Gewijzigde Bijlage 1 bij het raadsvoorstel Herstelbesluit bestemmingsplannen Heesch West Gewijzigd 22 april 2025
Tekst van het document
BIJLAGE 1: NOTA VAN WIJZIGINGEN BIJ HERSTELBESLUIT BESTEMMINGSPLAN HEESCH WEST (GEMEENTE ’SHERTOGENBOSCH) 1. De planregels worden als volgt gewijzigd, voor zover de planregels betrekking hebben op het grondgebied van gemeente ‘s-Hertogenbosch 1: a. Aan de regels worden in Artikel 1 Begrippen, de volgende bepalingen toegevoegd: 1.7 Aanstralen van gebouwen het verlichten door verlichtingsinstallaties van de gevel van een gebouw of gedeelten hiervan, bedoeld om de aandacht te trekken of om het verlichte onderwerp te accentueren. 1.16 Armatuur een apparaat dat licht verspreidt, filtert of transformeert van één of meerdere lampen en dat behalve de lampen zelf alle noodzakelijke onderdelen omvat die noodzakelijk zijn voor het plaatsen, beschermen van de lampen en indien noodzakelijk elektrisch toebehoren met de bedoeling deze te koppelen aan de elektrische voeding. 1.42 dynamische reclameverlichting reclameverlichting waarbij er sprake is van wisselende lichtbeelden. 1.54 Illuminatie van gebouwen alle verlichting die bij en aan gebouwen, constructies en objecten wordt aangebracht ter verfraaiing hiervan of om speciale decoratieve effecten te bereiken. 1.78 Reclameverlichting verlichtingsinstallaties waarmee reclameborden, beeldschermen, reclameteksten of objecten zijn verlicht of aangestraald. Onder reclame worden alle publieke aanprijzingen verstaan.
Als tekst geheel of gedeeltelijk op een gebouw wordt aangelicht wordt dit als reclameverlichting beschouwd. b. Aan de regels wordt in Artikel 1 Begrippen de volgende onderstreepte en gekleurde zinsnede toegevoegd: 1.36 circulair kwaliteitsteam een ambtelijke vertegenwoordiging vanuit verschillende disciplines (waaronder (landschaps)architectuur en stedenbouw, welstand, energie, circulariteit, ecologie, water, bouwplantoetsing), die dient om de uitgifte van bedrijfsgronden in het plangebied goed te kunnen faciliteren maar ook om in een vroeg stadium met de juiste expertise op informele basis het gesprek aan te gaan met geïnteresseerde partijen, te inspireren en te toetsen aan de ambities uit circulair kwaliteitsplan zoals opgenomen als Bijlage 8 bij de planregels. Het team neemt ook de ambtelijke voorbereiding van de welstandstoetsing en toetsing aan het bestemmingsplan van bouwplannen voor haar rekening c. Uit de regels wordt in Artikel 1 Begrippen de volgende begripsbepaling verwijderd:
1
Sommige planregels gelden alleen voor grondgebied Bernheze; in de versie voor publicatie zullen deze regels worden doorgehaald.
1.34 circulair kwaliteitsplan de beleidsregel 'circulair kwaliteitsplan Heesch West' zoals gezamenlijk vastgesteld door de gemeenteraden van de gemeenten Bernheze en 's-Hertogenbosch, met dien verstande dat wanneer deze beleidsregel wordt gewijzigd door een gezamenlijk besluit van de gemeenteraden van de gemeenten Bernheze en 's-Hertogenbosch, de nieuwe beleidsregel als 'circulair kwaliteitsplan Heesch West' heeft te gelden. d. Aan de regels wordt in Artikel 2 Wijze van meten, artikel 2.10, de volgende bepaling toegevoegd: 2.10 Lichttechnische parameters: Aρ d Y E Ev l L Lgem ULR
De schijnbare oppervlakte in m2 De afstand tussen de woning en de armatuur in meters De begrenzingshoek van een armatuur Verlichtingssterkte op een bepaald oppervlak (in lux) Verticale verlichtingssterkte op een gevel of waarnemer (in lux) Lichtsterkte van een armatuur of lamp in een bepaalde richting (in cd) Luminantie van een armatuur of oppervlak in een bepaalde richting (in cd/m2) Gemiddelde luminantie (in cd/m2) Upward Light Ratio de door een armatuur direct naar boven uitgestraalde hoeveelheid licht in de positie waarvoor deze is ontworpen in verhouding tot de totaal door de armatuur uitgestraalde hoeveelheid licht
e. Aan de regels wordt in Artikel 5 Bedrijventerrein, artikel 5.1, lid a, sub 1, de volgende onderstreepte en gekleurde zinsnede toegevoegd: a. een bedrijventerrein met een grootte van maximaal 50 ha netto (oppervlakte zoals bedoeld in lid 2.7); met daarbinnen: 1. bedrijven uit de als Bijlage 1 bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten (voor zover daarin niet doorgehaald), uit minimaal milieucategorie 2 en maximaal de milieucategorie zoals aangeduid op de geometrische plaatsbepaling (verbeelding), voor zover deze bedrijven passend zijn binnen de doelgroepen, de typering en de indicatieve kavelomvang, zoals genoemd in onderstaande tabel f.
Uit de regels worden in Artikel 5 Bedrijventerrein, artikel 5.2.1 (Bouwregels), de volgende bepalingen verwijderd: d. de afstand van de voorste gevellijn van gebouwen en/of overkappingen tot de perceelsgrens bedraagt de afstand zoals aangegeven in Bijlage 3 Kaart zichtlocatie en oriëntatie bebouwing. Te grote verspringingen in de rooilijnen zijn ongewenst. Het eerste gebouw dat gebouwd wordt bepaalt de precieze ligging van deze bebouwingslijn. Indien voor een zijde van een perceel op de kaart geen minimale afstand is voorgeschreven, dan geldt een minimale afstand van 5 m tussen de buitenste gevellijn van gebouwen en/of overkappingen en de betreffende perceelsgrens;
f. de oriëntatie, representatieve zijde dan wel representatieve en hoogwaardige zijde van de bebouwing en het bedrijfsperceel moeten aan de zijden van het perceel liggen zoals aangegeven in Bijlage 3 Kaart zichtlocatie en oriëntatie bebouwing, waarbij geldt dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'oriëntatie bebouwing': de oriëntatie van het bedrijfsperceel zich in elk geval op die zijde richt; dit betreft ook de voorzijde zoals bedoeld in lid 1.87; 2. ter plaatse van de aanduiding 'representatief en hoogwaardig': i. de bebouwing zich richt op de omgeving; het aspect duurzaamheid moet duidelijk zichtbaar in het ontwerp verwerkt zijn; ii. de bedrijven met de voorzijde zijn georiënteerd op het openbaar gebied. Daaraan liggen ook de meest publieke ruimtes van het bedrijf; iii. op hoeksituaties sprake is van representatieve uitstraling naar beide zijden; iv. hier in het gebouw sprake moet zijn van een zodanige situering, massa-opbouw, duurzame uitstraling, circulair karakter en kleurstelling, dat dit aansluit bij het hier vereiste representatieve en hoogwaardige karakter, zoals verwoord en verbeeld in hoofdstuk 4 van het circulair kwaliteitsplan; v. de inrichting van het voorterrein van het bedrijfsperceel bijdraagt aan de groene uitstraling van het bedrijventerrein. Deze sluit aan bij de inrichting van het openbaar gebied; 3. ter plaatse van de aanduiding 'hoogwaardig': i.
de oriëntatie van de bebouwing op de doorgetrokken lijn ligt; ii. de bebouwing zich richt op de singels; iii. bedrijven aan de Parksingels ook ontsluiten op de singels; iv. er geen eisen worden gesteld aan massaopbouw en geleding, wel dat in het gebouw er sprake moet zijn van een zodanige duurzame uitstraling, circulair karakter en kleurstelling, dat dit aansluit bij het hier vereiste hoogwaardige karakter; zoals verwoord en verbeeld in hoofdstuk 4 van het circulair kwaliteitsplan; v. de inrichting van het voorterrein van het bedrijfsperceel bijdraagt aan de groene uitstraling van het bedrijventerrein. Deze sluit aan bij de inrichting van het openbaar gebied; 4. ter plaatse van de aanduiding 'hoogte accent': i. de minimum en maximum bouwhoogte geldt zoals op de verbeelding aangegeven met de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; g. Aan de regels worden in Artikel 5 Bedrijventerrein, artikel 5.2.1 (Bouwregels), de volgende bepalingen toegevoegd: d. ter plaatse van de aanduidingen ‘Hoogwaardig’, ‘Hoogwaardig en representatief 1’ en ‘Hoogwaardig en representatief 2’ zoals weergegeven op de ‘Kaart zichtlocatie en oriëntatie bebouwing’ zoals opgenomen in Bijlage 3 bij de planregels, bedraagt de afstand van overkappingen, uitgezonderd overkappingen voor
parkeervoorzieningen, en van de gevel van gebouwen tot de perceelsgrens zoals weergegeven op de ‘Kaart zichtlocatie en oriëntatie bebouwing’ zoals opgenomen in Bijlage 3 bij de planregels: 1. ter plaatse van de aanduiding ‘Hoogwaardig’ minimaal 20 meter; 2. ter plaatse van de aanduiding ‘Hoogwaardig en representatief 1’ minimaal 18 meter en maximaal 25 meter; 3. ter plaatse van de aanduiding ‘Hoogwaardig en representatief 2’ minimaal 20 meter; e. indien voor een zijde van een perceel geen minimale afstand tot de perceelsgrens is voorgeschreven in sub d, zoals weergegeven op de ‘Kaart zichtlocatie en oriëntatie bebouwing’ zoals opgenomen in Bijlage 3 bij de planregels, bedraagt de afstand van overkappingen, uitgezonderd overkappingen voor parkeervoorzieningen, en van de gevel van gebouwen tot de betreffende perceelsgrens minimaal 5 meter; g. ter plaatse van de aanduidingen ‘Hoogwaardig’, ‘Hoogwaardig en representatief 1’ en ‘Hoogwaardig en representatief 2’, zoals weergegeven op de ‘Kaart zichtlocatie en oriëntatie bebouwing’ zoals opgenomen in Bijlage 3 bij de planregels, hebben de gebouwen/en of overkappingen een hoogwaardige uitstraling respectievelijk een hoogwaardige en representatieve uitstraling, waarbij geldt dat: a.
ter plaatse van de aanduidingen 'Hoogwaardig', ‘Hoogwaardig en representatief 1’ en ‘Hoogwaardig en representatief 2’, zoals weergegeven op de ‘Kaart zichtlocatie en oriëntatie bebouwing’ zoals opgenomen in Bijlage 3 bij de planregels: de oriëntatie van de bebouwing is gericht in de richting van de pijlen zoals weergegeven op de ‘Kaart zichtlocatie en oriëntatie bebouwing’ zoals opgenomen in Bijlage 3 bij de planregels; b. ter plaatse van de aanduidingen 'Hoogwaardig en representatief 1’ en '’Hoogwaardig en representatief 2': de bebouwing een zodanige situering, massa-opbouw, duurzame uitstraling, circulair karakter en kleurstelling heeft, dat dit overeenkomstig het hier vereiste representatieve en hoogwaardige karakter is, zoals verwoord en verbeeld in paragraaf 4.1, 4.2 en 4.3 van het circulair kwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 8 bij de planregels; c. ter plaatse van de aanduiding 'Hoogwaardig': i. bedrijven op de Parksingels ontsluiten; en ii. de bebouwing een zodanige duurzame uitstraling, circulair karakter en kleurstelling heeft, dat dit overeenkomstig het hier vereiste hoogwaardige karakter is; zoals verwoord en verbeeld in paragraaf 4.1, 4.2 en 4.3 van het circulair kwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 8 bij de planregels; h.
ter plaatse van de aanduiding ‘Onbebouwd, groene inrichting’, zoals weergegeven op de ‘Kaart zichtlocatie en oriëntatie bebouwing’ zoals opgenomen in Bijlage 3 bij de planregels, zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet toegestaan; h. De volgende bepaling is ongewijzigd, maar verandert in artikel 5.2.1 van sub e naar sub f: indien gebouwen en overkappingen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 5 meter; i.
Uit de regels worden in Artikel 5 Bedrijventerrein (5.2 Bouwregels) de volgende bepalingen verwijderd:
5.2.5 Voorwaardelijke verplichting wegen a. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een gebouw wordt ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van bedrijventerrein - 2', in de periode vanaf 3 jaar (of later) na het onherroepelijk worden van het plan, niet verleend als niet minimaal drie noord-zuidgerichte ontsluitingswegen, de Parksingels, (met bijbehorende groen-/blauwe zones) zijn aangelegd en in stand worden gehouden (waarvan één ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' direct ten oosten van de Koksteeg), waarbij de inrichting van deze Parksingels geschiedt conform het bepaalde in hoofdstuk 3 onder 'ontsluiting' van het circulair kwaliteitsplan en conform de profielen zoals voor deze Parksingels opgenomen in hoofdstuk 4 van het Landschapsplan Heesch West 30-11-2021; b. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een gebouw wordt, in de periode vanaf 3 jaar (of later) na het onherroepelijk worden van het plan, niet verleend als ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - zoekgebied nieuwe verbinding' niet een weg voor gemotoriseerd verkeer is gerealiseerd en in stand is gehouden tussen de wegen Koksteeg en Weerscheut.
5.2.6 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een gebouw wordt, in de periode vanaf 3 jaar (of later) na het onherroepelijk worden van het plan, niet verleend als: 1. de landschappelijke inpassing conform de hoofdstructuren uit het landschapsplan, zoals opgenomen als 'Bijlage 2 Landschapsplan Heesch West 30-11-2021' niet is aangelegd en in stand wordt gehouden. j.
Aan de regels worden in Artikel 5 Bedrijventerrein in art. 5.2.8 (gewijzigde nummering) de volgende onderstreepte en gekleurde zinsnedes toegevoegd: 5.2.10 5.2.8 Voorwaardelijke verplichting groen en water op bedrijfspercelen Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een gebouw wordt alleen verleend als bij de aanvraag omgevingsvergunning, een inrichtingsplan wordt overlegd waaruit blijkt dat: 1. het voorterrein van een bedrijfsperceel wordt ingericht met voldoende natuurlijk-groen/water, zoals nader omschreven in paragraaf 4.5, pagina 31 en 32 van het circulair kwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 8 bij de planregels; 2. het bedrijfsperceel wordt ingericht met voldoende natuurlijk-groen/water, zoals nader omschreven in paragraaf 4.5, pagina 31 en 32 van het circulair kwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 8 bij de planregels. Het natuurlijkgroen/water zoals bedoeld onder 1 telt hierbij ook mee.
k. Nummering van de volgende overige artikelen in 5.2 wijzigen ook door verwijderen art. 5.2.5 en 5.2.6 (onderstreept en gekleurd nieuw artikel, doorgehaald is oud): 5.2.7 5.2.5 Voorwaardelijke verplichting ecologie 5.2.8 5.2.6 Voorwaardelijke verplichting waterberging 5.2.9 5.2.7 Voorwaardelijke verplichting uitlogende materialen 5.2.11 5.2.9 Voorwaardelijke verplichting duurzaam gebruik van het dak l.
Uit de regels wordt in Artikel 5 Bedrijventerrein, artikel 5.4.7, sub b (Stikstof), de volgende bepaling verwijderd:
b Beoordeling Bij het beoordelen of sprake is van een toename van emissie van stikstof als bedoeld onder a wordt geen rekening gehouden met tijdelijke emissies in de bouw- en aanlegfase vanwege: a. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; b. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen. m. Aan de regels worden in Artikel 5 Bedrijventerrein in art. 5.4.7, sub c (Stikstof) het volgende gekleurde en onderstreepte woord toegevoegd: c Voorwaardelijke verplichting stikstof De ingebruikname van gronden, gebouwen of bouwwerken ten behoeve van de bestemming "Bedrijventerrein" overeenkomstig deze bestemming is uitsluitend toegestaan, indien: n.
Uit de regels worden in Artikel 5 Bedrijventerrein (Specifieke gebruiksregels) de volgende bepalingen verwijderd: 5.4.12 Strijdig gebruik wegen Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken conform de toegelaten activiteiten, in geval in de periode vanaf 3 jaar (of later) na het onherroepelijk worden van het plan, niet minimaal drie noord-zuidgerichte ontsluitingswegen (met bijbehorende groen-/blauwe zones) zijn aangelegd en in stand worden gehouden (waarvan één ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' direct ten oosten van de Koksteeg), waarbij de inrichting van deze Parksingels is geschied conform het bepaalde in hoofdstuk 3 onder 'ontsluiting' van het circulair kwaliteitsplan en conform de profielen zoals voor deze Parksingels opgenomen in hoofdstuk 4 van het Landschapsplan Heesch West 30-11-2021. 5.4.13 Strijdig gebruik landschappelijke inpassing Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken conform de toegelaten activiteiten, in geval in de periode vanaf 3 jaar (of later) na het onherroepelijk worden van het plan, de landschappelijke inpassing conform de hoofdstructuren uit het landschapsplan, zoals opgenomen als 'Bijlage 2 Landschapsplan Heesch West 30-11-2021' niet is aangelegd en in stand wordt gehouden. o.
Aan de regels worden in Artikel 5 Bedrijventerrein, artikel 5.4.12, de volgende bepalingen toegevoegd: 5.4.12 Voorwaardelijke verplichting Parksingels (landschappelijke inpassing) a. De bouw en ingebruikname van een bedrijventerrein overeenkomstig de in artikel 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan indien, met inachtneming van de in sub b tot en met sub e genoemde termijnen, wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. de meest westelijk gelegen Parksingel is binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer-Parksingel 1’ aangelegd en deze wordt in stand gehouden;
2. de middelste Parksingel is binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer-Parksingel 2’ aangelegd en deze wordt in stand gehouden; 3. de meest oostelijke Parksingel is binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer-Parksingel 3’ aangelegd en deze wordt in stand gehouden; 4. het profiel van de meest westelijk gelegen Parksingel zoals bedoeld in sub 1 voldoet aan de maatvoering van profiel 2 als bedoeld in paragraaf 4.2 van het ‘Landschapsplan Heesch West 30-11-2021’ zoals opgenomen als Bijlage 2 van de planregels; en 5. de profielen van de twee overige Parksingels zoals bedoeld in sub 2 en 3 voldoen aan de maatvoering van profiel 5 als bedoeld in paragraaf 4.2 van het ‘Landschapsplan Heesch West 30-11-2021’ zoals opgenomen als Bijlage 2 van de planregels. b. Wanneer wordt gestart met de bouw van een gebouw in deelgebied A, zoals weergegeven in Bijlage 5 bij de planregels, moet de in dat deelgebied gelegen Parksingel, binnen 1,5 jaar worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. c. Wanneer wordt gestart met de bouw van een gebouw in deelgebied B, zoals weergegeven in Bijlage 5 bij de planregels, moet de in dat deelgebied gelegen Parksingel, binnen 1,5 jaar worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. d.
Wanneer wordt gestart met de bouw van een gebouw in deelgebied C, zoals weergegeven in Bijlage 5 bij de planregels, moet de in dat deelgebied gelegen Parksingel, binnen 1,5 jaar worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. e. In ieder geval moeten alle Parksingels zoals bedoeld in sub a tot en met sub d binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het plan zijn gerealiseerd en stand worden gehouden. p. Aan de regels worden in Artikel 5 Bedrijventerrein, artikel 5.4.13, de volgende bepalingen toegevoegd: 5.4.13 voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. De bouw en ingebruikname van een bedrijventerrein overeenkomstig de in artikel 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan indien, met inachtneming van de in sub b tot en met sub e genoemde termijnen, het plangebied ter plaatse van de op de kaart in Bijlage 4 bij de planregels weergegeven aanduidingen ‘Opgaande groenstructuren nieuw’, ‘Opgaande groenstructuren te behouden’, ‘Natuurven’, en ‘Kruidenrijke weiden langs bosranden en onder boomgaarden hoofdgroenstructuur’ landschappelijk wordt ingepast conform het ‘Landschapsplan Heesch West 30-11-2021’ zoals opgenomen in Bijlage 2 bij de planregels en de ‘Oplegnotitie Landschapsplan Heesch West’ zoals opgenomen in Bijlage 9 en die landschappelijke inpassing ook in stand wordt gehouden; b.
Wanneer wordt gestart met de bouw van een gebouw in deelgebied A, zoals weergegeven in Bijlage 5 bij de planregels, moet de landschappelijke inpassing zoals bedoeld in sub a in dat deelgebied binnen 1,5 jaar worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. c. Wanneer wordt gestart met de bouw van een gebouw in deelgebied B, zoals weergegeven in Bijlage 5 bij de planregels, moet de landschappelijke inpassing zoals bedoeld in sub a in dat deelgebied binnen 1,5 jaar worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. d. Wanneer wordt gestart met de bouw van een gebouw in deelgebied C, zoals weergegeven in Bijlage 5 bij de planregels, moet de landschappelijke inpassing zoals bedoeld in sub a in dat deelgebied binnen 1,5 jaar worden gerealiseerd en in stand worden gehouden.
e.
In ieder geval moet de gehele landschappelijke inpassing zoals bedoeld in sub a binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het plan zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden.
q. Aan de regels worden in Artikel 5 Bedrijventerrein, artikel 5.4.15, de volgende bepalingen toegevoegd: 5.4.15 Voorwaardelijke verplichting (flankerende) verkeersmaatregelen De bouw en ingebruikname van een bedrijventerrein overeenkomstig de in artikel 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan indien: a. de in Bijlage 6 bij de planregels in paragraaf 4.2.1 ‘Ontwikkelfase A’ omschreven (flankerende) verkeersmaatregelen zijn uitgevoerd en in stand worden gehouden vóórdat het eerste bedrijf binnen het plangebied in gebruik wordt genomen; b. vóórdat het eerste bedrijf binnen het plangebied in gebruik wordt genomen een ontsluitingsweg is gerealiseerd en in stand wordt gehouden binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – ontsluitingsweg 1’ (bestemming Groen) c. de in Bijlage 6 bij de planregels in paragraaf 4.2.3 ‘Ontwikkelfase C’ omschreven (flankerende) verkeersmaatregelen zijn uitgevoerd en in stand worden gehouden, op het moment dat meer dan 20 hectare (netto) grond binnen de bestemming Bedrijventerrein door bedrijven voor bedrijvigheid in gebruik wordt genomen. d.
de in Bijlage 6 bij de planregels in paragraaf 4.2.3 'Ontwikkelfase C', onder C1 omschreven verkeersmaatregel, om de bestaande aansluiting op de parallelweg af te sluiten, pas plaatsvindt nadat de in Bijlage 6 bij de planregels in paragraaf 4.2.3 'Ontwikkelfase C', onder C2 omschreven verkeersmaatregel, om een nieuwe aansluiting op de parallelweg te realiseren, gereed is. r.
Aan de regels worden in Artikel 5 Bedrijventerrein, artikel 5.4.16, de volgende bepalingen toegevoegd: 5.4.16 Voorwaardelijke verplichting ontsluitingswegen a. De bouw en ingebruikname van een bedrijventerrein overeenkomstig de in artikel 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan indien, met inachtneming van de in sub b tot en met sub d genoemde termijnen, binnen de aanduidingen ‘specifieke vorm van verkeer - ontsluitingsweg 2’ (bestemming Bedrijventerrein)’ ‘specifieke vorm van verkeer – Parksingel 1’, ‘specifieke vorm van verkeer – Parksingel 2’ en ‘specifieke vorm van verkeer – Parksingel 3’ ontsluitingswegen voor gemotoriseerd verkeer zijn aangelegd en in stand worden gehouden, conform de wegenstructuur in afbeelding 3.9 van het Circulair Kwaliteitsplan en conform het bepaalde in paragraaf 3.2, onder het kopje ‘Ontsluiting’ van het Circulair Kwaliteitsplan zoals opgenomen Bijlage 8 bij de planregels. b. Wanneer wordt gestart met de bouw van een gebouw in deelgebied A, zoals weergegeven in Bijlage 5 bij de planregels, moeten binnen 1,5 jaar een ontsluitingsweg binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - ontsluitingsweg 2’ (bestemming Bedrijventerrein) en een ontsluitingsweg binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – Parksingel 1’ worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. c.
Wanneer wordt gestart met de bouw van een gebouw in deelgebied B, zoals weergegeven in Bijlage 5 bij de planregels, moet binnen 1,5
jaar een ontsluitingsweg binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – Parksingel 2’ worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. d. Wanneer wordt gestart met de bouw van een gebouw in deelgebied C, zoals weergegeven in Bijlage 5 bij de planregels, moet binnen 1,5 jaar een ontsluitingsweg binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – Parksingel 3’ worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. s. Aan de regels worden in Artikel 5 Bedrijventerrein, artikel 5.4.17, de volgende bepaling toegevoegd: 5.4.17 Voorwaardelijke verplichting ontsluitingsweg fase 2 De bouw en ingebruikname van het bedrijventerrein ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – bestemmingsplanactiviteit’ (fase 2) overeenkomstig de in artikel 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan indien ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – ontsluitingsweg 3’ binnen 1,5 jaar na de start van de bouw van een gebouw binnen de aanduiding ‘overige zone – bestemmingsplanactiviteit’ een ontsluitingsweg is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. De ontsluitingsweg dient gerealiseerd te worden conform de wegenstructuur in afbeelding 3.9 van het Circulair Kwaliteitsplan en conform het bepaalde in paragraaf 3.2, onder het kopje ‘Ontsluiting’ van het Circulair Kwaliteitsplan zoals opgenomen Bijlage 8 bij de planregels. t.
Aan de regels wordt in Artikel 5 Bedrijventerrein, artikel 5.4.18, de volgende bepaling toegevoegd: 5.4.18 Geluid – maximaal geluidsniveau Voor het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de lid 5.1 toegelaten bedrijfsactiviteiten op een bedrijfsperceel en de daarbij behorende installaties en toestellen, werkzaamheden en activiteiten (waaronder laad- en losactiviteiten) op een bedrijfsperceel, geldt dat het maximaal geluidsniveau LAmax, op de plaatsen en tijdstippen die in de eerste kolom respectievelijk de eerste rij van de tabel staan, niet meer bedraagt dan de volgende waarden: 07:00–19:00 19:00–23:00 23:00–07:00 uur uur uur LAmax op de 65 dB(A) 60 dB(A) 55 dB(A) gevel van gevoelige gebouwen ten zuiden van de A59 LAmax op de 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) gevel van gevoelige gebouwen ten noorden van de A59
u. Uit de regels worden in Artikel 5 Bedrijventerrein, artikel 5.5.2 (Afwijken van de gebruiksregels), de volgende bepalingen verwijderd:
5.5.2 Bedrijf uit milieucategorie 5.1. a Algemeen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.1 voor het ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - afwijkingsgebied' toestaan van een bedrijf uit milieucategorie 5.1. uit de Staat van bedrijfsactiviteiten, voor zover daarin niet doorgehaald. b Beoordelingsregels De omgevingsvergunning voor het toestaan van een bedrijf uit categorie 5.1 kan worden verleend als: a. sprake is van een aanvaardbare hoeveelheid geur van de inrichting, waarbij de volgende regels gelden: 1. Indien de richtafstand zoals vermeld in de Staat van bedrijfsactiviteiten voor het aspect geur 50 meter of meer bedraagt, dan bedraagt de geurbelasting op de betreffende richtafstand niet meer dan: i. 0,5 ouE/m3 of H=-0,5 Als 98 percentiel ii. 2 ouE/m3 of 4*H=-0,5 Als 99,9 percentiel De term H=-0,5 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -0,5. De term H=-1 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -1. 1. Indien de richtafstand zoals vermeld in de Staat van bedrijfsactiviteiten voor het aspect geur minder dan 50 meter bedraagt, dan bedraagt de geurbelasting op de betreffende richtafstand niet meer dan: I. 0,5 ouE/m3 of H=-0,5 Als 98 percentiel II. 2 ouE/m3 of 4*H=-0,5 Als 99,9 percentiel. b.
het bedrijf in voldoende mate bijdraagt aan duurzaamheid; bij het beoordelen van de duurzaamheid van de inrichting neemt het college van burgemeester en wethouders hoofdstuk 5 van het ‘circulair kwaliteitsplan' in acht; c. voor zover het geen vergunningplichtige inrichting van artikel 2.1 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht betreft: de voor het bedrijf of de inrichting in aanmerking komende best beschikbare technieken worden toegepast; d. nadat advies is ingewonnen bij de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Heesch West; hierbij blijven de bepaling inzake doelgroepen, typering en indicatieve kavelomvang van een bedrijf zoals opgenomen in lid 5.1 onder a1, alsmede de Specifieke gebruiksregels zoals opgenomen in lid 5.4 gelden. c Indieningsvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een advies van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Heesch West dat ziet op de aanvaardbaarheid van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving; b. de emissiebronnen van de activiteiten; c. de aard en omvang van de emissies die zijn te voorzien in de bodem, het water en de lucht, met een overzicht van de significante milieugevolgen van de emissies; d.
een duurzaamheidsvisie van het betreffende bedrijf, waarin puntsgewijs wordt ingegaan op de vijf thema's uit hoofdstuk 5 van het circulair kwaliteitsplan; e. een rapportage waarin voor het betreffende bedrijf wordt aangegeven of de best beschikbare technieken worden toegepast; f. voor zover voor het betreffende bedrijf of de bedrijfsactiviteit de richtafstand zoals vermeld in de Staat van bedrijfsactiviteiten voor het aspect geur 50 meter of meer bedraagt, een rapport van een geuronderzoek, waarbij het geuronderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de NTA 9065.
v. Nummering van de volgende artikelen in art. 5.5 wijzigen door verwijderen art. 5.5.2: 5.5.3 5.5.2 Duurzaam ruimtegebruik en/of uit kwaliteitsoogpunt 5.5.4 5.5.3 Buitenopslag 5.5.5 5.5.4 Kantoren w. Artikel 5.5.6, lid b, onder b wordt gehernummerd naar art. 5.5.5, lid onder b en wordt als volgt geherformuleerd (onderstreept en gekleurd is nieuw, doorgehaald wordt verwijderd): 5.5.6 5.5.5 Stikstof b Bij toenemende emissie Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.4.7 sub a Strijdig gebruik, waarbij cumulatief voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: b. uit een stikstofberekening met gebruik making van het op het moment van beslissing op de aanvraag om moment van indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning meest recente AERIUS-Calculator-model volgt dat de emissie afkomstig van de bedrijfsactiviteiten, inclusief de emissie van stikstof die verband houdt met motorvoertuigen die samenhangen met bezoeken, niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats in enig Natura 2000-gebied; x. Aan de regels wordt in Artikel 5 Bedrijventerrein in art. 5.7.2 sub a (Bestemmingsplanactiviteit voor duurzaamheids- en milieuaspecten), de volgende gekleurde en onderstreepte zinsnede toegevoegd: a.
de inrichting in voldoende mate bijdraagt aan duurzaamheid; bij het beoordelen van de duurzaamheid van de inrichting neemt het college hoofdstuk 5 van het circulair kwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 8 bij de planregels in acht; y. Aan de regels wordt in Artikel 5 Bedrijventerrein in art. 5.7.3 sub a (Bestemmingsplanactiviteit voor duurzaamheids- en milieuaspecten), de volgende gekleurde en onderstreepte zinsnede toegevoegd: a. een duurzaamheidsvisie van het betreffende bedrijf, waarin puntsgewijs wordt ingegaan op de vijf thema's uit hoofdstuk 5 van het circulair kwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 8 bij de planregels; z.
Uit de regels worden in Artikel 7 Groen, artikel 7.1 (Bestemmingsomschrijving), de volgende bepalingen verwijderd: g. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting': tevens een ontsluitingsweg; met de daarbij behorende: k. wegen/wegonderdelen en verhardingen, zoals inritten en kruisende infrastructuur; met dien verstande dat - behalve ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' - geen doorgaande gebiedsontsluitingswegen zijn toegestaan.
aa. Aan de regels worden in Artikel 7 Groen, artikel 7.1 (Bestemmingsomschrijving), de volgende bepalingen toegevoegd:
g. ter plaatse van de aanduiding 'specifiek vorm van verkeer – ontsluitingsweg 1': tevens een ontsluitingsweg; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifiek vorm van verkeer – ontsluitingsweg 3': tevens een ontsluitingsweg; i. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – Parksingel 1’: tevens een ontsluitingsweg; bb. Uit de regels wordt in Artikel 7 Groen, artikel 7.2.2 (Bouwregels), de volgende bepaling verwijderd: b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, ten behoeve van de in lid 7.1 sub k. bedoelde functie, bedraagt maximaal 4 m; cc. Aan de regels wordt in Artikel 7 Groen, een nieuw artikellid 7.5 toegevoegd met de volgende bepalingen: 7.5. Afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.1 voor het toestaan van ondergeschikte en bijbehorende wegen/wegonderdelen, zoals inritten en kruisende infrastructuur, voor zover die wegen/wegenonderdelen er niet voor zorgen dat het bedrijventerrein, voor wat betreft gemotoriseerd verkeer, kan worden ontsloten op de Ruitersdam, de Koksteeg, de Raktstraat of de Zoggelsestraat. dd.
Uit de regels wordt in Artikel 15 Waarde - zonnepark, artikel 15.4.2, de volgende bepaling verwijderd: 15.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing – oud Het gebruik van de gronden als bedoeld in 15.1 voor het oprichten en exploiteren van een zonnepark is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing hiervan is gerealiseerd en in stand wordt gehouden conform de hoofdstructuren uit 'Bijlage 2 Landschapsplan Heesch West 30-11-2021'. ee. Aan de regels worden in Artikel 15 Waarde - zonnepark, de volgende bepalingen toegevoegd in artikel 15.4.2: 15.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruik van de gronden voor het oprichten en exploiteren van een zonnepark conform het bepaalde in artikel 15.1 is alleen toegestaan indien het zonnepark, ter plaatse van de op de kaart in Bijlage 4 bij de planregels weergegeven aanduidingen ‘Opgaande groenstructuren nieuw’, ‘Opgaande groenstructuren te behouden’, ‘Natuurven’, en ‘Kruidenrijke weiden langs bosranden en onder boomgaarden hoofdgroenstructuur’, landschappelijk wordt ingepast conform het ‘Landschapsplan Heesch West 30-11-2021’ zoals opgenomen in Bijlage 2 bij de planregels en de ‘Oplegnotitie Landschapsplan Heesch West’ zoals opgenomen in Bijlage 9 en die landschappelijke inpassing ook in stand wordt gehouden. ff.
Uit de regels worden in Artikel 17 Algemene bouwregels, artikel 17.4, de volgende bepalingen verwijderd: 17.4 Voorwaardelijke verplichting lichtplan a. Een omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' wordt alleen verleend indien een lichtplan wordt overgelegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de grenswaarden uit de richtlijnen voor
lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde, waarbij geldt dat voor de buitenste bedrijfspercelen - de percelen die aan het landschapspark liggen, niet zijnde de percelen die langs de snelweg liggen - omgevingszone E2 geldt en voor de overige bedrijfspercelen omgevingszone E3. b. de aanleg (het plaatsen) van verlichting langs infrastructuur is alleen toegestaan indien een lichtplan wordt overgelegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de grenswaarden uit de richtlijnen voor lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde, waarbij geldt dat voor de infrastructuur rondom het bedrijventerrein, grenzend aan het landschapspark (niet zijnde de infrastructuur langs de snelweg), omgevingszone E2 geldt en voor de overige infrastructuur omgevingszone E3. gg. Aan de regels worden in Artikel 18 Algemene gebruiksregels, de volgende paragrafen en bepalingen toegevoegd (artikel 18.3, 18.4, 18.5, 18.6 en 18.7) 18.3 Bestemmingsplanactiviteit voor parkeren en lichthinder bedrijfspercelen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit gronden en bouwwerken te gebruiken voor de bestemming ‘bedrijventerrein’. De vergunning wordt verleend als wordt voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 18.4 en 18.5.
18.4 Beoordelingsregels voldoende parkeergelegenheid vrachtwagens Een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit zoals bedoeld in artikel 18.3 wordt verleend als: a. voldoende parkeergelegenheid voor vrachtwagens op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden; en b. daarnaast ook aan de beoordelingsregels uit artikel 18.5 wordt voldaan; c. het voorzien in ‘voldoende parkeergelegenheid voor vrachtwagens’, zoals bedoeld in lid a, wordt aangetoond door middel van: 1. een onderbouwing van het maximaal aantal vrachtwagens naar aard, omvang en spreiding over het etmaal van de vervoersbewegingen als gevolg van de bedrijfsactiviteiten en de daaraan gerelateerde behoefte aan parkeergelegenheid en; 2. een inrichtingstekening van het bedrijfsperceel, met daarop ingetekend de parkeerplaatsen inclusief beschikbaarheid in relatie tot de toegankelijkheid van het eigen terrein, verkeerscirculatie op het eigen terrein en inclusief draaicirkels ten behoeve van het manoeuvreren (op het terrein zelf en de in/uitrit van de openbare weg naar het terrein). 18.5
Beoordelingsregels lichthinder bedrijfspercelen
1. Een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit zoals bedoeld in artikel 18.3 wordt verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. ter plaatse van (bedrijfs)woningen die zijn gelegen buiten het plangebied van het bestemmingsplan ‘Heesch West’ alsmede ter plaatse van de (bedrijfs)woningen binnen het plangebied, bedraagt de maximale (verticale) verlichtingssterkte veroorzaakt door terreinverlichting, illuminatie en aanstraling van gebouwen, reclameverlichting en lichtuitstraling uit gebouwen niet meer dan de in tabel 1 genoemde grenswaarden op de in tabel 1 genoemde plaatsen; Tabel 1 Grenswaarden voor de maximale verlichtingssterkte ter voorkoming van lichthinder Te hanteren parameter Tijdsperiode Verlichtingssterkte Ev, in lx op Dag en avond 5 relevant geveldeel c.q. 07.00-23.00 uur
vensteropening
Nacht 23.00-07.00 uur
1
b. de maximale lichtsterkte veroorzaakt door armaturen of delen van samengestelde armaturen bij verlichtingsinstallaties die terreinen of wegen verlichten en die niet openbaar toegankelijk zijn, bedraagt niet meer dan de in tabel 2 genoemde grenswaarden: Tabel 2 Grenswaarden voor de maximale lichtsterkte van armaturen of delen van samengestelde armaturen in de richting van omwonenden ter voorkomen van lichthinder Lichttechnisch Tijdsperiode Armatuurgroepen in Aρ in m2 e parameter 0<Aρ 0,002<A 0,01<A 0,03<A 0,13<A Aρ>0, ≤0,00 5 ρ ρ ρ ρ 2 ≤0,01 ≤0,03 ≤0,13 ≤0,5 Maximale Dag Ondergren 2500< 2500< 2500< 2500< 2500< 7500 lichtsterkte en s 0,74 d 1,69d 3,25d 6,50d 13d armatuur (l in avon <7500 <7500 <7500 <7500 <7500 cd) d Bovengren s Nacht 500 500 500 500 500 500 c.
de gemiddelde luminantie van het aangestraalde gedeelte van gevels vanwege illuminatie van gebouwen en aanstralen van gebouwen, bedraagt niet meer dan de in tabel 3 genoemde grenswaarden;
Tabel 1 Grenswaarden voor de gemiddelde luminantie van het aangestraalde gedeelde van gevels en objecten voor omwonenden Gemiddelde luminantie gevel of object (Lgem) in cd/m2
5
d. de maximale oppervlakteluminantie vanwege reclameverlichting bedraagt niet meer dan de in tabel 4 genoemde grenswaarden;
Tabel 2 Grenswaarden Lgr voor de maximaal toegestane oppervlakteluminantie van het aangestraalde of lichtuitstralende deel van reclameborden en - objecten Luminantie reclamebord of- object met oppervlak <0,4 m2 0,4 - <2 m2 2 - <5 m2 5 - <10 m2 10 - <20 m2 20 – <50 m2 50 – <100 m2 ≥ 100 m2
Lichttechnische parameter Lgr in cd/m2 500 300 200 150 100 75 50 5
e. de maximale oppervlakteluminantie vanwege lichtuitstraling uit gebouwen bedraagt niet meer dan de in tabel 4 genoemde normen. f. er is geen sprake van dynamische reclameverlichting; g. het aanstralen van gebouwen en de directe omgeving vindt alleen plaats met armaturen op of aan gebouwen en, voor zo ver op het gebouw geplaatst, de lichtuitval enkel naar beneden of schuin naar beneden is gericht. Uitstraling tot buiten het bedrijfsperceel en/of op bomen en bosschages wordt tegengegaan;
h. verlichtingsbronnen anders dan op gebouwen, dienen een lichtuitstraling te hebben die niet buiten het eigen perceel uitstraalt; i. daarnaast wordt ook voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 18.4. 2. Of wordt voldaan aan de lichtnormen zoals genoemd onder lid 1, wordt beoordeeld overeenkomstig de Richtlijn Lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (versie 2020), zoals ook ter inzage ligt in het gemeentehuis van de gemeente ’s-Hertogenbosch en het gemeentehuis van de gemeente Bernheze. 18.6 Bestemmingsplanactiviteit lichthinder openbare verlichting Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit gronden en bouwwerken te gebruiken voor een ontsluitingsweg binnen de bestemmingen ‘bedrijventerrein’, ‘verkeer’ en/of ‘groen’. De vergunning wordt verleend als wordt voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 18.7. 18.7 Beoordelingsregels lichthinder openbare verlichting 1. Een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit zoals bedoeld in artikel 18.6 wordt verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. de naar boven gerichte directe lichtuitstraling van een armatuur voor openbare verlichting ten opzichte van de totale uitgestraalde hoeveelheid licht, uitgedrukt in ULR bedraagt niet meer dan 0,025. b.
de grenswaarden voor de maximale (verticale) verlichtingssterkte, ter plaatse van (bedrijfs)woningen die zijn gelegen buiten het plangebied van het bestemmingsplan ‘Heesch West’ alsmede ter plaatse van de (bedrijfs)woningen binnen het plangebied, bedragen niet meer dan de in tabel 5 genoemde grenswaarden: Tabel 5: grenswaarden voor de lichtimmissie ter plaatse van een vensteropening in een gevel Te hanteren parameter Toepassingscondities Verlichtingssterkte in Ev in lx op Dag en avond 10 de gevel Nacht 2 c.
de maximale lichtsterkte veroorzaakt door een verlichtingsinstallatie voor openbare verlichting bedraagt niet meer dan de in tabel 6 genoemde grenswaarden: Tabel 6: grenswaarden voor de lichtemissie van een verlichtingsinstallatie voor openbare verlichting ter voorkoming van lichthinder voor omwonenden Te hanteren parameter Toepassingscondities Lichtsterkte l in cd van elk Dag, avond, nacht 500 armatuur
d. De maximale uitstralingshoek voor armaturen voor openbare verlichting bedraagt niet meer dan de in tabel 7 genoemde waarden: Tabel 7: maximale uitstralingshoek armaturen Straal R in m Grenswaarden uitstralingshoek y in graden 50 x h (h=lichtpunthoogte in m) <88,9 2. Of wordt voldaan aan de lichtnormen zoals genoemd onder lid 1, wordt beoordeeld overeenkomstig de Richtlijn Lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (versie 2020), zoals ook ter inzage ligt in het gemeentehuis van de gemeente ’sHertogenbosch en het gemeentehuis van de gemeente Bernheze. hh. Uit de regels wordt in Artikel 19 Algemene aanduidingsregels, de volgende bepaling verwijderd:
19.5 Overige zone - zoekgebied nieuwe verbinding Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - zoekgebied nieuwe verbinding' dient één weg voor gemotoriseerd verkeer te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden tussen de wegen Koksteeg en Weerscheut. ii. Uit de regels wordt in Artikel 21 Overige regels, de volgende bepaling verwijderd: 21.2 Parkeren a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de Nota parkeernormering 2016 van de gemeente 's-Hertogenbosch; waarbij wordt uitgegaan van de normen zoals deze gelden voor zone 5; b. Het gebruik van gronden en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de bestemmingen in dit plan is uitsluitend toegestaan als voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd en gehandhaafd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de Nota parkeernormering 2016 van de gemeente 'sHertogenbosch. jj. Aan de regels worden in Artikel 21 Overige regels, de volgende paragrafen en bepalingen toegevoegd: 21.2 Parkeren a.
Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt alleen verleend wanneer vast staat dat voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de ‘Nota parkeernormering 2016 Auto en fiets,’ zoals opgenomen in Bijlage 7 bij de planregels, waarbij wordt uitgegaan van de normen voor zone 5. b. Het gebruik van gronden en bouwwerken voor de bestemmingen in dit plan is uitsluitend toegestaan als voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd en gehandhaafd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de ‘Nota parkeernormering 2016’ Auto en fiets, zoals opgenomen in Bijlage 7 bij de planregels, waarbij wordt uitgegaan van de normen voor zone 5. 21.3 Laden en lossen a. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt uitsluitend verleend voor zover vast staat dat voor het laden en lossen van goederen voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein en ook voldoende ruimte is op eigen terrein voor de laad- en losactiviteiten. b. Het gebruik van gronden en bouwwerken voor de bestemmingen in dit plan is uitsluitend toegestaan als voor het laden en lossen van goederen voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein en ook voldoende ruimte is op eigen terrein voor de laad- en losactiviteiten. kk.
De volgende bijlage bij de regels wordt vervangen: Bijlage 3 Kaart zichtlocatie en oriëntatie bebouwing. Voor de inhoud van de wijziging verwijzen we naar de bijlage bij de regels van het bestemmingsplan.
ll. De volgende bijlagen bij de regels worden toegevoegd: Bijlage 4: Kaart landschappelijke hoofdstructuren Voor de inhoud van de wijziging verwijzen we naar de bijlage bij de regels van het bestemmingsplan. Bijlage 5: Kaart deelgebieden A, B, C Voor de inhoud van de wijziging verwijzen we naar de bijlage bij de regels van het bestemmingsplan. Bijlage 6: Notitie flankerende verkeersmaatregelen Voor de inhoud van de wijziging verwijzen we naar de bijlage bij de regels van het bestemmingsplan. Bijlage 7: Nota parkeernormering Auto en Fiets 2016 Voor de inhoud van de wijziging verwijzen we naar de bijlage bij de regels van het bestemmingsplan. Bijlage 8: Circulair kwaliteitsplan Voor de inhoud van de wijziging verwijzen we naar de bijlage bij de regels van het bestemmingsplan. Bijlage 9: Oplegnotitie landschapsplan Voor de inhoud van de wijziging verwijzen we naar de bijlage bij de regels van het bestemmingsplan.
2. De Toelichting wordt gewijzigd op de volgende onderdelen: Aanpassing Toelichting zelf: a. Alle hoofdstukken: i. Toevoeging inleidende tekst aan het begin van elk milieu -en omgevingsaspecthoofdstuk over het van toepassing zijnde recht ii. Beperkte tekstuele wijzigingen ter actualisatie of verbetering, anders dan hieronder benoemd b. Hoofdstuk 1 Inleiding i. Toevoeging inleidende beschrijving procedure beroep (begin H.1) ii. Toevoeging beschrijving belangrijkste wijzigingen herstelbesluit ten opzichte van vastgesteld besluit in par. 1.1.6 (nieuwe nummering) iii. Toevoeging beschrijving MER-aspecten over gevolgen planaanpassingen herstelbesluit, par. 1.1.7 (nieuwe nummering) c. Hoofdstuk 2 Planbeschrijving i. Actualisatie beschrijving autonome ontwikkeling in par. 2.2 ii. Beperkte wijzigingen in planbeschrijving in par. 2.3 d. Hoofdstuk 3: Milieueffectrapportage i. Toevoeging beschrijving wijzigingen milieuaspecten in par. 3.5 ii. Toevoeging beschrijving beroepsprocedure en relatie met milieuaspecten, par. 3.6 e. Hoofdstuk 4: Ladder voor duurzame verstedelijking i. Toevoeging en actualisatie van beschrijvingen inzake behoefte in par. 4.2 ii. Verwijderen van verwijzingen naar milieucat. 5.1 f. Hoofdstuk 5: Beleid i. Toevoeging en actualisatie van motivering provinciaal beleid in par. 5.2 ii. Toevoeging en actualisatie van motivering gemeentelijk beleid in par. 5.3 g.
Hoofdstuk 6: Mobiliteit i. Actualisatie mobiliteitsbeleid in par. 6.1 ii. Actualisatie figuren mobiliteit, toevoeging resultaten geactualiseerd verkeersonderzoek en planaanpassingen herstelbesluit in par. 6.2 h. Hoofdstuk 7: Juridische toelichting i. Actualisatie van toelichting op regels in par. 7.2 i. Hoofdstuk 8: Archeologie en cultuurhistorie i. Actualisatie beleidskaders en toevoeging gevolgen planaanpassingen herstelbesluit j. Hoofdstuk 9: Milieu i. Toevoeging resultaten geactualiseerd akoestisch onderzoek en toevoeging gevolgen planaanpassingen herstelbesluit in par. 9.2 ii. Toevoeging resultaten nieuw luchtkwaliteitsonderzoek in par. 9.3 iii. Toevoeging motivering externe veiligheid en beschrijving planaanpassingen in par. 9.4 iv. Toevoeging beschrijving gevolgen planaanpassingen in par. 9.6
v. Wijziging beschrijving uitgangspunten milieuzonering en gevolgen voor planaanpassingen in par. 9.7 vi. Toevoeging beschrijving gevolgen planaanpassingen in par. 9.8 vii. Actualisatie beschrijving lichthinder en toevoeging gevolgen planaanpassingen in par. 9.9 viii. Toevoeging beschrijving gevolgen planaanpassingen in par. 9.10 ix. Toevoeging nieuwe paragraaf beschrijving trillingen in par. 9.11 k. Hoofdstuk 10: Water i. Actualisatie beleidskaders in par. 10.1 ii. Toevoeging beschrijving gevolgen planaanpassingen in par. 10.2 l. Hoofdstuk 11: Ecologie i. Actualisatie beschrijving stikstofberekeningen, natuurtoets en NNBberekeningen in par. 11.2 m. Hoofdstuk 12: Duurzaamheid i. Actualisatie beleidsbeschrijving in par. 12.1 ii. Actualisatie beperkte teksten over duurzaamheid in par. 12.2 n. Hoofdstuk 13: Uitvoerbaarheid i. Toevoeging tekst over beroepsprocedure in par. 13.2 o. Hoofdstuk 14: Procedure i. Actualisatie tekst vaststellingsfase in par. 14.4 ii. Toevoeging nieuwe paragraaf beroepsprocedure in par. 14.5 p. Hoofdstuk 15: Herstelbesluit i. Toevoeging nieuw hoofdstuk Herstelbesluit De volgende bijlagen bij de Toelichting worden gewijzigd of toegevoegd: Voor de inhoud van alle bijlagen zelf wordt verwezen naar de bijlagen bij het bestemmingsplan. q.
Bijlage 1 - gewijzigd: – Totaalverbeelding vastgesteld bestemmingsplan Heesch West is vervangen door de gewijzigde verbeelding van het herstelbesluit r. Bijlage 2 – gewijzigd: Stedenbouwkundig en landschapsontwerp is vervangen door geactualiseerde versie s. Bijlage 23 – gewijzigd: Passende Beoordeling is vervangen door geactualiseerde versie t. Bijlage 24 – gewijzigd: Circulair kwaliteitsplan is vervangen door geactualiseerde versie u. Bijlage 25 – gewijzigd in: Nota zienswijzen ontwerpbesluiten hogere waarden v. Bijlage 29 (nieuw): notitie verkeer i.k.h.v. herstelbesluit Heesch West w. Bijlage 30 (nieuw): Aangepast geluidsonderzoek herstelbesluit Heesch West x. Bijlage 31 (nieuw): Aangepast luchtkwaliteitsonderzoek herstelbesluit Heesch West y. Bijlage 32 (nieuw): Hogere waardenbesluiten z. Bijlage 33 (nieuw): Notitie trillingen vrachtverkeer Heesch West aa. Bijlage 34 (nieuw): Notitie lichthinder verkeer Heesch West op woningen bb. Bijlage 35 (nieuw): Behoefteraming bedrijventerreinen Noord-Brabant, Stec (2022) cc. Bijlage 36 (nieuw): Oplegnotitie landschapsplan
3. De verbeelding wordt gewijzigd op de volgende onderdelen, voor zover gelegen op grondgebied gemeente ‘s-Hertogenbosch 2: 1. De begrenzingen van alle milieucategorieën zijn gewijzigd (milieucategorieën 3.1 t/m 4.2)
Functieaanduiding bedrijf tot en met categorie 3.1 t/m 4.2 bp Heesch west
2
Sommige van deze aanpassingen op de Verbeelding hebben alleen betrekking op grondgebied van gemeente Bernheze.
Functieaanduiding bedrijf tot en met categorie 3.1 t/m 4.2 herstelbesluit
2. Functieaanduiding ‘ontsluiting’ bestemming Bedrijventerrein, direct ten oosten van Koksteeg is verwijderd
Bestemmingsplan Heesch west aanduiding ontsluiting ten oosten van Koksteeg
Herstelbesluit zonder aanduiding ontsluiting
3. Functieaanduiding ‘ontsluiting’ bestemming Bedrijventerrein, direct ten westen van Koksteeg is gewijzigd naar ‘specifieke vorm van verkeer - ontsluitingsweg 2’
Bestemmingsplan Heesch west aanduiding ontsluiting ten westen van Koksteeg
Herstelbesluit aanduiding Specifieke vorm van verkeer – ontsluitingsweg 2
4. Functieaanduiding ‘ontsluiting’ (ten oosten van de Koksteeg) in bestemming Groen is gewijzigd naar ‘specifieke vorm van verkeer - ontsluitingsweg 3’
Bestemmingsplan Heesch west aanduiding ontsluiting
Herstelbesluit aanduiding specifieke vorm van verkeer – ontsluitingsweg 3
5. Bestemming Verkeer vanaf ongeveer Koksteeg 14 naar het zuiden tot voorbij Koksteeg 18 is gewijzigd naar bestemming Groen.
Bestemmingsplan Heesch west bestemming Verkeer
Herstelbesluit bestemming groen 6. Gebiedsaanduiding ‘Wetgevingszone – afwijkingsgebied’ is verwijderd
Bestemmingsplan Heesch west gebiedsaanduiding Wetgevingszone - afwijkingsgebied
Herstelbesluit zonder gebiedsaanduiding Wetgevingszone – afwijkingsgebied
7. Gebiedsaanduiding ‘Overige zone – zoekgebied nieuwe verbinding’ (ten westen van Koksteeg) is gewijzigd qua begrenzing en qua naam in ‘specifieke vorm van verkeer ontsluitingsweg 1’
Bestemmingsplan Heesch west gebiedsaanduiding Overige zone – zoekgebied nieuwe verbinding
Herstelbesluit functieaanduiding specifieke vorm van verkeer – ontsluitingsweg 1
8. Dubbelbestemming Waarde zonnepark (ten westen van Koksteeg) in gewijzigd qua vorm
Bestemmingsplan Heesch west dubbelbestemming waarde zonnepark
Herstelbesluit dubbelbestemming waarde zonnepark
9. Toevoeging aanduidingen specifieke vorm van verkeer – parksingel 1 (bestemming Bedrijventerrein en Groen)
Bestemmingsplan Heesch west zonder functieaanduiding specifieke vorm van verkeerparksingel 1
Herstelbesluit met functieaanduiding specifieke vorm van verkeer- parksingel 1 10. Toevoeging aanduidingen specifieke vorm van verkeer – parksingel 2 (bestemming Bedrijventerrein)
Bestemmingsplan Heesch west zonder functieaanduiding specifieke vorm van verkeerparksingel 2
Herstelbesluit met functieaanduiding specifieke vorm van verkeer- parksingel 2 11. Toevoeging aanduidingen specifieke vorm van verkeer – parksingel 3 (bestemming Bedrijventerrein)
Bestemmingsplan Heesch west zonder functieaanduiding specifieke vorm van verkeerparksingel 3
Herstelbesluit met functieaanduiding specifieke vorm van verkeer- parksingel 3