestaan, maar uit volksvertegenwoordigers die midden in de samenleving staan, in de haarvaten daarvan. Hun politiek moet gebaseerd zijn op de realiteit van inwoners en de problemen waar zij tegen aanlopen, en niet zozeer op de vaak fictieve problemen die de politiek zelf creëert in het stadhuis. Voor zover het stichtelijke, nu het beschouwende.

Waar staat Den Bosch, één jaar voor de raadsverkiezingen en drie jaar nadat het college Van der Geld met daadkracht en ambitie aan de slag is gegaan? Ik heb sprekers gehoord, en die zal ik nog horen, die beweren dat Den Bosch in drie jaar tijd een hemel op aarde is geworden. En op het moment dat het dan fout ging, lag het meestal aan mevrouw Hendrickx, dat is een parafrase. Anderen schetsten een beeld van hel en verdoemenis. De SP zit er qua analyse ergens tussenin. Ik zal het woord vagevuur niet in de mond nemen, maar het is eigenlijk wel een goede typering, namelijk: uiteindelijk komen we er wel. De vraag is alleen: hoelang duurt het en hoeveel pijn gaat het ons kosten? En verlengen wij als stadsbestuur met ons handelen niet onnodig de lijdensweg? Want de gemeenteraad en het college zijn veel bezig met problemen die ze zelf creëren. Het grootste probleem op dit moment, de nieuwbouw van het Design Museum. Hier wordt niet geredeneerd vanuit de behoefte van inwoners, maar vanuit de wensen van bestuurskamers en flipovers. Waar je ook in de stad spreekt, of het nu voor mijn partij dan gisteravond aan de deur was in De Donk, of in Zuid, waar mensen niet zozeer op de SP stemmen maar wel op D66 en de VVD. Maar waar ik ook mensen spreek, niemand in deze stad begrijpt waarom dit nodig is. Niemand begrijpt het.

Ze hebben toch net een nieuw pand? Inderdaad, en een heel mooi pand en het gaat er goed. Het is daarom goed dat de raad heeft besloten om het proces deels opnieuw te doen. Verstandig, zeker na het Rekenkamerrapport over het theater. De verkiezingen van volgend jaar zullen voornamelijk over dit onderwerp gaan. Zijn wij bereid € 30 miljoen te betalen voor een nieuw museum op de Muntel, met grote risico's voor de bedrijfsvoering, nog grotere risico's voor de bedrijfsvoering dan bij het theater? Wat de SP betreft is dat een volmondig nee. Dat geld is nodig voor betaalbare woningen, betere sociale voorzieningen, rianter armoedebeleid en lagere gemeentelijke lasten. Want hoewel er nu meer betaalbaar gebouwd wordt dan in de vorige periode, is het nog steeds niet genoeg. De heer HUIBERS: Het Design Museum komt op die plek, zoals ik het heb begrepen vanuit de wethouder, met een haltermodel. Je wilt de binnenstad verbreden en een extra wijk plakken aan de binnenstad. Is de heer Roovers het met dat gedachtegoed eens? De heer ROOVERS: Nee, en deze discussie hebben we volgens mij ook al eerder gevoerd. Woorden als het verbreden van de binnenstad, of het plaatsen van een museum ergens op de Muntel, om meer allure te geven aan die wijk, is niet hoe de SP aankijkt tegen een voorziening als een museum.

Een museum is bedoeld voor het bieden van goede, toegankelijke culturele voorzieningen voor onze inwoners en daar is het Design Museum nu ook al goed toe in staat. De heer HUIBERS: Dan moet ik mijn vraag toch even nuanceren. Het gaat mij er even niet sec om dat daar een museum landt, maar dat daar wel iets landt dat aantrekkelijk is om naartoe te gaan, waarmee je dus de binnenstad verbreedt, dus even van een museum af. De heer ROOVERS: Het verbreden van de binnenstad zijn woorden die alleen in deze zaal klinken, en nergens anders in deze stad. Niemand in Den Bosch en ook niet in Rosmalen heeft het over het verbreden van de binnenstad. Wat mij betreft is dat ook weer een van die ficties, waar we het hier op het stadhuis heel veel over hebben, en dat is allemaal verspilde zuurstof die we niet besteden aan het oplossen van problemen voor onze inwoners. Ik hoor heel veel klachten van onze inwoners, maar niet dat de binnenstad niet breed genoeg is. Ik hoop dat dat een antwoord was op de vraag van de heer Huibers. Ik ga door met betaalbaar wonen. Want hoewel er nu meer betaalbaar gebouwd wordt dan in de vorige periode, is het nog steeds niet genoeg. De wachtlijst groeit nog altijd en het aandeel Bosschenaren dat een betaalbare huurwoning nodig heeft is nog steeds 46%. Ook als je gepensioneerden met een afbetaald huis meerekent, is het nog stukken hoger dan de 30% die 25

we bouwen. En als er dan eindelijk een plan ligt waar we erin geslaagd zijn om het aandeel betaalbare huur wat op te hogen, al is het maar met een paar procentpuntjes, zoals in De Vliert, dan wordt het geschrapt omdat de motie alweer vier jaar oud is. Ook in deze periode wordt er nog niet gebouwd vanuit de behoefte van onze inwoners, maar vanuit het compromis van het bestuursakkoord. Naast de wachtlijsten groeit ook het budget voor externe inhuur naar onverantwoorde proporties. Inmiddels geeft de gemeente € 53 miljoen per jaar uit aan externe inhuur, bijna een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Het maakt de gemeente extreem kwetsbaar. Toen vond wethouder Geers het woord wildgroei, dat ik gebruikte, overdreven en toen hadden we het nog over € 28 miljoen externe inhuur. Inmiddels is het dus € 53 miljoen. Dan vraag ik aan de heer Geers hoe hij daar nu naar kijkt. Is hij het ermee eens dat we eindelijk maatregelen moeten nemen om deze kwetsbaarheid aan te pakken? Ondertussen hebben steeds meer mensen moeite om rond te komen, stijgende boodschappenprijzen, hogere zorgpremies, het leven wordt voor velen onmogelijk onbetaalbaar. Daarom pleit de SP voor een uitgebreider armoedebeleid. Waar miljoenen naar prestigeprojecten gaan, zien wij liever dat het geld wordt ingezet voor schuldhulp zoals Roermond doet. Wij komen daarvoor richting de raadsvergadering met een voorstel.

Tot slot, het tarief voor de milieustraat is in vier jaar tijd met 240% gestegen, van € 0,05 naar € 0,17 per kilo. Het college zegt dat er geen verband is tussen dit tarief en het dumpen van illegaal afval, maar erkent tegelijkertijd dat het aantal bijplaatsingen is gestegen van 429.371 ton in 2018 en 2019 naar 479.472 ton in de afgelopen twee jaar. Hoe dan ook, is deze publieke voorziening minder toegankelijk geworden en hoe kijken wij daarnaar? Het college ziet in ieder geval niets in een gratis ophaalmoment, maar valt er wel te praten over de toegankelijkheid van deze voorziening, vraag ik aan het college, bijvoorbeeld via een verlaging van het tarief, of het ophalen tegen een gereduceerd tarief. Het mooie aan geld is dat je ergens in het midden kan uitkomen. Wij hopen in ieder geval dat het college wel inziet dat de situatie moet veranderen. De SP spreekt nog dagelijks mensen voor wie het tarief een onrealistische drempel vormt en wij komen in ieder geval over twee weken hoe dan ook met een voorstel, maar wij horen graag hoe het college erin zit.

De heer VAN HATTEM: Ik hoor de heer Roovers van de SP terecht pleiten om het tarief van de Afvalstoffendienst onder de loep te nemen, maar tegelijkertijd zien wij in deze voorjaarsnota staan dat er € 21,8 miljoen moet worden geïnvesteerd in dat laadplein voor elektrische vuilniswagens die een kleine € 700.000,00 per stuk moeten gaan kosten. Hoe kijkt de SP daartegen aan? Moeten we ook afzien van deze mega-investering? Misschien een iets armoediger uitbreidingsbeleid, om het maar even daarop te gooien, en dat te investeren in een uitgebreider armoedebeleid? De heer ROOVERS: Als ik het goed begrepen heb is het daar gisteravond uitgebreid over gegaan in de commissie en volgens mij heeft mijn partijgenoot daar heel duidelijk gezegd dat die extra investeringen in de Afvalstoffendienst, die soms wel degelijk nodig zijn, niet moeten komen uit een verhoging van het tarief voor de milieustraat. Dat is voor ons geen optie en ik begrijp inmiddels dat er ook aan een motie wordt gewerkt. De heer VAN HATTEM: Als het niet uit de verhoging van de tarieven komt, dat is misschien één ding, maar dan komt het linksom of rechtsom uiteindelijk toch weer bij de burger uit. Moeten we dan niet kijken, want de heer Roovers zegt terecht over een brede binnenstad en zo, dat is allemaal gewoon gepraat waar we niets aan hebben.

En zo'n elektrificatie van de Afvalstoffendienst, wat schieten we daar uiteindelijk mee op als burger, want het is hetzelfde afval dat opgehaald moet worden, alleen met veel duurdere wagens waar tientallen miljoenen in geïnvesteerd moeten worden wat uiteindelijk weer bij de burger moet worden opgehaald. Is hij het mij eens dat we die rekening niet bij de burger moeten leggen? De heer ROOVERS: In principe heb ik niets tegen het elektrificeren van dingen als vuilniswagens, maar ook niet van bussen en zo. Als u vraagt: waar wilt u het dan vandaan halen, ik heb hier een lijstje met mogelijke dekkingsvoorstellen. Design Museum, citymarketing, externe inhuur, dus ik weet wel waar ik geld vandaan zou halen binnen deze begroting. Maar het moge duidelijk zijn, wat de SP betreft geen cent meer erbij in het tarief voor de milieustraat. Daar kunt u me over twee weken ook aan houden en volgend jaar bij de verkiezingen ook. Schorsing Mevrouw KORVER: Investeren in de toekomst, dat vindt GroenLinks belangrijk. Investeren in de toekomst van mens en natuur. Dan gaat het bijvoorbeeld om het belang van diversiteit, inclusie 26

en gelijkwaardigheid, omdat iedereen mee mag doen in onze mooie gemeente. Of je nu oud bent of jong, vrouw, man of non-binair bent, een witte, zwarte of een andere huidskleur hebt, arm of rijk bent, en met welke opleiding, culturele achtergrond, beperking of geaardheid dan ook. We zijn blij dat er wordt gewerkt aan een visie op diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid en aan een bijbehorende agenda. Maar met een visie en agenda op papier alleen zijn we er niet, en gelukkig ziet het college dat ook. We zijn dan ook blij dat er geld wordt uitgetrokken voor een extra financiële impuls om de diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheidsagenda uit de startblokken te krijgen, zodat we samen kunnen vieren. Zoals op 8 maart bij Internationale Vrouwendag, op 1 juli bij Ketikoti, of zoals de afgelopen weken bij het Queer Arts Festival en bij Iedereen Mag Zoenen. En daar mogen nog veel meer initiatieven bij komen, want investeren in mensen vinden wij belangrijk. En investeren in natuur doen wij ook. Dan gaat het bijvoorbeeld om vergroening van onze wijken en buurten. We zijn er als gemeente goed mee op weg, bijvoorbeeld met de gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig. Per wijk hebben we daarin verschillende doelen gesteld om de biodiversiteit te bevorderen, en we hebben afgesproken in de hele gemeente 10% meer groen toe te voegen, waar het landelijk gemiddelde rond de 7,5% ligt.

Mooi dus, maar volgens ons kan er nog best een tandje bij. Wij denken dan aan een paar buurtvoedselbossen of -bosjes. Grote buurttuinen, die dienen als ontmoetingsplek voor buurtbewoners, waar ze samen kunnen komen en samen kunnen ontspannen, waar ze letterlijk met hun voeten in de klei kunnen staan, die de bebouwde omgeving vergroenen, de biodiversiteit nog verder vergroten, waar het goed toeven is in de schaduw op de heetste dagen van het jaar, en die een rol spelen bij wateropvang en -afvoer bij enorme regenbuien. Een mooi voorbeeld van een groot voedselbos in onze gemeente is voedselbos Woest. Mevrouw HENDRICKX: Dit zijn woorden die mij natuurlijk enorm aanspreken. In mijn bijdrage gaf ik ook aan dat wij graag zien dat er meer geld wordt uitgetrokken ook voor groene en klimaatbestendige wijken, want daar hangen nu eigenlijk geen middelen aan. Er blijft geld over hè? Zouden we daarin misschien gezamenlijk op zoek kunnen gaan of we een deel van die middelen zouden kunnen aanwenden om die groene ambities die u nu ook verwoordt, te kunnen realiseren? Want daar is gewoon geld voor nodig. Mevrouw KORVER: Het initiatief dat wij willen nemen, dat hebben we van tevoren ambtelijk uitgezocht, daar lijkt al voldoende geld voor te zijn. Het is eigenlijk meer een manier om dat geld goed te besteden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15627204/1