CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van inlichtingen marktconsultatie Basisondersteuning en Jongerenwerk 10.11.23

Commissie SOCIAAL 29 november 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Rondvraag Jongerenwerk; Kind met het badwater…. (Van Creij)2.156 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Inlichtingen Basisondersteuning en Jongerenwerk Gemeente ’s-Hertogenbosch 10 november 2023

Algemene opmerking: Het doel van een marktconsultatie is om inzicht te krijgen in hoe de markt kijkt naar de geschetste toekomstige situatie. Op dit moment zijn de grote lijnen geschetst. De precieze kaders of voorwaarden op detailniveau liggen nog niet vast. Veel vragen richten zich echter al op specifieke uitvoeringsaspecten, waarop op dit moment geen antwoord kan worden gegeven, omdat daar nog geen beslissingen over zijn genomen. Deze keuzes zullen deels afhangen van de reacties op de marktconsultatie. De precieze uitvoeringsvoorwaarden worden pas in latere stadia in de uitvraag/opdrachtomschrijving gedetailleerd beschreven. Overigens is het ook dan nog mogelijk om vragen te stellen of voorstellen te doen met betrekking tot deze uitvoeringsvoorwaarden.

Vragen over het perceel Basisondersteuning. 1. Er wordt gesproken over “strategisch partner” en “onderaannemer”. Wat verstaat de gemeente onder “strategisch partner”? Bij een strategisch partnerschap draait het om een gedeelde verantwoordelijkheid voor maatschappelijke uitdagingen, vertrekkend vanuit een gemeenschappelijk startpunt, een gedeelde visie en een gevoel van dringendheid. Een andere vorm van samenwerking dan die bij een traditionele opdrachtgever-opdrachtnemer rol. Partnerschap omvat samenwerking op diverse niveaus, van uitvoering tot analyse, planning en verbetering. In de samenwerking is het essentieel om aandacht te hebben voor elkaar belangen en tekortkomingen, elkaar kritisch te bevragen en bovenal van elkaar te leren. 2. Kan een partij als onderaannemer voor (door) meerdere potentiële hoofdaannemers worden aangezocht? Daar kunnen we in deze fase nog geen antwoord op geven. Zie de begintekst. 3. De gemeente spreekt over arrangementen met kinderen, jongeren en volwassenen. Hoe staat dit in verhouding tot het uitvragen in twee percelen? We spreken in de uitgangspuntennotitie over het samen arrangeren als werkwijze. We hebben het niet over aparte arrangementen voor kinderen, jongeren en volwassenen. 4.

Wat bedoelt de gemeente met de opmerking dat een aanbieder zich als strategisch partner kan inschrijven, maar ook als vrijwillig onderaannemer? We bedoelen dat we open staan voor verschillende vormen van samenwerking tussen aanbieders en dat we daar niet op voorhand al een keuze in hebben gemaakt. 5. De transformatieopgaven (IZA/GALA//WOZO/JEUGDWET) zijn in volle gang. In hoeverre is het inkoopproces bevorderend of vertragend voor deze opgaven? Er is nog geen keuze gemaakt over welk inkoopproces we precies gaan volgen. Wel streven we naar een andere opdracht die beter in staat is in te spelen op de maatschappelijke opgaven waar we voor staan. 6. Hoe ziet de gemeente de samenwerking met gemeentelijke diensten zoals S-port, EHGB, KOO, BBS-en etc? Net zoals in de huidige situatie blijft een goede samenwerking en afstemming met gemeentelijke dienstverlening van belang. Hoe deze samenwerking er precies uit komt te zien is nog niet bepaald. 7. Is de gemeente Den Bosch voornemend de eigen dienstverlening te decentraliseren in de lijn van de voorwaarde ‘gebiedsgericht’? En wordt de dienstverlening van de gemeente dan ook onderdeel van de gebied gebonden netwerken? Daar kunnen we in deze fase nog geen antwoord op geven. 8.

Hoe staat de gemeente ten opzichte van (kleinere) vrijwilligersorganisaties of inwonersinitiatieven die stedelijk werken en niet wijkgericht kunnen acteren? Wat verlangt de gemeente in deze van de basisondersteuning? We beogen niet om alle initiatieven, organisaties of dienstverleningsvormen op wijkniveau te organiseren in de basisondersteuning. Verschillende praktische overwegingen of visieaspecten maken stedelijk werken soms meer geschikt. Niettemin is het van belang om relevante expertise indien nodig te betrekken in het gebiedsgebonden netwerk. 9. Er wordt beschreven dat er gestart wordt vanuit een blanco canvas. Wat betekent dit voor de goede initiatieven en samenwerkingen die er momenteel al lopen/zijn? Gaan de

ontwikkelingen rondom GALA/IZA e.d. ‘landen’ in de inkoopopdracht basisonderteuning? Zoals staat beschreven in de uitgangspuntennotitie hechten we veel waarde aan een bepaalde mate van continuïteit. Wat wel of niet gaat ‘landen’ in de inkoopopdracht volgt pas in een latere fase. 10. Staat een gebied gebonden netwerk gelijk aan een gebied gebonden team (lees: organisatie zoals een Buurtteam)? Een gebiedsgebonden netwerk is breder dan alleen een buurtteam. In de uitgangspuntennotitie staat beschreven welke professionals en vrijwilligers daar onderdeel vanuit kunnen maken, hoewel de precieze samenstelling per netwerk kan verschillen. 11. De gemeente ziet het belang van (meer) samenwerking tussen (meer) verschillende organisaties om haar doel te realiseren. Welke rol ziet de gemeente voor zichzelf (of voor de betreffende organisaties) m.b.t. de regie op deze samenwerking vanuit haar opdracht gevende rol? We verwachten dat de betrokken organisaties als partners gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen, elkaar aanvullen en optimaal gebruikmaken van elkaars potentieel binnen de samenwerking. De gemeente stelt samen met de partners heldere gebiedsgerichte resultaten en biedt aanbieders de ruimte en het vertrouwen om de gewenste resultaten vanuit gezamenlijk opgestelde gebiedsplannen uit te werken.

De partners nemen het voortouw bij de totstandkoming en dragen verantwoordelijkheid voor de uitvoering, maar de uiteindelijke regie berust bij de gemeente. 12. Is in de uitvraag de samenwerking met het speciaal basisonderwijs en speciaal voortgezet onderwijs onderdeel van de basisondersteuning of het jongerenwerk? De verwachting is dat in beide percelen samenwerking met het speciaal basisonderwijs en speciaal voortgezet onderwijs aan de orde zal zijn. 13. Welke ideeën heeft de gemeente t.a.v. het toebedelen van financiële middelen aan de verschillende wijken en/of stedelijke taken? Op basis van bijvoorbeeld welke criteria worden deze middelen toebedeeld? Daar kunnen we in deze fase nog geen antwoord op geven. Zie de begintekst. 14. Bij het jongerenwerk wordt ervaringsdeskundige expliciet genoemd, bij basisondersteuning niet. Ziet de gemeente een rol voor de inzet van ervaringsdeskundigen in de basisondersteuning? De inzet van ervaringsdeskundigen vinden we voor beide percelen belangrijk. 15. Valt de vrijwillige inzet voor/door jongeren via bijvoorbeeld maatjescontacten onder de opdracht voor het jongerenwerk of de basisondersteuning? De verwachting is dat dit onder het perceel basisondersteuning zal vallen. 16. Wat is de rol van het maatschappelijk werk in de opdracht? We zien vooral focus op de buurt, buurtinitiatieven en het informele netwerk.

Om effectief te reageren op de uitdagingen waarmee we geconfronteerd worden, is het essentieel om de kracht van collectieve inspanningen ten volle te benutten. Niettemin blijft een individuele benadering, vooral voor personen die minder goed aangesloten zijn bij collectieve vormen van ondersteuning, eveneens noodzakelijk. De maatschappelijk werker is van oudsher een duizendpoot met een brede taakopvatting en speelt mede daardoor een cruciale rol in het gebiedsgebonden netwerk. 17. De gemeente vindt het belangrijk dat essentiële functies in de stad behouden blijven. Wat verstaat de gemeente onder de essentiële functies?

Over het algemeen vinden we het van groot belang dat er continuïteit wordt geboden in de hulp en ondersteuning die zowel nabij als vrij toegankelijk is. De randvoorwaarden om dit te realiseren komen tot uiting in tal van aspecten waaronder opgebouwde netwerken, activiteiten, faciliteiten, gebouwen, maar ook vertrouwde gezichten in de buurt. 18. In beide kavels wordt ‘gezondheidsbevordering’ en ‘sociaal medische expertise’ niet benoemd als aanwezige achtergrond. Is dat een bewuste keuze en kunt u die toelichten? In de uitgangspuntennotitie benadrukken we het streven om gezondheidsverschillen te verkleinen als een belangrijk doel waarop de nieuwe inkoopopdracht zich zal concentreren. Daarom is een nauwe samenwerking met professionals met een sociaal-medische achtergrond van essentieel belang. Het kan gaan om professionals die deelnemen aan een gebiedsgebonden netwerk of er in nauwe verbinding mee staan. 19. Wat is de visie van de gemeenten op de borging van het wettelijk recht op onafhankelijke cliëntondersteuning (en Wlz screening, tolkeninzet en gedragsdeskundig onderzoek)? Wordt dit buiten de basisondersteuning geborgd of is dat er onderdeel van? Als koploper gemeente hechten we veel waarde aan het lokaal versterken en bevorderen van onafhankelijke cliëntondersteuning.

Op dit moment is het echter nog niet duidelijk hoe en in welke mate dit aspect zal landen in de nieuwe opdracht. 20. Welk idee heeft de gemeente bij de geconstateerde behoefte van de bewoners aan een vaste contactpersoon om de nu reeds bestaande vaste contactpersonen (vrijwillig of professioneel) met opgebouwde vertrouwensrelaties onderdeel te maken van deze uitvraag? Hoe schat de gemeente het risico van een verlies van vertrouwen door bewoners in? Is het in het belang van de bewoners ook mogelijk een splitsing te maken tussen bestaand en nieuw of mogelijk eerst in 1 wijk te experimenteren? Het is niet helder wat bedoeld wordt met deze vragen. 21. In de tekst lezen we de centrale vragen (wat wil ik, wat kan ik, wat heb ik nodig) uit de proeftuin Ruwaard en andersdenkendoenorganiseren.nl. Is daarmee al een impliciete keus gemaakt voor deze aanpak? Heeft u onderzoek gedaan bij andere gemeenten met deze aanpak? Stelt u het op prijs als wij de opgedane ervaringen van andere gemeenten met deze aanpak met de gemeente ’s-Hertogenbosch delen? We zijn zeker bereid om te leren van ervaringen die zijn opgedaan in andere gemeenten. Elke bijdrage die kan helpen bij het formuleren van een verbeterde inkoopopdracht wordt op prijs gesteld. 22.

Is er al meer duidelijk over de planning van het aanbestedingstraject? Is het mogelijk om (indicatief) aan te geven wanneer de aanbesteding ongeveer gepubliceerd wordt? De aanbesteding zal naar verwachting in februari 2024 gepubliceerd gaan worden. 23. Naar hoeveel aanbieders bent u op zoek bij de basisondersteuning? Het aantal aanbieders is niet ons uitgangspunt, maar de mate waarin de aanbieder(s) kunnen bijdragen aan de aanpak van de opgaven in de gemeente.

Vragen over het perceel Jongerenwerk. 1. De gemeente spreekt in zijn algemeenheid over jongeren en lijkt niet uit te gaan van scherpe scheidslijnen qua leeftijdsgrenzen. Ziet u het kinderwerk en de inzet op het primair onderwijs als onderdeel van het jongerenwerk? Of als onderdeel van de basisondersteuning? De verwachting is dat de inzet vanuit kinderwerk alsook de inzet op het primair onderwijs wordt gezien als onderdeel van de basisondersteuning. 2. Hoe ziet de gemeente de relatie tussen jongerenwerk en schoolmaatschappelijk werk? Valt het schoolmaatschappelijk werk voortgezet onderwijs binnen de opdracht jongerenwerk of binnen de basisondersteuning? De verwachting is dat de inzet vanuit schoolmaatschappelijk werk voortgezet onderwijs valt binnen de opdracht van de basisondersteuning. 3. Moet er vanuit de opdracht jongerenwerk inzet gepleegd worden op opvoedondersteuning (van ouders met pubers), of valt opvoedondersteuning binnen de opdracht basisondersteuning? De verwachting is dat opvoedondersteuning valt binnen de opdracht basisondersteuning. 4.

Hoe ziet u de verbinding tussen: aan de ene kant het jongerenwerk en basisondersteuning apart organiseren en aan de andere kant de gebiedsgerichte aanpak? Wordt er een actieve inzet/verbinding en bemoeienis met buurtteams en de basisondersteuning verwacht? Er wordt een actieve inzet/verbinding en bemoeienis verwacht tussen het jongerenwerk en de basisondersteuning. Er dient dus in gezamenlijkheid afgestemd te worden over de gebiedsgerichte aanpak. 5. Zijn te ontwikkelen gebiedsbeelden gericht op het jongerenwerk en basisondersteuning apart of gelden zij voor beiden? De gebiedsbeelden dienen in gezamenlijkheid opgesteld te worden in een samenwerking tussen basisondersteuning en jongerenwerk, zodat er één gebiedsbeeld ontstaat. 6. Wordt er binnen het jongerenwerk verwacht dat er doelgroepenbeleid wordt gevoerd (meidenwerk, LHBTQI, eenzame jongeren, autisme aanpak etc.)? Daar kunnen we in deze fase nog geen antwoord op geven. Zie de begintekst. 7. Hoe verhoudt de opdracht jongerenwerk zich tot de beleidslijnen Hervormingsagenda Jeugdhulp, jeugdwerkloosheid en Preventie met gezag? Jongerenwerk is in onze visie primair gericht op talentontwikkeling. Vanuit de opdracht jongerenwerk dient men op de hoogte te zijn van de aanpakken/interventies/etc. vanuit de verschillende beleidslijnen die betrekking hebben op jongeren.

Mocht in deze beleidslijnen inzet van het jongerenwerk gewenst zijn, dan zal dit meegenomen worden in de opdracht. 8. U heeft ervoor gekozen om binnen het nieuwe inkoopproces te werken met twee aparte opdrachten: een voor de basisondersteuning algemeen en een voor het jongerenwerk. U geeft aan dat de huidige organisatie van het jongerenwerk de voor jongeren gewenste samenwerking tussen partners binnen het jongerenwerk en met andere belangrijke partners als het onderwijs niet bevordert. Hier hebben wij twee vragen over: I) Kunt u aangeven welke gewenste samenwerking u voor ogen heeft? De opgave waar we voor staan en het complexe veld van het sociaal domein vraagt om intensieve samenwerking tussen gemeente en de partners, waarbij de samenwerking dient te worden vormgegeven vanuit vertrouwen en partnerschap. II) Kunt u aangeven wat de reden is dat de gewenste samenwerking niet bevorderd wordt?

Uit onderzoek blijkt dat de huidige organisatiestructuur van het jongerenwerk onduidelijkheid oproept en de samenwerking tussen de organisaties van het jongerenwerk niet bevordert. Daarom zoeken we naar een nieuwe duidelijke en eenvoudige structuur. 9. U geeft aan de dat huidige constructie een scherpe opdrachtgevende rol vanuit de gemeente bemoeilijkt. Hier hebben wij twee vragen over I) Kunt u dit toelichten? De scherpe opdrachtgevende rol vanuit de gemeente wordt bemoeilijkt, doordat verschillende gemeentelijke afdelingen vanuit verschillende rollen betrokken zijn bij de uitvoering van het jongerenwerk. II) Wat ziet u als nadeel van de huidige constructie? Nadeel is dat de huidige constructie minstens het idee oproept van een niet level playing field bij de partners wat de samenwerking onderling bemoeilijkt. 10. U geeft aan dat u streeft naar één primair aanspreekpunt voor het jongerenwerk. Hoe is het jongerenwerk op dit moment georganiseerd? Op dit moment zijn er twee partijen die functioneren als aanspreekpunt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13542191/1