Meerjarenbeeld SenZ
Tekst van het document
Geachte Raad, In uw vergadering van 14 november 2023 hebt u met uw motie “opbouwen financiële buffer voor Sociaal- en Zorgfonds” uitgesproken dat “de gemeente Den Bosch zich moet voorbereiden op het financiële ravijn op het sociaal domein door de komende jaren én slim te investeren én een financiële buffer op te bouwen.“. U hebt het college verzocht om: “vanaf het opstellen van de jaarrekening 2023 en de integrale afweging bij de voorjaarsnota voor de begroting van 2025 actief en overzichtelijk inzicht te verschaffen in de stand van de reserve Sociaal- en Zorgfonds lokaal, hoeveel deze afwijkt van de maximum-norm van 15% van het budget en hoe het meerjarenperspectief van de reserve zich ontwikkelt.” Inleiding We staan voor de opgave om een toenemende zorgvraag op te vangen met schaarste aan personeel en onzekerheid in de gemeentefinanciën door het aankomende ‘ravijnjaar’. Uw Raad heeft via de begroting middelen vrijgemaakt om structuurversterkende maatregelen te nemen om ons hierop voor te bereiden. Zo geven we in ’s-Hertogenbosch via het programma jeugdhulp uitvoering aan de landelijke hervormingsagenda jeugd waarin we slim investeren in onder meer collectief aanbod. Het programma richt zich erop dat onze kinderen en jongeren veilig, kansrijk en zo thuis mogelijk opgroeien.
Via het programma maken we de beweging van individuele voorzieningen naar meer vrij toegankelijke collectieve voorzieningen. Dit doen we ook samen met de gemeenten in Noordoost Brabant, de koers legt uw raad vast via het regionaal beleidsplan jeugdhulp. De VNG is in gesprek met het Rijk over de besparingsopgaven die samenhangen met de landelijke hervormingsagenda. Als het Rijk vasthoudt aan de besparingen zal dat vanaf 2026 bij gemeenten leidt dit tot aanzienlijke tekorten. Vooralsnog gaan wij bij de prognoses voor onze gemeente uit van dit scenario. Voor de Wmo verwachten we als gevolg van de vergrijzing toenemende(complexere) zorgvraag en daarom op termijn tekorten. Mede als gevolg van de voorgenomen kortingen (ravijnjaar 2026) zal de groei van het gemeentefonds achter blijven bij deze demografische ontwikkelingen. Via het integraal zorgakkoord en het gezond en actief leven akkoord zetten we stevig in op preventie. Tegenover deze toekomstige tekorten jeugdhulp en Wmo staan buffers in onze reserve. Bij ongewijzigd rijksbeleid op de rijksmiddelen BW/MO verwachten we jaarlijks middelen over te houden op dit Rijksbudget. Meerjarig blijft de lokale reserve S&Z meerjarig op de maximum-norm van 15% van het achterliggende budget. Het college blijft zich, in samenwerking met andere gemeenten, inspannen voor duurzame en toereikende lange termijn financiering van het sociaal domein.
Jaarrekening 2023 De reserve S&Z bestaat uit een lokaal deel en een regionaal deel. De stand per 31-12-2023 van respectievelijk het lokale deel en het regionale deel is in totaal € 62,1 miljoen 1. Dit ligt in lijn met de marap 2023. -
-
In het lokale deel van de reserve S&Z is eind 2023 € 31,4 miljoen beschikbaar. Verwacht bij de marap 2023 was € 32,7 miljoen. Van de beschikbare € 31,4 miljoen eind 2023 is € 14 miljoen gereserveerd voor onder meer investeringen in structuur versterkende maatregelen en investeringen in het kader van de hervormingsagenda jeugdhulp na 2023. De buffer voor toekomstige tekorten is daarmee ruim € 17 miljoen. Dit is minder dan 15% van de maximumnorm in totaal € 26 miljoen. In het regionaal deel van de reserve is eind 2023 € 30,7 miljoen beschikbaar. Dit is meer dan verwacht bij de marap, namelijk € 28 miljoen. De norm van de regionale reserve is € 6.5
1
In dit bedrag is het totaal van ruim € 16 miljoen aan afroming aan de algemene middelen waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden verrekend. Ruim € 12 miljoen wordt administratief in 2024 verwerkt.
-1-
miljoen. Een deel van het surplus wordt in 2024 uitgekeerd aan de gemeenten van de Meijerij Bommelerwaard. Hiervoor is een voorstel opgenomen in de actualisatie van de begroting 2024. Ten opzichte van de marap zien we de volgende ontwikkelingen: -
-
-
Jeugdhulp: Onze verwachting bij de marap was dat we per saldo € 4.1 miljoen zouden afstorten in de reserve S&Z. Dit is nagenoeg gelijk aan de jaarrekening. Wmo: De Jaarrekening is € 2,4 miljoen nadeliger dan in de Marap gemeld. Belangrijkste verklaring hiervoor is dat inwoners langer dan voorheen gebruik maken van individuele begeleiding. Zij zitten dus gemiddeld langer in zorg. Zoals bij de Marap gemeld, was het eerdere uitgangspunt dat men gemiddeld ongeveer 9,5 maand zorg had, maar nu blijkt dat de zorgduur gemiddeld ruim 11 maanden is geweest in 2023. Deze langere zorgduur komt doordat de zorgvragen steeds complexer worden, waardoor mensen langer begeleiding nodig hebben. Ook blijkt het vanwege een gebrek aan mantelzorgers en vrijwilligers steeds lastiger om de zorg af te schalen en over te dragen naar het voorliggend veld, waardoor inwoners soms langer dan nodig specialistische begeleiding krijgen. Ook zijn we in 2023 gestart met het lokale uitvoeringsplan BW MO. Op deze middelen is een onderbesteding van € 1,2 miljoen. Een aantal activiteiten is later of deels van start gegaan. Voor het regionale uitvoeringsprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis 2021-2024’ is de rijksbijdrage periodiek bijgesteld. In 2023 is de rijksbijdrage hoger bijgesteld dan begroot, daardoor zien we een incidenteel voordeel van € 0,4 miljoen.
Het rekeningoverschot op de participatiewet is ruim € 1 miljoen hoger dan verwacht bij de marap 2023. Het overschot wordt met name veroorzaakt door lagere uitvoerings-, projecten personele kosten door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt waardoor vacatures langer openstaan, lagere kapitaallasten door vertraagde investeringen, een extra rijksbijdrage voor de WSW ter compensatie van de verhoging van het wettelijk minimumloon, lagere loonkosten van de SW-medewerkers door de grotere afname van het aantal medewerkers dan begroot en minder kosten voor de inzet van reintegratieactiviteiten. Het rekeningoverschot 2023 BW/Maatschappelijke opvang (regionaal) is € 10,4 miljoen. Dit is afgerond € 3 miljoen meer dan verwacht bij de marap 2023. We zien dat de kosten voor beschermd wonen lager zijn uitgevallen. We zien in het algemeen dat cliënten binnen beschermd wonen met lichtere vormen worden ondersteund, dat de zorgduur korter is en dat er een positieve uitstroom is naar zelfstandig wonen. Cliënten die langdurig op bescherming zijn aangewezen, maken sinds 2021 gebruik van de Wet langdurige zorg.
Afsplitsing reserves We geven uitvoering aan uw besluit van 14 november 2023. Bij behandeling van de programmabegroting 2024 heeft uw raad besloten de reserve Sociaal en Zorgfonds op te splitsen in drie afzonderlijke reserves, te weten: - Reserve Sociaal- en Zorgfonds lokaal; - Reserve Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang regionaal; - Reserve Werk- en Ontwikkelbedrijf; Ook heeft uw raad besloten de reserves WSW en herstructurering WSW op te heffen. We verdelen het saldo van de huidige reserve Sociaal en Zorgfonds over deze drie nieuwgevormde reserves naar
-2-
evenredigheid van de achterliggende budgetten. De gewenste (maximale) omvang van deze reserves blijft, net als bij het Sociaal en Zorgfonds, 15% van het achterliggende budget. Afsplitsing reserve Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang regionaal Het regionale gedeelte BW/MO is altijd apart inzichtelijk gebleven voor de regio. Het exacte bedrag in de reserve S&Z is ultimo 2023 € 30.666.842. Dit is het startsaldo van de regionale reserve Beschermd wonen en maatschappelijke opvang per 1-1-2024. Afsplitsing Reserve Werk- en Ontwikkelbedrijf De totale omvang van de achterliggende budgetten is ruim € 30 miljoen. Een bedrag van €4.504.851,-, wordt toegevoegd aan de Reserve Werk- en Ontwikkelbedrijf. Het restantbedrag is de nieuwe stand van de reserve S&Z lokaal. Tabel 1: Uitvoering besluit ontvlechting reserve S&Z in drie nieuwe reserves per 1 januari 2024 x € 1.000.000 Stand reserve per Uitvoering besluit ontvlechting S&Z 1-1-2024 Reserve S&Z (lokaal & regionaal) 62,1
Afsplitsing Reserve BW/MO regionaal Afsplitsing Reserve Werk- en Ontwikkelbedrijf
-30,7 -4,5
Nieuwe Lokale reserve S&Z
26,9
Door ontvlechting van de reserve daalt de maximale omvang van de reserve sociaal en zorgfonds lokaal per 2024 naar € 17 miljoen op basis van 15% van het achterliggende budget. Meerjarenprognose Reserve S&Z 2024-2027 De lokale reserve S&Z is het gesloten circuit voor alle directe kosten (uitvoerings-, personeels- en zorgkosten) met betrekking tot de volgende onderwerpen: - Jeugdhulp - Wmo - Vrouwenopvang/huiselijk geweld - Lokale kosten BW/MO (incl. uitkeringen vanuit regionale middelen BW/MO) We geven achtereenvolgend per onderwerp een prognose. Jeugdhulp In 2024 verwachten we een beperkt tekort. De oorzaak is een combinatie van stijgende kosten, toenemende vraag en nieuwe taken van het Rijk die niet of onvoldoende gecompenseerd worden. Zo onderschrijven we de landelijke beweging naar meer kleinschalige verblijfsgroepen. De kosten hiervan gaan echter voor de baat uit en de kosten worden maar beperkt gecompenseerd door het Rijk. Daarnaast zijn landelijke tarieven jeugdbescherming en reclassering afgesproken tussen gecertificeerde instellingen, het Rijk en gemeenten. Het Rijk compenseert ook deze afspraak maar gedeeltelijk. We verwachten dat met de inzet van kleinschalig verblijf en inzet van intensieve ambulante interventies de daling van jeugdigen in verblijf na 2023 doorzet. In 2023 zagen we met name de vraag voor en de inzet van ambulante begeleiding en behandeling toenemen.
Aan de andere kant is meer ambulante inzet een positieve ontwikkeling maar anderzijds bevestigt dit de noodzaak om meer collectief aanbod te ontwikkelen via het programma jeugdhulp om op termijn -3-
passend aanbod te kunnen blijven bieden en financieel in balans te blijven. In onze prognose houden we er rekening mee dat de groei van individuele begeleiding en behandeling in 2024 afvlakt. De komende jaren nemen onze budgetten af. Per 2026 is een korting afgesproken via de landelijke hervormingsagenda jeugdhulp. Voor ’s-Hertogenbosch betekent dit een ombuigingsopgave van € 6 miljoen in 2026 oplopend tot € 7 miljoen vanaf 2027. We staan positief tegenover de inhoudelijke beweging van de hervormingsagenda zoals versterking van de directe leefomgeving van jongeren, het terugdringen van residentiële jeugdhulp en vereenvoudiging inclusief het terugdringen van administratieve lasten. Echter zien wij ook dat vragen uit de samenleving complexer worden en de vraag naar jeugdhulp toeneemt. Dit zet druk op het veronderstelde besparingspotentieel van de hervormingsagenda. In 2024 gaat een landelijke deskundigencommissie zich buigen over de haalbaarheid van de hervormingsagenda. Wij zullen dit proces nauw blijven volgen. Wmo / vrouwenopvang huiselijk geweld Per 1 januari 2022 hebben we onze contractvorm gewijzigd naar zogenaamde ‘inspanningsgerichte bekostiging’ (ookwel bekend als ‘PxQ’). Dit houdt in dat we een bepaalde zorgvorm met een maximum volume beschikken. Voorheen financierde we met lumpsum bekostiging.
Bij het opstellen van onze meerjarenbegroting hebben we ons op dat moment gebaseerd op het voorspellingsmodel van de VNG. Dat houdt rekening met de demografische prognoses en rekent met verdere groei van de zorginzet, oplopend tot 10% in 2026. Na 2 jaar ervaring met PxQ zien we, en dat geldt voor de gehele regio Meierij, dat de aantallen en de kosten achterblijven bij de ramingen van het VNGvoorspellingsmodel. We hebben, met uitzondering van huishoudelijke hulp, geen indicaties dat capaciteitsproblemen en wachtlijsten bij aanbieders daarbij een rol spelen. We doen nog onderzoek naar de mogelijke oorzaken van de afwijking ten opzichte van de landelijke trend. In de praktijk zien we ook in onze gemeente dat de hulpvragen van de inwoners toenemen en dat deze ook complexer (multi-problematiek) worden. Op basis van de demografische groei nemen we 2% groei per jaar mee vanaf 2024. De groei in aantal aanvragen die daarmee samenhangt vereist meer personeel om wachtlijsten te voorkomen. In de meerjarenraming houden we ook rekening met deze oplopende kosten. Als gevolg hiervan zien we na 2025 tekorten ontstaan op de Wmo. De komende jaren verwachten we daarnaast een wetswijziging op het abonnementstarief. De impact van de aanpassing van het abonnementstarief is op dit moment te onzeker om mee te nemen in de ramingen, we gaan daarom uit van de bestaande situatie.
Uitkering regionale reserve BW aan lokale reserve S&Z We vragen uw raad via de actualisatie van de begroting 2024 in te stemmen met het afromen van een deel van het surplus van de regionale reserve BW. In 2024 romen we een bedrag van € 13,7 miljoen af aan de regiogemeenten. Hiervan vloeit 59%, een bedrag van ca. € 8 miljoen, terug naar ’sHertogenbosch. Dit bedrag storten we in de lokale reserve S&Z. We verwachten meerjarig overschotten op de regionale middelen beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De minimale omvang van de regionale reserve BW/MO is € 6,5 miljoen. Iedere 2 jaar voeren we een risico analyse uit om te beoordelen of dit bedrag nog passend is. Op basis van de stand van de reserve van € 30,7 miljoen op 1 januari 2024 en de huidige ondergrens van € 6,5 miljoen is onze verwachting dat in 2024 conform besluitvorming € 13,7 miljoen in 2024 en in 2025 € 18,4 miljoen kan worden afgeroomd. Daarna kan jaarlijks naar verwachting nog ca. € 8 miljoen worden afgeroomd wanneer we de huidige ondergrens als uitgangspunt nemen voor de prognose. Tabel 2 geeft het te verwachtte meerjarenbeeld weer. -4-
Tabel 2: Prognose reserve Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang regionaal t/m 2027 x € 1.000.000 Meerjarenprognose reserve Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang regionaal Stand reserve S&Z begin jaar Afroming Ten gunste van gemeenten* Resultaat BW Stand reserve einde jaar
2024
Ondergrens Verschil t.o.v. ondergrens
2025
2026
2027
31 -14 8 25
25 -18 8 15
15 -8 8 15
15 -8 8 15
6,5 18
6,5 8
6,5 8
6,5 8
*Over cursief gedrukte bedragen moet regionaal nog besluitvorming plaatsvinden.
Conclusie Reserve Sociaal- en Zorgfonds lokaal Op basis van het geschetste meerjarenperspectief van de verschillende onderdelen geeft Tabel 3 de prognose op de lokale Reserve Sociaal- en Zorgfonds weer. Tabel 3: Prognose Reserve Sociaal- en Zorgfonds lokaal S&Z 2024 t/m 2027 x € 1.000.000,Meerjarenprognose Reserve Sociaal- en Zorgfonds lokaal Prognose stand reserve begin jaar Afroming saldo tgv algemene reserve Ontvangsten uit regionale reserve BW* Jeugdhulp Wmo Prognose overig Programma jeugdhulp (Hervormingsagenda) Structuur versterkende maatregelen (VJN 2024) Prognose stand reserve S&Z per jaareinde Reservering toekomstige investeringen, grotedeneels structuur versterkende maatregelen Prognose beschikbaar als remweg voor tekorten
2024
2025
2026
27 -
2027
31 -
32 -
8 -1 2 -1 -3 -1 31
11 -2 1 -1 -4 -4 32
-10 21
-2 29
24 -
5 -9 -1 -1 -2 24
5 -10 -2 -1 17
24
17
-
*Over cursief gedrukte bedragen moet regionaal nog besluitvorming plaatsvinden.
Conclusie Het sociaal domein gaat, bij ongewijzigde omstandigheden, vanaf 2026 financieel moeilijke jaren tegemoet. Het financiële beeld voor Jeugdzorg en WMO is niet sluitend en het S&Z is nodig om tekorten op te vangen. Daardoor komt de reserve Sociaal & Zorgfonds als remweg voor het opvangen van tekorten onder druk. Het opvangen van die tekorten waarbij de reserve meerjarig op de maximum-norm van 15% van het achterliggende budget blijft is slechts mogelijk met behulp van de te verwachten overschotten op Beschermd Wonen. De prognoses zijn opgesteld met de kennis van nu, waarbij er de nodige onzekerheden zijn, met mogelijke positieve en negatieve financiële gevolgen. Bij de jeugdhulp is het rijksbeleid de grootste onzekere factor. VNG en Rijk zijn al geruime tijd in gesprek over het terugdringen van Rijksbezuinigingen. Vooralsnog gaan we er in de prognoses, in afwachting van het nieuwe kabinetsbeleid, vanuit dat deze rijksmaatregelen overeind blijven en we dus een forse budgettaire korting moeten opvangen vanaf 2026. Daarnaast houden we in onze prognoses er rekening mee dat er geen ruimte is voor compensatie vanuit het accres gemeentefonds voor volume-effecten. Verder is onzeker hoe de rijksbudgetten Beschermd Wonen zich gaan ontwikkelen.
Op basis van meerjarenbegroting BW en het rekeningresultaat 2023 zijn de geraamde ontvangsten uit de regionale reserve BW in deze meerjarenraming reëel. Ingrepen die samenhangen met de ontwikkeling van de instroom in WLZ na 2027 zijn niet uit te sluiten. Hoewel er nu nog geen directe aanwijzing is kan dit betekenen dat het structureel voordeel op termijn (deels) wegvalt.
-5-
We wachten niet af en blijven zelf inzetten op het toegankelijk en betaalbaar houden van de zorg in ’s-Hertogenbosch., onder meer door te investeren in structuurversterkende maatregelen. Dit doen we in lijn met de landelijke hervormingsagenda jeugd, en geven uitvoering aan het integraal zorgakkoord en gezond en actief leven akkoord waarin we stevig inzetten op preventie. We maken de beweging naar hulp op logische vindplekken, zoals op school, bij de huisarts en in de wijk. Dit doen we samen met onze partners in de regio. Zo gaan we meer vrij toegankelijke collectieve voorzieningen aanbieden om zorg beschikbaar én betaalbaar te houden met minder administratieve last. We ontwikkelen slim alternatief aanbod ook voor inwoners met een complexe hulpvraag. Zoals met het bouwdepot voor dakloze jongeren en met een gezinsadvocaat voor complexe (v)echtscheidingssituaties. Op dit moment investeren we stevig in de ontwikkeling van zulke interventies via het programma jeugdhulp met de door uw raad beschikbaar gestelde middelen. De effecten van deze interventies meten we, kwalitatief en kwantitatief. Op basis van de resultaten zullen we aan u de afweging voorleggen om bepaald aanbod structureel (stadsbreed) om te buigen met toepassing ‘nieuw voor oud’.
Parrallel onderzoeken we, samen met de jeugdzorgregio in lijn met het regionaal beleidsplan jeugdhulp, hoe we onze inkoopafspraken kunnen laten aansluiten bij de landelijke hervormingsagenda. We zullen uw raad over de uitkomsten van het onderzoek informeren.
-6-