Discussienotitie exploitatie, subsidie en programmering Theater aan de Parade gewijzigd- PvdA
Tekst van het document
Discussienota Het nieuwe Theater aan de Parade Een beoordeling op de grond van onze culturele ambities en financiële uitgangspunten Nota ten behoeve van de Commissie Bedrijvigheid d.d. maandag 23 november 2020
De afgelopen maanden deed het Theater aan de Parade met regelmaat stof opwaaien. In stad en raad werd er gesproken over de bouwkosten nu we in financieel zwaar weer verkeren, de omvang van de toneeltoren, de hoogte van de dakgoot en over de vraag of er wel of niet een aannemer zou willen instappen. Bovenal bleken we bijna allemaal een mening te hebben over de vraag of het nieuwe gebouw mooi of lelijk is en al dan niet passend op de plek waar het komt te staan. Discussies die nodig waren of simpelweg horen bij een project van een dergelijke omvang. Met deze soms felle debatten over uiterlijk, inpassing en bouwkosten zijn twee andere vragen wat minder belicht geworden. Allereerst de vraag leveren we met de bouw van het nieuwe theater de bijdrage die we beogen aan onze (culturele) ambities voor ‘s-Hertogenbosch? Ten tweede de vraag die daaruit voortkomt, namelijk kunnen we die ambities betalen met de subsidie en exploitatiemogelijkheden die we bieden? Een handschoen die de fractie van de PvdA Den Bosch met genoegen oppakt. Dit omdat we van mening zijn dat deze discussie juíst nu gevoerd moet worden.
Nu corona om zich heen grijpt en zowel financieel, sociaal als cultureel een kaalslag veroorzaakt in onze samenleving dient het Bossche gemeentebestuur zich wat ons betreft uit te spreken over de vraag of met de bouw van een nieuw theater (waarmee omvangrijke financiële middelen voor bouw en subsidie gemoeid zijn) voldaan wordt aan de eisen van wenselijkheid en haalbaarheid. Dat is de lokale democratie aan haar stand verplicht, maar bovenal aan haar culturele sector en haar in meer en mindere mate cultuurminnende en belastingplichtige inwoners.
1
Voorgeschiedenis In 2017 verdween het ontwerp van UNStudio voor nieuwbouw in de prullenbak. Dat theater zou met ruim 71 miljoen euro de begroting fors overschrijden. Het voorstel van het College om over te gaan tot renovatie op de locatie Parade waarbij er slechts sprake zou zijn van één zaal en een foyer werd door de gemeenteraad geamendeerd tot een nieuw voorstel. De ambitie: een theater met een grote zaal waar (inter)nationale producties opgevoerd kunnen worden, een multifunctionele tweede zaal voor minder grote voorstellingen en stadsprogrammering en een foyer als huiskamer van de stad. Dit alles gecombineerd met een stevige horecafunctie en mogelijkheden voor verhuur ter financiële ondersteuning van de exploitatie. Ook besloot de raad het bestaande financiële kader en exploitatiemodel op te nemen als uitgangspunt. Evenals het vigerende bestemmingsplan. Het op die basis opgestelde Programma van Eisen en Functioneel Ontwerp werden zomer 2018 vastgesteld. Ook werd op die datum het krediet door de gemeenteraad goedgekeurd. Gelijktijdig werden twee onderzoeken beschikbaar gesteld. Allereerst de update van het eerdere Arpots onderzoek door Bureau Langeveld naar de levensvatbaarheid van een theater met een grote zaal en een tweede multifunctionele zaal binnen de huidige theatermarkt.
Ten tweede het onderzoek van de LAGroup naar de potentie van horeca en commerciële verhuur van het nieuwe theater. Zomer 2018 was de conclusie dat een toekomstbestendig theater met voldoende verdienvermogen realiseerbaar was. Wel diende het Theater aan de Parade nog een volledig businessplan uit te werken waarin programmering, afstemming met anderen, verdiencapaciteit en maatschappelijke functie worden uitgewerkt in een organisatieplan en exploitatie. Voor groen licht voor realisatie van het nieuwe theater waren er vanaf dat moment nog drie te nemen stappen: -
-
Het vaststellen van het bestemmingsplan Theater aan de Parade waarmee het theater ruimtelijk mogelijk wordt gemaakt en de ontwerp-omgevingsvergunning kan worden verleend; Het vinden van een aannemer die voor de bestaande bouwsom het nieuwe theater (62,7 miljoen exclusief btw, prijspeil einde realisatie) wenst te realiseren; Het opstellen van het businessplan voor het Theater aan de Parade waarmee aangetoond wordt dat de gestelde ambities worden behaald binnen de bestaande exploitatie en subsidiemogelijkheden;
In oktober 2020 is het betreffende bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Begeleidend bij de stukken m.b.t. de ruimtelijke inpassing van het theater kreeg de raad de vierde voortgangsrapportage, het businessplan van het Theater aan de Parade (Zichtlijnen 2024-2027) en de second opinion van Berenschot m.b.t. de exploitatie en de subsidie toegezonden. Over de aanbesteding zullen we hier niet uitweiden aangezien die vertrouwelijk ter inzage ligt. Wel is daarmee openbaar dat de bouwsom toereikend is voor realisatie van de nieuwbouw. Hiermee is er groen licht voor sloop en nieuwbouw los van eventuele procedures bij de Raad van State. Wel dienen er volgens de fractie van de Partij van de Arbeid dus nog een tweetal vragen expliciet (door debat in de raad) in plaats van impliciet (door het niet agenderen stilzwijgend akkoord bevinden op basis van de beschikbare stukken) beantwoord te worden: -
Leveren we met de bouw van het nieuwe theater de bijdrage die we beogen aan onze culturele ambities voor ‘s-Hertogenbosch? Kunnen we die ambities betalen met de subsidie en exploitatiemogelijkheden die we bieden?
2
De bijdrage van het nieuwe theater aan de culturele ambities van ‘s-Hertogenbosch
Cultuur is een bron van vernieuwing en zet aan tot creëren, beleven en denken. De gemeente ’sHertogenbosch koestert de ambitie om Cultuurstad van het Zuiden te zijn. We schrijven het in de recent aangenomen cultuurnota: “we willen een aansprekend, prikkelend en divers cultureel aanbod voor onze bewoners hebben, waarin iedere inwoner op zijn of haar manier kan deelnemen. Daarnaast willen we ervoor zorgen dat meer cultuurtoeristen de weg naar ’s-Hertogenbosch vinden. Dat is belangrijk voor de vitaliteit van de culturele organisaties maar ook voor economische spin-off. Dat doen we door in te zetten op drie doelstellingen: 1. Versterken van het profiel: we versterken onze kracht door het profiel waarmee we ons onderscheiden en dat door veel mensen herkend wordt aan te scherpen. Daarom willen we de toonaangevende positie van onze musea, muziekfestivals, theaterfestivals en gezelschappen verder ontwikkelen, mede in samenhang met de podia; 2. Vernieuwen van het aanbod: we zetten nieuwe ontwikkelingen in gang, willen jonge talenten op het gebied van visuele kunsten en crossovers sterker ondersteunen en zichtbaarder maken en Urban arts als cultuurvorm in al zijn verschillende uitingen verder ontwikkelen; 3. Verbinden van mensen: we betrekken meer verschillende mensen bij het culturele leven en we betrekken ze sterker door cultuur toegankelijker te maken.
Samenhang in het aanbod van cultuur, educatie voor kinderen verbeteren, amateurkunsten (met name muziek) toegankelijker maken en deelname aan cultuur van nieuw publiek zijn daarvoor de ambities; Als we langs die lijnen naar de nieuwbouw van het theater en haar programmering kijken vallen een aantal zaken op:
1
Het gebouw biedt voldoende mogelijkheden qua programmering
Zoals we in juli 2018 al concludeerden komen de functionele wensen uit 2017 terug in de nieuwbouw van het theater. Ook concludeerde Langeveld dat in de theatermarkt zoals we deze kenden (precorona) er ruimte is voor een dergelijk theater. Wel misten we destijds nog de planmatige invulling van het Theater aan de Parade. Hoe dient het nieuwe gebouw de stad en haar artistieke, culturele en daarmee gepaard gaande commerciële ambitie?. Nu Zichtlijnen 2024-2027 ter tafel ligt kunnen we daarover een eerste beeld vormen. Het doet ons deugd dat het theater met het te realiseren gebouw meer kan zijn dan een zaal met rode stoelen die vanaf acht uur in de avond open gaat. Het plan rept van de mogelijkheden om programmering door de dag heen neer te zetten, van de ambitie om (inter)nationale en regionale programmering te combineren met een huis van de stad waar iedere basisschoolleerling driemaal in die periode komt en waar 30.000 Oeteldonks jaarlijks met de carnaval aanleggen. Een plek met vaste Bossche waarden als Theaterfestival Boulevard, Jazz in Duketown, de Opera op de Parade en het Internationaal Vocalisten Concours én met ruimte voor vernieuwing. Dit alles kan geprogrammeerd worden in de twee multifunctionele zalen, verbonden door ruime foyers, een centrale ruimte gekoppeld aan een grandcafé, foyers en entreeplein.
Kortom: de ruimte biedt de mogelijkheden voor de geambieerde programmering. 3
2
Doelen m.b.t. programmering mogen explicieter en innovatiever ingekleurd
In het rapport zichtlijnen is opgenomen dat het theater vanaf 2024 jaarlijks tenminste 260 reguliere podiumkunstvoorstellingen programmeert in het theater en deels op podia/locaties in de stad. Dit naast de 200 culturele en maatschappelijke projecten. Qua keuzes in de programmering is de uitwerking nog beperkt: wat is de maatschappelijke en artistieke visie die ten grondslag ligt aan de programmering? Die vraag wordt wat de fractie van de Partij van de Arbeid nog onvoldoende beantwoord. Daarmee kan de fractie van de Partij van de Arbeid zich vinden in het oordeel van Berenschot dat het plan in de huidige vorm nog teveel aandoet als voorzetting van de oude programmering in een nieuw theater. Gesprekken met de directie van het theater bevestigen het beeld dat er meer ruimte mogelijk is voor ambitie en vernieuwing en dat Zichtlijnen 2024-2027 geen ambitieuze marsroute is maar een bescheiden doch voorzichtig vertrekpunt. Iets wat overigens vanuit het oogpunt van de exploitatie ook niet onverstandig is, daarmee laat het theater immers zien dat ook met een meer terughoudende programmering het verdienvermogen op orde is. Zelf ziet men echter ook de noodzaak om Zichtlijnen 2024-2027 ambitieuzer uit te werken. Daarbij dient de gemeente uiteraard niet op de stoel van de theaterdirectie te gaan zitten.
Wel mogen we gezien de majeure publieke investering die we doen in de bouw van een nieuw theater –dit naast de structurele subsidie- vanuit onze culturele ambities doelstellingen meegeven vanuit onze rol als aandeelhouder. Wat betreft de fractie van de Bossche PvdA zouden twee doelstellingen meegegeven dienen te worden die voortkomen uit onze culturele ambities – versterken, vernieuwen, verbinden: Geef vorm en inhoud aan innovatieve en inclusieve culturele programmering Het theater wil in het bijzonder aandacht besteden aan 1) partners die aan de regio ZuidNederland verbonden zijn; 2) internationaal aanbod; en 3) jeugd en jongeren. Ambities die volgens de fractie van de PvdA uitstekend passen bij de ambitie van Cultuurstad van het Zuiden maar die wel uitwerking behoeven op basis van een overkoepelend leidmotief. In relatie tot de coronacrisis verschijnen er momenteel bijzonder veel bijdragen over de waarde van cultuur en over de toekomst van culturele programmering waarbij enige zelfkritiek op de wereld van de kunsten en de maatschappelijke en politieke context waarbinnen deze fungeert niet geschuwd wordt.
Sociaal ontwerper, onderzoeker en kunstenaar Tabo Goudswaard, lid van de Sociaal Creatieve Raad, verwoordde het wat ons betreft treffend: “Het kunstdomein is momenteel een geïsoleerd systeem in de samenleving, een van andere domeinen losgezongen praktijk met makers, instellingen, publiek en een eigen minister die dat systeem met beperkte publieke middelen moet bedienen. Tot aan de 21ste eeuw was dat een goede positionering: kunstenaars waren vrij, hoefden zich niet aan de regels van de samenleving te houden. Hun ideeën en nieuwe ver gezichten waren vrijblijvend maar werden gewaardeerd. De mix van vrijblijvendheid, afhankelijkheid van publieke middelen en vasthouden aan die grote afstand van kunst makers ten opzichte van de maatschappij in deze tijd van toegenomen onderlinge verbondenheid is onhoudbaar.” Wat ons betreft moet de programmering van het Theater aan de Parade actief inzetten op het slechten van de kloof die te vaak bestaat tussen de breedte van de samenleving en de wereld van de kunsten, in dit geval het theater, en geven we dat als aandeelhouder mee aan de directie van het theater. Met de betrokkenheid bij Oeteldonk, maatschappelijke programmering en de samenwerking met festivals, culturele partners etc. heeft het theater hier in het verleden ook al goede stappen in gezet maar dat vergt wat ons betreft extra inzet.
4
Dat vraagt om meer dan een breed aansprekend programma-aanbod, het betekent dat het proces van programmaontwikkeling en de wijze waarop (en door wie) dat in de theaterorganisatie wordt vormgegeven inclusief dient te zijn. De vernieuwende programmering van een toekomstig theater dient van, voor en door de samenleving te zijn - in haar volle breedte. Maak expliciet wat impliciet is: een dagelijks podium voor de stad De ambitie om als theater meer te fungeren als een dagelijks podium voor de stad is nog niet nader uitgewerkt concludeert ook Berenschot. Viktorien van Hulst, directeur van Theaterfestival Boulevard en voorzitter van DOCIS (het overleg van culturele instellingen in ‘sHertogenbosch), sprak eerder de wens uit dat een nieuw theater een actieve kijkhouding stimuleert en van onder tot boven kan worden benut - de hele dag door. Gezien de majeure publieke investering die we doen is het wat de PvdA betreft wenselijk dat de gemeente ’s-Hertogenbosch ook deze opdracht als aandeelhouder expliciet mee dient te geven in de uitwerking van het rapport zichtlijnen 2024-2027: zorg ervoor dat vanaf de dag van de opening het theater geen zaal met rode stoelen is die om acht uur in de avond de deuren open doet en rond middernacht weer sluit, maar wees een openbaar podium voor verbinding, verwondering en verpozing met de kunsten de ene keer als aanleiding en de andere keer als decor.
3
Risico’s m.b.t. corona lijken beperkt
Het bouwen van een nieuw theater in een tijd dat theaters en podia gesloten zijn brengt ook de vraag met zich mee: wat betekent corona op de lange termijn voor theaters en podia? De mogelijke consequenties van corona zijn door Berenschot buiten beschouwing gelaten. Het nieuwe theater opent echter pas op zijn vroegst in september 2023 haar deuren – een timing waarmee corona verleden tijd zou moeten zijn. De soms gehoorde aanname dat corona een structureel effect zal hebben op de door (theater)bezoekers gewenste afstand tussen mensen is niet verifieerbaar. Wel weten we dat quarantaine en afstand houden eeuwenoude beproefde recepten zijn ten tijde van pandemieën maar dat deze tot op heden niet hebben geleid tot het permanent verkiezen van grotere afstanden na het einde ervan. De pokkenepidemieën van de laat 19e eeuw, de Spaanse griep van begin vorige eeuw: ook toen hielden we afstand, ook toen kwamen we daarna weer samen tijdens evenementen, festivals en voorstellingen. Wij koesteren niet alleen de verwachting maar ook de wens dat dit ook nu weer het geval zal zijn. Daarnaast heeft het bouwteam daar waar mogelijk rekening gehouden met eventuele consequenties. Vanuit het bouwteam hebben wij vernomen dat besloten is om in beide zalen geen vaste stoelopstelling aan te laten leggen en de aanschaf van zitmeubilair en tribunes uit te stellen tot over anderhalf jaar.
Daarmee is maximale flexibiliteit voor toekomstige programmering mogelijk én is het theater aan te passen aan een openstelling op 1,5 meter afstand met nog altijd een substantieel aantal bezoekers. Wat de PvdA Den Bosch betreft biedt de nieuwbouw daarmee voldoende potentie voor de gewenste brede programmering en is er voldoende rekening gehouden met risico’s m.b.t. corona zoals wij die nu kennen.
5
Haalbaarheid m.b.t uitganspunten voor subsidie en exploitatie
Voor de gemeente ’s-Hertogenbosch, haar culturele partners en inwoners is het van groot belang dat het theater in termen van exploitatie en subsidie uit kan. Een ongezonde exploitatie zou immers kunnen leiden tot een verhoogde subsidiewens – iets waar de culturele sector in ’s-Hertogenbosch in deze tijden van economisch ontij terecht met zorg over spreekt. De angst bestaat dat tegenvallers op de begroting van het theater ten laste komen van de culturele sector in ’s-Hertogenbosch. Een ontwikkeling die op gespannen voet zou staan met de in het collegeakkoord en in de cultuurvisie omarmde ambitie om Cultuurstad van het Zuiden te zijn. Het doet de fractie van de Partij van de Arbeid dan ook deugd dat Berenschot in haar second opinion de uitgangspunten voor de meerjarenraming aks realistisch bestempeld. Sterker, in de woorden van Berenschot zijn de lasten ‘behouden en realistisch geraamd’ terwijl men over de potentiele opbrengst stelt: ‘de baten zijn conservatief geraamd, vooral verhuur biedt ruimte voor groei’. Aan de kant van de baten vallen een aantal zaken op: - De theaterprogrammering kent een groeiend aantal bezoekers van 29 procent.
Dat is in lijn met de uitbreiding van de capaciteit waarbij de bezettingsgraad relatief behoudend is geraamd (60 procent in plaats van de het behaalde gemiddelde van 64 procent in andere theaters); - In het plusscenario rekent men met slechts 3 procent extra bezoekers en daarmee extra inkomsten m.b.t. recette en horeca. Berenschot acht dit een voorzichtige raming; - Projecten en maatschappelijke programmering dragen bij aan de ambities van onze gemeente m.b.t. het theater maar dragen qua rendement niet bij. Daarvoor is externe financiering noodzakelijk; - Er is 243.000 euro voorzien aan inkomsten uit sponsoring en donaties – deels direct gekoppeld aan de uitgaven aan maatschappelijke activiteiten. De opbouw van deze post dient vanaf 2021 nog geheel plaats te vinden. Deze post noemt Berenschot onzeker; - De groeipotentie verdient extra aandacht. Het onderzoek van Berenschot toont aan dat theaters van een vergelijkbare omvang zo’n 10 procent van de eigen inkomsten halen uit verhuur. Voor het toekomstige Theater aan de Parade is in de exploitatiebegroting echter voorzichtig gerekend met een percentage van 5 procent.
In de woorden van de onderzoekers: ‘er kan in onze ogen meer op worden ingezet en geïnvesteerd, en daarmee een groter rendement worden geprognotiseerd.’ Voor wat betreft de horeca is er rekening gehouden met een groei van de omzet enkel gerelateerd aan de groei van het aantal bezoekers. Dat een meer ambitieuze programmering het bezoekersaantal kan vergroten én de verblijfsduur kan verlengen is niet meegenomen in de ambities m.b.t. de exploitatie. Wat eveneens niet meegenomen is zijn stijgende opbrengsten bij het vergroten van de verhuur van de beschikbare ruimten. Berenschot onderstreept dit aangezien de horecaopbrengst van activiteiten m.b.t. verhuur hoger liggen dan bij theaterprogrammering. Bij meer ambitieuze programmering en verhuur zouden in de toekomst ook de horecaopbrengsten gunstiger uit kunnen vallen. Aan de kant van de lasten valt met name op dat: - Het theater ondanks forse capaciteitsuitbreiding rekening houdt met gelijke personele lasten. Berenschot stelt terecht vraagtekens bij de haalbaarheid hiervan. Navraag bij het theater leert dat in de huidige bemensing het theater te ruim in de jas zat. Inmiddels is het aantal FTE in vergelijking tot de eerdere organisatie reeds ingekrompen en met de realisatie van het nieuwe theater kan men volstaan met een beperkt aantal extra FTE. Hier ligt echter ook een opdracht i.r.t.
inclusieve programmaontwikkeling en publiekswerking; 6
-
De lasten voor de huisvesting fors stijgen. Namelijk van 1,4 miljoen naar een totaal van 2,1 miljoen. Dit komt doordat naast de huur, GWL, MJIB en MJOB ook lasten met betrekking tot de afschrijving en noodzakelijke investeringen aan de theatertechniek voor rekening van het theater komen. De totale huisvestingslaten worden echter realistisch bevonden ook in relatie tot vergelijkbare theaters en zijn passend binnen de geraamde exploitatie.
Berenschot besteed echter geen aandacht aan de mogelijke bijdrage van de landelijke cultuurfondsen. Op dit moment krijgen tientallen podia door heel Nederland via het Fonds Podiumkunsten een jaarlijkse bijdrage van zo’n 100.000 euro voor gevarieerde en kwalitatief onderscheidende programmering. In ’s-Hertogenbosch betreft dat bijvoorbeeld de Verkadefabriek, in Eindhoven de Effenaar en het Muziekgebouw. Het Theater aan de Parade loopt deze landelijke toekenning inmiddels al weer enige tijd mis door de versoberde programmering. Met het nieuwe theater moet dat anders. ‘s-Hertogenbosch heeft met de landelijke ‘top tien’ festivals November Music, Theaterfestival Boulevard en andere landelijk erkende podiumkunstfestivals als Cement en IVC een podiumkunstklimaat dat in de top van Nederland meedraait. Het Theater aan de Parade heeft daar de afgelopen jaren in faciliterend e zin aan bijgedragen maar heeft zichzelf op dit vlak niet onderscheiden. Met de nieuwbouw zou dat zowel uit artistieke als economische motieven een ambitie moeten zijn. Resumerend is de PvdA fractie van mening dat extra inzet wenselijk is op het gebied van de eigen inkomsten: Maak werk van een meer ambitieuze agenda m.b.t. de eigen inkomsten Een ambitieuzere agenda m.b.t. het vergoten van de eigen inkomsten een opdracht die de gemeente ’s-Hertogenbosch als aandeelhouder expliciet mee dient te geven.
Daarmee kan de exploitatie in potentie gunstiger uitvallen dan geraamd. In een minder gunstig scenario zouden tegenvallers opgevangen kunnen worden, in een plusscenario zou het theater minder afhankelijk kunnen zijn van de gemeentelijke subsidie (in 2024 op een totale begroting van 8,4 miljoen 37% met een som van 3,1 miljoen euro). Op grond van de bevindingen van Berenschot zou in de post-coronaperiode het verhogen van de eigen inkomsten en het op die basis verlagen van de structurele subsidie daarmee tot de mogelijkheden behoren. Daarmee zouden er binnen de culturele begroting middelen worden vrijgespeeld om het culturele klimaat verder te versterken.
7
Vragen aan de Commissie Bedrijvigheid
Bovenstaande bevindingen en overwegingen leiden tot de volgende vragen aan de commissie: 1. Deelt u de mening dat de nieuwbouw van het Theater aan de Parade voldoende mogelijkheden in ruimtelijke zin biedt om de beoogde programmering te realiseren? 2. Bent u evenals de fractie van de PvdA van mening dat een ambitieuzere en explicietere uitwerking van Zichtlijnen 2021-2024 wenselijk is op grond van de uitgangspunten zoals verwoord in de cultuurnota – door ons samengevat als een theater met een innovatie en inclusieve programmering van, voor en door de samenleving, dat doorlopend een podium biedt aan ’s-Hertogenbosch in haar volle breedte? 3. Deelt u de mening zoal verwoord in het rapport van Berenschot dat het toekomstige theater op basis van het businessplan zoals het er nu ligt toe kan met de huidige subsidie en geraamde exploitatie? 4. Deelt u onze mening dat het Theater aan de Parade op grond van de publieke investering die wij doen een meer ambitieuze agenda zou moeten opstellen m.b.t. de verwerving van eigen inkomsten waarmee de vrijkomende subsidiemiddelen aangewend kunnen worden voor bijvoorbeeld: • Een innovatiever en inclusiever aanbod van het theater zelf; • Versterking van het culturele klimaat in onze stad door bij te dragen aan vernieuwende en inclusieve culturele initiatieven en activiteiten breed in de Bossche samenleving;
8