Commissie Bestuur Verslag Hearing Avondklokrellen
Tekst van het document
Commissie Bestuur Hearing Avondklokrellen 20 mei 2021 19:00 uur Aanwezig: mw. D.C.I.T. Coense-Weber, J.J.E.L. van Creij, R.J.J. Geers, F.G.F. van Genugten, J.J.M. Gersjes, ing. A.J.G. de Groot, mw. A. Hernández, W.B.G. Hoeben, drs. P.E. Kagie (voorzitter), P.M. van der Krabben, mw. drs. E.J. de Ruiter, Tevens aanwezig: vertegenwoordigers van jongerenwerk, opbouwwerk en politie De voorzitter geeft een toelichting op het doel van de hearing. Op 25 januari 2021 hebben in ’sHertogenbosch de zogenaamde avondklokrellen plaatsgevonden. Een ontluisterende ervaring waarbij korte tijd veel vernielingen zijn aangericht. Over de avond van de rellen zelf is inmiddels een uitgebreid COT-rapport verschenen met daarin vooral aandacht voor de dag zelf en de wijze waarop vanuit de overheid is gereageerd. De commissie wil vandaag graag in gesprek met de werkers (politie en jongerenwerkers) over de achtergronden van deze rellen. Wat zijn de karakteristieken van de deelnemers aan de rellen en wat waren hun motieven om deel te nemen. Wat zijn de sociaal maatschappelijke achtergronden in de wijken die er mogelijk aan hebben bijgedragen? De commissie hoopt dat de deskundigen hier wat meer licht op kunnen laten schijnen. Allereerst word ingegaan op de signalen vooraf.
Aangegeven wordt dat al langer duidelijk is dat er onder groepen jongeren onvrede is over de coronamaatregelen van de overheid en dat het wegvallen van activiteiten en dagritme leidt tot verveling en baldadigheid. Dat uit zich onder andere in meer jongerenoverlast op plaatsen waar normaal weinig gebeurt. In de Hambaken heeft dat er toe geleidt dat in overleg met de gemeente het jongerencentrum open is gebleven om jongeren structuur en activiteiten aan te kunnen bieden. O.a. met oud en nieuw heeft dat goed gewerkt, maar ook daarna is het jongerencentrum open gebleven. Tegelijkertijd is het niet zo dat er van te voren aanwijzingen waren dat het tot rellen zou komen. Na de rellen in o.a. Rotterdam en Eindhoven was er wel een gevoel dat er iets zou kunnen gebeuren, maar zeker weten doe je dat niet. Anders dan vroeger kan het onder invloed van de sociale media tegenwoordig ook heel snel gaan. Op de dag zelf is lang onduidelijk gebleven of er iets zou gebeuren. Pas vanaf een uur of zes was het duidelijk dat er iets stond te gebeuren. Vanuit de politie wordt aangegeven dat op dat moment de sfeer begon om te slaan en het aanwezige politieagenten zich onveilig begon te voelen. Ook vanuit aanwezige jongerenwerkers wordt herkend dat het op dat moment fout begon te gaan. Daarvoor was er vooral sprake van groepen die nieuwsgierig waren of er iets zou gaan gebeuren.
Over de samenstelling van de groep kan vooral in zijn algemeenheid iets gezegd worden. Op basis van waarnemingen ter plaatse en aanhoudingen lijkt het erop dat het een heel diverse groep is geweest. Normaal gesproken is er bij dit soort rellen vaak één samenhangende groep die het voortouw neemt waarbij anderen aansluiten. Dat lijkt hier niet het geval te zijn geweest. Het beeld is dat het eerder een samenspel was van kleinere groepen met een herkomst verspreid over de stad en de omringende dorpen. Vanuit de mensen die op de avond zelf bij het startpunt van de rellen (het ESSO-tankstation) aanwezig waren, wordt aangegeven dat het er op lijkt dat een deel van de relschoppers als toeschouwer is gekomen en als dader is geëindigd. Deze zijn als het ware meegezogen in de ontwikkelingen van de avond. Een derde van de aangehouden personen had geen antecedenten. Het waren dus zeker niet alleen de ‘usual suspects’. Het grootste deel van aangehouden personen is verder mannelijk en valt in de leeftijdsgroep 18 – 22 jaar met een diverse sociaal maatschappelijke achtergrond. Zo op het oog was er geen directe aanleiding waarom op een gegeven moment de vlam in de pan sloeg. Ook wat dat betreft waren het rellen die afwijken van wat we eerder in de stad hebben gezien
waar een dergelijk aanleiding er vaak wel was. Het gevoel is dat het een combinatie is van frustratie verveling en kopieergedrag van wat er eerder in Eindhoven was voorgevallen en een ongrijpbare groepsdynamiek. Net zoals in uitgaansgebieden ineens de vlam in plan kan slaan als er grote groepen bij elkaar zijn, is dat hier ook gebeurd. Het patroon lijkt wat dat betreft ook op wat in andere steden gezien is. Daarnaast is het gevoel dat een (klein) deel van de groep bestond uit opportunisten die wachten op de mogelijkheid om te plunderen. Desgevraagd wordt aangegeven dat er voor, tijdens en na de rellen veel contact is (geweest) tussen wijkagenten, jongerenwerkers en gemeentelijke wijkmanagers over de situatie. De samenwerking is wat dat betreft prima en hoeft niet aangepast te worden. Vanuit de jongerenwerkers wordt aangegeven dat zij zelf veel hebben nagepraat met jongeren over de rellen. Hieruit komt naar voren dat ook onder jongeren zelf de rellen op weinig waardering kunnen rekenen. Met name het slopen/plunderen van winkels wordt niet echt begrepen. Het is verder lastig om aan te geven wat je zou kunnen doen om dit soort rellen in de toekomst te voorkomen. Je weet immers niet precies wat in dit geval de oorzaak is geweest. Verbinding houden met de jongeren is in ieder geval belangrijk.
Analoog aan de Hambaken kan je dan constateren dat het openhouden van jongerencentra verstandig is, omdat je daarmee die verbinding houdt met de jongeren en structuur biedt. Richting gemeente wordt aangegeven dat na dit soort rellen nazorg naar de slachtoffers ook heel belangrijk is. Het veiligheidsgevoel is erg aangetast en het is goed om hierover in gesprek te gaan. In de Graafsewijk is dit door de gemeente in ieder geval op een goede manier aangepakt. Er is dit keer veel inzet geweest in de nazorg vanuit het buurttteam om bewoners te spreken en hun verhaal te kunnen laten doen. Dit is erg belangrijk en werd ook heel erg gewaardeerd door de bewoners. Het is dus heel belangrijk dat bewoners die een ervaring als dit hebben mee moeten maken snel benaderd worden en serieus genomen worden en hun verhaal kwijt kunnen. Daarbij hebben ze gegevens gekregen dat als ze nog vragen of problemen hebben dat ze weten waar ze terecht kunnen. Belangrijk is bovendien dat de gemeente in de gaten houdt dat mensen die financieel nadeel hiervan hebben snel en adequaat gecompenseerd worden.