Kostendekkingsplan 2026-2028 's-Hertogenbosch
Tekst van het document
Kostendekkingsplan 2026-2028 Gemeente 's-Hertogenbosch 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
Contactpersoon VERA KUSTERS Adviseur Stedelijk Water en Klimaatadaptatie
M 06 2132 1731 E vera.kusters@arcadis.com
2
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Context
4
1.3
Leeswijzer
4
Actuele doorrekening
5
2.1
Aangepaste afschrijvingstermijnen
5
2.2
Toevoegingen (onderzoeks)kosten
5
2.3
Pilot particulier afkoppelen
6
Kostendekkingsplan 2026-2028
7
3.1
Hoe wordt de rioolheffing bepaald?
7
3.2
Financiële impact van actuele doorrekening
8
Conclusie
9
4.1
Ontwikkeling rioolheffing en advies
9
4.2
Risico’s
9
Bijlagen Bijlage A Uitgangspunten en basisgegevens
10
Bijlage B Kostendekkingsberekening
12
Colofon
16
3
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
In 2022 heeft de gemeente ’s-Hertogenbosch een Plan Water en Riolering (PWR) opgesteld voor de planperiode 2023 tot en met 2028. Hierin is opgenomen dat halverwege de planperiode een actualisatie plaatsvindt van het kostendekkingsplan. Het kostendekkingsplan is de financiële doorrekening van het PWR naar benodigde inkomsten uit de rioolheffing. Voorliggend rapport betreft de actualisatie van het kostendekkingsplan voor de rioolheffing voor de periode 2026 tot en met 2028 (met langjarige doorkijk). We volgen hierbij de beleidslijn van het PWR 2022, maar zorgen wel voor een tussentijdse verbeterslag met een aantal wijzigingen. Hiervoor hebben we het vastgestelde beleid uit het PWR 2022 geëvalueerd en actualiseren we het verwachte verloop van de rioolheffing.
1.2
Context
In de gemeente ’s-Hertogenbosch staat het stedelijk water- en rioolsysteem er goed voor. Het areaal is goed in beeld en van goede kwaliteit. Ook kostentechnisch is het vertrekpunt in 2025 positief. De rioolheffing per eenheid is relatief laag en de voorziening is goed gevuld. De huidige rioolheffing bedraagt € 152,72 per eenheid. Dit betreft het tarief dat voor een groot deel van de inwoners van de gemeente ’s-Hertogenbosch herkenbaar zal zijn. Deze heffingscategorie bestaat uit de eigenarenheffing plus gebruikersheffing voor kleinverbruik. Het saldo van de Tariefsegalisatievoorziening (BBV 44.2) bedraagt per 1 januari 2025 bijna € 4,8 miljoen. Door de goede resultaten kan het huidige beleid, zoals uiteengezet in het PWR, gelijk blijven. De ervaring in recente jaren leert echter dat er een aantal kleine wijzigingen wenselijk zijn, als verbeterslag binnen de huidige beleidskoers. Deze wijzigingen worden in het hoofdstuk 2 nader toegelicht.
1.3
Leeswijzer
Voorliggende rapportage bevat de uitkomsten van de actualisatie en doorrekening van het kostendekkingsplan voor de gemeente ’s-Hertogenbosch voor de periode 2026-2028. Uit de resultaten van de berekening wordt het benodigde verloop van de rioolheffing inzichtelijk voor de korte en lange termijn. De rapportage bevat: • Hoofdstuk 2: Wijzigingen, wat en waarom? • Hoofdstuk 3: Kostendekking • Hoofdstuk 4: Conclusies • Technische bijlage, bestaande uit de uitgangspunten en basisgegevens en de kostendekkingsberekening
4
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
2
Actuele doorrekening
De actualisatie van het kostendekkingsplan vertrekt vanuit de huidige situatie in 2025. Dit is – ten opzichte van de laatste doorrekening van het kostendekkingsplan in 2022 – weer in lijn gebracht met huidig (financieel) beleid, de begroting van 2025 en alle andere, meest actuele (financiële) informatie. Deze huidige situatie betreft nog altijd de voortzetting van het beleid in het PWR. Vanuit deze basis is een geactualiseerde doorrekening gemaakt. De actualisatie betreft tevens een voortzetting van het huidige beleid, maar met een drietal wijzigingen: (1) aangepaste afschrijvingstermijnen, (2) toevoegen van kosten en (3) een pilot particulier afkoppelen. Deze wijzigingen zijn als volgt meegenomen in de doorrekening en dit rapport.
2.1
Aangepaste afschrijvingstermijnen
De afgelopen drie jaar is geconstateerd dat de afschrijvingstermijnen van technische installaties aan de hoge kant is. Met andere woorden, in de praktijk gaan de installaties minder lang mee en zijn eerder aan vervanging toe. Over een langere periode afschrijven dan de technische levensduur is namelijk niet wenselijk. Tegelijkertijd is beter aansluiten bij de kostenontwikkelingen en de snelheid van de techniek wel gewenst. Daarom passen we in deze actualisatie de fiscale afschrijvingstermijnen aan. De aanpassing betreft ten eerste reparaties (van 60 naar 30 jaar afschrijven). Omdat de rioolbuis bij een reparatie blijft liggen, past de reparatie met deze kortere termijn binnen de oorspronkelijke vervangingscyclus van de buis. Ten tweede een aanpassing voor elektromechanische delen van de gemalen (van 15 naar 10 jaar). Voor deze elektromechanische delen van gemalen wordt ook de theoretische levensduur verkort van 25 naar 10 jaar, wat betekent dat er in de beschouwde periode vaker een vervangingsinvestering van gemalen plaatsvindt.
2.2
Toevoegingen (onderzoeks)kosten
Er zijn drie toevoegingen in de onderzoekskosten van de komende jaren. Dit betreft beleidswijzigingen ten opzichte van het huidige PWR. Ten eerste gaat het om het voorsorteren op de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater (eenmalige kostenpost van €25.000 in 2026). In 2024 werd een akkoord bereikt over de herziening van de Richtlijn, die naar verwachting in 2028 van kracht wordt. Ten tweede is het Onderzoek foutaansluitingen toegevoegd (jaarlijkse kostenpost van €72.260 voor bepaalde tijd). In de praktijk is gebleken dat er meer en structureler budget nodig is voor het opsporen van foutaansluitingen. Daarom wordt hier budget voor gereserveerd voor de periode 2026 t/m 2030. Tot slot is de onderzoekpost Herberekening Basis Rioleringsplan (BRP) opgenomen. De vorige berekeningen zijn inmiddels 10 jaar oud en toe aan actualisatie Daarnaast is een model met onderbouwing vereist voor de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Voor de kostenpost Herberekening BRP wordt jaarlijks een bedrag van €125.000 opgenomen voor de periode 2026 t/m 2030.
5
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
2.3
Pilot particulier afkoppelen
In 2024 heeft de gemeente ’s-Hertogenbosch een juridische en financiële verkenning uitgevoerd naar het bekostigen van afkoppelmaatregelen op particulier terrein door de gemeente. Deze kosten worden dan gedekt vanuit de rioolheffing, als directe kostenpost (exploitatie). In aanloop naar het nieuwe PWR wil de gemeente de komende jaren een pilot uitvoeren om ervaring op te doen met het treffen en bekostigen van afkoppelmaatregelen op particulier terrein. Het doel is om 450 woningen voor €750 per woning af te koppelen in de periode 2026 t/m 2028. Dit komt neer op 150 woningen per jaar, met een totale jaarlijkse kostenpost van €112.500. Verdere beleidsmatige overwegingen rondom dit onderwerp worden meegenomen richting het opstellen van het nieuwe beleid (PWR in 2028).
6
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
3
Kostendekkingsplan 2026-2028
3.1
Hoe wordt de rioolheffing bepaald?
Met een kostendekkingsplan berekenen we het verloop van de rioolheffing zodat alle uitgaven worden gedekt. Volgens de Gemeentewet (artikel 229b) mag de rioolheffing niet meer bedragen dan de geraamde lasten. In een kostendekkingsplan gaat het dus om het zoeken naar de juiste balans, waarbij het heffingstarief precies kostendekkend is. Reserveren voor toekomstige vervangingsinvesteringen (door een deel van de inkomsten in een voorziening te leggen) is wel toegestaan. Enkel geld reserveren voor uitbreiding van die voorziening is dat niet.
Uitgaven versus lasten In een kostendekkingsplan onderscheiden we twee soorten uitgaven: directe kosten en investeringsuitgaven. De directe kosten besteedt de gemeente aan activiteiten zoals planvorming, onderzoek, beheer en onderhoud en facilitaire zaken. Deze kosten worden toegeschreven aan het boekjaar waarin ze worden uitgegeven. Investeringsuitgaven bestaan uit vervangings- en verbeteringsmaatregelen (bijvoorbeeld vervanging van rioolbuizen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die veelal tientallen jaren meegaan en vaak worden gekapitaliseerd. Dit betekent dat de uitgave niet “direct” in zijn geheel in het betreffende jaar wordt afgeboekt. In plaats daarvan ontstaan jaarlijkse kapitaallasten (rente en afschrijvingen) over een bepaalde duur. Ook de gemeente ’s-Hertogenbosch kapitaliseert haar investeringen. De rioolheffing wordt bepaald op basis van de totale lasten (niet de totale uitgaven). De inkomsten uit rioolheffing dekken zo de directe kosten, de kapitaallasten uit (oude en nieuwe) investeringen en enkele andere lasten zoals BTW.
Egalisatievoorziening Met de rioolheffing dekken we dus de lasten van de riool- en waterzorg. De lasten zijn echter niet ieder jaar hetzelfde en kunnen gedurende het jaar afwijken van de verwachting ten tijde van het vaststellen van het rioolheffingstarief. Het is niet wenselijk om ieder jaar de rioolheffing aan te passen aan de (werkelijke) lasten. Toch moet de rioolheffing kostendekkend blijven. De gemeente gebruikt daarom een egalisatievoorziening. Dit is een potje dat jaarlijks de verschillen tussen inkomsten en lasten opvangt, zodat het heffingstarief dat niet hoeft te doen. De heffing kan zich hierdoor meer ‘egaal’ ontwikkelen. In jaren met hogere inkomsten dan lasten kan de gemeente via dotaties het egalisatiepotje aanvullen. Vervolgens kan de gemeente in jaren met hogere lasten dan inkomsten het verschil dekken met een onttrekking uit hetzelfde potje. Zo hoeft de gemeente niet ieder jaar de heffing aan te passen en worden incidenteel hoge uitgaven over een langere periode uitgesmeerd. Via een kostendekkingsberekening kan de gemeente inzicht krijgen in de financiële situatie op de lange termijn. Op basis van berekeningen kunnen we bepalen hoe hoog de rioolheffing moet zijn en uit hoeveel geld de egalisatievoorziening moet bestaan om de lasten ieder jaar te dekken, zonder (grote) fluctuaties van de rioolheffing.
Deze egalisatievoorziening staat los van reeds voor projecten gelabeld geld in de begroting en is bedoeld voor een egaal verloop van de rioolheffing.
7
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
3.2
Financiële impact van actuele doorrekening
We maken een doorrekening van het kostendekkingsplan voor een beschouwde periode van 60 jaar. Op basis van het theoretische verwachte lastenpatroon en de ruimte in de egalisatievoorziening, zijn de benodigde totale inkomsten uit de rioolheffing berekend. Het tarief voor de rioolheffing bedraagt in 2025 (startjaar) € 152,72. Dit betreft het tarief per eenheid bestaande uit eigenarenheffing plus gebruikersheffing voor kleinverbruik. Het saldo van de Tariefsegalisatievoorziening (BBV 44.2) bedraagt per 1 januari 2025 bijna € 4,8 miljoen. Voorliggend rapport beschrijft het verloop van de rioolheffing in de huidige situatie en vervolgens de financiële impact van de actuele doorrekening. In de beschrijving ligt de focus op de korte en middellange termijn. Alle resultaten betreffen berekeningen zonder indexaties. In de doorrekening wordt gewacht met het verhogen van de rioolheffing (exclusief indexaties) tot het einde van de planperiode van het huidige PWR. De eerste stijging gaat pas in per 1/1/2029. Hiermee blijven we binnen de lijnen van het huidig PWR met een actueel kostendekkingsplan. Tabel 1 Verwacht heffingsverloop in de periode 2025 t/m 2030. Bedragen op vast prijspeil 2025 (exclusief indexatie) Jaar
Voortzetting huidige situatie
Actuele doorrekening
Heffing per 1/1
Heffing per 1/1
2026 2027
€ 152,72 € 152,72
€ 152,72 € 152,72
2028 2029
€ 152,72 € 152,72
€ 152,72 € 154,46 (+1,14%)
2030 2031
€ 152,72 € 154,33 (+1,06%)
€ 156,23 (+1,14%) € 158,01 (+1,14%)
Bij de voortzetting van de huidige situatie, hoeft de rioolheffing de komende 5 jaar niet te stijgen (er dient jaarlijks wel indexatie plaats te vinden). In deze periode kan de egalisatievoorziening ingezet worden om het verschil tussen de lasten en inkomsten te dekken. Wachten met een stijging van de rioolheffing zorgt er ook voor dat de voorziening niet te hoog oploopt. Op termijn moet wel een stijging worden ingezet om kostendekkend te blijven, de voorziening op peil te houden en het huidige beleid voort te zetten. Het gaat om 1,06% per jaar na 2030 voor een periode van 15 jaar. Dit komt neer op een stijging van gemiddeld €1,74 per eenheid per jaar (exclusief indexatie). Bij de actuele doorrekening inclusief wijzigingen (hoofdstuk 2), kan de rioolheffing de komende 3 jaar gelijk blijven. Hierna moet wel een stijging worden ingezet om het beleid voort te zetten, kostendekkend te blijven, de voorziening op peil te houden en mee te groeien met de stijgende lasten die we de komende jaren voorzien. Vanaf 2029 (dus met ingang van het nieuwe PWR) is een stijging van 1,14% per jaar (exclusief indexatie) voldoende voor een periode 20 jaar. Dit komt neer op een gemiddelde stijging van gemiddeld €1,95 per eenheid per jaar (exclusief indexatie). De voorziening wordt de komende jaren ingezet om het verschil tussen de lasten en de opbrengsten uit de rioolheffing op te vangen.
Hierdoor daalt de voorziening geleidelijk naar €1,5 miljoen. Vervolgens neemt de voorziening weer toe.
8
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
4
Conclusie
4.1
Ontwikkeling rioolheffing en advies
De huidige rioolheffing van de gemeente ’s-Hertogenbosch is kostendekkend. Door een goed gevulde voorziening kan de rioolheffing in de actuele doorrekening de komende drie jaar zelfs gelijk blijven (exclusief indexatie), en blijft het verloop heffing binnen de beleidslijn van het huidige PWR. Vanaf 2029 is het noodzakelijk om de rioolheffing te verhogen om het beleid (met enkele kleine wijzigingen) voort te kunnen zetten, de voorziening op peil te houden en kostendekkend te blijven. We adviseren om het geactualiseerde kostendekkingsplan vast te stellen en een volgende herijking te doen tijdens het opstellen van een nieuw PWR in 2028.
4.2
Risico’s
Het langjarig verloop van de rioolheffing is berekend op basis van de huidige beste inzichten. Bij de interpretatie van de resultaten dient rekening te worden gehouden met (actuele) onzekerheden die de rioolheffing kunnen beïnvloeden. Dat kunnen kostenontwikkelingen zijn, zoals prijsstijging van (bouw)materialen, energiekosten, en toenemende opgaven rondom klimaatadaptatie. Ook andere onvoorziene ontwikkelingen, calamiteiten, strengere regelgeving of bijvoorbeeld wijzigingen in financiële uitgangspunten kunnen het verloop beïnvloeden. Met name een rentewijziging kan een aanzienlijke impact hebben op het verloop van de rioolheffing. Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient de in dit rapport weergegeven rioolheffing telkens te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Jaarlijks wordt, bij het vaststellen van de nieuwe begroting, het te hanteren indexatiepercentage bepaald. Mochten wijzigingen zoals strengere regelgeving, wijzigingen in financiële uitgangspunten of andere (onvoorziene) ontwikkelingen aan de orde zijn, is het verstandig om het kostendekkingsplan tussentijds te actualiseren.
9
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
Bijlage A Uitgangspunten en basisgegevens De geactualiseerde kostendekkingsberekening betreft een voortzetting van het huidige beleid met een drietal wijzigingen zoals toegelicht in hoofdstuk 2. De overige uitgangspunten en basisgegevens die ten grondslag liggen aan dit kostendekkingsplan, zijn gelijk aan de zogeheten “basisvariant”. Dit betreft de huidige situatie, in lijn met huidig (financieel) beleid, de begroting van 2025 en alle andere, meest actuele (financiële) informatie. Onderstaande uitgangspunten en basisgegevens liggen ten grondslag aan de geactualiseerde doorrekening: Rioolheffing: • Het tarief van de rioolheffing bedraag in 2025 (startjaar) € 152,72. Dit betreft een vast bedrag per eenheid bestaande uit eigenarenheffing plus gebruikersheffing voor kleinverbruik. • De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b). • Reserveren voor toekomstige vervangingsinvesteringen - door dotaties aan de reserves en/of (spaar)voorziening is – toegestaan. Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan. • De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie waterhuishouding.
Heffingseenheden: • Het aantal (equivalente) heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2025: 89.414. Dit aantal eenheden is berekend op basis van de totale begrootte inkomsten uit de rioolheffing in 2025 en het bovengenoemde tarief per eenheid in 2025. • Op basis van de woningbouwprognose stijgt dit aantal met gemiddeld 455 eenheden per jaar. We houden tot en met 2034 rekening met deze stijging (in totaal 4.552), wat leidt tot 93.965 eenheden in 2035.
Rente en inflatie: • De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 2%. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast aan het begin van het jaar volgend op de investering. • We rekenen geen rente toe op positieve saldi van reserves of voorzieningen. • Aanname in de kostendekkingsberekening is dat er geen indexatie plaatsvindt. De rekenresultaten in dit rapport zijn gepresenteerd op vast prijspeil, exclusief indexatie. Als gevolg van inflatie dient de rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd.
BTW •
10
Jaarlijks belasten we 11,11% BTW door aan de rioolheffing, op basis van directe exploitatiekosten en kapitaallasten (afschrijvingen en rente).
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
Voorziening • Het saldo van de Tariefegalisatievoorziening (BBV 44.2) bedraagt per 1 januari 2025: € 4.765.120. • Het saldo van de voorziening(en) mag gedurende de gehele beschouwde periode (60 jaar) niet negatief zijn. • Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot.
Investeringen • De (cyclische) vervangingsinvesteringen zijn bepaald op basis van aanleg- en renovatiejaren vanuit het beheerbestand en de technische levensduur van de verschillende assets. Voor de korte termijn investeringen is ook rekening gehouden met de verwachtte projectprogrammering. • De onderliggende kostenkengetallen zijn een combinatie van de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED en de eigen kostenkengetallen van de gemeente op basis van praktijkervaring. • We activeren alle investeringen en hanteren hierbij de volgende fiscale afschrijvingstermijnen: o Vervangen vrijvervalriolering: 60 jaar o Gemalen bouwkundig: 60 jaar o Gemalen E/M: 10 jaar o Drukriolering, bouwkundig: 60 jaar o Drukriolering E/M: 15 jaar o IBA”s: 15 jaar o Randvoorziening E/M: 60 jaar o Reparaties: 30 jaar o Meetopstelling: 5 jaar • De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering.
11
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
Bijlage B Kostendekkingsberekening De uitgangspunten (Bijlage A), voorziene planmaatregelen en jaarlijkse werkzaamheden leiden tot het uitgavenpatroon in het kostendekkingsplan. In de aankomende planperiode (met doorkijk t/m 2084) activeren we al onze investeringen. De geactiveerde investeringen leiden tot een boekwaarde. Uit de boekwaarde volgen kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) voor een bepaalde duur. Bovendien leiden de resterende boekwaarden van in het verleden geactiveerde investeringen in de beschouwde periode nog tot kapitaallasten. Het gecombineerde boekwaardeverloop is weergegeven in Figuur 1.
bedrag in miljoen euro
300,0 250,0 200,0 150,0 100,0 50,0
Oude kap.last - boekwaarde
2080
2075
2070
2065
2060
2055
2050
2045
2040
2035
2030
2025
0,0
Nieuwe kap.last - boekwaarde
Figuur 1 Boekwaarden (rest)investeringen in de periode 2025 t/m 2084 voor de actuele doorrekening. Bedragen op vast prijspeil 2025 (exclusief indexatie)
De uitgaven en het boekwaardeverloop in Figuur 1, leiden tot het lastenpatroon zoals weergegeven in Figuur 2. Hierin zijn ook de benodigde totale baten weergegeven van de actuele doorrekening
12
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
bedrag in miljoen euro
25,0 20,0 15,0 10,0 5,0
Directe kosten Oude kapitaallasten
Overhead Nieuwe kapitaallasten
2080
2075
2070
2065
2060
2055
2050
2045
2040
2035
2030
2025
0,0
BTW Inkomsten
Figuur 2 Lastenpatroon versus inkomsten in de periode 2025 t/m 2084 voor de actuele doorrekening. Bedragen op vast prijspeil 2025 (exclusief indexatie)
De benodigde totale baten zijn in Figuur 3 vertaald naar de benodigde rioolheffing per eenheid. Zowel de voortzetting van het huidige beleid als de actuele doorrekening zijn hier weergegeven. Tabel 2 geeft de heffingsontwikkeling in voor de periode 2025 t/m 2031 weer in getallen (exclusief indexatie). De omrekening van totale inkomsten naar heffing per eenheid betreft het basistarief zoals toegelicht in Bijlage A.
13
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
Rioolheffing per eenheid (per 1/1) € 260,00
€ 240,00
€ 220,00
€ 200,00
€ 180,00
€ 160,00
Voortzetting huidig beleid
2083
2081
2079
2077
2075
2073
2071
2069
2067
2065
2063
2061
2059
2057
2055
2053
2051
2049
2047
2045
2043
2041
2039
2037
2035
2033
2031
2029
2027
2025
€ 140,00
Actuele doorrekening
Figuur 3 Verwacht heffingsverloop in de periode 2025 t/m 2084 bij voortzetting huidig beleid en de actuele doorrekening. Bedragen op vast prijspeil 2025 (exclusief indexatie)
Tabel 2 Verwacht heffingsverloop in de periode 2025 t/m 2030 bij voortzetting huidig beleid en de actuele doorrekening. Bedragen op vast prijspeil 2025 (exclusief indexatie) Voortzetting huidige situatie Actuele doorrekening Jaar 2026 2027
Heffingseenheden 89.790 90.315
2028 2029
90.815 91.265
2030 2031
91.715 92.165
14
Benodigde inkomsten € 13.712.797 € 13.792.975 € 13.869.335 € 13.938.059 € 14.006.783 € 14.224.319
Heffing per 1/1 € 152,72 € 152,72 € 152,72 € 152,72 € 152,72 € 154,33 (+1,06%)
Benodigde inkomsten € 13.712.797 € 13.792.975 € 13.869.335 € 14.097.160 € 14.328.379 € 14.563.039
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
Heffing per 1/1 € 152,72 € 152,72 € 152,72 € 154,46 (+1,14%) € 156,23 (+1,14%) € 158,01 (+1,14%)
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
In het bepalen van de hoogte van de benodigde inkomsten (verloop van de heffing) is een evenwicht gezocht tussen het zo goed mogelijk aansluiten bij het lastenpatroon enerzijds, en het niet laten schommelen van het tarief anderzijds. Ter bevordering van de lastenegalisatie worden verschillen tussen totale baten en lasten verwerkt op de Egalisatievoorziening Riool (art. 44.2 BBV). Daarbij is de wettelijke regel in acht genomen dat het saldo in die voorziening in geen enkel jaar negatief mag zijn. Ook is voor deze berekening het uitgangspunt gehanteerd dat de voorziening boven de € 1,5 miljoen blijft. Het verwacht saldoverloop van de egalisatievoorziening is weergegeven in Figuur 4. Daarin staan zijn zowel het saldoverloop van bij voortzetting van huidig beleid als de actuele doorrekening weergegeven.
€ 6.000.000 € 5.000.000 € 4.000.000 € 3.000.000 € 2.000.000 € 1.000.000
Voortzetting huidig beleid
2083
2081
2079
2077
2075
2073
2071
2069
2067
2065
2063
2061
2059
2057
2055
2053
2051
2049
2047
2045
2043
2041
2039
2037
2035
2033
2031
2029
2027
2025
€-
Actuele doorrekening
Figuur 4 Verwacht saldoverloop van de egalisatievoorziening in de periode 2025 t/m 2084 bij voortzetting huidig beleid en de actuele doorrekening. Bedragen op vast prijspeil 2025 (exclusief indexatie)
15
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal
KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
Colofon KOSTENDEKKINGSPLAN 2026-2028
KLANT Gemeente 's-Hertogenbosch AUTEUR Yannick Moll PROJECTNUMMER 30263371 ONZE REFERENTIE A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 DATUM 8 mei 2025 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR Vera Kusters Adviseur Stedelijk Water en Klimaatadaptatie
www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life 16
Onze referentie: A7CMYXVJRPX6-559536671-108:02 - Datum: 8 mei 2025 - Internal