CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

I&O 20 september 2021 -Dhr. J. Stohr - Uitgebreid bezwaarschrift Verklaring van geen bedenkingen Oude Apotheek-Regentenhuis - Bewoners Gasthuisstraat en omgeving

Commissie OMGEVING 28 september 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Ruimtelijke onderbouwing Oude Apotheek, Regentenhuis en kavel 2 Gasthuiskwartier3.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgebreide inspraak reactie, aan de raad uitgereikt op 20 september 2021 Bewoners van het gebied Gasthuisstraat - Korte Waterstraat - Zusters van Trierstraat - Achter het Vuurstaal

Geachte raad van de gemeente ’s-Hertogenbosch Het college van Burgemeester en Wethouders vraagt u om geen bezwaar te hebben tegen het project Oude apotheek, Regentenhuis en Kavel 2 Gasthuiskwartier en dat daarom een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5 lid 1 Besluit omgevingsrecht niet is vereist. Wij, bewoners/huiseigenaren in de directe omgeving van dit project, doen een dringend beroep op u om het gevraagde besluit NIET te nemen, omdat het college het voorstel baseert op argumenten die overwegend niet correct zijn of onvolledig. Het voorliggende besluit voldoet daarmee niet aan het criterium “een goede ruimtelijke ordening” waarmee onder meer wordt beoogd een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen. Het voldoet niet aan het zorgvuldigheidsbeginsel, niet aan het evenredigheidsbeginsel en niet aan het motiveringsbeginsel uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Samengevat komt ons bezwaar tegen het collegevoorstel neer op: 1. Het college geeft in het voorstel niet aan dat het een horeca 5 ontwikkeling betreft. 2. De functie horeca is in strijd met het door u vastgestelde Ruimtelijk Functioneel Kader GZG (RFK). 3. In de directe omgeving van het projectgebied is reeds veel reuring. Horeca is dus niet nodig voor reuring ten behoeve van de beleving van het gebied, want die reuring is er al. 4.

Het RFK is bedoeld als structurerend kader voor mogelijke ontwikkelingen en niet als vrijbrief voor ontwikkelwensen. 5. Het RFK zegt niets over versterken van de diversiteit aan horeca- en hotelfuncties. 6. Het beleid in de Horecavisie wijkt niet af van het RFK. (Uitspraak van de wethouder bij de behandeling van de horecavisie in de raad). 7. Horeca is in strijd met het Economisch Perspectief Brede Binnenstad dat als uitgangspunt voor dit gebied het consolideren van de bestaande kwaliteit hanteert. 8. Tijdens de Omgevingsdialoog heeft de ontwikkelaar meermaals aangegeven dat hij liever volledig woningbouw wil, maar dat hij onder druk van het college voor horeca moet kiezen. We zullen deze punten toelichten aan de hand van de door het college in het Raadsvoorstel aangedragen argumenten, waarbij onze bezwaren steeds in cursief zijn weergegeven. 1. Argument college: Het Regentenhuis wordt herontwikkeld met horeca in de vorm van een restaurant, daghoreca en/of een café, met een verbinding met de Oude Apotheek met ondersteunende ruimten voor de horeca en aansluitend aan het pand ruimte voor terras.

Ons bezwaar: Het college vermeldt hierbij niet dat het een horeca 5 bestemming betreft, de zwaarste “reguliere” horeca categorie uit uw Horecavisie (citaat): “Categorie 5, Café en bars: Een horecabedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het in de avond en nacht verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en het gelegenheid bieden voor dansen, als dan niet als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden. Hinder te verwachten door muziek en komen en gaan van bezoekers.” Als eenmaal een horecabestemming 5 is toegekend betekent dat in de toekomst recht op ongecontroleerde horeca activiteiten. Van een leuk iets dat bijdraagt aan de sfeer, tot een ski-hut gericht op vrijgezellen feesten, of een jeugdkroeg zoals voorheen Ma Oetel. Toestaan van horeca is een structurele ontwikkeling die in het voorstel wordt afgedaan als iets kleinschalig, een onschuldige activiteit die interessant is voor het gebied. In de hele onderbouwing wordt nergens 1

ingegaan op de neveneffecten van horeca voor de omwonenden, mede in relatie tot de ruimtelijk akoestiek die op deze locatie als een klankkast werkt. Daarbij gaat het niet om de bouwkundig te nemen maatregelen op pandniveau, maar juist om het totale gebruik dat impliciet met horeca samengaat. Inclusief het komen en gaan van groepen mensen tot diep in de nacht. Met elkaar kletsende en brallende rokers die ook na terrastijden buiten staan. Muziek, niet alleen tijdens openingstijden, maar ook in het aansluitende uur als wordt opgeruimd etc. De ontwikkelaar zegt dat de exploitant gaat zorgen dat dat meevalt. Maar de ontwikkelaar heeft geen enkele regie op en verantwoordelijkheid voor de overlast. Want die ontstaat pas als hij het pand verkocht of verhuurt heeft aan een exploitant. Sterker nog, in het verslag van de Omgevingsdialoog geeft hij aan dat er nog geen exploitant is! In praktijk moeten wij, bewoners, handhaving afdwingen via klachten. Want zonder klachten van bewoners is er geen handhaving. Handhaving die trouwens alleen op werkdagen tot 12 uur ’s-nachts gebeld kan worden. Dus niet in de echte overlasturen en in niet in het weekend. Met dit besluit creëert u dus bewust en willens en wetens extra overlast waar omwonenden de dupe van worden.

En dat alleen uit financieel belang van een initiatiefnemer die na realisatie de boel verkoopt en er geen verantwoordelijkheid meer voor heeft. Horeca toestaan op deze locatie voldoet daarom op geen enkele wijze aan de criteria van een “goede ruimtelijke ordening”. 2. Argument college: Het bouwplan past grotendeels in het door uw raad in 2014 vastgestelde Ruimtelijk en functioneel kader GZG (hierna: RFK). De Oude apotheek en het Regentenhuis kunnen volgens het RFK uit 2014 een woonfunctie en/of een maatschappelijke/culturele functie krijgen. Ook een kleinschalige hotelfunctie is voorstelbaar. Ons bezwaar: Voor wat betreft de woonfuncie is dit argument juist. Maar de horecafunctie is structureel in strijd met het RFK (pag 34). Een kleinschalige hotelfunctie is volstrekt iets anders dan een structurele horeca ontwikkeling tot en met horeca 5. In het RFK worden ontwikkelmogelijkheden voor horeca voorzien in andere delen van het Gasthuiskwartier. Horeca toestaan in de Oude Apotheek en het Regentenhuis is dus in strijd met het RFK. 3. Argument college: Nu de ontwikkeling van het Gasthuiskwartier een eind op weg is en een groot deel van de bouwvelden van Fase 1 zijn ingevuld, zien we in 2021 voor dit gebied - als onderdeel van het zwerfgebied - kansen om hier mooie overgang te creëren door de transformatie naar woningen te combineren met kleinschalige horeca.

De kleinschalige horeca zorgt ervoor dat deze historische panden vanaf de binnenzijde beleefbaar worden gemaakt voor bewoners en bezoekers van de stad. Deze kleinschalige horeca is daarmee een welkome invulling van de plinten van de historische panden. Hierdoor ontsluiten we dit cultuurhistorisch erfgoed voor het bredere publiek. Ook zorgt dit voor (enige) gewenste reuring in het zwerfgebied. Ons bezwaar: Het college hanteert hier een gelegenheidsredenatie. Allereerst “een mooie overgang creëren”. Een overgang van wat naar waar? De in het RFK aangegeven functie voor deze gebouwen (Wonen en cultuur) is al een specifieke accent invulling in dit zwerfgebied. Vervolgens “vanaf de binnenzijde beleefbaar maken”. De in het RFK opgenomen (publieks)functie cultuur voldoet hier veel meer aan dan een op drankgebruik en eten gerichte horecafunctie. Het college spreekt over kleinschalige horeca, terwijl het een horeca 5 invulling betreft. Ook spreekt ze over “(enige) gewenste reuring”. Dit argument laat duidelijk zien dat het college niet alleen geen flauw idee heeft van het huidige functioneren van dit gebied, maar blijkbaar ook alle reeds bestaande handhavingssignalen uit dit gebied negeert. Het gebied tussen Hinthamerstraat en de grootschalige oudbouw (Klooster en Stergebouw) maakt onderdeel uit van vrijwel elke stadswandeling.

De trappen bij het Dieske worden dagelijks bevolkt door jong en oud. Er worden in de zomermaanden met enige regelmaat muziekoptredens en lezingen 2

gegeven. Maar het gebied kent ook andere reuring. De onderdoorgang van de Knillispoort is al sinds jaar en dag een hangplek, waar ook in drugs wordt gehandeld. Nu de poort in de Gasthuisstraat weer open is, vindt ook daar met enige regelmaat drugshandel plaats. De reuring die er nu al is veroorzaakt niet alleen geluidoverlast, maar ook sociale overlast, vervuiling van etensresten, urineren en overlast van dealerbrommertjes en pizza bezorgers. De VVD heeft over de huidige reuring rond het Herman Moerkerkplein op 1 september jl zelfs schriftelijke vragen gesteld aan het college. We hebben al veel positieve reuring in dit gebied en helaas ook veel negatieve reuring. De door het college gewenste (enige) reuring is er al in ruime mate en dus geen argument om, in strijd met het RFK, horecaontwikkeling toe te staan. 4. Argument college: De invulling is geheel in lijn met de organische manier van ontwikkelen van het Gasthuiskwartier zoals opgenomen in het RFK. Hierin is uiteengezet dat de omstandigheden waarbinnen de stad zich kan ontwikkelen ingrijpend zijn gewijzigd. Een planning volgens het “blauwdruk” principe is niet meer aan de orde. De manier van ontwikkelen volgens het RFK gaat uit van een organisch proces: het openhouden van mogelijkheden om te kunnen inspelen op de vraag uit de markt en kansen die zich aanbieden.

Deze wijze van ontwikkelen is flexibeler en kent minder zekerheden dan voorheen. Ons bezwaar: Het college geeft hier een vrije interpretatie van het RFK die niet juist is. Het RFK is in 2014 vastgesteld om na 20 jaar discussie richting te geven aan de ontwikkeling van het GZG terrein. We hebben ons als omwonenden daarbij steeds sterk gemaakt voor een passende ontwikkeling van het zwerfgebied achter de poort in de Gasthuisstraat. Het RFK geeft voor het zwerfgebied heldere en eenduidige kaders. Een organisch proces betekent niet dat in het RFK vastgestelde kaders gewoon genegeerd kunnen worden. Want het RFK is juist opgesteld om richting te geven aan die organische ontwikkeling. Pagina 7 van het RFK is daarin duidelijk: “Deze wijze van ontwikkelen is flexibeler en kent minder zekerheden dan voorheen. Omdat de locatie voor de stad van groot belang is worden wel voorwaarden gesteld aan te bereiken kwaliteiten. Deze worden in dit document opgenomen en door de gemeenteraad vastgesteld.” (pag. 7 en 8). De wijze waarop het RFK hier als argumentatie voor een afwijkende ontwikkeling (horeca) wordt gebruikt is dus fundamenteel in strijd met dat wat u met het RFK beoogt te bereiken.

We zien bij alle deelplanontwikkelingen in het Gasthuiskwartier dat de ontwikkelende partijen steeds proberen onder deze kaders uit te komen voor financieel winstbejag, door meer bouwvolume te willen realiseren dan dat stedenbouwkundig als gewenst is aangegeven, door (in het noordelijke nieuwbouwdeel) te proberen onder de afspraken van voldoende betaalbare woningen uit te komen en nu door willens en wetens horeca als functioneel verdienmodel voor te stellen. De initiatiefnemer was bij aankoop van de Oude Apotheek en het Regentenhuis nadrukkelijk op de hoogte van de functionele kaders uit het RFK. Er wordt op geen enkele wijze inhoudelijk gemotiveerd waarom verandering naar een horecaontwikkeling noodzakelijk zou zijn. 5. Argument college: Het plan met de kleinschalige horeca past binnen de uitgangspunten voor de doorontwikkeling van de historische binnenstad in het RFK: het versterken van de diversiteit aan horeca- en hotelfuncties. Ons bezwaar: Dit argument is door het college verzonnen. Het RFK spreekt nergens van het versterken van de diversiteit aan horeca- en hotelfuncties.

3

6. Argument college: Dit (het versterken van de diversiteit aan horeca- en hotelfuncties) wordt bevestigd in de Horecavisie ’s-Hertogenbosch uit 2020, waarin staat dat horeca in de historische bebouwing aan de zuidzijde van het Gasthuiskwartier wenselijk is. Ons bezwaar: In de Horecavisie staat: “Met het Gasthuiskwartier ontstaat een nieuw stukje binnenstad op het voormalige ziekenhuisterrein. Nieuwe woningen en functies zorgen voor een aantrekkelijk binnenstedelijk gebied. In de historische bebouwing aan de zuidzijde van het Gasthuiskwartier is horeca wenselijk. Daarnaast vormt het Burgemeester Loeffplein een belangrijke schakel tussen de Markt, Arena en het Gasthuiskwartier. Hier kan horeca nadrukkelijker een plek krijgen, eventueel met terrassen. De relatie met detailhandel is hier een belangrijk aandachtspunt. Het ontbreken van historische bebouwing biedt perspectief voor grotere concepten, die nu veelal ontbreken in de historische binnenstad.” Het Gasthuiskwartier bestaat inderdaad uit een noordelijk deel waar woningbouw gerealiseerd wordt en een zuidelijk deel waar de historische bebouwing de ontwikkelingsmogelijkheden in sterke mate bepaalt. Het RFK voorziet in een deel van deze historische bebouwing inderdaad in horecaontwikkeling, echter niet in de Oude Apotheek en het Regentenhuis. Het kaartje van het programma op pagina 27 van het RFK is daar zeer helder in.

De uitspraak in de horecavisie heeft dus betrekking op andere historische bebouwing aan de zuidzijde van het Gasthuiskwartier maar niet op de Oude Apotheek en het Regentenhuis.

Dat de Horecavisie niet afwijkt van het RFK is bevestigd door wethouder Hoskam in de commissie Bedrijvigheid van 16 maart 2020 bij de behandeling van de Horecavisie (citaat uit het verslag, pag. 6): “Het ruimtelijk functioneel kader, zoals dat door de raad is vastgesteld inzake het GZG, biedt ruimte voor kleinschalige horecaontwikkelingen. Dat ruimtelijk functioneel kader is in de visie vertaald. Dat neemt niet weg dat bij een initiatief het bestemmingsplan of omgevingsplan, zoals dat gaat heten, in de raad komt en de raad een afweging kan maken of er wel of niet horeca kan komen. Deze nota (de Horecavisie) voegt niets toe. Er is opgeschreven wat de afgelopen keer als ruimtelijke functionele kaders is vastgesteld.”

4

De uitspraak van de wethouder bevestigd dat de Horecavisie niets toevoegd aan het RFK en daarom geen beleidsmatige basis vormt voor de door de ontwikkelaar gewenste horecaontwikkeling. 7. Argument college: De ontwikkeling geeft ook invulling aan de gewenste dynamische binnenstad zoals beschreven in het Economisch perspectief Brede Binnenstad (2021). Het doel is een gevarieerde en complete Brede Bossche Binnenstad, die bestaat uit verschillende sfeergebieden. Het Gasthuiskwartier wordt benoemd als een gebied waar luxe, binnenstedelijk wonen gecombineerd wordt met winkels (gekoppeld aan de Arena), werken en vermaak etc. Een gebied om te dwalen langs nieuwbouw en historische bebouwing in combinatie met een vernieuwde openbare ruimte. Een horecagelegenheid draagt bij aan de kwaliteit van het voorzieningenaanbod in deze wijk en vormt een overgang naar het centrumgebied, waar gemengde functies voorkomen. Ons bezwaar: Strategisch houdt het college hier op met het aanhalen van deze nota. Want in het vervolg staat: ”Het Burgemeester Loeffplein en omgeving krijgt mede door te verwachten ingrepen in de directe omgeving straks een impuls. Het gebied leent zich door nieuwere bebouwing van een grotere maat en schaal voor de accommodatie van grotere spelers, vooral gericht op een jonger publiek. Wat meer naar het zuidoosten is het consolideren van de bestaande kwaliteit het uitgangspunt.

Dit is een écht Bosch dwaalgebied, met vele doorsteekjes, informele routes en verrassende plekken. Het is er veelal rustig. Er wordt gewoond, met daartussen enkele werk- en publieke functies. Dit kan verder versterkt worden door verduurzaming, vergroening en incidentele versterking/aansluiting van functies of gebouwen.” Dus het Economisch perspectief Brede Binnenstad rept helemaal niet over horeca in het zuidoostelijk deel waar de Oude Apotheek en het Regentenhuis gelegen zijn. Ze heeft het ook niet over “reuring”. Deze nota, die is opgesteld en vastgesteld NA de Horecavisie ontraadt feitelijk een horecaontwikkeling in dit gebied. Want het is een écht Bosch dwaalgebied, veelal rustig, waar wordt gewoond. Het Economisch perspectief Brede Binnenstad biedt geen beleidsmatige basis voor de door de ontwikkelaar gewenste horecaontwikkeling, juist in tegendeel. 8. De Omgevingsdialoog In het collegevoorstel wordt de Omgevingsdialoog als een procedureel noodzakelijke feitelijkheid beschreven. Het college geeft geen inhoudelijke beoordeling van de dialoog. Ons bezwaar: Omdat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor het voeren van en de verslaglegging over de Omgevingsdialoog kun je verwachten dat hij dit zo positief mogelijk doet. En uiteraard zijn de omwonenden positief over het plan dat de verwaarloosde gebouwen worden opgeknapt en over het realiseren van woningen.

Maar vrijwel iedereen is faliekant tegen horeca in het plan en wil dat het bouwplan de kaders van het Ruimtelijk en functioneel kader GZG respecteert, waar alleen wonen of cultuur is toegestaan. Daarbij was de “dialoog” een farce. We mochten langs mooie plaatjes lopen, daarover vragen stellen en daarna “post-its” plakken onder thema’s als: “wat is top” en “tips voor verbetering”. De verslaglegging is onvolledig. Opvallend daarbij is dat in de tweede versie van het verslag informatie is opgenomen die op de dialoogavonden niet is verstrekt. Namelijk dat het categorie 5 horeca betreft en dat een stuk van het aan de bewoners toegezegde publieke parkje komt te vervallen voor zijn terras. De ontwikkelaar heeft ons op de dialoogavonden al dan niet bewust misleid door toen belangrijke informatie niet te verstrekken.

5

Zowel op de dialoogavonden als in een eerder gesprek (zomer 2020) met de ontwikkelaar heeft deze naar meerdere personen aangegeven dat hij de Oude Apotheek en het Regentenhuis liever volledig tot woningen zou willen ontwikkelen, maar dat hij op verzoek van de gemeente zich gedwongen voelt om ook horeca te realiseren. Hij geeft aan dat hij meegaat met deze druk van de gemeente, omdat hij voor andere plannen ook afhankelijk is van medewerking van de gemeente. Ondanks herhaalde verzoeken vanuit ons is deze wezenlijke uitspraak van de ontwikkelaar niet in de rapportage van de dialoog opgenomen. En zijn de breed uitgedragen bezwaren van bewoners tegen horeca maar uiterst minimalistisch opgenomen. We hebben het college schriftelijk gewezen op de uitspraak van de ontwikkelaar dat hij liever geen horeca realiseert. Zij zou dit bij het beoordelen van de dialoog meenemen. We zien hiervan niets terug in het college voorstel. Na het gesprek zomer 2020 hebben we per mail bij de ambtelijk projectleider nagevraagd of horeca inderdaad een eis van de gemeente is. Hij ontkende dat.

Op 30 april hebben we in een aanvullende brief aan het college expliciet gevraagd: “Als MWPO liever voor wonen kiest, wij als omwonenden dat ook wensen en wat ook in overeenstemming is met het door de raad vastgestelde ruimtelijk-functioneel kader, waarom verplicht u dan de ontwikkelaar te kiezen voor horeca?” We hebben hierop alleen als antwoord gekregen dat onze brief zou worden meegenomen als reactie op de Omgevingsdialoog en dat het college de resultaten van de dialoog zal beoordelen. Dus geen inhoudelijke reactie van het college op de expliciet aan haar gestelde vragen. In het collegevoorstel wordt wederom geen antwoord gegeven op deze legitieme vraag. Het college negeert hiermee de evenredige belangen van de omwonenden. Het college maakt niet inzichtelijk waarom zij horecaontwikkeling wenst, terwijl de ontwikkelaar liever wonen heet en de omwonenden vasthouden aan de kaders van het RFK. Het totale verloop van planontwikkeling is zeer schimmig. Het is voor ons volstrekt onduidelijk wie nu wat en waarom wil. En waarom stelselmatig de belangen van de omwonenden volstrekt worden genegeerd en geen antwoord wordt gegeven op legitieme vragen. We hebben daarom een WOB verzoek ingediend voor alle op de planontwikkeling betrekking hebbende verslagen, mails, telefoonnotities en besluiten.

De wijze waarop de Omgevingsdialoog is verlopen, de verslaglegging daarvan en de wijze waarop het college omgaat met de reacties op de Omgevingsdialoog voldoen niet aan het zorgvuldigheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel en is daarmee volledig in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Het college heeft geen objectieve toets uitgevoerd om te beoordelen of het initiatief voldoet aan de vereisten van een goede ruimtelijke ordening. De toets voldoet niet aan het zorgvuldigheidscriterium en niet aan het motiveringsbeginsel. Het evenredigheidsbeginsel (de relatie met andere belangen, zoals de bewoners rond het project) is bij de toets totaal niet meegenomen. Met “creatief” interpreteren van door u vastgestelde beleidsdocumenten wordt toe geredeneerd naar een door de ontwikkelaar, al dan niet onder druk van het college, gewenste ontwikkeling. Nergens geeft het college in zijn raadsvoorstel blijk van een “neutrale” afweging bij het beoordelen van een initiatief van een ontwikkelaar die bewust afwijkt van de beleidskaders. De hele argumentatie ademt een “Dit is toch leuk, dat moet toch kunnen” motivering uit. Dat is geen afweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

Daarbij is het volstrekt onduidelijk van wie het initiatief voor horeca afkomstig is, van de ontwikkelaar (die dat ontkent) of van de gemeente (die dat ambtelijk ontkent en het college weigert hierop antwoord te geven). 6

Economische motieven van de ontwikkelaar kunnen en mogen geen aanleiding voor medewerking aan het initiatief te zijn, want hij was bij aankoop op de hoogte van de kaders van het RFK. Hij wijkt daar willens en wetens van af. Of onder druk van het college. De door het college geroemde omgevingskwaliteit (waaronder de nieuwe inrichting van de openbare ruimte) wordt gerealiseerd door de hoofdontwikkelaar (de VOF) en dus betaald uit de opbrengsten van de gerealiseerde woningen. Dus in feite op koste van de mensen die hier recent miljoenen in nieuwe woningen hebben geïnvesteerd. Burgers die er bij deze investering op vertrouwden dat hun nieuwe woonomgeving vanuit de kaders van het RFK verder zou worden vormgegeven. Zonder horeca en met een groen parkje. Waarvan in het planvoorstel, ten bate van die horeca ook nog een stuk wordt afgenomen om een terras te realiseren. Minder woon- en omgevingskwaliteit, en dat ook nog op hun kosten. Het lijkt er sterk op dat koste wat kost de belangen van bewoners overschaduwd moeten worden door het belang van één ontwikkelaar. Op grond van de aangevoerde argumenten en de onduidelijkheid over wie het feitelijk initiatief heeft genomen voor horeca kunt u als raad op juridisch planologische gronden onmogelijk instemmen met het door het college aan u voorgelegde besluit.

Het project voldoet niet aan de vereisten van een goede ruimtelijke ordening omdat: • De noodzaak van de horecaontwikkeling niet is gemotiveerd, noch onderbouwd. • De horecafunctie van het project in strijd is met de planologische kaders die in het RFK zijn vastgelegd. • Sectorale, economische beleidsdocumenten, zoals de Horecavisie en het Economisch perspectief Brede Binnenstad, voor dit project geen nieuwe functionele kaders stellen. • Bij de horecafunctie van het project geen rekening wordt gehouden met andere belangen, zoals die van bewoners rond het project en daarmee in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Uiteraard willen de omwonenden, net als u, dat op zo kort mogelijke termijn de herontwikkeling van de vervallen historische panden ter hand wordt genomen. Wij kijken al jaren tegen vervallen panden aan. U kunt, vanuit uw autonome verantwoordelijkheid en bevoegdheid als raad, een besluit nemen dat een spoedig start van de renovatie van deze historische panden mogelijk maakt voor wonen en cultuur, maar zonder de horecaontwikkeling. Door te besluiten wel een Verklaring van geen bedenkingen voor het project af te geven, en daarin voorschriften op te nemen dat ontwikkeling van horeca is uitgesloten. Het college kan dan het project verder in procedure nemen, met uitzondering van de horecafunctie. Daarmee voorkomt u vertraging van de herontwikkeling van de monumenten.

Mocht u naar aanleiding van onze bezwaren vragen hebben of behoefte aan een toelichting, dan zijn we graag bereid deze vragen te beantwoorden en een nadere toelichting te geven. Dit bezwaar is opgesteld namens vrijwel alle bewoners van het gebied Gasthuisstraat - Korte Waterstraat - Zusters van Trierstraat – Achter het Vuurstaal. Met vriendelijke groet, John Stohr

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10582891/1