Experiment 'Bijverdienen in de bijstand'
Tekst van het document
Naar een succesvol experiment met bijverdienen in de bijstand Discussienotitie voor de commissie Sociaal van 20 januari 2020 Aanleiding Aanleiding voor onze fractie om deze discussienotitie aan de commissie Sociaal voor te leggen zijn de rapportages van het college over het experiment met bijverdienen in de bijstand. In de raadsinformatiebrief Experimenteren in de bijstand met bijverdienen (ingekomen stukken raad 12 mei 2020) geeft het college informatie over de voortgang in het eerste jaar van uitvoering, het jaar 2019. In de raadsinformatiebrief Experimenteren in de bijstand met bijverdienen (ingekomen stukken raad 8 december 2020) meldt het college zijn besluit dat het experiment niet wordt verlengd. De SP-fractie heeft een aantal vragen over de onderbouwing van het collegebesluit en wil graag met de commissie van gedachten wisselen over de mogelijkheid om een succesvol experiment te starten. Voorgeschiedenis Op 13 december 2016 neemt de gemeenteraad unaniem de motie Experiment bijverdienen in de bijstand aan. Het college wordt gevraagd om een experiment voor te bereiden waarbij bijstandsgerechtigden gedurende 2 jaar mogen bijverdienen. Het college antwoordt in reactie op deze motie met de brief van 5 juli 2017 het niet mogelijk en gewenst te vinden om zo’n experiment te starten.
De gemeenteraad neemt daar geen genoegen mee en vraagt in de raadsvergadering van 14 november 2017 opnieuw om een experiment door de motie Experimenteren in de bijstand toch mogelijk aan te nemen. Dit keer neemt het college de uitvoering van de motie wel ter hand. Over de inhoud van het experiment wordt de raad op de hoogte gesteld via het raadsvoorstel Experimenteren in de bijstand met bijverdienen. Op 11 september 2018 stelt de raad op basis van dit voorstel de middelen beschikbaar om het experiment uit te voeren. De evaluatie
In de raadsinformatiebrief Experimenteren in de bijstand met bijverdienen geeft het college informatie over de voortgang van het experiment in het eerste jaar van uitvoering, het jaar 2019. Die informatie roept bij ons een aantal vragen op. In de eerste plaats lezen wij dat van het totale bestand 42 cliënten zijn benaderd voor een telefonisch interview waarvan uiteindelijk slechts 15 cliënten bereid waren om medewerking te verlenen. Van deze 15 hebben de meeste cliënten aangegeven bekend te zijn met de stimuleringsregeling. Voor veel geïnterviewden riep het wel vragen op ‘waarom zij het extra geld kregen en wat voor gevolgen dat had’.
1
Deze uitkomst vindt onze fractie bijzonder problematisch. De maatregel is bedoeld om gedrag van mensen te veranderen. In dit geval om mensen te stimuleren te participeren in het arbeidsproces. Als cliënten dan niet weten waarom zij extra geld ontvangen, kan de maatregel geen stimulerende werking hebben! En kan die doelstelling nooit worden gerealiseerd! Dat brengt ons bij de vraag: op welke wijze is in het kader van dit experiment met de doelgroep gecommuniceerd? Hoe kan het zijn dat die communicatie dit resultaat oplevert? In de eindevaluatie vinden wij helemaal geen informatie meer terug over interviews. De kwalitatieve informatie ontbreekt nagenoeg. Wij zijn van mening dat de analyse van het college meer diepgang behoeft. Een interview met 15 cliënten is bijzonder mager. Hoe komt het dat de meeste mensen niet wilden meewerken? Verder zouden wij inzicht willen in de leeftijdsopbouw en fysieke gesteldheid van de mensen met bijstand. Dit maakt veel uit in de vergelijking van 2018 met 2019 omdat er is in die jaren nog al wat gebeurd is, te weten: de AOW leeftijd is verhoogd en er zijn veel zgn. wajongers de bijstand ingestroomd. In het rapport kunnen wij lezen: . Voor veel
cliënten die de premie hebben ontvangen is parttime werk het maximaal haalbare, m.n. vanwege hun gezondheidssituatie. Ook vragen wij ons af of werkgevers benaderd zijn om aan de mensen die in deeltijd werken meer uren aan te bieden zodat zij uit de bijstand stromen. Door de coronacrisis zien wij dat de aanvraag bijstand door jongeren tot 27 jaar fors is gegroeid. Wij weten ook dat het bedrag bijstand voor de groep tot 21 jaar erg laag is en dat als men zelfstandig woont men hier niet van kan leven. Door de toepassing van de kostendelersnorm is bekend dat jongeren door ouders met een uitkering op straat worden gezet. Menselijke maat in de bijstand Onze fractie heeft recentelijk schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van berichtgeving over een bijstandsgerechtigde die bijstand terug moet betalen omdat zij boodschappen van haar moeder ontving en dit niet had doorgegeven. Dergelijke voorbeelden illustreren wat ons betreft de doorgeschoten uitvoering van de Participatiewet. Een vooringenomen aanpak, waarin bijstandsgerechtigden als potentiele fraudeurs worden gezien en pijnlijke overeenkomsten vertoont met de toeslagenaffaire. Onze fractie wil de menselijke maat terug in de bijstand en vindt dat de mogelijkheid om bij te verdienen daar deel van uitmaakt. Vandaar dat wij veel waarde hecht aan experimenten in dit kader.
Naar een succesvolle doorstart Het college heeft besloten het experiment te beëindigen. Wij zouden het college op willen roepen om niet bij de pakken neer te gaan zitten en om vol goede moed verder te gaan. En daarbij gebruik te maken van de expertise van gemeenten waar de experimenten succesvoller zijn verlopen. In de gemeente Amsterdam bijvoorbeeld heeft het experiment 2
geleid tot het invoeren van de zogenaamde ‘bijverdienpremie’ (zie artikel Binnenlands bestuur 23 december 2020). En Amsterdam is niet de enige gemeente. Sinds 1 oktober 2020 kunnen bijstandsgerechtigden in Wageningen rekenen op een zelfde soort premie voor deeltijdwerk en in Rotterdam wordt vanaf 1 april 2021 de zogenaamde 'Werkbonus' ingevoerd. Wat maakt dat dit in de gemeente ’s-Hertogenbosch niet zou werken? Onze fractie wil de volgende vragen aan de commissieleden voorleggen: 1. Hoe beoordeelt u de evaluatie van het experiment door het college? 2. Bent u het met ons eens – mede gezien de ervaringen in Amsterdam, Rotterdam en Wageningen – dat het experiment een doorstart verdient?
Ans Lokhoff, SP Den Bosch
3