Discussienotitie evaluatie groennorm (GL, PvdA)
Tekst van het document
Discussienotitie evaluatie van de groennorm Introductie Groen in de bebouwde omgeving is cruciaal nu extreme hitte en extreme regen toenemen. Het helpt bij verkoeling, wateropvang en maakt Den Bosch klimaatbestendiger. Ook bevordert groen de gezondheid, verlaagt het stress en stimuleert het ontmoeting — vooral in versteende wijken met sociale uitdagingen. Vergroening moet daarom een vast onderdeel zijn van gebiedsontwikkeling. Sinds 2021 doen we dit onder andere met de invoering van de groennorm (Raadsvoorstel ‘s-Hertogenbosch Groen en klimaatbestendig). Naast bestaande normen zoals de milieunorm, parkeernorm, energienorm en het verplichte participatieproces, is de groennorm toegevoegd om vergroening structureel mee te nemen in plannen en projecten. De groennorm bevat zowel kwantitatieve als kwalitatieve eisen, vastgelegd in de Verordening Bomen, Water en Groen. Initiatiefnemers moeten voldoen aan een minimale hoeveelheid groen (kwantitatieve groennorm) en zorgen voor een gevarieerd aanbod van beplanting dat de biodiversiteit bevordert, inclusief nestgelegenheid voor dieren (kwalitatieve groennorm). Evaluatie van de groennorm Volgend jaar is het vijf jaar geleden dat de gemeenteraad instemde met de groennorm.
Wat GroenLinks en de PvdA betreft is dit een geschikt moment om te evalueren of het instrument daadwerkelijk heeft bijgedragen aan het beoogde doel: het stimuleren van vergroening binnen onze gemeente, en het voorkomen dat groen pas op het laatste moment wordt toegevoegd aan plannen. De groennorm is juist bedoeld om vergroening integraal mee te nemen in het ontwerp van gebieds- en planontwikkelingen. Een evaluatie zou zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten moeten belichten. Daarbij is het waardevol om de ervaringen van initiatiefnemers, ontwikkelaars en de gemeente zelf mee te nemen. Extra interessant is het om onderscheid te maken tussen grootschalige gebiedsontwikkelingen, waarbij de gemeente vanaf het begin betrokken is, en kleinschalige planontwikkelingen, waarbij initiatiefnemers een concreet ontwerp indienen ter toetsing. Zo ontstaat een compleet beeld van de werking van de groennorm in verschillende contexten. Actualisatie van de groennorm Als onderdeel van deze evaluatie zien de fracties van GroenLinks en de PvdA ook voor zich dat wordt onderzocht hoe de groennorm kan worden geactualiseerd. De raad heeft hier al een eerste stap in gezet door in te stemmen met het Raadsvoorstel Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig, waarin een doelstelling is opgenomen van 10% extra groen. Deze ambitie moet ook worden vertaald naar de groennorm.
GroenLinks en de PvdA willen echter niet alleen een kwantitatieve toename realiseren, maar ook onderzoeken hoe de kwalitatieve groennorm kan worden aangescherpt om de biodiversiteit in de gemeente verder te versterken. De fracties zien kansen door te onderzoeken of de toetsingscriteria van de groennorm nog steeds actueel zijn en bijdragen aan de groene ontwikkeling enerzijds en anderzijds ook aansluiten bij de ontwikkeling van inbreiding die we als gemeente hebben ingezet. Als het aankomt op de actualisatie van de groennorm dan zien de ondergetekende fracties dat het bij nieuwbouwprojecten altijd een zoektocht is naar de balans tussen onze ambities op duurzaamheid, betaalbaarheid en haalbaarheid. We willen kunnen wonen in een huis én in een groene klimaatadaptieve omgeving. Daarbij is het geen keuze van of het één of het ander, maar een zoektocht naar de balans tussen alle ambities. In de huidige opzet van de kwalitatieve groennorm moeten initiatiefnemers aan 7 van de 12 criteria voldoen. Deze criteria zijn 5 jaar geleden ingestemd met het idee dat dit de ontwikkeling van een groene leefomgeving zou aanjagen. In de afgelopen vijf jaar is er
veel ontwikkeling geweest op dit vlak. De puntentoekenning binnen de huidige norm is volgens GroenLinks en de PvdA op sommige onderdelen te ruim en op andere punten juist te beperkt. Een voorbeeld: dankzij innovaties zijn ingebouwde nestkasten inmiddels net zo functioneel als een baksteen en eenvoudig te integreren in de bouw. In projecten zoals Coudewater worden ze standaard toegepast, waardoor soorten als de pimpelmees, huismus en vleermuis extra nestgelegenheid krijgen. Dit levert in de huidige groennorm al drie punten op wanneer het voor drie soorten gebeurt. Tegelijkertijd verdient ook de afname van insecten, zoals bijen, aandacht. Hoewel zij essentieel zijn voor ecosystemen, komt dit nog niet terug in de norm — terwijl ook hier gerichte steun goed mogelijk is. Wat GroenLinks en de PvdA betreft zou de evaluatie van de groennorm ook aandacht moeten besteden aan of de puntentoekenning nog actueel is bij de ontwikkeling die we streven aan te jagen, OF heeft de ontwikkeling ons al ingehaald? We starten daarmee een inhoudelijke discussie in de gemeenteraad over wat de gemeente precies verstaat onder kwalitatief groen waar deze tijd om vraagt. Daarnaast kiezen we als gemeente steeds vaker voor verdichting binnen de bestaande stad, waarbij we meer de hoogte in bouwen. Dat betekent dat gebouwen vaker boven de boomtoppen uitsteken.
Toch kent de groennorm op dit moment slechts één punt toe als meer dan 33% van de gevel met groen is bekleed. Dat doet volgens GroenLinks en de PvdA geen recht aan de inspanning die nodig is voor vergroening op hoogte. In een evaluatie van de groennorm zou daarom meer aandacht moeten komen voor het type bouw (zoals benoemd in de nota Hoogbouw) en de mate van vergroening op hoogte. Naarmate gebouwen hoger worden, zou vergroening boven de boomtoppen ook zwaarder moeten meetellen. Zo versterken we niet alleen het groene karakter van de omgeving, maar zorgen we ook voor groene gebouwen die bijdragen aan verkoeling en kwaliteit van leefomgeving. Een voorbeeld: Een mogelijke uitwerking is om meer differentiatie aan te brengen in zowel de kwantitatieve als kwalitatieve groennorm. Verticaal groen zou standaard moeten meetellen in de kwantitatieve norm, en in de kwalitatieve norm kunnen extra punten worden toegekend bij een hogere mate van gevelgroen: 1 punt bij 20%, 2 punten bij 30% en 3 punten bij 40% gevelbedekking. Of we kennen meer punten toe aan de kwaliteit van groendaken waarbij weinig punten toegekend worden aan een bitumen of sedumdakbedekking en meer punten toegekend aan groendaken die zijn ingericht als daktuin en ook een ontmoetingsfunctie hebben.
Meer kansen voor vergroening in de bestaande woningvoorraad Met een evaluatie en daaropvolgende aanscherping van de groennorm kunnen we extra vergroening realiseren bij nieuwbouwplannen. Met jaarlijks een toevoeging van ongeveer 1000 woningen is dat een mooie groenimpuls. Tegelijkertijd staat een groot deel van de bestaande woningvoorraad nog voor de opgave om te vergroenen. Denk bijvoorbeeld aan sociale huurwoningen met volledig versteende tuinen. Juist hier is vergroening een duurzame en effectieve vorm van verkoeling — een veel betere optie dan het installeren van energie-intensieve airconditioningsystemen. Op dit moment ontbreken scherpe afspraken over hoe en wanneer de bestaande woningvoorraad vergroend wordt. De fracties van GroenLinks en de PvdA pleiten er daarom voor om samen met woningcorporaties en ontwikkelende partijen concrete en haalbare afspraken te maken over het vergroenen van gevels, daken en tuinen — zowel op de korte als op de lange termijn. Deze afspraken kunnen worden vastgelegd via prestatieafspraken, subsidie-instrumenten of als onderdeel van renovatie-eisen. Daarbij is het van belang om ook te zorgen dat vergroening blijvend is, bijvoorbeeld door afspraken te maken over onderhoud of begeleiding van bewoners.
In samenwerking met corporaties kan bovendien gekeken worden hoe vergroening structureel kan worden meegenomen bij mutatie (wanneer huurders verhuizen), en hoe zittende bewoners gestimuleerd en gefaciliteerd kunnen worden om hun woning en tuin te vergroenen. Juist in sociaal kwetsbare wijken is de noodzaak het
grootst, terwijl de leefomgeving daar vaak het minst groen is. Het vergroenen van deze wijken levert niet alleen een bijdrage aan klimaatadaptatie, maar ook aan gezondheid, welzijn en leefbaarheid op de lange termijn. De fracties van GroenLinks en de PvdA pleiten daarom om bij de evaluatie van de groennorm met suggesties voor aanscherping en actualisatie, ook te onderzoeken hoe de bestaande woningvoorraad mee kan in deze ontwikkeling. Hiermee denken we niet alleen aan een groene omgeving voor onze nieuwe bewoners, maar nemen we ook onze huidige inwoners mee in deze ontwikkeling en laten we niemand achter. Handreiking voor onderhoud van verticaal groen en groendaken In dichtbebouwde gebieden wordt verticaal groen en groen op daken steeds belangrijker. Tegelijkertijd brengt het onderhoud ervan de nodige uitdagingen met zich mee. In onze gemeente zijn er al goede voorbeelden van geveltuintjes, waarbij het onderhoud wordt overgedragen aan huurders. Corporaties en huurdersverenigingen maken hierover afspraken, en de gemeente controleert vooraf welk deel van het openbaar terrein hierbij betrokken is. Bij verticaal groen en groendaken ligt dit complexer. Als een gebouw eigendom is van een belegger, blijkt het onderhoud beter geborgd omdat de kosten daarvan vaak zijn opgenomen in de servicekosten.
Bij corporatiewoningen is dit minder vanzelfsprekend, terwijl het veel voordelen heeft, ten aanzien van klimaatadapatie, gezondheid en economisch. Investeren in verticaal groen en groendaken levert op de lange termijn ook economische voordelen op. Groene gebouwen verbruiken minder energie doordat gevelgroen en groendaken isolerend werken en zorgen voor een stabieler binnenklimaat. Daarnaast neemt de levensduur van dakbedekking toe en wordt de belasting op het riool bij hevige regenval verminderd. Ook de vastgoedwaarde stijgt door vergroening, wat het aantrekkelijk maakt voor beleggers en ontwikkelaars. Het thema verticaal groen biedt kansen om kennis te bundelen en te delen. Een handreiking met best practices, ontwikkeld in samenwerking met woningcorporaties, (stads)ecologen, huurders en huurdersverenigingen, kan helpen om verticaal groen breder toe te passen en goed te onderhouden. Vragen van de GroenLinks en PvdA fracties aan de commissie: 1. Deelt u de mening van de fracties van GroenLinks en de PvdA dat het, vijf jaar na de invoering van de groennorm, tijd is voor een evaluatie, zowel op resultaat als op proces? 2. Bent u het ermee eens dat bij een evaluatie van de groennorm ook dient te worden onderzocht hoe de verhoging van het groenpercentage zowel in de kwantitatieve als in de kwalitatieve norm kan worden verwerkt? 3.
Bent u het ermee eens dat bij een evaluatie van de groennorm ook onderzocht dient te worden hoe de kwantitatieve en kwalitatieve criteria geactualiseerd kan worden? 4. Deelt u de opvatting dat een evaluatie van de groennorm ook een herwaardering en differentiatie moet bevatten, afgestemd op het type bebouwing zoals beschreven in de nota Hoogbouw? 5. Bent u het met de fracties van GroenLinks en de PvdA eens dat bij de evaluatie van de groennorm ook aandacht moet zijn voor de vergroening van de bestaande woningvoorraad, en dat daarbij concrete afspraken met woningcorporaties en ontwikkelende partijen nodig zijn over hoe en wanneer deze vergroening gerealiseerd wordt? 6. Bent u het met de fractie eens dat een praktische handreiking voor het onderhoud van verticaal groen en groendaken – opgesteld in co-creatie met corporaties, huurdersverenigingen, (stads)ecologen en de gemeente – een waardevol instrument is om de toepassing van verticaal groen en groendaken verder te stimuleren? Hessel Bos – GroenLinks Stan Peters – Partij van de Arbeid