Definitief verslag Commissie Omgeving 2024-08-27
Tekst van het document
Commissie OMGEVING Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: 21Aanwezige leden:
Collegeleden:
28 augustus 2024 Raadzaal
F.J. van Haren mr. G.L. Pijnenburg H.B. Bos, J. Broekmeulen, M.C. Dupuis, L.A.J. van Griensven, T.A.J. Heijmans, mw A. Hernández, W.B.G. Hoeben, ing. J.Th.M. van Hoek, M.P. Kagie, drs. R.M.J. van den Kerkhof, mw. M.A.J.T. Korver-van Weegberg, mw. W.M. van de Leemput, mr. S.J.M. Peters, M.C.J.M. Ploegmakers, M.G.H. van Rens, mw. E. Samshuijzen, ir. P.K. Schuurmans, A.C. van Silfhout, ing. J.P. Verhoef BEd, mw. N.R. Verreijt, K.M. Vossen, mw. mr. C.H.A. van den Wildenberg, mw. J.J.M. van den Wildenberg ing. R.A.P. Geers, M.J.J. van der Geld MSc, P. Slikker
Afwezig:
J.M.A. van der Els, E.R.F. Esser, drs. P.E. Kagie, mw. J.M. Klerks, A.A.J. van der Leest, mw. mr. drs. R. Lipman, mw. drs. E.W.M. van Opdorp, B.F.C. Roovers
Verslaglegging:
E.J. Wendt, DemiSec
1.
Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en heet iedereen welkom. De heer Heijmans (Bosch Belang) wordt als nieuw commissielid in het bijzonder verwelkomd.
2.
Vaststellen van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3.
Vaststellen van de verslagen van de commissie Omgeving van 18 en 24 juni 2024 De verslagen worden met inachtneming van eerdere opmerkingen van mevrouw Korver vastgesteld.
4.
Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties Het college stelt voor om de volgende moties als afgedaan te beschouwen: - 23, Ruim baan voor voetgangers op de Vlijmenseweg - 25, Extra staanplaatsen woonwagenbewoners - 31, Laagdrempelige participatie over zorgen rondom verkeersveiligheid - 42, Borging HOV-lijnen met een hoofdletter H De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt waar de voor deze zomer beloofde quickscan op extra woningen voor Groot Meerendonk blijft. De heer Van Silfhout (Volt) brengt motie 20 (Magistratenlaan) ter sprake. Een raadsinformatiebrief roept op de straat niet te aantrekkelijk te maken voor auto’s. Daar staat nu een motie tegenover die autoverkeer daar centraal stelt. Van de wethouder graag een visie op die ogenschijnlijke tegenstrijdigheid. De heer Van den Kerkhof (D66) steunt de motie van de PVV niet omdat de intentie zoals de D66 die indertijd heeft ondersteund reeds is uitgevoerd. Wethouder Slikker zegt de quickscan zo spoedig mogelijk toe. De zomer is nog niet voorbij. Wethouder Roy Geers geeft aan dat over de Magistratenlaan in de discussie ter gelegenheid van de verkeersstudie is gesproken. Nadere informatie over hoe het college wil omgaan met de 1
Magistratenlaan volgt. Over de bestuurlijke toezeggingen merkt de voorzitter op dat de toezegging onder 5 is nagekomen. Desgevraagd geeft de commissie aan dit punt af te voeren. Verder wenst niemand het woord te voeren over de lijst. 5.
Werkplanning Mevrouw Korver (GroenLinks) geeft over de afronding van de Strategisch Woondebat aan dat binnenkort de evaluatie hiervan plaatsvindt.
Raadsvoorstellen 6.
Herstelbesluit bestemmingsplan Brabantbad De heer Hoeben (De Bossche Groenen) merkt op dat de mogelijkheid op de locatie een gezondheidscentrum te vestigen wordt geschrapt vanwege een paar parkeerplaatsen. De maatschappelijke functie waar iedereen iets aan heeft – in een wijk die bovendien wordt verdicht wordt geschrapt. De teleurgestelde fractie is tegen het voorstel. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) sluit zich bij De Bossche Groenen aan en roept het college op met de bewoners naar een oplossing te zoeken. De heer Van Griensven (PVV) benadrukt opnieuw de eerdere principiële tegenstem omdat het plan van de bewoners niet is opgevolgd. Reactie college Wethouder Slikker reageert op de PVV en zegt dat het herstelbesluit is gericht op het fitnesscentrum dat meer parkeerbewegingen tot gevolg zou hebben. Het gezondheidscentrum kan er wel komen. De voorzitter geeft aan dat dit voorstel als hamerstuk naar de raad wordt doorgeleid, waarbij vier fracties zullen tegenstemmen.
7.
Ontwikkeling zonneveld Oude Baan-Oost Rosmalen De heer Van Hoek (50PLUS) verwijst naar de mededeling van voormalig minister De Jonge die zon op land alleen nog wilde toestaan als het echt niet anders kan. De provincie werkt aan een verordening die dat bekrachtigt. Als Den Bosch daar nog net voor die tijd tegenin gaat, vindt de fractie dat een slechte zaak. Zo gaat een lagere overheid niet om met rijks- en provinciaal beleid. Het geitenpaadje mag niet tegen de geest van de wet ingaan. De fractie stemt tegen. De heer Dupuis (SP) merkt op dat er weinig inzicht is in hoeveel energie-opwekkers er gemeentelijk aan panelen er op daken en infrastructuur zijn geplaatst. De fractie wenst meer regie op de dekkingsgraad. Ook zijn er zorgen over de exploitatie van zonneparken. Gewezen wordt op negatieve prijzen op piekdagen en de noodzaak van een goede risicoanalyse. De heer Peters (PvdA) wijst op de vele hitterecords van deze zomer en benoemt dat de ambitie om in 2045 een klimaatneutraal Den Bosch te hebben niet uit luxe, maar uit noodzaak voortkomt. Met dit voorstel wordt gewerkt aan duurzaam stroomverbruik gelijk aan 1300 woningen. Wel is de vraag of obligatieleningen de beste bekostigingsmethode zijn. Omwonenden met een kleine portemonnee kunnen niet snel € 250 investeren in zonne-energie. Hopelijk trekt het Omgevingsfonds deze scheefheid recht. De fractie steunt het voorstel.
Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) stelt dat zonnevelden voor deze locatie een verbetering betekenen voor dit gebied. Ze leiden tot een sterkere natuurwaarde, er komt meer ruimte voor recreatie en de omgeving is goed in de plannen meegenomen. Ook is er mogelijkheid tot financiële participatie. De fractie stemt in met het voorstel. De heer Van Griensven (PVV) wijst op het meermaals uitvallen van zonnepanelen door een overvol net. Dan kosten panelen geld. Gevraagd wordt of dit risico met de omwonenden is gedeeld en of zij bereid zijn die kosten te dragen. Zonder de SDE++-subsidie is het zonneveld niet rendabel. Mogelijk is het risico op verlies dan te groot. Dat een aanzienlijk stuk natuurgebied dat 2
door velen wordt gebruikt, wordt gevuld met panelen waar volgens het RIVM lood en cadmium in zitten, is zorgwekkend. De heer Schuurmans (VVD) hecht aan een geringe impact op de omgeving en aan het meeprofiteren door omwonenden in de opbrengst. Beide staan in het voorstel benoemd. Het financieel participatieplan stemt de fractie tot vreugde. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) benoemt de zorgen die wel degelijk leven bij omwonenden gezien de grote impact op de leefomgeving. Bij een rendement van 3,5% is de vraag in hoeverre de omgeving daadwerkelijk profiteert. Wat participatie betreft, geldt dat mensen zich in groten getale niet gehoord voelen door de initiatiefnemer. Dat ligt aan de kaders die de raad heeft gesteld aan participatie. Dat zou de raad niet moeten willen. Bij het uitlekken en bij de duurzaamheid van de panelen zet de fractie vraagtekens. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) sluit zich bij de laatste punten aan. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) merkt op dat de subsidie vervalt als er geen raadsakkoord ligt voor 10 september 2024. Een besluit onder tijdsdruk zint de fractie niet, omdat die om een aantal redenen niet overtuigd is. Gewezen wordt op de brief van minister De Jonge van vorig jaar die zon op land als minder aantrekkelijk aanmerkte. De terugleverproblematiek wordt steeds groter. In Zeeland werd al gevraagd geen stroom meer terug te leveren.
De participatie is zoals eerder genoemd tot nu toe uitermate mager geweest. Zonnepanelen op het dak zijn prima, op land niet. De natuur wordt ermee verpest. In plaats van 50 hectare op het land kunnen beter 1300 woningen van panelen worden voorzien. De fractie is tegen het voorstel. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) heeft steeds meer twijfels bij energieopwekking via zonnevelden op het land. Dit gezien de schade in de grond bij brand, de negatieve energieprijzen en de problemen bij het opruimen van afgeschreven panelen. De vraag is of er geen andere manieren zijn om duurzaam energie op te wekken. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt met de PvdA om een slimmere oplossing in de obligaties en het mee-investeren van de buurt zodat niet elk projectje een eigen besluit vraagt. Dan wordt het ook voor de kleine beurs aantrekkelijk. Daarvoor zou de gemeente aan de lat moeten staan. Reactie college Wethouder Van der Geld benoemt de verbetering van de omgeving die een aantal fracties ziet, wat een van de eisen is die het college stelt voor zon op land. Ook het college heeft liever zon op dak. Hier kan het college onvoldoende op sturen. Netcongestie draagt bij aan het trage groeitempo. Dit voorstel biedt een kans om dichter bij de door de raad gewenste 50 hectare te komen. Aangegeven wordt dat er nog geen wet ligt.
Daarnaast wil de gemeente een betrouwbare overheid zijn richting initiatiefnemers, in dit geval de bedrijven die dit ontwikkelen. De brief van minister De Jonge gaf aan dat naar initiatieven in wording anders zou worden gekeken dan naar nieuwe initiatieven. Het college stelt dat financiële participatie maatwerk vraagt per project. Aandacht voor de kleine beurs is een argument, het is aan de raad af te wegen of dit project mag doorgaan. De wethouder benoemt wel dat de businesscases van zonnevelden niet zo royaal zijn als wel wordt verondersteld, zeker niet met de huidige netcongestie. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of de businesscase van dit zonneveld met de raad kan worden gedeeld. Dan kunnen de verdiensten van een commerciële partij worden afgezet tegen de financiële participatie van de omwonenden. Wethouder Van der Geld denkt dat dit sowieso niet in de openbaarheid kan. Ze zijn hem ook niet bekend, al kent hij de vuistregels. De wethouder vraagt zich af of de raad moet willen meekijken in businesscases van commerciële initiatieven die bijdragen aan het gemeentelijk beleidsdoel klimaatneutraal te worden. Belangrijker is dat wordt bezien of wordt voldaan aan de kaders die de gemeente stelt. In dit geval zijn alle vinkjes groen.
3
Mevrouw Samshuijzen (PvdD) wijst op de grote impact voor de omgeving. Voor de transitie is draagvlak nodig. Het rendement van 3,5% is mager. Het verzoek tot inzage betreft niet élk bedrijf, maar hier is de vraag relevant. Wethouder Van der Geld geeft aan dat juist bij duurzame energie met participatie wordt gewerkt. De wethouder meent dat sprake is van een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie, een maisveld. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of de gemeente in de participatie nog een sturende rol heeft. Daarnaast is de vraag of de kaders een update behoeven zodat ook de smallere beurs wordt bediend. Wethouder Van der Geld zou dat richting de toekomst als een aanbeveling zien. In deze tender zijn de húidige kaders van de raad meegenomen. Als dit de steen des aanstoots is, zou de raad daarnaar moeten kijken. Nu geldt dat een oproep aan de wethouder zou leiden tot een appel aan de initiatiefnemer tot aanpassing van de kaders. Zo’n appel is er nu nog niet geweest, omdat is getoetst op basis van de huidige kaders. Als de raad het anders wil, bijvoorbeeld via een motie, kán dat wel. Tweede termijn De heer Van Hoek (50PLUS) stelt dat de coalitie haar bestuursakkoord boven het rijksbeleid stelt. Hij vindt dat arrogant. De wethouder noemt het project ‘lopende’, maar initiatiefnemer heeft nog geen subsidie, nog geen ruimte op het net en is ook anderszins nog niet begonnen.
Richting voorstanders wijst de fractie op de bepaling dat de ruimte na 25 jaar schoon moet worden opgeleverd. Als dat niet met een bankgarantie is onderbouwd, zou na 23 jaar faillissement aangevraagd kunnen worden en zit Den Bosch met 15.000 panelen waarmee ze nergens heen kan. De heer Van den Kerkhof (D66) vraagt welk alternatief de fractie ziet voor deze vuilstort, voor deze incourante grond. De heer Van Hoek (50PLUS) wijst op vergelijkbare locaties als de Vlagheide, die toeristisch of recreatief zijn in te richten. Daar hebben veel mensen plezier van. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) wijst op een RIVM-onderzoek naar de recyclebaarheid van zonnepanelen, omdat binnenkort de eerste generatie wordt afgewaardeerd. Dit vraagt al in de ontwerpfase om aandacht voor recyclebaarheid. De gemeente heeft geen kaders en kan hier daarom niet op sturen. Zij roept de raad op om te bezien hoe de materialen voor de toekomst veilig te stellen zijn, zodat niet nog een extra laag vuilnis boven op de vuilstort komt. De aangeleverde informatie over de bodemmetingen wordt nader bestudeerd. Als sprake is van uitlekken vanuit de vuilstort en de panelen liggen er, is ingrijpen moeilijker en duurder dan wanneer dat nu gebeurt. Samenvattend: de fractie is tegen het plan vanwege de risico’s en financiele participatie.
De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of de fractie principieel tegenstander is van zon op land. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) geeft aan tegen zon op vruchtbare landbouwgrond en in natuur te zijn. In de basis is de PvdD vóór zonneparken op oude vuilstorten. Maar deze casus vraagt maatwerk, dit is niet zomaar een vuilstort. Dit had op een andere manier gekund. Wethouder Van der Geld reageert op voorhand op de bijdrage over de recyclebaarheid van zonnepanelen door te wijzen op het risico van hogere kosten. Dat het RIVM heeft aangetoond dat het technisch kan, zegt niets over de economische levensvatbaarheid. De heer Schuurmans (VVD) merkt op dat deze discussie onvoldoende gaat over de mogelijkheid voor inwoners maximaal duizend panelen te kopen tegen inkoopvoorwaarden. Wethouder Van der Geld beantwoordt de deels technische vraag door te wijzen op de taak van initiatiefnemers om kenbaar te maken dat men mee kan doen met de collectieve inkoop. 4
De heer Van Griensven (PVV) signaleert dat de wethouder liever de volksgezondheid opoffert aan lood en cadmium dan de klimaatdoelen op te geven. Wethouder Van der Geld bestrijdt dat reguliere zonnepanelen die gedramatiseerde effecten hebben. Ook nu is sprake van landbouwactiviteit waarin ook bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Die situatie maakt plaats voor een zonneveld, waaronder natuur kan ontstaan. Het college ziet een verbetering. De voorzitter merkt op dat dit als hamerstuk naar de raad kan worden doorgeleid, met aantekening van de aangekondigde tegenstemmen. De heer Van Silfhout (Volt) vult aan dat zijn fractie nog beziet of het aspect van de smalle beurs hierin wordt meegenomen of dat naar de kaders zal worden gekeken. De voorzitter geeft aan dat dit bij een motie of amendement een licht bespreekstuk wordt, zo niet, dan blijft het een hamerstuk. 8. .
Verkeersmaatregelen korte termijn De Groote Wielen naar planstudiefase Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) merkt op dat bewoners van De Groote Wielen de verkeersmaatregelen liever vandaag dan morgen uitgevoerd zien worden. Met de planstudiefase komt de uitvoering een stap dichterbij. De ontsluiting moet dan wel voor de hele wijk op orde worden gebracht. Omdat door het pauzeren van de MIRT-A2 de Rondweg op de lange termijn niet voldoet, is het tijd de oostelijke ontsluiting te concretiseren. De heer Dupuis (SP) ziet spreiding van autoverkeer mét een oostelijke ontsluiting als oplossing. Met doorstroomwegen die aansluiten op de A59 ten oosten van Rosmalen wordt dat verkeer beter geleid en gespreid. Omdat er nu geen filevorming is op die plek, verdient de oostelijke ontsluiting eerste prioriteit. Middelen zijn schaars. De discussie over terugdringing van autoverkeer speelt hier niet echt een rol, maar toch moet voor uithoeken ook aan lightrail worden gedacht. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) merkt op dat de kortetermijnmaatregelen – ‘no-regretmaatregelen’ – deel uitmaken van de robuuste oplossing voor de lange termijn. Volgens het raadsvoorstel wordt de raad gelijktijdig geïnformeerd over de uiteindelijke robuuste oplossingen. Die zijn de raad echter nog niet bekend. Zodoende kan de raad niet bepalen of dit ‘no-regretmaatregelen’ genoemd kunnen worden.
Daarom de vraag aan de wethouder wat de robuuste oplossing behelst en wanneer die wordt gepresenteerd. De heer Broekmeulen (VVD) is als bereikbaarheidspartij groot voorstander van het bereikbaar maken voor verkeer van De Groote Wielen. De woningbouwplannen voor de Noordoosthoek zijn gesteund en daar horen extra verkeersmaatregelen bij. Met de plannen voor de korte termijn moet zo snel mogelijk worden gestart. Wel is de vraag wanneer de plannen voor de lange termijn van start gaan. Ook wil hij graag duiding dat de geraamde € 10 miljoen nog steeds voldoet. Wellicht wacht de wethouder op de uitkomsten van het opschorten van MIRT-A2 en wordt een nieuwe raming gemaakt als de plannen concreter worden. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vindt de nu gepresenteerde plannen al behoorlijk robuust. Wederom wordt geïnvesteerd in extra asfalt, iets wat vooral zou moeten gebeuren ten gunste van hoogwaardig ov. Hier ligt een unieke kans om een wijk op een moderne manier te ontsluiten. Toch wordt weer voor de ouderwetse oplossing gekozen, asfalt bijdraaien. Een gemiste kans, zeker omdat bijvoorbeeld een ongelijkvloerse fietsverbinding richting het Kanaalpark wordt gemist. De fractie steunt het voorstel niet. De heer Van Rens (D66) is voor duurzaam vervoer voor de 3000 bij te bouwen woningen, maar wil niet wegkijken van de auto. Het raadsvoorstel wordt gesteund.
De heer Van Griensven (PVV) merkt op dat de ontsluiting nog niet op orde is. Dat moet samenvallen met de A2. Zolang daarvan geen sprake is, is de € 200.000 voorbereidingskrediet voor deze verkeersmaatregelen een wassen neus.
5
De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) sluit zich aan bij gewoon ge-DREVEN waar het de robuustheid en concreetheid betreft. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt zich af of eventuele aanpassingen aan de rotondes ten behoeve van de HOV-lijn betekenen dat de planstudiefase stopt óf dat het dan einde verhaal is voor de HOV-lijn. Het risico wordt wel benoemd, maar de gevolgen van het risico niet. De HOVlijn is prioriteit. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) sluit zich aan bij D66 en De Bossche Groenen dat de kosten die voor auto-ontsluiting zijn geraamd beter in het ov kunnen worden gestoken. De heer Ploegmakers (CDA) kan zich vinden in het voorbereidingskrediet en wacht verdere ontwikkelingen af. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) sluit zich hierbij aan. Reactie college Wethouder Roy Geers geeft aan dat de raadsinformatiebrief met de impactanalyse van het pauzeren MIRT-A2 via de gebruikelijke weg aan de raad is toegestuurd. Dit was tegelijk met het nu besproken voorstel kort voor het zomerreces. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) kent dit schrijven van 24 juni jl. Deze impactanalyse benoemt echter geen oplossing. Wethouder Roy Geers geeft aan dat dit conform de afspraak met de raad is. Er zou nog niet op oplossingen worden vooruitgelopen. Er ligt een woningopgave voor 2000 tot 3000 woningen in de Noordoosthoek.
Om fase 1 en 2 goed te kunnen realiseren, zijn de korte termijn ‘no-regretmaatregelen’ nodig. Als maatregel voor de langere termijn is in het bestuursakkoord een rondweg genoemd. De impactanalyse toont aan dat dit geen oplossing is. Omdat de rondweg met verbrede A2 als robuuste verkeersafwikkeling voor de lange termijn niet mogelijk blijkt, staat Den Bosch nu voor het zoeken naar een nieuwe oplossing. Het college gaat voortvarend aan de slag, beginnend met de net voor de zomer opgeleverde impactanalyse. Over niet te lange tijd komt het college met een voorstel wat de langere termijn betreft, met als inzet nog in deze bestuursperiode tot een raadsbesluit te komen. De nu opgenomen € 10 miljoen is zoals het er nu uitziet toereikend voor de korte termijn. De langetermijnmaatregelen staan als PM-post in het structuurfonds. Voor De Groote Wielen is niet alleen de autobereikbaarheid in beeld, door fietsnetwerken te verbinden, worden serieuze stappen gezet in de mobiliteitstransitie. De nieuwe wijken sluiten daar goed op aan. Er is grote aandacht voor de HOV-ontsluiting. Al deze zaken zijn maximaal ingerekend in de opgave. De heer Van Silfhout (Volt) leest niet wat er gebeurt als dit plan botst met wat de HOV-lijn nodig heeft. Wethouder Roy Geers geeft aan dat voorafgaand aan de ontwikkeling van een nieuwe wijk de ov-verbinding gerealiseerd moet zijn.
Dat is de gemeentelijke inzet richting provincie. De wethouder vertrouwt de provincie hierin. De mobiliteitstransitie (thuiswerken, deelmobiliteit, ov, fietsparkeren, hoogwaardig fietsnetwerk) valt binnen de scope van de stedenbouwkundige ontwikkeling. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt concreet naar wat er gebeurt als de Y-rotonde niet past bij de HOV-plannen. Wethouder Roy Geers gaat ervan uit dat deze twee zaken goed samengaan. Daar is de planuitwerking voor bedoeld. De heer Dupuis (SP) vraagt of de oostelijke ontsluiting, met aansluiting op de A59 ten oosten van Rosmalen, nog in beeld is en wanneer de raad die tegemoet kan zien.
6
Wethouder Roy Geers geeft aan dat de impactanalyse laat zien dat alle verkeer afwentelen op de A2 geen oplossing is. Op dit moment worden andere mogelijkheden bekeken. Een ontsluiting aan de oostzijde is eerder afgevallen. Bij de nieuwe analyse moet worden bekeken welke alternatieven haalbaar zijn in de huidige tijdgeest. Een oostelijke ontsluiting wordt opnieuw tegen het licht gehouden. De heer Van Hoek (50PLUS) vraagt wat in dit geval het hoogwaardige aan het ‘hoogwaardig openbaar vervoer’ (HOV) is. Wethouder Roy Geers geeft aan dat het een snelle busverbinding is die niet dwars door alle andere wijken gaat, maar met weinig tussenstops de wijk verbindt met een belangrijke hub. De heer Van Griensven (PVV) vraagt welke mogelijkheden voor oostelijke ontsluiting niet haalbaar bleken. Wethouder Roy Geers geeft aan dat de raad deze openbare informatie eerder heeft ontvangen en dat die in het onderzoek weer wordt meegenomen. Tweede termijn De heer Van Silfhout (Volt) stelt dat zijn zorgen over het HOV nog niet zijn weggenomen. ‘Hoogwaardig’ is ook dat een bus niet over zes rotondes hoeft te rijden, maar een vrije doorgang heeft. Dat lijkt hier volgens ‘no regret’ niet te gebeuren. De fractie definieert ‘hoogwaardig’ anders dan de wethouder. Het lijkt bovendien voorbarig de term ‘no regret’ steeds te gebruiken.
De heer Van Hoek (50PLUS) kan zich vinden in het voorstel, hoewel niet alles rondom de robuuste ontsluiting duidelijk wordt. Jammer dat de update A2 is gepauzeerd, maar dat valt de wethouder niet aan te rekenen, want daar heeft de gemeente niets over te zeggen. De fractie is ervan overtuigd dat een goede ontsluiting wordt gevonden, wellicht via de A59. Wat het hoogwaardig ov betreft, denkt de fractie – omdat de lightrail al lang terzijde is geschoven - dat Den Bosch al blij mag zijn met een niet al te langzame busverbinding. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vraagt of de fractie onderschrijft dat een busverbinding niet vol bochten moet liggen. De heer Van Hoek (50PLUS) sprak niet voor niets de hoop op ‘een niet al te langzame busverbinding’ uit. De infrastructuur zoals die er nu ligt en die in de toekomst wordt gerealiseerd, is niet geschikt voor de Amerikaanse ‘greyhound’-snelwegbussen. Meer dan een bus die op bepaalde banen voorrang heeft, verwacht hij niet. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) hoort de wethouder zeggen dat de rondweg nu geen oplossing is. Dat betoogt zijn fractie al langer. Het is pas een oplossing als die rondweg een uitlaat krijgt. Laat die uitlaat dan een oostelijke ontsluiting zijn. De heer Dupuis (SP) geeft aan het onderwerp voor behandeling mee terug te nemen naar de fractie.
De voorzitter concludeert dat het onderwerp als hamerstuk naar de raad kan worden doorgeleid. Als de heer Dupuis met een initiatief richting de raad komt, wordt het een licht bespreekstuk. 9.
Wensen en bedenkingen ov-concessies De voorzitter benoemt de motie over de provinciale ov-concessie die in de vorige raadsvergadering is aangenomen. De commissie kan overwegen meer zaken aan de raad mee te geven. De heer Broekmeulen (VVD) verwijst naar de met D66 vóór de zomer opgestelde richtinggevende motie, waarmee Den Bosch de prioriteiten voor het sluiten van de reactietermijn voor het Programma van Eisen van de provincie kenbaar kon maken. De nadruk wordt gelegd op de bereikbaarheid via het ov voor kleinere dorpen en kernen, verkorte reistijden en extra mobiliteitshubs naast Den Bosch Centraal. Dit komt grotendeels terug in de brief. Aanvullend wordt opgemerkt dat de bereikbaarheid van kleinere kernen met name ’s avonds laat beperkt of niet 7
aanwezig is. Hierdoor kunnen mensen uit de buitengebieden die van het centrum gebruik willen maken na een avond in de horeca niet per ov terug naar huis. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) wijst op de concessieduur van 12,5 jaar. Flexibiliteit is in deze sterk veranderende wereld een terecht uitgangspunt. Eindelijk wordt de conclusie getrokken dat de ‘mammoettankers’ (grote bussen) de binnenstad niet meer in kunnen. De halsstarrige weigering van de portefeuillehouder om hierop tijdens een lopende concessie in te grijpen, ondanks evidente ongelukken, onderstreept dat flexibiliteit nodig is. Leefbaar ‘s-Hertogenbosch is bezorgd over het behouden van de directe lijnen naar de kleinere kernen en de onzekerheid die met het aangedragen alternatief Bravoflex samenhangt. Dat staat nog in de kinderschoenen. Voorkomen moet worden dat Den Bosch straks met lege handen staat. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) stelt dat voorzieningen bereikbaar moeten zijn om mensen uit hun isolement te halen, om werkvoorzieningen en de binnenstad binnen handbereik te houden. Een goed ov is ook een must om mensen uit de auto krijgen. Kleinere busjes zijn geschikt voor met name het centrum in plaats van de grote bussen. De fractie bepleit tegemoetkoming aan mensen die om gezondheids- of veiligheidsredenen hun rijbewijs hebben ingeleverd. Dat zou via de Bossche Pas kunnen.
De heer Bos (GroenLinks) benadrukt het cruciale belang van een goed ov als duurzaam alternatief voor de auto. Over het proces wordt opgemerkt dat Den Bosch bij wijze van uitzondering een nazending kan doen op de 5 juli jl. gesloten reactietermijn op het Programma van Eisen. Afwijkende inbrengen zijn lastig op te volgen in het overleg met de provincie. Aan de wethouder de vraag waarom voor deze procesvorm is gekozen in plaats van voor inbreng vooraf. Ook vraagt hij hoe de motie is meegenomen. Voor een aantal dorpen en kernen zal het ov geen alternatief meer zijn voor de auto. De vraag is wat de wethouder doet als Bravoflex niet het verwachte succes wordt en welke rol hij heeft in het agenderen van resultaten. De heer Van Rens (D66) vraagt zich af of procesmatig niet de verkeerde volgorde is gekozen door eind augustus de begin juli aan de provincie verstuurde reactie in de commissie te bespreken. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) merkt op dat de gemeente zich met deze concessie voor 12,5 jaar behoorlijk bindt. Den Bosch is sterk afhankelijk van het succes van de transferiumoplossing rondom de stad. In plaats van dit in de concessie op te nemen zouden in de concessie ook afspraken over alternatieve vormen van vervoer van en naar transferia opgenomen kunnen worden. De concessiehouder heeft het recht hierin als enige aanbieder te opereren.
Verbaasd is de fractie dat de Onderwijsboulevard uitgesloten is als geschikte weg voor ov. Elders werkt die combinatie wel. De heer Vossen (PvdA) beschouwt deze discussie enigszins als mosterd na de maaltijd, omdat de motie is ingediend en de termijn is verlopen. Openbaar vervoer is meer dan een verbinding naar het werk, het brengt mensen naar de zaken die ertoe doen in het leven. Bravoflex is een ruggengraat waar de fractie vraagtekens bij zet. Fijn dat de mammoetbussen worden geminimaliseerd. De heer Van Griensven (PVV) acht het belang van kunnen reizen van en naar de binnenstad groot. De inzet op het Bravoflex-concept is een verkeerde. Men werkt via een app, zonder vaste tijden en haltes. Dit is problematisch voor met name de ouderen. Aan de wethouder de vraag of deze de mogelijkheid tot telefonisch reserveren wil overwegen. De heer Dupuis (SP) weet uit navraag dat de ov-doelen van de gemeente niet zijn gedefinieerd. Dan is het lastig om via de concessie maatwerk te krijgen. De reeds geplaatste kanttekeningen over de avonduren en de buitengebieden worden onderschreven. Of hiermee de, onbekende, doelen worden bereikt, is niet duidelijk. Voor de autoluwe binnenstad is van belang dat het ov goed is geregeld. Naast de discussie over grote of kleine bussen zetten horeca en winkeliers in op zoveel mogelijk toeristen per auto. Dat spanningsveld vraagt om goed management.
Er is veel werk te verzetten. 8
De heer Ploegmakers (CDA) is teleurgesteld dat niet eerder zoals in het bestuursakkoord afgesproken een uitgebreide discussie is gevoerd. Het stuk rept nu van meerdere mogelijkheden om zaken aan te passen, maar die hadden beter aan de voorkant kunnen worden bepaald. Aan de wethouder de vraag hoeveel ruimte de raad heeft om in de toekomst nog in te grijpen. Niemand kan 12,5 jaar vooruitkijken. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) noemt de zienswijze die als reactie op het concept-Programma van Eisen is opgesteld behoudend en weinig ambitieus. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) sluit zich aan bij de eerder geuite zorgen. Positief is dat het college erkent dat het ov adaptief moet zijn op woningbouw in plaats van pas in te zetten op een rendabele lijn als de wijk al klaar is. De heer Van Silfhout (Volt) stelt dat de neerwaartse spiraal niet wordt doorbroken met deze eisen. De zienswijze had iets steviger gemogen. De vraag is wat concreet nog gaat gebeuren met deze te laat ingediende zienswijze. De heer Van Hoek (50PLUS) vindt het een prima brief. Bravoflex valt buiten de concessie en moet dus separaat worden vormgegeven, zoals uit de brief blijkt. De vroegere taxihopper ging van deur tot deur. Bravoflex gaat van halte naar halte. Men stapt in op een plek waar men niet is en stapt uit waar men niet moet zijn. Dit zal de enige mogelijkheid worden.
De fractie heeft niet de illusie dat er ooit nog een lijndienst door pakweg Vinkel zal rijden. Van verschraling is sowieso sprake. De concessie is werk van de provincie. Meer dan wensen en bedenkingen uiten zit er niet in. Het Programma van Eisen zoals door de provincie geformuleerd, is heel erg ruim. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) vindt het het belangrijkst dat de dorpen en wijken bereikbaar blijven, ook in de avond en het weekend. De fractie ondersteunt dat eerst wordt gekeken naar juiste ov-verbindingen voordat de wijk wordt afgerond. Reactie college Wethouder Roy Geers onderschrijft de zorgen over Bravoflex. Het is een mooi door de provincie uitgewerkt systeem om buiten reguliere tijden bussen op haltes te krijgen, op een flexibele manier tegen normaal ov-tarief. Hij onderkent de onzekerheid over wat er gebeurt als dat niet gaat werken. Het college heeft die zorg in de brief aan het provincie nadrukkelijk geuit. De ov-concessie met reguliere lijnen hangt samen met Bravoflex. Die twee zouden samen een betere oplossing kunnen bieden dan de huidige concessie. Dan moet het wél slagen, maar dát is aan de provincie. De provincie is ook op het hart gedrukt dat zij die verantwoordelijkheid heeft. Ook heeft Den Bosch de garantie gevraagd dat de concessie wordt opengebroken mocht Bravoflex niet slagen. Bravoflex is ook te bestellen via de telefoon.
De heer Van Silfhout (Volt) merkt op dat vervoer van halte naar halte lijkt te betekenen dat mensen naar een halte worden gebracht waar weer een bus naar een ov-knooppunt gaat. Uitgangspunt van de ov-concessie is in één stap naar een ov-knooppunt vanaf elke plek. Wethouder Roy Geers stelt dat dit afhangt van de uiteindelijke rit. Het kan zijn dat men van een halte naar een hub wordt gebracht om verder te reizen. Ook kan men van de hub naar een halte worden gebracht. Het is geen vervoer tot de voordeur, uit concurrentieoverwegingen met de taxibranche. De heer Bos (GroenLinks) begrijpt dat de gemeente weinig meer kan dan het gesprek met de provincie blijven voeren en de zorgen blijven uiten. In de zienswijze wordt ook verwezen naar een bereikbaarheidsonderzoek. Als de eerste resultaten bekend zijn, zou de fractie dat gesprek graag aangaan voordat het Programma van Eisen bekend wordt in plaats van een gesprek met een monopolist die de aanbesteding al heeft gekregen. Wethouder Roy Geers geeft als perspectief dat de gemeente wensen en bedenkingen meegeeft aan een opgave van de provincie. De provincie heeft al meer dan in vorige jaren geld 9
vrijgespeeld, terwijl het slecht gaat in de ov-branche. Het niveau van voor corona is nog immer niet bereikt. Het college ziet mogelijkheden om in overleg met de provincie het ov de juiste vorm te laten behouden. De heer Bos (GroenLinks) erkent het provinciale primaat in deze, maar wijst op de bewoners van dorpen en kernen die zich achtergesteld voelen, zoals in Engelen. Daarom vraagt hij wat de wethouder daarin kan betekenen. Wethouder Roy Geers geeft aan erop te blijven aandringen dat kernen goed bereikbaar moeten blijven. In Engelen is de door vrijwilligers opgestarte lijndienst overgenomen door de concessiehouder. Ook daar kan Bravoflex een aanvulling zijn. De stevige brief uit Engelen gaat mee naar de provincie en wordt blijvend door het college ondersteund. Bravoflex kan ook voor Engelen een flinke aanvulling betekenen. De heer Bos (GroenLinks) vraagt naar de bereikbaarheidsonderzoeken en wanneer die invloed kunnen hebben op het gesprek met de provincie. Wethouder Roy Geers komt hier schriftelijk op terug. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) neemt een vrees voor een sterke versobering en minder goed bereikbare kernen waar, mocht Bravoflex niet van de grond komen. Gevraagd wordt of de raad tijdens de concessieperiode regelmatig terugkoppeling kan krijgen.
Wethouder Roy Geers merkt op dat ook in de huidige concessieperiode heel vaak met de provincie en de concessiehouder is gesproken over mogelijke wijzigingen. Opmerkingen gedurende de concessieperiode kan de raad altijd meegeven aan het college. Als wensen om aanvullend budget vragen en de provincie legt dat terug bij Den Bosch, kan worden bekeken of compensatie via andere lijnen mogelijk is. Of de provincie en concessiehouder periodiek per gemeente kunnen terugrapporteren, weet de wethouder niet, maar dat wil de wethouder ter sprake brengen. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of het wel of niet slagen van Bravoflex als dealbreaker kan worden beschouwd, waarbij de hele concessie wegvalt en Den Bosch opnieuw zou willen aanbesteden. Wethouder Roy Geers heeft in de zienswijze het belang van de koppeling al aangegeven, maar benadrukt dat Den Bosch daar niet over gaat. De provincie gaat erover en zij ziet dat ook, maar welke consequenties zij daaraan verbindt, weet het college nog niet. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) leest in de stukken dat de concessie niets over Bravoflex bevat en vraagt of dat klopt. Wethouder Roy Geers erkent dit, feitelijk betreft het twee verschillende onderdelen. Bravoflex is een aparte aanbesteding. Samen met de ov-concessie heeft dit wel grote invloed op de bereikbaarheid van de hele gemeente, inclusief kleine kernen.
De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt wat het betekent dat zo’n onderwerp buiten een concessie ligt en waar de provincie ja tegen zegt. Wethouder Roy Geers heeft de indruk dat de provincie tracht met het extra budget het uiterste uit de concessie te halen. Daarbij zijn minimumlijnen benoemd en wordt met het Programma van Eisen de concessiehouder uitgedaagd. In Brabant-West heeft dat ertoe geleid dat 70% is gevraagd en 110% is geleverd. Ook de busbedrijven gaan tot het uiterste om de concessie binnen te halen. Het Programma van Eisen zegt dus nog niet alles over het eindresultaat. Wat blijft, is dat Bravoflex vooral buiten de reguliere bustijden rijdt, als aanvulling van halte naar halte. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of Bravoflex en Bravodirect door hetzelfde bedrijf worden geleverd.
10
Wethouder Roy Geers geeft aan dat de provincie voor beide verantwoordelijk is. Als Bravoflex niet slaagt, dient zij een oplossing te vinden. Hij vervolgt zijn betoog. Het bereikbaarheidsonderzoek wordt opgezet vanuit de regio Noordoost-Brabant en benadert bereikbaarheid vanuit de kleine kernen. Op de vraag wanneer het resultaat bekend is, komt hij later terug. Over het proces merkt hij op dat het bestuursakkoord een visie collectief vervoer in het vooruitzicht stelt. Zijn voorkeur was geweest die al gerealiseerd te hebben om daar maximale input op te kunnen leveren. Dat dit niet is gelukt, betreurt hij. Hij wijst er wel op dat de mobiliteit aan grote veranderingen onderhevig is. De deelscooters van GO Sharing en Bolt zijn weer verdwenen uit de gemeente. De deelmobiliteit is in ontwikkeling. In de mobiliteitsvisie wil de wethouder de visie collectief vervoer opnemen, met als uitgangspunt dat aan de provincie en concessiehouder kan worden aangegeven wat aanvullend nodig is en wat commerciële aanbieders zelf kunnen aanvullen op wat er reeds is. De heer Van Rens (D66) vraagt of het vertrek van Bolt en GO Sharing niet juist redenen zijn om een visie op mobiliteit te hebben en of de wens de visie collectief vervoer op te nemen in de mobiliteitsvisie niet juist andersom zou moeten zijn. Wethouder Roy Geers noemt dat een kip-eidiscussie.
Een complete visie geschreven zonder oog voor veranderingen in de markt blijft niet lang actueel. Daar heeft het college nu mee te maken. De gemeente is afhankelijk van derden. De heer Van Rens (D66) vraagt of het voor een markt die wil instappen in mobiliteitsvormen niet juist interessant is om te weten waar de gemeente naartoe wil. Wethouder Roy Geers erkent dit. Dat is ook zo gedaan met het vergunningstelsel dat is opgezet voor de deelscooter en deelfiets. Inmiddels zijn twee van de vier partijen dus weer gestopt. Dat bewijst de ingewikkeldheid van het schrijven van een visie zonder de marktomstandigheden te kunnen voorspellen. Deze markt is zo in beweging dat is besloten die in de mobiliteitsvisie mee te nemen in plaats van in een aparte visie collectief vervoer. De heer Van Rens (D66) vraagt bevestiging dat een visie collectief vervoer wordt verdisconteerd in de mobiliteitsvisie. Wethouder Roy Geers bevestigt dit en geeft aan dit rond de zomer van 2025 te kunnen opleveren. De heer Bos (GroenLinks) vraagt waarom alsnog de zienswijze voorligt na het verstrijken van de reactietermijn. Wethouder Roy Geers stelt dat het proces vanuit de provincie ervoor heeft gezorgd dat er voor 5 juli jl. iets moest worden aangeleverd. Den Bosch heeft aangegeven de raad hierin in stelling te willen brengen en die ruimte gevraagd en gekregen.
De heer Bos (GroenLinks) vraagt de garantie dat wensen en bedenkingen vanuit deze commissie worden meegenomen. Tijdens de informatiesessie voor het reces was hierover enige twijfel te bespeuren bij de provincie. Wethouder Roy Geers benadrukt de provinciale toezegging dat wensen en bedenkingen worden meegenomen. Dat dit geen wensen en bedenkingen kunnen zijn die het hele Programma van Eisen omvergooien, geldt altijd, in alle trajecten. De heer Ploegmakers (CDA) herhaalt zijn vraag in hoeverre Den Bosch nog grip heeft op wijzigingen als de aanbesteding eenmaal heeft plaatsgevonden. De aanbieder zal verwijzen naar afspraken met de provincie. Wethouder Roy Geers stelt dat gemeenten ook nu nog continu verzoeken kunnen blijven indienen op de huidige concessie. Dat gebeurt ook. De ene keer levert dat iets op, de andere keer niet. Voor input vooraf geldt hetzelfde. Er is nu net zoveel grip als wanneer de concessie is verleend. Garanties op iets waarvoor een andere overheid verantwoordelijk is zijn niet te geven. 11
De heer Van Hoek (50PLUS) merkt op dat sinds het Wittefietsenplan van Provo in de jaren zestig geen enkel plan voor deelmobiliteit goed heeft gefunctioneerd of lang heeft bestaan. Hij vraagt de wethouder daarom of de gemeente hiervan ook nu geen afstand moet nemen. Wethouder Roy Geers noemt de ov-fiets, bus en trein als wel werkende vormen van deelmobiliteit. Sommige hebben meer tijd nodig om tot ontwikkeling te komen, andere zullen het niet halen. De heer Dupuis (SP) stelt voor om in plaats van veel over het proces te praten het resultaat te definiëren. Als de markt onvoorspelbaar verandert, zou de gemeente met het resultaat naar de inwoners moeten gaan die er gebruik van moeten maken, en naar de markt, met de vraag hoe het doel te bereiken. Dat zou wellicht het proces moeten zijn. Wethouder Roy Geers erkent dat dat een vorm zou kúnnen zijn. Voor de mobiliteitsvisie kan de raad een proceslijn tegemoet zien. Hij vervolgt zijn betoog. De passage over de Onderwijsboulevard blijkt een omissie die wordt aangepast. Tweede termijn De heer Bos (GroenLinks) stelt in deze termijn de Transferiumregeling aan de orde. In de zienswijze staat dat lijnen worden verlengd en nieuwe haltes aandoen. Transferia zijn van groot belang, ook in de discussie rond de bereikbare, leefbare binnenstad. De fractie denkt dat er meer is te halen uit transferia.
Via verruiming van de openingstijden zijn er ook de mogelijkheden om van transferia naar andere stadslijnen over te stappen. Dan zouden ook vrienden en familie op zuid zijn te bezoeken. Transferia dienen dan voor het gehele ‘Dagje Den Bosch’. Aan de andere partijen en de wethouder de vraag hoe zij hiernaar kijken. Bravoflex vertoont enerzijds samenhang met de concessie, anderzijds valt die er buiten. Het gesprek aangaan is een van de weinige manieren om Bravoflex te controleren. De wethouder dient tijdens het gehele proces de vinger aan de pols te houden en klachtenmeldingen op te nemen en gesprekken met de wijk- en dorpsraden aan te blijven gaan. Fijn dat de wethouder terugkomt op het bereikbaarheidsonderzoek, maar hij wil graag ook terugkoppeling op hoe de resultaten effect hebben op het Programma van Eisen, dan wel de verdere gevolgen van de concessie. De heer Van Silfhout (Volt) merkt op dat resultaten en personeel geen onderdeel zijn van deze ov-concessie. Dat roept de vraag op of degene die de concessie aangaat wel kan leveren. Nu al vallen treinen en bussen uit omdat het ov niet robuust genoeg is om dit op te vangen. Daarom verzoekt hij ook het aspect personeelskrapte aandacht te geven in de zienswijze.
Bij Bravoflex zijn er zorgen over de invulling van de reis: van centrum Nuland naar Rijksweg Nuland en vervolgens per bus naar een ov-knooppunt is niet wat Volt voor ogen heeft. Via een motie wil de fractie deze zorg verwoorden. De heer Bos (GroenLinks) is benieuwd welke kansen Volt ziet in de voorliggende zienswijze. De heer Van Silfhout (Volt) ziet in de gestelde vragen zeker de vraag waar de transferiumlijnen heen leiden. Daarbij wordt verwezen naar het feit dat Den Bosch nog in overleg is met de provincie en dit daarom niet in de ov-concessie is gevat. Graag zou Volt horen wat die gesprekken inhouden. Daar kan veel meer mee worden gedaan. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) hoopt de wethouder te kunnen vertrouwen dat Den Bosch uiteindelijk geen averij heeft opgelopen en nog steeds diezelfde stem heeft, want 12,5 jaar is een lange periode. Het verbaast hem dat er gedurende een concessieperiode nog zo makkelijk kan worden ingegrepen als de wethouder aangeeft. De mammoetbussen hebben hier vrijwel in de luifels gestaan en toch is er niet ingegrepen. Dat roept de vraag op wat er moet gebeuren om te zeggen: dit kan echt niet meer.
In de zienswijze wordt aangegeven dat de flexibiliteit belangrijk is maar hij is benieuwd naar de kwalificatie daarvan, want als dat er niet van komt en er komt een versobering richting de dorpskernen, dan maakt de fractie zich daar ontzettend veel zorgen over.
12
De heer Van Griensven (PVV) is blij te horen dat oudere bewoners gewoon naar Bravoflex kunnen bellen. Hij kijkt er wel naar uit. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) komt terug op de terughoudendheid die hij uit de stukken haalt. Het college wenst HOV: hoge frequenties, korte reistijden, minder halteplaatsen en vervoer niet dóór, maar lángs de buurten en wijken. Dat laat de tijdgeest niet meer toe. Het gebruik van het ov neemt door thuiswerken en afstandcolleges af. Het verkeer kent steeds meer verkeersknooppunten. Meer vrije busbanen zouden prioriteit moeten zijn. Daar wordt in de zienswijze nu net níet op aangedrongen. Om die maatregelen wél te treffen, zou de gemeente ook zelf in de buidel moeten tasten. Ook daar is nog niet over gesproken. Het college spreekt de wens uit dat kleine kernen als Vinkel, Nuland en Empel worden ontsloten. Een harde eis ligt niet op tafel. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt verduidelijking over de opmerking over het stoppen in kernen in relatie tot de tijdgeest. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) maakte een opmerking in algemene zin: het gebruik van alle openbaar vervoer is verminderd. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of de heer Verhoef geen voorstander van HOV-lijnen is, want zo klonk het.
De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) denkt bij het ov in hiërarchie, te beginnen met zware raillijnen, daarna metro, daarna HOV (tram of bus), daarna normale buslijnen. Daarna komen taxibus-achtige constructies. In algemene zin neemt het gebruik van het openbaar vervoer af, in al die modaliteiten. Dat geldt dus ook voor HOV. De heer Van Hoek (50PLUS) neemt een tegenstelling in het betoog waar: tegenover het pleidooi voor vrije busbanen staat de constatering dat het bereik van het ov daalt. Dat roept de vraag op of de bepleite investeringen in vrije busbanen voor deze afkalvende doelgroep moeten worden gedaan. Een dergelijke baan zou bij gebruik door auto’s veel meer mensen vervoeren dan door bussen die vrij door kunnen rijden. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) wil dat graag in combinatie blijven zien. De lijnen díe er zijn, moeten worden gestimuleerd door ze aantrekkelijker te maken voor de gebruikers. Ondanks de geconstateerde afname van het ov-gebruik kan via marketing over de kwaliteit van zo’n lijn deze aantrekkelijker worden gemaakt en zo meer mensen naar het ov halen. Hij vervolgt zijn betoog. Inzake de ontsluiting van de wijken ligt geen harde eis op tafel. Een suggestie is om in verschraling en frequentieverlaging in de binnenstad ruimte te vinden voor de dorpen door de frequentie daar te verbeteren. Uitruil dus: verminderen in de binnenstad, toename in de buitenwijken.
Al met al is de zienswijze behoudend en van weinig ambitie getuigend. Als de gemeente zelf geen gelden wil reserveren voor infrastructuur als kruisingen, vrije banen en haltes komt er geen HOV. Zonder investeringen in Bravoflex zal dat ook niet lukken. De kansen voor betere mobiliteit liggen juist bij Bravoflex of Mobility as a Service. Afstappen van de grote lijnen en kiezen voor maatwerk dus. Afhankelijk van de discussie komt de fractie nog met een motie. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) verwijst naar de motie bij de voorjaarsnota die inzette op maximale doorstroming van de HOV-lijnen, inzicht in welke structurele maatregelen hiervoor nodig zijn en waar nodig afspraken hierover met de provincie maken. Dit is hét moment om cofinanciering aan te kaarten. Verwezen wordt naar Eindhoven. Voor hoogwaardig ov is de provincie nodig. De concessie valt onder de provincie. Zij zijn dus mede verantwoordelijk voor de hoogwaardigheid van hun HOV-lijnen en dus ook voor de bijbehorende infrastructuur. Daarom dit appel. De heer Van Rens (D66) deelt de zorgen over Bravoflex, dat van vitaal belang wordt in de ovketen. Het is van belang dat mensen van bestemming naar bestemming kunnen reizen. Dat de visie collectief vervoer, waartoe de raad heeft besloten, er niet meer komt en dat de mobiliteitsvisie in de zomer van 2025 komt, is volgens de wethouder een kip-en-eiverhaal.
D66 meent dat het aan een overheid is een leidende rol te spelen in hoe het ov in de gemeente 13
wordt ingericht. Inwoners verdienen duidelijkheid over hoe zij van hun huis naar een andere plek kunnen komen. Het is aan die overheid duidelijkheid te scheppen aan de markt over waarop die kan intekenen. Als een marktspeler omvalt, kan een ander daarvan leren en instappen. Niet langer dient zoals in het verleden wel gebeurde op hapsnapbasis een partij die zich toevallig aanbiedt te worden omarmd. Een andere aanbieder zou wellicht beter passen bij de visie van de gemeentelijke overheid. Hij wil graag een reflectie van de wethouder hierop. De heer Bos (GroenLinks) deelt deze visie. Volgordelijk kan met de zienswijze worden geanticipeerd op het voor december geagendeerde debat over de Binnenstadsring. Betere benutting van transferia, bijvoorbeeld door openingstijden te verruimen en koppeling met andere delen van Den Bosch, kan daar onderdeel van zijn. Hij wil graag een reactie van D66. De heer Van Rens (D66) deelt dit standpunt. De heer Ploegmakers (CDA) is de teleurstelling na het antwoord van de wethouder nog niet helemaal kwijtgeraakt. Van A naar B moet soepel en snel kunnen. Daar blijkt de schoen te wringen. Ook Engelen, Nuland, Vinkel, Bokhoven en andere kernen behoren tot de Bossche gemeenschap. Nog steeds is het openbaar vervoer daar niet op een goede manier geregeld.
Het wordt benoemd in de zienswijze, maar wat de garanties zijn dat vraag en aanbod daar verbeteren, blijft onduidelijk. Ook benoemt de fractie de zeer slechte bereikbaarheid van een aantal industriegebieden, die moet worden aangepakt. Door de binnenstad rijden soms 200 bussen waar een handvol passagiers in zit. Dat verplicht Den Bosch tot reflectie of deze aanpak wel de juiste is. Graag had het CDA die visie, die nog niet beschikbaar is, op voorhand met de raad besproken. Wat het CDA betreft, is de uitkomst minder bussen in de binnenstad en ook niet allemaal naar de Binnenstadsring. De vraag is dan ook op welke manier dat vervoer moet worden georganiseerd. Het CDA pleit voor een slim en dynamisch systeem. Via de mobiliteitshub moet nu eens serieus werk worden gemaakt van het met een kleinere bus naar de binnenstad komen. Over de transferiumbussen merkt de fractie in aanvulling op GroenLinks op dat deze bussen vaak leeg doorrijden bij haltes waar mensen staan te wachten. Dit vraagt om aanpassing van beleid. Verwezen wordt tot slot naar een Limburgs initiatief, het Dal Vrij abonnement voor minima. Het CDA ziet dit graag meegenomen in de zienswijze. Wethouder Roy Geers merkt over de transferiumbus op dat het voorbij rijden van haltes nu inderdaad conform afspraak is. Met de provincie wordt nu gesproken over vaker stoppen op weg naar de binnenstad.
De transferiumbus moet ook weer niet omrijden of heel veel tussenstops krijgen. Dan wordt het transferium minder interessant en zullen meer mensen de auto pakken. Over het voorstel voor een dagkaart voor de hele stad merkt de wethouder op dat dit iets anders is dan (bijvoorbeeld) een rit van transferium-zuid naar -west. De heer Bos (GroenLinks) merkt op dat zijn opmerking verder gaat, namelijk over de positie van transferia als zodanig. Ondernemers klagen bijvoorbeeld over de eindtijd van 18.00 uur. Hij vraagt dat aspect ook mee te nemen. Wethouder Roy Geers merkt op dat dit betekent dat een transferium een nieuw knooppunt van buslijnen zou moeten worden. Dat zou tot een grote toename van buslijnen leiden, een serieuze uitbreiding van het netwerk. De heer Bos (GroenLinks) wil iets doen aan het feit dat het transferiumkaartje nu alleen voor díe lijn gebruikt kan worden en het ook inzetbaar maken voor andere lijnen buiten de binnenstad. Wethouder Roy Geers wil die variant meenemen naar de provincie. Volgens de wethouder kan nu al in elke bus een willekeurig buskaartje worden gekocht en kan men met de ov-chip alle kanten op. Het concept van het transferium – en daarmee het succes - is wel dat de inzittenden voor een beperkt bedrag naar de binnenstad kunnen. Dat leidt tot het grote aantal bezoekers van de binnenstad. Uitbreiding leidt tot een variatie aan kaartjes.
De heer Dupuis (SP) vreest dat al jojoënd zaken worden teruggehaald die ooit bewust zijn afgeschaft. Differentiëren in buslijnen leidt ook tot kosten. Een transferiumlijn op bepaalde haltes 14
laten stoppen, kan door daar een HOV-lijn van te maken. In plaats van alles naast elkaar te laten bestaan, wil de fractie de initiatieven weloverwogen in elkaar schuiven en hij vraagt de wethouder om een reflectie. Wethouder Roy Geers onderschrijft dat vraag en aanbod op elkaar moeten worden afgestemd. Voor de ene kern werkt een wijk- of buurtbus, voor de andere een HOV-lijn. Station Rosmalen zou een hub moeten zijn in het netwerk van buslijnen. De heer Van Silfhout (Volt) merkt op dat reizigers in andere gemeenten al met een transferiumkaartje verder kunnen reizen met elke bus, zij het binnen een tijdsbestek van een uur. Wethouder Roy Geers is daarin geïnteresseerd. Hij vervolgt zijn betoog. Via stakeholders als de wijkraad houdt het college continu de vinger aan de pols. Arbeidskrapte wreekt zich nu reeds op de lijn richting Nuland, die om die reden is geschrapt. De huidige busmaatschappij is daarmee bezig, maar de wethouder merkt op dat dit onderwerp breder speelt, ook in andere branches. De wethouder zou niet weten hoe hij de provincie zou kunnen bewegen dat op te lossen. De heer Van Silfhout (Volt) suggereert in de ov-concessie op te nemen welke lijnen bij personeelstekort als eerste worden geschrapt. Dan heeft de gemeente zicht op waar de uitval plaatsvindt áls die plaatsvindt. Wethouder Roy Geers noemt overleg over het schrappen van lijnen een goede zaak.
Met de huidige concessiehouder is dat er al. Soms is het schappen van een buslijn de beste keuze. De heer Dupuis (SP) stelt dat in een aanbesteding kan worden meegenomen of biedende partijen goede prestaties leveren. Hoe ze met hun personeel omgaan en hoe ze dat verwerven, speelt mee. Binnen een branche weet de ene partij beter personeel aan zich te binden dan de andere. Wethouder Roy Geers vindt dat een vraag die in de Provinciale Staten gesteld moet worden. De provincie is concessiehouder. Busmaatschappijen in Brabant hebben hoge boetes gekregen omdat bij stakingen bussen zijn uitgevallen. De provincie heeft daar aandacht voor. Hij vervolgt. In reactie op de hoeveel bussen in de binnenstad ziet het college andere manieren om de binnenstad bereikbaar te maken. De grote bussen zijn ook voor de chauffeur lastig in de binnenstad, zeker als die bijvoorbeeld een schilder met een ladder tegenkomt. Dit vraagt om een koppeling met transferia en de juiste haltes op de Binnenstadsring. Het vraagstuk speelt niet alleen in de concessie, ook de gemeentelijke investering in bushaltes en de bereikbaarheid van de binnenstad. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt bevestiging dat in de concessie wordt ingezet op het verdwijnen van die grote bus uit de binnenstad. Wethouder Roy Geers bevestigt dit.
De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of dit een voorbeeld is van waar Den Bosch lopende de concessie over aan de bel kan trekken en zo ja, op welke manier dan. Wethouder Roy Geers benoemt nieuwe afspraken over de verdeling van de bussen tussen de Onderwijsboulevard en de Oranjeboulevard, die zijn gemaakt en na bespreking weer gewijzigd. Dat is een voorbeeld van wat er kan. Hij vervolgt. De infrastructuur valt buiten de concessie. Wel is de gemeente samen met de provincie op zoek naar hoe de snelle lijnen zijn te realiseren met de daarbij passende infrastructuur. Met de slimme verkeerslichten, de IVRI’s, krijgt de bus al een hoge prioriteit. Overal busbanen aanleggen klinkt mooi, maar niet overal is die ruimte er. Soms gaat dat ten koste van de bereikbaarheid per auto of fiets. De ruimte moet wel worden gecreëerd. Met de provincie wordt over verbetering van de infrastructuur gesproken. Een kortere reistijd is ook voor haar goedkoper in de concessie.
15
Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt bevestiging dat cofinanciering onderwerp bij het overleg met de provincie is. Wethouder Roy Geers geeft aan dat het gesprek gaat over de maatregelen en de kosten die daarmee zijn gemoeid. De mogelijke cofinanciering is daar onderdeel van. De heer Ploegmakers (CDA) benoemt de honderden bussen die door de Van Berckelstraat en over de Binnenstadsring/Kanaalboulevard rijden. Hij vraagt hoe daarmee wordt omgegaan en hoort graag een reflectie op het dalurenabonnement. Het CDA kondigt over dit laatste alvast een motie aan. Wethouder Roy Geers stelt dat op geen enkele lijn elke bus halfvol of helemaal vol zit. Continuïteit is belangrijk. Mensen moeten ervan kunnen uitgaan dat ze na een busrit op de heenweg ook die bus weer op de terugweg kunnen nemen. Dat betekent dat een bus soms minder bezet is. Een concessiehouder kan lastig inschatten of een grotere of kleinere bus moet worden ingezet. Minder bussen laten rijden, betekent dat de terugreis niet is gegarandeerd. Dat verkleint de animo voor het ov te kiezen. Naar de variant in Limburg is hij benieuwd. Als de raad er een meerderheid voor vindt, wil hij dat aan de provincie meegeven. De heer Ploegmakers (CDA) zoekt naar een ander systeem waardoor geen honderden bussen per dag door de stad hoeven te rijden. Wethouder Roy Geers stelt dat de reiziger het makkelijk en comfortabel wil, slim van A naar B.
Dat is niet met allerlei overstappen bij hubs. Het huidige systeem kent heel veel lijnen die op veel verschillende plekken komen. In de zienswijze is gesuggereerd knooppunten als station Rosmalen te gebruiken voor een simpele overstap en een goede aansluiting. Dat zou kunnen leiden tot minder bussen in bijvoorbeeld de Van Berckelstraat. De heer Van Rens (D66) vindt het belangrijk dat de gemeente een leidende rol heeft in de mobiliteitsvisie. Hij vraagt een toezegging dat die visie er voor zomer 2025 is. Wethouder Roy Geers herhaalt dat die visie er ‘rond de zomer’ is. Dat proces wordt nu opgestart. Die visie zal meer in lijn zijn met de ambities die worden verwoord. Hij benadrukt nogmaals de bewegende markt waarin hij opereert. Niet alles is voorspelbaar. Wel wil het college in zijn visie de partijen uitdagen. De heer Van Rens (D66) vindt dat ook in een niet-voorspelbare en maakbare markt de overheid een richting kan aangeven. Hij vraagt nogmaals om een toezegging dat de visie er volgend jaar zomer ligt. Wethouder Roy Geers stelt dat het proces momenteel wordt uitgelijnd, met als doel die ‘rond de zomer’ van 2025 bij de raad te hebben. De tijdlijnen worden met de raad gedeeld. De voorzitter inventariseert de wensen en bedenkingen. De heer Ploegmakers (CDA) overweegt een motie over daluren voor minima.
De heer Van Silfhout (Volt) overweegt een motie over Bravoflex en over in één stap naar het ovknooppunt komen. De heer Van Rens (D66) overweegt een motie over het beter inzetten en benutten van transferia. De heer Bos (GroenLinks) overweegt een motie over betere inzet van transferia. De heer Dupuis (SP) zal zich aansluiten bij de motie of er zelf een opstellen. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) wacht de CDA-motie af en beziet wat zij daar zelf eventueel aan kan toevoegen. 16
De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) overweegt een motie frequentieverlaging in de binnenstad ten gunste van de dorpen en een motie over de inzet op Bravoflex of MaaS-diensten. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) wacht enerzijds de moties met interesse af, maar vraagt zich tegelijkertijd af wat er nog te wijzigen valt. Voor concrete wijzigingen had Den Bosch eerder moeten zijn. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) wacht evenzeer met interesse af en zal wellicht een procesmatige motie indienen. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt zich af of het college nu een motie verwacht waarin staat: ‘zet deze zin daar en daar in de zienswijze’ of ‘neem dit op’. De voorzitter meldt dat met de secretaris contact moet worden opgenomen voor beantwoording van deze vraag. Overige agendapunten 10.
Bespreeknotitie Woningbouw Meerendonk De heer Hoeben (De Bossche Groenen) merkt ter inleiding op de notitie op dat er een sloopplan ligt en een bouwplan voor een aantal hallen voor bedrijven. De vraag ligt voor welke kant de raad op wil met Meerendonk, gespecificeerd tot dit gebiedje. Uiteindelijk betreft dit een plan dat duizenden woningen omvat. Daar is iedereen voor. De hierbij ingediende vragen worden als bekend verondersteld. De heer Peters (PvdA) geeft aan dat de PvdA snel veel betaalbare woningen wil bijbouwen. Door zoals hier voorgesteld individuele plannen naar voren te halen, vreest de fractie juist het tegenovergestelde effect. Op dit moment is de gemeente volop het laaghangend fruit aan het plukken door te kiezen voor locaties waarop snel veel woningen kunnen worden gerealiseerd. En met resultaat: waar elders de woningbouw stilligt, blijft Den Bosch doorbouwen. Op dit moment wordt concreet gewerkt aan plannen voor 11.000 woningen. De Meerendonk is op termijn een prachtige locatie, maar op dit moment verre van laaghangend fruit. De wethouder verwoordde het dilemma al: duizend ballen tegelijk in de lucht houden of alle capaciteit inzetten op kansrijke locaties voor de korte termijn. De PvdA kiest voor de tweede optie.