Concept-verslag commissie Sociaal 27 augustus 2025
Tekst van het document
Commissie SOCIAAL Verslag CONCEPT Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
27 augugustus 2025 Raadzaal J.J.M. Gersjes drs. E.A.A. Kerkhoff N.H. Burg, O. Çifçi, M. Claessen, J.J.E.L. van Creij, mr. Y. Doǧan, F.G.F. van Genugten, A.W.J.A. van Hattem LLB, F.J. van Haren, T.A.J. Heijmans, F. Hoekstra-Wittebol, B.B.G.M. van den Hoven, R.F. van der Kallen-van der Donk, J.M. Klerks, M.A.J.T. Korvervan Weegberg, W.M. van de Leemput, H.J.M. Mees, ir. V.P.T. MullerLaumans, W.J. Plasmeijer, E. Samshuijzen, C.K.J. Visscher, mr. C.H.A. van den Wildenberg P. Slikker, H.M.M. Vermin
Afwezig:
S.J.A. Elders BA, S.C. van Hasselt, L. Holterman, I.E. Mous, ir. P.K. Schuurmans, A.C. van Silfhout,
Verslaglegging
I. Wendt, DemiSec
1.
Opening en mededelingen De voorzitter heet allen, in de zaal en thuis, welkom bij de vergadering van de commissie Sociaal van 27 augustus 2025. Een bijzonder welkom is er voor de nieuwe commissieleden Burg, Van den Hoven, Mous en Holterman. De laatste twee zijn vandaag echter niet aanwezig. Er is bericht van verhindering ontvangen van de leden Elders en Van Silfhout. De laatste wordt vervangen door mevrouw Klerks.
2.
Vaststellen van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3.
Vaststellen van de verslagen van de commissie Sociaal van 16 april en 6 mei 2025 De verslagen van de commissie Sociaal van 16 april en 6 mei 2025 worden ongewijzigd vastgesteld.
4.
Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties Voorgesteld wordt om een aantal moties als afgedaan te beschouwen. Over motie 30, extra voorwaarden voor subsidie aan Theater aan de Parade, heeft de heer Van Haren een voorstel gedaan. De voorzitter geeft hem het woord voor een korte toelichting. De heer Van Haren (VVD) verzoekt om motie 30 op de lijst te laten staan, totdat de commissie de toegezegde raadsinformatiebrief heeft ontvangen. De heer Van Hattem (PVV) vraagt om de motie Straten veilig en bereikbaar voor onze ouderen niet als afgedaan te beschouwen, omdat nog niet alle beleidsdocumenten hierover zijn uitgewerkt. De voorzitter zegt toe met bovenstaande opmerkingen rekening te houden. De lijst van openstaande moties wordt dienovereenkomstig vastgesteld.
5.
Werkplanning De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) meldt dat hij op 7 november a.s. niet aanwezig kan zijn bij het werkbezoek aan Weener XL. De werkplanning wordt ongewijzigd vastgesteld.
1
6.
Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang 2026-2030 De voorzitter licht toe dat het college aan de raad toestemming vraagt om deel te nemen aan de Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang voor de regio Meierij en Bommelerwaard. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat zijn fractie geen opmerkingen heeft en het voorstel als hamerstuk wil agenderen. De heer Van Hattem (PVV) stelt dat de centrumregeling consequenties heeft voor het effectief uitvoeren van het beleid. Er wordt voor veel zaken mandaat verleend aan de uitvoerende organisatie, waardoor de gemeenteraad op afstand wordt gezet. De PVV vraagt zich af hoe zich dat gaat verhouden tot bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen en hoort daarom graag hoe de mandaatregeling geduid moet worden. Deze week ontving hij een bericht over een verwarde man die al dagenlang rondloopt in Hinthamer en die vrouwen intimideert. Omwonenden hebben dit meermaals gemeld, maar dat leidt niet tot een oplossing. De PVV vraagt hoe dit gaat werken onder de centrumregeling. Wordt er dan een zorgmachtiging afgegeven, zodat verplichte GGZ kan worden ingezet? Een ander voorbeeld is overlast die Bosschenaren hebben ervaren van een drugsverslaafde die bij allerlei huizen aanbelde. Ook daarvan hoort hij graag hoe hiermee wordt omgegaan als de centrumregeling van kracht is.
Mevrouw Visscher (SP) is bezorgd over de verwachte toename van het aantal dak- en thuislozen, zoals mensen die de huur niet meer kunnen betalen of arbeidsmigranten die hun werk verliezen. Mensen die op straat leven, hebben vaak meervoudige problemen. Daarvoor is goed armoedebeleid nodig. De SP twijfelt of de gemeente daar klaar voor is en of er voldoende opvangplekken zijn, bijvoorbeeld voor kinderen. Reactie college Wethouder Slikker noemt het aandachtspunt van de PVV terecht. De woonomgeving moet voor alle inwoners van Den Bosch veilig en prettig zijn. Het aantal overlastmeldingen door verwarde personen neemt gelukkig af doordat er meer voorzieningen zijn, er meer toezicht en handhaving is en goede zorg wordt verleend. Mevrouw Visscher (SP) vraagt of er vaak meldingen zijn over dezelfde personen. Omwonenden klagen dat er vaak langdurige overlast is van verwarde personen voor wie geen alternatief beschikbaar is. Wethouder Slikker antwoordt dat de stad enkele inwoners heeft die al jarenlang in een problematische situatie zitten. Vaak zijn dat mensen met een verstandelijke beperking en psychiatrische problemen. Voor hen is het vrijwillige kader niet altijd voldoende, terwijl de gemeente niet kan ingrijpen met een zorgmachtiging. De heer Van Hattem (PVV) benadrukt dat zijn voorbeelden vooral drugsverslaafden betreffen.
Hij vraagt hoe deze gevallen ondervangen worden met een centrumregeling. Wethouder Slikker legt uit dat de inkoop van zorg gezamenlijk gebeurt, maar dat de zorg en ondersteuning niet op grotere afstand van de gemeente komen te staan. Sinds de kwantiteit en kwaliteit van de voorzieningen flink zijn toegenomen, neemt de overlast in de wijken af. De lastigste groep blijft die waarvoor geen zorgmachtiging kan worden afgegeven, terwijl zij geen vrijwillige hulp accepteren. De SP vroeg naar de toename van het aantal dak- en thuislozen. Het aantal kleinschalige opvangvoorzieningen is sterk vergroot, waarna grootschalige opvang is gesloten. Er zijn meer plekken beschikbaar dan ooit tevoren, maar door de woningnood wordt de groep dak- en thuislozen wel groter. De gemeente probeert het aantal voorzieningen op te schalen, bijvoorbeeld met het woonhotel. Tot nu toe kan elke dakloze een plek krijgen, maar de opvanglocaties staan wel onder druk. De heer Van Hattem (PVV) begrijpt dat het aantal overlastmeldingen afneemt, maar vraagt of er in sommige wijken wellicht wel een stijging is, bijvoorbeeld in een wijk waar een opvangvoorziening wordt geopend.
2
Wethouder Slikker bevestigt dat in sommige buurten meer meldingen zijn. In totaal is het aantal overlastmeldingen echter flink afgenomen. De overlastmeldingen worden altijd besproken met omwonenden van een opvanglocatie. Overal waar de kwaliteit van de voorziening wordt vergroot en goed toezicht is, neemt het aantal overlastmeldingen af. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd voor de raadsvergadering. 7.
Gezinsadvocaat De voorzitter licht toe dat de raad wordt gevraagd om in te stemmen met het toevoegen van de gezinsadvocaat aan het hulpverleningsaanbod. Mevrouw Visscher (SP) zegt dat de SP zal instemmen met het voorstel. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) ziet met de voorgestelde aanpak een win-winwinsituatie voor zich: betere kansen voor de kinderen, minder kosten door toezichtstellingen en jeugdhulp en minder maatschappelijke kosten. Leefbaar ’s-Hertogenbosch wil het raadsvoorstel zo snel mogelijk vaststellen. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) is ook positief over het voorstel. VOOR Den Bosch verwacht dat de gezinsadvocaat een belangrijke bijdrage kan leveren aan het terugdringen van problematiek in gezinnen en dat deze investering zichzelf snel terugverdient. Kinderen krijgen meer kansen om zich gezond en evenwichtig te ontwikkelen, ondanks een moeilijke periode in hun leven. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) steunt ook de inzet van de gezinsadvocaat, maar heeft wel wat aandachtspunten. Ze vraagt hoe gezinnen tijdig toegang krijgen tot de gezinsadvocaat, hoe de structurele financiering wordt geborgd en hoe gegarandeerd wordt dat de gezinsadvocaat mandaat krijgt om regie te voeren.
Bosch Belang wil duidelijke evaluatiecriteria opstellen, zodat gemeten wordt of het instrument doet wat men verwacht: minder escalatie, kortere trajecten en meer tevredenheid bij gezinnen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) ziet de gezinsadvocaat als een waardevolle toevoeging aan het huidige instrumentarium. Gewoon ge-DREVEN sluit zich aan bij Bosch Belang over de evaluatiecriteria. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) stelt dat een scheiding altijd tot een nare situatie leidt, zeker voor kinderen. Daarom is de inzet van een gezinsadvocaat verstandig. Elk kind dat daarmee ellende wordt bespaard, maakt het de moeite waard om het instrument in te zetten. De heer Van Genugten (CDA) complimenteert het college dat het durft te investeren in een voorziening buiten het wettelijke kader, simpelweg omdat het werkt. Het CDA adviseert om, analoog aan het Alzheimercafé ook een echtscheidingscafé te starten, waar lotgenoten ervaringen kunnen uitwisselen. Mevrouw Muller (D66) vindt het een goed voorstel, maar vraagt hoe ervoor gezorgd wordt dat de juiste gezinnen hulp krijgen, zonder dat anderen de hulp ontzegd wordt. D66 wil graag meer inzicht hebben in de afweging. Ook hoort de fractie graag welke andere middelen de gemeente heeft om gezinnen en kinderen bij een echtscheiding te ondersteunen. Mevrouw Doğan (GroenLinks) sluit zich aan bij eerdere sprekers.
GroenLinks zal instemmen met het voorstel. De heer Plasmeijer (50PLUS) stelt dat het leed dat wordt veroorzaakt door vechtscheidingen een van de grootste factoren is in de vraag om jeugdhulp. De inzet van een gezinsadvocaat kan veel problemen voorkomen of verminderen. 50PLUS zal het voorstel daarom van harte ondersteunen. Mevrouw Klerks (Volt) stelt dat inzet op preventie altijd de voorkeur heeft. Volt ziet de inzet van een gezinsadvocaat als een middel waar alle betrokken partijen (financieel) voordeel van hebben. De fractie stemt daarom van harte in met het voorstel.
3
Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vindt dat in het voorstel goed wordt uitgelegd waarom het een goed plan is. De PvdD is van harte voor het voorstel. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) sluit zich aan bij de eerdere sprekers. De heer Van Haren (VVD) vindt het een goed voorstel, maar voelt ook wat ongemak. Privézaken, zoals trouwen en scheiden, zijn de verantwoordelijkheid van burgers, waar de gemeente zich niet mee zou moeten bemoeien. Vanwege de positieve effecten op jeugdzorgkosten en maatschappelijke kosten stemt de VVD echter graag in. Wel moet voorkomen worden dat mensen de gezinsadvocaat beschouwen als mogelijkheid om gratis te scheiden. De heer Van Hattem (PVV) meldt dat de PVV zal instemmen met het voorstel. Reactie college Wethouder Slikker stelt dat een op de drie huwelijken leidt tot echtscheiding en dat circa 10%20% een vechtscheiding wordt. 70% van de kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel komt uit een situatie met een complexe scheiding. Dat is voor de gemeente de reden om zich hiermee te bemoeien. De selectie dient goed te gebeuren om de juiste mensen te helpen en te voorkomen dat mensen het instrument zien als gratis manier om te scheiden. Een scheidingsadviesteam beoordeelt elke casus. Indien mogelijk worden voorliggende voorzieningen ingezet, indien nodig de gezinsadvocaat.
De inzet zal de komende twee jaar gemonitord worden, waarna de raad opnieuw wordt gevraagd om af te wegen of de inzet van de gezinsadvocaat gewenst is. Het college hoopt dat het budget voor jeugdhulp voldoende blijft, zodat dit preventie-instrument gefinancierd kan blijven worden. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt wat er gebeurt als de inzet succesvol is. Hij veronderstelt dat de gemeente dan aan de rijksoverheid en de VNG gaat vragen of het instrument ingebed kan worden in landelijk beleid. Wethouder Slikker antwoordt dat de gemeente voor meerdere instrumenten pleit voor voldoende budget en voor voldoende ruimte om zorg te verschuiven van specialistische hulp naar het voorliggende veld. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of er ook gekeken kan worden naar maatschappelijke kosten buiten het domein van de jeugdzorg. Wethouder Slikker antwoordt dat deze casus binnen het hele stelsel van de Jeugdwet financieel heel goed uitkomt, maar dat het college hier aandacht voor houdt. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd voor de raadsvergadering. 8.
Wensen en bedenkingen Beleidsplan ‘Samen mens, samen gemeenschap’ De voorzitter stelt dat de gemeenteraad wordt gevraagd om het beleidsplan vast te stellen. Het plan is bedoeld om inclusie, diversiteit en gelijkwaardigheid binnen beleid en uitvoering te versterken. De heer Van Hattem (PVV) heeft veel bedenkingen bij het voorstel en vindt het een aaneenschakeling van nietszeggende woke termen. De vervolgopdracht luidt dat er een uitvoeringsplan komt met concrete indicatoren. Dat gaat dus geheel buiten de raad om. Uitgegaan wordt van de motie Hersteld vertrouwen, vanwege een terechte opmerking van de burgemeester over het op de knieën gaan voor een groep beroepsgekwetsten uit de Marokkaanse gemeenschap. De PVV wil dit niet herstellen met allerlei initiatieven die islamisering nog meer in de hand werken. Waar is het hersteld vertrouwen voor de Bosschenaren, die zich steeds meer vreemdeling in eigen wijk voelen? De PVV hoort ook graag wat wordt bedoeld met de opmerking dat alle betrokkenen moeten erkennen wat er misging en de wil moeten hebben om samen te herstellen. Verder wordt in het voorstel gesproken over erkenning. De PVV vraagt zich af wat er allemaal erkend moet worden. Moet gezichtsbedekkende kleding bijvoorbeeld worden erkend? Of wordt er juist erkend dat dit niet past binnen de westelijke waarden in de gemeente?
4
De voorzitter merkt op dat de spreektijd is verstreken. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) veronderstelt dat het agendapunt een bedenkingenprocedure betreft en geen raadsvoorstel waarvoor een spreektijd van anderhalve minuut geldt. De voorzitter merkt op dat de spreektijd gewoon anderhalve minuut is. Mevrouw Doğan (GroenLinks) vindt dat het voorstel belangrijke uitgangspunten bevat. Er is terecht aandacht voor vrouwen, bijvoorbeeld in het kader van femicide. Ook wordt de regenbooggemeenschap nog steeds gediscrimineerd en is er sinds het VN-verdrag uit 2017 nauwelijks vooruitgang geboekt om mensen met een beperking te ondersteunen. In het voorstel wordt gesproken over mensen met een religieuze achtergrond. GroenLinks vraagt zich af wie daarmee worden bedoeld. Waarom wordt de bedoelde groep niet specifiek in het beleidsplan genoemd? Opvallend is dat de moslimgemeenschap nauwelijks wordt genoemd. Deze groep maakt al jaren deel uit van de stad, maar wordt nog steeds achtergesteld door lagere schooladvisering, moeite met het vinden van stageplekken en weigering in de horeca. GroenLinks vindt het schrijnend dat deze groep niet expliciet wordt erkend in het beleidsplan en een gemiste kans dat de moslimgemeenschap niet als volwaardig partner wordt ingezet.
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat gewoon ge-DREVEN het een overbodig voorstel vindt, omdat gelijkheid en inclusie al bij wet geregeld is. Bovendien wordt er veel gesproken over gelijke rechten maar heel weinig over plichten, terwijl die ook belangrijk zijn. Met het beleidsplan gaat de gemeente echt doelgroepenbeleid creëren, wat vele negatieve aspecten heeft. Het zal veel bureaucratie opleveren en polarisatie omdat sommige groepen bepaalde hulp krijgen aangeboden en andere niet. Mevrouw Visscher (SP) stelt dat niemand tegen de kernpunten van het voorstel kan zijn. Het beleidsplan staat echter vol vage taal. De SP zou graag van mensen die klachten hebben ingediend over discriminatie en ongelijkheid willen horen hoe de situatie verbeterd kan worden: is er een goede plek om klachten te melden, wordt men serieus genomen en is er iets verbeterd naar aanleiding van de klacht? Zo kan de gemeente concrete stappen zetten. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt namens Leefbaar dat iedereen moet kunnen meedoen, kansen moet krijgen en onderdeel zijn van een samenleving waarin omgangsvormen en regels gelden. Het voorliggende beleidsplan bevat vele handvatten, maar de vraag is of de gemeente voldoende doorzettingsmacht heeft. De acceptatie van de lhbti+-groep is sterk teruggelopen.
De lhbti+-gemeenschap ervaart vooral weerstand uit religieuze, conservatieve en biculturele hoek. Hoe gaat het beleidsplan hiervoor een oplossing vinden? Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat de PvdD lang heeft uitgekeken naar het beleidsstuk. Het is echter meer een visie dan een beleidsplan. De fractie had graag gezien dat er al wat programma’s in waren opgenomen. Volgens het voorstel zijn rechtvaardige keuzes nodig, maar die worden niet gemaakt. Er wordt gesproken over mensen met een religieuze achtergrond, zonder te zeggen wie hiermee bedoeld worden, namelijk moslims. Vreemd is het dat veel zaken in het beleid zijn opgenomen die op andere beleidsterreinen thuishoren. Als de gemeente inclusief wil denken, moeten de kernwaarden in het reguliere beleid verwerkt worden. De heer Van Haren (VVD) stelt dat het niet vanzelfsprekend is dat iedereen onbezorgd kan meedoen. Dat erkennen is een opdracht aan de Nederlandse samenleving en dus ook aan de gemeente. Het voeren van inclusie- en diversiteitsbeleid is hier een uitvloeisel van, maar over de wijze waarop dat moet gebeuren, verschillen de overheden flink. De VVD vindt het belangrijk om te erkennen dat mensen van elkaar verschillen. Beleid voor specifieke doelgroepen is niet de juiste keuze, maar de behoefte van elk individu zou centraal moeten staan.
De VVD heeft daarom geen aanvulling op dit gedachtegoed, maar wel wat vragen over een aantal concrete acties. Deze zal de fractie in tweede termijn stellen. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) zou willen voorkomen dat de gemeente zoveel aparte hokjes creëert dat er een plattegrond nodig is om te weten wie waar hoort. Diversiteit is goed, maar in een democratie draait het om de stem van de meerderheid. Voorkomen moet worden dat
5
de verbinding in de samenleving verloren gaat. Bosch Belang pleit daarom voor balans: respect voor verschillen maar met oog voor wat de gemeenschap bindt en met gelijke rechten en verantwoordelijkheden voor iedereen. Mevrouw Klerks (Volt) refereert aan artikel 1 van de Grondwet, maar benadrukt dat mensen en situaties niet altijd hetzelfde zijn. Mensen moeten echter altijd gelijkwaardig behandeld worden. Volt is blij met het beleidsplan, hoewel het meer een visiestuk is dan een beleidsstuk. Het zou kunnen dienen als kapstok voor alle gemeentelijk beleid, maar het wordt niet concreet en ook niet specifiek. In het verleden zijn diverse klachten geuit tegen de gemeente over ongelijke behandeling. Volt vraagt in hoeverre deze klagers en hun belangen zijn meegenomen in de totstandkoming van het beleidsplan. De heer Çifçi (PvdA) stelt dat de overheid tot taak heeft dat iedereen zich gelijkwaardig behandeld en veilig voelt. Dat is echter lang niet altijd het geval: sommige jongeren voelen zich niet gezien, ouderen vereenzamen, inwoners ervaren discriminatie en lhbti+-ers voelen zich niet altijd veilig om zichzelf te zijn. De heer Van Genugten (CDA) ziet veel waardevolle uitgangspunten in het beleidsplan, maar het CDA mist 'onderling respect' als sleutelbegrip. Respect gaat namelijk vooraf aan inclusie en maakt dat mensen elkaar verdragen, verstaan en vergeven.
Het CDA wil graag dat de gemeente haar beleid concreet maakt en pleit ervoor om de Week van Respect nadrukkelijker te verankeren in de samenleving. In het plan staan vier principes. Het CDA wenst daar als vijfde 'respect' aan toe te voegen. De heer Plasmeijer (50PLUS) stelt dat één thema in gesprekken met inwoners steeds terugkomt, namelijk de behoefte aan erkenning als volwaardig en gelijkwaardig mens. Velen hebben echter onvoldoende vaardigheden om volledig te kunnen meedoen in de samenleving. Veel ouderen hebben moeite met lezen en schrijven en beperkte digitale vaardigheden. Deze ouderen worden vaak overgeslagen in onderzoek en beleidsontwikkeling. Zij voelen zich niet goed vertegenwoordigd en worden al snel bestempeld als kwetsbaar. 50PLUS pleit voor een inclusieve benadering door de nadruk te leggen op de kracht van ouderen en minder op hun beperkingen. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) denkt dat het niet eenvoudig wordt om alle aspecten uit het beleidsplan toe te passen in de praktijk. Ook in Den Bosch worden verschillende bevolkingsgroepen tegen elkaar opgezet en is er nog lang geen sprake van 'allemaal Bosschenaren'. Mensen die in het dagelijks leven vriendelijk zijn, worden op sociale media soms ware agressors. Een buitenlandse achternaam kan al een reden zijn om iemand te schofferen. Er is nog veel werk aan de winkel, maar het beleidsplan is een goed begin.
Rosmalens Belang zou niet te veel nadruk willen leggen op de verschillen tussen mensen, want daarmee worden mensen uitgesloten. Mevrouw Muller (D66) noemt inclusie een basisvoorwaarde voor een gezonde samenleving. Voor D66 betekent inclusie dat je erbij hoort: geen racisme, homofobie, discriminatie of uitsluiting. Helaas voelt niet iedereen zich overal veilig. De principes in het beleidsstuk vindt D66 goed, maar wat gebeurt er als deze niet worden nageleefd? Hoe handhaaft de gemeente op discriminatie en welke ervaringen zijn tot nu toe opgedaan? De fractie overweegt een discussienotitie over dit aspect. In tweede termijn zal D66 aandacht vragen voor inclusie binnen het onderwijs. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) noemt het beleidsplan een open deur. De uitgangspunten van inclusie, diversiteit en gelijkwaardigheid zouden vanzelfsprekend moeten zijn. Toch voelt dat nog lang niet altijd zo voor iedereen. Daarom is het belangrijk dat er beleid op wordt ontwikkeld met een duidelijke koers en een uitvoeringsprogramma. De Bossche Groenen is vooral benieuwd naar de vertaling in concreet beleid. De Bossche Groenen vraagt aandacht voor de veiligheid van vrouwen en lhbtiq+-personen in de openbare ruimte. Helaas is veiligheid op straat voor hen ook in ’s-Hertogenbosch niet altijd vanzelfsprekend.
De fractie overweegt een motie in te dienen, waarin ze het college oproept om tijdelijk een laagdrempelig meldpunt in te richten om onveilige plekken in de gemeente te inventariseren. De Bossche Groenen sluit zich verder aan bij de PvdA en de PvdD over het niet noemen van de moslimgemeenschap.
6
Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) stelt dat gelijkheid alleen lukt als de Bosschenaar centraal wordt gesteld. Symboolpolitiek, campagnes en projecten zijn vaak voor de bühne en minder voor de inwoners zelf. Dat ondermijnt het vertrouwen om samen te bouwen aan de gemeenschap. Buurtinitiatieven, verenigingen, vrijwilligers en kleine ontmoetingen dichtbij huis: daarin moet de gemeente investeren. Reactie college Wethouder Vermin benadrukt dat het beleidsstuk een bijzondere agenda is die de gemeenschappelijke basis vormt waarop de gemeente al haar beleid kan beoordelen. Het werd 'vage taal' genoemd, maar veel principes die zijn opgenomen, zijn niet vanzelfsprekend voor iedereen. Het is daarom goed om afspraken te maken, deze vast te leggen en daarop voort te borduren. Er gebeurt al veel in Den Bosch, maar er zijn ook nog veel kansen voor de uitvoeringsagenda, die tweejaarlijks wordt opgesteld. Omdat het beleidsplan bedoeld is als tijdloos document, dat dient als onderlegger voor de uitvoeringsagenda, heeft het college gemeend om niet expliciet de moslimgemeenschap te benoemen, maar mensen met een religieuze achtergrond in het algemeen. De aanpak van discriminatie tegen moslims krijgt echter de hoogste prioriteit op de uitvoeringsagenda, want dat is op dit moment een groot probleem.
Mevrouw Samshuijzen (PvdD) begrijpt dat het beleidsplan voor langere termijn geldt, maar is benieuwd hoe de omschrijving van deze aanpak volgens de wethouder ervaren zal worden door de huidige moslimgemeenschap. Wethouder Vermin antwoordt dat hij nadrukkelijk zal uitdragen dat de aanpak van moslimdiscriminatie eerste prioriteit is in de uitvoeringsagenda. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of het geen risico is om bepaalde groepen prioriteit te geven, omdat dit impliceert dat andere groepen minder aandacht krijgen en zich tekortgedaan zullen voelen. Hij zou liever inspelen op specifieke problemen, zonder te spreken van prioritering. Wethouder Vermin is het daarmee eens. Alle vormen van ongelijkwaardigheid of discriminatie moeten tegelijk aangepakt worden. De bedoeling is dat het beleid met de inwoners van Den Bosch wordt vormgegeven. Daarbij zitten wel specifieke groepen die aangeven dat ze echt last hebben van discriminatie. Hij wil graag de ruimte krijgen om meer dan één groep aandacht te geven. Gevraagd werd waar het hersteld vertrouwen voor de Bosschenaren is. Er is aandacht voor autochtone Bosschenaren, voor Bosschenaren met een Marokkaanse achtergrond, met een functiebeperking of met een regenboogachtergrond. Ze horen er allemaal bij en krijgen allemaal aandacht. De heer Van Hattem (PVV) vindt dit een wollig antwoord.
Enerzijds wordt in het beleidsplan specifiek uitgegaan van hersteld vertrouwen op basis van de motie, die is neergelegd na zogenaamd kwetsende uitspraken van de burgemeester over de Marokkaanse gemeenschap. Anderzijds wordt gezegd dat het veel breder is. Hij vraagt wat nu de bedoeling van het college is. Wethouder Vermin antwoordt dat de raad een motie heeft aangenomen, waarin het college wordt opgedragen om te werken aan hersteld vertrouwen door de Marokkaanse gemeenschap. Dat is een van de opdrachten die is verwerkt in het beleidsplan. Er zijn echter meerdere opdrachten voor de gemeente. De heer Van Hattem (PVV) vraagt of er onderscheid wordt gemaakt tussen zich gediscrimineerd voelen en daadwerkelijke discriminatie. Wethouder Vermin antwoordt dat er voldoende onderzoeken beschikbaar zijn waaruit blijkt dat er sprake is van feitelijke discriminatie. Ook zijn er onderzoeksresultaten die aangeven dat mensen discriminatie ervaren. Dat laatste is vaak het geval bij uitsluiting. Het gevoel van uitsluiting heeft ongewenste maatschappelijke effecten en dient dus serieus aangepakt te worden. De heer Van Hattem (PVV) heeft moeite met het erkennen van iets wat alleen maar een gevoel is.
7
Wethouder Vermin antwoordt dat de gemeente erkent dat er verschillen zijn, dat dit geen probleem is en dat de gemeenschap met die verschillen in verbondenheid kan samenleven. Daarnaast kan er erkend worden dat er gevoelens zijn, die feitelijk wellicht niet juist zijn. GroenLinks refereerde aan artikel 1 van de Grondwet en de SP haalde enkele voorbeelden aan van zaken die nog misgaan. Het college erkent dat er nog regelmatig discriminatie plaatsvindt in Den Bosch. Na vaststelling van het raadsvoorstel zal het college zo snel mogelijk starten met de uitvoeringsagenda en gesprekken gaan voeren met inwoners. Er werd gesteld dat symboolpolitiek voorkomen moet worden, maar symboolpolitiek is soms nodig. Op andere momenten is er echt actie nodig. Die twee zijn beide nodig. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt op dat lhbtiq+-leden met name last hebben van mensen met een biculturele achtergrond. Hij vraagt in hoeverre het college bereid is om moeilijke gesprekken hierover te initiëren. Wethouder Vermin antwoordt dat de gemeente niet accepteert dat bijvoorbeeld homo’s geen plek in de stad mogen hebben. Daarbij maakt het niet uit welke groep de non-acceptatie uit en vanuit welke achtergrond. Zoals Bosch Belang opmerkte, geldt de stem van de meerderheid. Dat kan echter alleen als er ook bescherming wordt geboden aan minderheden.
Met de uitvoeringsagenda wordt juist gezocht naar bescherming en verbondenheid, zonder dat de meerderheid tekort wordt gedaan. Volt vroeg of er met mensen is gesproken die een klacht bij de gemeente hebben gemeld over discriminatie. Zij zijn ook betrokken geweest bij de totstandkoming van het beleidsstuk. Het CDA vroeg om aandacht voor de Week van Respect. Daar wordt al aandacht aan gegeven. De heer Van Genugten (CDA) had willen oproepen om de Week van Respect breder te trekken, met activiteiten die leiden tot ontmoeting. Wethouder Vermin antwoordt dat de Week van Respect een landelijk initiatief is, waaraan Den Bosch deelneemt. In de uitvoeringsagenda kan aandacht gegeven worden aan het breder vormgeven van dit instrument. 50PLUS vroeg naar erkenning voor laaggeletterdheid en digitale inclusie. Dat is een belangrijk onderwerp om verbondenheid te realiseren. Het idee van De Bossche Groenen om een meldpunt in te richten om onveilige plekken te melden vindt hij charmant. De gemeente moet er dan wel voor zorgen dat er voldoende capaciteit is om iets te verbeteren aan onveilig ervaren locaties. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt de wethouder om nog in te gaan op zijn opmerking over rechten en plichten die mensen hebben aan de maatschappij. Wethouder Vermin reageert dat de rechten en plichten onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn.
De heer Van Hattem (PVV) had gevraagd of de wethouder uitgaat van de westerse waarden om sommige zaken ook juist niet te erkennen, zoals het dragen van gezichtsbedekkende kleding. Wethouder Vermin antwoordt dat in Nederland bepaalde grenzen zijn afgesproken en dat het college zich daar altijd aan zal houden. Wat ieders waarden zijn, is voor iedereen anders. De heer Van Haren (VVD) vindt 'hoe om te gaan met intolerantie' een interessant politiek vraagstuk. Hij zou graag van de wethouder weten hoe hij daartegen aankijkt. Wethouder Vermin antwoordt dat de gemeente met het beleidsstuk intolerantie wil bestrijden. Tweede termijn De heer Van Hattem (PVV) bekritiseert het Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie dat de wethouder aanhaalde. In de Tweede Kamer is dit onderzoek niet behandeld omdat het van onvoldoende kwaliteit was. Mevrouw Muller (D66) vraagt een reactie aan de PVV op de resultaten van de monitor Discriminatie, waaruit blijkt dat inwoners in Den Bosch structureel discriminatie ervaren.
8
De heer Van Hattem (PVV) benadrukt dat discriminatie ervaren iets anders is dan daadwerkelijk gediscrimineerd worden. Er is een groep beroepsgekwetsten in deze samenleving die elke vorm van kritiek bestempelen als discriminatie. Daar zou hij kritisch naar willen kijken. Mevrouw Muller (D66) geeft als voorbeeld dat één lid van een groep geweigerd wordt bij de toegang van een café, namelijk iemand met een donkere huidskleur. De heer Van Hattem (PVV) noemt het een hypothetisch voorbeeld, dat met allerlei oorzaken kan samenhangen. Hem is ook ooit de toegang geweigerd omdat hij een korte broek droeg. Er zijn zoveel redenen aan te geven, maar er wordt meteen uitgegaan van discriminatie. Mevrouw Hoekstra (PvdA) hoorde de heer Van Hattem eerder op de avond ingaan op de onveiligheid die inwoners ervaren in Den Bosch en dat de wethouder zich dat meer zou moeten aantrekken, omdat het serieuze signalen zijn. Datzelfde geldt voor groepen inwoners die merken dat zij er niet bij horen en die zich gediscrimineerd voelen. Ze vraagt waarom die pijn niet serieus genomen hoeft te worden, terwijl de PVV regelmatig in de raad ervoor pleit dat de gemeente moet optreden bij ervaren onveiligheid van mensen. De heer Van Hattem (PVV) meent dat er ook groepen mensen zijn die juist zorgen voor meer onveiligheid. Daar mag ook iets kritischer naar gekeken worden.
Dat is niet altijd een kwestie van discriminatie. Misschien wordt iemand de toegang geweigerd omdat er eerder al iets is voorgevallen. Mevrouw Hoekstra (PvdA) concludeert dat de PVV allerlei aannames poneert die nergens op gebaseerd zijn. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of de PVV het ermee eens is dat uitsluiting op basis van huidskleur of religieuze achtergrond geheel niet toegestaan is en dat er niet gediscrimineerd mag worden. De heer Van Hattem (PVV) stelt dat discriminatie niet mag plaatsvinden. Hij heeft alleen moeite met 'gevoelens van discriminatie', die worden ervaren en worden misbruikt om andere ontwikkelingen onder de mat te vegen. In de Tweede Kamer heeft een meerderheid gezegd dat ze niet wilde debatteren over het Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie, omdat het een 'flutonderzoek' was. Om die reden zou hij het in Den Bosch ook niet als basis voor het beleid willen hanteren. De PVV staat achter de stelling dat iedereen gelijkwaardig behandeld moet worden, maar vindt het beleidsstuk een verschrikkelijk slecht woke-stuk. Door moslimdiscriminatie de hoogste prioriteit te geven, discrimineert het college al omdat het andere groepen daardoor achterstelt. Het woord 'antisemitisme' komt in het stuk niet voor. Als een jood zich bedreigd voelt, heeft hij of zij aan dit beleid helemaal niets.
De heer Van Haren (VVD) stelt dat er bewust geen doelgroepen worden beschreven in het beleidsplan. De groep die last heeft van antisemitisme moet dan toch ook niet expliciet benoemd worden? De heer Van Hattem (PVV) stelt dat het beleid op twee gedachten hinkt: de tekst in het beleidsstuk en de toelichting van de wethouder. De wethouder zegt namelijk dat aanpak van moslimdiscriminatie eerste prioriteit heeft. Mevrouw Muller (D66) merkt op dat in het beleidsstuk alleen wordt gesproken over mensen met een religieuze achtergrond, ongeacht de geloofsrichting. Dat geldt dus ook voor het jodendom. De heer Van Hattem (PVV) benadrukt dat hij vooral moeite heeft met de toelichting van de wethouder dat moslimdiscriminatie de hoogste prioriteit krijgt. De acties in het beleidsstuk vindt hij vaag. Een van de acties is het organiseren van Keti Koti. In een stad die geen slavernijverleden heeft, vindt hij dat volstrekt onnodig. Ook wordt gesproken over de organisatie met termen als 'maatschappelijk sensitief werken'. Hij zou liever zien dat de kwaliteit van het ambtelijk personeel vooropgesteld wordt in plaats van allerlei etiketjes over de achtergrond van medewerkers. Hij benadrukt dat positief discrimineren ook een vorm van discriminatie is.
9
Inclusie en diversiteit zouden vaste onderdelen moeten zijn in beleidsontwikkeling, subsidiekaders, communicatie en dienstverlening. De PVV hoort graag wat dit concreet gaat betekenen. De heer Van Haren (VVD) heeft vier vragen en bedenkingen. Vrouwen, mensen met een lhbtiq+achtergrond en mensen met een beperking voelen zich steeds onveiliger op straat. 15% van de inwoners voelt zich soms onveilig in de eigen buurt. Dat percentage vindt de VVD veel te hoog. Hij vraagt waarom de zorg hierover in het plan wordt benoemd, maar dat er geen enkele actie aan wordt verbonden, terwijl de gemeente juist een belangrijke opdracht heeft in het creëren van veiligheid op straat. Een meldpunt, zoals De Bossche Groenen voorstelde, kan een deel van de oplossing zijn, maar dan is het wel belangrijk wat er met de meldingen wordt gedaan. Het beleidsplan is een voortzetting van de Lokale Inclusie Agenda, die vijf jaar geleden werd opgesteld voor mensen met een beperking. Er worden echter geen nieuwe acties en plannen aangekondigd voor deze doelgroep, terwijl er de afgelopen vijf jaar waarschijnlijk wel wat nieuwe aandachtspunten zijn ontstaan. De VDD vraagt of het beleidsplan goed besproken is met Onbeperkt 073 en of er vanuit deze organisatie geen nieuwe suggesties zijn aangedragen. De VVD is blij dat in het beleidsplan niet alle doelgroepen bij naam worden benoemd en in hokjes gestopt.
Inclusiebeleid in andere gemeenten is vaak een optelsom van wensen en behoeften van vele doelgroepen en dat lijkt de VVD ongewenst. Uiteraard wordt de uitvoeringsagenda daar scherp op beoordeeld. Eigen prioriteiten van de wethouder passen daar niet in. De VVD zal vooral aandacht schenken aan het overkoepelende adviesorgaan. Het is goed om met betrokkenen uit de samenleving in gesprek te blijven, maar het is niet duidelijk waarom dit binnen een formeel adviesorgaan moet gebeuren. Het lijkt de VVD beter om dit via stadsgesprekken te doen. De heer Van Hattem (PVV) merkt op dat het maar de vraag is of de uitvoeringsagenda wordt aangeboden aan de gemeenteraad en vraagt hoe de VVD dat voor zich ziet. De heer Van Haren (VVD) verwacht er een raadsinformatiebrief over en zal er anders in een komende commissievergadering naar vragen. Een laatste punt is de verkenning naar een subsidieregeling voor inclusie. Komend najaar worden alle subsidieregelingen voor sociale activiteiten verkend. Het lijkt hem logisch om deze twee zaken aan elkaar te koppelen, zodat het een integraal onderzoek wordt. Mevrouw Visscher (SP) begrijpt de grote weerstand tegen doelgroepenbeleid vanuit de gedachte dat mensen bepaald beleid aangeboden of zelfs opgedrongen krijgen, omdat ze in een bepaalde doelgroep vallen.
De gemeente werkt echter heel vaak op basis van doelgroepen, zoals met het jongeren- en ouderenbeleid. Als je merkt dat een bepaalde groep een zetje nodig heeft om volwaardig te kunnen meedoen, is er niets mis mee om hier beleid voor te maken. Over het lhbtiq+-beleid heeft de SP wel wat meer concrete invulling nodig om erover te kunnen oordelen. Ze ontvangt hiervoor te zijner tijd graag een uitgebreide raadsinformatiebrief. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) herhaalt dat de beoogde doelen van het inclusiebeleid goed zijn, maar dat het geen apart staand beleid zou moeten zijn. Het zou verwerkt moeten worden in alle gemeentelijke beleidsterreinen en niet afhankelijk mogen zijn van de financiële middelen van het inclusie- en diversiteitsbeleid. Onveiligheid op straat is gewoon een veiligheidsissue: waarom worden situaties die vrouwen of lhbtiq+-leden onveilig vinden niet gewoon als onveilige situaties behandeld en uit het veiligheidsbudget betaald? Waarom wordt de viering van Keti Koti niet gewoon betaald uit hetzelfde budget als 4/5 mei en carnaval? Kortom, de PvdD vindt de intentie van het inclusiebeleid goed, maar denkt dat de gemeente nog vele stappen moet zetten, voordat ze echt een inclusieve en diverse gemeente is. De PvdD komt daarom met een voorstel om de uitvoeringsactiviteiten en de financiering breder te trekken om de gestelde doelen te behalen.
De heer Çifçi (PvdA) vindt het beleidsplan een belangrijke stap vooruit. Het mag echter niet bij mooie woorden blijven, maar de praktijk moet verbeteren. Kwetsbare groepen verdienen extra aandacht. Daar hoort een cultuursensitieve aanpak bij. Het is goed dat daar stappen voor gezet zijn. Afgelopen april heeft hij het initiatief genomen om een bijeenkomst te organiseren voor moslimjongeren die zich buitengesloten voelen. Daar zijn veel Bosschenaren met een moslimachtergrond naartoe gekomen. Binnenkort komt er een vervolg, geheel georganiseerd
10
door burgers. De PvdA adviseert het college om dergelijke activiteiten te koesteren en meer te organiseren, ongeacht de religieuze achtergrond van de inwoners. Tot slot doet de PvdA een oproep aan alle religieuze groepen. Het zijn moeilijke tijden, waarin het lijkt of groepen tegenover elkaar staan. Open de deuren van synagogen, moskeeën en kerken en nodig de buren uit voor een gesprek. Het Platform voor Religie en Levensbeschouwing kan hiervoor ingezet worden. Structurele steun aan de lhbtiq+-gemeenschap is een ander belangrijk punt: niet alleen tijdens Coming Out Day of de Gay Pride, maar het hele jaar door. Bewonersorganisaties, verenigingen en jongerenwerkers moeten voldoende middelen krijgen om dit te realiseren. Dat kan via buurtvaders, rolmodellen of sleutelfiguren. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt aandacht voor stagediscriminatie. De gemeente zet in op bewustwording om dit tegen te gaan. Dat vindt Leefbaar ’s-Hertogenbosch wat mager. De gemeente moet samen met scholen meer actie ondernemen om stagediscriminatie uit te bannen bij werkgevers. Een ander thema is straatintimidatie. Volgens het CBS wordt van de groep 12- tot 25-jarigen twee derde van de meisjes weleens lastiggevallen op straat. Ze krijgen te maken met naroepen, sissen en fluiten. Den Haag en Utrecht hebben een concreet actieplan opgesteld voor de handhaving.
Leefbaar vraagt of het college bereid is om iets dergelijks voor ’s-Hertogenbosch op te stellen. Het budget voor een inclusieve stad bedraagt € 620.000, gelabeld aan vijf posten. Leefbaar hoort graag hoe gemeten wordt of dit geld effectief wordt besteed. Volgens het beleidsplan wordt er gewerkt op basis van concrete indicatoren en op dat er jaarlijks wordt gemonitord. Leefbaar vraagt of dat een integrale monitor is of dat er op onderdelen wordt gemonitord. Mevrouw Doğan (GroenLinks) begrijpt dat de gemeente breed en algemeen beleid wil opzetten, maar ze benadrukt dat moslimdiscriminatie een concreet, structureel en ingrijpend probleem is in Den Bosch. Volgens het SCP ervaart 55% van de Nederlandse moslims regelmatig discriminatie. Het College voor de Rechten van de Mens laat zien dat 77% van alle meldingen van religieuze discriminatie gericht is tegen moslims. Bij de politie gaat 93% van de meldingen over godsdienstdiscriminatie over moslims. GroenLinks vindt het onverstandig om deze cijfers niet te benoemen. Er zijn veel voorbeelden te noemen, zoals de regeling voor grafrechten. De heer Van Hattem (PVV) vindt dat een algemene regeling voor grafrechten geen moslimdiscriminatie is. Hij veronderstelt dat mevrouw Doğan de islamitische gemeenschap op een voetstuk wil zetten om op deze manier extra stemmen te behalen.
Hij benadrukt dat ook binnen de moslimgemeenschap wordt gediscrimineerd, bijvoorbeeld doordat vrouwen onderdrukt worden. Mevrouw Doğan (GroenLinks) noemt de voorbeelden omdat mensen zwaar geraakt werden door de regeling. Ze vindt de aantijging van de heer Van Hattem over vrouwenonderdrukking absurd. De heer Van Hattem (PVV) vindt het juist raar dat een regeling over grafrechten die voor alle inwoners van Den Bosch geldt als moslimdiscriminatie wordt beschouwd. Voor iedereen geldt immers hetzelfde tarief voor eeuwigdurende grafrust. Mevrouw Doğan (GroenLinks) merkt op dat de discussie over de tarieven nog niet is afgerond. Vanuit de gemeenschap is een oproep gekomen om de tarieven te wijzigen. Gevreesd wordt dat het tarief voor eeuwige grafrust zo extreem hoog wordt, dat het voor niemand te betalen is. Ze gaf het voorbeeld omdat het onrust in de gemeenschap geeft. Het klopt dat het geldt voor alle inwoners, dus ook voor katholieken en joden. De heer Van Hattem (PVV) concludeert dat er geen sprake is van discriminatie omdat voor alle inwoners dezelfde regels gelden en denkt dat er door GroenLinks op een sentiment wordt ingespeeld, alsof er sprake zou zijn van discriminatie. Mevrouw Doğan (GroenLinks) benadrukt dat het mensen onmogelijk wordt gemaakt om begraven te worden. Daardoor voelen mensen zich gediscrimineerd. Ze geeft een ander voorbeeld van discriminatie.
Tijdens een werkbezoek werden uitspraken gedaan over buitenlanders. Er werd niet ingegrepen door ambtenaren, maar men kwam zelfs op voor degene die de uitspraken deed.
11
De heer Van Haren (VVD) merkt op dat de voorbeelden discriminatie van de gemeentelijke organisatie zijn. Het beleidsplan gaat echter over het verminderen van discriminatie in de samenleving. Mevrouw Doğan (GroenLinks) zegt dat haar voorbeelden ook inwoners raken. Ze betoogt dat de gemeente nog lang niet inclusief is en dat er eerst aandacht moet zijn voor herkenning en erkenning. Dat geeft blijkbaar al veel onrust en daarom moet daarover gesproken worden. Om die reden vindt GroenLinks dat het benoemen van dit soort discriminatie in het beleidsstuk opgenomen had moeten worden. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) had juist betoogd dat er niet in hokjes moet worden gedacht, maar dat er geredeneerd moet worden vanuit meerderheden. De meerderheid van de raad heeft aangegeven dat er een bepaald tarief moet worden gekoppeld aan eeuwigdurende grafrust. Ze vraagt wat GroenLinks wil: gaan voor de democratie of voor dat ene hokje? Mevrouw Doğan (GroenLinks) wil de discussie niet verder voeren, omdat die binnenkort in de commissie Bedrijvigheid wordt geagendeerd. Bovendien heeft de raad nog niets besloten. Er is een amendement aangenomen, waarin een hoger tarief als optie is opgenomen. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) vraagt nogmaals of het gaan over discriminatie of over democratie.
Mevrouw Doğan (GroenLinks) antwoordt dat als er belemmeringen worden opgeworpen om zich op religieuze wijze te laten begraven, dat gezien kan worden als discriminatie. De heer Van Haren (VVD) erkent dat moslimdiscriminatie een groot probleem is in de Nederlandse samenleving. De gemeente wil met het beleidsplan echter alle vormen van discriminatie bestrijden. Hij vraagt of GroenLinks het ermee eens is dat alle vormen van discriminatie voorkomen moeten worden. Mevrouw Doğan (GroenLinks) antwoordt dat alle vormen van racisme en discriminatie niet in Den Bosch thuishoren. Als een bepaalde gemeenschap keer op keer aangeeft dat ze niet serieus genomen wordt en dat er niets met de signalen wordt gedaan, dan moet de gemeente prioriteiten stellen en eerst met deze groep aan de slag gaan. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat gewoon ge-DREVEN geen doelgroepenbeleid voorstaat, maar algemeen gemeentelijk beleid wil om discriminatie tegen te gaan. Hij vraagt de wethouder naar een tijdslijn voor de uitvoering. Ook hoort hij graag of het beleidsplan nog wordt aangepast naar aanleiding van de discussie in de commissie. Mevrouw Muller (D66) noemt inclusie ook dat kinderen zoveel mogelijk samen naar school gaan, ook kinderen met een fysieke beperking, die gevoelig zijn voor prikkels, of extra uitleg of ondersteuning nodig hebben.
Ze vraagt hoe het onderwijs dit kan gaan oppakken, zodat er minder verwijzingen naar speciaal onderwijs nodig zijn. Bij burgerschapsvorming wordt aandacht besteed aan democratische waarden, sociale vaardigheden en respect voor afkomst, geloof, gender en seksuele oriëntatie. Veel scholen schieten echter tekort op het gebied van burgerschapsvorming volgens de Inspectie. D66 hoort graag hoe de gemeente het onderwijs beter kan ondersteunen hierin. Mevrouw Klerks (Volt) stelt dat overkoepelend beleid afdoende zou zijn als iedereen in de maatschappij hetzelfde is. Maar als mensen van elkaar verschillen, maar wel gelijkwaardig behandeld willen worden, is doelgroepenbeleid nodig om iedereen gelijke kansen te bieden. De gemeente presenteert veel initiatieven op dit vlak. Wel valt het op dat verschillende initiatieven niet meer worden voortgezet, terwijl er ook geen alternatieven voor worden gepresenteerd. Volt vraagt hoe het college de continuïteit van inclusie gaat borgen als deze initiatieven stoppen, hoe de activiteiten in het uitvoeringsplan worden verwerkt en hoe ze meetbaar worden gemaakt. Hoe gaat de gemeente groeiende onveiligheid en intolerantie tegen? Volt sluit zich op dit aspect aan bij het betoog van de VVD, de motie van De Bossche Groenen over het instellen van een meldpunt en de aangekondigde discussienotitie van D66.
12
Cultuur bepaalt hoe en met wie mensen samenleven. Het vormt geschreven en ongeschreven regels voor hoe mensen met elkaar omgaan. Volt zou graag de belangrijkste conclusie van de avond laten zijn dat inclusie en tolerantie vanzelfsprekend zou moeten zijn. Voor de daadwerkelijke uitvoering moet nog een slag geslagen worden, om te voorkomen dat het beleidsstuk een papieren tijger wordt. De heer Van Hattem (PVV) vindt het pleidooi voor meer veiligheid terecht en vraagt of het verstandig is om te stoppen met het huisvesten van groepen, zoals jongere Syriërs, die juist voor meer onveiligheid zorgen in de gemeenschap. De PVV stelt voor om daar paal en perk aan te stellen, in plaats van de deur te laten openstaan onder het motto van 'gastvrije stad'. Mevrouw Klerks (Volt) antwoordt dat iedereen in de gemeente onder gelijke omstandigheden gelijk behandeld moet worden, ongeacht afkomst, gender of seksuele voorkeur. Dat staat in artikel 1 van de Grondwet en dat weegt het zwaarst voor Volt. Mensen die in Den Bosch opgevangen worden, of ze nu van Syrische of van Hollandse afkomst zijn, moeten gelijk behandeld worden. Als groepen overlast veroorzaken, moeten ze ook gelijk behandeld worden bij het tegengaan van onveiligheid. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de tweede termijn. Wethouder Vermin beantwoordt de vragen.
De PVV merkte op dat de term 'antisemitisme' niet is opgenomen in het document. Het college sluit zich aan bij de VVD: het maakt niet uit welke religieuze achtergrond mensen hebben. Dat geldt dus ook voor het joodse geloof. Als zich problemen voordoen vanwege deze religie, worden die door de gemeente aangepakt. De PVV vroeg ook naar gemeentelijke organisatie. De ambtelijke organisatie is een goede afspiegeling van de samenleving en diversiteit maakt de organisatie sterker. Daar zal dus blijvend aandacht aan besteed worden. De heer Van Hattem (PVV) had gevraagd of dat betekent dat diversiteit boven kwaliteit wordt gesteld als er nieuwe medewerkers worden aangetrokken. Dat leidt immers tot positieve discriminatie. Ook had hij gevraagd naar inclusie en diversiteit als verplichte onderdelen bij beleidsontwikkeling en subsidiekaders. Wethouder Vermin antwoordt dat diversiteit en kwaliteit geen tegenovergestelden zijn. De gemeente zal altijd voor kwaliteit kiezen, maar dat kan prima samengaan met diversiteit. Hoe de subsidieregeling zal worden uitgewerkt, moet nog bekeken worden. De heer Van Hattem (PVV) doelt niet op de subsidieregeling voor diversiteit, maar op het feit dat diversiteit en inclusie vaste criteria worden om subsidie al dan niet toe te kennen.
Wethouder Vermin antwoordt dat de criteria 'vertrouwen', 'erkenning', 'verbondenheid' en 'rechtvaardigheid' worden meegenomen in subsidieregelingen. De heer Van Hattem (PVV) vraagt hoe de gemeente subsidieregelingen op deze brede criteria gaat toetsen. Wethouder Vermin antwoordt dat deze vier criteria als uitgangspunt worden gebruikt bij beleidsvorming. Er zijn ook hardere, concretere criteria waarop subsidieregelingen worden gebaseerd. Gewoon ge-DREVEN vroeg naar het vervolgproces. Het voorliggende beleidsstuk wordt beschouwd als conceptversie die nog kan worden aangepast op basis van de wensen en bedenkingen van de raad. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de raad ook wensen en bedenkingen kan geven op de bijlage bij het beleidsstuk en of het document daarop dan aangepast wordt. Wethouder Vermin antwoordt dat de raad ook suggesties kan doen om de bijlage aan te passen. De VVD vraagt zich af hoe dit plan de zorg over onveiligheid wegneemt. Het college verwacht dat een deel van de onveiligheidsgevoelens zal afnemen door het aannemen van het beleidsplan. Een ander deel ligt op het gebied van de openbare orde en veiligheid. Daar kan in de uitvoeringsagenda ook nog meer aandacht aan geschonken worden.
13
De heer Van Haren (VVD) vraagt waarom in het beleid niet wordt erkend dat veiligheid op straat onderdeel is van de openbare orde en veiligheid. Wethouder Vermin vindt dat het aspect niet ontbreekt in het beleid, omdat de preventieve acties die worden ingezet gaan bijdragen aan meer veiligheid op straat. Daarnaast is er het restrictieve deel dat op het veiligheidsdomein ligt. De heer Van Haren (VVD) veronderstelt dat het restrictieve deel ook belangrijk is voor de uitvoeringsagenda. De VVD vindt het belangrijk dat hier aandacht aan besteed wordt in het beleidsplan. De fractie overweegt hier een motie over. Wethouder Vermin antwoordt dat hij altijd bereid is om over een motie te debatteren. De heer Van Hattem (PVV) vraagt hoe wordt omgegaan met politieke discriminatie. Wellicht staat een deel van de inwoners niet achter deze uitvoeringsagenda en wil de acties niet omarmen. Blijkbaar moeten allerlei criteria worden meegenomen bij het opstellen van beleid en subsidieregelingen. Misschien willen de inwoners dat helemaal niet. Wat gebeurt er dan? Als de gemeente een 'deug-overlegje' rondom een azc organiseert, mogen er dan alleen mensen komen die juichend enthousiast zijn? De PVV hoort graag hoe daarmee omgegaan wordt als de nota in de geest van de wethouder wordt uitgevoerd. Wethouder Vermin antwoordt dat elke inwoner mag meedoen.
De gemeente bepaalt een aantal voorwaarden, namelijk: erkenning, vertrouwen, verbondenheid en rechtvaardigheid. Als iemand daar moeite mee heeft, gaat hij graag met die persoon erover in gesprek. Niemand hoeft juichend enthousiast te zijn over een azc, maar iedereen mag zijn geluid laten horen, mits dat verloopt volgens de genoemde principes. De heer Van Hattem (PVV) ziet daarin juist een probleem. Als de principes verder worden uitgewerkt met een heel verhaal over moslimdiscriminatie en er wordt bijvoorbeeld een moskee gevestigd, mogen mensen die daar kritisch over zijn dan niet volwaardig meepraten, omdat ze niet voldoen aan de uitgangspunten van de gemeente? Wethouder Vermin reageert dat het gaat om respect. Als iemand op een respectvolle manier kritische noten kraakt over welke activiteit dan ook, is er niets aan de hand. Iedereen is welkom, of het nu gaat om het vestigen van een woning, een museum of een moskee. De heer Van Hattem (PVV) vindt het dan weer niet duidelijk wat er onder respect wordt verstaan. Moet een inwoner respect hebben voor een salafistische moskee waar grote haat wordt gepredikt? Moet elke inwoner dat eerst erkennen, voordat hij aan tafel mag schuiven bij de wethouder? Hoever strekt het respect? Wethouder Vermin vindt het een mooie hypothetische en filosofische discussie.
Het gaat echter om het respecteren van de mensen met wie het gesprek wordt gevoerd. De VVD merkte op dat er geen nieuwe acties zijn opgenomen voor mensen met een beperking, voor wie de lokale inclusieagenda was opgesteld. In de uitvoeringsagenda worden voor hen concrete acties opgenomen. Het college heeft mooie gesprekken gevoerd met Onbeperkt 073. Het informele adviesorgaan volgt de gemeente kritisch en daagt haar uit om met goede plannen en oplossingen te komen. De heer Van Haren (VVD) vreest dat er bij het instellen van het adviesorgaan vooral wordt gekeken of bepaalde groepen uit de samenleving worden vertegenwoordigd. Bij Onbeperkt 073 melden inwoners zich zelf om mee te denken, of ze een beperking hebben of niet. Wethouder Vermin antwoordt dat hij hier aandacht voor zal hebben. Voor een goede representatie van doelgroepen is een adviesorgaan wel een goede vorm. Het college wordt voor de inrichting geadviseerd door het Verwey-Jonker Instituut. De acties in het uitvoeringsplan worden via een raadsinformatiebrief met de raad gecommuniceerd, zoals diverse fracties vroegen. De PvdD betoogde dat integraliteit nodig is qua inhoud en qua financiering. Het huidige budget is nog beperkt, maar alleen het aanjagen gebeurt vanuit het inclusiebeleid; de uitwerking dient op
14
alle beleidsterreinen in de reguliere bedrijfsvoering een plek te krijgen. Eind 2025, begin 2026 zal de uitvoeringsagenda worden gepresenteerd, dus dan kan de raad bespreken hoe het verder wordt vormgegeven en hoeveel budget er aan de activiteiten wordt toegekend. De heer Çifçi (PvdA) vraagt wat de wethouder vindt van het voorstel om tijdens de Week van Respect de deuren van alle kerken, synagogen en moskeeën te openen. Ook vraagt hij naar de pilot voor het Meldpunt Straatintimidatie en wat de ervaringen tot nu toe zijn. Wethouder Vermin antwoordt dat het college in de uitvoeringsagenda wil opnemen hoe de Week van Respect in Den Bosch vormgegeven kan worden. Hij is bereid om het voorstel om de deuren te openen te bespreken met betrokkenen, maar het lijkt hem niet zinvol om hier zelf toe te besluiten. De heer Van Genugten (CDA) stelt dat de raad wel een voorzet kan geven om meer werk te maken van de Week van Respect. Wethouder Vermin antwoordt dat dit prima is, maar dat hij wel het gesprek met de stad en de dorpen hierover wil voeren om te horen waar behoefte aan is. Het moet tenslotte hun uitvoeringsagenda worden. De aandacht die Leefbaar ’s-Hertogenbosch vroeg voor stagediscriminatie neemt de wethouder ter harte. In de uitvoeringsagenda zal hier aandacht aan besteed worden. Aan straatintimidatie wordt al het een en ander gedaan door de gemeente, bijvoorbeeld tijdens carnaval.
De actualiteit geeft er alle aanleiding toe om het onderwerp hoog op de agenda te houden. De heer Çifçi (PvdA) adviseert om meer bekendheid te geven aan de campagne die tijdens carnaval is gevoerd. Wethouder Vermin licht toe dat de campagne 'Niet graaien, maar zwaaien' flink wat aandacht heeft gekregen. Het was een mooi begin om het gesprek op gang te krijgen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) merkt op dat mensen tijdens carnaval bepaalde kleuren moeten dragen om een café binnen te komen. Mensen uit omliggende dorpen met andere kleuren worden geweigerd. Hij vraagt of het college daar iets aan kan doen, want dat is een hot item in de dorpen en wijken. Wethouder Vermin antwoordt dat de portefeuille Volksfeesten van zijn collega is. Hij zal het verzoek overbrengen. Gevraagd werd hoe het beleid wordt gemonitord. Op basis van de uitvoeringsagenda komen er indicatoren waarop gemonitord kan worden. Dit wordt te zijner tijd verder uitgewerkt. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt hoe kritisch wordt beoordeeld of het budget effectief wordt ingezet. Wethouder Vermin herhaalt dat dit gemonitord wordt. Er wordt altijd heel gericht gekeken of bepaalde acties effectief zijn. Als pilots niet effectief blijken, stopt de gemeente ermee.
Mevrouw Klerks (Volt) reageert dat er ook pilots zijn geweest die wel bewezen effectief waren, maar toch zijn stopgezet, bijvoorbeeld het blind solliciteren. Wethouder Vermin zegt toe deze technische vraag door te spelen naar de organisatie. Tot slot herhaalt hij dat het college bewust ervoor heeft gekozen om mensen met een religieuze achtergrond als één geheel te beschouwen. Hij kent de cijfers van moslimdiscriminatie en in de uitvoeringsagenda komen daar zeker acties voor. De discussie over grafrechten is wellicht een goed voorbeeld van een lerende organisatie. De gemeente had dit niet goed gedaan, maar met erkenning en rechtvaardigheid zal er een nieuw voorstel worden gepresenteerd. Mevrouw Doğan (GroenLinks) vraagt wat er gebeurt als de uitvoeringsagenda niet op tijd komt en een nieuw college heel andere prioriteiten stelt en niet aan de slag gaat met het verminderen van moslimdiscriminatie.
15
Wethouder Vermin antwoordt dat dit een risico is dat altijd optreedt bij een nieuwe bestuursperiode. Het huidige college zet zoveel mogelijk in de steigers, zodat het logisch is om er daarna mee door te gaan. Mevrouw Doğan (GroenLinks) vindt dat een reden om moslimdiscriminatie juist wel expliciet op te nemen in het beleidsplan. Wethouder Vermin vindt dat niet beter omdat het beleidsplan daardoor onnodig gevoelig wordt gemaakt voor tijd en prioriteit. D66 vroeg naar inclusie in het onderwijs. In de Voorjaarsnota is hiervoor al extra geld vrijgemaakt. De kritiek op burgerschapsvorming neemt hij ter harte. Daarover zal hij in gesprek gaan met het onderwijs. Er zijn echter ook scholen die het juist heel goed doen. Mevrouw Muller (D66) vraagt of de wethouder vindt dat zoveel mogelijk kinderen samen naar school moeten gaan. Wethouder Vermin antwoordt dat dit het ideale scenario is, liefst in de eigen wijk zodat leefomgeving en schoolomgeving dichtbij elkaar liggen. Hiervoor zijn al de nodige stappen gezet. Volgens Volt zijn de vier uitgangspunten open deuren, maar ze zijn nog altijd niet vanzelfsprekend. Daarom hebben ze veel nadruk gekregen in het beleidsstuk. De voorzitter inventariseert de moties. De heer Van Genugten (CDA) meldt dat het CDA een motie zal indienen over de Week van Respect.
Mevrouw Doğan (GroenLinks) meldt dat GroenLinks een motie overweegt over moslimdiscriminatie. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) komt mogelijk met een motie om de discussie van vandaag te verwerken in het originele document. Mevrouw Muller (D66) overweegt een motie over inclusie in het onderwijs. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) neemt het voorstel terug naar de fractie voor overleg. De heer Van Hattem (PVV) zal moties indienen over verschillende onderwerpen die hij in zijn bijdrage heeft genoemd. De heer Van Haren (VVD) stelt een motie op over het goed opnemen van veiligheid in het beleidsplan. Mevrouw Klerks (Volt) neemt het voorstel terug naar de fractie voor overleg. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) overweegt een motie over integrale behandeling, vervlechting en financiering van het inclusiebeleid. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) overweegt een motie over veilig over straat, maar zal hierover eerst overleggen met Volt, VVD en wellicht Leefbaar. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) overweegt een motie over veiligheid. De overige fracties zullen geen moties indienen. De voorzitter concludeert dat het beleidsstuk als debatstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering.