Gewijzigde Marktverordening 2021 (na tweede wijziging)
Tekst van het document
Marktverordening gemeente ’s-Hertogenbosch 2021
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen................................................................................................................. 2 Artikel 2. Toepassingsbereik, instellen, afschaffen of veranderen van markten................................................3 Artikel 2a. Verzelfstandigde markt....................................................................................................................3 Artikel 3. Marktindeling.....................................................................................................................................3 Artikel 4. Marktreglement en nadere regels......................................................................................................4 Hoofdstuk 2 Bepalingen over vergunningen................................................................................................... 4 Artikel 5. Vergunningsplicht...............................................................................................................................4 Artikel 6. Tijdsduur vergunning..........................................................................................................................4 Artikel 7. Vereisten vergunning.........................................................................................................................4 Artikel 8.
Verdeling schaarse vergunningen.......................................................................................................5 Artikel 9. Innemen standplaats en waarneming................................................................................................6 Artikel 10. Overschrijven vergunningen.............................................................................................................7 Artikel 11. Intrekken en wijzigen vergunning of ontheffing...............................................................................7 Hoofdstuk 3 Standwerkers............................................................................................................................. 8 Artikel 12. Standwerkers....................................................................................................................................8 Hoofdstuk 4 Marktadviescommissie............................................................................................................... 8 Artikel 13. Marktadviescommissie.....................................................................................................................8 Hoofdstuk 4a Het organiseren van een verzelfstandigde markt......................................................................8 Artikel 13a.
Vergunningplicht voor het organiseren van een verzelfstandigde markt.......................................8 Artikel 13b. Tijdsduur organisatievergunning....................................................................................................8 Artikel 13c. Vereisten organisatievergunning....................................................................................................9 Artikel 13d. Verdelen schaarse organisatievergunning......................................................................................9 Artikel 13e. Verzelfstandiging van bestaande markt.......................................................................................10 Artikel 13f. Intrekken of wijzigen organisatievergunning................................................................................10 Hoofdstuk 5 Straf-, overgangs- en slotbepalingen.........................................................................................11 Artikel 14. Schorsen en intrekken vergunningen..............................................................................................11 Artikel 15. Uitsluiten standwerkers..................................................................................................................11 Artikel 16.
Onmiddellijke verwijdering.............................................................................................................11 Artikel 17. Strafbepalingen..............................................................................................................................12 Artikel 18. Toezichthouders.............................................................................................................................12 Artikel 19. Intrekken oude regeling..................................................................................................................12 Artikel 20. Overgangsbepalingen.....................................................................................................................12 Artikel 21. Inwerkingtreding............................................................................................................................12 Artikel 22. Citeertitel.......................................................................................................................................12
1
De raad van de gemeente ‘s-Hertogenbosch; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 juni 2021, nr. 11022581, inzake de Marktverordening 2021; gelet op de artikelen 147 lid 1, 149, 154, 156 en 160 lid 1 onder g van de Gemeentewet; gezien het advies van de marktadviescommissie; besluit: De “Marktverordening gemeente ’s-Hertogenbosch 2021” als volgt vast te stellen: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. bedrog: bedrog als bedoeld in artikel 3:44 lid 3 Burgerlijk Wetboek b. bloedverwant in de eerste graad: ouders, kinderen, adoptie ouders en adoptie kinderen; c. bloedverwanten in de tweede graad: grootouders, kleinkinderen, broers en zussen; d. college: college van burgemeester en wethouders; e. markt: de markt(en), die krachtens besluit van het college op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden; f. marktadviescommissie: door het college ingestelde commissie met als taak het college te adviseren over marktaangelegenheden; g. marktmeester: als zodanig door het college aangewezen persoon; h. marktreglement: nadere regels die het college vaststelt en waarin nadere invulling wordt gegeven aan het bepaalde in deze verordening; i. marktterrein: het terrein zoals aangegeven op de tekeningen die zijn vastgesteld door het college volgens de artikelen 2 en 3 van de verordening; j.
organisatievergunning: vergunning voor het organiseren van een verzelfstandigde markt; k. standplaats: de op en voor de duur van een markt krachtens deze verordening aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel; l. standwerker: standplaatshouder, die publiek om zich heen verzamelt, een presentatie houdt over een te verkopen product en tenslotte gelijktijdig het product probeert te verkopen; m. standwerkersplaats: een standplaats die per markt beschikbaar wordt gesteld voor het uitoefenen van de markthandel als standwerker; n. toezichthouder: de als zodanig van gemeentewege aangewezen persoon die belast is met toezicht en handhaving op de markt; o. vaste standplaats: een marktstandplaats waarvoor een vergunning is verleend voor het innemen van de standplaats op een vaste plaats op een vaste marktdag; p. vergunninghouder: degene aan wie vergunning is verleend voor het innemen van een vaste standplaats; q. verkoopmiddel: de kraam, verkoopwagen, tent of ander middel waarmee men de standplaats inneemt; 2
r. verordening: de Marktverordening 2021 gemeente ’s-Hertogenbosch; s. verzelfstandigde markt: de warenmarkt, die op de daartoe door het college aangewezen dag en plaats wordt gehouden, waarbij de organisatie van de markt neergelegd is bij een rechtspersoon aan wie het college een vergunning hiertoe heeft verleend; t. waarnemer: een natuurlijke persoon die gedurende een bepaalde periode een standplaats inneemt van een vergunninghouder van een vaste standplaats; u. wangedrag: daaronder kan in ieder geval worden begrepen seksuele intimidatie, discriminatie, alcohol- en/of drugsmisbruik, belediging van het marktpubliek of een ambtenaar in functie, dan wel ander gedrag waardoor het aanzien van de markt schade wordt toegebracht. Artikel 2. Toepassingsbereik, instellen, afschaffen of veranderen van markten. 1. Deze verordening is van toepassing op de door het college, volgens artikel 160 lid 1 onder g, van de Gemeentewet, ingestelde marktdagen. 2. Het college is bevoegd markten in te stellen af te schaffen, te veranderen, dan wel dagen aan te wijzen waarop geen markt plaatsvindt. Het veranderen van markten of het aanwijzen van dagen waarop geen markt plaatsvindt, gebeurt in het belang van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid en/of bescherming van het milieu. 3.
Een aantal keer per jaar is het noodzakelijk om vanwege evenementen de markt op een andere plaats, andere dag of op een ander tijdstip te houden. Voor de jaarlijkse en voorzienbare evenementen wordt na advies van de Marktadviescommissie een jaarplan opgesteld. Daarnaast kan het college 2 keer per jaar besluiten dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere plaats, een ander dag of op een ander tijdstip. 4. Indien een markt tijdelijk plaatsvindt op een andere plaats is het bepaalde in artikel 3 van overeenkomstige toepassing. 5. Het college is bevoegd te besluiten de markt niet te laten plaatsvinden, onmiddellijk te beëindigen, anders op te stellen of in te richten indien het college dat, op grond van weersomstandigheden, calamiteiten of andere oorzaken, noodzakelijk acht. Een vergunninghouder en/of diens waarnemer is verplicht om de in verband met de toepassing van dit artikellid door marktmeesters, toezichthouders of hulpdiensten gegeven aanwijzingen, waaronder in ieder geval wordt verstaan het ontruimen of verplaatsen van de standplaats, onmiddellijk uit te voeren. Artikel 2a. Verzelfstandigde markt 1. Het college kan op een daartoe strekkend verzoek van een rechtspersoon besluiten een vergunning te verlenen voor de organisatie van een verzelfstandigde markt; 2.
De hoofdstukken 2 en 3 en de artikelen 3, 4, 14, 15, 16 en 20 van deze verordening zijn niet van toepassing op een markt waarvoor een vergunning is verleend als bedoeld in lid 1. 3. Op een markt als bedoeld in lid 1 zijn de bepalingen uit hoofdstuk 4a van toepassing. Artikel 3. Marktindeling 1. Het college bepaalt ten aanzien van de markt: a. de tijden waarop de markt wordt gehouden; b. de tijden dat de markt mag worden opgebouwd en afgebroken; c. de tekening van het marktterrein. 3
2. 3.
Het college kan voor de markt vaststellen: a. een lijst met artikelengroepen (branches); b. het maximum aantal vergunninghouders per branche. Op de tekening van het marktterrein, als bedoeld in lid 1 onder c zijn aangegeven: a. de grenzen van de markt b. de plaatsen die bestemd zijn voor het innemen van een vaste standplaats; c. de plaatsen die bestemd zijn voor standwerkers; d. voor zover van toepassing, de plaatsen die uitsluitend of met voorrang bestemd zijn voor bepaalde branches; e. voor zover van toepassing, de plaatsen die uitsluitend bestemd zijn voor een bepaald type verkoopmiddel.
Artikel 4. Marktreglement en nadere regels 1. Het college stelt een marktreglement op betreffende het bepaalde in deze verordening. 2. Het college kan in aanvulling op het marktreglement nadere regels opstellen betreffende het bepaalde in deze verordening. 3. In gevallen waarin deze verordening, het marktreglement of de nadere regels niet voorzien, beslist het college. Hoofdstuk 2 Bepalingen over vergunningen Artikel 5. Vergunningsplicht 1. Het is verboden om zonder vergunning van het college een vaste standplaats in te nemen op een markt. 2. Het is verboden op een marktterrein te handelen zonder vergunning. 3. Het is verboden een standplaats in te nemen in afwijking van de vergunning. 4. Een vergunning wordt verleend voor het innemen van een vaste standplaats. 5. Een persoon kan slechts beschikken over één vergunning per markt. 6. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing. 7. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen. Artikel 6. Tijdsduur vergunning 1. Een vergunning voor een vaste standplaats wordt voor een periode van 10 jaar afgegeven. 2. Op verzoek van de aanvrager kan een vergunning voor kortere periode worden verleend. Artikel 7. Vereisten vergunning 1.
Voor toewijzing van een vergunning voor het innemen van een vaste standplaats op een markt komt uitsluitend in aanmerking: a. een persoon; b. die aantoont dat deze als natuurlijk persoon of als bestuurder van een rechtspersoon staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK); en 4
c.
2.
3. 4. 5.
tenminste de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, handelingsbekwaam is en gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten. De gevraagde vergunning wordt geweigerd indien: a. Een van de volgende personen zich in de periode van een jaar voorafgaand aan de indiening van een vergunningaanvraag aantoonbaar schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog op een markt: - de aanvrager; - degene die op grond van feiten en omstandigheden redelijkerwijs met de aanvrager gelijk kan worden gesteld; - de (voormalige) waarnemer van de aanvrager; b. De aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag (VOG) van maximaal zes maanden oud kan overleggen; c. Indien bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt; d. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke omstandigheden niet met de in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. e. Het innemen van de standplaats niet past binnen de regels en/of tekening die krachtens artikel 3 en/of 4 van de verordening worden vastgesteld dan wel technisch niet inpasbaar is; f. De aanvrager niet in aanmerking komt voor een vergunning gelet op artikel 8 van de verordening; of g. De aanvrager reeds een vergunning heeft voor het innemen van een standplaats op de betreffende markt.
De vergunning kan worden geweigerd indien een vergunning van dezelfde persoon in de periode van een jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag is ingetrokken op grond van het bepaalde in artikel 14 van de verordening. Het college beslist op een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van deze verordening of een wijziging daarvan, binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 8. Verdeling schaarse vergunningen 1. Wanneer het door het college op grond van artikel 3 bepaalde maximum aantal standplaatsen per branche is bereikt en er een standplaats beschikbaar komt, dan wordt niet eerder een nieuwe vergunning verleend, dan na het verrichten van een vergelijkende toets. Daartoe wordt een gunnings- en selectieprocedure doorlopen, die is voorgeschreven in het marktreglement. 2. Het college stelt in het marktreglement regels op over hoe deze vergelijkende toets zal plaatsvinden. Deze regels hebben tenminste betrekking op: a. de wijze van bekendmaking van de vrije plaats; b. de wijze waarop en het tijdvak waarbinnen gegadigden hun interesse kenbaar kunnen maken; c. de selectiecriteria en de wijze van beoordelen; d. hoe wordt omgegaan met gelijke scores; e. bekendmaking van de scores; f. hoe wordt omgegaan met aanvragen die worden gedaan nadat bovengenoemde procedure is doorlopen en er binnen het tijdvak, als bedoeld onder b, geen interesse in de vergunning was. 5
3.
De selectiecriteria hebben tenminste betrekking op de volgende onderwerpen: a. Toegevoegde waarde voor de markt; b. Presentatie; c. Dienstverlening; d. Maatschappelijk betrokken; e. Ervaring; f. Gedrag; g. Binding.
Artikel 9. Innemen standplaats en waarneming 1. De vergunninghouder neemt de standplaats die hem/haar is toegewezen persoonlijk in en mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. 2. In het geval dat de vergunning is verleend aan een bestuurder van een rechtspersoon, dan mogen de andere bestuurders van die rechtspersoon ieder voor zich de standplaats innemen. 3. In het geval dat de vergunning is verleend aan een vennoot in een vennootschap onder firma (VOF), dan mogen de andere vennoten van die VOF ieder voor zich de standplaats innemen. 4. Het college kan, op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder, ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1, ten behoeve van een in dat verzoek met naam genoemde persoon. 5. In de ontheffing, bedoeld in het vierde lid, wordt één persoon als waarnemer vermeld. De waarnemer moet een handelingsbekwaam natuurlijk persoon zijn, die de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt en een verklaring omtrent het gedrag van maximaal drie maanden oud kan overleggen. 6. Een ontheffing wordt in ieder geval niet verleend voor een beoogd waarnemer die zich in de periode van een jaar voorafgaand aan de indiening van een aanvraag om ontheffing aantoonbaar schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog op een markt. 7.
Een vergunninghouder die zijn vaste standplaats laat waarnemen blijft hoofdelijk aansprakelijk en verantwoordelijk voor de inrichting van de standplaats en voor de naleving van de verordening, het marktreglement, nadere regels en vergunningvoorschriften door de waarnemer. 8. Een waarnemer treedt op namens de vergunninghouder en verhandelt namens de vergunninghouder de waren van de vergunninghouder. De waarnemer handelt overeenkomstig het bepaalde in deze verordening en het marktreglement. 9. Een ontheffing als bedoeld in het vierde lid kan maximaal worden verleend voor de periode dat de vergunning geldig is. 10. Eenieder, die een standplaats op de markt bezet of wenst te bezetten dient op eerste aanvraag tegenover de marktmeester te kunnen aantonen, dat de persoon de vergunninghouder is of als waarnemer van de vergunninghouder optreedt en toestemming heeft om een standplaats op de markt in te nemen. 11. Het verzoek om ontheffing zoals bedoeld in lid 4 bevat tenminste: a. de achternaam en voornamen, de geboortedatum en -plaats van de waarnemer; b. de markt waar de waarnemer mag waarnemen voor de vergunninghouder; c. de datum van de ingang van de waarneming; d. de datum van het einde van de waarneming.
6
Artikel 10. Overschrijven vergunningen 1. In geval van overlijden, blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder of (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging, kan de vaste standplaatsvergunning op aanvraag van de vergunninghouder of zijn erven worden overgeschreven op: de (achterblijvende) echtgenoot/echtgenote of geregistreerd partner van de vergunninghouder; een andere (achterblijvende) persoon met wie de vergunninghouder een samenlevingscontract had afgesloten; een bloedverwant in de eerst of tweede graad van de vergunninghouder; een medewerker of mede-eigenaar van het bedrijf van de vergunninghouder, indien deze ten minste één jaar aantoonbaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. 2. Een aanvraag tot overschrijving kan worden ingediend, binnen drie maanden na het overlijden van de vergunninghouder of binnen drie maanden nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder is vastgesteld of binnen drie maanden na de (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging door de vergunninghouder. Daarna vervalt de mogelijkheid tot overschrijven van de vergunning. 3. Degene op wiens naam de vaste standplaatsvergunning wordt overgeschreven dient te voldoen aan de vereisten in artikel 7 van de verordening. 4.
De vergunning wordt overgeschreven voor ten hoogste de resterende termijn waarvoor de vergunning is afgegeven. Artikel 11. Intrekken en wijzigen vergunning of ontheffing 1. Het college trekt een vergunning of ontheffing in: a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. indien niet langer wordt voldaan aan de vereisten voor het verkrijgen van een vergunning en of ontheffing, als bedoeld in artikel 7 of 9; c. als een vergunning op grond van artikel 10 van deze verordening is overgeschreven op iemand die reeds een vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken; d. bij overlijden van de vergunninghouder, blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder of (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging, tenzij de vergunning binnen de daarvoor bepaalde termijn wordt overgeschreven overeenkomstig het bepaalde in artikel 10. 2. Het college kan een vergunning of ontheffing intrekken of wijzigen: a. indien ter verkrijging of behoud daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien niet langer wordt voldaan aan hetgeen waarvoor men op grond van artikel 8 is beoordeeld en deze wijziging zou hebben geleid tot een lagere score bij de beoordeling; c.
wanneer de vergunninghouder wegens ziekte of bijzondere omstandigheden gedurende vier maanden geen gebruik heeft gemaakt van zijn vergunning door geen standplaats in te nemen en zich niet heeft laten waarnemen; d. indien een vergunninghouder of diens waarnemer, met uitzondering van ziekte, bijzondere omstandigheden of afwezigheid tijdens een verplaatste of gewijzigde 7
markt vanwege een te houden evenement, een standplaats minder dan 46 weken per jaar inneemt, dan wel op een markt die niet wekelijks plaatsvindt een evenredig aantal dagen afwezig is; e. indien een vergunninghouder of diens waarnemer, met uitzondering van ziekte, bijzondere omstandigheden, een standplaats minder dan 46 weken per jaar gedeeltelijk inneemt, dan wel op een markt die niet wekelijks plaatsvindt een evenredig aantal dagen de standplaats gedeeltelijk inneemt; f. als het innemen van de standplaats niet langer past binnen de regels en/of tekening die krachtens artikel 3 van de verordening zijn vastgesteld. 3. Het college kan een vergunning wijzigen indien dit nodig is om van meerdere kleine beschikbare plaatsen een grotere beschikbare plaats te maken, met dien verstande dat het moet gaan om een beperkte wijziging. Hoofdstuk 3 Standwerkers Artikel 12. Standwerkers 1. In het marktreglement worden regels opgenomen voor standwerkers. 2. De regels als bedoeld in lid 1 hebben tenminste betrekking op: a. Het aantal standwerkersplaatsen per markt; b. De toewijzing van standwerkersplaatsen; c. Verdelingsbeleid voor wanneer het aantal gegadigden het aantal beschikbare plaatsen overschrijdt; d. Het gebruik van de standwerkersplaatsen. Hoofdstuk 4 Marktadviescommissie Artikel 13. Marktadviescommissie 1.
Het college stelt een commissie in met als doel om de marktkooplieden, rechtspersonen die een verzelfstandigde markt organiseren en de andere belangrijkste stakeholders te laten participeren bij de voorbereiding op de besluitvorming over algemene onderwerpen die de markten aangaan. 2. Het college stelt in het marktreglement regels op omtrent samenstelling en werkwijze van de marktadviescommissie, alsmede over de wijze van verkiezen van de leden. Hoofdstuk 4a Het organiseren van een verzelfstandigde markt Artikel 13a. Vergunningplicht voor het organiseren van een verzelfstandigde markt 1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van het college een verzelfstandigde markt te organiseren. 2. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een vergunning als bedoeld in lid 1. 3. De rechtspersoon aan wie de vergunning als bedoeld in lid 1 is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen. Artikel 13b. Tijdsduur organisatievergunning Een vergunning als bedoeld in artikel 13a wordt verleend voor een periode van 10 jaar.
8
Artikel 13c. Vereisten organisatievergunning 1. Een organisatievergunning wordt uitsluitend verleend aan een rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. 2. Een organisatievergunning wordt uitsluitend verleend voor het organiseren van een door het college in te stellen markt. 3. Een aanvraag voor een vergunning bevat een door het bestuur van een rechtspersoon vast te stellen plan dat waarborgt dat de markt op een veilige, ordelijke en eerlijke wijze wordt georganiseerd en hoe rekening wordt gehouden met de omgeving. 4. De organisatievergunning kan worden geweigerd: a. in het belang van de openbare orde; b. in het belang van de openbare veiligheid; c. in het belang van de bescherming van het milieu; d. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; e. indien de parkeerdruk door de aanwezigheid van de markt onevenredig wordt aangetast; f. Indien bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt; g. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke omstandigheden niet met de in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; h. De aanvrager niet in aanmerking komt voor een vergunning gelet op artikel 13d van de verordening; i.
indien er reeds een vergunning is verleend aan een andere rechtspersoon dan de aanvrager en de duur van deze vergunning nog niet is verstreken. j. indien een vergunning van dezelfde rechtspersoon in de periode van een jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag is ingetrokken op grond van het bepaalde in artikel 13f, lid 2 van de verordening. 5. Het college beslist op een aanvraag om een organisatievergunning op grond van deze verordening of een wijziging daarvan, binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 13d. Verdelen schaarse organisatievergunning 1. Het college stelt voorafgaand aan de start van de vergunningsprocedure een selectiedocument vast waarin de selectieprocedure en de wijze van beoordeling van de vergunningaanvragen is vastgelegd. De selectieprocedure die wordt toegepast is een vergelijkende toets. 2. Het college stelt in het selectiedocument regels op over hoe de vergelijkende toets zal plaatsvinden. De regels hebben tenminste betrekking op: a. de wijze van bekendmaken van de te vergunnen markt; b. de wijze waarop en het tijdvak waarbinnen gegadigden hun interesse kenbaar kunnen maken; c. de eisen die worden gesteld aan de gegadigden en het plan zoals bedoeld in artikel 13c, lid 3; d.
de selectiecriteria en de wijze van beoordelen; e. hoe wordt omgegaan met gelijke scores; f. bekendmaking van de scores;
9
g.
3.
hoe wordt omgegaan met aanvragen die worden gedaan nadat de bovengenoemde procedure is doorlopen en er binnen het tijdvak, als bedoeld onder b, geen interesse in de organisatievergunning was. De selectiecriteria hebben tenminste betrekking op de volgende onderwerpen: a. veilig en ordelijk verloop van de markt; b. het schoonhouden van het terrein tijdens en na afloop van de markt; c. het betrekken van omliggende bewoners en bedrijven; d. onafhankelijke organisatie en transparante werkwijze; e. verbinding van de markt met de omliggende functies/bedrijvigheid en de wijze waarop de aanvrager aantoont eraan te werken dat de functies elkaar gaan versterken; f. duurzaamheid.
Artikel 13e. Verzelfstandiging van bestaande markt 1. De procedure uit artikel 13d blijft achterwege wanneer sprake is van een verzelfstandiging van een bestaande markt, waarbij de verzelfstandigde markt georganiseerd gaat worden door een rechtspersoon die is opgericht door de vergunninghouders van die betreffende markt. 2. Tot een verzelfstandiging als bedoeld in lid 1 wordt slechts overgegaan als uit een draagvlakmeting onder de vergunninghouders blijkt dat minimaal de helft daarvan voorstander is. Artikel 13f. Intrekken of wijzigen organisatievergunning 1. Het college trekt een organisatievergunning in op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder. 2. Het college kan een organisatievergunning intrekken of wijzigen: a. indien ter verkrijging of behoud daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien niet langer wordt voldaan aan de vereisten voor het verkrijgen van een organisatievergunning, als bedoeld in artikel 13c; c. als de voorschriften, verbonden aan de organisatievergunning, worden overschreden; d. indien niet langer wordt voldaan aan hetgeen waarvoor men op grond van artikel 13d is beoordeeld en deze wijziging zou hebben geleid tot een lagere score bij de beoordeling; e. wanneer de markt, anders dan door overmacht, minder dan 46 weken per jaar daadwerkelijk plaatsvindt; f.
indien op grond van verandering van omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege een of meerdere belangen als bedoeld in artikel 13c, lid 4, sub a tot en met d; g. wanneer er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; h. indien de vergunninghouder of degene(n) die hij inzet voor het dagelijks beheer van de markt betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit de exploitatie van de markt, dan wel
10
i.
toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.
Hoofdstuk 5 Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 14. Schorsen en intrekken vergunningen 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 11 kan het college, onverminderd zijn bevoegdheid op grond van artikel 125 van de Gemeentewet om handhavend op te treden ter zake de specifieke overtreding, een vergunning intrekken, dan wel voor ten hoogste drie achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien: a. de vergunninghouder, waarnemer en/of personeel het bepaalde bij of krachtens deze verordening, het marktreglement, nadere regels en/of vergunningvoorschriften overtreedt; b. de vergunninghouder, waarnemer en/of personeel zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog op de markt; c. de vergunninghouder, waarnemer en/of personeel aanwijzingen en bevelen van het college en van de door het college aangewezen personen niet opvolgt; d. de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 2. In het marktreglement wordt uitgewerkt bij welke overtredingen de vergunning in beginsel wordt ingetrokken, geschorst of wanneer andere sancties worden opgelegd. Artikel 15. Uitsluiten standwerkers Het college kan een standwerker uitsluiten van de toewijzing van een standwerkersplaats voor ten hoogste één jaar, indien deze: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening en het marktreglement overtreedt; b.
zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. als standwerker niet actief is op een hem/haar toegewezen standwerkersplaats; d. de aanwijzingen van de marktmeester niet opvolgt. Artikel 16. Onmiddellijke verwijdering Het college kan een vergunninghouder, waarnemer of standwerker gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien deze: a. het bepaalde bij of krachtens de verordening, het marktreglement, nadere regels en/of de vergunningvoorschriften overtreedt; b. zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. de marktmeester, de toezichthouders of andere gezagsdragers belemmert in de uitoefening van hun functie dan wel gegeven aanwijzingen niet naleeft; d. de openbare orde, veiligheid, gezondheid en/of zedelijkheid van de markt schaadt. Dit laatste onverminderd de bevoegdheden van de burgemeester in verband met de handhaving van de openbare orde waarmee hij op grond van artikel 172 van de Gemeentewet is belast.
11
Artikel 17. Strafbepalingen Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening kunnen worden bestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden bestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel 18. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester en andere door het college aangewezen toezichthouders. Artikel 19. Intrekken oude regeling De “Marktverordening 2014 gemeente ’s-Hertogenbosch”, vastgesteld op 24 juni 2014, wordt ingetrokken. Artikel 20. Overgangsbepalingen 1. Binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze verordening, worden de vergunningen, verleend op grond van de “Marktverordening 2014 gemeente ’sHertogenbosch”, ingetrokken. De betreffende vergunninghouders ontvangen in plaats daarvan, zonder toepassing van artikel 8, eenmalig een nieuwe vergunning die geldt voor de periode van 15 jaar en die voldoet aan de overige vereisten uit deze verordening en het marktreglement. 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de “Marktverordening 2014 gemeente ’s-Hertogenbosch” is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.
Artikel 21. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 november 2021. Artikel 22. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente ’s-Hertogenbosch 2021. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 13 juli 2021. De griffier,
De voorzitter,
drs. W.G. Amesz
drs. J.M.L.N. Mikkers
12