CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept verslag Commissie Omgeving 2 december 2024

Commissie OMGEVING 14 januari 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Vaststellen van het verslag van de commissie Omgeving van 26 november en 2 december 202416.568 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Discussienotitie Centrale huisvesting arbeidsmigranten (LH). De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) erkent dat relatief recent beleidsstukken over dit onderwerp zijn ingediend, met name het Integraal beleid arbeidsmigratie in 2022 en de daaropvolgende Ruimtelijke beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten van eind vorig jaar. Het gaat de fractie over hoe de weerbarstige realiteit zich verhoudt tot de beleidsstukken. Het beleidsstuk onderschrijft de mening van de fractie dat de huisvesting van arbeidsmigranten (short stay en mid stay) in reguliere woningen een druk legt op de leefbaarheid. Er is geen kans op integratie van mensen die hier maar zes maanden zijn. Het gaat ook ten koste van een woning op de woningmarkt. Het beleidsstuk draait er niet omheen en onderstreept dit. De realiteit op locaties als de Oranje Nassaulaan, Koningsweg en Daviottenweg is nog steeds dat te veel arbeidsmigranten in een reguliere woning wonen. Bestaande situaties waar het beleidsstuk weinig tot niets aan heeft veranderd. Leefbaar wil hier iets aan doen.

Zonder casus voor casus af te pellen, heeft de fractie maar één vraag, met twee inleidende vragen: - Is centrale huisvesting de weg vooruit? - Is het onwenselijk om deze praktijken in de wijken te laten plaatsvinden? - Wil deze raad het college met de nodige urgentie aan de slag zetten om deze 'legacy-locaties', die al bestonden voor invoering van beleid, aan te pakken? De fractie is benieuwd of er draagvlak is om tot actie over te gaan. De heer Vossen (PvdA) ziet dat dit vraagstuk in de wijken leeft. Arbeidsmigratie kent een schaduwzijde. Niet de locatie van een huis, maar de omstandigheden van de arbeidsmigranten zorgen ervoor dat onrust ontstaat en dat mensen ongewenst gedrag vertonen. Slecht inkomen en onzekerheid zijn zaken die moeten worden opgelost. Te vaak krijgen arbeidsmigranten tegelijk een woning en een inkomen aangeboden. Te vaak wordt de winteropvang gebruikt door 15

arbeidsmigranten omdat hun werkgevers hun zaken niet op orde hebben. Daar moet de focus op liggen. Leefbaar kijkt goed naar wat er gebeurt in de stad. Tornen aan het gegeven dat de werkgever moet betalen voor degene die hij naar Nederland haalt en dit met publiek geld oplossen, vindt hij geen goed idee. Bij centrale huisvesting komt de vraag op wie die moet gaan betalen. Uit deze notitie proeft de PvdA dat die bij de gemeente terecht zou moeten komen. Arbeidsmigranten centraliseren is iets dat een enorm aantal mensen betreft. Van alle nieuwe Bosschenaren is een op de vijf een arbeidsmigrant. Centraliseren zou dan betekenen dat compounds gemaakt moeten worden. Dat leidt tot segregatie en meer problemen. Over de 'legacy-locaties' hoort de PvdA van het college juist dat er is gehandhaafd, toezicht is gehouden en dat de situatie anders is geworden. De plekken die de indieners noemt, zijn juist plekken waar het volgens de PvdA heeft gewerkt. Arbeidsmigratie heeft een plek in deze stad, maar centraliseren moet de gemeente niet willen en ook niet kunnen omdat het over een groot aantal mensen gaat. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wil niet alle arbeidsmigranten centraliseren. De aanpak zou zich moeten concentreren op de mid stay en short stay. Daar zit de crux. De strekking van de bespreeknotitie is niet dat de lokale Bossche overheid die huisvesting gaat realiseren.

De fractie denkt eerder aan stakeholdermanagement, het verbinden van partijen. Er zijn centrale huisvestingslocaties als het oude Bastion bij Station Oost en het voormalig Carolusklooster. Dit probleem heeft naast een micro- ook een macrocomponent, maar het hele probleem zal Den Bosch lokaal niet oplossen. Op de genoemde adressen is de praktijk nog steeds weerbarstig en is er nog steeds overlast omdat te veel mensen, ten koste ook van de arbeidsmigrant, in een kamer worden gezet. Indiener vraagt of de PvdA met het beleidsstuk in de hand eens wil kijken naar de plekken waar dit nog het geval is, deze plekken te verbinden met een centrale huisvestingslocatie en te bezien wat de gemeente dáár voor ze kan betekenen. Een proactieve houding zonder direct de sleutel over te nemen en te faciliteren. De heer Vossen (PvdA) zegt dat Den Bosch nu al met het beleidsstuk in de hand aan de slag ís. Er wordt al volop bij de bekende locaties aangeklopt om aan te geven dat met tien mensen op één adres wonen onmenselijk is en er wordt al herstel op gepleegd. Daarnaast hoort de PvdA van het college dat al wordt overlegd met grote werkgeversorganisaties. Over arbeidsmigranten die in de winteropvang overnachten, roept de gemeente werkgevers ter verantwoording. De PvdA onderschrijft dat arbeidsmigranten een humane opvang verdienen. Integratie is het toverwoord.

Maar de 'plus' vindt de PvdA niet uit de discussienota. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) geeft aan dat de plus zit in de mogelijkheid van handhaving, waarvan niet alle partijen weten dat die kan plaatsvinden. Bepaalde partijen weten dat wel en weten dit handig te omzeilen. Als de controle plaatsvindt, zitten er vier mensen, daarna komt het busje terug en zijn er twaalf. De buren hebben met die twaalf te maken en de overlast. Er zijn, dat gezegd hebbend, wat centrale huisvestingslocaties, of gebouwen die indiener kent vanuit het portfolio. Door de werkgever aan te spreken, kan die ook worden geholpen. Die heeft ook last van de weerstand uit de wijk. Door de werkgevers te verbinden met de centrale huisvestingslocatie krijgt de straat zijn leefbaarheid terug en de centrale huisvesting is geborgd. Dat is de plus waar indiener reflectie op vraagt. De heer Vossen (PvdA) onderstreept veel van wat indiener zegt. Het college doet veel daarvan ook. Er wordt al gesproken over het aanwijzen van bepaalde plaatsen, over de faciliterende rol van het college. In het hart van het pleidooi van indiener zit dat toezicht houden niet altijd de oplossing is. Dat is lastig op te lossen, maar dat is lastig op te lossen voor alle toezichthoudende taken. Als indiener een lijstje heeft van locaties waar dit misgaat, is het zinvol dat door te geven.

Met nog meer georganiseer wordt dit vraagstuk niet opgelost. Dat dit soort dingen wordt misbruikt, hoort helaas bij samenleven. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt op dat als hij dat lijstje met tien locaties geeft die niet kunnen worden aangepakt zoals de gemeente dat wil omdat de beleidsstukken van na de oorsprong van deze huisvesting dateren, aan de PvdA dan de vraag hoe de fractie zou aankijken tegen een opdracht voor het college om proactief aan de slag te gaan met stakeholders op zoek naar centrale huisvesting. De heer Vossen (PvdA) herhaalt dat het college vrijwel alles waartoe indiener oproept al doet.

16

Mevrouw Welten (VVD) vindt dat er überhaupt te weinig voorwaarden worden gesteld aan arbeidsmigranten. Ze stimuleren de economische groei, maar de ongeremde instroom leidt ook tot druk op de samenleving met betrekking tot zorg, onderwijs en woningen. De overheid lijkt de controle te verliezen en een duidelijk beleid ontbreekt. Het zou goed zijn de migranten selectiever toe te laten op basis van wat nodig is op de arbeidsmarkt. Daar is de landelijke VVD momenteel actief mee. Er is al een aantal gerichte keuzes om de voordelen van arbeidsmigratie te behouden en de maatschappelijke problemen aan te pakken. Minder en andere arbeidsmigratie, meer de focus op hoogproductieve arbeidsmigranten, innovatie van toegevoegde waarde, minder lasten voor de samenleving. De heer Vossen (PvdA) vraagt of het om meer hoogwaardige arbeidsmigratie in den lande of in Den Bosch gaat. Mevrouw Welten (VVD) geeft aan dat zij het had over het landelijk beleid dat nu in gang wordt gezet en dat hier nog niet geldt, maar waar wel op gaat worden ingezet. De heer Vossen (PvdA) vraagt of de VVD weet welke arbeidsmigranten met name in Den Bosch binnenkomen. Mevrouw Welten (VVD) weet dat niet. De heer Vossen (PvdA) raadt haar aan dit na te gaan, want dit is juist een groep die de VVD graag ziet binnenkomen. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt zich af of spreker het nog over Den Bosch gaat hebben.

Mevrouw Welten (VVD) was daar net beland. Wat de vragen van Leefbaar betreft, is het inderdaad de kunst een balans te vinden tussen de arbeidsvraag en de voorzieningen die de migranten nodig hebben. De werkgever is de eerstverantwoordelijke. Bij voorkeur niet in woonwijken. Indiener geeft aan wat het teweeg kan brengen. De eisen om daar te kunnen wonen, zijn bijgesteld. Op vraag 2 wordt ontkennend geantwoord. De collectieve opvang in genoemde hotels wordt benoemd als centrale huisvesting. De huidige collectieve opvang is slechts collectief omdat de migranten in één pand zijn ondergebracht. De situatie is meer een gevolg dan een doel. De VVD is voorstander van spreiding en kleinschalige opvang en zeker nooit meer dan vijftig personen. De VVD dacht Leefbaar daarin aan haar zijde te hebben. Van het gestelde in vraag 3 is de fractie geen voorstander. Huisvesting van de arbeidsmigranten is in eerste instantie aan de uitzendbureaus en werkgevers. Zij zijn ook degenen die er zakelijk gewin mee genereren. De rol van de gemeente is op dit moment vooral faciliterend. Het zou goed zijn als gemeenten in regionaal verband medeverantwoordelijkheid nemen voor de huisvesting van arbeidsmigranten zodat werkgevers die een fatsoenlijke huisvesting willen bieden, hun verantwoordelijkheid kunnen nemen en een eerlijk deel van de huisvestingsvraag in hun arbeidsmarktregio oplossen.

Er moet dus worden ingezet op aparte woonvormen. Buiten de reguliere wijken, aan de randen desnoods, maar niet in de wijken om verdringing te voorkomen. Mevrouw Visscher (SP) kan zich het gebruik van de woorden short en mid stay in de bijdrage van Leefbaar wel voorstellen. Het huisvesten van te veel mensen in een kleine woning zorgt voor problemen. Het gaat dus niet alleen om het ontlasten van de wijk, maar voor de mensen zelf zou een goede short stay gemaakt kunnen worden ten behoeve van menswaardige opvang. Steeds vaker hoort de fractie dat mensen na ontslag dakloos in bossen wonen. De vraag is dus hoe te voorkomen dat arbeidsmigranten te afhankelijk van hun werkgever worden. Daar heeft de gemeente een rol in. Als iemand door ziekte direct zijn baan en onderdak kwijt is, komt dat probleem op de maatschappij neer. In een short stay of mid stay behoudt iemand die ziek wordt zijn onderdak. Aan indiener de vraag hoe die dat wil aanpakken. De fractie is verder niet pertinent tegen het voorstel. De heer Van den Kerkhof (D66) beschouwt arbeidsmigranten als volwaardig onderdeel van de samenleving en van cruciaal belang voor de Nederlandse manier van leven. Er zit een keerzijde aan de huisvesting zoals die ook in Den Bosch op verschillende plekken is georganiseerd. Het gaat dan vooral om de verkamering in de bestaande woningvoorraad. Er is regionaal beleid, 17

maar de vraag is in hoeverre er op wordt gehandhaafd. In centrale huisvesting ziet de fractie kansen. In steden waar het probleem wellicht nog groter is als Tilburg en Eindhoven wordt de centrale huisvesting steeds meer georganiseerd. Daar zitten dan voorzieningen bij, betaalbaar voor de doelgroep omdat ze grootschaliger georganiseerd zijn en niet middenin wijken of buurten. Genoemde steden hebben daar succes mee. De rol van de gemeente is er een faciliterende. De investeringen komen niet vanuit de gemeente, maar vanuit het bedrijfsleven en hogere overheden. In De Muntel en Het Zand is het een kwestie van huiseigenaren attenderen en waar nodig handhaven. De gemeente kan deze mensen niet zelf gaan herhuisvesten. Verleiden kan door elders de centrale huisvesting te bieden. Of deze voorbeelden daarmee worden opgelost, betwijfelt D66. Daar lijkt het soms dweilen met de kraan open. Als er dingen gebeuren die niet mogen, moeten de handhavers er bovenop zitten. Mevrouw Welten (VVD) vraagt wie die grotere huisvesting biedt. De heer Van den Kerkhof (D66) gaf al aan dat de gemeente vooral faciliterend is. De investeringen zijn voor het bedrijfsleven of wellicht het rijk en de provincie. Dit speelt regionaal in Noordoost-Brabant. Van alle Brabantse regio's is de Bossche regio misschien wel die met het kleinste aantal arbeidsmigranten, maar het probleem is ook hier groot.

In het probleem dat in de gehele regio speelt, kan Den Bosch een voortrekkersrol pakken. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) wijst op het prachtige complex in de Waalwijkse polder richting Heesbeen waar in vijftig woningen 270 expats zijn gehuisvest. Dit is gefaciliteerd door een bedrijf in onroerend goed. Het kan dus wel in de regio. Te veel midstayarbeidsmigranten in woonwijken huisvesten is ongewenst. De kans dat ze integreren, is niet groot, de kans dat ze overlast veroorzaken wel. Dat is inherent aan de korte duur van het verblijf en hangt af van de soort migranten en hoe ze leven. Er zijn ook arbeidsmigranten die voor een boer werken die een aparte ruimte beschikbaar stelt. Niet alles moet over één kam worden geschoren. De fractie is voorstander van centraliseren. Van het zelf faciliteren door de gemeente niet. Er zijn regels en er is beleid en daarop moet worden gehandhaafd. Nederland (en Den Bosch) heeft arbeidsmigranten nodig. Zorg voor een goede accommodatie, maar niet te veel in de woonwijken. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) gaat uit van de definitie van arbeidsmigrant als iemand die per definitie tijdelijk in Nederland is. Huisvesting is de taak van werkgevers en uitzendbureaus, omdat zij de mensen de arbeid geven. Centraliseren ziet de fractie niet als oplossing, maar als iets wat zelfs voor meer problemen gaat zorgen. Vestiging in woonwijken is niet wenselijk.

De gemeente heeft onlangs nog beleid gemaakt op het wonen van arbeidsmigranten. Voor nu is dat voor de Bosch Belang voldoende. De gemeente hoeft hierin niet per se te faciliteren. De heer Vossen (PvdA) hoort de fractie pleiten voor een koppeling tussen inkomen en woonlocatie. Op rijksniveau wordt die keuze bewust niet gemaakt omdat dat mensen te afhankelijk van de arbeid zou maken. Gevraagd wordt of de fractie daarmee tegen het landelijk beleid pleit. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) is niet per se tegen het landelijk beleid, maar kijkt wel waar de verantwoordelijkheid ligt. Veel bedrijven die arbeidsmigranten inzetten, zorgen wel voor woonruimte. In het kassengebied zitten veel mensen op campings, waar ze een reële huisvesting hebben en niet voor overlast zorgen. In de regio zijn genoeg bedrijven bekend die wel zorgen voor een goede woonruimte. Dat geniet de voorkeur. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) benadrukt als eerste dat het hier gaat over mensen. Mensen die extreem afhankelijk zijn van hun werkgever en in een heel kwetsbare situatie zitten. De SP haalde al aan dat mensen veelal hun werk kwijtraken en dakloos worden als ze één dag ziek zijn. Hoe arbeidsmigranten in de tang zitten van uitzendbureaus is een vorm van moderne slavernij. Het zijn mensen die de dupe zijn van de uitbuiteconomie en dan zijn ook de buren van die mensen daar de dupe van.

Dat komt, zoals de PvdA aanhaalde, door de omstandigheden waarin deze mensen worden gehuisvest. Het doet pijn om uit de discussie te proeven dat het door die mensen zou komen. Het komt door hoe er met hen wordt omgegaan, de omstandigheden waarin zij worden geplaatst. Daar moet de overheid scherp op zijn. Dat betekent niet de effecten voor buren verplaatsen naar een plek waar het gedrag onzichtbaar wordt en die mensen 18

in de slechte omstandigheden blijven zitten, maar de voormalige buren hun rust terug hebben. Met verplaatsing worden de mensen die zo in het nauw zitten niet geholpen. Het is interessant te bekijken hoe andere gemeenten hiermee omgaan. Mevrouw Visscher (SP) vraagt of centralisatie geen kansen biedt om die omstandigheden te verbeteren. De groepen short stay en mid stay zullen niet integreren in een wijk vanwege hun per definitie korte verblijf. Waar ze nu met te veel in een huis zitten, kan dan voor goede huisvesting worden gezorgd. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) is het met de SP eens over de goede omstandigheden, maar vraagt zich af of dat aan de buitenkant van een wijk moet zijn. Mensen moeten niet worden geisoleerd op grote locaties waardoor er mogelijk minder toezicht is. De fractie wil hier niet zomaar in meegaan. Het begint met kijken naar de omstandigheden. Als er heel hard wordt gestuurd op de omstandigheden in die huizen is het misschien niet meer lonend om die huizen daarvoor te gebruiken. Den Haag heeft als stad met de meeste arbeidsmigranten van Nederland een heel strakke aanpak in toezicht op het gedrag van de uitzendbureaus. Ten aanzien van de uitbuiteconomie kan iedereen hier zichzelf in de spiegel aankijken. Het werk dat hier voor een schijntje wordt gedaan, kán helemaal niet voor die prijs. De vraag is in hoeverre de Nederlandse samenleving hier zelf debet aan is.

Het werk in distributiecentra of slachthuizen gebeurt onder grote druk omdat alles goedkoop en snel moet, met slechte arbeidsvoorwaarden voor de arbeidsmigrant tot gevolg. Op uitzendbureaus en bedrijven die daaraan meewerken, moeten de overheid en de politiek bijzonder kritisch zijn. Misschien kan er op worden gestuurd of Den Bosch dat nog wel binnen de gemeentegrenzen wil laten plaatsvinden. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) vindt dat arbeidsmigranten allereerst in een centrale huisvesting ondergebracht zouden moeten worden om woonruimte vrij te houden voor overige woningzoekenden. Dit wel op een humane wijze en door werkgevers georganiseerd. Als het de arbeidsmigrant niet bevalt, zou die na enige tijd net als iedereen op een woningzoekendenlijst geplaatst moeten worden. Antwoord op de vragen: ongewenst in reguliere woningen in woonwijken: ja. Centrale huisvesting: ja. Rol gemeente: omdat niemand het eigenaarschap pakt, moet de gemeente een actievere en meer handhavende rol pakken. `

De heer Bos (GroenLinks) onderschrijft dat centrale opvang valt te prefereren boven opvang in woonwijken. De gemeente kan faciliteren en meedenken, maar is niet verantwoordelijk voor het maken van plannen voor huisvesting door werkgevers. De gemeente heeft geen bevoegdheid om overplaatsing of verhuizing van arbeidsmigranten af te dwingen. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) wijst op het belang van huisvesting van arbeidsmigranten op een plek waar zij zich prettig en welkom voelen en onder de beste omstandigheden hun werk en persoonlijk leven kunnen combineren. Dat is helaas niet in een reguliere woonwijk. Helaas worden arbeidsmigranten vaak als overlastgevers beschouwd. Dit moet niet worden gekoppeld aan hun afkomst, maar aan de onwenselijkheid van het huisvesten van te veel mensen op een te beperkte ruimte. Dit leidt tot overlast, of het om studenten, arbeidsmigranten of welke groep dan ook gaat. Arbeidsmigranten, die een waardevolle bijdrage leveren aan de economie, moeten kunnen wonen op geclusterde plekken, zoals in het beleid is verankerd, maar wel kleinschalig. Zij moeten een plek hebben waar zij aan hun sociale cohesie kunnen werken. Wie ergens tijdelijk werkt, zal dat anders benaderen dan wie ergens jaren wil blijven wonen, werken en een leven opbouwen.

Het is de verantwoordelijkheid van werkgevers goede huisvesting voor hun werknemers te realiseren, met de gemeente in een faciliterende rol. Proactiviteit ziet de fractie vooral in het informeren over beleidskaders en het adequaat behandelen van informatieverzoeken van werkgevers en andere betrokkenen.

`

De heer Van Silfhout (Volt) vindt dat deze discussie in plaats van over locaties over mensen zou moeten gaan. Mensen in erbarmelijke omstandigheden veroorzaken overlast. Dat ervaren mensen in hun leefomgeving en dat is verschrikkelijk. Bedrijven plukken de financiële vruchten en de maatschappij moet de lasten opvangen. Huisvesting in woonwijken is niet per definitie ongewenst, maar wel zo snel het overlast geeft. Daar moet dan tegen worden opgetreden. De centrale huisvesting heeft als voordeel dat kaders gesteld kunnen worden. Dat is wenselijk, maar dat kan ook op andere manieren. Er zal een mix van soorten huisvesting gevonden moeten worden. Mensen herhuisvesten, momenteel in Den Haag een hot item, kan volgens Volt niet. 19

Als mensen al een huis in een wijk hebben, kunnen die niet worden opgepakt en ergens anders neergezet. Dat is niet het beleid, valt niet onder het mandaat van de gemeente en het is geen rol die de gemeente moet willen pakken. Bedrijven moeten het probleem oplossen, de gemeente moet in gesprek met de bedrijven om hen daar de handvatten voor te bieden. De heer Van der Leest (CDA) merkt op dat de huisvesting voor arbeidsmigranten, die een steeds grotere plaats in de samenleving innemen, passend moet zijn. Het huidige wet- en regelgevend kader in het nationaal en provinciaal beleid geeft rechtmatige mogelijkheden voor het wonen van mid- en shortstayarbeidsmigranten in reguliere woningen en woonwijken. Juist werkgevers, uitzendbureaus, huisvesters en particuliere verhuurders dienen hun gedrag te verbeteren, binnen de wettelijke kaders te handelen en uitbuiting te voorkomen. Misstanden moeten worden gemeld en aangepakt. Handhaving leidt tot verbetering van de huisvesting. Centrale huisvesting van arbeidsmigranten is geen taak van de gemeente, maar van werkgevers en uitzendbureaus. Centrale huisvesting van arbeidsmigranten kan, indien mogelijk, een oplossing zijn. Dit is geen taak van de gemeente, maar van arbeidsbureaus en huisvesters. Dit dient voor deze mensen geen sluitstuk te zijn, maar een voorwaarde voor een goede werkomgeving voor arbeidsmigranten.

Begeleiding, privacy en kwaliteit van wonen dienen op een goed niveau te zijn, ook bij verlies van werk. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt op dat dit onderwerp heel groot gemaakt kan worden, maar dat Den Bosch realistisch moet zijn over de lokale opgave. Op de Wet Roemer (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten) moet worden gehandhaafd, maar die blijkt helaas goed te omzeilen. Dat deze maatschappij te goedkoop producten wil kopen en daarom te goedkope arbeid accepteert en dat er vrij verkeer is in Europa, het zijn allemaal zaken waar Den Bosch niet over gaat. Desondanks moet de impact van deze situaties op de Bossche wijken niet uit het oog worden verloren. Dat deze raad daar anders tegenaan kijkt op het hogere niveau, daar kopen deze wijken niets voor. Het gaat ook om de arbeidsmigrant, die met te veel mensen in een woning zit, die met een busje wordt weggereden als er controle is en daarna weer teruggebracht. Er zitten te veel mensen die te weinig sleutels hebben. Dat zijn omstandigheden waar niemand tevreden over is. Mevrouw Welten (VVD) vindt dat indiener het te veel lijkt toe te spitsen op één situatie. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) erkent dit, maar doet dat omdat hij het vanuit grotere idealen concreet wil maken.

Mevrouw Welten gebruikte haar termijn zelf om uiteen te zetten wat de VVD landelijk doet, maar op dit moment zijn deze situaties daar niet mee geholpen. Er is veelvuldig contact met het team rond wethouder Slikker over wat hier gebeurt. Er ís veelvuldig contact met werkgevers en huisvesters. De kans ligt juist daar om geen taskforce op te richten en een gebouw te kopen, zorgen dat er een sleutel van is en dat er stromend water is. Nee, de keuze moet zijn de punten met elkaar te verbinden. Er is een plek, er is al centrale huisvesting. Dat hoeft niet XXL, dat kan ook kleinschalig, maar wel op de randen in plaats van in de wijk. Een faciliterend, proactief optredende gemeente hoeft niet de eigenaar van het gebouw te worden. Die input is wél gehoord en zal door indiener worden meegenomen. Leefbaar wil zich zeker niet op één specifieke situatie richten en hoopt bij de terugkeer bij de commissie draagvlak te vinden. 11.

Discussienotitie Experiment Tramkade (DBG) Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) bespreekt het in 2008 door de gemeente aangekochte terrein aan de Heus met het doel daar een bruisende culturele sociaaleconomische hotspot van te maken. De conclusie kan na tien jaar zijn dat dat is gelukt. Twee maanden geleden is het gebiedspaspoort vastgesteld, een plan waarin cultuur en wonen samenkomen. Dat is een vergezicht. Op korte termijn moet ook duidelijk zijn wat er gaat gebeuren. Huurders willen op korte termijn weten waar ze aan toe zijn. Er vertrekken nu mensen, er staan locaties leeg en er is sprake van enige verloedering op het terrein. Het is particulier terrein waar de gemeente de handen van aftrekt. Bij de herontwikkeling moet niet alleen de kwartiermaker zich met de plannenmakerij bezighouden, maar ook ondernemers en partijen die bij placemaking betrokken zijn geweest. Om ervoor te zorgen dat betrokkenen weten waar ze aan toe zijn, achten indieners het van belang dat deze plek waar een belangrijk deel van het Bossche nachtleven zich afspeelt, wordt geëvalueerd en dat in de tijdelijkheid deze plek voor het Bossche nachtleven behouden blijft. 20

De heer Van Silfhout (Volt) beschouwt het experiment Tramkade als fantastisch gelukt en stelt dat het gebiedspaspoort het perspectief biedt om het te laten doorgroeien tot een volwaardige wijk. In het gebiedspaspoort is bepaald dat partijen (huidige makers en nieuwe makers) mogen mee-ontwikkelen in bepaalde gedeelten van het gebied. Bij I&O hebben mensen al aangekaart hiermee aan de slag te gaan. Dat gebeurt dus al en de fractie juicht dit toe. Cocreatie is zeker op dit vlak fantastisch. Dus de gemeente moet zorgen dat dit een succes wordt en dat het landt. De nieuwe gebiedsontwikkeling leidt tot onzekerheid. Sommigen vertrekken, sommigen weten niet of het nieuwe gebied nog bij hen past, anderen zijn heel enthousiast. De gemeente moet dit goed managen en uitleggen wat het perspectief is. Als De Bossche Groenen daar een plan voor heeft, kan Volt daar waarschijnlijk van harte in meegaan. Mensen die daar al hun kans hebben gegrepen, moeten de kans krijgen om nogmaals te bezien of zij daar passen. Dat betekent niet dat iedereen die er zat altijd daar moet blijven. Hoewel de wens is dat de meeste makers er blijven, moet worden bezien wat haalbaar is binnen de nieuwe gebiedsontwikkeling. De geest van het voorstel wordt gesteund, misschien niet de verstrekkendheid.

De ontwikkeling die dit gebied gaat doormaken en dat mensen kunnen zeggen dat ze daaraan hebben bijgedragen, is al de, intrinsieke, beloning op zich. Met mensen die naar alternatieve plekken moeten verhuizen, moet de gemeente het gesprek voeren. De heer Schuurmans (VVD) waardeert de ondernemers van het eerste uur in het bruisende Tramkadegebied en het rauwe randje. De VVD snapt dat die ondernemers perspectief verlangen. Helemaal na het ontvangen van de deurwaardersbrief. De VVD ziet het liefst dat zo spoedig mogelijk duidelijk wordt verschaft aan de ondernemers. Het proces zoals op 24 september jl. in deze zaal besproken, is daarvoor voor de VVD leidend. In de discussie over het gebiedspaspoort ging het toen over vijftien criteria voor toewijzing. Één daarvan is lokale inbedding. De kavelontwikkelaar is al onderdeel van het Tramkade-experiment en verbindt het project met andere culturele en maatschappelijke initiatieven in Den Bosch. Niet voor niets vroeg de VVD het college toen naar de weging van de diverse criteria. De VVD gebruikt de wens voor duidelijkheid van verschillende ondernemers, maar een terugkeerrecht per definitie is niet in lijn met het in september afgesproken proces en de vijftien criteria.

Wel hoopt de fractie dat de wethouder en de huidige ondernemers in goed overleg gaan, dat daarbij wordt gesproken over de weg voorwaarts en dat de wethouder hen zo spoedig mogelijk meeneemt in de verschillende criteria, waaronder lokale inbedding en wat deze op de korte en lange termijn voor hen betekenen. De heer Van den Kerkhof (D66) roept in herinnering dat dit in 2014 als experiment voor tien jaar startte. Inmiddels is het met anderhalf jaar verlengd, maar het is te begrijpen dat de ondernemers duidelijkheid zoeken. In het in september vastgestelde ontwikkelkader zit veel permanente ruimte, ook voor deze ondernemers. Er zijn ook voorwaarden aan verbonden, zoals de VVD aangaf. Het is zaak dat de ondernemers snel meer duidelijk wordt over die voorwaarden. Dat ondernemers vertrekken, is in zo'n transformatiefase niet geheel te voorkomen. De komende jaren is het de kunst dit een levendig gebied te houden, dat niet leeg komt te staan. Daarvoor moet de gemeente met de ondernemers in gesprek blijven. Leegstand volledig voorkomen kan eigenlijk niet. Dat is een voorloper van de transformatie. De kwartiermakers van het eerste uur kunnen worden beloond door met hen in gesprek te blijven en ze duidelijkheid te geven over welke voorwaarden de gemeente het zwaarst laat wegen.

Van de gemeente wordt dus vooral verwacht dat die in gesprek blijft met deze groep en duidelijkheid biedt zo snel als mogelijk. De heer Van der Leest (CDA) merkt op dat voor de huurders duidelijk was dat het huurcontract in 2025 ophield. Dat is nu verlengd naar eind 2026. Het is en was een tijdelijke werkplek voor ondernemers om verloedering en leegstand tegen te gaan. Daar hebben deze ondernemers een goede invulling aan gegeven. Vanwege de energietransitie en de ontwikkeling van de Bossche Stadsdelta is het noodzakelijk het hele Tramkadegebied opnieuw in te richten. Tegelijkertijd melden zich nieuwe ondernemers. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vraagt of de ondernemers volgens het CDA nog een andere functie hadden dan voor antikraakwacht optreden. De heer Van der Leest (CDA) reageert dat ze een goede invulling hebben gegeven en daarmee verloedering en leegstand voorkomen. Dat is een compliment. 21

De energie kan worden behouden door vernieuwing en nieuw perspectief te bieden. Veranderen, verbeteren en vernieuwen is een vaste waarde in elk bedrijfsproces. Door de herontwikkeling van de Tramkade verandert het gebied voor een bepaalde tijd in een bouwplaats. Het is altijd goed om het experiment Tramkade te evalueren op wat goed ging en wat beter kan. De vraag is in hoeverre dat in de afgelopen jaren al is gedaan door ondernemers en andere belanghebbenden. Bij de huidige en nieuwe partijen moet worden nagegaan onder welke voorwaarden en veranderende exploitatie een passende ruimte kan worden geboden in een nieuwe situatie, na realisatie van de nieuwe Bossche Stadsdelta. Het CDA wil álle belanghebbenden betrekken. De Bossche Stadsdelta wordt in zijn geheel aangepakt. Inwoners, ondernemers, instellingen, wijkraden en verenigingen trekken hierin samen op, zonder uitzondering. De beloning van de kwartiermakers zit hem vooral in de waardering en de nalatenschap in de cultuur van 's-Hertogenbosch. Ook nieuwe ondernemers dienen hierbij een kans te krijgen, zoals ook de kwartiermakers van het eerste uur steeds de kans hebben benut. Wat alternatieve locaties betreft, suggereert het CDA Groot Meerendonk. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) vindt het positief dat de ondernemers die zich indertijd daar hebben gevestigd dat onder zeer positieve voorwaarden hebben kunnen doen.

Op een aanstaand vertrek kan een ondernemer anticiperen. Het is mooi dat daar activiteiten zijn ontplooid en dat er mooie dingen zijn gebeurd, maar dat het een keer zou ophouden, was bekend. Er is veel voor deze ondernemers gedaan, maar het houdt een keer op. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) reageert op 'het is mooi geweest' door te wijzen op wat deze partijen het gebied hebben gebracht. Wat zij daar hebben neergezet zou de stad moeten zien vast te houden. De vraag is waarom afscheid moet worden genomen van iets wat een succes is. Als de Tramkade dichtgaat, valt er een behoorlijk gat in het Bossche nachtleven. De vraag is waar die 7500 mensen per week dán naartoe moeten. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) vindt dat de ondernemers kunnen anticiperen op de aanstaande sluiting en het bespaarde geld kunnen inzetten voor een alternatieve locatie. Er is veel gecommuniceerd met de huurders. Dat de energie verdwijnt, is altijd jammer. Dat het verloedert en onveilig wordt, gelooft de fractie niet, want er wordt ingezet op beveiliging. Evalueren is makkelijk voor de toekomst als de gemeente weer eens zo'n traject in gaat. Belonen in financiële zin hoeft niet, wel kan de waardering worden uitgesproken. Over alternatieve locaties kan worden meegedacht, maar ook daar heeft de ondernemer een eigen verantwoordelijkheid.

Mevrouw Visscher (SP) vindt een evaluatie van een experiment als dit niet overbodig: een experiment wordt gehouden om van te leren. Het te begrijpen dat er niet altijd meteen duidelijkheid kan worden gegeven, maar transparant zijn over wanneer er wel duidelijkheid kan worden gegeven, zorgt ervoor dat men weet waar men aan toe is. De initiatienemers wisten aan de ene kant dat ze in een plan met een afzienbare looptijd stapten, aan de andere kant is het netjes hen te helpen bij het vinden van alternatieve locaties. Gevraagd wordt of hen ooit in het vooruitzicht is gesteld dat dit een permanente locatie zou kunnen worden of dat vanaf het begin al duidelijk was dat hoe succesvol het experiment ook zou zijn men weg zou moeten. Het experiment was méér dan antikraak. Aan de uitkomsten van het experiment moet de raad dan ook gevolg geven, namelijk dat er een geweldige plek is opgebouwd waar heel veel mensen gebruik van maken. Daar moet de politiek wat mee. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) stelt dat als een experiment niet wordt geëvalueerd het ook geen experiment moet heten. Een aantal keren wordt hier benoemd dat de kwartiermakers blij mogen zijn dat ze die plek hebben mogen gebruiken. Den Bosch als gemeente gaat ook wel prat op die culturele hotspot die de Tramkade is geworden. Dat hebben die mensen gedaan. Daar mag meer waardering voor zijn dan alleen dat schouderklopje.

Als mensen dat hele gebied hebben ontgonnen, zou dat moeten worden gekoesterd en niet moeten worden vercommercialiseerd. Bij de vaststelling van het gebiedspaspoort is meegenomen dat de kwartiermakers echt wel aan het roer stonden, dat iedereen die daar wilde blijven, dat kon. Nu blijkt daar wat beweging in te zijn en daar heeft de fractie zorgen over. Dank voor de notitie dan ook, want dat is niet de bedoeling. Mensen die zo'n plek hebben neergezet voor de stad moeten worden gekoesterd en daadwerkelijk aan het roer worden gezet bij de verdere invulling. Dat het gebied in ontwikkeling gaat, is duidelijk, maar de vraag is wel hoeveel rafelrandjes er nog zijn in de stad. Dit is een gelegenheid om enkele permanente rafelranden aan te wijzen. 22

De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) merkt op dat de communicatie met de huurders wel beter had gekund. Dat is ook al eerder uit de inspraak gebleken. Aan de andere kant wist iedereen dat het een antikraakinrichting was en dat er een beperkte looptijd gold. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) bestrijdt niet dat mensen het niet konden weten. Maar de gemeente is een experiment gestart dat een succes is gebleken. Dan zou het in het voordeel zijn van den Bosch en de inwoners om dat te behouden, in aanmerking nemend dat er 7500 mensen per week van genieten. Zou het niet jammer zijn dat weg te gooien, is de vraag aan gewoon ge-DREVEN. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) zegt dat betrokkenen een contract zijn aangegaan waarvan ze van tevoren wisten dat het eindig was. Dat er inmiddels een paar jaar bij gekomen zijn, is alleen maar een voordeel voor alle betrokkenen. Hoe te voorkomen dat energie verdwijnt, is heel moeilijk. Die mensen die er nu zitten, hoeven niet verplicht te blijven. Als ze morgen iets anders vinden, zijn ze weg. Dat is een soort samenhang. Op een zeker moment zal er leegloop gaan plaatsvinden. Dat is inherent aan deze situatie. Evaluatie van het experiment is altijd goed. De vraag is wel wie dat initiatief neemt en met welk doel, als dit ophoudt te bestaan. Recht op terugkeer is er niet. Alles is vergankelijk, dus ook het verblijf hier.

Wie mazzel heeft, kan het treffen hier terug te keren. Recht hebben op terugkeer gaat te ver. Bij de vraag over toekomstplannen voor dit gebied of misschien elders brengt de locatie FrieslandCampina in het vizier. Dat zou een alternatief kunnen zijn. Misschien is er wel hulp mogelijk bij het vinden van een andere locatie. Dat zou mogelijk vanuit die evaluatie kunnen gebeuren. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) merkt op dat ook FrieslandCampina een gebied is waar men uiteindelijk weer moet vertrekken. Dezelfde problematiek als nu is dan te voorzien. Aan gewoon ge-DREVEN de vraag of de geïnvesteerde energie niet steeds moet leiden tot het telkens verplaatsen. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) stelt dat het leren en ontdekken blijft en dat die lering kan worden meegenomen naar een nieuwe locatie, een win-winsituatie. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) gaat het er om dat het dan niet weer een tijdelijke locatie zou moeten zijn, waar men investeert, het leuk maakt en dan weer weg moet. Dat vindt de PvdD niet netjes naar betrokken ondernemers. Als volledige terugkeer op de Tramkade niet mogelijk is, zou bekeken moeten worden waar men permanent de vruchten kan plukken van de energie die er in is gestopt. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) vind dat een wat academische benadering. Den Bosch woekert met ruimte. Misschien kan de omgevingsvisie er nog een keer een antwoord op geven.

Op dit moment ligt de FrieslandCampina-locatie voor de hand. Of ze dat zien zitten, is aan hen. De heer Peters (PvdA) prijst de initiatiefnemers die van de Tramkade zo'n bruisende plek hebben gemaakt. De levendigheid die met het experiment is gecreëerd, moet behouden blijven in de doorontwikkeling van de Tramkade. Een transitie komt met onzekerheid, die snel tot duidelijkheid moet leiden. In het gebiedspaspoort worden de huidige huurders al nadrukkelijk geprezen en wordt aangegeven dat de gemeente hun energie en ideeën wil behouden. Dat heeft de wethouder ook al expliciet aangegeven. Daarom wordt ingezet op een soepele transitie en worden zij betrokken bij het ontwikkelproces. Met het tijdelijk extra gebruiksprogramma krijgen ondernemers in deze transitiefase een steuntje in de rug. Dat betekent niet dat iedereen kan blijven, maar er wordt aan gewerkt om het goede vast te houden. Er is begrip voor dat de onzekerheid niet fijn is, maar de fractie heeft er vertrouwen in dat de transitie uiteindelijk soepel verloopt en dat de goede energie van de Tramkade wordt behouden. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) denkt dat de ultieme beloning voor kwartiermakers moet zitten in participatie richting de toekomst.

Daarom komt deze bespreeknotitie eigenlijk een paar maanden te laat: er ligt een gebiedsperspectief en een gebiedspaspoort dat voor de Tramkade een perspectief op de toekomst biedt. Er wordt een poging ondernomen iedereen daarop aan te haken. Het zou overigens niet de eerste keer zijn dat dat mislukt.

23

Elke ondernemer die zijn nek uitsteekt waar dan ook in de gemeente verdient dank. Echt bedanken kan door ze mee te nemen in de toekomst. Als er alleen per brief is gecommuniceerd, zou dat niet het ideaal van de fractie zijn. De huidige transitiefase is moeilijk te voorkomen. Er staat nu iets, dat moet over een paar jaar anders zijn. dat leidt per definitie tot een soort verloederde tussenfase. Plekken beloven is lastig. Den Bosch komt niet bepaald om in de plekken. Het staat de gemeente vrij een plek aan te wijzen waar tijdelijk een rafelrandje kan worden opgebouwd. Rafelrandjes opbouwen gebeurt per definitie op plekken die in de toekomst anders zullen zijn. Faciliteren wel, maar op zoek gaan naar definitieve plekken, lijkt te veel van het goede. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) beschouwt de Tramkade als een bijzonder en geslaagd experiment. De fractie is daarom ook enthousiast over het gebiedspaspoort. In overleg met de huidige huurders is gekeken naar de beste invulling. Het is fantastisch om te zien hoe dit experiment wordt omgezet naar een permanente bestemming die de sfeer van vroeger en nu combineert. Het gebiedspaspoort toont aan dat er ruimte is voor de huurders die actief willen bijdragen aan de verdere ontwikkeling. In het transparante selectieproces zal volgens de wethouder lokale verankering een belangrijke rol spelen.

Juridisch bezien is het logisch dat de brief is verstuurd. Dat betekent niet dat het een gemakkelijke boodschap is voor degenen die jarenlang actief zijn geweest en een waardevolle bijdrage hebben geleverd aan de gemeente. De fractie heeft begrepen dat snel wordt gestart met de gebiedsontwikkeling en dat de huidige huurders worden betrokken, ook in de transitiefase. De fractie raadt de gemeente aan in gesprek te blijven en perspectief en duidelijkheid te bieden. Mevrouw Korver (GroenLinks) is het er niet mee eens dat er veel niet goed gaat, zoals uit de discussienotitie op te maken zou zijn. Toen het gebiedspaspoort van de Tramkade in de raad werd behandeld, spraken twee enthousiaste betrokkenen in bij I&O. Dat alle ondernemers gedemotiveerd zouden zijn, herkent de fractie niet. In een transitiefase is altijd wel een wel gedemotiveerde ondernemer te vinden. Het totaalbeeld herkent de fractie niet. Dat een langetermijnperspectief zou ontbreken wordt door het gebiedspaspoort gelogenstraft en door de betrokkenheid van ondernemers en kwartiermakers bij de verdere plannenmakerij en de uitwerking. De Tramkade zit in de fase van het niet weten. Dat is een fase die bij dergelijke grote ontwikkelingen nu eenmaal doorlopen moet worden. Er is besloten los te laten wat er tot nu toe was en er wordt gewerkt om tot de gevraagde duidelijkheid te komen.

Zonder echter aan het gras te gaan trekken, want daar gaat het niet harder van groeien. GroenLinks heeft er vertrouwen in dat de gemeente er wat de ontwikkelingen op de Tramkade betreft bijna is. Het is goed dat De Bossche Groenen hier aandacht voor vragen, maar de fractie ziet geen reden van het gekozen pad af te wijken. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) constateert al meeschrijvend dat er veel overlap zit op het punt van evalueren: ga na wat er is neergezet voor de stad. Ook het aspect duidelijkheid wordt onderstreept. Het samen doen, wordt als gedeelde waarde gezien. Op alle drie punten zou er nog wel een tandje bij kunnen. Een kwartiermaker bedenkt het plan en zet de lijnen uit, maar de deelname van de partijen die daar aan placemaking hebben gedaan, wordt minder als echt meedoen ervaren. Voor de lange termijn ligt er een prachtig plan, maar voor de makers en de doeners die nu in het gebied zitten is voor de korte termijn van belang dat er duidelijkheid komt over wat het voor hén betekent naar de toekomst toe. Dat duurt te lang. Dat is de reden dat de fractie dit agendeert. Op korte termijn moet de raad bekijken wat de successen zijn die behouden zouden moeten worden. Op die punten zal de fractie naar de commissie of het college komen, een signaal om op korte termijn die partijen ook écht enthousiast te houden zodat de mooie culturele invulling er zichtbaar blijft. 12.

Rondvraag en sluiting. Voor de rondvraag zijn geen vragen ingediend. De voorzitter dankt de aanwezigen, in het bijzonder de heer Vossen die voor het laatst bij de commissie Omgeving was, voor hun bijdrage en sluit de vergadering om 22.18 uur

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Omgeving van 14 januari 24

2025. De secretaris, mr. G.L. Pijnenburg

De voorzitter, F.J. van Haren

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14937523/1