CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2025-05-20

Gemeenteraad 20 mei 2025, gemeente 's-Hertogenbosch38.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN 's-HERTOGENBOSCH OP 20 MEI 2025 AANVANG 19.00 UUR Voorzitter:

drs. J.M.L.N. Mikkers

Griffier:

drs. W.G. Amesz

Leden aanwezig:

drs. E.M.M.P. Altenburg-Collin, J. Broekmeulen, O. Çifçi, M. Craste bc, J.J.E.L. van Creij, mr. Y. Doğan, F.G.F. van Genugten, J.J.M. Gersjes, F.J. van Haren, A.W.J.A. van Hattem LLB, drs. J. Hendrickx, W.B.G. Hoeben, F. Hoekstra-Wittebol, J.A.B. Huibers, mr. drs. N.M.C. Huijbrechts RO CIA, drs. P.E. Kagie, R.F. van der Kallenvan der Donk, drs. R.M.J. van den Kerkhof, H.J.M. Kitslaar, M.A.J.T. Korver-van Weegberg, P.M. van der Krabben, mr. drs. R. Lipman, ir. V.P.T. Muller-Laumans, mr. S.J.M. Peters, M.C.J.M. Ploegmakers, B.F.C. Roovers, E. Samshuijzen, A.C. van Silfhout, drs. ing. G.M.M. Verbruggen, C.K.J. Visscher en J.P.M. Welten-van Doremalen

Tevens aanwezig de wethouders: Afwezig:

ing. R.A.P. Geers, R.J.J. Geers, M.J.J. van der Geld MSc, P. Slikker en mr. M.A.B. van der Sloot H.B. Bos, M. Claessen, B. El Amraoui, W. de Groot MSc, A. Hernández, J. Kouwenberg, H.J.M. Mees, M.G.H. van Rens en H.M.M. Vermin

1.

Vragenhalfuurtje

2.

Vaststellen agenda van de raadsvergadering

3.

Ingekomen stukken en mededelingen

4.

Beschouwingen op de Voorjaarsnota 2026, Jaarstukken 2024 en actualisatie begroting 2025

De VOORZITTER: Dames en heren, iedereen van harte welkom bij deze raadsvergadering. Voordat wij de raadsvergadering starten, eerst een moment van stilte. Stilte De VOORZITTER: Dank u wel. Iedereen van harte welkom, ook de mensen op de publieke tribune van harte welkom en natuurlijk de mensen thuis via de website of via het YouTube-kanaal. We hebben een aantal berichten van verhindering. De heer El Amraoui is afwezig, want die is net vader geworden van zoon Navi, de heer Mees, de heer Kouwenberg, mevrouw Claessen, de heer Bos, mevrouw Hernández, de heer Van Rens en mevrouw De Groot. De heer Van Genugten verwacht ik nog. Ik zal straks uitleggen wat de procedure van deze vergadering is. 1.

Vragenhalfuurtje

De VOORZITTER: Er zijn twee vragen ingediend voor het vragenhalfuurtje die beide mijn portefeuille betreffen, dus ik verzoek mevrouw Hendrickx om het voorzitterschap over te nemen. De PLV. VOORZITTER: Er zijn twee sets vragen ingediend. Eén set vragen is van de PvdD, daar zal mevrouw Samshuijzen straks het woord over voeren. De tweede set vragen is ook door de PvdD ingediend, met de SP, De Bossche Groenen, Volt, GroenLinks en de PvdA.

1

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Van inwoners en via de media verneemt onze fractie een zeer zorgwekkend bericht, namelijk dat dieren in de Graafsepoort letterlijk onder vuur worden genomen. Sinds begin mei worden dieren hier dagelijks met een luchtbuks beschoten, voornamelijk tussen 16.00 uur en 22.00 uur. Inmiddels heeft dit het leven gekost aan vele vogels. Afgelopen week zijn ook twee katten het slachtoffer geworden en een van hen is dusdanig ernstig gewond dat zij momenteel is opgenomen in het dierenziekenhuis in Amsterdam. Zolang de dader op vrije voeten rondloopt, bestaat een levensgevaarlijke situatie voor dieren die in deze omgeving leven en hier maakt de PvdD zich grote zorgen om. Het risico voor mensen is ook niet uit te sluiten, want hier loopt iemand met een luchtbuks in een woonwijk te knallen. Hierover hebben wij het college daarom enkele vragen gesteld, die zijn bijgevoegd. Portefeuillehouder MIKKERS: Een vijftal vragen vanuit de PvdD. Laat ik vooropstellen dat het heel vervelend is voor dieren en hun baasjes als dit soort zaken gebeuren. Het zorgt voor onrust in de wijk, maar we vinden zeker ook dat mens en dier veilig moeten kunnen zijn in onze gemeente en we keuren dan ook elke vorm van geweld af, of het nu tegen mensen is of tegen dieren.

Ik ben bekend met de situatie, maar alleen situaties waarvan een officiële melding is ingericht, er is nog geen aangifte gedaan, en dat betreft beschoten katten. Voor de rest zijn er geen meldingen gedaan, zowel niet bij de politie als bij de gemeente. Dus de punten die u noemt zijn bij mij niet bekend, dan wat verdergaat dan de melding zoals ik net heb toegelicht. Het is een zaak van de politie onder bevoegd gezag van het openbaar ministerie. De inspanning van de politie bestaat er nu vooral uit om de meldingen ook melding te laten zijn en dat mensen zich melden als dit soort dingen gebeuren en als dit soort zaken spelen. Daartoe heb ik ook al een oproep gedaan, ook vanuit de politie, en ook de wijkmanager is op de hoogte en is in de wijk al aan het communiceren om meldingen te doen als dit soort zaken gebeuren, maar formeel weten we alleen nog maar van de twee beschoten katten. Wordt er door VTH al ondersteuning geboden dan wel door boa's? Nee, want de boa en de VTH hebben geen verantwoordelijkheid onder het bevoegd gezag van het openbaar ministerie, alleen van de burgemeester. Dat gaat over zaken rondom de APV. Dit gaat echt over een misdrijf en valt in die zin onder het openbaar ministerie. Dat betekent dat de politie bevoegd gezag is en daar de actie op onderneemt, en die neemt er ook actie op, kan ik u bevestigen.

Welke acties zijn er verder nog ondernomen? Met gerichte meldingen kan de politie tot actie komen. De gerichte meldingen zijn nu nog beperkt tot de twee katten, zoals ik net omschreef, en bij geconstateerde dierenmishandeling vindt een andere actie plaats van de politie. En wat ik al zei, de wijkmanager is ook binnen de wijk al aan het communiceren: doe meldingen als u iets hebt gezien of gehoord, om daarmee ook de politie te ondersteunen met het vergroten van de informatiepositie van de politie. Met betrekking tot de aandacht heb ik net al aangegeven dat de politie heeft gecommuniceerd over deze situatie, ook in de pers is die informatie terechtgekomen, en ook de wijkmanager. Dus wij hopen op die manier dat mensen meldingen doen. Ik hoop dat het niet meer voorkomt, laat ik daar helder zijn, want dat is het ergste, maar als mensen dit soort zaken overkomt, doe meldingen want dan kunnen we echt handelen, want dan weten we ook wat we moeten doen en dan kunnen we de informatiepositie van de politie en ook van gemeente en wijkmanagers op een goede manier doen en kunnen we de dader zo snel mogelijk pakken. Want dat is volgens mij waar we allemaal op geënt zijn, zodat dit soort dingen in onze gemeente absoluut niet gebeurt. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik ben blij met de antwoorden van de burgemeester, dat er veel inspanningen worden gedaan.

Nog één vraag daarover: kan de raad op de hoogte gehouden worden over vorderingen of wanneer er meer uitsluitsel hierover is? Want u begrijpt de zorgen die hierom leven, dat we ook weten wanneer er veranderingen in de situatie zijn, of dat er iemand is opgepakt et cetera, dat we daarvan op de hoogte zijn. Portefeuillehouder MIKKERS: Ja, maar dan zal van de melding wel allereerst een aangifte gedaan moeten worden, laten we wel helder zijn, want dan kan de politie ook gaan acteren. En mochten daar ontwikkelingen in zijn, kan ik u daarover informeren. Daar heb ik geen problemen mee, dat kan ik via het raadsinformatiebulletin doen, dat is geen probleem. De PLV. VOORZITTER: Dan was dit de eerste set vragen en gaan we naar de tweede set. Die vragen hebben betrekking op: Steun oproep Halsema uitspreken tegen genocide in Gaza en oproep aan regering. Die is door verschillende partijen ingediend. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Op 14 mei jl. riep burgemeester Halsema van Amsterdam het kabinet op de Israëlische regering tot de orde te roepen. De verwoesting van Gaza en de 2

uithongering van en de moord op Palestijnen door de Israëlische regering moet worden gestopt. Dat gaf ze aan naar aanleiding van vragen in de gemeenteraad van Amsterdam. Halsema geeft aan: het NIOD en vele onafhankelijke mensenrechtenorganisaties spreken niet voor niets van genocidaal geweld. Wij moeten het politieke meningsverschil achter ons laten en handelen. Meer gemeenten scharen zich inmiddels achter de oproep van Halsema. Sinds 7 oktober zijn er meer dan 53.000 Palestijnen vermoord en zonder voedselhulp de komende 48 uur kunnen er nog eens 14.000 in de Gazastrook sterven. Daarom dienen wij samen met de SP, De Bossche Groenen, Volt, GroenLinks en PvdA hier enkele vragen over in aan het college, en in het bijzonder de vraag of het college in navolging van Amsterdam en inmiddels ook vele andere gemeenten bereid is de Nederlandse regering op te roepen tot sancties tegen de Israëlische regering, zodat de Israëlische regering het moorden en de mensenrechtenschendingen in Gaza stopt. Portefeuillehouder MIKKERS: Dank voor de vragen. Toen ik de vragen zag voor het vragenhalfuurtje van vandaag moest ik terugdenken aan de speech die ik heb gehouden tijdens de Dodenherdenking van afgelopen 4 mei. Daar sprak ik deze tekst uit: mensonterende schendingen, mensen ontheemd, onderdrukt, op drift, verstrikt in desinformatie en tegen elkaar opgezet.

Er klonk op 4 mei de oorverdovende echo van een onvoorstelbaar verleden, een echo die klinkt tot de dag van vandaag en niet is verstomd. Een echo die we daarom als college op 4 mei in al onze wijken en dorpen centraal stellen, ieder op zijn of haar eigen manier. Dat geldt denk ik voor ons allemaal zoals we hier zitten en staan. De beelden en de verhalen in het Midden-Oosten gaan door merg en been. De mensenrechtenschendingen, het geweld waarvan onschuldigen slachtoffer worden, het laat niemand onberoerd. En de onbeschrijfelijke explosie van geweld, de heftigheid en ook de pijn van medemensen roepen gevoelens op van onmacht en boosheid. De emoties spelen bij u, bij ons, bij mij, en ik denk in heel 's-Hertogenbosch. In de gesprekken die we voeren met de inwoners van onze gemeente merken we dat de impact van dit conflict ook in onze gemeente groot is. Mensen zijn diep getroffen en zijn betrokken en geraakt door het onvoorstelbare conflict in het Midden-Oosten en door het leed en de mensenrechtenschendingen in Gaza, maar ook van 7 oktober, we zien allen een verontustende werkelijkheid. En daarom mogen we niet wegkijken. Maar het is ook onze taak als gemeente en als bestuur om te verbinden, om samen te leven en daarmee 's-Hertogenbosch te versterken. Juist als de werkelijkheid zoveel pijn doet.

Het is voor ons dan ook begrijpelijk dat zowel inwoners, maatschappelijke organisaties en partijen oproepen tot actie, gepaste actie. En wij als college steunen dat, ook als ambtelijke organisatie, door in gesprek te zijn met belangengroeperingen, families, organisaties, inwoners en indien de gelegenheden er zijn, en die zijn er, brengen we onze gevoelens van onze samenleving, onze gemeente, ook over aan het kabinet, om daarmee het kabinet ook de mogelijkheid te geven om een gewogen, afgewogen maar ook gedragen standpunt in te nemen en dat ook verder te brengen, dat ook recht doet aan het grote leed dat mensen treft, zowel hier vanaf een afstand als daar in de daadwerkelijke situatie. Dus in antwoord op uw vragen: wij zien het grove geweld, de mensenrechtenschendingen en het niet rechtvaardige leed en we zien de impact hier in onze gemeente op verschillende manieren. En onze gesprekken met de samenleving brengen wij dan ook over naar het rijk. Daarmee wil ik uw vragen beantwoorden. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik hoor de woorden van de burgemeester en ik hoor dat het de burgemeester ook heel veel doet en dat hij en het college de gruwelijke dingen die gebeuren zich aantrekken. Echter, onze derde vraag van de vragenset, of het college bereid is om de Nederlandse regering op te roepen om tot sancties over te gaan, hoor ik eigenlijk niet beantwoord.

Ik hoor dat de burgemeester veel aangeeft over de gevoelens die er spelen, maar concreet die vraag, kunt u dat toelichten, bent u ertoe bereid om gevolg te geven aan alles wat u in de samenleving voelt? De heer VAN HATTEM: Allereerst, blij dat de burgemeester nog wel refereert aan 7 oktober, wat in de vragenset niet het geval was, maar ik hoor hem een aantal dingen zeggen waarvan ik me afvraag wat hij nu precies bedoelt. Want er wordt gezegd: we willen gepaste actie en onze gevoelens aan het kabinet overdragen. Maar het is helemaal niet duidelijk wat die gevoelens dan zijn. Ik zou er niet voor willen pleiten om zomaar bepaalde zaken die onder andere in deze vragenset zijn gesteld, die soms linea recta uit Hamas-propaganda lijken te zijn overgenomen, waarbij ik moet opmerken dat de uithongering daar met name door Hamas zelf wordt veroorzaakt. De PLV. VOORZITTER: U mag een aanvullende vraag stellen. Ik hoorde een vraag. De heer VAN HATTEM: Ik hoor graag wat de burgemeester daarmee bedoelt en ik wil ook 3

graag horen wat hij bedoelt met: ook als ambtelijke organisatie, want de ambtelijke organisatie wordt al helemaal niet geacht zich hier politiek over uit te laten. De heer ROOVERS: Ik begrijp de burgemeester heel goed in die zin dat wat wij als partijen hier vragen heel ongebruikelijk is, dat een gemeente iets vindt van het Nederlandse buitenlandbeleid, maar de situatie zoals die nu is, is ook ongebruikelijk in hoe extreem die is. Dat is ook de reden waarom ik onder de vragen van mevrouw Samshuijzen ben gaan staan. En dan is het toch zo dat in ieder geval voor mij de afweging is geweest: waarom gaan we deze vragen stellen? Omdat wij van de bevolking invloed hebben gekregen, een mandaat hebben gekregen en ook een podium hebben gekregen. En de vraag die ik mezelf stel, en dat is ook de vraag die ik aan de burgemeester heb gesteld: is het zo dat wij dat podium dat wij hebben gekregen voldoende gebruiken om te doen wat we kunnen om dit te voorkomen? Zeker aangezien, dit is een politiek oordeel van mij, de Nederlandse regering meer zou kunnen doen richting de Israëlische regering om te stoppen wat daar gebeurt? Dat is de vraag die ik aan de burgemeester heb. De heer VAN DER KRABBEN: Eerst een opmerking en dan een vraag.

Op de eerste plaats wil ik een compliment maken dat de burgemeester zo'n afgewogen verhaal van zo'n moeilijk onderwerp hier zo kan uitleggen en ik zou het op prijs stellen dat hij dat zo ook op schrift naar de regering doet, dus dat is de vraag. De heer VAN SILFHOUT: Ik kan de uitleg van de burgemeester waarderen. Het lijkt nog wel alsof we op de derde vraag inderdaad nog niet het volledige antwoord hebben, ook omdat er wordt aangegeven dat we in zo'n conflict als dit eigenlijk geen kant moeten kiezen. En dan wil ik toch de burgemeester nog vragen: als we dan geen kant willen kiezen in het conflict, kunnen we dan in ieder geval voor mensenrechten kiezen? En als je dat dan doet, volgt dan niet automatisch dat je daarmee het pleidooi van mevrouw Halsema ondersteunt? Mevrouw CRASTE: Mijn vraag is eigenlijk heel simpel: waarom zouden we het niet doen? Wat zitten daar aan de andere kant voor risico's aan? Portefeuillehouder MIKKERS: Ik hield een afgewogen verhaal en dat is niet voor niets. Ik denk als je kijkt naar de polen in de samenleving, dat die fel gaan ten opzichte van elkaar. Volgens mij is het onze taak als bestuurders en ook politici om mensen bij elkaar te brengen en elkaars verhaal te laten horen, waarbij je wel aangeeft waar, wanneer, om het maar in de termen te blijven, de rode lijn overschreden wordt, op welke manier dan ook.

Vandaar dat ik ook beide elementen van zowel 7 oktober als ook Gaza heb benoemd in de beantwoording van de vraag zoals net genoemd. De vraag is of wij als lokale overheid moeten aangeven hoe de nationale overheid moet gaan handelen, of het niet veel belangrijker is dat de focus van ons als samenleving en ook van ons als bestuur en als lokale politiek, en dan kom ik meteen op de lastige positie van het lokale bestuur, richting de heer Roovers, en het podium dat we wel hebben, is de vraag of we ook naar alle geluiden van de samenleving willen luisteren om daar op een goede manier een afgewogen afweging in te maken en te kijken om mensen niet tegen elkaar op te zetten maar om mensen met elkaar te verbinden. En die boodschap zie ik ook als een taak van het lokale bestuur, om dat te doen. Maar dat betekent wel dat als er onrust is in die samenleving en ook een gevoel van onbehagen en onmacht en boosheid, zoals ik het net omschreef, dat het wel van belang is dat de partijen die er iets aan kunnen doen, en dat is in dit geval de rijksoverheid, om wel die gevoelens zoals die in ieder geval hier in Den Bosch leven, ook door te geven aan de leden van het kabinet, om daarmee aan te geven dat de onmogelijke positie waar wij in zitten als lokale overheid en de weerstand die gevoeld wordt in de samenleving, om daar een juiste verbinding aan te brengen.

Dan doe ik dat liever op die manier door helder aan te geven waar de gevoelens van de samenleving liggen, zonder daarmee een soort handelingsperspectief te moeten bieden aan het kabinet, want dan gaat de discussie over de reden en de handelingswijze, en dan kom ik meteen bij mevrouw Craste en ook richting de heer Van Silfhout, waarom niet? Omdat je daarmee een soort handelingsrepertoire gaat aanbieden aan het kabinet, en dan gaat de discussie niet meer over waar het gevoel van de samenleving over gaat, maar over de aard van de maatregel die je voorstelt. Want dat zag je vorige week naar aanleiding van de oproep van mevrouw Halsema. Het ging meer over de aard van de sancties dan over de boodschap: er zit veel onrust in de samenleving en wat doen we met die onrust en hoe kanaliseren we die? Ik denk dat het van belang is om juist dat gevoel helder aan te geven richting het kabinet zonder daarmee meteen in de hoe-vraag terecht te komen. Dat is de reden waarom ik geen antwoord geef, of misschien een ander antwoord geef dan u van mij zou verwachten of hopen, tot 4

het doen van sancties. Want dat vind ik echt een taak van de rijksoverheid en in die discussie wil ik niet komen. Dan de ambtelijke organisatie en wat de gevoelens zijn. Mijnheer Van Hattem, als ik kijk naar de samenleving en de gevoelens die daar spelen, dan zijn die divers, zowel bij de Joodse samenleving als bij de samenleving breed, dus dat geldt voor de hele samenleving. En daar zitten verschillende perspectieven op hetzelfde thema. Het thema dat mensen weggezet worden omdat hun regering handelingen doet. Aan de andere kant een gevoel van onmacht en boosheid van mensen die in de vluchtelingenkampen zitten of besloten zitten in Gaza. Daar zit veel zorg en boosheid. En ik denk dat het goed is om te luisteren, want dat is volgens mij ook de taak van politici en bestuurders, en dat is wat ik ook richting de ambtelijke organisatie vraag. Niet om een standpunt in te nemen, maar om de geluiden die men hoort in de gesprekken die men voert in wijken en buurten, ook mee te geven aan het bestuur. Wij gaan daarop handelen, maar ik denk wel dat het goed is dat ook de ambtelijke organisatie luistert en niet alleen zendt, en dat is denk ik ook de taak die een ambtelijke organisatie heeft. Dus niet om een politiek standpunt in te nemen, maar vooral om te luisteren naar de gevoelens en emoties die er in de samenleving zitten. Volgens mij heb ik dan alle vragen beantwoord. 2.

Vaststellen agenda van de raadsvergadering

De VOORZITTER: We gaan door naar het vaststellen van de agenda. Voor ons is dit nieuw, voor u ook. We gaan de voorjaarsnota behandelen en in het verleden waren we gewend om in de commissie, vier commissies, te spreken over de voorjaarsnota en dan een besluitvormende raad te houden. Er is door het presidium in overleg met de fractievoorzitters erover gesproken dat we dat ook in een raadsvergadering kunnen doen, een soort beschouwende raadsvergadering. Dat is de doelstelling van vandaag, en een duidelijk besluitvormende raad over twee weken. Het spoorboekje hebt u allemaal gezien, maar ook voor de mensen op de publieke tribune en de mensen thuis, iedere partij krijgt zes minuten de tijd om zijn of haar verhaal te houden. Dat doen we alternerend, te starten met de grootste oppositiepartij, daarna de coalitiepartij, dan weer oppositie, coalitie. We hebben vandaag vijftien partijen aanwezig, dus dat betekent dat vijftien die mogelijkheid krijgen voor een betoog van zes minuten. Daar mag op geïnterrumpeerd worden en die interrupties zijn niet voorbehouden aan één woordvoerder per fractie. Dat kan dus ook vanuit de verschillende woordvoerders vanuit de fractie. Dus iedereen kan interrumperen en ook de fractie zelf kan bepalen hoe men de zes minuten wil indelen. Dus dat kan één spreker zijn, maar het kan ook zijn dat de fracties die met meer zetels zitten, met meerdere mensen spreken.

Die mogelijkheid is er. Maar nog steeds, zes minuten. Dan is er een korte reflectie vanuit het college en het zal aan de aard van de vragen dan wel de opmerkingen liggen op welke manier het college die gaat beantwoorden. Daar is een maximale termijn voor van twintig minuten. Of dat, zoals in het verleden was, alleen de wethouder van Financiën is vanuit een beschouwende reflectie of dat het breed vanuit het college is naar aanleiding van de betogen zoals u die houdt, zal zich gedurende de avond wijzen. Daar hebben we nu nog geen zicht op, want ik weet niet wat u allemaal gaat vertellen. De enige van wie ik het wel weet is mevrouw Hernández, want die heeft een schriftelijke reactie gegeven. Dus dat is de enige van wie we het weten, dus voor de rest is het een verrassing. Is het voor iedereen helder? Is iedereen akkoord met het vaststellen van deze agenda? Ja. 3.

Ingekomen stukken en mededelingen

Lijst ingekomen stukken is conform voorgestelde afhandeling vastgesteld. 4.

Beschouwingen op de Voorjaarsnota 2026, Jaarstukken 2024 en actualisatie begroting 2025

Mevrouw HENDRICKX: Van tevoren heb ik het thuis een paar keer doorgenomen. Ik kom aan de zes minuten. Ik heb hem geklokt, maar ik ga mijn best doen om het ook binnen die zes minuten te doen. We bespreken vandaag de voorjaarsnota en dat is niet zomaar een stuk. Het is de laatste voorjaarsnota van deze coalitie en dus ook de laatste kans om politiek richting te geven, ambities vast te leggen en middelen te reserveren voor de begroting van 2026. Tegelijkertijd is het ook het moment om terug te kijken. Want wat is er terechtgekomen van de ambities waarmee dit college begon? De beloften waren groot, het zou de groenste periode ooit worden. Den Bosch zou duurzamer, eerlijker, socialer en leefbaarder worden. Maar als we eerlijk zijn moeten we op zijn minst constateren dat veel van die beloften wat achterlopen. Juist daarom moeten we vandaag de blik scherpstellen op de toekomst. Wat is er nodig om van 's-Hertogenbosch echt een leefbare stad te maken, niet alleen voor nu, maar ook voor de generaties die na ons komen? Voor onze fractie 5

draait het bij deze voorjaarsnota om die ene kernvraag: hoe bouwen we een leefbare stad? Mevrouw CRASTE: Ik hoor mevrouw Hendrickx net zeggen dat we achterlopen. Ik ben heel benieuwd wat mevrouw Hendrickx daarmee bedoelt. Mevrouw HENDRICKX: Dat snap ik en daar kom ik ook nog bij in mijn tekst, dus als u even geduld heeft dan kom ik daar straks bij en als u nog vragen heeft krijgt u daar natuurlijk antwoord op. Voor ons betekent een leefbare stad een gezonde leefomgeving, voldoende en toegankelijke natuur, schone lucht, groene en veilige wijken, sociale samenhang en voldoende betaalbare woningen. Wij willen daarom niet alleen weten of er iets kan binnen het coalitieakkoord of deze begroting, maar ook of het bijdraagt aan een leefbare toekomst. Niet: hoe ziet onze stad er over tien jaar uit, maar hoe over vijftig of honderd jaar? Want wij zijn hier als rentmeesters van de generaties die nog gaan komen. We waren ambitieus, een duurzaamheidsopgave moest versneld worden, Den Bosch zou vergroenen, de wijken zouden aardgasvrij worden, de binnenstad autoluw en de stad klimaatbestendig. Maar die versnelling is toch wel wat uitgebleven. De CO 2-uitstoot is nog altijd te hoog, er is geen budget gereserveerd voor klimaatbestendige wijken, het windmolenproject is kwetsbaar geworden door gebrekkige participatie en het negeren van adviezen van onder andere de Commissie mer.

De vergroening van de onderwijscampus is uitgebleven, de plannen voor de autoluwe binnenstad liggen achter op schema en de coffeeshops verhuizen niet naar de rand van de stad, ondanks alle overlast. Er zijn grote investeringen nodig in de bestrijding van hittestress en de wateropvang. De heer VAN GENUGTEN: Mevrouw Hendrickx, wat bedoelt u ermee dat de coffeeshops niet gaan verhuizen? We zijn goed geïnformeerd dat de coffeeshops voor 2027, en dat is volgens mij de lijn die we hier ook hebben ingezet, wel degelijk de Hinthamerstraat gaan verlaten. Wat is daarop uw reactie? Mevrouw HENDRICKX: Dat gaat nog komen, daar heeft u gelijk in, maar het is nog niet gebeurd, dus dat is eigenlijk wat wij hier constateren. De heer VAN GENUGTEN: Ik vind het wel belangrijk dat we het dan goed benoemen. Volgens mij constateren we dan wel met elkaar dat de lijn ingezet is om te komen, en dat dat een zorgvuldige procedure is, dat de coffeeshops verplaatst zullen worden vanuit de Hinthamerstraat voor 2027. Mevrouw HENDRICKX: U noemt dat een zorgvuldige procedure, wij hebben haast, en dat is eigenlijk wat wij hier vanavond proberen aan te geven. Er zijn heel veel plannen die nog moeten gaan gebeuren, maar ondertussen staan we wel een beetje stil. Waarom al die tijd in de toekomst zetten, terwijl we vandaag ook kunnen handelen? De heer VAN GENUGTEN: Dus in het woord stilstaan herken ik me niet.

We zetten volgens mij stappen om te zorgen dat de Hinthamerstraat leefbaarder wordt door het vertrek van de coffeeshops, wat gaat gebeuren richting 2027. Bent u het dan niet met mij eens dat het woord stilstaan niet helemaal het bijpassende woord is? U kiest voor zorgvuldig maar wel voor haast. Mevrouw HENDRICKX: Goed, het siert u dat u het in ieder geval ook een belangrijk onderwerp vindt, en dat weet ik ook van het CDA, maar we zijn tot op heden eigenlijk nog niet geïnformeerd over waar het nu staat. Het is al bijna het tweede kwartaal 2025, dus ik had al wel verwacht dat we daar al wel een tipje van de sluier zouden opgelicht krijgen. Er is wat uitgelekt hè, rondom de Bossche Stadsdelta, via de roeivereniging hebben wij begrepen dat die locatie wellicht een van de locaties is, maar voor de rest blijft het gewoon hartstikke stil en dat vinden wij een vorm van stilstaan. Wij verwachten voortgang op dit dossier, we willen daar vaart mee maken en we willen actie. Mevrouw CRASTE: Ik vind het heel fijn dat mevrouw Hendrickx zegt: wij willen actie. Want wat ik in de afgelopen tijd heel veel heb gezien bij juist De Bossche Groenen is het vertragen van dingen of het niet willen van dingen of het toch niet doen van dingen, waardoor mevrouw Hendrickx en De Bossche Groenen uiteindelijk nee zeggen. Nee tegen het azc, nee tegen windmolens, nee tegen woningen.

Wat vindt mevrouw Hendrickx daarvan? Mevrouw HENDRICKX: Volgens mij waren wij voorstander van een azc. Die beslissing was 6

vorige maand en daar hebben wij ja tegen gezegd. En als het gaat om plannen voor woningbouw, moet je dingen wel afwegen en ik merk vaak dat de coalitie bijna blind instapt en een vink zet achter alle voorstellen waar het college mee komt. Wij beoordelen die op de inhoud, en als we dan bijvoorbeeld naar het plan van de windmolens kijken waar we het vorige maand over gehad hebben, daar ligt een negatieve MER-rapportage. Dan kunt u zeggen: we boeken vooruitgang, maar wij denken dat het plan sneuvelt bij de rechter. Wij willen zorgvuldige besluitvorming, het moet op de inhoud kloppen en het moet goed gewogen worden, dus we stemmen niet overal blind mee in. De heer VAN SILFHOUT: Er wordt hier de indruk gewekt dat sommige raadsleden in deze zaal hun rol serieuzer nemen dan andere raadsleden. De ene kant van de zaal controleert wel het college en de andere kant van de zaal zou dat niet doen. Ik wil dat toch verre van ons werpen. We stonden hier aan het begin van de raadsperiode met een college dat een bestuursakkoord tekende waar maar één partij uit de oppositie toen voor heeft gestemd, maar naarmate het vorderde zagen we het dualisme toenemen in deze raadsperiode.

Kan mevrouw Hendrickx toelichten hoe zij kijkt naar dat voortschrijdend dualisme dat we hier gezien hebben, waarbij deze tegenstelling tussen raadsleden niet zo scherp zichtbaar is als zij nu zegt, hoe ze daarnaar kijkt? Mevrouw HENDRICKX: Wij vinden dat de controlerende taak van de raad scherper mag en ik vind dat wij scherp moeten controleren of wat het college doet ook in lijn is met wat we willen. Ik noem een voorbeeld, de windmolens, waar we vorige maand mee hebben ingestemd. Er ligt gewoon een negatief advies. Ik noem het stadstheater, er ligt een heel kritisch Rekenkamerrapport dat zegt: stem er niet mee in voordat je de consequenties van het hele project kent. De raad stemt er gewoon mee in. Het verhaal rondom het theaterdossier; zonder exploitatie stemt de raad daar gewoon mee in. Ik vind dat de raad zijn kaderstellende en controlerende taak serieus moet nemen en de inhoud moet wegen en er niet blind achter de plannen van het college moet aanlopen. Als u het zo scherp stelt, stel ik even zo scherp. Mevrouw HOEKSTRA: Ik ben even benieuwd hoe mevrouw Hendrickx reflecteert op hoe zij aankijkt tegen zorgvuldige besluitvorming, want ik hoor, als het over de coffeeshops gaat dat het allemaal te traag gaat. Dan hoor ik de heer Van Genugten aangeven: dat doen we zorgvuldig, er gaat toch een bedrijf verplaatsen.

Als u zegt: de Commissie mer constateert iets bij de windmolens dan moet het allemaal op het meest zorgvuldige, terwijl we het volgens mij ook zorgvuldig doen, maar het enige wat ik u hoor roepen is: we doen het niet zorgvuldig. En als we een woningbouwprogrammalocatie kiezen, is iedere boom die moet wijken een reden voor De Bossche Groenen om daar tegen te stemmen. Dus ik ben toch even benieuwd wanneer het voor u dan wel zorgvuldige besluitvorming is. Mevrouw HENDRICKX: Volgens mij hebben we vorige maand mee gestemd met de bouwplannen rondom De Vliert. Daar moeten een heleboel bomen wijken. Dus ik weet niet wat u tijdens raadsvergaderingen doet, maar ik probeer zeker wel scherp te kijken waar wij groen kunnen sparen, hoe het beter kan en het is absoluut niet zo dat wij elke boom willen sparen. Maar we zien wel te veel bomen in onze stad sneuvelen en we willen dat daar zorgvuldig naar gekeken moet worden omdat we een grote… Ik was nog niet bezig met het beantwoorden van de vraag. De heer VAN GENUGTEN: Zeker, maar ik wil graag een punt van orde maken. Ik vind het fantastisch als wij hier vanavond gewoon een goed debat voeren over wat het algemeen belang is voor onze gemeente, maar dat we een beetje weg moeten blijven bij persoonlijke verwijten en uitspraken als: ik weet niet wat u doet bij een raadsvergadering.

Laten we het met elkaar net even een stapje hoger tillen en het over de inhoud hebben en op de bal blijven en niet op de man. Mevrouw HENDRICKX: Daar wil ik me helemaal bij aansluiten, maar ik voel toch vanuit een aantal fracties toch ook wel heel scherpe vragen mijn kant op, dus laten we met elkaar proberen om het netjes te houden, en dan kijk ik ook in de richting van de PvdA. Als u zegt: bij elke boom die gekapt wordt stemmen wij tegen, is dat een kwalificatie die ik verre van mij werp, want dat is gewoon niet waar. Mevrouw HOEKSTRA: Dat mag, alleen stel ik u een vraag op de inhoud en volgens mij hebben we ook gewoon het debat met elkaar op de inhoud. Mevrouw HENDRICKX: Nou goed, ik vind uw inleiding… maar dan kijk ik even naar de 7

voorzitter. Volgens mij kan de inleiding anders. Mevrouw WELTEN: Richting mevrouw Hendrickx, ik hoor u ook zeggen en dat triggert mij toch: met het Theater aan de Parade stemden de coalitiepartijen zomaar in. Ik kan mij herinneren mevrouw Hendrickx, en daar was u zelf bij, dat wij nog eens een extra commissievergadering eraan gewaagd hebben, nog een extra raadsvergadering, en dan zegt u dat de coalitie er zomaar mee instemt. Het triggert mij wel. Wij zijn net zo op weg naar een zorgvuldige besluitvorming als u, en ik vind dat toch een soort verwijt. Mevrouw HENDRICKX: Er liggen verschillende Rekenkamerrapporten, het is niet iets wat ik zelf bedenk. De Rekenkamer heeft ons van advies voorzien en heeft een aantal suggesties gedaan, onder andere: denk goed na over exploitatie voordat je instemt met een heel groot plan, want je weet niet waar het schip strandt. Je kunt de investeringen wel doen, maar daar hangt een kostenplaatje aan vast. Dan zeg ik: dan vind ik het onzorgvuldig dat we die adviezen niet ter harte nemen maar gewoon instemmen met het plan. Dat probeer ik hier vanavond duidelijk te maken dat ik op verschillende dossiers zie dat we met die adviezen van mensen die erover nagedacht hebben gewoon onvoldoende doen en dat vind ik jammer. En dan heb ik het over zorgvuldige besluitvorming en dan moet je dat serieus nemen.

Mevrouw CRASTE: Ik vind het fijn dat mevrouw Hendrickx zegt dat we voorstellen ook beter kunnen maken. Daar sta ik ook achter, bijvoorbeeld met de Rosmalense Polder is GroenLinks met een goed voorstel gekomen om dat proces beter te maken. Is het ooit eens in u opgekomen om ook eens met zo'n voorstel te komen in plaats van het vertragen of nee te zeggen, maar om te zeggen: ik vind nog wat van dat voorstel, hoe kan ik het beter maken? Mevrouw HENDRICKX: Nou, dat voorstel vorige maand kwam van De Bossche Groenen. Ik heb geschorst, ik ben toen naar GroenLinks gelopen, dat kunnen ze waarschijnlijk beamen en heb gezegd: we willen een punt toevoegen aan het dictum. Ik kijk in de richting van mijnheer Ploegmakers. Zouden we dan niet een moment moeten kiezen waarop het college terugkomt met de project-MER om te beoordelen wat het college daarmee gaat doen? Dat is een suggestie die ik in de schorsing heb ingebracht en die ook is geland in de motie en daarmee heeft De Bossche Groenen zich op een heel constructieve manier opgesteld en die motie is aangenomen. Ik denk dat die werkwijze waarin we met elkaar zorgen om een voorstel beter te maken een heel goede is. Mevrouw KORVER: De opmerking triggert mij toch echt om daar wel even op te reageren.

GroenLinks had echt al ver voor de commissievergadering zelf deze motie in gedachten, dus prima als mevrouw Hendrickx wellicht dezelfde ideeën had en daar constructief bij is geweest, maar echt niet dat ze niet bij onszelf vandaan komen. De VOORZITTER: Maar laten we het terugkijken op afgelopen vergaderingen overlaten aan Voetbal Inside, en dan gaan we nu weer verder met de voorjaarsnota. Mevrouw HENDRICKX: Precies voorzitter, dat lijkt me heel verstandig, want ik heb nog een heel verhaal dat ik graag zou willen voordragen. We waren ambitieus, de duurzaamheidsopgave moest versneld worden, Den Bosch zou vergroenen, de wijken aardgasvrij en de binnenstad autoluw en de stad klimaatbestendig. Maar die versnelling is voor een groot deel uitgebleven. De CO 2uitstoot is nog steeds veel te hoog, er is geen budget gereserveerd voor klimaatbestendige wijken, het windmolenproject is kwetsbaar geworden door het negeren van de adviezen van de Commissie mer, vergroening van de onderwijscampus is uitgebleven, de plannen voor de autoluwe binnenstad liggen ver achter op schema en de coffeeshops verhuizen vooralsnog niet naar de rand van de stad. Er zijn grote investeringen nodig in het bestrijden van de hittestress en de wateropvang, denk aan wadi's, groene daken, schaduwrijke pleinen, maar de financiële dekking blijft uit.

Klimaatadaptatie vraagt daadkracht, niet ad-hocbeleid en stenen stapelen, maar een langetermijnvisie en structurele keuzes. Wat ons betreft een aanvalsplan klimaatadaptatie, ook op bedrijventerreinen, betaald uit minder prioritaire projecten zoals de Bossche Stadsdelta en het nieuwe Design Museum. Een leefbare stad is een autoluwe stad, maar het verkeer groeit en de doorstroomassen lopen vol. De fietser verliest terrein. Den Bosch was ooit Fietsstad van het jaar, maar dat ligt ver achter ons. De autoluwe binnenstad ligt achter op schema en de doorstroomassen staan in de spits vast en kunnen de grote toestroom van auto's niet meer aan en ondertussen bouwt de stad duizenden woningen erbij aan de tweede ring. Dat is op termijn onhoudbaar, congestie dreigt. 8

De heer HUIBERS: Voordat we zo dadelijk met z'n allen gelijk hier de zaal uitlopen met de gedachte dat we in de meest verschrikkelijke gemeente wonen, een vraag aan mevrouw Hendrickx, komt u in uw betoog ook nog op punten die wel goed gaan? En anders daag ik u bij dezen uit. Mevrouw HENDRICKX: Jazeker. Ik begon mijn betoog, het is niet zo gek, we zijn een jaar voor de verkiezingen, dat we ook even met elkaar terugkijken en dat is misschien niet altijd even comfortabel, maar dat is toch ook wel een taak waar we nu voor staan. En dan zijn er punten waarvan wij als De Bossche Groenen zeggen: daar had best wel wat versnelling in gemogen. Dat is geen plezierige boodschap, maar ik ga het wel zeggen. En wij komen straks ook op punten, in de richting van Rosmalens Belang, waar wij kansen en mogelijkheden zien, want zo zijn De Bossche Groenen ook. De heer VAN HATTEM: Misschien toch even op één puntje, want ik hoor mevrouw Hendrickx van De Bossche Groenen zeggen dat de autoluwe binnenstad vertraging oploopt, maar de doorstroomassen lopen vol. Als al die plannen van die autoluwe binnenstad verder doorgaan met onder andere die knips in de Binnenstadsring, dan komen die doorstroomassen nog veel verder vol te staan en wordt het probleem toch alleen nog maar veel en veel groter? Mevrouw HENDRICKX: Dat klopt, maar daarom hebben wij ook een oplossing hiervoor.

Als ik verderga met mijn tekst, kom ik bij de oplossing die De Bossche Groenen voor ogen hebben, want wij zijn ook wel van de oplossingen en het meedenken. De heer HUIBERS: Excuus, nog even een vervolgvraag. Ik hoor over suggesties en mogelijkheden, maar komt De Bossche Groenen ook echt op punten die wel nu al goed gaan? Want ik kan me niet voorstellen dat het zo slecht is. Mevrouw HENDRICKX: Ik kom zeker op punten die ook heel goed gaan. Nogmaals, ik merk dat het wat lastig voor u allen is, maar het is toch ook wel het moment om even met elkaar terug te kijken en waarin we niet alleen maar de rode loper uitrollen maar we ook gewoon punten hebben waarvan we zeggen: die ambities waren torenhoog, maar de realisatie blijft gewoon achter. Dat is ook gewoon een taak die wij hier oppakken. De Bossche Groenen is voorstander van het Groningse model, de taartpuntstad, oftewel inprikkers. Verkeer volgt dezelfde route naar buiten als waarmee het de stad is binnengekomen en het doorgaand verkeer moet worden geweerd en over de buitenring worden geleid. Wij willen daarom de koersnota snel evalueren. De heer VAN HATTEM: Als dat dan de oplossing is die mevrouw Hendrickx van De Bossche Groenen net aankondigde, dan wordt dat probleem van die doorstroomassen dus juist nog veel groter, want als je die inprikkers gaat krijgen dan komt alles daarop.

Dus gaan we daarmee het probleem niet verergeren en zouden die knips uit de Binnenstadsring niet gewoon moeten verdwijnen, zodat het verkeer gewoon ruim baan krijgt? Mevrouw HENDRICKX: Ik ken u ook als een partij die graag ruim baan wil voor de auto's, maar wij denken dat met de inprikkers, als je alleen op Zuid erin kan en weer eruit, dat je het doorgaande verkeer naar de verschillende wijken tegenhoudt. Als je kijkt naar de verkeersstudies dan zie je dat met name veel binnenstedelijk verkeer gebruikmaakt van allerlei routes door de binnenstad heen. En als het gaat om leefbaarheid zou je minder doorgaand verkeer willen in je stad en zou je dat meer uit je stad willen halen. Zeker op het moment dat je duizenden woningen bij bouwt, zul je moeten nadenken over alternatieven zoals de inprikkers in Groningen, wat volgens mij echt een succes is en waarmee ik graag met u allen daar nog eens een keer naar kijk, want dat zou ook voor onze stad een verlichting kunnen zijn. De heer VAN HATTEM: Maar die inprikkers gaan dus juist op die doorstroommassa aansluiten en daar gaat het dus juist helemaal fout. Daar ga je de knelpunten krijgen, zeker als alles ook nog moet worden omgeleid via de A2. Je kunt het niet een-op-een vergelijken met Groningen, waar overigens ook nog wel de nodige discussie is met die Groninger Ring.

Hoe komt mevrouw Hendrickx er dan bij dat dit dan succesvol zal zijn, als je die inprikkers juist helemaal laat vollopen? Mevrouw HENDRICKX: De gedachte is dat op het moment dat je een inprikker hebt, de route per fiets korter wordt dan als je de auto pakt. En dat is natuurlijk waar we naartoe moeten, want met 9

al die woningen erbij mijnheer Van Hattem, we bouwen met zijn allen heel veel parkeerplaatsen, maar die auto's gaan allemaal de weg op, en dat heeft met het absorptievermogen te maken van onze binnenstedelijke infrastructuur, en die kan dat gewoon niet aan. Dat is niet iets wat ik bedenk of wat een wens is, maar wat we gewoon op ons af zien komen. Wij zeggen: wees dat nu voor, denk over alternatieven na, en dan zien wij Groningen, die volgens mij een heel mooi voorstel daarvoor heeft gedaan. We moeten naar een alternatief systeem, en ik begrijp dat ik daar de heer Van Hattem niet in meekrijg. Dat begrijp ik en dat mag ook, maar het is wel een richting waarin De Bossche Groenen denkt en waarbij we hopen dat collega's ook die beweging zouden willen maken. De luchtkwaliteit is in onze stad het afgelopen jaar weliswaar verbeterd, maar door een toename van het autoverkeer stagneert die vooruitgang nu. Mensen die aan de doorstroomassen wonen, zoals de Lagelandstraat en de Magistratenlaan, hebben aantoonbaar een lagere levensverwachting door blootstelling aan uitlaatgassen en fijnstof. De Bossche Groenen vindt het onacceptabel dat scholen en kinderdagverblijven dicht aan drukke wegen liggen. Een concreet voorbeeld is het kinderdagverblijf aan de Ophoviuslaan, pal aan de Van Grobbendoncklaan, waar inmiddels zo'n 20.000 voertuigen per etmaal zich verplaatsen.

En dan de houtkachels, goed voor 23% van de fijnstofuitstoot, aldus het RIVM, schadelijk en zelfs kankerverwekkend. Utrecht heeft ze al verboden in de woonwijken en wij roepen het college op om dit voorbeeld te volgen. Daarnaast willen we een verbod op de lelieteelt. Mevrouw KORVER: Ik hoor allemaal dingen waar GroenLinks het heel erg mee eens is, dus heel fijn, maar ik vraag me wel af, ik hoor mevrouw Hendrickx iets zeggen over dat bewoners langs een bepaalde straat echt een verhoogde kans hebben op vroegtijdig overlijden en ik vraag me af waar mevrouw Hendrickx die informatie vandaan haalt, echt op straatniveau. Mevrouw HENDRICKX: Goed om te horen dat GroenLinks ook voor die plannen is en ik zou u dan ook willen oproepen om ook voor die plannen te stemmen. Het tweede punt, uit allerlei onderzoeken blijkt gewoon dat mensen die heel dicht op een weg wonen waar veel uitstoot is, die krijgen ook kleinere baby's, krijgen vaker kanker, allerlei redenen om met elkaar te zeggen dat we daar wat aan moeten doen. Mevrouw KORVER: Dan ben ik het in algehele lijn heel erg met mevrouw Hendrickx eens, maar dan wil ik haar toch vragen om dit soort zaken op straatniveau, waar ze details in gaat, toch echt met iets minder zekerheid aan te geven, want dat is echt niet duidelijk. Mevrouw HENDRICKX: Dat is geen enkel probleem, in de richting van GroenLinks, dat gaan we doen.

Daarnaast willen we een verbod op de lelieteelt in de directe omgeving van woonwijken en in de omgevingsvisie een saneringsprogramma voor oude asbestdaken en een plan voor het opsporen van loden leidingen in oude woningen, met voorlichting en ondersteuning aan huiseigenaren. Dan cultuur. Het culturele domein verdient steun en structuur, maar wat zien we? Het theaterdossier blijkt risicovol, financieel is men niet in control. Ook nu vragen we weer het onmogelijke van het theaterbestuur. Het Design Museum is een kostbaar en onduidelijk project. Wij lijken dezelfde fuik in te stappen als bij het theater. De Tramkade blijft in bestuurlijke stilstand hangen. Makers verkeren al jaren in onzekerheid. De heer VAN GENUGTEN: Ik ben het met mevrouw Hendrickx eens dat we lessen te trekken hebben uit het theaterdossier. Dat hebben we hier ook ruiterlijk met elkaar toegegeven. U verwijst nu naar het Design Museum. Het college heeft nadrukkelijk in het bestuursakkoord opgenomen op voorhand voordat men overgaat tot verplaatsing van het Design Museum om te kijken naar een sluitende businesscase, dus daar hebben we toch wel degelijk eerst oog voor wat dat gaat kosten. Bent u het niet met mij eens dat we in ieder geval in het bestuursakkoord hebben staan dat we een andere stap gaan zetten dan we hebben gedaan bij het theaterdossier? Mevrouw HENDRICKX: Dat klopt.

Heel goed om te horen, in de richting van de heer Van Genugten. Maar wat ik dan toch jammer vind is dat we dan toch een deelbesluit nemen over de parkeergarage die onder het Design Museum moet komen. Dat vinden wij toch een beetje jammer, omdat ik denk: neem het nu in zijn geheel, kijk wat het gaat kosten, kijk wat de exploitatie doet, kijk wat het voor de roeivereniging betekent. Maar ik ben het met u eens dat u daar natuurlijk een voorbehoud in heeft genomen en dat vind ik ook heel goed. De Tramkade blijft in bestuurlijke stilstand hangen. De Bossche Groenen wil de cultuur versterken, niet met prestigeprojecten zonder goede financiële onderbouwing. Het Design Museum had zich nooit moeten uitkopen in het 10

Museumkwartier. Het was een succesformule en nu ontbreekt het aan visie. De woningnood is hoog, we halen de aantallen niet, terwijl duizenden mensen wachten op een betaalbare woning. Wat ons betreft versnellen we de woningopgave door leegstaande panden geschikt te maken voor bewoning en te bouwen aan de rafelranden zonder groen op te offeren. We investeren op die manier in de bestaande woningvoorraad. Of we zouden kunnen gaan deelnemen aan de woningbouwcorporaties. Alleen op zo'n manier kunnen we meer regie pakken op verduurzaming en op de bouw van sociale huurwoningen. De heer PETERS: De Bossche Groenen noemt hier het omkatten van leegstaande panden. Dat hebben wij een tijd geleden ook technisch uitgevraagd. Daar bleek eigenlijk dat we in Den Bosch eigenlijk heel weinig leegstand hebben, dus dat dat geen oplossing is. Hoe kijkt mevrouw Hendrickx daarnaar? Mevrouw HENDRICKX: Volgens mij is er op dit moment altijd een paar procent leegstand. Er zijn ook behoorlijk wat gemeentelijke panden die leegstaan. Wij denken gewoon dat op het moment dat je mee aan de slag gaat, je gewoon een win-winsituatie kan creëren. Ik noem bijvoorbeeld de oude gevangenis aan de Stadswal. Hoelang staat dat ding al leeg? Ik weet het bijna niet meer, maar het staat gewoon hartstikke leeg. De oude V&D staat leeg, het Cementrum staat leeg.

Een aantal heel grote panden waarvan ik denk: als de wethouder nu eens in gesprek gaat met die pandeigenaren die ook met die panden omhoog zitten, zouden we winst kunnen halen. De heer PETERS: Dat zijn ook vaak helemaal geen panden die geschikt zijn om in te wonen, of geschikt gemaakt kunnen worden om in te wonen, vaak een heel andere bestemming hebben voor dingen die we ook hartstikke hard nodig hebben. Dus kunnen we niet juist beter die inzet inzetten in plaats van die paar panden op die projecten, waar we vaak ook van De Bossche Groenen een tegenstem op krijgen omdat die ten koste gaan van groen of van wonen. Mevrouw HENDRICKX: U moet eens ophouden met zeggen dat wij continu tegen plannen stemmen. Wij stemmen over het algemeen gewoon in met allerlei woningbouwplannen. Er zijn een aantal plannen waar we fundamenteel tegen waren. Dat was het Prins Hendrikpark. Daar had ik heel goede argumenten voor, ik wil niet dat we bouwen in parken. En het Annapark. Voor de rest stemmen wij gewoon in met bouwplannen, dus daar moet u gewoon eens mee ophouden, met een beeld te creëren alsof wij dat niet doen. Daar ben ik klaar mee. De heer PETERS: Nee, maar ik memoreer nog een debat waar we het juist hadden over die visie voor de toekomst, over vijftig jaar, dat we zagen: dat kleine stukje Den Bosch dat we hebben, als we woningen bij willen bouwen moeten we inbreiden.

En daar kwam toen De Bossche Groenen met een verhaal: wij willen eigenlijk helemaal niet inbreiden, doe maar een nieuw dorp. Dus dan vraag ik me toch echt af, waar moeten die woningen vandaan gaan komen? Mevrouw HENDRICKX: Wij zien dat bij inbreiding ontzettend veel weerstand zit, dus je creëert je eigen tegenstand. Wij denken, op het moment dat je wilt gaan inbreiden, dat je ook zou moeten kijken buiten de stadgrenzen of we daar wellicht een nieuw dorp zouden kunnen bouwen, omdat ik denk dat we daarmee een versnelling kunnen maken en dat dat wel kan rekenen op draagvlak. In plaats van alle mensen tegen de haren in te strijken en op allerlei open stukjes groen nog eens wat huizen neer te zetten. We zien hoeveel mensen er naar de rechter gaan. Samen bouwen aan de stad, ook kijken waar draagvlak voor is. Dat wil niet zeggen dat we tegen plannen stemmen, we hebben gewoon voor De Vliert gestemd. Zo zijn er meer plannen. Volgens mij hebben we met EKP ook gewoon ingestemd. Ik ga het hier niet allemaal herhalen, maar met duizenden woningen stemmen wij gewoon in, maar we zeggen wel: denk goed na waar je ze zet. Organiseer niet je eigen tegenstand, want dat vertraagt en duurt veel langer. Kijk naar leegstaande gebouwen, omdat je op de korte termijn mensen daar kunt laten wonen.

De heer VAN HATTEM: Mevrouw Hendrickx van De Bossche Groenen zegt: we moeten een nieuw dorp gaan bouwen, buiten de stadsgrenzen. Daar moet natuurlijk ook groen voor worden opgeofferd, maar als het dan toch moet gebeuren, dan kunnen we dat toch mooi doen op de locatie waar nu het windpark in de Duurzame Polder is gepland, waar de PvdA onder andere van heeft gezegd: we hebben op die locatie toch liever dat windpark dan woningbouw. Is dat dan misschien een beter alternatief dan zomaar een plek aan te wijzen ergens tussen Nuland en Vinkel of zo?

11

Mevrouw HENDRICKX: Het siert u dat u daarop blijft… Wij zijn voorstander van de energietransitie, wind hebben we nodig. En zolang het binnen de contouren blijft van gezondheid van mensen, wat wij heel belangrijk vinden, en wij daar ook de bescherming voor de natuur kunnen realiseren, zijn wij daar voor, dus daar zitten wij fundamenteel anders in. Als het dan gaat over het woonstukje kunt u zeggen: die panden zijn eigenlijk helemaal niet geschikt om te wonen. Parken zijn ook niet geschikt om in te wonen. U moet eens komen kijken hoeveel mensen er 's nachts in het park liggen te slapen omdat ze geen dak boven hun hoofd hebben. Dus ik vind dat je een onorthodoxe manier van kijken moet hebben naar de woningbouwopgave en ik vind dat deze wethouder ongelofelijk zijn best doet. Ik zie hem heel hard lopen, dus ook heel veel complimenten in de richting van de wethouder van de PvdA. Maar u kunt het ons niet kwalijk nemen dat wij ook met suggesties komen om eens te kijken naar leegstaande panden en de rafelranden van de stad, verloederde plekken die we mooier zouden kunnen maken. Dat is de suggestie die wij doen. Mevrouw MULLER: Mevrouw Hendrickx heeft het erover dat er veel mensen in het park slapen.

Is het niet zo dat wij het als Den Bosch op het gebied van dakloosheid juist goed doen, of hoe kijkt u daartegen aan? Mevrouw HENDRICKX: Ik denk dat we een heel grote groep niet in beeld hebben en dat zijn de arbeidsmigranten. Dat zijn mensen die gewoon in Waalwijk aan de gang zijn bij bol.com of andere grote pakhuizen. Die worden op straat gezet op het moment dat hun contract verloopt en die mensen hebben we überhaupt niet in beeld. Die mensen lopen bij ons door de wijk, trekken onze kledingcontainers leeg en gaan vervolgens het park in om daar te slapen. Dat is gewoon de keiharde realiteit die ook in onze gemeente aan de orde van de dag is, en vandaar onze suggestie om misschien wat minder geschikte woningen… #samen was het motto, maar participatie is in deze stad vaak schijninspraak. Kritiek wordt genegeerd of weggeschreven, denk bijvoorbeeld aan de IJzeren Vrouw, het burgerinitiatief GROEN inZICHT, plannen voor de Bossche Stadsdelta of plannen in het Prins Hendrikpark of de rotonde Zuid-Willemsvaart. Mensen haken af, niet omdat zij niet mee willen denken, maar omdat het college echt niet luistert. Participatie betekent ruimte geven aan kritiek en die serieus nemen. Niet doorgaan alsof er niets aan de hand is, terwijl alle seinen op rood staan. Deze voorjaarsnota draait om keuzes.

Wij kiezen voor een stad die leefbaar is en blijft en dat betekent meer geld voor klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en sociale samenhang, minder voor prestigeprojecten en tijdelijke oplossingen, regie pakken in plaats van achteroverleunen, een stip zetten op de horizon voor 2050 en verder. De heer VAN GENUGTEN: Ik hoor mevrouw Hendrickx zeggen dat ze meer geld wil voor sociale samenhang. Mag ik daaruit opmaken dat ze de hele programmalijn die nu gevoerd wordt, ꞌVan ik naar wijꞌ, om die sociale structuur een extra impuls te geven, kan omarmen? Mevrouw HENDRICKX: Zeker. Ten aanzien van de leefomgeving moet het huidige patroon van ꞌja, mitsꞌ veranderen in ꞌnee, tenzijꞌ. De ruimte is eindig. De kwaliteit van leven staat op het spel. Wij dragen verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties. Dank u wel. De heer VAN SILFHOUT: Toch even een fundamentele vraag over de visie op besturen van De Bossche Groenen. Het lijkt alsof De Bossche Groenen graag een oppositie en een coalitie ziet die tegenover elkaar staan, terwijl we ook zouden kunnen zeggen: we vertellen als raad één verhaal met zijn allen. Eigenlijk in contrast met wat dit college heeft gedaan, het bestuursakkoord schrijven, naar een toekomst volgend jaar waarin we met zijn allen een raadsakkoord gaan schrijven, met zijn allen het verhaal gaan vertellen.

Hoe kijkt mevrouw Hendrickx aan tegen besturen van deze gemeente? Mevrouw HENDRICKX: De Bossche Groenen heeft altijd heel veel goede plannen. We hebben nu ook een aantal plannen gepresenteerd en ik vind dat er in een gezonde gemeenteraad ruimte moet zijn voor coalitie en oppositie, om samen een goed plan te schrijven voor de stad. Dus daar schrijven wij graag aan mee, in de richting van Volt. Mevrouw CRASTE: Voor ik begin wil ik heel even kort stilstaan bij het overlijden van Jan Terlouw, want hij was een echte D66'er, een kinderboekenschrijver en ook een heel warm mens. Voor mijn partij was hij een moreel kompas, iemand die liet zien dat politiek draait om waarden en dat vrijheid alleen werkt als we haar verbinden met verantwoordelijkheid. Zoals hij het zelf ook mooi zei: vrijheid in verbondenheid is goed, je bent echt vrij wanneer je ongedwongen naar eigen keuze 12

doen kunt wat je moet. In het licht van vrijheid en verantwoordelijkheid kijk ik ook naar deze voorjaarsnota en als D66 willen we koers houden, keuzes maken en het echte verschil maken. In 2019 kopte het Brabants Dagblad: ꞌGeen lef, geen visie en geen dynamiek in Den Boschꞌ, overigens van een zeer gewaardeerd verslaggever die volgens mij nu ook in de zaal zit. Maar zo'n soort kop blijft hangen, niet omdat het de stad nu zo heel erg typeerde, maar omdat het aanhaakte op het beeld van een stad die eigenlijk niet zoveel deed en die vooral niet durfde te kiezen. Of het ooit zou kloppen weet ik niet, maar vandaag de dag is dat zeker achterhaald. Want wie nu door Den Bosch loopt ziet een stad in beweging, waar plannen niet alleen op een mooie maquette staan, maar ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Gebieden als de Bossche Stadsdelta en De Vliert krijgen vorm en de stad groeit en leeft. We hebben een gemeente die groener is geworden, die ruimte teruggeeft aan voetgangers, fietsers en plek heeft voor ontmoeting, die duurzaam probeert te bouwen, met oog voor de toekomst, het klimaat, de leefomgeving en voor de generaties die na ons komen. Dit is niet het resultaat van toeval. Dit is het resultaat van keuzes, omdat deze coalitie durft te sturen op koers en niet op koppen. Koers vraagt richting en richting vraagt dat je weet wie je bent.

Daarom is het goed dat het college met het verhaal voor Den Bosch komt, een verhaal dat niet alleen beschrijft wat er is, maar dat richting geeft aan wat we willen zijn, een samenhangend kompas voor de toekomst. En wat D66 betreft is er één simpele richtlijn. Als we het doen, dan doen we het goed. Geen halve maatregelen, maar duidelijke keuzes die we uitleggen en die we kunnen volhouden. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Kan collega Craste mij er een beetje bij helpen welke duidelijke keuzes zij in het verhaal voor Den Bosch leest, om haar visie daarop wat nader toe te lichten? Mevrouw CRASTE: Vindt u het goed dat ik mijn alinea even afmaak? Dan kunt u daarna zelf beslissen of dat een duidelijke keuze is of niet. Vanuit D66 hebben we drie wensen en een bedenking om mee te geven. Maak van Den Bosch een echte studentenstad. D66 roept het al veel langer, maar we doen echt onze studenten op het mbo, hbo en JADS tekort. Den Bosch telt ruim 30.000 studenten. Dat zou een echte studentenstad zijn, maar zo voelt het nog niet altijd. Betaalbare kamers zijn schaars, het culturele aanbod sluit niet altijd aan, en na het afstuderen vertrekken veel jongeren. En wat D66 betreft maken we werk van een echte studentenstad. Jong talent aantrekken is één.

De heer HOEBEN: Toch een vraag, want zoals ik het verhaal van Den Bosch gelezen heb, is het voornamelijk bedoeld om het DNA vast te leggen, dus wat we nu zijn. En u legt nu een paar wensen neer, wat u wenst als partij voor wat we zouden moeten zijn voor een stad. Los van of ik het daarmee eens ben ja of nee, doen we dan recht aan het verhaal? Zijn we dan niet met wensdenken bezig? Moeten we niet gewoon opschrijven wat we zijn en wat belangrijk is voor onze stad, wat onze waarden zijn in plaats van nu wensen gaan uiten van wat in het verhaal opgenomen zou moeten worden? Mevrouw CRASTE: Volgens mij was dat precies de vraag die het college aan ons heeft gesteld: geef wensen en bedenkingen. Dus ik geef mijn wensen aan voor het verhaal van de stad. De heer VAN SILFHOUT: Welke concrete voorstellen doet D66 om hier echt een studentenstad van te maken? Mevrouw CRASTE: Een mooie vraag. Ik denk in eerste instantie waar we over aan het nadenken zijn in ieder geval is een motie richting: doe dat dan ook samen met die studenten en die onderwijsinstellingen. Ik heb zelf een collega al het woord studentenberaad horen noemen.

Dat is in ieder geval een concreet voorstel dat we hebben, naast het voorstel dat D66 natuurlijk ook doet bijvoorbeeld met meer studentenwoningen, meer cultureel aanbod, samen met u de nachtvisie ontwikkelen, zodat het culturele leven in ieder geval langer duurt in de nacht. Dat zijn in ieder geval de concrete voorstellen. De heer VAN HATTEM: Ik hoor mevrouw Craste van D66 net zeggen: wat ge doet, doe het goed. Dat is een spreuk die vroeger in de raadzaal hing, wat nu het Noordbrabants Museum is: age, si quid agis, in de oude zaal van Provinciale Staten, weet ik toevallig. Maar dat is natuurlijk wel een punt waarvan ik me afvraag: wat is dan goed? En voor wie is het goed? En hoe wordt onze inwoner erbij betrokken om te bepalen wat goed is, want nu wordt er een verhaal neergelegd wat D66 misschien goed vindt, een jaar voor de verkiezingen, maar wat vindt de burger ervan? Hoe gaat u de burger in stelling brengen? 13

Mevrouw CRASTE: Ik vind het ook een heel belangrijk punt en dat vindt mijn partij ook, om die burgers en inwoners echt te betrekken. Wat dat betreft vind ik de vorm die gekozen is voor het verhaal van de stad juist mooi, die hele lege pagina, die eigenlijk zegt: kom mee, denk mee, doe mee, en om dat ook daadwerkelijk te doen. Het is volgens mij ook opgesteld in samenwerking met heel veel inwoners en die volgende stap gaan we nu ook met inwoners doen. Dus voor mij is die heel belangrijk en evident. De heer VAN HATTEM: Ik vraag me een beetje af, want wij krijgen nu eigenlijk al een soort format gepresenteerd. Er staat bij dat de gemeenteraad ook mag meedenken en er mogen wat dingen worden ingevuld. Maar het raamwerk is al vanuit het college neergelegd. Dan vraag ik me af hoe open de richting al is. Die wordt al volledig meegegeven vanuit het college, dus waar blijft die burger dan? Mag die nog een keer wat hokjes invullen, wat puntjes toevoegen of kunnen we niet beter eerst fundamenteel vragen wat onze burger wil en moeten we daar niet voorbij eerst naar de verkiezingen kijken komend jaar? Mevrouw CRASTE: Wat mijn partij echt heel goed vindt aan dit document, is dat het een apolitiek document is. We zijn blij met het raamwerk dat er ligt en wat ik heel goed vind is hoe het DNA van de stad tot uiting is gekomen in dat stuk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15627204/1