CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2024-07-03

Gemeenteraad 10 september 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergaderingen van de gemeenteraad van 2 en 3 juli 202433.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De heer VAN HATTEM: Ik ben het helemaal met de heer Kagie eens dat die overbewoning in wijken moet worden aangepakt, daar moet de gemeente gewoon regels voor stellen en handhaven. Het voorstel in deze motie is die centrale logiesfuncties neer te zetten. Dat zijn gewoon van die grote migrantenhotels en dan vraag ik aan de heer Kagie of hij wel eens in het dorp Riel onder Tilburg is geweest. Hij haalde het voorbeeld in Tilburg aan waar pal tegen de gemeentegrens zo'n complex wordt gebouwd en waar het hele dorp in opstand komt omdat ze echt niet zitten te wachten op zo'n groot arbeidsmigrantencomplex pal aan de rand van hun dorp. De heer KAGIE: Er wordt inderdaad zo'n voorziening op de grens met Riel gerealiseerd en ik besef dat daar spanning op zit, maar ga met mij mee naar de Hub van Doorneweg 101 in hetzelfde 27

Tilburg, dan zie je het daar onder begeleiding et cetera goed functioneren. Wij hebben in Den Bosch het oude Bastionhotel bij station Oost en daar zie je eigenlijk in alle primitiviteit zo'n voorziening met weinig begeleiding en faciliteiten, er zitten volgens mij geen conciërges op. We moeten dat goed regelen, maar nu hebben we het volgende feit. Aan de Van Noremborghstraat en de Admiraliteitslaan is de overlast gigantisch en hebben de mensen geen fatsoenlijke huisvesting en wij zullen de arbeidsmigranten, dat spreekt u wellicht niet aan, fatsoenlijk moeten huisvesten. Dat doen we dan in die grotere voorzieningen zoals die er in Eindhoven zijn. Daar gaan we wat mij betreft binnenkort op werkbezoek of in Tilburg. Eindhoven noem ik niet, Tilburg. Daar kunnen we naar de goede voorbeelden kijken. De heer VAN HATTEM: De heer Kagie vraagt of ik het complex aan de Hub van Doorneweg in Tilburg ken. Toevallig heb ik daar de omwonenden in de Blaak bijgestaan met rechtszaken tegen dat complex. Daar hebben ze een kantoorpand omgebouwd tot eigenlijk veel te kleine kamers die niet voldoen aan de Roemernorm voor arbeidsmigrantenhuisvesting en dan vraag ik aan de heer Kagie: als er al zo'n complex komt, zou je dan niet op zijn minst de Roemernorm moeten hanteren want dat is nu bij heel veel van zulke complexen niet het geval. De heer KAGIE: Dan steek ik direct over.

We moeten het volgens de Roemenorm doen, fatsoenlijke huisvesting, maar één ding, nu hebben we het in Den Bosch niet geregeld voor die groeiende groep, dat is het punt van onze motie. De heer VAN HATTEM: Dat is stap 1, maar dan is de vraag of je zulke complexen überhaupt moet willen. We moeten ook de leefomgeving erbij betrekken en wat mij betreft zou je ook moeten uitsluiten dat zulke locaties kunnen worden ingezet als bijvoorbeeld alternatieve locatie voor de opvang van asielzoekers of dat soort ontwikkelingen. Dus mijn vraag aan de heer Kagie is hoe hij de leefomgeving erbij wil betrekken als er al zo'n complex op een locatie komt. De heer KAGIE: Richting collega Van Hattem. In alle zorgvuldigheid, maar de voorzieningen zoals die nu in den lande hun plek vinden… Deze centrale woonvoorzieningen zitten aan de randen van bedrijventerreinen en dat moet volgens de normen die erbij horen en het moet vervolgens ook met de omgeving worden besproken. Het bedrijfsleven moet daar het voortouw in nemen, maar ik denk dat de gemeente daarin een bevorderlijke rol kan spelen omdat wij wel met de problemen op De Slagen en de Admiraliteitslaan zitten.

De heer VOSSEN: Ik hoorde de heer Kagie het hebben over zorgvuldigheid en de PvdA onderschrijft zeker dat dit een probleem is dat moet worden opgelost, maar ik zie in uw motie ook dat u een stuk van de verantwoordelijkheid richting de gemeente legt terwijl wij hier momenteel het beleid voeren dat de werkgever verantwoordelijkheid voelt. Bent u het niet met ons eens dat het eigenlijk slimmer is om, zoals u zelf een tijd geleden ook hebt opgeroepen, hier een discussienotitie over te hebben zodat we het vraagstuk goed kunnen bespreken? De heer KAGIE: Ik denk dat we als gemeente bevorderlijk op dit vraagstuk moeten werken en dat je werkgevers en uitzendbureaus die op deze tak van sport zitten om de tafel moet noden. Diezelfde werkgevers en uitzendbureaus zitten nu in de Van Noremborghstraat en alle straten waar het nu niet goed loopt. Er is een handvat om zaken met hen te gaan doen en ik ben bereid om na de vakantie te komen met een discussienotitie met voorbeelden uit den lande, maar ik wil nu wel even van de wethouder weten of hij ten principale daarvoor openstaat. Dat is ook weer zo'n stap die we kunnen zetten richting het debat in september a.s. Ik noemde Tilburg als voorbeeld, maar ook Oss is ermee bezig, overal onderkennen ze de problematiek.

Dan de motie 'Hernieuwd onderzoek naar woningbouw in de Rosmalense Polder', op 8 oktober 2020 door de PvdA en Leefbaar 'sHertogenbosch ingediend en die heeft het bij de voorjaarsnota of bij de begrotingsbehandeling gehaald. De wethouder geeft in de brief aan 'u vraagt in de verkenning naar nieuwe grote woningbouwlocaties, die verkenning hebben we in de voorjaarsnota afgesproken, de mogelijkheid van toekomstige woningbouw in de Rosmalense Polder verder te onderzoeken' en dan zegt hij 'ja dat wil ik wel doen, maar dan moet u specifiek de locatie De Bunders benoemen', dat is een deel van het gebied westelijk van de Grintweg. Wij hebben motie 20g in die zin gewijzigd dat we inzoomen op de locatie De Bunders waar 300 à 400 woningen kunnen worden opgeleverd als daar aan een aantal zaken wordt gesleuteld.

28

De heer VAN DEN KERKHOF: Is de heer Kagie bekend met het nadeel dat locatie De Bunders al op voorhand heeft? De heer KAGIE: Ja, ontsluitingsproblematiek. De heer VAN DEN KERKHOF: Dan de vervolgvraag. Wat wilt u daarmee? De Bunders is goed voor circa 1000 woningen, maar een van de nadelen is de ontsluiting. Dat betekent dat er een hele oostelijke ontsluitingsweg doorgetrokken moeten worden naar de A59. Daarvoor zijn bedragen van tientallen miljoen genoemd en daar staan 1000 woningen tegenover. Hoe kijkt Leefbaar 'sHertogenbosch daar tegenaan? De heer KAGIE: Daar kijk ik als volgt tegenaan. We zitten nu in de strijd richting die woningnoodaanpak en de wethouder heeft bij de voorjaarsnota kenbaar gemaakt dat we naar een verdere verkenningsslag moeten: welke locaties, Groot Meerendonk, andere locaties, zijn beschikbaar? We kunnen het allemaal niet inbreiden, ook al zou je dat wel willen en dan zeg ik dit. Dan gaan we dieper kritisch verkennen wat de potenties van De Bunders zijn. Op pagina 38 van het bestuursakkoord van de coalitie staat dat er in de volgende periode een studie over de woningbouwlocatie De Bunders moet komen en ons voorstel is eigenlijk om dat naar voren te halen met alle barrières die je zo op het eerste gezicht ziet, maar we staan wel meer en meer in een klemmende situatie richting het vraagstuk woningnood.

De heer VAN DEN KERKHOF: Dan toch, ik krijg toch wel een déjà vu na een debat dat de heer Kagie en ik twee jaar geleden bij het bestuursakkoord hadden over het ambitieus zijn van dat bestuursakkoord. Ik kan me herinneren dat de heer Kagie dat toen eigenlijk te ambitieus vond en nu zegt u 'maak het nog iets ambitieuzer, trek zo'n onderzoek naar voren', maar dat kost heel veel capaciteit en heel veel miljoenen. De heer KAGIE: Jij bent een mooie, luister goed. Eén ding, we hebben het hier over een prioritair vraagstuk waarbij we niet onder stoelen of banken steken dat we die nieuwe locaties moeten aanboren, dat hebben we in juni 2022 ook bij de discussie over Groot Meerendonk ook gedaan, want we lopen de hele tijd achter de feiten aan en dat is geen verwijt, dat komt door allerlei zaken. Woningbouw is bij ons nooit een discussiepunt geweest, dat staat bovenaan qua ambities en waarmaken. De heer VOSSEN: Fijn dat de heer Kagie aangeeft dat woningbouw bovenaan staat, dient u dan ook nog de motie over de woontoekomst in, dat we wat scenario's gaan plannen? De heer KAGIE: Ja, maar ik heb de code van de voorzitter begrepen, u gaat hem eerst indienen en dan gaan wij hem mee omarmen.

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Collega Kagie refereert in zijn motie ook aan de Duurzame Polder en ik ben benieuwd welke invloed collega Kagie op de Duurzame Polder voorziet wanneer op de in de motie voorgestelde woningbouwlocatie daadwerkelijk woningen worden ontwikkeld. De heer KAGIE: Ik heb ook in de voorbereiding op deze motie met mijn fractiegenoot de verkenning de Duurzame Polder tot me genomen. Eén ding, ik besef heel wel dat je groen vermorzelt als je ergens in een polder gaat bouwen. Ja dat besef ik, dat is de klemmende situatie en in die verkenning moet ook worden meegenomen wat je aanricht en wat er qua ontsluiting et cetera voor nodig is, dat moet een brede en diepe verkenning worden. Als u dat ook bedoelt en als u niet in De Bunders wilt bouwen dan staan we tegenover elkaar. . Mevrouw SAMSHUIJZEN: Dan even een verduidelijkende vraag. Ik ben voornamelijk op zoek naar of deze motie en de uitwerking daarvan, als daadwerkelijk in De Bunders wordt gebouwd, belemmerend voor de uitvoering van de Duurzame Polder kan zijn, . De heer KAGIE: Ik heb het donkerbruine vermoeden dat dit niet het geval is omdat dit op pagina 38 van het bestuursakkoord 2022-2026 is opgenomen als een opstapnotatie richting de volgende bestuursperiode. De coalitiepartijen waren zich bewust van wat ze hebben opgeschreven, ook in relatie tot de Duurzame Polder.

29

De heer VAN HATTEM: Aangezien het al een maatschappelijk voorziene ontwikkeling is, neemt de heer Kagie dan ook de afstandsnorm tot een eventueel aan te leggen windpark in de zogenaamde Duurzame Polder in acht? De heer KAGIE: Dan ga ik twee dingen zeggen. Die verkenning kan alleen plaatsvinden op het moment… In het bestuursakkoord staat dat ze toch ook opteren voor een verkenning in de volgende bestuursperiode, daar gaan ze natuurlijk niet over, maar ik hoor wel van de wethouder of daarmee de spelregels, de afstand en dergelijke, kritisch worden. Ik ben ten principale tegen die windmolens, maar het gaat nu even over het wonen. Is De Bunders een verkenningsoptie? De heer BROEKMEULEN: We hebben al vrij lang over het strategisch woondebat gesproken en ik had dit eigenlijk vanaf mijn plek willen doen, maar indirect wees de heer Roovers mij erop dat ik inderdaad wel het fatsoen moet hebben om hier te gaan staan, zodat mensen mij vragen kunnen stellen als ze daar behoefte aan hebben. We hebben twee moties ingediend die we eigenlijk al in april jl. hebben aangekondigd en bijgeschaafd, ook na een gesprek met de wethouder, omdat wij in het woondebat aangaven dat de woningmarkt in beweging moet komen, dus geen onnodige regels, en dat het uitvoerbaar moet zijn.

Op uitvoerbaarheid hebben we hier en daar geschaafd en daarom is onze motie die in eerste instantie over de CPO's ging breder getrokken naar gemeenschappelijke woonvormen, waarbij we wel aangeven dat we CPO's als een succesvol voorbeeld zien en dat we wel minimaal één CPO per jaar willen hanteren omdat daarbij een individuele keuze en gezamenlijke verantwoordelijkheid vooropstaan. Dan de motie 'Duurzame innovatie in de bouw stimuleren en klimaatdoelen halen'. Die is aangepast omdat we samen met GroenLinks één motie hebben gemaakt. Hierin komt duidelijk naar voren dat we innovatie in de bouw willen stimuleren en het is daarbij wel belangrijk dat de klimaatdoelstelling, 2045 klimaatneutraal in Den Bosch, wordt gehaald. Dit is het resultaat van onze gezamenlijke inspanningen en volgens mij spreken ze voor zich en hebben we ze al uitgebreid toegelicht. Ik zie dat er een vraag komt. Mevrouw SAMSHUIJZEN: De VVD gaf in de commissie duidelijk aan geen voorstander van een plus op het wettelijk minimum te zijn. Nu ligt er een motie over dat duurzaam bouwen met de VVD als hoofdindiener, wat verandert dat dictum daadwerkelijk aan de manier waarop in Den Bosch wordt gebouwd, wat gaan we anders doen als we deze motie aannemen? De heer BROEKMEULEN: Hierover hebben we het in de commissie natuurlijk ook gehad.

Wij hebben wat dat betreft aangegeven dat wij geen voorstander zijn van ophoging van de eisen boven op het wettelijk minimum. Wat gaat er veranderen? Wat verandert is dat we eigenlijk de bouwpartijen willen uitdagen om extra stappen te zetten zodat we de klimaatdoelstellingen in 2045 halen en daarmee geven we het college eigenlijk een breed kader mee om dat uit te voeren. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Maar wat wordt er dan anders gedaan dan nu? Het is mooi om te zeggen 'ga duurzaam bouwen', maar vervolgens wordt dat wel gezegd, maar wordt er verder niets geconcretiseerd. Wat gaan we nu anders doen? De heer BROEKMEULEN: Daar hebben we het in de commissie natuurlijk ook al uitgebreid over gehad, toen kreeg ik dezelfde vragen. Toen heb ik aangegeven dat de eisen op dit moment met name zitten in de duurzaamheidsnota over sociale huur, dat we dat breder willen trekken naar de totale bouw en daar dient deze motie eigenlijk ook voor. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Maar waarom neemt u dan geen daadwerkelijk sturende normen in uw dictum op? In het duurzaamheidsakkoord worden wel degelijk sturende normen ten aanzien van die bouw boven de liberalisatiegrens opgenomen, maar in uw dictum niet. Waarom? De heer BROEKMEULEN: Omdat een motie wat dat betreft niet altijd een wettelijk voorschrift, maar ook een richtinggevende indicatie is.

De heer VAN SILFHOUT: Ik ga hier even op door want als ik deze motie lees dan kan ik eigenlijk niet anders dan concluderen dat óf de wethouder het uitvoert en zelf uiteindelijk met een normering als kader komt óf de wethouder er helemaal niets mee kan. Of ik moet u bedanken dat u alsnog naar die normering toe gaat, waar een andere motie ook om vroeg, of deze motie gaat niet veel uitvoeren. Ziet u dat ook zo?

30

De heer BROEKMEULEN: Nee, dat zie ik niet zo. De heer VAN SILFHOUT: Dan ga ik het toch wat explicieter vragen. Ziet u een andere optie dan dat er op basis van deze motie toch een normering komt om daadwerkelijk mensen te kunnen dwingen om te bereiken wat u wilt? De heer BROEKMEULEN: Daar hebben we het ook nog over gehad en dat staat eigenlijk ook in het dictum, om naar het rijk te gaan om te kijken, om daar de regelgeving op aan te passen, zodat bouwbedrijven wel duidelijkheid van de overheid hebben waar ze aan toe zijn in plaats van gemeentelijke regelgeving waarin je als het ware één keer in de zoveel tijd andere bouwnormen krijgt. De heer VAN SILFHOUT: Dus dan kan ik het kort samenvatten als: linksom of rechtsom, we gaan in Den Bosch naar nieuwe normeringen? De heer BROEKMEULEN: Ja, dat is ook afwachten wat er bij het rijk gebeurt. Mevrouw KORVER: Ik wil de heer Broekmeulen vragen of het stimuleren van innovatieve en creatieve ondernemers in de bouw, nieuwe afspraken met hen maken en die ook vastleggen en meenemen in de gunning ook een enorme plus is ten opzichte van wat we nu doen. De heer BROEKMEULEN: Jazeker. Hier hebben we het sinds de vorige commissie natuurlijk uitgebreid over gehad, dank u wel voor de toevoeging.

Mevrouw HENDRICKX: Het woondebat gaat volgens mij met name over huizenbouw, terwijl we nogal wat ambities hebben als het gaat om groei en natuurlijk is er veel meer nodig dan alleen een huis. Een huis bouw je voor een mens, voor een gezin, voor inwoners, en de inwoners hebben niet alleen behoefte aan een woning, maar ook aan een huisarts, een tandarts en een school voor hun kinderen, ze hebben misschien een auto waarmee ze de weg op willen en die ze willen kunnen parkeren, ze doen boodschappen en zo kan ik nog even doorgaan. Het is bij het bouwen van huizen erg belangrijk om ook na te denken over de voorzieningen en het voorzieningenniveau dat bij de groei van het aantal inwoners hoort en daar hoor ik deze wethouder en zijn collega-wethouders eigenlijk nog heel weinig over. De gemeente Eindhoven heeft er al volop mee te maken, Brainport. Ik hoorde ook onze burgemeester heel enthousiast over Brainport zijn. ASML komt naar Den Bosch. De urgentie is groot, wij moeten nadenken over wat we moeten doen om het kwaliteitsniveau en het niveau van leven dat we hier allemaal zo fijn vinden overeind te kunnen houden. In Eindhoven ervaren ze de nare consequenties, daar kunnen kinderen niet naar school, zijn tandartsen niet beschikbaar en zijn huisartsen overbelast om nog maar niet te spreken over watertekorten en het niet kunnen aansluiten op het elektriciteitsnet.

De wethouder heeft ons hier nog helemaal niet over bijgepraat en ik kan me zomaar voorstellen dat dit soort problemen ook in onze gemeente urgent en belangrijk zijn. Wij vinden het daarom heel relevant om over die thema's te spreken. Dat hebben we al vaker benadrukt in het kader van 'de Moerasdraak wappert zijn vleugels uit'. Ik verwacht dat de portefeuillehouder, de burgemeester, in het najaar van 2024 met dat document naar de raad komt om samen te besluiten hoeveel wij als stad nog willen groeien, willen wij wel naar 200.000 inwoners en wat is daarvoor nodig, kunnen we het aan? Dat zijn thema's die we als raad als kaderstellend naar deze portefeuillehouder, naar dit college, moeten aangeven want wij zijn gekozen volksvertegenwoordigers, wij vertegenwoordigen onze inwoners en ik vind dan ook dat wij onze verantwoordelijkheid moeten nemen en daar van gedachten over moeten wisselen en kaders richting het college mee moeten geven. Wij steunen de motie van de heer Vossen van harte. De heer Vossen heeft daar volgens mij een aantal mooie strepen op papier gezet en wij vinden met name het stukje over het voorzieningenniveau erg belangrijk, dus ik hoop eigenlijk dat de wethouder daar straks iets over zegt.

Ik verwacht wel op korte termijn te worden bijgepraat want ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat we deze motie ook betrekken bij de discussie over de Moerasdraak die wij na de zomer van 2024 in de commissie Bestuur hebben. Dat zijn mooie debatten waar we volgens mij in stelling kunnen worden gebracht. De tweede motie waarover ik het met u wil hebben gaat over de klem van de sluitende grondexploitatie. We constateren al jaren dat in onze gemeente het aantal goedkope woningen achterblijft, de SP is daar natuurlijk altijd mee bezig en ook De Bossche Groenen heeft een warm hart voor betaalbare woningen. Een van de grote problemen is eigenlijk betaalbare grond, corporaties geven aan wel te willen bouwen, maar aan te lopen tegen zulke hoge grondprijzen en een sluitende grondexploitatie waardoor het voor hen gewoon heel moeilijk is om betaalbare huizen te bouwen. We hebben ook met de directeuren van de verschillende corporaties gesproken en ook zij geven het aan: 31

er is geld, maar er is geen grond, er zijn geen locaties beschikbaar waar dat kan. Daarom zeggen wij: hou op met die sluitende grondexploitatie. Het is te billijken dat wij als gemeente, waar we verantwoordelijk zijn voor betaalbare huisvesting, ook eens een verlies op een bepaald project nemen om de plus te zien in betaalbare huizen voor de mensen. Daarom willen wij dat loslaten op plekken waar die goedkope huizen dan ook echt kunnen komen. Dan de laatste motie die ik nog even kort wil toelichten, de motie over de Tesselschadestraat, de Meerendonk. In 2018 hebben we daar al met steun van het CDA en anderen een strik om gedaan: we willen daar een grote nieuwe woonwijk bouwen. Wij hebben te horen gekregen dat voor een eigenaar van de gronden die daar in dat gebied zit 2030 echt te ver weg is, dat duurt nog veel te lang. Hij zegt 'ik ga mijn bedrijfshallen die daar nu staan slopen, ik ga nieuw bouwen' en dat kan want het bestemmingsplan staat nog steeds bedrijvigheid toe en er komt voorlopig helemaal geen nieuwe woonwijk.

Dat zouden wij doodzonde vinden, vandaar dat wij deze motie op tafel leggen en we horen graag van deze wethouder of hij op de hoogte is van die ontwikkelingen, of hij een gesprek zou willen aangaan, ons ook wil informeren over of er inderdaad op korte termijn op nieuwe locaties wordt gebouwd en wat welllicht onze plannen voor het bouwen van die nieuwe woonwijk dwars gaat zitten. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik ga het vandaag met u allen over twee zaken hebben. Allereerst over de wijze waarop dit debat wordt gevoerd, hoe het college dat behandelt, en ten tweede de motie waarvan wij hoofdindiener zijn, conform het verzoek van de voorzitter. Eerst even kort over de wijze van behandeling van dit debat. Als lid van de werkgroep Strategisch Debat van de commissie Omgeving schaam ik mij toch wel een beetje dat wij tijd van iedereen die bij dit debat is betrokken hebben gevraagd. Als we hadden geweten dat de wethouder van Wonen nadat wij allemaal al maanden onderweg waren met dit debat nu zou aangeven dat hij eigenlijk niets aan het staande beleid wil veranderen, hadden wij dit debat niet zo gevoerd, tenminste niet als het aan mijn partij ligt. We zien dat de wethouder geen wethoudersbrief, maar een collegebrief stuurt en daarmee wordt een zware boodschap gebracht.

Wij zijn natuurlijk zelf geen coalitiepartij, maar wij kunnen wel begrijpen dat het mogelijk ook voor de coalitiepartijen wel even achter de oren krabben is als zo'n brief een week van tevoren wordt verstuurd. College, ik had in die zin beter verwacht en ik betreur deze gang van zaken. Dan over onze eigen motie, 'Bouwen voor de toekomst', samen met De Bossche Groenen en Volt. Wij moeten er zorg voor dragen dat er een toekomst is en daarom moeten we ook bouwen in lijn met de planetaire grenzen. Gezien de mega-uitstoot van de bouwsector richten wij ons in de voorgelegde motie op de CO2-uitstoot. In de antwoordbrief die de PvdD op 2 juli jl. ontving, geeft het college antwoord op de vraag 'bent u het met ons eens dat Den Bosch een evenredige bijdrage aan de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs zou moeten leveren?', het college geeft aan 'ja, voor zover dit binnen onze invloedssfeer valt'. Dan ligt hier een prachtige kans met de woningbouw want dat ligt binnen onze invloedssfeer, het ligt juist precies binnen onze invloedssfeer want in de gebruiksfase van woningen hebben we hier veel minder invloed op. We gaan de komende jaren veel bouwen en we kunnen er dan voor kiezen om wel of niet heel veel CO2 uit te stoten. Het college geeft aan te willen handelen in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs, dus oké aan de slag met Paris-proof bouwen.

We hoorden in de commissie van verschillende collega's wat vragen, angsten en zorgen over de invloed van het Paris-proof bouwen op de snelheid. Wij voorzien geen belemmeringen, maar om toch eerst die zorgen uit de lucht te halen, vragen wij het college middels deze motie om in kaart te brengen wat de mogelijke effecten zijn en bij toekomstige gunning van gronden een duidelijke richtlijn/normering te hanteren waarbij de norm van Paris-proof wordt gehandhaafd en materiaalgebonden CO2-uitstoot als verplicht criterium is opgenomen dat het Paris-proof is. Hiermee gaan we dan daadwerkelijk duurzaam bouwen, bouwen voor de toekomst. Wij betreuren het toch ook wel een beetje dat er een motie van de voltallige coalitie ligt waarin 0.0 verandering in de manier van bouwen wordt aangebracht. Er verandert niets terwijl wel wordt gedaan of de bouw wordt vergroend en dat vinden wij toch wel een beetje gevaarlijk. De VVD gaf in het commissiedebat aan niets boven het wettelijke minimum te willen doen, maar de VVD staat wel bovenaan deze motie en vult u dan maar in wat lading van deze motie is. Wij vinden dat greenwashing en dat vinden we heel jammer. Tot zover. De heer VAN SILFHOUT: Mevrouw Hendrickx zei al mooi hoe zij naar de toekomst van het wonen kijkt en ze had daar een mooi betoog over.

Daar zal ik dan ook niet te veel over zeggen, ik vond het een mooi betoog en ik sluit me daar graag bij aan. De moties die wij indienen sluiten ook heel erg aan op de kernwaarden van Volt wat betreft sociaal en eerlijk omgaan met onze woningmarkt, om het betaalbaar te houden. Dat heb ik al in zoveel debatten gedaan, dat hoef ik niet meer uit te leggen. Eén zin ontbreekt nog wel in dit debat, die is al wel vaker gezegd in andere debatten, we moeten geen woningen, maar samenlevingen bouwen en voor ons is betaalbaarheid 32

daar een kernzaak in, voor ons is de gebouwde omgeving daar een kernzaak in en woonzekerheid is daar zeker ook onderdeel van. We moeten iedereen de rust om je ergens langdurig te vestigen en je daarbij ook te ontwikkelen, gunnen. Dat brengt me erbij dat we naast onze eigen motie ook de motie van de heer Vossen van harte onderschrijven en we ook heel blij zijn met de motie van mevrouw Samshuijzen over de het duurzame bouwen van woningen en de woning-APK van de heer Roovers. Dat zijn allemaal mooie moties die bijdragen aan het ultieme doel dat we met zijn allen hebben. Volt dient drie moties in en de eerste gaat over het prioriteren van de betaalbaarheid. Wat Volt betreft is het grootste slachtoffer van de wooncrisis degene met een smalle beurs. Ja, dat er mensen zijn die geen woning kunnen vinden raakt ons allemaal, maar het stukje waar mensen worden uitgebuit op de woningmarkt raakt mensen dubbel. Daarom vragen wij in die motie om ook de uitspraak te doen dat de betaalbaarheid op dit moment het grootste probleem van deze woningmarkt is, vandaar die motie. Ik heb één motie vrij recent gewijzigd en ik zal het aangepaste dictum voorlezen zodat iedereen op de hoogte is van de nieuwe motie zoals die in het systeem staat. Dat gaat over de vaste huurcontracten als uitgangspunt, als basis voor de toekomst.

'verzoekt het college het vaste huurcontract voor corporatiewoningen, inclusief flex, ook lokaal als uitgangspunt te nemen met als uitzondering de beperkte categorieën uitzonderingen zoals campuscontracten, specifieke woon-zorgcontracten en sloop-nieuwbouw. Dit uitgangspunt in lokaal beleid vast te leggen en in een mogelijke annex op de Woonvisie', samen met de SP en de PvdD. Dan hebben we nog de herijkte Woonvisie, wat Volt betreft… De heer VOSSEN: Dank u wel voor uw bijdrage tot dusver. ik kom toch even terug op uw motie hiervoor, die over de betaalbaarheid. U roept daarin op om te differentiëren in verschillende prijscategorieën en dat kan ik volgen, maar u roept ook op om vooral te prioriteren. De PvdA is altijd wel een beetje van de mening dat we het integraal moeten bekijken en daar ook de afweging op maken. Kan ik u daarin vinden en kan ik het op die manier lezen, dat het vooral een onderstreping is van betaalbaarheid, maar niet dat dit allerbelangrijkste is en dat de rest allemaal kan worden vergeten? De heer VAN SILFHOUT: U moet hem zeker niet zo lezen dat de rest allemaal moet worden vergeten. Het prioriteren gaat over wat we heel belangrijk vinden en daar kunnen best zaken vlak achteraan komen.

Ik denk wel dat een partij als de PvdA juist die betaalbaarheid ook intern wel intrinsiek in die partij als een van de hoogste waarden in de woningbouw ziet en ik denk dat we elkaar heel erg kunnen vinden in hoe ik de motie bedoel. Dan de motie 'Herijkte Woonvisie'. Ik heb het maar expliciet gemaakt omdat ik vind dat we, wat we hier ook bespreken, het wel voor de lange termijn moeten vastleggen, het moet niet blijven bij een toezegging of een uitvoering, maar we moeten ervoor zorgen dat het in beleid landt en dat we ook over vier jaar nog kunnen zeggen 'dit hebben we toen afgesproken', vandaar 'Herijkte Woonvisie'. In dit geval heb ik op basis van een gesprek met de wethouder hierover toegevoegd dat het in een annexvorm zal gebeuren zodat er niet een heel participatietraject volgt, maar het een toevoeging op en geen hele herschrijving van de Woonvisie is. Dat leek me ook de meest handige vorm om het ook praktisch uitvoerbaar te houden. Er liggen veel moties waar ik het helemaal mee eens ben en daar zal ik niet te veel op ingaan, maar één detail wil ik nog wel noemen en dat is of dit strategische woondebat de zuurstof die het nodig had heeft gekregen. Wat Volt betreft toch niet helemaal.

We hebben een jaar lang toch de deksel op de pan gehouden om het niet te veel over wonen te hebben, we hebben nu best veel onderwerpen die best wel fundamenteel van aard zijn in hele korte debatten moeten bespreken en wat Volt betreft verdienen sommige van die onderwerpen veel meer zuurstof dan ze nu hebben gekregen. Wij hopen dat we in de toekomst toch weer meer inhoudelijke woondebatten gaan voeren en dat we toch eens kijken of dit strategische debat wel de juiste vorm is. De heer VAN HATTEM: Nog even over de motie over de vaste huurcontracten. Ik hoor graag van de heer Van Silfhout van Volt in hoeverre die motie iets toevoegt aan de onlangs aangenomen Wet vaste huurcontracten. De heer VAN SILFHOUT: De toevoeging hier is dat het nu ook over flexwoningen gaat. Die zitten niet in de wet die u bedoelt, die gaan namelijk via de tijdelijke Omgevingsvergunning die is afgegeven en als die verloopt, kan een flexwoning zomaar uit die pool verdwijnen, dan krijgt de bewoner te horen 'je woning verdwijnt, dus je mag hier niet meer wonen'. In de uitvoering doen we dat in Den Bosch al, maar we hebben er als gemeente geen beleid over. We zeggen dat we vinden dat dit zo hoort en daar zit de toevoeging in deze motie, wij leggen nu ook vast 'ook in zo'n woning verdien je het om een vast contract te hebben' en wij maken er ook werk van dat dit contract ook echt vast is. 33

De heer VAN HATTEM: Dat brengt wel een complexiteit met zich mee want hoe ziet de heer Van Silfhout het voor zich bij een tijdelijke locatie? Bij flexwonen gaat het er uiteindelijk om dat de locatie tijdelijk worden toegewezen, maar er is een vast huurcontract en de gemeente kan uiteindelijk geen nieuwe locaties bieden. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar? Een locatie kan altijd voor maximaal tien tot vijftien jaar blijven staan. De heer VAN SILFHOUT: Kunt u het iets explicieter maken, welke situatie bedoelt u specifiek? De heer VAN HATTEM: Als een huurder in een tijdelijke woonlocatie komt te wonen, een flexlocatie, met een tijdelijke omgevingsvergunning van maximaal tien tot vijftien jaar, die periode afloopt, die locatie verdwijnt, en er is niet a priori een nieuwe locatie voor flexwoningen beschikbaar, hoe moet daar dan in de beleving van de heer Van Silfhout mee worden omgegaan? De heer VAN SILFHOUT: Wat Volt betreft is dat een beetje de last die we op onze schouders hebben genomen door in flex te duiken. We hebben ook een verantwoordelijkheid naar de mensen in die woningen, dat zij niet verdwijnen als de woningen verdwijnen. Ik denk dat daar het grote verschil zit in hoe we naar die woningen kijken. We hebben ook nog de situatie zoals STEK waar we woningen kunnen verplaatsen, daar blijft de bewoner natuurlijk gewoon in dezelfde woning wonen, maar op een andere plek.

Daar zitten wel twee nuanceverschillen in, maar ik denk dat wij vooral een politiek ander inzicht hebben. De heer VAN HATTEM: Juist vanwege die complexiteit ben ik nooit zo'n groot voorstander van die flexwoningen en ik hoor graag van de wethouder in hoeverre hij dit uitvoerbaar acht. De heer VAN SILFHOUT: Top voorzitter, volgens mij ben ik er dan. Dank u wel. Mevrouw KORVER: Wij hebben geen eigen motie ingediend, maar ik sta hier toch even zodat er, zoals al eerder werd gezegd, vragen kunnen worden gesteld waar dat nodig is en ook om heel kort toch even duidelijk te maken wat voor ons aan het einde van maandenlang bezig te zijn geweest met een strategisch debat over wonen erg van belang is. 'Voor iedereen een thuis en een groen 'sHertogenbosch' was het motto dat ik in het eerste strategisch debat in april jl. heb uitgesproken. Daarmee hebben we laten weten dat we tevreden zijn met de Woonvisie en de manier waarop die door het college ook in deze periode wordt opgepakt en uitgevoerd. Voor GroenLinks was er wel een plus te zetten op die Woonvisie en de huidige aanpak en daar hebben we hard voor gestreden.

Die plus zat voor ons echt op duurzaam bouwen want het is nog maar een maand geleden dat we in deze raad tijdens de behandeling van de voorjaarsnota een motie hebben aangenomen om de aanpak om als gemeente klimaatneutraal te worden te versnellen omdat we het in het huidige tempo niet halen. We zijn blij dat we uiteindelijk eigenlijk met heel veel partijen hebben gezegd dat we er dan wel iets aan moeten doen en misschien gaat dat minder ver dan sommige groene duurzame partijen zouden willen zien, maar het is ook aan ons om met zijn allen op te trekken en daar stappen in te zetten. Wij zijn blij dat we samen met de VVD en een aantal andere partijen een motie hebben kunnen indienen om innovaties in de bouw te stimuleren. Ik zal alle andere moties overslaan, behalve die van de PvdD, motie 20n, want die zullen wij ook steunen, dat zal niemand verbazen. Dank u voorzitter. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Misschien was het een beetje te verwachten, maar ik wil de vraag die ik eerder aan collega Broekmeulen stelde ook aan collega Korver stellen.

Welke verandering ten aanzien van wat er nu al gebeurt gaat de motie 'Innovatie in de bouw' stimuleren, welke verandering gaat dat teweegbrengen? Mevrouw KORVER: Zoals ik net ook aan de heer Broekmeulen vroeg… In mijn vraag heb ik aangegeven wat ik vind dat er verandert, er wordt in ieder geval meer gestimuleerd dat meer partijen in deze raad daarachter staan en dat dit in de gunning wordt meegenomen. Het wordt in de gunning gewogen en dat is een mooie eerste stap. Ik zou graag zien dat dit meer wordt, maar dat is op dit moment niet haalbaar, tenminste daar vrees ik voor. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik denk dat wij de wens dat het meer wordt delen. Allereerst toch een beetje de angst, als wij deze motie aannemen dan zeggen wij dat dit deze periode de ambitie is en het is een beetje de vraag of we dat moeten willen. Naast meenemen in een gunning staan er een

34

heleboel andere dingen bij 'in acht nemen dat', moet de wethouder dit dan zo interpreteren dat die CO2-uitstoot wel het allerbelangrijkste in de gunning is, is dat wat het dictum zegt? Mevrouw KORVER: Zoals u ziet, is dat een van de belangrijke dingen en wordt dat gewogen in balans met allerlei andere dingen zoals de aantallen woningen, de kosten van woningen en de snelheid waarmee woningen kunnen worden gebouwd, die staan ook in de motie. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Wordt daar op dit moment bij gunning van gronden totaal nog niet naar gekeken, wordt er helemaal niet gestuurd op wat wordt gerealiseerd en wat we als gemeente belangrijk vinden? Mevrouw KORVER: Voor zover ik weet wordt daar natuurlijk op gestuurd, maar we benadrukken dat dit nog steeds zo moet blijven gebeuren. Wethouder SLIKKER: Ik kijk terug op een goede reeks woondebatten, we hebben daar sinds de Dag van het Wonen in 2023 veel tijd aan besteed. Er zijn nog steeds enorm veel mensen op zoek naar een woning in deze stad en het is daarom logisch dat uw raad daar uitvoerig over debatteert. Ik heb het ingedeeld in een paar blokjes en ik begin met het blokje over betaalbaar wonen.

Daarin kom ik een aantal moties tegen, als eerste die van D66 over de middenhuur die eigenlijk oproept om voortvarend uitwerking te geven aan de interventies die we plegen om middenhuur en middeninkomens voldoende perspectief te bieden en te zorgen voor die inschrijving want we zien inderdaad veel mensen met een middeninkomen die zich niet aanmelden bij de corporatie, dus geen enkel bezwaar tegen deze motie. Motie 20c van de SP en anderen over 40% sociale huur. Mevrouw HERNÁNDEZ: Een punt van orde. Is het mogelijk dat de wethouder het motienummer vermeldt? Wethouder SLIKKER: Zeker dit was 20a, de allereerste. De volgende motie is motie 20c van de SP en anderen over sociale huur. U zei het eigenlijk zelf al, we hebben in ons bestuursakkoord een mix met 70% betaalbaar afgesproken, we kwamen van 40% en die afspraak doen wij gestand. In deze bestuursperiode realiseren we 40% sociale huur want we spraken een minimum af en we gaan natuurlijk de anticyclische kracht van corporaties benutten, maar als het aan het college ligt gaan we vandaag de afspraken niet herzien.

De heer ROOVERS: Ik neem het de wethouder natuurlijk niet kwalijk dat hij zich aan de afspraken in het bestuursakkoord houdt, daar heeft hij het bestuursakkoord voor gesloten, maar ik hoop toch wel dat de zowel de wethouder als de coalitiepartijen kunnen beredeneren dat het percentage van 30 niet hoger zou moeten en dat ze niet alleen maar een afspraak nakomen omdat het een afspraak is. Wethouder SLIKKER: Ook daarover hebben we meerdere keren het debat gevoerd. Wij zoeken naar een goede, betaalbare Bossche mix voor iedereen die hier kan wonen. We hebben een tekort in alle categorieën, ook in de middenhuur waar D66 terecht een motie over indiende en daar werken wij aan. De heer ROOVERS: Een goede mix, op het moment dat je minder bouwt dan het aandeel huishoudens in Den Bosch dat een sociale huurwoning nodig heeft, 30% bouwen en volgens uw eigen cijfers heeft 46% van de huishoudens het nodig, kun je toch gewoon concluderen dat het geen goede mix is? Wethouder SLIKKER: Die 46% waaraan u refereert is alleen gebaseerd op het inkomen en niet op het vermogen. We zien veel mensen die op dit moment een relatief laag inkomen hebben en in een koopwoning wonen en we kunnen dit cijferdebatje nog wel een tijdje voeren, maar ik stel wel voor om dat niet nu te doen, einde vakantie. De VOORZITTER: Volgens mij bepaalt de raad en niet u de dynamiek van het debat. De heer Van Silfhout.

De heer VAN SILFHOUT: In de Tweede Kamer is de Wet betaalbare huur aangenomen en daarmee is er eigenlijk een kentering in het strategisch denken over hoe we met wonen omgaan, een 35

grote verschuiving van middenhuur naar sociale huur. Ons bestuursakkoord is ontstaan voordat die wet is aangenomen, ziet de heer Slikker niet in dat onze visie daarmee misschien ook wel een aanpassing nodig heeft? Wethouder SLIKKER: De Wet versterking regie volkshuisvesting legt twee derde betaalbaar vast en wij zitten in Den Bosch op 70% betaalbaar in de afspraak in het bestuursakkoord. Dat is meer en we realiseren zelfs een hoger percentage dan dat. De heer VAN SILFHOUT: Daar moet ik toch even op reageren want dat is natuurlijk gemakkelijk, een grote stad zit namelijk altijd hoger dan het percentage dat in die normering staat omdat in een grote stad nu eenmaal meer sociale huur staat. Wij zijn in die tijd niet extreem veel meer dan die normering gaan doen en we zien dat veel steden die dat niet deden dat nu wel moeten gaan doen. Den Bosch houdt redelijk het deksel erop en moeten we dat deksel niet een keer loslaten en nog meer sociale huur realiseren? De VOORZITTER: Dames en heren, ik vind het prima als u een schorsing wilt, maar we hebben hier een vergadering via het spreekgestoelte en de gesprekstafel. Als u andere overleggen hebt, gaat u naar de gang of u vraagt om een schorsing, dit is echt ongepast voor de rest van de raad. Hier vindt het debat plaats tussen de mensen aan de microfoon. Wethouder Slikker.

Wethouder SLIKKER: Nogmaals, we kwamen van 40% betaalbaar en we maken de wending naar 70% betaalbaar. We zijn een van de steden die op dit moment die aantallen gelukkig weet te realiseren en we zetten in de sociale huur zelfs nog een plus, dus ik zie het anders dan u. Dan kom ik bij uw motie 20o over de differentiatie. Het eerste dictumpunt daarvan, namelijk differentiatie binnen die groepen, zorgen dat daar voldoende spreiding in zit zodat je ook binnen de categorieën voldoende betaalbaarheid realiseert, doen we. Het laatste punt van uw dictum spreekt echter uit dat dit volledig op nummer 1 moet staan ook als het ten koste van de aantallen gaat en daarom zullen we die motie moeten ontraden. De heer VAN SILFHOUT: Zou ik dan wel het eerste punt van het dictum kunnen verankeren als toezegging op moment dat de motie het niet haalt? Wethouder SLIKKER: Zeker, dat is staand beleid, dat is wat we doen. Dan ga ik door naar de motie over de bestaande voorraad, motie 20e van Rosmalens Belang, gewoon ge-DREVEN en Leefbaar 's-Hertogenbosch, de samengevoegde motie. Die ziet er inderdaad op dat we die bestaande voorraad beter gaan benutten door splitsen, woningdelen premantelzorgwonen, mantelzorgwonen et cetera. Daar hebben wij geen enkel bezwaar tegen. Dan ga ik door naar de moties over duurzaamheid, te beginnen bij motie 20s van GroenLinks en de VVD.

Die spreekt uit dat we een extra plus willen zetten door aan te jagen en te stimuleren en dat mee te nemen in de weging in balans met de andere afspraken die we hebben gemaakt, namelijk het halen van de aantallen, de differentiatie en dergelijke. Daar hebben wij geen bezwaar tegen. Dat brengt mij bij motie 20n van de PvdD. Wij moeten deze motie ontraden, precies om de reden die net ook in het interruptiedebatje tussen GroenLinks en de PvdD langs kwam. Deze legt de norm echt hard boven het Bouwbesluit vast en neemt niet de balans met haalbaarheid, betaalbaarheid en differentiatie mee. Dat betekent dat het daar ten koste van zou mogen gaan en dat is in strijd met de afspraken en daarom zal ik deze namens het college ontraden. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Allereerst, onze motie vraagt in kaart te brengen wat mogelijkheden en effecten zijn en dan refereer ik even aan wat ik in mijn bijdrage over die antwoordbrief van 2 april jl. aangaf. Het college geeft aan de doelen van Parijs te volgen voor zover in de invloedssfeer en waarom geeft de wethouder hier dan aan dat hij niet bereid is te onderzoeken of er in ieder geval mogelijkheden zijn? Waarom ontraadt de wethouder dit dan? Wethouder SLIKKER: U vraagt in uw motie iets te onderzoeken waarin wij niet geloven, dat is het punt.

U vraagt eigenlijk te kijken of je dwingende normering ver boven het Bouwbesluit kunt opleggen, dus niet meenemen in de gunning zoals de andere motie, waar wij wel voor zijn, vraagt, waarbij die ook ten koste mag gaan van haalbaarheid, differentiatie, productieaantallen et cetera. Het college heeft geen behoefte om dat te onderzoeken omdat we daar geen heil in zien.

36

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Die antwoordbrief van 2 april jl., klopt het dan niet wat u zegt? Ik begrijp uit uw antwoord dat het college niet achter de doelen van Parijs staat en daar geen evenredige bijdrage aan wil leveren. Wethouder SLIKKER: Zeker wel en sterker nog, dat is in heel Nederland de ambitie en in Den Bosch hebben we de klimaatneutraliteit zelfs vijf jaar naar voren getrokken, naar 2045, en daarom staat in de andere motie ook terecht dat het Bouwbesluit langzamerhand omhoog moet worden getrokken, maar stapsgewijs zodat je ook de andere doelstellingen kunt halen. Uw motie spreekt uit dat het ook ten koste mag gaan van andere afspraken die we hier met de raad hebben gemaakt, namelijk over de betaalbaarheid, de productie en de haalbaarheid van plannen en daar zijn wij niet voor. Mevrouw SAMSHUIJZEN: In het Klimaatakkoord van Parijs staat dat er ook een afbouw in die CO2-uitstoot moet zijn en u geeft aan dat u het Klimaatakkoord van Parijs steunt, maar dat niet in de woningbouw te willen realiseren. Dat klopt toch niet, dat sluit niet op elkaar aan. Het enige wat wij vragen is: volg de doelen van Parijs, ook in de woningbouw, en u zegt 'nee, dat wil ik niet doen'.

Wethouder SLIKKER: Ten eerste doen we dat natuurlijk nu al, bijna energieneutraal is gewoon opgenomen in het huidige Bouwbesluit en de vraag is wat je kunt stimuleren om daarboven te doen, daarover gaan we in het Duurzaamheidsakkoord afspraken met de corporaties maken. Deze motie spreekt uit 'weeg mee of je los van CO2-uitstoot in de gebruiksfase ook in de materiaalgebonden CO2uitstoot stappen extra kunt zetten en neem dat mee in een positieve gunning, ook richting ontwikkelaars et cetera'. Daar zijn we zeer voor, dan zet je extra stappen. 'Pleit tevens bij het rijk voor het langzaam optrekken van het Bouwbesluit', maar doe dat wel in de balans met andere doelen, namelijk ook het realiseren van voldoende haalbare en betaalbare woningbouw voor alle mensen die het nodig hebben. 'Locaties en nieuwe vormen', motie 20f, 'De toekomst van het wonen' van de PvdA. In lijn met de Wet versterking regie volkshuisvesting moeten wij een volkshuisvestelijk programma gaan vastleggen waarin we aantallen en locaties verankeren, dus wij hebben geen bezwaar tegen deze motie. Motie 20r van Leefbaar 's-Hertogenbosch en anderen over het gebied westelijk van de Grintweg, wat we daar nog kunnen doen. In het bestuursakkoord is opgenomen dat we gaan kijken naar de locatie De Bunders.

In uw overwegingen en uw 'spreekt uit' hebt u het nog breder over dat, maar als ik hem echt sec interpreteer zoals het in het dictum staat, namelijk 'neem ook specifiek de locatie De Bunders in het nieuwe volkshuisvestelijk programma mee', in de wetenschap dat, dat zei de heer Van den Kerkhof terecht, mobiliteit daar inderdaad een issue is, moet dat echt eerst worden opgelost alvorens je daar iets kunt. Onder die notie hebben we daar geen bezwaar tegen. Dat brengt me bij motie 20k over bedrijventerrein De Meerendonk. Daar heb ik volgens mij anderhalve week geleden naar aanleiding van mondelinge vragen van de heer Hoeben van De Bossche Groenen ook al op geantwoord. We hebben 14.000 woningen in de plancapaciteit staan en met de locaties die uw raad mede heeft aangedragen, de Noordoosthoek in Nuland, De Bunders, De Bossche Stadsdelta richting de Ertveldplas komen we tot 20.000-25.000 woningen in de plancapaciteit. Daar nu nog zaken bij betrekken, betekent ook dat we zaken moeten laten vallen en dat wensen wij niet, dus die ontraden wij. Mevrouw HENDRICKX: Er ligt gewoon een heel ander kader vanuit de raad wethouder. Het is voor u misschien heel vervelend, maar deze raad heeft heel breed uitgesproken dat we daar na 2030 een nieuwe woonwijk willen en dat we die voorrang willen geven.

Dat hebben we ook op verschillende momenten bekrachtigd en de heer Kagie refereerde eraan dat we dit in 2021 en 2022 nog een keer hebben gezegd. Als we dat afspreken en we daar iets willen dan is het wel belangrijk dat we nu al starten met de planvoorbereiding. U kunt wel zeggen 'het komt mij niet uit qua plancapaciteit', maar dan hebben we toch wel iets te bespreken en daarom agenderen we het opnieuw want dat hebben we wel meegegeven uw kant op. Deze grondeigenaren maken andere keuzes, die zeggen '2030 is voor ons gewoon te ver weg, wij verdienen daar geen geld mee, de loodsen zijn verouderd en we gaan nieuwbouw plegen' en dan ligt er een urgente kwestie op tafel op het moment dat we daar nog iets van woningbouw willen en daarom vragen wij u vanavond of u in gesprek met die grondeigenaren kunt gaan om te checken waarmee ze bezig zijn. Is ons doel, daar een nieuwe woonwijk, niet in het gedrang als we daar nu niet op acteren? Dat is de vraag aan u. Wethouder SLIKKER: Volgens mij ging de motie destijds over De Meerendonk en niet specifiek over dit stuk en de grondeigenaar heeft daar ook niet alle posities in bezit. Daar zitten Campina, Mebin en andere bedrijvigheid, we hebben hier geen blanco vel waarmee wij snel kunnen beginnen en dat is 37

tevens de reden dat we kansrijkere locaties echt eerst willen doen om te zorgen dat we niet alle ballen in de lucht houden en we wel juist die woningstroom blijven garanderen. Mevrouw HENDRICKX: Het plan zat bij de commissie Omgeving weliswaar achter een slotje, maar ik heb dat plan aan u allemaal laten zien. Als u dat plan hebt bekeken, kunt u zien dat de grondeigenaren in dat gebied, ook Mebin, zich hebben verenigd. Zij hebben daar samen een enorme grondpositie en hebben u gezamenlijk een aanbod gedaan om daar te gaan ontwikkelen, maar daar zegt u dit moment 'nee' tegen en we willen Campina volgens mij in 2025 een nieuwe functie geven. GroenLinks heeft daar ook vragen over gesteld, het is niet zo dat dit een klein deel van het gebied is, het hele plan dat wij daar zien, staat onder druk. Beseft u dat dit hele plan onder druk staat en dat de urgentie daarom groot is? Wethouder SLIKKER: Ik ken de wens van de ontwikkelaar, wij zien echt ander versnipperd bezit in dat gebied, we zien ook een andere bestemming en we zien andere kansrijke locaties. Dat is de afweging die wij op dit moment maken. De heer VAN HATTEM: Ook over dit punt.

Ik begreep van bewoners van de Gestelse buurt dat er eigenlijk al heel lang gesprekken over de herontwikkeling van de boterfabriek van Campina worden gevoerd, daar zouden woningen komen en het besluit dat dit niet doorgaat valt eigenlijk rauw op hun dak. Ik sta er een beetje ambivalent in, ik maak me tegelijkertijd wel zorgen want de bedrijven zitten daar op een vrij unieke locatie, die hebben een kadefunctie en als je als overheid eigenlijk wilt inzetten op modal shift qua vervoer, ook met scheepvaart en dat soort vervoersmiddelen, dan zijn er maar weinig van dergelijke locaties beschikbaar. Ik wil toch graag duidelijkheid van de wethouder over welke richting het met deze locatie op gaat, is deze locatie op de lange termijn bedoeld voor woningbouw of blijft de kadefunctie wat de gemeente betreft daar behouden? Wethouder SLIKKER: Op dit moment heeft het gebied de bestemming Bedrijvigheid en op termijn voorzien we dat daar echt woningbouw mogelijk is, maar daar zijn we op dit moment gewoon nog niet. De heer VAN HATTEM: Maar dan is het wel vrij onduidelijk. Als bedrijven zoals Campina van die locatie weggaan en eventueel nieuwe bedrijven daar zouden investeren dan is maar de vraag of het rendabel is om daar te investeren.

Is de wethouder het met mij eens dat kadefuncties schaars zijn en dat je daar gewoon een duidelijke positie in moet aangeven: wil je die locatie gebruiken voor kade of voor woningbouw? Wethouder SLIKKER: Dat ben ik in de basis met u eens, maar daar zijn wij op dit moment bij dit gebied gewoon nog niet. De heer VAN HATTEM: Op dit moment nog niet, maar wanneer wordt dan wel een afweging gemaakt over wat er met deze locatie gaat gebeuren? Dat is wel belangrijk richting de ontwikkelingen, willen bedrijven daar nog gaan investeren in een bedrijfslocatie of kunnen omwonenden en woningzoekenden daar woningen verwachten, wanneer wordt die afweging gemaakt, is daar een moment voor voorzien? Wethouder SLIKKER: Zoals ik u net al zei, zien wij andere kansrijkere locaties voor woningbouw en daar beginnen wij mee in de planvorming. Dat betekent dat we het bij dit gebied nog niet doen en dat er op dit gebied op dit moment gewoon een bedrijfsbestemming blijft rusten. Mevrouw HENDRICKX: Hetzelfde onderwerp, toch een aanvullende vraag voorzitter. Wij zijn afhankelijk van ontwikkelaars want u zegt dat wij passief grondbeleid voeren en dat wil zeggen dat wij niet zelf ontwikkelen, maar dat we externe partners uitnodigen om voor ons die huizen neer te zetten.

Als die partners aangeven dat het niet doorgaat, is er voor u dan een nieuwe situatie, bent u dan bereid om wel te handelen of zegt u dan dat deze locatie voorlopig helaas niet doorgaat? Wethouder SLIKKER: Het spel met de ontwikkelaars is ook met ontwikkelaars die veel posities hebben, die graag willen dat hun eigen posities ten koste van andere posities als eerste in ontwikkeling worden gebracht. Ik laat me niet tot dat spel verleiden door altijd deze boude uitspraken direct serieus te nemen.

38

Mevrouw HENDRICKX: De laatste vraag. Hebt u het gesprek naar aanleiding van onze rondvraag met de grondeigenaar in het gebied gevoerd, hebt u contact gehad naar aanleiding van de urgente kwestie die wij hebben geagendeerd? Wethouder SLIKKER: Ik kwam de betreffende ontwikkelaar twee weken geleden wederom tegen en wij voeren hier vaker het gesprek over. Ik was bij 'Gemeenschappelijk wonen', motie 20j van de VVD en anderen. Ook in lijn met de adviezen van het burgerberaad, zorg dat mensen meer in gemeenschappelijkheid met elkaar kunnen wonen, zodat ze enige vorm van zorg voor elkaar kunnen dragen, onder andere CPO maar ook gestapelde varianten daarvan en alle andere vormen die we kennen, of het nou Minitopia of Boschgaard is. Dus geen bezwaar tegen deze motie. Dat brengt me bij motie 20g. De heer VAN HATTEM: Nog even over die motie waarin CPO nadrukkelijk wordt aangehaald. Daar ben ik warm voorstander van, maar ik vind CPO geen vorm van gemeenschappelijk wonen, maar een vorm van gemeenschappelijk ontwikkelen. Kan de wethouder aangeven of voornamelijk gemeenschappelijk ontwikkelen in plaats van gemeenschappelijk wonen wordt bedoeld? Wethouder SLIKKER: We hebben de motie gelezen als gemeenschappelijke woonvormen waarbij u gelijk hebt dat in CPO ook nadrukkelijk gemeenschappelijk ontwikkelen zit.

Bij al die andere vormen, bijvoorbeeld gemeenschappelijk in een gestapeld appartementencomplex bij elkaar terechtkomen en of corporaties dat nou bouwen of ontwikkelaars dat ontwikkelen, hoeft die ontwikkelkant natuurlijk niet aan de kant van de inwoners te liggen. Dat brengt mij bij motie 20g van Leefbaar 's-Hertogenbosch en gewoon ge-DREVEN over locaties voor arbeidsmigranten. Zoals u zelf al zei, hebben we u nog niet zo lang geleden de Huisvestingsregels Arbeidsmigratie gestuurd. Wij zien ook die zorg, arbeidsmigranten moeten goed worden gehuisvest, wij zijn geen voorstander van verkamering en daarom hebben we het nieuwe paraplubestemmingsplan Verkamering gebracht. We handhaven daar waar we misstanden zien, bijvoorbeeld in de Van Noremborghstraat waar wij recent nog een last onder dwangsom hebben opgelegd. Deze motie vraagt om iets anders dan onze huisvestingsregels uit te spreken, namelijk om zelf het initiatief te nemen daar waar wij zeggen 'laat het initiatief bij de partijen die arbeidsmigranten hiernaartoe halen, huisvesten en te werk stellen', ook omdat onze capaciteit niet oneindig is, als we dit oppakken dan betekent dat ook iets voor de capaciteit voor de reguliere woningbouw. Dan ga ik door naar motie 20l.

De heer KAGIE: Dat wil zeggen dat de wethouder ervoor openstaat indien er initiatieven met betrekking tot de locatie komen, om dan toch te voorzien in zo'n grotere woonvoorziening, maar het initiatief moet van anderen komen. Wethouder SLIKKER: Zeker, dat staat ook in de beleidsregels die we hebben toegestuurd. Het is juist fijn als marktpartijen in het buitengebied of op de grens van een bedrijventerreinen erover nadenken om panden die daarvoor geschikt zijn te ontwikkelen voor de huisvesting van arbeidsmigranten, maar het initiatief ligt bij hen en de faciliterende rol ligt bij ons. De heer KAGIE: Staat de deur voor dat initiatief open op het moment dat ze bij het stadskantoor dan wel bij u aanbellen? Wethouder SLIKKER: Jazeker, daarvoor hebben we juist de beleidsregels die wij in december jl. naar u toegestuurd hebben, vastgesteld. De heer KAGIE: De laatste opmerking voorzitter. Beleidsregels is 1, maar het gaat er vooral ook om dat ambtelijk dan ook de deur opengaat voor het betere gesprek om een initiatief verder te brengen, daar gaat het om. Wethouder SLIKKER: Uiteraard, dat was juist de hele portee van het schrijven van die beleidsregels, een uitnodiging aan marktpartijen en werkgevers: als u werknemers deze kant op haalt om hier te werken, neem dan ook de verantwoordelijkheid in de huisvesting, dan spelen wij daar een faciliterende rol in.

De heer VAN HATTEM: Kort over dit punt. Ik ben geen voorstander van zulke grootschalige vormen van arbeidsmigrantenhuisvesting en ik ken de beleidsregels ook niet, maar ik haalde net aan

39

dat op zijn minst moet worden voldaan aan de normen uit het rapport Roemer, zijn die er integraal in opgenomen? Wethouder SLIKKER: We hebben de beleidsregels in ik meen december 2023 naar u toegestuurd, die zien daar juist op toe en ik zou zeggen slaat u ze er nog eens op na en als u iets mist dan komt u bij mij op de lijn. Ik ga door naar motie 20l. 'Onderzoek voorzieningen bij locaties', van De Bossche Groenen en anderen. U hebt natuurlijk helemaal gelijk, daar waar mensen komen wonen, wil je wijken met voorzieningen. Dat is ook de manier waarop we het nu doen, of het nou inbreiding of uitbreiding is, we kijken uiteraard naar de beschikbaarheid van huisartsen, openbaar vervoer, schoolgebouwen, et cetera. U vraagt echter om iets anders, niet om te zorgen dat we de voorzieningen per wijk in kaart hebben en die opnemen in bijvoorbeeld het Integraal Huisvestingsplan et cetera, maar u vraagt om een generieke rapportage waarin dat voor de gehele gemeente in beeld is gebracht. Dat lijkt ons een wat zwaar middel en daarom ontraden wij deze motie waarbij het uitgangspunt dat bij wijken voorzieningen horen natuurlijk onverminderd overeind staat. Motie 20d van de SP, Leefbaar 's-Hertogenbosch en anderen over de woning-APK.

Zeer mee eens, iedereen verdient een goede woning, of het nu in de sociale huur, de middenhuur of de private huur is en eigenaren zijn verantwoordelijk, maar ook de gemeente is aanspreekbaar. We hebben een meldpunt als het gaat om goed wonen. U vraagt in uw motie een paar dingen. 1, neem ons onder de arm mee naar de corporatie om nogmaals het gesprek te voeren over de kwaliteit en de melding en dat zal ik zeker doen. U vraagt ook ergens anders naar, namelijk naar een periodieke keuring van alle corporatiewoningen in de stad. Dat zijn er 28.000, terwijl de problematiek echt bij een relatief kleine groep woningen bestaat. Die problematiek is af en toe best ernstig, ook ik kom wel eens in woningen waarvan ik denk dat daar echt wel iets aan de hand is en iets nodig is. Daarover gaan we graag het gesprek met de corporaties aan, maar geen generieke periodieke keuring van al die 28.000 corporatiewoningen, dat kost ook heel veel capaciteit. Wij willen die capaciteit met de corporaties stoppen in het verbeteren van woningen, renoveren en nieuw bouwen. Dat brengt mij bij motie 20b over de lokale binding.

Zoals al in het debatje met mevrouw Van Zaalen goed naar voren kwam, mogen wij pas ingrijpen op het moment dat het echt onder de 50% komt, of het nu in de sociale huur of in de nieuwbouw bij koop is, pas op dat moment kunnen we eventueel ingrijpen met een vergunningsstelsel en uw raad in stelling brengen. Ik vraag u om de motie zo te mogen interpreteren als u zei, het staat er in het dictum net iets anders. Wij houden het scherp in de gaten, we zitten op dit moment ruim boven de 60%, zowel in de sociale huur als in de koop. Mochten we onder die kritische grens van 50% zakken dan komen we naar u terug en brengen we u in stelling met uiteraard ook de mogelijkheden hoe u daarop kunt ingrijpen. Er kwam ook de terechte vraag wat dat voor specifieke groepen betekent en die vraag moeten we samen beantwoorden. Ik ben een heel eind, ik heb er nog drie. Motie 20m over de grondexploitatie van De Bossche Groenen en anderen. De positie van de gemeente wordt niet sterker als we aan de voorkant zeggen dat we per definitie op de grexen willen afboeken, sterker nog dan kunnen we hier een zak met vele miljoen en op tafel leggen in de wetenschap dat ontwikkelaars vervolgens zeggen 'dat is mooi, wij komen niet uit, kunt u alstublieft bijplussen?' Wij zien juist bij de sociale huur dat het ons heel vaak lukt om plannen met 100% sociale huur gewoon met sluitende grexen te realiseren.

Op sommige moeilijke locaties is dat lastig en dan vragen we subsidies aan, dan gaan we goed het gesprek aan met corporaties en dergelijke. De grote klem zit niet hier, de onderhandelingspositie van de gemeente wordt zwakker en het kost ons geld, dus wij zouden zeggen 'wij doen dit incidenteel', laten we dit vooral niet structureel doen. Mevrouw HENDRICKX: Waar dit natuurlijk vooral uit voortkomt is dat woningbouwcorporaties aangeven wel te willen bouwen, maar ook dat de grondprijzen in Den Bosch in vergelijking met omliggende gemeenten gewoon heel erg hoog zijn. Ik kan me voorstellen dat dit voor woningbouwcorporaties problemen oplevert, maar ook voor Heijmans en anderen die wij vragen om sociaal te bouwen. Als de grondprijs heel erg hoog is, zullen zij niet heel erg genegen zijn om het aandeel sociaal te realiseren. We zien in onze gemeente al jaren dat dit achterblijft, wij denken dat dit een van de oorzaken is en wij vragen met deze motie om dat niet als een soort klem te houden want bij elk woondebat dat we hier hebben over elk woningbouwprogramma waarbij wij zeggen 'doe wat meer sociaal' zegt u 'nee, het is een sluitende grondexploitatie'. Laat dat eens wat vaker los en kijk of je op die manier onze ambitie wat betreft het aantal sociale woningen omhoog zou kunnen krikken. Niets meer en niets minder dan dat.

Ik zeg niet dat u tegen iemand die gaat ontwikkelen moet zeggen 'er is wat ruimte in Den Bosch', dat is natuurlijk niet de vraag, de vraag is dit niet als een klem te doen want u brengt het elke keer als we ernaar vragen wel als een klem. Als u het zo interpreteert, is dat misschien een motie waarmee u uit de voeten kunt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14437935/1