CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept verslag commissie Omgeving 1 september 2025

Commissie OMGEVING 23 september 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Vaststellen van het verslag van de commissie Omgeving van 26 augustus en 1 september 20256.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie OMGEVING Conceptverslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:

Collegeleden:

1 september 2025 Raadzaal F.J. van Haren mr. G.L. Pijnenburg H.B. Bos, J. van Boxmeer, J.J.M. Gersjes, L.A.J. van Griensven, B.B.R. den Hartog, W.B.G. Hoeben, B.B.G.M. van den Hoven, M. Janssen, M.P. Kagie, L.M.M.F. van der Kallen, J. Kanters, M.A.J.T. Korver-van Weegberg, J. Kouwenberg, W.M. van de Leemput, mr. S.J.M. Peters, M.G.H. van Rens, E.Th. Rozenberg, B.F.C. Roovers, E. Samshuijzen, ir. P.K. Schuurmans, ing. J.P. Verhoef BEd -

Afwezig:

J. Broekmeulen, M.C. Dupuis, T.A.J. Heijmans, J.Th.M. van Hoek, drs. P.E. Kagie, mr. drs. R. Lipman, A.C. van Silfhout, drs. ing. G.M.M. Verbruggen, N.R. Verreijt, mr. C.H.A. van den Wildenberg

Verslaglegging:

I.C. Wendt, DemiSec

Opening en mededelingen De voorzitter heropent om 19.00 uur de voortzetting van de commissievergadering van 26 augustus en heet iedereen welkom. Bericht van verhindering is ontvangen van de leden Broekmeulen en Verreijt. Mevrouw Verreijt wordt vervangen door de heer Kouwenberg. Raadsvoorstellen 9.

Discussienotitie Grip op Leegstand Corporatiewoningen (LH) De voorzitter geeft de heer Kagie het woord voor een toelichting op de notitie. De heer Kagie verwacht dat weinig fracties blij zijn met leegstaande woningen in een tijd dat er zoveel behoefte is aan woonruimte. Nadat Leefbaar 's-Hertogenbosch probeerde te inventariseren hoeveel corporatiewoningen leegstaan, bleek dat deze gegevens moeilijk te achterhalen waren. Leefbaar stelt daarom voor om een meldplicht van leegstaande woningen in te voeren en om richtlijnen op te stellen voor de woningcorporaties. De heer Rozenberg (CDA) dankt Leefbaar 's-Hertogenbosch voor de discussienota. Het CDA erkent de noodzaak en deelt de zorgen voor onnodige leegstand van sociale huurwoningen. Met een meldplicht voor woningcorporaties is het CDA echter terughoudend. De totale huurinkomsten bij corporaties tonen aan dat de bezettingsgraad circa 98,5% is. Het percentage leegstand is dus heel laag. Het CDA hecht aan een goede samenwerking met de corporaties op basis van vertrouwen en proportionaliteit. Jaarlijks wordt de regionale woningmarktmonitor opgesteld. Daarin worden ook de cijfers van de woningcorporaties opgenomen. Een verdere uitsplitsing naar netto-leegstand zou prettig zijn, maar hij wil waken voor overregulering. Over het voorgestelde dashboard wil het CDA graag wat verduidelijking.

Dat lijkt namelijk niet alleen om de corporatievoorraad te gaan. De heer Kagie benadrukt dat de inhoud van de notitie aangepast kan worden op basis van suggesties vanuit de commissie. Omdat de gemeente op de corporatiewoningen meer invloed heeft dan op het particuliere bezit, zien de voorgestelde richtlijnen op die sector. Verder merkt hij op dat de landelijke benchmark laat zien dat er gemiddeld 2% leeg staat. Daar wijkt 's-Hertogenbosch negatief van af.

1

De heer Rozenberg (CDA) veronderstelt dat woningcorporaties zelf voldoende baat hebben bij een hoge(re) bezettingsgraad. Bovendien is er al formeel toezicht op corporaties door een raad van commissarissen of een raad van toezicht. Het CDA vindt het niet verstandig dat de gemeente nog een toezichtslaag toevoegt. Het CDA wil overregulering van woningcorporaties voorkomen. De heer Van Rens (D66) vraagt wat het CDA vindt van de prestatieafspraken met woningcorporaties. De heer Rozenberg (CDA) vindt de prestatieafspraken belangrijk en wil geen nieuwe regeling optuigen voor het behalen van hetzelfde doel. De heer Van Rens (D66) vraagt of het CDA het met D66 eens is dat er al goede afspraken zijn met woningcorporaties en dat er geen extra regels nodig zijn. De heer Rozenberg (CDA) is het daarmee eens. Het CDA vindt dat het al goed geborgd is. De heer Van Rens (D66) benadrukt dat het verhuren van woningen het bestaansrecht van woningcorporaties is. Zij zijn dus niet bij langdurige leegstand gebaat. Een extra controle vindt D66 niet nodig omdat de afspraken al voldoende geborgd zijn. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) benadrukt opnieuw dat de leegstand in 'sHertogenbosch volgens de benchmark groter is dan gemiddeld in Nederland. Hij veronderstelt dat het gehanteerde model in 's-Hertogenbosch wellicht toch een gat laat vallen.

De heer Van Rens (D66) stelt dat leegstand niet wordt opgelost door extra rapportages op te stellen. Daarom is D66 geen voorstander van het voorstel. Hij zou liever zien dat de gemeente de bestaande prestatieafspraken met de woningcorporaties bespreekt. De heer Peters (PvdA) spreekt mede namens GroenLinks. De fracties zien in de woningcorporaties een bondgenoot om de woningnood tegen te gaan. Een corporatie laat een woning namelijk nooit zomaar leeg staan. Een meldplicht kost tijd en levert verder niets op. Verder horen de fracties graag waarom Leefbaar kiest voor een meldplicht voor corporaties en niet voor alle verhuurders. De leegstand in de particuliere sector is immers hoger dan die in de sociale huursector. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of de PvdA een meldplicht voor particuliere huurders wel zinvol vindt. De heer Peters (PvdA) heeft na een inventarisatie geconcludeerd dat het erg meevalt met het aantal leegstaande woningen. In de particuliere sector is het percentage wat hoger, wellicht omdat eigenaren met hun bezit speculeren. Daar zou de PvdA dus eerder aanvullende regelgeving verwachten. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt de leegstand helemaal niet meevallen. Het aantal leegstaande woningen is hoger dan het aantal nieuwbouwwoningen dat in een jaar wordt opgeleverd.

De heer Peters (PvdA) heeft op basis van zijn onderzoek geconcludeerd dat circa 2% leegstaat, wat een normaal percentage is voor verbouw, verduurzaming en wisseling van huurders. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) gaat uit van 2,7%-3%, wat hoger is dan het landelijke gemiddelde. De heer Roovers (SP) merkt op dat langdurige leegstand vooral in de particuliere sector voorkomt. Na vragen van de SP hierover heeft het college gezegd dat de leegstand meevalt ten opzichte van andere gemeenten. Er staan echter circa 350 woningen langdurig leeg in de particuliere sector en dat zou de SP best willen aanpakken. Hij vraagt hoe PvdA en GroenLinks hierin staan.

2

De heer Peters (PvdA) denkt dat maatregelen op dit moment niet nodig en effectief zijn, ook niet voor de particuliere sector. De heer Roovers (SP) benadrukt dat 350 woningen evenveel is als wat de gemeente in een jaar aan sociale huurwoningen bouwt. De heer Peters (PvdA) is bereid om met de SP na te denken over een effectief middel om de leegstand in de particuliere sector te verkleinen. Mevrouw Janssen (PVV) vraagt aandacht voor langdurige leegstand en ongeoorloofde kamerverhuur. Bewoners willen dergelijke zaken melden bij woningcorporaties, maar dat kan niet anoniem. Bovendien worden melders verplicht om deel te nemen aan een bemiddelingstraject, wat zij niet willen. De PVV vindt dat anoniem melden mogelijk moeten worden. Ook kan het melden van langdurige leegstand prominenter in het huurcontract worden opgenomen. Met bovenstaande maatregelen kunnen woningcorporaties effectiever beleid voeren op leegstand, maar ook beter onderscheid maken tussen echte leegstand, tijdelijke leegstand en misbruik. Een meldplicht aan de gemeente geeft hooguit meer inzicht over de vraag onder welke bevolkingsgroepen leegstand het meest voorkomt. Het is echter geen oplossing, omdat de gemeente er weinig mee kan doen. Huurders die hun woning lange tijd leeg laten staan, bijvoorbeeld voor overwinteren of werk in het buitenland, moeten beschermd worden.

Bij de meeste woningbouwcorporaties is de regel dat men zes maanden afwezig kan zijn en geen drie maanden, zoals in de notitie staat. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) doelde met zijn voorstel niet op mensen die tijdelijk elders verblijven, maar op langdurig leegstaande, vervallen woningen. Mevrouw Janssen (PVV) benadrukt dat het grootste probleem is dat leegstand niet anoniem gemeld kan worden door buurtbewoners. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) is van mening dat zowel voor de sociale huursector als voor de particuliere sector elke leegstaande woning er één te veel is. Het is vreemd dat er geen actueel overzicht is van het aantal leegstaande woningen. Een meldplicht voor corporaties lijkt gewoon ge-DREVEN dan ook vanzelfsprekend. Een structurele rapportage lijkt nuttig, maar de vraag is wat de gemeente of de woningcorporaties vervolgens met de informatie gaan doen. Gewoon ge-DREVEN zou graag eerst horen wat de corporaties van het probleem vinden. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) stelt dat veel woningen leegstaan omdat ze gesloopt of gerenoveerd moeten worden. Dat kan soms jaren duren. Deze woningen zouden ingezet kunnen worden als flexibele woonschil, door ze tijdelijk te verhuren aan studenten of andere spoedzoekers.

De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt dat er eerst inzicht in de leegstand nodig is en vraagt of De Bossche Groenen voorstander is van een meldplicht. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) is geen voorstander van een meldplicht, maar wil hierover met de woningcorporaties in overleg treden. De gemeente is vervolgens aan zet om regelgeving en beleid aan te passen, zodat het mogelijk wordt om mensen een tijdelijke woning aan te bieden. De heer Rozenberg (CDA) vindt het een goede suggestie, maar verwacht dat woningbouwverenigingen dit al doen waar mogelijk. Het is immers in hun belang dat er zoveel mogelijk huur binnenkomt. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) denkt op basis van de cijfers van Leefbaar 'sHertogenbosch dat het scherper kan. De heer Rozenberg (CDA) wijst op het verschil tussen bruto en netto leegstand. Meer informatie over de netto leegstand is volgens hem prettig, maar het CDA wil geen overregulering.

3

De voorzitter concludeert dat dit geen vraag is, maar een tweede termijn. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) zegt dat het CDA het blijkbaar niet eens is met de cijfers van Leefbaar 's-Hertogenbosch. De heer Van der Kallen (Rosmalens Belang) stelt dat leegstand ongewenst maar soms onvermijdelijk is. Rosmalens Belang pleit ervoor om geen extra rapportages te eisen, maar een maximumpercentage af te spreken met de corporaties. Wellicht moet meermaals per jaar het aantal leegstaande woningen worden geïnventariseerd om een beter beeld te krijgen. De heer Kanters (Volt) stelt dat Volt voorstander is van datagedreven bestuur, maar dat de volgorde van belang is. Een meldplicht van alle verhuurders, maar met name corporaties, vindt Volt verstandig. De gemeente moet vervolgens bij onterechte leegstand wel maatregelen kunnen treffen. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) stelt dat de discussienotitie nuttige voorstellen bevat om leegstand tegen te gaan, zoals monitoring, afspraken met corporaties en het versnellen van doorstroming. De haalbaarheid ervan hangt echter sterk af van de bereidbaarheid en capaciteit bij de corporaties. De gemeente kan zich wel bemoeien met leegstand als dit leidt tot overlast of met het verbeteren van doorstroming, maar niet met het beleid van woningcorporaties wat betreft renovatie, sloop en nieuwbouw.

Bosch Belang wil voorkomen dat de gemeente verantwoordelijk wordt voor processen, waarop ze geen directe invloed op heeft. De fractie ziet het belang van een meldplicht om meer transparantie te krijgen. Als de corporaties de reden en verwachte duur van leegstand zijn, kan de gemeente beter monitoren en meedenken over tijdelijke oplossingen. Ook ontstaat door goede rapportage een beter beeld van trends, knelpunten en verbeterpunten. Bosch Belang ziet het nut van heldere kaders en is dus voorstander van extra richtlijnen. Nieuwe regels moeten wel goed uitvoerbaar zijn en rekening houden met onvermijdelijke leegstand. De heer Schuurmans (VVD) deelt de urgentie om de woningnood aan te passen en legt daarbij prioriteit op het zo snel mogelijk bouwen van nieuwe woningen. Een meldplicht, rapportage en dwingende beleidsregels vindt de VVD contraproductief. Ze leiden tot meer bureaucratie en werkdruk bij gemeente en corporaties. De fractie richt zich liever op het oplossen van echte knelpunten, zoals het scheefwonen. De VVD is benieuwd of Leefbaar 's-Hertogenbosch haar voorstellen met de woningcorporaties heeft besproken. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft wel contact gehad met de woningcorporaties, maar niet zijn voorstellen met hen besproken.

Als de commissie vreest dat het voorstel van Leefbaar tot te veel bureaucratie leidt, zou hij in ieder geval willen voorstellen dat de corporaties tweemaal per jaar hun leegstand melden. De heer Schuurmans (VVD) vindt dat de gemeente zich moet concentreren op onnodige leegstand en daarbij in goed overleg met de corporaties moet handelen. Een meldplicht vindt de VVD niet nodig, omdat sturing via de huidige prestatieafspraken kan plaatsvinden. Een structurele rapportage kan al snel misleidende data bevatten, omdat niet alle leegstand onvermijdelijk is. Zinvolle, geaggregeerde data met duiding kan wel inzicht geven in trends en kunnen input vormen voor een goed gesprek tussen gemeente en corporaties. De VVD is tegen dwingende beleidsregels, die de bedrijfsvoering van de verhuurders raken. Tot slot pleit de VVD voor de aanpak van scheefwonen, bijvoorbeeld door de woning aan de huurder te koop aan te bieden en de opbrengst te gebruiken voor het bouwen van nieuwe sociale huurwoningen. De heer Roovers (SP) vraagt of de VVD woningen aan scheefwoners wil verkopen in plaats van geschikte woningen voor hen te bouwen. De heer Schuurmans (VVD) ziet het niet zo zwart-wit. De bedoeling is niet dat er minder sociale huurwoningen komen, maar dat er nieuwe worden bijgebouwd, waardoor er meer doorstroming ontstaat.

4

De heer Roovers (SP) vindt het geen probleem om bij langdurige leegstand van corporaties te verlangen dat ze dit melden. Uit de cijfers blijkt echter niet dat hiervan veel sprake is. Wel staan er circa 350 particulier woningen langdurig leeg. De SP zou daar wel graag maatregelen voor nemen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) gaat ervan uit dat de woningcorporaties hun best doen om zoveel mogelijk mensen te huisvesten. Leegstand is dus ook voor hen ongewenst, maar soms onvermijdelijk. Als Leefbaar ervan overtuigd is dat er sprake is van grootschalige onnodige leegstand, dan zou de PvdD daar graag een onderbouwing van zien. Verder is de PvdD er voorstander van om de problemen in overleg met de woningcorporaties aan te pakken en daarvoor lijkt een meldplicht haar niet nodig. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) denkt dat de meldplicht een goed instrument kan zijn om het gesprek met corporaties aan te gaan. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) kan zich voorstellen dat er met een woningcorporatie wordt afgesproken om periodiek te inventariseren hoeveel woningen er leeg staan, zodat er samen naar een oplossing kan worden gezocht. Een algemene meldplicht is daarvoor niet nodig. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt hoe het probleem kan worden onderkend als de gemeente geen meldplicht invoert.

Mevrouw Samshuijzen (PvdD) ziet vooral administratieve problemen als een meldplicht wordt ingevoerd. Ze zou daarom liever gewoon samen met de corporaties in beeld brengen of er een probleem is en zo ja, hoe groot dat is. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) concludeert dat de PvdD bereid is tot een nulmeting om te bepalen hoe groot het probleem is. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) doet Leefbaar 's-Hertogenbosch de suggestie om eerst meer onderzoek te doen naar de oorzaken van de geconstateerde leegstand. Natuurlijk is leegstand ongewenst, maar een meldplicht vindt VOOR Den Bosch een vorm van betutteling. Structurele rapportages vindt de fractie ongewenst. Liever ziet ze een vermelding op de website van de corporaties van de reden van leegstand. VOOR Den Bosch is wel voorstander van een gemeentelijke verordening, zodat na bijvoorbeeld zes maanden leegstand een melding wordt gedaan en er eventueel een boete wordt opgelegd. VOOR Den Bosch hoort graag wat er in de Woonvisie is opgenomen over leegstand. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt naar het verschil tussen een meldplicht en het opdragen van corporaties om op hun website de leegstand te vermelden. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) vindt het vooral betuttelend als de gemeente een meldplicht invoert, terwijl de woningcorporaties dit prima zelf kunnen oppakken.

Als ze het niet doen, kan de gemeente alsnog regie pakken. De voorzitter geeft de heer Kagie gelegenheid tot een korte samenvatting en conclusie. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) neemt de feedback om nog eens goed naar de cijfers te kijken ter harte. Veel fracties vinden dat een meldplicht pas relevant is als de leegstand lang aanhoudt. Leefbaar zal overwegen om een termijn op te nemen in zijn voorstel of om in ieder geval eenmalig naar de stand van zaken vragen. Hij dankt de commissie voor de kritieke feedback. Leefbaar 's-Hertogenbosch zal erover nadenken hoe op een lichtvoetige manier meer inzicht in de situatie verkregen kan worden. 10.

Discussienotitie verkeersveiligheid: Maximumsnelheid fietspaden (LH) De voorzitter geeft de heer Kagie het woord voor een toelichting op de notitie. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt dat fietsvoertuigen met verschillende snelheden over fietspaden rijden, wat regelmatig tot ongelukken leidt. Er liggen al enkele moties om het fietsverkeer beter te reguleren. Leefbaar 's-Hertogenbosch zou graag zien dat er in het 5

kader van het landelijke Meerjarenplan Fietsveiligheid 2025-2029 experimenten worden opgezet op enkele locaties in Den Bosch en hoort graag wat de commissie daarvan vindt. De heer Roovers (SP) vindt het een terecht punt van Leefbaar en steunt het voorstel. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) zou graag aansluiten bij het experiment, zodat landelijk beleid maatgevend wordt en niet alles op lokaal niveau bedacht hoeft te worden. De heer Kanters (Volt) staat open voor experimenten en is voorstander van deelname aan het beschreven project van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De toenemende snelheidsverschillen op fietspaden zijn een zorgwekkend probleem, groter dan in de discussienotitie is opgenomen. In 2022 waren er niet alleen 290 doden door fietsongelukken, maar zijn er ook 88.000 fietsers op de SEH terechtgekomen, waarvan ruim 15.000 met hersenletsel. Om die reden zou de gemeente het gebruik van fietshelmen moeten stimuleren. Daarnaast zou deelname aan het experiment ook heel verstandig zijn. De heer Van Griensven (PVV) vindt deelname aan het experiment nuttig. Wel verwacht de PVV nog veel knelpunten, bijvoorbeeld bij de handhaving van nieuwe regels. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) benadrukt dat in het experiment niet alle instrumenten geïmplementeerd hoeven te worden. De gemeente kan zelf beoordelen welke instrumenten zinvol ingezet kunnen worden.

De heer Van der Kallen (Rosmalens Belang) vindt het een goed idee om met de pilot te testen welke maatregelen goed helpen om de verschillen in fietsgebruikers veilig op te vangen. Uiteindelijk heeft iedereen baat bij duidelijke regels en voorspelbaar gedrag op het fietspad. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vindt het verleidelijk klinken om aan te sluiten bij het landelijke experiment, maar heeft wel wat kanttekeningen. Van het verplaatsen van bakfietsen naar de rijbaan is ze geen voorstander. Ze zou graag overwegen om een fast lane op het fietspad te creëren, zodat er verschillende vervoermiddelen over het fietspad kunnen rijden. Verder vindt ze het verstandig om op diverse punten een maximumsnelheid in te voeren voor het fietsverkeer. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) denkt in eerste instantie aan het maximeren van de snelheid en benadrukt nogmaals dat niet alle instrumenten, zoals de bakfiets op de rijbaan, ingezet moeten worden. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) is voorstander van deelname aan het experiment. Hij vraagt of Leefbaar nog risico's ziet of uitgangspunten wil benoemen om mee te geven bij de aanmelding van Den Bosch. VOOR Den Bosch zou vooral aandacht willen zien voor het centrum van Den Bosch, omdat daar de moeilijkste fietsroute ligt. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zou op diverse locaties een maximumsnelheid willen overwegen.

De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) is ook voorstander van het experiment. In de discussienota wordt gesproken over de dodelijke slachtoffers, maar er zijn ook vele zware en lichtere fietsslachtoffers. 's-Hertogenbosch staat op de tweede plaats qua aantal fietsongevallen in Noord-Brabant, dus er valt veel te verbeteren. De huidige fietspaden zijn te smal voor alle verkeer. De Bossche Groenen ziet de oplossing bij voorkeur in verbeterde infrastructuur. De heer Schuurmans (VVD) stelt dat de fietser het vaakst slachtoffer is van ernstige verkeersongevallen. De VVD ziet voor- en nadelen van aansluiten bij het landelijke experiment. Den Bosch kan zich niet veroorloven om te wachten totdat er landelijke regels gelden. Nu wordt een aantal specifieke maatregelen voorgesteld, zoals het verplaatsen van de bakfiets naar de rijbaan. De VVD weet niet of dat een goed idee is. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) herhaalt dat niet alle instrumenten geïmplementeerd hoeven te worden. 6

De heer Schuurmans (VVD) zegt dat de VVD de overige instrumenten van het experiment wel ziet zitten. Wel moet de handhaving goed op orde zijn, ook om opgevoerde voertuigen te bekeuren. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) is voorstander van deelname aan het experiment, maar heeft wel een aantal voorwaarden. Er moeten meetbare resultaten uit het experiment komen en het moet duidelijk effect hebben op de verkeersveiligheid. Het project moet grotendeels door het rijk worden betaald, zodat de lasten niet bij de Bossche inwoners terechtkomen. Tot slot moeten de nieuwe regels goed uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. De heer Rozenberg (CDA) is ook voorstander van het experiment. Er moeten wel duidelijke selectiecriteria komen voor de locatie van het experiment, er moet goede communicatie met de bewoners zijn en het experiment moet geëvalueerd worden. Het CDA vraagt of het rijk het experiment betaalt, om te voorkomen dat het extra druk legt op de Bosschenaren. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft uit de stukken begrepen dat er financiële middelen door het rijk zijn vrijgemaakt voor de experimenten, maar in hoeverre de kosten gedekt worden weet hij niet. Dit zal hij nog onderzoeken. De heer Den Hartog (PvdA) spreekt mede namens GroenLinks. Beide fracties zien dat vooral fatbikes en andere snelle fietsers overlast geven.

Of een maximumsnelheid hiervoor een oplossing biedt, betwijfelt hij. Regels opstellen betekent nog niet dat de situatie verbetert. PvdA en GroenLinks vinden het belangrijk dat verkeersdeelnemers rekening met elkaar houden, zoals ook in het Meerjarenplan Fietsveiligheid staat. De heer Van Griensven (PVV) vraagt of PvdA en GroenLinks het ermee eens is dat gestopt zou moeten worden met tweezijdige rotondes om de verkeersveiligheid te vergroten. De heer Den Hartog (PvdA) wil daar geen uitspraak over doen, maar kan zich wel voorstellen dat dit binnen de pilot wordt onderzocht door een verkeersdeskundige. PvdA en GroenLinks zijn voorstander van het experiment en zouden graag onderzoeken of er meerdere soorten fietspaden kunnen komen, zoals er ook meerdere soorten wegen zijn. Ook moet er aandacht zijn voor oudere fietsers, want zij zijn nog kwetsbaarder dan andere groepen. De heer Van Rens (D66) is voorstander van deelname aan het experiment. De voorzitter geeft de heer Kagie het woord voor een samenvatting en conclusie. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) concludeert dat alle fracties voorstander van deelname zijn, met enige mitsen en maren over de in te zetten instrumenten. Hij zal het aspect van handhaving opnemen in zijn motie. 11.

Discussienotitie Naar een robuuste oostelijke ontsluiting – tijd voor duidelijke keuzes (RB) De voorzitter geeft de heer Kouwenberg het woord voor een korte inleiding. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt opnieuw aandacht voor de bereikbaarheid aan de oostzijde van de gemeente, met aandacht voor leefbaarheid, verkeersveiligheid en de woningbouwopgave. De mobiliteit in en rond De Groote Wielen, Rosmalen, Empel, Kruisstraat en Nuland staat al jaren onder druk. Uitstel van de verbreding van de A2 leidt tot een fors knelpunt, terwijl er de komende tijd veel gebouwd gaat worden op de zogenaamde doorbraaklocaties. Zonder extra infrastructuur is een toekomstbestendige ontsluiting van het gebied niet mogelijk. De gemeenteraad zou daarom richtinggevende uitspraken moeten doen, voordat het definitieve maatregelenpakket eind 2025 wordt vastgesteld. Rosmalens Belang wil nu alvast besluiten dat de oostelijke ontsluiting structureel wordt opgenomen in het pakket. Zowel voor de bereikbaarheid van de huidige kernen als voor het realiseren van de nieuwe woningbouw is dit noodzakelijk.

7

De heer Schuurmans (VVD) erkent de urgente noodzaak voor een betere bereikbaarheid en leefbaarheid aan de oostzijde van Den Bosch. Een goede oostelijke ontsluiting is voor de VVD van cruciaal belang voor de ontwikkeling van het gebied. Het voorgestelde project is echter niet financieel haalbaar zonder een substantiële bijdrage van het rijk. De Groote Wielen wordt aangewezen als doorbraaklocatie voor woningbouw, maar het rijk laat het afweten als het gaat om het ontsluiten van het gebied. De heer Van Rens (D66) vraagt of het niet belangrijker is om nu eerst een goed onderzoek te laten doen en op basis van de resultaten een besluit te nemen. De heer Schuurmans (VVD) komt daarop in zijn bijdrage. De gemeente moet krachtig blijven spreken tegen Den Haag: een doorbraaklocatie voor woningbouw vereist een doorbraak in financiering van de bereikbaarheid. Een oostelijke ontsluiting moet vervolgens worden uitgewerkt, zodat er stappen gezet kunnen worden zodra er budget beschikbaar wordt gesteld. De heer Van Rens (D66) vraagt hoe de VVD gaat reageren als uit het onderzoek blijkt dat er andere opties gewenst zijn, zoals duurzaam vervoer als fiets en ov. De heer Schuurmans (VVD) zou het onderzoek willen afwachten. Hij kan zich niet voorstellen dat er andere opties komen, maar geen autoverkeer.

De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) had uit de raadsinformatiebrief begrepen dat er in de zomer onderzoeksresultaten worden opgeleverd. Leefbaar zou deze graag afwachten, voordat wordt besloten over de gewenste richting. De heer Schuurmans (VVD) antwoordt dat hij niet weet op welke informatie Leefbaar doelt, maar dat alle informatie gewenst is. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) stelt dat De Bossche Groenen tegenstander is van meer asfalt, maar ook oog heeft voor de aanhoudende onveiligheid bij onder andere Rosmalen en Kruisstraat. Het probleem begint bij het feit dat Heesch West geen eigen afslag heeft. Gesteld wordt dat Rijkswaterstaat (RWS) dit niet toestaat, maar volgens De Bossche Groenen heeft RWS dat nooit zo gezegd. RWS vindt het echter niet wenselijk dat er nog meer op- en afritten komen op dat gedeelte van de A59. Den Bosch zou kunnen besluiten om niet voor alle kernen een eigen op- en afrit te maken op de A59, maar één gezamenlijke afslag naar een randweg. De Bossche Groenen adviseert om de voorliggende keuzes en het geld dat ermee gemoeid is te heroverwegen en een goede visie te ontwikkelen om alle kernen van de gemeente goed te ontsluiten. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) merkt op dat er volgens de raadsinformatiebrief al veel stappen zijn gezet om de mobiliteit te verduurzamen, maar dat het autogebruik niet afneemt.

Hij vraagt De Bossche Groenen om te bevestigen dat ze bereid is om te investeren in een oostelijke ontsluiting als alternatieven niet werken. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) benadrukt dat lapmiddelen niet meer werken om het verkeer goed af te voeren. De Bossche Groenen zou liever een toekomstbestendige oplossing kiezen. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) concludeert dat fractie van De Bossche Groenen niet negatief tegenover een oostelijke ontsluiting staat. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) bevestigt dat, maar wil er wel veel wisselgeld voor terug. De heer Van Griensven (PVV) stelt dat door het gebruik van onder andere de Vliertwijksestraat mooie natuurgebieden worden aangetast. De PVV hoort graag of de Gewandeweg is meegenomen in het onderzoek. Die ligt grotendeels in Oss, maar wellicht kan deze weg gebruikt worden als ontsluitingsroute.

8

De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of de PVV het ermee eens is dat er een goede ontsluiting moet komen als bij De Groote Wielen woningbouw komt. De heer Van Griensven (PVV) bevestigt dit. Via de A2, zoals men nu de wijk uitrijdt, is geen optie. Daarbij zou de gemeente wat groter moeten denken dan alleen het eigen gebied. De heer Den Hartog (PvdA) zou graag een verkeerskundig advies laten opstellen om de besluitvorming op te baseren. Daarbij zijn de volgende twee punten belangrijk: een duidelijke kosten-batenanalyse en het effect op de natuur. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) onderkent de urgentie en adviseert om aan het college te vragen naar de resultaten van de zomerstudie, zoals die in raadsinformatiebrief 25 werd genoemd. Vervolgens kan de gemeenteraad zijn rol pakken en een richtinggevende uitspraak doen. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) denkt dat het vertraging oplevert als de zomerstudie wordt afgewacht. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft gelezen dat op 9 december a.s. een voorstel met een compleet maatregelenpakket voor de raad wordt geagendeerd. Hij gaat ervan uit dat het college in september de zomerstudie wel kan opleveren, zonder dat het proces vertraagd wordt. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) zegt dat er nu al geen andere mogelijkheid is dan overgaan tot het aanleggen van extra infrastructuur.

Hij vraagt waarom Leefbaar het onderwerp toch wil parkeren tot na de zomerstudie. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt het zonde om een zomerstudie te laten uitvoeren en dan als commissie een uitspraak te doen zonder de studie erbij te betrekken. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) concludeert dat Leefbaar op zich positief staat tegenover extra infrastructuur. Daar zou de commissie dus nu al op kunnen sturen, zonder de zomerstudie teniet te doen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) staat er positief tegenover, maar wil wel degelijk de resultaten van de zomerstudie ontvangen van de wethouder. De heer Van Rens (D66) vindt het standpunt van Leefbaar tegenstrijdig klinken. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt een positieve grondhouding over extra infrastructuur niet botsen met de wens om te wachten tot de resultaten van de zomerstudie beschikbaar zijn. De heer Van Rens (D66) vraagt hoe Leefbaar gaat reageren als uit de studie blijkt dat een extra weg niet de beste oplossing is. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) antwoordt dat het onderzoek niet voor niets wordt uitgevoerd en dat de uitkomsten serieus overwogen moeten worden. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) vraagt wat de wethouder in Den Haag heeft bereikt met zijn lobby. Verder kan VOOR Den Bosch zich vinden in het voorstel.

De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) kan niet antwoorden namens de wethouder, maar is blij met de steun van VOOR Den Bosch. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) vindt de oostelijke ontsluiting van groot belang en roept op tot een lobby om rijksfinanciering, zodat er een passende oplossing kan komen. De heer Van Rens (D66) vraagt hoe Bosch Belang er tegenover staat als uit het onderzoek blijkt dat andere oplossingen volstaan. 9

Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) antwoordt dat Bosch Belang niet achter het idee staat dat er geen auto's de wijk in mogen. De heer Van Rens (D66) bedoelt dat er geen weg komt, maar dat er geïnvesteerd wordt in duurzaam vervoer, zoals fiets en ov. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) denkt dat dit een heel lastige oplossing wordt. Er zullen altijd mensen zijn die afhankelijk zijn van de auto. De heer Van Rens (D66) concludeert dat Bosch Belang vindt dat er sowieso een weg moet komen ongeacht de uitkomsten van het onderzoek. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) vindt het belangrijk dat de wijk bereikbaar is en dat er een goede ontsluiting is. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vindt bereikbaarheid belangrijk, maar constateert dat het verkeer vaak vaststaat, doordat zoveel mensen in hun eentje de auto gebruiken. Mensen moeten zich kunnen blijven verplaatsen, maar de oplossing ligt misschien niet in nog meer asfalt. Volgens Rosmalens Belang moet het gebied goed ontsloten worden, omdat er veel woningen worden gebouwd, maar het was ook deze fractie die destijds wilde dat De Bunders als bouwlocatie werd aangewezen. Dan is het niet geheel kies om de woningbouw nu als argument voor de oostelijke ontsluiting te gebruiken. De PvdD is geen voorstander van meer asfalt en zou liever een duurzamer oplossing zien.

De heer Van Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of de PvdD bereid is na te denken over een extra weg als blijkt dat andere oplossingen niet voldoende zijn. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) denkt dat goede vervoersalternatieven ervoor zorgen dat er minder mensen de auto gebruiken. Mensen moeten wel keuzevrijheid houden. De heer Van Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of het onbespreekbaar is om nu al te besluiten om een stukje extra weg aan te leggen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) antwoordt dat daarvoor een harde noodzaak moet zijn en die kent ze nu niet. Er zijn nog voldoende alternatieven om te overwegen. De heer Van Kouwenberg (Rosmalens Belang) erkent dat zijn fractie destijds voorstander was van bouwen bij De Bunders. Hij vraagt of de PvdD daar geen voorstander van was. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) wil extra woningbouw, maar niet ten koste van groen, natuur en milieu. De PvdD was dan ook geen voorstander van ontwikkeling van De Bunders en heeft tegen de motie gestemd. De heer Roovers (SP) is het ermee eens dat er goede infrastructuur nodig is als er zo veel woningen worden gebouwd. De discussie van vanavond is echter nogal hypothetisch. Het lijkt hem onvermijdelijk dat er een extra weg nodig is, maar de SP zou met de discussie willen wachten totdat de zomerstudie beschikbaar is. Tot slot is de SP benieuwd of Rosmalens Belang met een gedekt voorstel komt voor de plannen.

De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) noemt het een hypocriete discussienotitie. De laatste twee jaar heeft Rosmalens Belang steevast tegen moties van gewoon ge-DREVEN gestemd, waarin werd verzocht om een oostelijke ontsluiting te onderzoeken. Kort voor de verkiezingen komt de partij ineens met deze notitie. Als antwoord op de vragen adviseert hij om de moties van gewoon ge-DREVEN terug te lezen, want het standpunt van deze partij is niet veranderd; een ontsluiting is keihard nodig. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of gewoon ge-DREVEN het belangrijker vindt om een politiek statement te maken of dat de problemen in Rosmalen worden opgelost.

10

De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) vindt het spijtig dat de kans niet eerder gegrepen is om het gebied te ontsluiten. De heer Van Rens (D66) is blij met de discussienotitie, maar is het niet helemaal eens met het standpunt van Rosmalens Belang. Ten eerste wil D66 het onderzoek naar het integrale maatregelenpakket afwachten en niet nu al beslissen over een van de maatregelen. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of D66 dan ook bereid is om bij de woningbouwopgave in die polder op de pauzeknop te drukken. De heer Van Rens (D66) antwoordt dat het woningtekort zo nijpend is dat het onverstandig is om het bouwproject uit te stellen. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat een weg aanleggen niet per se de beste oplossing is. Het is een dure weg, die de mobiliteitsproblemen voor Den Bosch en oostelijke omgeving niet oplost. D66 wacht het lopende onderzoek graag af om te horen of de conclusie over deze weg nu anders luidt. Als er duurzamer opties zijn, hebben die de voorkeur van D66. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of een weg voor D66 wel een optie is als uit het onderzoek blijkt dat dit een goede maatregel is. De heer Van Rens (D66) antwoordt dat het niet de voorkeur heeft, maar een onderzoek moet men altijd open ingaan. D66 zal de resultaten goed bestuderen en vervolgens een keuze maken.

De heer Rozenberg (CDA) staat positief tegenover de oostelijke ontsluiting en beschouwt het als onmisbaar onderdeel in de bereikbaarheid van de gemeente. Het CDA vindt wel dat het zo moet gebeuren dat de leefbaarheid en veiligheid van de bewoners wordt gegarandeerd. Een voorwaarde is bovendien dat het een toekomstige infrastructuur moet zijn die de geplande woningbouw ondersteunt. De heer Van Rens (D66) vraagt wat er gebeurt als uit het onderzoek blijkt dat er andere opties mogelijk zijn. De heer Rozenberg (CDA) is bereid om het onderzoek af te wachten. De heer Kanters (Volt) herkent de knelpunten rondom de bereikbaarheid van de oostzijde van Den Bosch. Elk denkbaar traject om het gebied te ontsluiten zal echter weinig effectief zijn als de snelwegen niet worden aangepast. Volgens de notitie zal de oostelijke ontsluiting sluipverkeer voorkomen. Volt vreest dat er ook juist sluipverkeer zal ontstaan. Als het gemakkelijker wordt om van Rosmalen naar de A59 te rijden, ontstaan er een nieuwe verkeersstroom en nieuwe knelpunten. Inzetten op andere mobiliteitsoplossingen is welllicht effectiever. Volt wil echter eerst de studie naar het integrale maatregelenpakket afwachten. Als uit het onderzoek blijkt dat andere mogelijkheden beter zijn is Volt daar voorstander van. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) reageert op de opmerking over hypocrisie.

Rosmalens Belang is al vanaf 1999 vertegenwoordigd in de gemeenteraad. Toen werd al een voorstel over de oostelijke ontsluiting aangenomen. Rosmalens Belang heeft dus niet ineens het standpunt van een andere partij overgenomen. Veel fracties reageerden positief op het voorstel. Daarnaast vragen velen om het onderzoek af te wachten. Daar heeft hij begrip voor, hoewel hij nu al durft te concluderen dat er extra infrastructuur nodig zal zijn om de knelpunten op te lossen. Het aanwijzen van De Groote Wielen als doorbraaklocatie heeft hem ertoe gebracht om vaart te maken. Hij dankt alle partijen voor hun bijdrage. De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de vergadering om 20.49 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Omgeving van 23 september 2025.

11

De secretaris, mr. G.L. Pijnenburg

De voorzitter, F.J. van Haren

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15991491/1