I&O 12 april 2021 - Verslag insprekers De Poort
Tekst van het document
Raadsavond Informeren en Ontmoeten Datum:
12 april 2021
Locatie:
Digitaal
Voorzitter:
dhr. A.P.R.G.M van Rosmalen
Secretaris:
mr. G.L. Pijnenburg
Insprekers:
dhr. A. Bijl, dhr. R. van de Pol, dhr. P. Spelier, dhr. Christophe, dhr. S. van den Broek, dhr. P. Kuenen, mw. P. Vaes, mw. Y. Boltze, dhr. J. Hoos, mw. P. van Houtum, M. Germanus, mw. N. Maes, dhr. M. Roos, dhr. N. Darlavoix, dhr. D. Heideman, dhr. M. Paffen, mw. K. Kusters
Onderwerp: Subsidie Stichting Jeugdwerk Maaspoort/Behoud De Poort Inspreker, de heer Van den Broek is bestuursvoorzitter van de stichting Jeugdwerk Maaspoort. Halverwege 2019 heeft de gemeente een inkoopopdracht voor het jongerenwerk in Noord uitgeschreven, maar kort na het vaststellen van deze opdracht besloot de wethouder de afspraken in deze inkoopopdracht naast zich neer te leggen en de 168 wekelijkse werkuren van De Poort te halveren door 2 fte over te plaatsen naar PowerUp073. Daardoor ontstond veel onrust en de jongeren kwamen massaal in opstand. Nu wordt de subsidie aan de stichting Jeugdwerk Maaspoort helemaal stopgezet en na 35 jaar actief jongerenwerk waarvan tien jaar in een groot pand wordt de stichting zonder enige twijfel of discussie aan de kant gezet. In oktober 2020 is het bestuur dat bestond uit drie jongeren aangevuld met vier oudere ervaren personen, maar vanaf het eerste moment was er een wankele samenwerking met de gemeente en de partners, al in het kennismakingsgesprek kreeg het bestuur te horen dat de samenwerking met de partners onmogelijk was als de directeur in dienst zou blijven, In de tijd daarna heeft de gemeente verschillende zaken van stichting Jeugdwerk Maaspoort geëist, bijvoorbeeld dat er binnen twee weken een gedegen toekomstplan moest zijn en er werd een proefperiode tot 1 april 2021 ingesteld wat de samenwerking nog verder bemoeilijkte.
Verder heeft de gemeente pas eind januari 2021 een reactie op zijn brief van 14 december 2020 met de vraag om een toelichting gestuurd, de stichting Jeugdwerk Maaspoort een onafhankelijk leeronderzoek opgedrongen en een vernietigend rapport laten opstellen waarin de context van de weggehaalde 2 fte, corona en een zieke directeur niet is meegenomen. De stichting Jeugdwerk Maaspoort moest ook een governancecode opstellen wat normaal alleen bij grote bedrijven gebeurt, de partners is niet naar hun bestuurlijke slagkracht gevraagd en uiteindelijk was de voorwaarde dat de vier ervaren bestuursleden moesten aftreden en dat de gemeente de nieuwe bestuursleden mocht benoemen. Het onderzoek waarop dit besluit is gebaseerd rommelt aan alle kanten. De stichting Jeugdwerk Maaspoort zou per 1 april 2021 uit het pand De Poort moeten vertrekken en de wethouder stuurde de volgende boodschap naar de wijk: De Poort blijft gewoon open, maar de stichting vertrekt en voor de jongeren verandert er niets'. Het is echter een illusie te denken dat er bij De Poort niets verandert. Zet een kind met zijn ouders in een huis, zet de ouders vervolgens op straat en plaats er twee nieuwe volwassen in, dan is de ziel weg of sluit de lokale supermarkt in een pittoresk dorpje en vestig daar een AH to go, dat is wat de wethouder nu doet: de stichting Jeugdwerk Maaspoort eruit en PowerUp073 erin.
De unieke werkwijze van de stichting Jeugdwerk Maaspoort zorgt al jaren voor goed jongerenwerk en uit onderzoek blijkt dat op iedere euro die preventief in de stichting wordt geïnvesteerd € 4,00 wordt bespaard op de duurdere eerste- en tweedelijnszorg. Daarnaast is het jongerenwerk van de stichting Jeugdwerk Maaspoort goedkoper dan dat van de partners en door een plattere organisatie hebben de jongeren vrijheid, zelfstandigheid en ruimte om zich te kunnen ontwikkelen. Het zelfsturende team en de gepassioneerde directeur hebben de vrijheid om naar de jongeren te luisteren en hen in hun kracht te zetten, de unieke methodiek van de stichting maakt dat die echt jongerenwerk voor en door jongeren kan realiseren en de stichting Jeugdwerk Maaspoort is onmisbaar binnen het Bossche
jongerenwerk. Hij vraagt de raad namens het bestuur, de jongeren, de vrijwilligers, ouders en veel wijkbewoners te stoppen met het bureaucratisch kijken en de ogen te openen voor het geluid van de jeugd, alleen dan kan samen met de jongeren worden gebouwd aan een mooie en vruchtbare toekomst, en om de stichting Jeugdwerk Maaspoort in Den Bosch te behouden. De heer Van Hattem (PVV) vraagt wat de wethouder concreet tegen de stichting Jeugdwerk Maaspoort heeft gezegd en welke afspraken de wethouder heeft geschonden. De heer Van den Broek zegt dat in 2019 de inkoopopdracht is vastgesteld waarin stond dat De Poort 168 wekelijkse werkuren zou krijgen, maar dat de wethouder nog geen drie maanden later besloot dat aantal te halveren. Daarnaast leek er een soort ontmoedigingsbeleid richting het vrijwillige bestuur te worden gevoerd door het stellen van bijna onhaalbare deadlines. Die deadlines zijn wel gehaald, maar achteraf vond de wethouder dat de stichting de uren anders had moeten inzetten en nog meer had moeten bereiken in de tijd die er eigenlijk niet was. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vraagt wat de stichting Jeugdwerk Maaspoort als oplossing ziet. De heer Van den Broek zou het liefst zien dat de subsidie gelijk wordt getrokken met die van de partners.
Nu loopt de samenwerking spaak omdat er twee verschillende toekomstperspectieven zijn, de stichting Jeugdwerk Maaspoort moet naar de korte termijn kijken, terwijl de partners drie jaar vooruit kunnen kijken. De wethouder zegt dat de subsidie alleen kan worden gehandhaafd als de vier ervaren bestuurders aftreden en de gemeente die plekken weer invult, maar de stichting is bang daardoor haar zelfstandigheid te verliezen. Hij wil best kijken hoe het bestuur kan worden versterkt door eventueel mensen door de gemeente te laten aandragen of doordat de gemeente een aantal personen toevoegt, maar hij wil dat de meerderheid van het bestuur blijft zoals die nu is. Er zou ook een adviescommissie kunnen worden ingesteld, maar nu wil de gemeente de zaak overnemen, anders krijgt de stichting geen geld meer. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt waarom de gemeente het huidige bestuur weg wil hebben. De heer Van den Broek zegt dat de gemeente stelt dat de vier oudere bestuursleden met meer ervaring onvoldoende bestuurlijke slagkracht toevoegen. Die moeten vertrekken, zodat de gemeente vier bestuurders kan aanstellen die wel voldoende bestuurlijke slagkracht hebben. In zijn ogen kan dit ook anders, bijvoorbeeld door minder mensen toe te voegen of door met een adviescommissie te werken. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de gemeente concrete verbeterpunten heeft aangedragen.
De heer Van den Broek geeft aan dat de gemeente al mensen heeft gepolst en dat die ook interesse hebben, maar dat hij niet kan toetsen welke verbeterpunten er zijn omdat hij niet weet om welke mensen het gaat. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) las in het BMC-rapport de term 'juvenile' en hij vraagt zich af waarom een voorzitter van 24 jaar te jong voor het voorzitterschap zou zijn en of 'functie elders' op de heer Van den Broek van toepassing is. De heer Van den Broek geeft aan dat wordt gezegd dat de huidige voorzitter juvenile en te onervaren is om te komen tot een goede samenwerking die nodig is voor de inkoopopdracht. De term 'functie elders' zou inderdaad op hem van toepassing zijn. De heer Van Valkenburg (Bosch Belang) weet dat er op 16 februari jl. niets aan de hand was, maar dat er daarna een continue afbouw was. Hij vraagt of er op dat moment iets is gebeurd.
De heer Van den Broek ziet het BMC-rapport als enige reden voor de totale omslag. Daarin staan zaken waar het college niet omheen kan, maar daar is niet of nauwelijks met de stichting over gesproken. Tijdens het gesprek met de wethouder deelde die vooral de conclusies uit het rapport mee, de wethouder wilde daar niet over in gesprek en op dat moment is de situatie 180° gedraaid. Tot 16 februari jl. was er niets aan de hand en in de laatste week van maart waren de poppen ineens aan het dansen. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) vraagt of de stichting met de nieuwe bestuursleden die de wethouder voordraagt om tafel wil om te kijken of ze samen verder kunnen. De heer Van den Broek antwoordt dat de stichting die mogelijkheid niet heeft gehad, maar dat die binnen zestien uur wel of niet akkoord moest gaan met het volledige voorstel, waarbij vier mensen moeten terugtreden en de gemeente bepaalt wie er terugkomen. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) vraagt of de stichting bereid is over een opening na te denken. De heer Van den Broek wil zeker in gesprek als de stichting zelfstandig kan blijven.
De heer Slikker (PvdA) heeft begrepen dat met name de oudere leden van het bestuur vervangen zouden moeten worden omdat in het BMC-rapport staat dat het bestuur te licht zou zijn, maar als een bestuur te licht is, zou niet ook de voorzitter weg moeten en hij wil weten of het daadwerkelijk de bedoeling is dat ook de voorzitter vertrekt. Verder wil hij weten wanneer de stichting hoorde dat de gemeente nieuwe bestuursleden op het oog had. De heer Van den Broek antwoordt dat de stichting op woensdag 24 maart 2021 het conceptrapport met BMC heeft besproken en dat er op donderdag 25 maart 2021 een gesprek met de wethouder en een ambtenaar was waarin hij de conclusies te horen kreeg. Op dat moment had de stichting het rapport nog niet gezien, dat heeft hij pas daarna onder embargo ontvangen, zodat hij geen advies kon inwinnen. Op vrijdag 26 maart 2021 wilde de gemeente al een reactie. Het is vreemd dat de oudvoorzitter en een bestuurslid die directrice van ONE WORLD Citizens is, een stichting die actief is binnen het jongerenwerk, weg moeten. Het is vreemd dat in het BMC-rapport wordt geconcludeerd dat het bestuur handelingsonbekwaam is en het geen bestuurlijke slagkracht heeft, terwijl het bestuur de afgelopen periode goed heeft gepresenteerd, zeker in de context van corona, een directeur die in de ziektewet zit en het halveren van het team.
Mevrouw Hernández (50PLUS) vraagt of de stichting met het bedrijf dat het onderzoek heeft gedaan heeft besproken welke onderdelen zouden worden onderzocht. De heer Van den Broek zegt dat de stichting daar geen invloed op heeft gehad. De gemeente heeft eenzijdig drie onderzoeksvragen opgesteld en die kon de stichting niet meer wijzigen of er iets aan toevoegen. De stichting had graag gezien dat bijvoorbeeld ook de governancecodes van de partners waren onderzocht, zodat er binnen de inkoopopdracht één lijn is, maar dat is niet gebeurd. De stichting heeft ook zelf interviewkandidaten aangedragen, maar ook daar is niets mee gedaan, het was vooral eenrichtingsverkeer vanuit de gemeente.
Inspreker, de heer Kuenen geeft aan dat als twee mensen hetzelfde zeggen, ze toch twee verschillende dingen voor ogen kunnen hebben. Met De Poort bedoelt hij een tweede thuis van ruim 65 vrijwilligers, een plek voor onderwijs, stage en vrijwilligerswerk, een plek om te leren koken, te eten, te chillen of spelletjes te doen, een plek waar je vrienden maakt, een taakstraf volbrengt, dj wordt en waar je van alles kunt leren over licht en geluid. Het is ook een plek waar je kunt meewerken aan een gaaf evenement: zie je wel, je kunt wel iets, je kunt het zelfs heel erg goed. Een plek waar je kunt lachen, huilen en een serieus gesprek hebben, een plek waar je met al je vragen en onzekerheden terechtkunt, waar je wordt geholpen als het even klote gaat. De wethouder bedoelt met De Poort echter alleen een gebouw. Waarover gaat het als het over De Poort gaat, over een gebouw, een stichting of een team of is De Poort iets wat tijdens de raadsvergadering kan worden ingezet om
handjeklap mee te doen zodat de wethouder iets anders voor elkaar kan krijgen of is het toch een tweede thuis van heel veel jongeren in Den Bosch? Als hij zegt dat De Poort open is, bedoelt hij daarmee dat 65 jongeren met een sleutel 24/7 De Poort binnen kunnen of er nu wel of niet iemand van het team aanwezig is, maar als de wethouder zegt dat De Poort openblijft, bedoelt hij dat De Poort een evenementenlocatie wordt. Er is ook spraakverwarring met betrekking tot het jongerenwerk. Volgens de wethouder maakt het geen verschil of een jongerenwerker door Farent wordt geleverd of dat jongeren bij De Poort komen, de wethouder ziet niet dat de jongeren een band met een jongerenwerker kunnen opbouwen en dat die band de basis voor vertrouwen en het in vertrouwen nemen is. Volgens de wethouder zijn jongerenwerkers prima onderling uit te wisselen en is de zorgvuldig opgebouwde band tussen een jongerenwerker en een jongere niet erg belangrijk. In de leefwereld van jongeren kan geen strikt onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende werelden, maar volgens wethouder zijn deze werelden wel heel precies te scheiden in thuis, onderwijs, sport, vrije tijd en indien nodig in zorg.
In de wereld van de wethouder bestaan geen grijze gebieden, het is of het een of het ander en dat verklaart waarom de wethouder meent dat er een strikte grens kan worden aangegeven tussen jongerenwerk en jeugdzorg, maar uit de praktijk blijkt dat dit niet zo is. Onlangs heeft de Rekenkamer het rapport 'Sturen op jeugdzorg' gepubliceerd waaruit blijkt dat de jeugdzorg een kopzorg binnen de gemeente Den Bosch is. De jeugdzorg kost miljoenen en het is onduidelijk of dat geld goed wordt besteed. In 2019 is onderzoek gedaan waaruit bleek dat de social return on investment een op vier is en dat er behoefte is aan persoonlijke verhalen. Hij roept de raad op eens bij De Poort te komen kijken en niet alleen op cijfers en tabellen af te gaan. De Poort krijgt jaarlijks € 250.000 subsidie, er zijn per jaar meer dan 10.000 contactmomenten met jongeren, de meeste contactmomenten zijn gewoon gezellig en naar schatting 10% van de contactmomenten schuurt aan tegen de dure zorg. Als De Poort iedere week één jongere uit de zwaardere zorg houdt, bespaart dat ongeveer € 5.000 per jongere, maar omdat die jongere niet in de zorg terechtkomt, blijven deze cijfers vaak buiten beeld. De gemeente zou blij moeten zijn met een centrum zoals De Poort en met het feit dat zo veel vrijwilligers zo veel voor De Poort doen en de gemeente heeft De Poort ook heel vaak als voorbeeld gesteld.
Uit het BMC-rapport blijkt dat de Poort slecht functioneert, maar de conclusies in het rapport zijn gebaseerd op insinuaties en die gebruikt wethouder nu als feiten en als reden om de subsidie te verlenen, dat is niet rechtvaardig. Verder is de vraag of jongeren erbij gebaat zijn als De Poort in de huidige vorm stopt en hij bedoelt met De Poort niet alleen het gebouw, maar ook het bestuur, het team, het huishouden van De Poort en vooral de vele vrijwilligers. Mevrouw Lokhoff (SP) bedankt de heer Kuenen voor zijn inspraak en ze wenst hem van harte beterschap. Inspreker, de heer Walgering is wel aanwezig maar lukt het niet om in beeld te komen.
Inspreker, mevrouw Vaes vertelt dat haar zoon er zonder De Poort waarschijnlijk niet meer was geweest. De Poort was er wel toen jeugdzorg hem niet kon begeleiden en als er in het weekend of 's avonds geen hulp voor hem was. Voor haar zoon staat De Poort voor iemand die naast en niet tegenover hem staat zoals de jeugdzorginstellingen dat wel stonden. De Poort was ook een tweede thuis waar haar zoon zich veilig voelde toen haar man zeven jaar geleden een zwaar herseninfarct kreeg en naar Mariaoord is gebracht terwijl hij liever thuis wilde zijn. Inspreker, de heer Venlet is niet aanwezig. Inspreker, mevrouw Van Wijnen is verhinderd
Inspreker, mevrouw Boltze merkt op dat zoeken naar fouten of gebreken erg gemakkelijk is en dat de wereld kapotgaat als steeds bij iemand of een organisatie op de zere plek wordt gedreund in plaats van die persoon of organisatie te helpen. De Poort is hier ook slachtoffer van, het is een tweede huis voor jongeren met allerlei psychosociale problemen, een plek waar jongeren zich veilig en vertrouwd voelen en waar ze aan persoonlijke ontwikkeling en talentontwikkeling kunnen doen. Omdat vertrouwen en veiligheid een groot goed voor deze jongeren is, hebben velen een sleutel van De Poort, maar nu wordt dat vertrouwen en de veiligheid waar zo hard aan gewerkt is beschadigd door
het nieuwe plan van de wethouder. De Poort is een voorbeeld voor andere jongerencentra. Ze kent De Poort vanaf juni 2015 toen ze daar samen met jongeren en jongerenwerkers aan een project voor kinderen in Kenia werkte, waarbij de jongeren van De Poort zich op verschillende gebieden konden ontwikkelen. Het toenmalige bestuur kon zich echter niet in dat project vinden en daardoor werd vele jongeren die ontwikkelingsmogelijkheid afgenomen. Ze vraagt zich af of die bestuursleden de doelgroep wel begrepen en of zij ook handelingsonbekwaam genoemd mogen worden zoals het huidige bestuur genoemd wordt. Ze weet niet of degene die het rapport heeft geschreven dit woord opzettelijk heeft gebruikt of dat het pure onwetendheid omdat de definitie van handelingsonbekwaam 'iemand met een verstandelijke beperking, psychiatrische problemen, een verslaving of dementie' is. Daarnaast betekent het 'onder curatele'. Het huidige bestuur wordt ook gezien als niet geslachtsrijp en onvolwassen, zogenaamd juveniel, en ze vraagt zich af waarom deze woorden worden gebruikt. Ze gaat ervan uit dat er onderzoek is gedaan om met aanbevelingen te komen zodat er volgens een samen besproken plan en een tijdsplanning kan worden gewerkt, maar misschien is het rapport ergens anders voor bedoeld. Ze mist ook inbreng van de doelgroep en onderzoek naar bepaalde uitspraken.
Dat staat er allemaal niet in, maar de gemeente ziet hierin toch een onderbouwing voor de nu voorliggende rigoureuze beslissingen. Ze neemt haar petje af voor de huidige bestuursleden omdat iemand zich met hart en ziel aan een organisatie moet willen verbinden om een organisatie in een crisis in goede banen te kunnen leiden. Omdat de bestuursleden uit hetzelfde werkveld komen, is de eerste drempel al genomen, namelijk dat het bestuur de visie aanvoelt. Verder weet ze uit eigen ervaring dat jongeren vaak veel meer bijdragen dan veertigplussers, zolang er maar een of twee mensen in het bestuur zitten die duidelijke kaders aangeven. Het kost erg veel tijd om een visie uit te werken in een strategie, beleid en taken en dat kan niet als vrijwilligerswerk in een paar maanden, zeker niet naast werk, een studie of andere persoonlijke verplichtingen. De wethouder zegt dat er bij De Poort een bestuurscrisis is, dat de zaken na een halfjaar nog steeds niet op orde zijn en dat het bestuur dus geen slagkracht heeft en dat is een uitspraak die iemand alleen doet als hij geen zicht heeft op wat er allemaal moet gebeuren om iets voor elkaar te krijgen. Het is niet waar dat De Poort niet goed werkt, maar de wethouder komt met allerlei eisen die veel te snel moeten worden uitgevoerd, De Poort wordt gewoon met de rug tegen de muur gezet omdat er een afhankelijkheidsrelatie is.
Dit gaat in tegen de adviezen van de adviesraad WMO en Jeugdhulp en ze citeert: 'Zorg voor het vervangen van het werksysteem van de gemeente die steeds weer het kader bepaalt van de ontwikkelingen bij de jeugd door een andere vorm van omgang in de ontmoeting en vormbepaling van het beleid voor jeugdhulp. Hierbij is luisteren naar en leren van degene die het aangaat van groot belang'. Strubbelingen in het bestuur zijn op te lossen, maar als de gemeente de subsidie wil intrekken, de huur wil opzeggen en twee jongerenwerkers met jarenlange ervaring ergens anders moeten gaan werken, is er niet echt ruimte voor het werken aan een eigen oplossing en is het ook niet vreemd dat jongeren de muren met allerlei boodschappen aan de wethouder hebben beklad, dat is hun enige uitlaatklep. Ze vraagt de gemeente zich te buigen over de dynamiek die is ontstaan, te luisteren naar degenen waar het om gaat en het onderzoeksrapport te gebruiken als handvat voor verbetering in plaats van afbreuk te doen aan iets waar niets meer mis mee is dan met een gemiddelde organisatie. Door besluiten van de gemeente is het balletje in de verkeerde richting gaan rollen en dat vereist reflectie en een kwetsbare opstelling. Aangezien dat niet vaak getoond wordt, vreest ze dat degene met de meeste macht krijgt wat hij wil, niet omdat het beter is, maar gewoon omdat dit het plan was, ongeacht de consequenties.
Inspreker, de heer De Laat is afwezig
Inspreker, de heer Hoos is vrijwilliger bij De Poort en hij maakt zich veel zorgen over de gang van zaken in de afgelopen anderhalf jaar. Hij is zes jaar geleden als maatschappelijk stagiair bij De Poort gekomen, hij kwam toen veel oude bekenden tegen, kan het goed met de jongerenwerkers vinden en hij voelt zich er nog steeds erg thuis. Hij heeft ook donkere tijden meegemaakt, hij was dakloos, zat een periode in de jeugdopvang en zonder De Poort zou hij niet zijn waar hij nu is. Hij spreekt namens alle jongeren als hij zegt dat gemeente van De Poort moet afblijven en dat het goed is zoals het altijd was. Alle jongeren hebben profijt gehad van alles wat De Poort voor hen heeft gedaan en hij vindt dat het zo moet blijven.
Mevrouw Lokhoff (SP) vraagt uit welk deel van Den Bosch de jongeren komen die in De Poort komen, of dat alleen jongeren uit de Maaspoort zijn of ook jongeren uit andere delen van Den Bosch. De heer Hoos zegt dat de jongeren vooral uit Maaspoort komen, maar ook uit andere delen van Den Bosch zoals De Kruiskamp en Hambaken. Inspreker, mevrouw Van Houtum spreekt in namens het Koning Willem I College dat sinds vier jaar binnen Sociaal Maatschappelijke studies het project 'Leren op locatie' in De Poort uitvoert. In dit project zijn er lessen op deze locatie en worden de thema's direct ook in de praktijk uitgevoerd. Dit project begon met vijftien leerlingen, dat zijn er inmiddels 38 en er is een wachtlijst. Doordat de leerlingen in het eerste leerjaar niet alleen theorie krijgen, maar ze ook in de praktijk in een voor jongeren prettige omgeving werken, vallen er minder leerlingen uit en verloopt hun stage een jaar later ook beter. Het project is niet alleen een succes voor de leerlingen, maar ook voor de school omdat het onderwijs op deze manier de praktijk snel kan meenemen in het curriculum. Het Koning Willem I College vindt het daarom belangrijk dat 'Leren op locatie' bij De Poort kan doorgaan.
De heer Van Valkenburg (Bosch Belang) vraagt of het Koning Willem I College het project 'Leren op locatie' bij De Poort heeft ondergebracht omdat het gebouw met de huidige gebruikers zich daarvoor leent of dat ze vertrouwen heeft in het totale concept van De Poort met het gebouw, het huidige gebruik en de huidige systematiek om jongeren op te vangen. Mevrouw Van Houtum zegt dat het gaat om een combinatie. Het Koning Willem I College is met De Poort in zee gegaan vanwege de fysieke omgeving en de letterlijke en figuurlijke ruimte die de leerlingen daar hebben. Het gaat om leerlingen van de opleiding Sociaal werk en zij kunnen bij De Poort naast jongerenwerk ook allerlei andere facetten van sociaal werk oefenen. Het is ook belangrijk dat het onderwijs zo met een betrokken organisatie werkt die het belang van dit concept inziet, er wordt hiermee wel het een en ander van een organisatie gevraagd, zoals het begeleiden van de leerlingen. De heer Slikker (PvdA) vraagt of mevrouw Van Houtum het gevoel heeft dat de kwaliteit van 'Leren op locatie' bij De Poort de afgelopen maanden onvoldoende was. Mevrouw Van Houtum ziet dat er van alles op de werkvloer gebeurt en ze probeert de studenten daar zo neutraal mogelijk in te laten staan, maar dat is erg lastig voor 16- en 17-jarigen.
De lessen zijn gewoon doorgegaan, maar er was wel wat onrust op het gebied van de praktijk en leerlingen raken daar soms wat onzeker van, waardoor ze soms echt studentengedrag gaan vertonen zoals soms niet of te laat komen. Ze is toen in gesprek gegaan met De Poort en toen is er een plan gemaakt waardoor de studenten wel voldoende begeleiding krijgen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt in hoeverre het onderwijs bij het opgestelde rapport betrokken is. Mevrouw Van Houtum zegt dat het onderwijs daar niet bij betrokken is.