Interpellatieverzoek LH–DBG-SP-PvdD-PVV–GG - gewijzigd
Tekst van het document
Geachte voorzitter van de gemeenteraad, collega’s, Met dit schrijven geven onderstaande fracties een toelichting op het 29 september ingediende verzoek tot interpellatie. Inmiddels heeft u gehoor gegeven aan het verzoek en is de extra raadsvergadering vastgesteld op 24 oktober as. Het afgelopen jaar zijn we geconfronteerd met de werkelijkheid dat er bij onderdelen binnen de gemeentelijke organisatie sprake is van onveilige arbeidsomstandigheden en werkklimaat. Niet het college, maar het Brabants Dagblad verstrekte ons de nodige informatie en inzicht in de precaire dossiers: om te beginnen met het artikel “Sociale misstanden” bij WeenerXL. Door hetzelfde Brabants Dagblad is vervolgens een Woo-verzoek gedaan naar stukken die betrekking hebben op sociale en fysieke veiligheid binnen de gemeentelijke organisatie. Deze stukken zijn ook aan de raadsleden ter beschikking gesteld. Uit de stukken komen een aantal casussen naar voren waarin de fysieke en sociale veiligheid van medewerkers ernstig in het geding zijn geweest en is het ook niet uit te sluiten dat ook gebruikers van gemeentelijke faciliteiten risico hebben gelopen omdat procedures/protocollen niet bekend waren of niet nageleefd werden.
Wij maken ons - net als u - ernstig zorgen over de gegroeide onveiligheidsituaties in de dagelijks praktijk, het zijn medewerkers die hier mee geconfronteerd werden en de dupe van zijn geworden. Onze zorgen gaan ook over de bedrijfscultuur waarbinnen deze onveiligheidssituaties konden gedijen. In de Woo-stukken komen we de brief van 1 juni 2023, tegen van de Groeps Ondernemingsraad (de GOR) aan de gemeentesecretaris met de volgende passage: “Sociale (on)veiligheid Medewerkers en onafhankelijke, interne deskundigen die bijdragen aan het optimaliseren van het arbobeleid melden zich bij de medezeggenschap met het gevoel aangewezen te worden als nestbevuiler. Zij voelen zich actief ontmoedigd in de uitoefening van hun functie bij het bespreekbaar maken van risico’s en veiligheidsrapporten en of worden verzocht om advies en verslagen aan te passen met het doel de boodschap acceptabel(er) te krijgen of zaken niet groter te maken. Het zich geïntimideerd voelen horen wij daarbij over tafel komen. Gebleken is dat (ook) de (G)OR(-leden) ten aanzien van dit onderwerp in management overleggen openlijk in diskrediet worden gebracht en de inhoudelijke bijdrage aangaande dit thema in twijfel wordt getrokken. Dit is zeer kwalijk. Het is ook een verlies aan elegantie hoe wij met elkaar omgaan. Bovenal ondermijnt dit het gevoel van urgentie bij de actiehouders.
Wij worden bevestigd in deze zorgen door een onafhankelijke consultant van Kader Group die expliciet zijn zorgen uit over de ervaren sociale onveiligheid door medewerkers aangaande een buitenlocatie. Wij stellen vast dat de sociale veiligheid om van mening te kunnen verschillen op het gebied van arbeidsomstandigheden de afgelopen maanden verder onder druk is komen te staan. Hierdoor ontstaat het risico dat de energie niet meer uitgaat naar preventieve acties, maar naar discussies over het beperken van reputatieschade. Als organisatie dienen wij juist in verbinding te blijven en samen te blijven twijfelen hoe het beter kan en tegenspraak te organiseren.” Het is vierenhalve maand geleden dat deze brief tot ons kwam, inmiddels hebben we daarna meerdere stukken ontvangen handelend over de (re)-organisatieontwikkeling inclusief een noodzakelijk cultuurverandering. Voordat we deze stukken en de inhoud kunnen duiden en kwalificeren is voor ons de vraag aan de orde: hoe is het mogelijk geweest dat de onveilige werksituaties zich onder onze 1
verantwoordelijkheid hebben kunnen ontwikkelen? Hoe heeft de veiligheid voor en van onze medewerkers ons zo kunnen ontglippen? En is de veiligheid van inwoners die gebruikmaken van faciliteiten van de gemeente hierbij niet in het geding geweest?
We kennen inmiddels verschillende dossiers over veiligheid, integriteit en werkomstandigheden: • • • •
WeenerXL Onze gemeentelijke (openbare) gebouwen, zoals de Schutskamp Afvalstoffendienst Het dossier Wethouder Kahya
Uit de Woo-stukken blijkt dat het in alle gevallen om langer lopende zaken en discussies gaat. In de jaarstukken (jaarverslagen/jaarrekeningen) over 2020, 2021 en 2022 hebben we er echter niets over terug kunnen vinden. Dat brengt ons bij de vraag of het dagelijkse bestuur wel op de hoogte was wat over het groeiende onveiligheidsvraagstuk binnen de gemeentelijke organisatie. Aan de hand van de casus Afvalstoffendienst willen we daar meer inzicht op krijgen. Bij de Afvalstoffendienst kwam alles tezamen: • het niet in control zijn van de fysieke veiligheid • oplopende sociale onveiligheid • het publiek communiceren over de veiligheidsproblematiek
Vragen: 1. Kan het college aangeven: a. Wanneer zij op de hoogte is gebracht van het bedrijfsongeluk, met blijvende invaliditeit bij de Afvalstoffendienst, in juni 2020? b. Wanneer zij op de hoogte gebracht is van de aanbevelingen/aanwijzingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie naar aanleiding van het bedrijfsongeluk in 2020? c. Wanneer zij op de hoogte is gebracht van het bezoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie op 7 juli 2022 aan de gemeentesecretaris, waar aan de orde werd gesteld dat er geen opvolging was gegeven door de gemeente aan Rijksarbeidsinspectie aanbevelingen? d. Waarom voor het eerst in december 2022, n.a.v. het stilleggen van de Afvalstoffendienst door de Nederlandse Arbeidsinspectie, de gemeenteraad is geïnformeerd over de fysieke onveiligheid bij de Afvalstoffendienst? Waarom is de gemeenteraad hier niet eerder over geïnformeerd? e. Wanneer zij op de op de hoogte is gebracht van de sociale onveiligheid respectievelijk oplopende spanningen tussen de melders van onveilige situaties, de Ondernemingsraad en het management van Stadsbedrijven? f. Hoe het mogelijk is dat de gemeenteraad niet geïnformeerd is over de onveiligheidproblematiek bij de Afvalstoffendienst, in de jaren 2020, 2021 en 2022 en de interventies van de Nederlandse Arbeidsinspectie in die jaren? g.
Hoe zij de tijdigheid en volledigheid van de informatievoorziening vanuit de ambtelijke organisatie aan het college en vanuit het college aan de raad over de gemeentelijke organisatie ten aanzien van veiligheid en werkomstandigheden beoordeelt?
2
Kwestie Kahya Bij de beantwoording van de vragen door het college in haar brief van 20 september wordt ook ingegaan op de kwestie rond de wethouder. Vanaf zomer 2021 waren er signalen over een moeizame samenwerking tussen voormalig wethouder Kahya en een aantal ambtenaren. Er zijn afspraken gemaakt over coaching waar ook de burgemeester bij betrokken is. Uit de overgelegde info, de Woo-stukken en de beantwoording van vragen door het college is niet meer te achterhalen wat er precies speelde en ook dhr. Kahya heeft niet meer de mogelijkheid om zijn kant van het verhaal uit de doeken te doen. Wel zegt het college in een extra raadsinformatiebulletin van 2 september 2023 dat “de signalen over deze bestuurder over zijn manier van communiceren bij ons (college) bekend zijn.” Vragen: h. Wanneer was de burgemeester voor het eerst op de hoogte van signalen over vermeend grensoverschrijdend gedrag van voormalig wethouder Kahya? i. Wat heeft de burgemeester (als hoeder van de integriteit) gedaan met deze signalen? Bij de herbenoeming van de voormalig wethouder is vanuit de commissie Geloofsbrieven expliciet aandacht gevraagd over signalen betreffende dhr. Kahya zijn gedrag. Navraag van de griffier bij de gemeentesecretaris leverde echter op dat er geen concrete aanwijzingen waren over ongewenst gedrag van de toenmalig wethouder.
Uit de beantwoording van het college van de eerder gestelde technische vragen lijkt het er op dat er toen wel al van alles aan de hand was, incluis concrete werkafspraken wie wel of niet aanzaten bij de wethouder. Vragen: j.
Waarom is de op dat moment bekende informatie, waaronder werkafspraken over wie wel of niet zouden aanzitten bij de wethouder, niet ingebracht in het traject van de herbenoeming van toenmalig wethouder Kahya? k. Gesteld wordt dat: “gezien de aard van de signalen is de raad niet geïnformeerd”. Kan de burgemeester de “aard” van de signalen en zijn afweging in deze nader toelichten? Paul Kagie – Leefbaar ’s-Hertogenbosch Will Hoeben – De Bossche Groenen Bram Rovers – SP Eileen Samshuijzen – Partij voor de Dieren Alexander van Hattem – Partij voor de Vrijheid Sjef van Creij – gewoon Gedreven
3
Bijlage 1 Korte samenvatting van de casussen Onderstaand een korte samenvatting van de verschillende casussen. Casus Afvalstoffendienst In juni 2020 vindt er een bedrijfsongeval met letsel plaats bij de Afvalstoffendienst. De arbeidsinspectie geeft een boete en constateert dat er zaken rond de veiligheid van werknemers niet op orde zijn. Twee jaar later constateert de arbeidsinspectie in een brief van 11 juli 2022 dat “de risico's bij de Afvalstoffendienst 's- Hertogenbosch, die in 2020 tot het ongeval geleid hebben, niet of nauwelijks zijn tegengegaan”. De arbeidsinspectie stelt een deadline voor verbetermaatregelen die niet wordt gehaald. Uit OR verslagen blijkt dat een arbomedewerker die ingrijpt bij een onveilige situatie door de directeur Stadsbedrijven op zijn vingers wordt getikt. Tevens blijkt uit het OR-verslag dat het externe bureau dat wordt ingehuurd geschokt is dat door het grote aantal incidenten met letsel (in 2021 vijfendertig). De OR Stadsbedrijven constateert in een brief van 2 december 2022 “dat het leidinggevend kader van de Afvalstoffendienst zich nog steeds eerder zorgen maakt om de productie dan over de ernst van de situatie” en dat binnen de sector Stadsbedrijven “zowel medewerkers als de preventiemedewerker aangeven zich niet gehoord te voelen indien zij een veiligheidsrisico melden”.
Op 7 december 2022 voert de arbeidsinspectie naar aanleiding van een nieuw bedrijfsongeval een hercontrole uit en geeft een bevel tot (gedeeltelijke) stillegging van de werkzaamheden. De stilleging wordt opgeheven op 27 januari 2023. Aan de raad wordt door het college alleen het gedeeltelijk stilleggen van de afvalstoffendienst op 7 december 2022 gemeld. In de brief staat niets over de eerdere brief van de arbeidsinspectie van 11 juli 2022 en de constatering dat de zaken niet op orde zijn. Ook wordt de suggestie gewekt dat er sprake is van het twee ongevallen in twee jaar tijd in plaats terwijl het er toch sterk op lijkt dat het er veel meer zijn geweest gelet op de aantallen uit het OR-verslag en dat ook nog eens gebleken is dat veel ongevallen in die periode niet geregistreerd zijn.
Veiligheid publieke gebouwen 9 februari 2023 vindt er een brand plaats in sporthal de Schutskamp. Na de brand constateert de arbomedewerker in een rapport van 19 april 2023 dat beheerders niet goed weten wat ze moeten doen bij een calamiteit, het noodplan verouderd is en dat noodverlichting, brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallaties niet op de juiste wijze worden beheerd, gecontroleerd en onderhouden. Er ontstaat een discussie tussen de afdeling Sport en Recreatie en de arbomedewerker over de precieze feiten en welke conclusies je daaruit kan trekken. Uit de stukken komt niet naar voren dat op een hoger niveau toegewerkt wordt naar een gemeenschappelijk beeld en conclusie. In de stukken zitten daarnaast meerdere signalen dat medewerkers zich ook bij andere gebouwen zorgen maken over de veiligheid van publieke gebouwen. Een beheerder van een sporthal meldt in november 2022 dat er in 8 jaar één keer een brandoefening heeft plaatsgevonden en spreekt uit: “Hopelijk wordt deze mail vanuit mij niet weer als kritiek gezien”. In mei 2023 wordt gemeld dat medewerkers van een sporthal vertellen dat “zij bij brand niet op de hoogte zijn van wat zij moeten doen". De medewerkers geven aan dat er geen calamiteitenplan aanwezig is op de locatie en dat de inhoud hiervan bij hen niet bekend is. Ook is bij hen niet bekend wie de BMI (brandmeldinstallatie)-beheerder is.
De medewerkers vertelden me dat het onderhoud aan de BMI zoals voorgeschreven is niet wordt uitgevoerd.”
4
Over BBS de Hambaken schrijft op 25 mei 2023 een extern adviseur: “Ik heb zorgen over locatie Hambaken. Er komen in de RI&E behoorlijk wat zaken aan het licht waarvan ik denk: hoezo is hier nooit wat aan gedaan? Veiligheid en gezondheid zijn altijd belangrijk, echter gaat het hier om een locatie waar kwetsbare groepen aanwezig zijn. Extra veel prioriteit dus. Ik ga het Plan van Aanpak activeren zodra ik de laatste input heb verwerkt (uiterlijk eind volgende week). Mijn dringende verzoek is om per direct kennis te nemen van dit plan. Dit kan via het Arbo Management Systeem (AMS). …..heeft al toegang. ……. ik wil met jou nog een korte instructie plannen zodat jij zo meteen ook toegang hebt. Ik heb begrepen dat men binnen de gemeente gewend is 'de lijn' te volgen voor wat betreft het escaleren wanneer geen actie wordt ondernomen bij het melden van onveilige situaties. Medewerkers hebben het gevoel dat er niets gebeurt met constateringen en ik krijg sterk de indruk dat zij bang zijn om deze lijn te volgen, door eventuele consequenties. Jullie mogen dit zelf invullen.” Pas als de er een krantenartikel is verschenen op 1 juli 2023, wordt de raad op 3 juli door het college geïnformeerd over het rapport van de brand in sporthal de Schutskamp en de conclusies die daarin staan.
Wethouder Kahya In de Woo-stukken zit een mail van 20 juni 2023 waarin een onbekende afzender meldt dat er signalen zijn over een wethouder: • Medewerkers zouden gekleineerd worden; • medewerkers zouden genegeerd worden; • er wordt tegen medewerkers geschreeuwd. Op basis van de betrokken afdeling kan worden opgemaakt dat het hier gaat om voormalig wethouder Kahya. Wat opvalt is dat er verder heel weinig informatie beschikbaar is over het concrete gedrag van de toenmalig wethouder. Er is eigenlijk veel van horen zeggen en bijna geen ervaringen uit eerste hand. In de Woo-stukken zit nog een ander stuk dat betrekking heeft op voormalig wethouder Kahya, maar dat gaat meer over het functioneren dan over gedrag. In een extra raadsinformatiebulletin van 2 september 2023 staat weliswaar dat “de signalen over deze bestuurder over zijn manier van communiceren bij ons (college) bekend zijn.”, maar nergens wordt duidelijk wat die signalen dan zijn, hoe lang ze er al zijn en hoeveel het er zijn. Ook de beantwoording van de door de raad gestelde vragen biedt die duidelijkheid niet. Volgens de antwoorden is er sprake van twee coaching trajecten, waarvan één in de eerste periode van de toenmalig wethouder. Nergens staat echter rechtsreeks dat de trajecten te maken hebben met het gedrag van dhr. Kahya.
Voor het eerste traject staat er dat er vanaf zomer 2021 “signalen van op momenten een moeizame samenwerking tussen een aantal ambtenaren en de wethouder” waren. Dat kan van alles betekenen en hoeft niet persé te wijzen op grensoverschrijdend gedrag. De coaching was gericht “op stijlverschillen tussen bestuurders en organisatie, en om die bespreekbaar te maken en aan te pakken”. Ook bij de tweede coaching gaat het volgens het college om een samenwerking die niet goed verloopt Het college meldt verder dat er weinig/geen harde informatie is. Van de informatie die er wel is blijft het echter ook vaag wat die nu precies inhoudt. Er is in 2023 een melding gedaan over de toenmalig wethouder, maar daarover meldt het college alleen dat die er is, niet wat de inhoud van de melding is. Hetzelfde geldt voor de exitgesprekken. Het college geeft aan dat “In die gevallen dat er sprake is van een negatieve keuze, is dat in enkele gevallen in deze en de vorige bestuursperiode terug te voeren op gedragingen van bestuurders. In die context is wethouder Kâhya enkele keren onderwerp van gesprek geweest in de
5
exitgesprekken.“. Ook hier geen duidelijkheid over de welke gedragingen dan aanleiding zijn voor vertrek van medewerkers. Tegelijkertijd doen geruchten over ongewenst gedrag van de toenmalig wethouder al veel langer de ronde. Bij de herbenoeming van de toenmalig wethouder is daar vanuit de raad expliciet aandacht voor gevraagd. Navraag van de griffier bij de gemeentesecretaris leverde echter op dat er geen concrete aanwijzingen waren voor ongewenst gedrag van dhr. Kahya. Uit de informatie blijkt niet of er op enig moment door college, burgemeester of ambtelijke top een poging is gedaan om te achterhalen wat er precies aan de hand is. Het ontbreken van meldingen en klachten kan er op wijzen dat er weinig aan de hand is, maar natuurlijk ook dat de werksituatie als zo onveilig wordt beschouwd en mensen niet naar voren durven te komen. De raad wordt pas geïnformeerd over de problemen op het moment dat er op 2 september 2023 een artikel in het Brabants Dagblad is verschenen over het gedrag van de toenmalig wethouder. Weener XL Hier is in een eerder stadium al uitgebreid over gesproken. Kort samengevat: er zijn al lang signalen dat er onvrede is op de werkvloer over de manier van aansturen van medewerkers en de bejegening van medewerkers. Vanuit het management zijn deze signalen steeds ontkend.
Op 14 september 2022 komt er een brief bij de gemeente binnen met een aantal gedetailleerde beschuldigingen. Twee medewerkers van de afdeling personeelszaken worden ingeschakeld om een, in de woorden van de gemeente, uitgebreid onderzoek te doen. Op 23 september stuurt de gemeentesecretaris een brief aan de fractievoorzitters waarin hij meldt dat uit het onderzoek blijkt dat er weinig aan de hand is. Na een aantal artikelen in het Brabants Dagblad komt de zaak echter in een stroomversnelling en ziet de gemeente zich genoodzaakt om een extern onderzoek uit te laten voeren. Er blijkt uit de rapportage in ieder geval op de afdeling schone ruimte sprake van “problemen als het gaat om sociale veiligheid die aangepakt moeten worden.”. Na publicatie van het rapport schrijft een van de werkleiders op 31 maart 2023 een brief aan wethouder Van der Sloot, waarin de briefschrijver aangeeft dat inkomsten en productie bij WeenerXL boven het welzijn en de ontwikkelmogelijkheden van werknemers staan. Ook geeft hij aan dat twee werkleiders die op durven komen voor de belangen van de medewerkers worden geïntimideerd en zich ziek hebben gemeld.
6