Moleschott ontwerp fietsenstalling
Tekst van het document
Jacobus Moleschott (1822-1893) Moleschott handout 01 [10/05/22]
‘Mijne Heeren, aan de vrouwen vertrouwen wij de opvoeding toe onzer kinderen, het bestuur van het huis, het bewaren van onze eer, de aanwakkering van onze gedachte en onzen moed; van haar verwachten wij den besten raad; aan haar hebben wij de zachtste vertroostingen te danken, van haar ontvangen wij de zoetste, de duurzaamste en de standvastigste belooning voor onze moeiten – en zullen wij haar dan toevoegen aan de poort van het gemeentehuis: “Gij kunt hier noch met eene gedachte, noch met eene stem binnentreden; gij zijt niet verstandig, niet beschaafd, niet voorziening genoeg daarvoor?”’
154 cm
Jacobus Moleschott (1822-1893)
139 cm ‘Mijne Heeren, aan de vrouwen vertrouwen wij de opvoeding toe onzer kinderen, het bestuur van het huis, het bewaren van onze eer, de aanwakkering van onze gedachte en onzen moed; van haar verwachten wij den besten raad; aan haar hebben wij de zachtste vertroostingen te danken, van haar ontvangen wij de zoetste, de duurzaamste en de standvastigste belooning voor onze moeiten – en zullen wij haar dan toevoegen aan de poort van het gemeentehuis: “Gij kunt hier noch met eene gedachte, noch met eene stem binnentreden; gij zijt niet verstandig, niet beschaafd, niet voorziening genoeg daarvoor?”’
272 cm
154 cm
2
Jacobus Moleschott (1822-1893)
‘Mijne Heeren, aan de vrouwen vertrouwen wij de opvoeding toe onzer kinderen, het bestuur van het huis, het bewaren van onze eer, de aanwakkering van onze gedachte en onzen moed; van haar verwachten wij den besten raad; aan haar hebben wij de zachtste vertroostingen te danken, van haar ontvangen wij de zoetste, de duurzaamste en de standvastigste belooning voor onze moeiten – en zullen wij haar dan toevoegen aan de poort van het gemeentehuis: “Gij kunt hier noch met eene gedachte, noch met eene stem binnentreden; gij zijt niet verstandig, niet beschaafd, niet voorziening genoeg daarvoor?”’
3
Jacobus Moleschott (1822-1893)
‘Mijne Heeren, aan de vrouwen vertrouwen wij de opvoeding toe onzer kinderen, het bestuur van het huis, het bewaren van onze eer, de aanwakkering van onze gedachte en onzen moed; van haar verwachten wij den besten raad; aan haar hebben wij de zachtste vertroostingen te danken, van haar ontvangen wij de zoetste, de duurzaamste en de standvastigste belooning voor onze moeiten – en zullen wij haar dan toevoegen aan de poort van het gemeentehuis: “Gij kunt hier noch met eene gedachte, noch met eene stem binnentreden; gij zijt niet verstandig, niet beschaafd, niet voorziening genoeg daarvoor?”’
4
Jacobus Moleschott (1822-1893)
‘Mijne Heeren, aan de vrouwen vertrouwen wij de opvoeding toe onzer kinderen, het bestuur van het huis, het bewaren van onze eer, de aanwakkering van onze gedachte en onzen moed; van haar verwachten wij den besten raad; aan haar hebben wij de zachtste vertroostingen te danken, van haar ontvangen wij de zoetste, de duurzaamste en de standvastigste belooning voor onze moeiten – en zullen wij haar dan toevoegen aan de poort van het gemeentehuis: “Gij kunt hier noch met eene gedachte, noch met eene stem binnentreden; gij zijt niet verstandig, niet beschaafd, niet voorziening genoeg daarvoor?”’
5