CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

IV De hondenbelasting herzien

Gemeenteraad 30 januari 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Initiatiefvoorstel De hondenbelasting herzien1.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “griffie”: 25

DE HONDENBELASTING HERZIEN Initiatiefvoorstel om de hondenbelasting niet meer in te zetten als algemeen dekkingsmiddel 1.

Samenvatting

De gemeente ’s-Hertogenbosch behoort tot een steeds kleiner wordende groep Nederlandse gemeenten die nog hondenbelasting heft en de opbrengsten laat terugvloeien in de algemene middelen. Wij stellen voor om de opbrengsten van de hondenbelasting met ingang van 2025 uitsluitend aan te wenden voor de kosten die de gemeente moet maken voor de uitvoering van het gemeentelijk hondenbeleid en de tarieven kostendekkend te maken. De hondenbelasting wordt daarmee omgezet naar een doelbelasting. Het tekort dat hierdoor ontstaat in de begroting willen we opvangen met een lichte verhoging (circa 1%) van de onroerende zaak belasting. 2.

Wat is hondenbelasting?

Hondenbelasting is een lokale belasting die gemeenten, volgens de Gemeentewet, mogen heffen op het bezit van honden. Deze belasting werd ooit ingevoerd om de overlast van met name van zwerfhonden te beperken en om de verspreiding van hondsdolheid tegen te gaan. Daarnaast zag de overheid er - in de tijd dat de hondenkar als transportmiddel werd gebruikt - een middel in om transportbelasting te kunnen heffen. Met de invoering van de Gemeentewet in 1851 maakte de hondenbelasting deel uit van het gemeentelijk belastinggebied. In veel gevallen moeten hondeneigenaren jaarlijks een bepaald bedrag betalen voor elke hond die ze bezitten. De hoogte van de hondenbelasting kan variëren van gemeente tot gemeente en wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Sommige gemeenten hanteren differentiatie in de tarieven, afhankelijk van factoren zoals het aantal honden dat een persoon bezit of het al dan niet gesteriliseerd zijn van de hond. Het bijzondere aan de hondenbelasting is dat de opbrengsten voor de gemeenten niet te hoeven worden gebruikt voor de kosten die de gemeente maakt voor de uitvoering van het gemeentelijk hondenbeleid, zoals het opruimen van hondenpoep, het handhaven van regels met betrekking tot honden en het bieden van faciliteiten voor hondenbezitters.

de gemeente mag de opbrengst van de hondenbelasting aanwenden voor allerlei andere zaken: de hondenbelasting is daarmee een algemeen dekkingsmiddel. De opbrengst vloeit rechtstreeks inde algemene middelen en er bestaat geen wettelijke plicht de opbrengst voor een bepaald doel te besteden. 1

3.

De hondenbelasting ter discussie

Er bestaat al geruime tijd discussie over de ratio en de rechtvaardiging van de hondenbelasting. Begin 2015 heeft de Raad voor de Financiële Verhoudingen, in het kader van de herziening van het belastingstelsel en daarmee de verruiming en vereenvoudiging van het gemeentelijk belastinggebied, de Minister van Financiën geadviseerd om de hondenbelasting af te schaffen. Tegelijkertijd zou een ingezetenenbelasting ingevoerd en de OZB verbreed moeten worden. In het verlengde hiervan is in mei 2020 een aantal bouwstenenrapporten voor een beter belastingstelsel aangeboden aan de Tweede Kamer. Eén van de rapporten betrof het Rapport van de werkgroep Herziening gemeentelijk belastinggebied. De werkgroep doet onder meer de suggestie om de hondenbelasting af te schaffen. De bouwstenen voor herziening van het gemeentelijk belastinggebied zijn bedoeld voor het volgende kabinet. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties schrijft in oktober 2021 aan de Tweede Kamer dat het kabinet met de VNG van mening is dat de afschaffing van de hondenbelasting moet worden bezien in een bredere herziening van het lokaal belastinggebied. Zij schrijft dit als reactie op een motie van 10 juni 2021 die is aangenomen in de Tweede Kamer n.a.v. het burgerinitiatief 'Stop Hondenbelasting'.

Parallel aan deze discussie op landelijk niveau kiezen steeds meer gemeenten ervoor om geen hondenbelasting meer te heffen. Gemeenten die hondenbezit nog wel heffen zijn inmiddels in de minderheid. In 60% van de Nederlandse gemeenten wordt deze belasting niet meer geheven. Maar liefst 17% van de gemeenten die in 2022 nog hondenbelasting hief, heeft deze belasting voor 2023 afgeschaft zo blijkt uit cijfers van uit de Atlas van de Lokale Lasten die COELO begin van het jaar presenteerde. 4.

Hondenbelasting in de gemeente ‘s-Hertogenbosch

De gemeente ’s-Hertogenbosch behoort tot de steeds kleiner wordende groep Nederlandse gemeenten die nog hondenbelasting heft en de opbrengsten ervan laat terugvloeien in de algemene middelen. De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Hondenbezitters betalen in 2024: € 102,12 voor de 1e hond, € 153,48 voor de 2e hond en € 205,44 per hond voor de volgende hond(en). De gemeenteraad heeft deze tarieven vastgesteld in de Verordening hondenbelasting 2024. In de begroting voor 2024 is ruim 1,1 miljoen euro aan opbrengsten geraamd. Van dit bedrag wordt circa € 500.000,uitgegeven aan het hondenbeleid, waaronder uitgaven worden toegerekend die betrekking hebben op bijvoorbeeld het reinigen van hondenvoorzieningen, afrasteringen, stortkosten hondenpoep, handhaving en de controle hondenbelasting. Dit betekent dat hondenbezitters per saldo € 600.000,- aan de gemeente betalen voor zaken die niets met het hondenbezit van doen hebben!

2

5.

Alternatieven

Wij vinden het niet rechtvaardig dat hondenbezitters de rekening krijgen gepresenteerd voor kosten die niets met het hondenbezit van doen hebben. Dat een alternatief leidt tot een begrotingstekort vinden wij een onacceptabel argument om de huidige situatie te handhaven! We kunnen niet stellen: “we vinden deze situatie onrechtvaardig” en tegelijkertijd zeggen: “maar we accepteren dit omdat de gemeente anders niet alle uitgaven kan doen die het bestuur voor ogen heeft”. Wij hebben daarom twee alternatieven bezien te weten: a) het afschaffen van de hondenbelasting en b) de hondenbelasting omzetten naar een doelbelasting. Alternatief 1 Omzetten naar een doelbelasting Argumenten om de hondenbelasting om te zetten naar een doelbelasting zijn: − hondenbelasting waarvan de opbrengsten worden aangewend dan voor het gemeentelijke honden beleid is niet rechtvaardig omdat een deel van de inwoners van de gemeente extra bijdraagt aan de algemene middelen; − hondenbezitters maken extra gebruik van de openbare ruimte, en daarom moeten zijn bijdragen aan de financiering van de voorzieningen die specifiek voor hen beschikbaar zijn. Deze kosten kunnen onder meer bestaan uit het opruimen van hondenpoep, het handhaven van regels met betrekking tot honden en het bieden van faciliteiten voor hondenbezitters. Dit kan worden gezien als een vorm van gebruikersbijdrage.

− door hondenbelasting te heffen wordt geprobeerd om het aantal honden onder controle te houden en ongewenste gevolgen, zoals overpopulatie en zwerfhonden, te voorkomen. Wanneer wordt gekozen voor dit alternatief moet de gemeente uitgaven terugdringen of de inkomsten vergroten met een bedrag van € 600.000,-. Alternatief 2 Het afschaffen van de hondenbelasting Zoals in paragraaf 3 gemeld wordt de afschaffing van de hondenbelasting bezien in een bredere herziening van het lokaal belastinggebied. Vooruitlopend op deze herziening kunnen gemeenten ervoor kiezen om uit eigener beweging de hondenbelasting niet te heffen zoals inmiddels 60% van de Nederlandse gemeenten heeft gedaan. Argumenten om de hondenbelasting af te schaffen zijn: − hondenbelasting is niet rechtvaardig omdat een deel van de inwoners van de gemeente extra bijdraagt aan de algemene middelen; − een hond is onderdeel van het gezin (net als een kat, paard of andere huisdieren) en het gezin wordt al belast via de gemeentelijke belastingen; − hondenbelasting is een vorm van willekeur die zorgt voor rechtsongelijkheid: hondeneigenaren worden belast voor hun huisdieren, terwijl andere huisdiereigenaren met bijvoorbeeld katten, vogels of vissen niet worden belast. − faciliteiten zoals hondenveldjes en uitlaatgebieden zijn collectieve voorzieningen, waarvan we de lasten gezamenlijk delen. 3

Wanneer wordt gekozen voor dit alternatief moet de gemeente uitgaven terugdringen of de inkomsten vergroten met een bedrag van € 1.100.000,-. 6.

De alternatieven afgewogen

Wij vinden het niet rechtvaardig dat hondenbezitters de rekening krijgen gepresenteerd voor kosten die niets met het hondenbezit van doen hebben. Wij vinden dan ook dat er een alternatief moet komen. Onze voorkeur gaat daarbij uit naar alternatief 1: van de hondenbelasting een doelbelasting maken. Wij vinden dit gerechtvaardigd omdat hondenbezitters extra gebruik maken van de openbare ruimte. Het is dan ook reëel dat zij bijdragen aan de financiering van de voorzieningen die specifiek voor hen beschikbaar zijn. Deze kosten kunnen onder meer bestaan uit het opruimen van hondenpoep, het handhaven van regels met betrekking tot honden en het bieden van faciliteiten voor hondenbezitters. Alternatief 2 - het afschaffen de hondenbelasting - is wat ons betreft nog een stap te ver, maar vinden wij wel te prefereren boven de huidige situatie. 7.

Financiën

Het omzetten van de hondenbelasting naar een doelbelasting betekent dat de gemeente uitgaven terugdringen of de inkomsten vergroten met een bedrag van € 600.000,-. Wij zien hiervoor verschillende mogelijkheden: a) een verhoging van de opbrengst van de onroerende zaak belasting (OZB) met circa 1 %; b) door te bezuinigen op structurele uitgaven; c) we vragen het college om bij de Voorjaarsnota 2025 met een voorstel te komen om dit gat te dichten. Wij hebben de voorkeur voor optie a. Een kleine groep inwoners draagt nu via de hondenbelasting een flink bedrag extra bij aan voorzieningen voor de hele gemeente. Als die extra bijdrage wegvalt is het logisch om dat op te vangen door allen die gebruik maken van collectieve voorzieningen binnen de gemeentegrenzen iets extra’s bij te laten dragen. Onze voorkeur gaat er dan ook naar uit om de verhoging van de OZB-tarieven te verdelen over zowel de woningen (eigenaren) als de niet woningen (zowel eigenaren als gebruikers). Een doorrekening van de afdeling Belastingen laat zien dat het omzetten naar een doelbelasting tot een tariefstijging zal leiden van gemiddeld 1% voor de verschillende tariefsoorten en dat het volledig afschaffen van de hondenbelasting zal leiden tot een tariefstijging van gemiddeld 2%.

Natuurlijk is het ook mogelijk om het wegvallen van inkomsten op te vangen door in de voorzieningen te snijden, omdat anders de lokale lasten te hoog zouden worden. Dat is alleen niet erg logisch. Het huidige bedrag dat hondenbezitters extra aan de algemene middelen bijdragen vinden we al jaar en dag acceptabel. Het is dan lastig om in te zien waarom het kostendekkend maken van de hondenbelasting, niet acceptabel zou zijn en zou moeten leiden tot bezuinigingen. 4

Besluit van de raad De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch, gezien het initiatiefvoorstel van gewoon ge-DREVEN van 12 december 2023 besluit: 1. dat de opbrengsten van de hondenbelasting met ingang van 2025 uitsluitend worden aangewend voor de kosten die de gemeente moet maken voor de uitvoering van het gemeentelijk hondenbeleid 2. de financiële gevolgen op te vangen via de onroerende-zaak belasting 3. het college te vragen om de betreffende belastingverordeningen 2025 binnen deze kaders voor te bereiden.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch van 30 januari 2024 De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch, De griffier,

De voorzitter,

drs. W.G. Amesz

drs. J.M.L.N. Mikkers

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13615848/1