I&O 12 april 2021 - Verslag insprekers RES
Tekst van het document
Raadsavond Informeren en Ontmoeten Datum:
12 april 2021
Locatie:
Digitaal
Voorzitter:
dhr. A.P.R.G.M van Rosmalen
Secretaris:
mr. G.L. Pijnenburg
Insprekers:
dhr. A. Bijl, dhr. R. van de Pol, dhr. P. Spelier, dhr. Christophe, dhr. S. van den Broek, dhr. P. Kuenen, mw. P. Vaes, mw. Y. Boltze, dhr. J. Hoos, mw. P. van Houtum, M. Germanus, mw. N. Maes, dhr. M. Roos, dhr. N. Darlavoix, dhr. D. Heideman, dhr. M. Paffen, mw. K. Kusters
Onderwerp: Regionale Energiestrategie 1.0 Inspreker, de heer Bijl spreekt in namens de Bossche Milieugroep en Grootouders voor het Klimaat. Bisschop De Korte van Den Bosch citeerde paus Franciscus: 'Wie de schepping schendt, schendt ook de schepper' en hij zegt over de intensieve veehouderij 'Het CDA kiest voor innovatie, maar dat is achterhaald en er moeten wel goede regelingen voor de boeren komen, zodat ze kunnen overstappen' en spreker sluit zich daar met genoegen bij aan. António Guterres, secretaris-generaal van de Verenigde Naties zegt heel duidelijk 'Ons economische systeem is gericht op vernietiging en niet op behoud'. De afgelopen vijftig jaar is de wereldeconomie bijna vijfmaal zo groot geworden, dat is catastrofaal en ten koste gegaan van de natuur. David Attenborough geeft het verlies aan natuur en biodiversiteit in allerlei gremia krachtig weer. Hij is ervan geschrokken dat het college in een raadsinformatiebrief schrijft 'Het huidige Energietransitieprogramma 2016-2020 is inmiddels afgelopen, er zijn mooie resultaten behaald, maar met de huidige instrumenten en middelen is dit niet voldoende om de regierol goed te vervullen en de doelen te halen'.
Met 'niet voldoende om de doelen te halen' zegt het college eigenlijk 'Beste Franciscus, Gerard, António en David, wij college van de stad Den Bosch gooien het klimaatprobleem en dat van de biodiversiteit, het probleem van de aarde, over de schutting, wij beschouwen het niet meer als ons probleem en onze verantwoordelijkheid'. Bijna dertig jaar voor 2050, het jaar waarin de stad klimaatneutraal zou moeten zijn, komen er al barstjes in dat doel. Hij is benieuwd of een partij, een raadslid of een collegelid de komende raadsvergadering zegt: college, dit kun je niet maken. De rijke stad Den Bosch moet zelf meer doen, de tijd van smoezen en weglopen is voorbij, morele verplichtingen kunnen niet worden uitbesteed, maar die moeten worden opgepakt en roept wethouder Van Olden als vertegenwoordiger van het katholieke volksdeel, de heer Hoeben van De Bossche Groenen, de heer Van den Kerkhof van D66, de heer Slikker van de PvdA, mevrouw Eigenhuijsen of mevrouw Welten van de VVD op om op te staan tegen deze insteek van het college. Ten slotte wil hij weten hoe de heer Van Rosmalen van GroenLinks erover denkt.
Inspreker dhr. Van de Pol: Inspreker, de heer Van de Pol maakt zich ernstige zorgen over de klimaatcrisis. De Regionale Energiestrategie is een stap in de goede richting, maar de gestelde doelen zijn te laag en niet in lijn met internationale afspraken en waar de landelijke en provinciale politiek het laten liggen, wordt de verantwoordelijkheid van de gemeente groter. Het tegengaan van de klimaatcrisis is een van de belangrijkste taken van deze generatie, maar de nationale overheid is nalatig zoals is te zien aan de uitspraak van de rechter in de Urgendazaak. Daarin staat dat in 2020 sprake moet zijn van minimaal 25% emissiereductie, maar die eis heeft de regering naast zich neergelegd. Daarnaast voldoen de nationale doelen niet aan internationale afspraken zoals het akkoord van Parijs. Als de ambities in de RES niet hoger worden, zal ook Den Bosch achter de feiten aan blijven lopen. De doelen in de strategie zijn gebaseerd op het verouderde doel van 49% emissiereductie in 2030, de EU heeft dat
doel inmiddels op 55% gesteld, maar ook met deze hogere ambitie wordt niet voldaan aan de afspraken in het akkoord van Parijs. Volgens een wetenschappelijke analyse van Climate Action Tracker moet in 2030 de gemiddelde reductie in de EU minimaal 65% zijn om in lijn te zijn met maximaal 2°C opwarming, laat staan 1,5°C. Het voorkomen van 1,5°C opwarming is geen luxe, maar een must. De ontwrichtende gevolgen van 2°C of meer opwarming staan uitgebreid omschreven in wetenschappelijke rapporten van onder andere het IPCC. Het doel van minder opwarming van de aarde dan met 1,5°C moet voor de toekomstige generaties worden behaald door de broeikasgasuitstoot zo snel mogelijk naar nul terug te brengen. Er moeten geen doelen voor de verre toekomst worden gesteld, maar er moet direct actie worden ondernomen omdat uitstel niet verantwoord is en het is ook mogelijk om in 2030 volledig duurzaam energie op te wekken. De heer Van den Kerkhof (D66) vraagt of de heer Van de Pol ideeën heeft over hoe hij de RESopgave sneller wil behalen. De heer Van de Pol vindt het teleurstellend dat dit doel wordt bijgesteld omdat de CO 2 zich wel opstapelt. Hij vraagt de raad ervoor te zorgen dat er zo veel mogelijk energie wordt opgewekt en dat kan alleen met windenergie. Als dat nu niet gebeurt, gebeurt dat in 2030, maar dan is er in de tussentijd nog veel meer CO2 uitgestoten.
De heer Van den Kerkhof (D66) vraagt of de heer Van de Pol meer windmolens wil plaatsen. De heer Van de Pol wil inderdaad naast andere maatregelen meer windmolens plaatsen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat meer windmolens ook meer gezondheidsschade voor bewoners rond de windmolens betekent, dat de vogeltrek wordt verstoord en dat ze massale dierensterfte veroorzaken. Hij vraagt hoe de heer Van de Pol daarnaar kijkt. De heer Van de Pol antwoordt dat de windmolens volgens de geluidsnormen moeten worden gebouwd, zodat de omwonenden geen last van het geluid hebben en dat de vogelsterfte kan worden beperkt door een van de wieken van een windmolen zwart te verven.
Inspreker dhr. Spelier Inspreker, de heer Spelier spreekt in namens GROEN inZICHT. Toen hij het raadsvoorstel over de Regionale Energie Strategie 1.0 las, was hij enigszins opgelucht dat het college de restopgave voor de opwekking van duurzame elektriciteit heeft verlaagd van 1,04 PJ naar 0,86 per jaar, maar hij vraagt de raad wel om nog eens kritisch naar deze restopgave te kijken. Hoewel de besluitvorming over de Duurzame Polder al heeft plaatsgevonden, zet GROEN inZICHT, zeker na het Osse raadsbesluit, nog wat kanttekeningen bij de Duurzame Polder. In het verleden heeft GROEN inZICHT het college en de raad vaak voorzien van berekeningen en altijd gezegd dat de door de gemeente berekende restopgave die in zijn geheel in de Duurzame Polder moest landen te hoog was. In die zin is hij blij dat de gemeente de restopgave nu naar beneden heeft bijgesteld, maar die moet nog lager. Hij toont een slide met een vergelijking tussen de concept-RES en de RES 1.0 om te illustreren waarom de opgave naar beneden is gegaan en nog verder omlaag moet. Bij de vaststelling van de concept-RES werd de klimaatmonitor met peildatum 2017 als bron gebruikt, maar in de tussenliggende twee jaar bleken er veel meer projecten gerealiseerd te zijn en ook veel meer projecten in de pijplijn te zitten, waardoor de restopgave zeer waarschijnlijk lager uitkomt.
De gemeente vergeet weer het potentieel van zon op grote daken af te trekken van de opgave, er moet nog 0,06 TWh verrekend worden. GROEN inZICHT adviseert de raad om ook de 100 ha zon binnen de gemeentegrenzen expliciet te maken, maar niet in de Rosmalense Polder, en af te trekken van de opgave, waardoor er een restopgave van 0,09 TWh is. Als de werkelijke restopgave landt in het Bossche deel van de Duurzame Polder zijn er bij een verdeling van 60% wind en 40% zon maar vier windturbines nodig. Hierbij heeft GROEN inZICHT de uitgangspunten van een windturbine zoals weergegeven in het RES 1.0-rapport genomen en met iedere andere verhouding tussen wind en zon gaat het mogelijke aantal windturbines omlaag. De gemeenteraad van Oss besloot dat windturbines op minimaal 2 kilometer van de dorpsgrens moeten staan en hij toont een afbeelding waarop is te zien wat dit ongeveer voor het zoekgebied betekent. Omdat er bij een verdeling van 60% wind en 40% zon nog maar vier windturbines nodig zijn voor de
werkelijke restopgaven van Den Bosch, adviseert GROEN inZICHT om ook in de Bossche deel van de Duurzame Polder 2 kilometer afstand te hanteren. Als het zonnepark en het windpark in de Rosmalense Polder qua aantal niet meer als grootschalig te beschouwen is, kan alsnog naar alternatieve zoekgebieden in de buurt van snelwegen en bedrijventerreinen worden gekeken. In het Klimaatakkoord is afgesproken ernaar te streven dat 50% van de productie van hernieuwbare opwekking op land in handen van de lokale omgeving komt en hij vraagt waarom de RES NoordoostBrabant nu ineens afstapt van deze afspraak. Als het verkrijgen van draagvlak onder de bevolking ook gaat over een eerlijke verdeling van lusten en lasten, moet de omgeving de mogelijkheid hebben om te participeren. Hij zet de adviezen van GROEN inZICHT nog eens op een rij: 1. Trek zon op grote daken af van de opgave. Zon op grote daken blijft groeien; 2. Maak de 100 ha zon, te realiseren binnen de gemeentegrenzen maar niet in de Rosmalense Polder, expliciet en trek ook deze af van de opgave; 3. Maak de handreiking Overwegingskader en het 50% lokaal eigendom bindend. 4. Volg de gemeente Oss in haar beslissing om windturbines op minimaal 2 kilometer afstand van de dorpsgrenzen te plaatsen; 5. Stel jaarlijks op basis van de RES-monitor vast of de opgave naar beneden of naar boven bijgesteld moet worden.
In Oss is besloten dat er over een jaar een herijkingsmoment komt om te zien of energiedoelen mogelijk aangepast kunnen worden. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de heer Spelier na het raadsbesluit over de Duurzame Polder contact heeft gehad met het ambtelijk apparaat of de wethouder over de vervolgstappen. Er is steeds gezegd dat zon op daken geen energieopwekking maar een besparing is die niet meegenomen kan worden en hij vraagt of de heer Spelier daar een toelichting op kan geven. De heer Spelier heeft een enkele keer contact gehad met Johan van Heumen, de omgevingsmanager van de Duurzame Polder, maar sinds het raadsbesluit heeft GROEN inZICHT geen contact met het college of de wethouder gehad. De RES-opgave is naar beneden bijgesteld door zon op grote daken, zoals op het dak van het gebouw van Heineken en andere bedrijfspunten en daarnaast is er nog veel meer potentie voor zon op daken. Hij wil geen schaarse grond belasten met de opwekking van duurzame energie omdat die grond niet alleen bestaat uit natuurgebieden, maar ook belangrijk voor de boeren is. Het klopt niet helemaal dat zon op daken meetelt in de besparing. Zon op grote daken moet in de opgave voor de opwekking van duurzame energie zitten, maar zon op kleine daken, woningen, wordt meegeteld als besparing.
De heer Van Hattem (PVV) vraagt of het mogelijk is om te beredeneren dat moet worden teruggegaan naar nul windturbines. De heer Spelier zegt dat dit zou kunnen. In het Klimaatakkoord staat dat voor 2030 35 TWh aan energie met wind en zon op land opgewekt moet worden, maar Martien Visser, een autoriteit op het gebied van de energietransitie, geeft aan dat de 35 TWh al is bereikt met de huidige vergunde projecten en de gerealiseerde projecten. Als er meer dan die 35 TWh wordt opgewekt, ontstaat er een risico voor de balans in het elektriciteitsnetwerk. Bovendien bestaat de kans dat projecten worden toegelaten waarvoor geen subsidie beschikbaar is, waardoor de initiatiefnemers zich zullen terugtrekken omdat vooralsnog niemand zonder subsidie duurzame elektriciteit wil opwekken met zon of wind op land. Mevrouw Eigenhuijsen (VVD) hoorde de heer Spelier een bepaald vermogen bij 100 ha zon aangeven, terwijl de wethouder zegt dat nog niet duidelijk is hoeveel een hectare zon aan energie levert en ze vraagt hoe de heer Spelier aan dit vermogen komt. In het voorstel staat dat de omgeving van de Duurzame Polder wordt geraakt en dat de belanghebbenden via een e-mail, een online nieuwsbrief en nieuwsberichten op de website over de Duurzame Polder worden geïnformeerd over dit voorstel en ze vraagt of dit ook is gebeurd. De heer Spelier heeft eind maart jl.
een mail vanuit de Duurzame Polder ontvangen, maar hij weet niet of die aan hem als bewoner of als lid van GROEN inZICHT is gericht. In die e-mail werd aangekondigd dat de opgave omlaagging, maar daar is eerder nooit over gesproken, vandaar dat het voor hem als
een verrassing kwam. In het RES-rapport 1.0 staat dat 315 ha 1 PJ zonne-energie oplevert en dat heeft hij omgerekend 100 ha. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vraagt op hoeveel grote daken in Den Bosch nog zonnepanelen gelegd kunnen worden. De heer Spelier zegt dat deze vraag aan de wethouder moet worden gesteld. De RES gaat ervan uit dat 40% van de grote daken van zonnepanelen kunnen worden voorzien en inmiddels is een deel daarvan misschien al benut, maar hij weet niet hoeveel dat er zijn. Er wordt steeds naar twee jaar oude cijfers gekeken en het is belangrijk dat deze cijfers op basis van de energiedoelen worden bijgesteld. Meer doen heeft geen zin omdat het landelijke beleid en de financiering daar niet op zijn ingesteld. De heer Van Herpen (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of de door de heer Spelier genoemde vier molens inclusief of exclusief 2 kilometer afstand van de woonkernen is. De heer Spelier geeft aan dat bij 60% wind en 40% zon in de Duurzame Polder vier windmolens nodig zijn en dat dit er zes zijn als wordt uitgegaan van 100% wind. In beide gevallen kan 2 kilometer afstand van de woonkernen worden gehanteerd omdat de windturbines vrij ver richting de grens tussen 's-Hertogenbosch en Oss worden geplaatst.
Inspreker dhr. Christophe Inspreker, de heer Christophe spreekt ook in namens GROEN inZICHT. Zijn grootste bezwaar tegen de opzet van het bod van de RES Noordoost-Brabant is dat geen aansluiting wordt gezocht bij de taakstelling die vanuit het Klimaatakkoord aan de regio wordt gevraagd. Er wordt voor gekozen om in dikke rapporten een regionaal energiescenario te schetsen van waaruit men dan de RES-opgave voor de regio bepaalt. De opstellers van de rapporten hebben inschattingen en aannames gebruikt die niet per se fout zijn, maar die wel sterk van de landelijke trends afwijken. De RES-regio stelt dat de stuurgroep en de wethouders de RES vaststellen en dat vragen daarom ook aan de gemeente moeten worden gesteld. Navraag bij de gemeente en de discussie over de hoogte van het bod leren dat de regio daar het voortouw in heeft, maar dat de gemeente Den Bosch de ambities wel onderschrijft. Formele inspraak over de RES kan alleen bij Informeren en Ontmoeten, maar vijf minuten is daarvoor wel erg kort. Gemeenteraadsleden vertrouwen terecht op de rapporten van professionals en het resultaat is dat in het raadsvoorstel over de RES 1.0 nog steeds het bod van 1,6 TWh voor elektriciteit en 3 PJ voor het vervangen van aardgas door duurzame warmte leidend is.
Op pagina 12 van het raadsvoorstel staat onder het kopje 'We reken ons te snel rijk': 'In de doorrekening door het PBL blijkt het totale bod van de regio's ruim te voldoen aan de opgave en dat kan de vraag oproepen of het wat minder kan omdat het toch wel gehaald wordt. In de regio Noordoost-Brabant is het bod niet groter dan de opgave voor de regio'. Het college zegt daarmee dat het bod van Noordoost-Brabant past bij de doelstellingen in het Klimaatakkoord, maar dat is absoluut onjuist en het appelleert ook aan de bezwaren die GROEN inZICHT in het verleden tegen dit bod heeft gemaakt. Op pagina 23 van rapport 'Energieverbruik en opwekpotentie regio Noordoost- Brabant' staat: '1,6 TWh geeft een bijdrage van 4,5% aan de landelijke doelstelling van 35 TWh'. Het aandeel van de regio in het elektriciteitsverbruik is maar 3,4% en daarom is het logisch om het aandeel in de 35 TWh naar 3,4% te halen, dat levert 1,19 TWh op. Het bod van de regio is dus 32% hoger dan de opgave voor de regio en de vraag is hoe dit zich verhoudt tot wat er in het raadsvoorstel staat. Op pagina 12 van het rapport 'Regionale Structuur Warmte' staat in tabel 2,2: '3 PJ is 5,3% van de landelijke opgave om 3,4 Mt CO2 te besparen'. Het aandeel van de regio in het landelijk warmteverbruik is 3,9% en dat aandeel van de regio betekent dus 2,2 PJ in plaats van 3 PJ duurzame warmte.
Het bod van de regio is dus 36% hoger dan de opgave voor de regio en ook hier is de vraag hoe dit zich verhoudt tot het raadsvoorstel, Er is niets mis met ambities als die duidelijk gecommuniceerd worden en GROEN inZICHT zich ook over die ambities mag uitspreken, maar in de ambtelijke stukken worden altijd maar twee getallen genoemd zonder een nuance, namelijk 1,6 TWh en 3 PJ warmte, terwijl bekend is dat het bod 35% hoger ligt dan wat in het Klimaatakkoord wordt gevraagd. Hij vraagt de raad om bij de besluitvorming over de RES 1.0 een nuancering van het bod te maken, waarbij onderscheid wordt
gemaakt tussen de opgave van het Klimaatakkoord en de ambities van de regio die circa 35% hoger liggen, een separaat advies uit te brengen over hoe de raad wil omgaan met de ambities van de gemeente die ook ongeveer 35% hoger liggen dan wat Den Bosch volgens het Klimaatakkoord moet doen, deze benadering van het bod ook met de stuurgroep RES te bespreken en ook de andere gemeenten deze nuanceringen te laten doorvoeren. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt een toelichting op de opmerking van de heer Christophe dat hij met zijn bezwaren van het kastje naar de muur werd gestuurd. De heer Christophe is, ondanks dat belanghebbenden daar niet voor worden uitgenodigd, wel bij verschillende meetings van de RES-regio geweest, de gemeente moet belanghebbenden daarvoor aanmelden. Als navraag bij de gemeente wordt gedaan, is het antwoord dat die geen reactie kan geven omdat de RES-regio ermee bezig is, maar het is ook niet mogelijk om bij RES-regio bezwaar aan te tekenen omdat die er niet over gaat, die zegt dat de wethouder en de raad over de inhoud van de RES gaan. Dat maakt het lastig om dit thema bespreekbaar te krijgen. De voorzitter merkt op dat de heer Van Dijk niet te verstaan is en hij vraagt hem zijn bijdrage schriftelijk naar de griffie te sturen.