E6aae475-0d51-44a2-b921-ea73a147ab0d
Tekst van het document
IenW stelt de andere 50 procent, te weten € 3,98 miljoen, beschikbaar. Hiermee wordt invulling gegeven aan de aankondiging aan de Tweede Kamer om met een integraal plan van aanpak voor Venlo te starten.
4.
5.
6.
58 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
7.
8.
9.
10.
11.
Buisleidingen Corridorpartijen onderkennen het belang van buisleidingen voor de corridordoelstellingen ten aanzien van modal shift, klimaat en economie en versterken de strategische positie van de Nederlandse industrie en de Haven Rotterdam en de verbindingen met het Ruhrgebied. Corridorpartijen zien verder kansen bij de inzet van buisleidingen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen, waardoor de problemen van risico overschrijdingen op het spoor (Basisnet) verminderen. Corridorpartijen zijn daarom een haalbaarheidsonderzoek gestart, samen met het bedrijfsleven, naar een buisleidingtracé Rotterdam-Chemelot(-Duitsland). Op basis van een positieve uitkomst van dit haalbaarheidsonderzoek worden op initiatief van en in samenwerking met het bedrijfsleven verdere concrete vervolgstappen uitgewerkt en gerealiseerd. De samenwerking met Nordrhein Westfalen wordt hierbij nadrukkelijk opgezocht. Hierin zal ook verkend worden welke fondsen hiervoor kunnen worden aangewend. Kademuren Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelt een Regeling Kademuren op voor een periode van 5 jaar van € 10 miljoen totaal. Naast de Rijksbijdrage wordt in deze regeling eenzelfde bijdrage van de decentrale overheden vereist waardoor er feitelijk sprake is van een verdubbeling van de financiële ondersteuning.
De inzet is om de komende vijf jaar jaarlijkse tranches af te spreken die kunnen worden gebruikt om kansrijke binnenvaartinitiatieven in te dienen. Provinciale Corridorpartijen worden hierdoor gestimuleerd om de komende jaren samen met private partijen goede binnenvaartinitiatieven op te stellen die voor aanzienlijke modal shift van weg naar water moeten zorgen. Doelstelling is om de eerste projectaanvragen in 2021 te honoreren nadat de regeling allereerst is gepubliceerd in de Staatscourant (na voorjaarsnota). Last mile spoor Alle door ProRail, overige corridorpartijen en vertegenwoordigers van bovengemiddelde knooppunten geïnventariseerde Last Mile Spoor-maatregelen in de knooppunten op de goederenvervoercorridors worden opgenomen in de (langere termijn) Toekomstagenda van het Programma. Verdere uitwerking is nodig om tot gezamenlijke concrete besluiten te kunnen komen de komende jaren. In de uitwerking wordt gekeken naar nut en noodzaak in relatie tot de programmadoelstellingen. Afslag 38 A15 bij Nijmegen Provincie Gelderland en de gemeenten Overbetuwe en Nijmegen stellen gezamenlijk € 23,6 miljoen beschikbaar voor de aanpassing afslag 38 Elst op de A15. In het BO MIRT 2019 is afgesproken dat het Rijk € 5,25 miljoen euro (incl. btw) beschikbaar stelt voor de vervanging van het viaduct bij Elst.
Ruimtelijk-economische sturing bedrijventerreinen In de NOVI heeft het kabinet aangegeven op landelijk niveau samen met de Provincies meer te willen sturen op bedrijventerreinen en de vestiging van (grootschalige) logistiek. De eerste stap is het uitvoeren van een inventarisatie naar vraag en aanbod van bedrijventerreinen en instrumentarium en beleid van 8 provincies. Aan de hand van de uitkomsten van de inventarisatie zal met de regio beoordeeld worden of meer gemeenschappelijke sturing op bedrijventerreinen wenselijk is. De brede werkgroep Clustering van grote bedrijfsvestigingen zal het inventariserende onderzoek begeleiden en eventuele vervolgstappen voorstellen. Uitwerken van de andere belangrijke onderdelen van deze pijler 3 van de Toekomstagenda Goederenvervoercorridor: een betere benutting van het economisch potentieel van de goederenvervoercorridors en de knooppunten het zoeken van balans tussen goederenvervoer en economisch verdienpotentieel en de kwaliteit van de leefomgeving in de goederenvervoercorridors uitwerken van een gezamenlijke aanpak voor de verwachte groei van het spoorgoederenvervoer in relatie tot verstedelijking langs het spoor uitwerken van een gezamenlijke aanpak voor ruimtelijke vraagstukken rondom verstedelijking en watergebonden bedrijvigheid aan de binnenwateren.
59 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
12.
13.
14.
Railterminal Gelderland in knooppunt Nijmegen Provincie Gelderland stelt € 20,5 miljoen extra beschikbaar voor onder andere de verdere verduurzaming van de Railterminal Gelderland door realisatie Zeilend binnenkomen, dit voorkomt rangeren met diesellocomotieven en zorgt voor een lagere uitstoot van de RTG, compensatie stikstofuitstoot en verbetering bereikbaarheid van de railterminal. In het BO MIRT 2018 is afgesproken dat het Rijk € 12 miljoen bijdraagt aan de spooraansluiting van de RTG op de Betuweroute. In 2020 heeft het Rijk per brief nader aangegeven onder welke condities deze bijdrage geleverd zal worden. Clean Energy Hubs Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelt € 500.000 beschikbaar voor haalbaarheidsonderzoeken voor het versnellen van de planvorming en realisatiefase van Clean Energy Hubs voor wegtransport en binnenvaart. Daarnaast dragen de provincies en het havenbedrijf Rotterdam conform de BO MIRT afspraak uit 2019 ook reeds bij in de financiering van het project Clean Energy Hubs in 2021. In 2021 bedraagt dit € 25.000 voor de provincies Gelderland, NoordBrabant, Zuid-Holland, Limburg en het havenbedrijf Rotterdam. De provincies Zeeland, Utrecht, Overijssel en Flevoland hebben ook toegezegd bij te dragen.
Partijen binnen de Clean Energy Hubs onderzoeken de mogelijkheid om een projectvoorstel te ontwikkelen dat aanspraak zou kunnen maken op financiering vanuit Europese middelen en te verkennen wat dit aan budget en capaciteit van de deelnemende partijen vraagt. Afgesproken wordt dat provinciale deelnemers aan het platform Clean Energy Hubs hun beleidsinstrumenten (juridisch, financieel, communicatief) gezamenlijk inzetten om de realisatie van een landelijk netwerk van Clean Energy Hubs te versnellen en te stimuleren. Modal Shift Rijk en provincies onderschrijven gezamenlijk het belang van het realiseren van een modal shift in het goederenvervoer en gaan de samenwerking aan bij de versterking van de modal shift. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ontwikkelt een stimuleringsregeling voor modal shift in het goederenvervoer van weg naar water en stelt in 2021 een budget van € 40 miljoen beschikbaar. Dit budget wordt in 4 jaarlijkse tranches van elk € 10 miljoen beschikbaar gesteld. Ter invulling van de benodigde inzet van logistieke makelaars voor de modal shift nemen de provincies hierbij de volgende stappen: Provincie Gelderland breidt de inzet van modal shift makelaars, op basis van praktijkervaringen, uit naar een totaal van 3 werkdagen. De modal shift makelaar(s) zetten zich in op de modal shift van weg naar water en spoor.
Daarnaast wordt in een later stadium geëvalueerd of meer extra capaciteit nodig is. Met inzet van logistieke makelaars vanuit het LIOF en Zuid-Limburg Bereikbaar (inclusief invulling bestaande vacature) organiseert de provincie Limburg de regionale logistieke makelaarsfunctie ten behoeve van het indienen van projecten binnen de modal shift regeling. Vanuit de door de provincie Noord-Brabant medegefinancierde LCB en MCA Brabant zullen in totaal voor 3 dagen per week logistieke makelaars beschikbaar zijn. Zij worden daarbij op projectbasis ondersteund door zo’n 30 studenten HBO-logistiek. Provincie Zuid-Holland heeft daarbij in BO MIRT 2019 toegezegd € 50.000 per jaar in te zetten voor de ontwikkeling van de logistieke makelaarsfunctie en verhoogt dit bedrag tot € 80.000 voor de looptijd van de stimuleringsregeling (2021-2024). Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zet zich in voor de versterking van de landelijke coördinatie en sturing op de regionale logistieke makelaarsfunctie voor de modal shift van weg naar water en spoor. De Topsector Logistiek wordt gevraagd in het kader van de uitvoering van de regeling een coördinatiepunt voor deze logistiek makelaarsfunctie in te richten. Medio 2021 zal de regionale logistieke makelaarsfunctie worden geëvalueerd.
Indien nodig zullen daarbij aanvullende voorstellen voor besluiten ter invulling van de makelaarsfunctie worden voorgelegd aan het BO MIRT Goederenvervoercorridors eind 2021.
60 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
15.
16.
17.
18.
Walstroom Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat in heel Nederland de uitrol, beheer en onderhoud van walstroom op alle Rijksligplaatsen voor de binnenvaart realiseren. Corridorpartijen stimuleren in hun gebied de uitrol van walstroom op overnachtingsligplaatsen en in binnenhavens, zeker op de TEN-T corridors. Zero Emissie Scheepvaart Corridorpartijen spreken af zero-emissie binnenvaart te ondersteunen door de aanleg van laadinfrastructuur voor accu- en/of waterstofcontainers voor de binnenvaart te stimuleren, waarbij het streven is te starten met één à twee laadpunten per provincie. Hiertoe onderzoeken de gezamenlijke corridorprovincies op korte termijn op welke locaties langs de corridors Zuidoost en Oost, en op welke manier, open-access laadinfrastructuur gerealiseerd kan worden. Hierbij zijn partijen zich ervan bewust dat provincies wellicht andere locaties in beeld hebben dan het bedrijf ZES voor ogen heeft (gezien regionale ontwikkelingen die bij ZES niet bekend zijn). Locatiekeuze en invulling van het concept zal worden afgestemd met initiatieven rondom Clean Energy Hubs.
Om verdere opschaling van de elektrificatie van binnenvaart mogelijk te maken, gaan corridorpartijen voor de (midden)langere termijn, middels de actie publiekprivate financiering, op zoek naar nieuwe manieren van financiering van maatschappelijke opgaven, samen met de kapitaalmarkt. Digitalisering De corridorpartners besluiten tot oprichting van een werkgroep digitalisering. Samenstelling: het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (actietrekker), Rijkswaterstaat, Havenbedrijf Rotterdam, Topsector Logistiek, Limburg, BISCI (Brightlands Institute of Supply Chain Innovations), SmartwayZ.NL (namens NoordBrabant), Zuid-Holland en Gelderland. Zij maken in afstemming met de Topsector Logistiek – een actiegericht plan van aanpak voor (samenhangende) digitalisering van de verschillende modaliteiten op de goederencorridors o.b.v. inventarisatie van alle lopende initiatieven en gericht op de 4 opgaven uit de Toekomstagenda, te weten a) verbinden van datastrategieën, b) digitale infrastructuur en data over de fysieke netwerken, c) ruimte voor testen en d) creëren van voorwaarden voor toepassingen, en leveren dit op in het voorjaar van 2021. De corridorprovincies Limburg en Noord-Brabant stellen ieder € 40.000 per jaar beschikbaar voor de komende drie jaar. De corridorprovincie Gelderland stelt € 40.000 beschikbaar voor 2021.
In 2021 besluit Gelderland over de jaren 2022 en 2023. Het ministerie van IenW zal € 360.000 beschikbaar stellen voor de komende drie jaar. Het Havenbedrijf Rotterdam zal op inhoud en met projectfinanciering (digitalisering spoor) een bijdrage leveren. Ook de provincie Zuid-Holland zal op inhoud en daar waar mogelijk met projectfinanciering een bijdrage leveren. Als eerste stap wordt de ‘digitalisering van spoor’ uitgewerkt en geïmplementeerd op basis van het concrete initiatief ‘de (digitale) basis op orde. IenW en HbR spreken de intentie uit om elk een reservering te maken van € 1 miljoen voor de uitwerking en implementatie van ‘digitalisering van spoor’, op basis van een goedgekeurde businesscase. ProRail wordt inhoudelijk betrokken in de uitwerking. Publiek-private financiering Corridorpartijen besluiten een Investeringspanel Topcorridors op te richten waarin private consortia, maar ook overheden projecten kunnen inbrengen om met elkaar van gedachten te kunnen wisselen over gezamenlijke financiering. Dit panel komt twee keer per jaar bijeen.
De corridorpartijen werken verder uit en concretiseren: de werkwijze van een Investeringspanel, de bekostigingssystematiek van de proceskosten, inclusief de wijze van inbrengen van businesscasus en de rollen van de verschillende deelnemers vanuit diverse partijen (waaronder provincies, Rijk, Invest NL, regionale ontwikkelingsmaatschappijen, EIB en banken).
61 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
19.
Goederenvervoercorridor Zuid Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat start samen met de corridorpartijen een MIRT-onderzoek naar een integrale corridoraanpak Zuid. Dit MIRT-onderzoek moet de haalbaarheid in kaart brengen van een ‘light’ corridoraanpak gericht op het versterken van de samenwerking binnen het goederenvervoer en de logistiek. Het eindrapport bij het MIRT-onderzoek bevat een voorstel voor een integraal corridorprogramma inclusief een bijbehorende uitvoeringsorganisatie en een bestuurlijke governance. Dat voorstel wordt eind 2021 voor besluitvorming aan het BO MIRT GVC voorgelegd. Het MIRT-onderzoek gaat in op de mogelijkheden die de corridor biedt bij het aanpakken van knelpunten en kansen voor een efficiënte, duurzame en digitaal ondersteund goederenvervoer en logistiek. In dit onderzoek worden uitkomsten van eerdere onderzoeken, waaronder het CRA-onderzoek en de Toekomstagenda, die passen bij deze logistieke doelen meegenomen. Het MIRT-onderzoek zal tevens agenderend zijn voor grotere infrastructurele projecten die bijdragen aan het opheffen van knelpunten en het verzilveren van kansen voor het goederenvervoer en de logistiek. De beoordeling van deze grote infrastructuurprojecten zal echter geen onderdeel uitmaken van een corridoraanpak maar bij de landsdelige MIRT-aanpak worden beoordeeld.
Daarbij worden tevens de uitkomsten van de goederenvervoer gerelateerde bereikbaarheidsprogramma’s en de resultaten van de NMCA 2021 meegenomen. Het MIRT-onderzoek gaat verder in op de mogelijkheden om met een corridoraanpak tot een nauwere aansluiting op en samenwerking met het bestaande corridorprogramma Oost en Zuidoost te komen. Het onderzoek zal ook ingaan op de mogelijkheden om de beproefde werkwijze en projecten vanuit het corridorprogramma over te nemen. Het MIRT-onderzoek wordt vanuit een gezamenlijk opdrachtgeverschap van IenW en de corridorpartijen opgestart. Hierbij neemt IenW de helft van de uitvoeringskosten en het penvoerderschap voor zijn rekening. De andere helft zal gelijkelijk verdeeld worden over de provincies, waarna provincies en havenbedrijven het provinciale deel onderling verdelen. Rekening houdend met de mogelijkheid om eerdere onderzoeken t.b.v. dit traject te benutten, worden de kosten voor het MIRTonderzoek geraamd op maximaal € 400.000,-. Ten behoeve van het MIRT-onderzoek zal een stuurgroep ingericht worden waar provincies, havenbedrijven en het logistieke bedrijfsleven (in de vorm van verladers en vervoerders via de Topsector Logistiek) plaats in zullen nemen.
62 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020