CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

C1a66db8-61cd-4c0c-ab26-8543d3cf0298

Commissie OMGEVING 30 september 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Vinkelsestraat 135, 139 en 139a Vinkel16.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027

BIJLAGE 9 Toetsingstabel en analyserapport grondwatermonsters

Projectnaam Projectcode

Vinkelsestraat 139a, Vinkel AM19027

Tabel: Analyseresultaten grondwater (as3000) monsters (gehalten in µg/l, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype

01 1

METALEN barium cadmium kobalt koper kw k lood molybdeen nikkel zink

24 <0.20 2.5 3.9 <0.05 3.3 <2 5.4 <10

50 0.40 20 15 0.050 15 5.0 15 65

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen

<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 0.21 <0.2

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.02 interventiefactor polycyclische aromatische koolwaterstoffen 0.0002 GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan <0.2 1,2-dichloorethaan <0.2 1,1-dichlooretheen <0.1 cis-1,2-dichlooretheen <0.1 trans-1,2-dichlooretheen <0.1 som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 factor) 0.14 dichloormethaan <0.2 1,1-dichloorpropaan <0.2 1,2-dichloorpropaan <0.2 1,3-dichloorpropaan <0.2 som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.42 tetrachlooretheen <0.1 tetrachloormethaan <0.1 1,1,1-trichloorethaan <0.1 1,1,2-trichloorethaan <0.1 trichlooretheen <0.2 chloroform <0.2 vinylchloride <0.2 tribroommethaan <0.2 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

Monstercode en monstertraject 1 12985103-001 01 01

<25 <25 <25 <25 <50

S

I

RBK eis

338 3.2 60 45 0.18 45 152 45 432

625 6.0 100 75 0.30 75 300 75 800

20 0.20 2.0 2.0 0.050 2.0 2.0 3.0 10

0.20 7.0 4.0

15 504 77

30 1000 150

a

0.20 6.0

35 153

70 300

0.20 0.20 0.20 0.10 0.20 0.21 0.20

a

0.01

35

70

0.020

---

1/2(S+I)

1

a

--a a

a a a a

a

-----

7.0 7.0 0.01

454 204 5.0

900 400 10

0.20 0.20 0.10 0.10

0.01 0.01 0.80 0.80 0.80 0.80 0.01 0.01 0.01 0.01 24 6.0 0.01

10 500 40 40 40 40 20 5.0 150 65 262 203 2.5

20 1000 80 80 80 80 40 10 300 130 500 400 5.0 630

0.14 0.20 0.20 0.20 0.20 0.42 0.10 0.10 0.10 0.10 0.20 0.20 0.20 0.20

50

325

600

50

De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675. De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: * het gehalte is groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de streefwaarde te zijn. b gehalte is groter dan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).

SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl

Analyserapport

Blad 1 van 5

Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer

: Vinkelsestraat 139a, Vinkel : AM19027 : 12985103, versienummer: 1 : S13GJNF9

Rotterdam, 07-03-2019

Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM19027. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters en het project zijn overgenomen in dit analyserapport. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,

SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER KVK ROTTERDAM 24265286

Aeres Milieu BV

Blad 2 van 5

Analyserapport Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Vinkelsestraat 139a, Vinkel

Orderdatum 01-03-2019 Startdatum 01-03-2019 Rapportagedatum 07-03-2019

AM19027 12985103

- 1

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001

Grondwater (AS3000)

01 01

Analyse

Eenheid

Q

001

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

S S S S S S S S S

24 <0.20 2.5 3.9 <0.05 3.3 <2 5.4 <10

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

S S S S S S S

<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 1) 0.21 <0.2

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen µg/l S <0.02 GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan µg/l S 1,2-dichloorethaan µg/l S 1,1-dichlooretheen µg/l S cis-1,2-dichlooretheen µg/l S trans-1,2-dichlooretheen µg/l S som (cis,trans) 1,2µg/l S dichloorethenen (0.7 factor) dichloormethaan µg/l S 1,1-dichloorpropaan µg/l S 1,2-dichloorpropaan µg/l S 1,3-dichloorpropaan µg/l S som dichloorpropanen (0.7 µg/l S factor) tetrachlooretheen µg/l S tetrachloormethaan µg/l S 1,1,1-trichloorethaan µg/l S 1,1,2-trichloorethaan µg/l S trichlooretheen µg/l S chloroform µg/l S vinylchloride µg/l S tribroommethaan µg/l S

<0.2 <0.2 <0.1 <0.1 <0.1 1) 0.14 <0.2 <0.2 <0.2 <0.2 1) 0.42 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.2 <0.2 <0.2 <0.2

De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER KVK ROTTERDAM 24265286

Aeres Milieu BV

Blad 3 van 5

Analyserapport Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Vinkelsestraat 139a, Vinkel

Orderdatum 01-03-2019 Startdatum 01-03-2019 Rapportagedatum 07-03-2019

AM19027 12985103

- 1

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001

Grondwater (AS3000)

01 01

Analyse

Eenheid

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

Q

S

001

<25 <25 <25 <25 <50

De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER KVK ROTTERDAM 24265286

Aeres Milieu BV

Blad 4 van 5

Analyserapport Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Vinkelsestraat 139a, Vinkel AM19027 12985103

- 1

Orderdatum 01-03-2019 Startdatum 01-03-2019 Rapportagedatum 07-03-2019

Monster beschrijvingen

001

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

Voetnoten 1

De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER KVK ROTTERDAM 24265286

Aeres Milieu BV

Blad 5 van 5

Analyserapport Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Vinkelsestraat 139a, Vinkel

Orderdatum 01-03-2019 Startdatum 01-03-2019 Rapportagedatum 07-03-2019

AM19027 12985103

- 1

Analyse

Monstersoort

Relatie tot norm

barium

Grondwater (AS3000)

cadmium

Grondwater (AS3000)

kobalt

Grondwater (AS3000)

koper

Grondwater (AS3000)

kwik

Grondwater (AS3000)

lood

Grondwater (AS3000)

molybdeen

Grondwater (AS3000)

nikkel

Grondwater (AS3000)

zink

Grondwater (AS3000)

benzeen

Grondwater (AS3000)

tolueen

Grondwater (AS3000)

ethylbenzeen

Grondwater (AS3000)

o-xyleen

Grondwater (AS3000)

p- en m-xyleen

Grondwater (AS3000)

xylenen (0.7 factor)

Grondwater (AS3000)

styreen

Grondwater (AS3000)

naftaleen

Grondwater (AS3000)

1,1-dichloorethaan

Grondwater (AS3000)

1,2-dichloorethaan

Grondwater (AS3000)

1,1-dichlooretheen

Grondwater (AS3000)

cis-1,2-dichlooretheen

Grondwater (AS3000)

trans-1,2-dichlooretheen

Grondwater (AS3000)

som (cis,trans) 1,2dichloorethenen (0.7 factor) dichloormethaan

Grondwater (AS3000)

Conform AS3110-3 en conform NEN 6966 (meting conform NEN-ENISO 11885) Idem Idem Idem Conform AS3110-3 (meting conform NEN-EN-ISO 17852) Conform AS3110-3 en conform NEN 6966 (meting conform NEN-ENISO 11885) Idem Idem Idem Conform AS3130-1 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3110-4 Conform AS3130-1 Idem Idem Idem Idem Idem

1,1-dichloorpropaan

Grondwater (AS3000)

1,2-dichloorpropaan

Grondwater (AS3000)

Grondwater (AS3000)

1,3-dichloorpropaan

Grondwater (AS3000)

som dichloorpropanen (0.7 factor)

Grondwater (AS3000)

tetrachlooretheen

Grondwater (AS3000)

tetrachloormethaan

Grondwater (AS3000)

1,1,1-trichloorethaan

Grondwater (AS3000)

1,1,2-trichloorethaan

Grondwater (AS3000)

trichlooretheen

Grondwater (AS3000)

chloroform

Grondwater (AS3000)

vinylchloride

Grondwater (AS3000)

tribroommethaan

Grondwater (AS3000)

totaal olie C10 - C40

Grondwater (AS3000)

Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3110-5

Monster

Barcode

Aanlevering

Monstername

Verpakking

001 001 001

G6608702 B1817290 G6608701

01-03-2019 01-03-2019 01-03-2019

01-03-2019 01-03-2019 01-03-2019

ALC236 ALC204 ALC236

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER KVK ROTTERDAM 24265286

Bijlage 4 Akoestisch onderzoek

1

K+ Adviesgroep b.v.

Projectgegevens projectnaam: opdrachtgever: adviseur: databaseversie: situatie: uitsnede:

M19 070 Vinkelsestraat 139a te Vinkel Reland Locatieontwikkeling F 902 eerste situatie basismodel

omschrijving

verkeerslawaai

rekenhart:

16.5.2 (build0) kenhart16;rmg2012

aut. berekening gemiddeld maaiveld: alleen absorptiegebieden( geen hz-lijnen): standaard bodemabsorptie: rekenresultaat binnengelezen (datum):

0% 11-03-2019 15:50

rekenresultaat binnengelezen (tijd): maximum aantal reflecties:

1 graden

minimum zichthoek reflecties: maximum sectorhoek:

2 graden 5 graden

vaste sectorhoek:

2

methode aftrek110g:

per wnp per weg RMG2012/2014 a

WinHavik 9.0.2(build 3) (c) dirActivity-software

11-03-2019 15:50

2

K+ Adviesgroep b.v.

Bebouwing nr

3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41

z,gem m,gem 7.5 6.0 7.5 3.0 4.5 3.0 7.5 4.5 3.0 5.0 6.0 4.5 7.5 7.5 3.0 5.0 5.0 3.0 7.5 4.5 6.0 4.5 6.0 4.5 3.0 7.5 4.5 7.5 7.5 7.5 3.0 4.5 9.0 8.0 7.5 4.5 4.5 7.5 3.0

0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0

lengte

adres

34 83 65 32 25 17 27 22 19 28 33 19 33 70 23 44 66 36 36 90 38 31 45 45 30 31 24 48 25 37 16 28 59 66 45 25 16 40 23

WinHavik 9.0.2(build 3) (c) dirActivity-software

reflectie

kenmerk

80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80

11-03-2019 15:50

3

K+ Adviesgroep b.v.

Waarneempunten met rekenresultaten (*) IL: inc. maatregel, VL:inc aftrek, RL: inc prognosetoeslag

nr

z1

m1 adres

34

0.0

0.0

--

35

0.0

0.0

--

36

0.0

0.0

--

37

0.0

0.0

--

38

0.0

0.0

--

39

0.0

0.0

--

40

0.0

0.0

--

41

0.0

0.0

--

42

0.0

0.0

--

43

0.0

0.0

--

44

0.0

0.0

--

45

0.0

0.0

--

46

0.0

0.0

--

47

0.0

0.0

--

48

0.0

0.0

--

49

0.0

0.0

--

50

0.0

0.0

--

WinHavik 9.0.2(build 3) (c) dirActivity-software

huisnr type afw.toets refl kenmerk

rhart groep VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL

(0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0)

sh

wnh

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5

(^) VL: ex. optrektoeslag

dag avond

nacht

Lden

af Lden(*) Letm

af Letm(*)

dag(^) avond(^) nacht(^)

28.90 30.63 34.63 29.19 30.74 35.21 29.55 30.66 35.93 34.51 35.59 36.41 34.44 35.38 36.18 28.36 30.18 34.51 32.17 32.83 35.54 30.63 31.79 35.60 34.36 35.16 36.13 34.99 35.66 36.18 29.81 30.95 34.37 31.96 32.70 34.93 32.12 33.06 35.72 33.55 34.21 35.71 34.32 34.98 35.69 30.81 31.86 34.38 31.50

20.59 22.31 26.21 20.85 22.40 26.76 21.10 22.28 27.47 26.07 27.17 27.97 26.00 26.95 27.75 20.03 21.84 26.06 23.78 24.45 27.10 22.22 23.41 27.15 25.92 26.74 27.69 26.54 27.23 27.75 21.42 22.57 25.93 23.58 24.32 26.49 23.71 24.66 27.27 25.12 25.80 27.27 25.87 26.56 27.25 22.43 23.47 25.94 23.11

29.81 31.54 35.48 30.09 31.64 36.04 30.38 31.53 36.75 35.34 36.44 37.24 35.27 36.22 37.02 29.26 31.08 35.34 33.04 33.70 36.37 31.48 32.66 36.43 35.19 36.01 36.96 35.82 36.50 37.02 30.68 31.82 35.20 32.83 33.57 35.76 32.97 33.92 36.55 34.39 35.06 36.54 35.15 35.83 36.52 31.68 32.72 35.21 32.37

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

28.90 30.63 34.63 29.19 30.74 35.21 29.55 30.66 35.93 34.51 35.59 36.41 34.44 35.38 36.18 28.36 30.18 34.51 32.17 32.83 35.54 30.63 31.79 35.60 34.36 35.16 36.13 34.99 35.66 36.18 29.81 30.95 34.37 31.96 32.70 34.93 32.12 33.06 35.72 33.55 34.21 35.71 34.32 34.98 35.69 30.81 31.86 34.38 31.50

25.53 27.25 31.13 25.79 27.34 31.68 26.02 27.21 32.39 30.99 32.09 32.89 30.91 31.87 32.66 24.97 26.78 30.98 28.71 29.38 32.02 27.14 28.34 32.06 30.84 31.66 32.61 31.45 32.15 32.67 26.35 27.50 30.85 28.51 29.25 31.40 28.64 29.59 32.19 30.04 30.72 32.19 30.79 31.48 32.17 27.36 28.39 30.86 28.04

25 27 30 25 27 31 25 27 32 30 31 32 30 31 32 24 26 30 28 29 31 26 28 31 30 31 32 31 31 32 26 27 30 28 29 31 28 29 32 29 30 32 30 31 32 27 28 30 27

30.59 32.31 36.21 30.85 32.40 36.76 31.10 32.28 37.47 36.07 37.17 37.97 36.00 36.95 37.75 30.03 31.84 36.06 33.78 34.45 37.10 32.22 33.41 37.15 35.92 36.74 37.69 36.54 37.23 37.75 31.42 32.57 35.93 33.58 34.32 36.49 33.71 34.66 37.27 35.12 35.80 37.27 35.87 36.56 37.25 32.43 33.47 35.94 33.11

26 27 31 26 27 32 26 27 32 31 32 33 31 32 33 25 27 31 29 29 32 27 28 32 31 32 33 32 32 33 26 28 31 29 29 31 29 30 32 30 31 32 31 32 32 27 28 31 28

25.53 27.25 31.13 25.79 27.34 31.68 26.02 27.21 32.39 30.99 32.09 32.89 30.91 31.87 32.66 24.97 26.78 30.98 28.71 29.38 32.02 27.14 28.34 32.06 30.84 31.66 32.61 31.45 32.15 32.67 26.35 27.50 30.85 28.51 29.25 31.40 28.64 29.59 32.19 30.04 30.72 32.19 30.79 31.48 32.17 27.36 28.39 30.86 28.04

20.59 22.31 26.21 20.85 22.40 26.76 21.10 22.28 27.47 26.07 27.17 27.97 26.00 26.95 27.75 20.03 21.84 26.06 23.78 24.45 27.10 22.22 23.41 27.15 25.92 26.74 27.69 26.54 27.23 27.75 21.42 22.57 25.93 23.58 24.32 26.49 23.71 24.66 27.27 25.12 25.80 27.27 25.87 26.56 27.25 22.43 23.47 25.94 23.11

11-03-2019 15:50

4

K+ Adviesgroep b.v. (*) IL: inc. maatregel, VL:inc aftrek, RL: inc prognosetoeslag

nr

z1

m1 adres

huisnr type afw.toets refl kenmerk

51

0.0

0.0

--

52

0.0

0.0

--

53

0.0

0.0

--

54

0.0

0.0

--

55

0.0

0.0

--

56

0.0

0.0

--

57

0.0

0.0

--

58

0.0

0.0

--

59

0.0

0.0

--

60

0.0

0.0

--

61

0.0

0.0

--

62

0.0

0.0

--

63

0.0

0.0

--

64

0.0

0.0

--

65

0.0

0.0

--

66

0.0

0.0

--

67

0.0

0.0

--

WinHavik 9.0.2(build 3) (c) dirActivity-software

rhart groep VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL

(0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0) (0)

sh

wnh

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5

(^) VL: ex. optrektoeslag

dag avond

nacht

Lden

af Lden(*) Letm

af Letm(*)

dag(^) avond(^) nacht(^)

32.28 34.79 32.32 33.16 35.28 33.43 33.98 35.26 33.95 34.47 35.27 31.34 31.58 33.85 30.93 31.77 34.17 32.51 32.99 34.89 33.91 34.24 35.04 33.66 34.22 35.21 32.19 32.51 33.96 31.72 32.17 34.00 32.19 32.67 34.25 33.47 33.67 34.63 33.30 33.69 34.60 33.02 33.32 34.07 31.41 31.76 33.15 32.37 32.76 34.43 32.82 33.10

23.89 26.35 23.92 24.76 26.84 25.01 25.57 26.83 25.52 26.04 26.83 22.96 23.20 25.42 22.54 23.38 25.72 24.10 24.60 26.46 25.49 25.83 26.61 25.23 25.79 26.77 23.79 24.11 25.53 23.33 23.77 25.56 23.79 24.27 25.82 25.06 25.26 26.20 24.88 25.28 26.16 24.62 24.91 25.64 23.02 23.37 24.73 23.97 24.35 25.99 24.42 24.70

33.15 35.62 33.18 34.02 36.11 34.28 34.83 36.10 34.79 35.31 36.10 32.21 32.45 34.69 31.80 32.63 35.00 33.36 33.85 35.73 34.76 35.09 35.88 34.50 35.06 36.04 33.05 33.37 34.80 32.59 33.03 34.83 33.05 33.53 35.09 34.32 34.52 35.47 34.15 34.54 35.43 33.88 34.17 34.91 32.28 32.62 34.00 33.23 33.61 35.26 33.68 33.96

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

32.28 34.79 32.32 33.16 35.28 33.43 33.98 35.26 33.95 34.47 35.27 31.34 31.58 33.85 30.93 31.77 34.17 32.51 32.99 34.89 33.91 34.24 35.04 33.66 34.22 35.21 32.19 32.51 33.96 31.72 32.17 34.00 32.19 32.67 34.25 33.47 33.67 34.63 33.30 33.69 34.60 33.02 33.32 34.07 31.41 31.76 33.15 32.37 32.76 34.43 32.82 33.10

28.82 31.26 28.84 29.69 31.76 29.93 30.49 31.75 30.44 30.97 31.75 27.89 28.13 30.34 27.47 28.30 30.64 29.03 29.52 31.38 30.42 30.76 31.53 30.15 30.71 31.69 28.72 29.03 30.46 28.26 28.69 30.48 28.71 29.19 30.74 29.99 30.19 31.12 29.80 30.20 31.08 29.54 29.83 30.56 27.95 28.29 29.65 28.89 29.28 30.91 29.34 29.62

28 31 28 29 31 29 30 31 30 30 31 27 27 30 27 28 30 28 29 31 30 30 31 29 30 31 28 28 30 28 28 30 28 29 30 29 30 30 29 30 30 29 29 30 27 28 29 28 29 30 29 29

33.89 36.35 33.92 34.76 36.84 35.01 35.57 36.83 35.52 36.04 36.83 32.96 33.20 35.42 32.54 33.38 35.72 34.10 34.60 36.46 35.49 35.83 36.61 35.23 35.79 36.77 33.79 34.11 35.53 33.33 33.77 35.56 33.79 34.27 35.82 35.06 35.26 36.20 34.88 35.28 36.16 34.62 34.91 35.64 33.02 33.37 34.73 33.97 34.35 35.99 34.42 34.70

29 31 29 30 32 30 31 32 31 31 32 28 28 30 28 28 31 29 30 31 30 31 32 30 31 32 29 29 31 28 29 31 29 29 31 30 30 31 30 30 31 30 30 31 28 28 30 29 29 31 29 30

28.82 31.26 28.84 29.69 31.76 29.93 30.49 31.75 30.44 30.97 31.75 27.89 28.13 30.34 27.47 28.30 30.64 29.03 29.52 31.38 30.42 30.76 31.53 30.15 30.71 31.69 28.72 29.03 30.46 28.26 28.69 30.48 28.71 29.19 30.74 29.99 30.19 31.12 29.80 30.20 31.08 29.54 29.83 30.56 27.95 28.29 29.65 28.89 29.28 30.91 29.34 29.62

23.89 26.35 23.92 24.76 26.84 25.01 25.57 26.83 25.52 26.04 26.83 22.96 23.20 25.42 22.54 23.38 25.72 24.10 24.60 26.46 25.49 25.83 26.61 25.23 25.79 26.77 23.79 24.11 25.53 23.33 23.77 25.56 23.79 24.27 25.82 25.06 25.26 26.20 24.88 25.28 26.16 24.62 24.91 25.64 23.02 23.37 24.73 23.97 24.35 25.99 24.42 24.70

11-03-2019 15:50

5

K+ Adviesgroep b.v. (*) IL: inc. maatregel, VL:inc aftrek, RL: inc prognosetoeslag

nr

z1

m1 adres

68

0.0

0.0

WinHavik 9.0.2(build 3) (c) dirActivity-software

huisnr type afw.toets refl kenmerk

--

rhart groep VL VL VL VL

(0) (0) (0) (0)

sh

wnh

1 1 1 1

7.5 1.5 4.5 7.5

(^) VL: ex. optrektoeslag

dag avond

nacht

Lden

af Lden(*) Letm

af Letm(*)

dag(^) avond(^) nacht(^)

34.59 32.84 33.26 34.41

26.16 24.43 24.85 25.98

35.43 33.69 34.11 35.25

5 5 5 5

5 5 5 5

34.59 32.84 33.26 34.41

31.08 29.36 29.78 30.90

30 29 29 30

36.16 34.43 34.85 35.98

31 29 30 31

31.08 29.36 29.78 30.90

26.16 24.43 24.85 25.98

11-03-2019 15:50

6

K+ Adviesgroep b.v.

Rijlijnen snelheden

Intensiteiten nr z,gem

1

0.0

lengte wegdek 507 01 glad asfalt/DAB

WinHavik 9.0.2(build 3) (c) dirActivity-software

hellingcor. groep (1)

omschrijving Vinkelsestraat

kenmerk

art 110g vlicht

etm.intens. % periode 900.0

dag avond nacht

% 6.89 2.61 .86

licht middel 97.60 90.40 91.90

1.30 6.40 4.80

zwaar

1.10 3.20 3.20

motor

licht middel zwaar motor 60 60 60

60 60 60

60 60 60

11-03-2019 15:50

7

K+ Adviesgroep b.v.

Bodemabsorptie nr

lengte

absorptie [%]

1 2

2411 2104

100.0 100.0

WinHavik 9.0.2(build 3) (c) dirActivity-software

kenmerk

11-03-2019 15:50

K+ Adviesgroep b.v.

WinHavik 9.0.2(build 3) (c) dirActivity-software

8

11-03-2019 15:50

Bijlage 5 QuickScan externe veiligheid

Het plangebied bevindt zich op circa 1000 meter ten oosten van het centrum van Vinkel, in het buitengebied van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. De Vinkelsestraat, waar het plangebied (deels) aan is gelegen, loopt vanuit het westen bij de kern Vinkel richting het oosten / noordoosten naar de kern Heesch. Voor het plangebied geldt het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Maasdonk 2012’. Voor de Vinkelsestraat 139, 135 en 135a geldt de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’. De beoogde ontwikkelingen passen niet binnen de vigerende bestemming. Voorliggend onderzoek dient derhalve te worden uitgevoerd vanwege de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. Het onderzoek wordt uitgevoerd in de vorm van een quickscan. Op deze manier worden de risico’s en randvoorwaarden, maar ook de kansen voor een mogelijk ontwerp zichtbaar. Inleiding Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden.

Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Wanneer er sprake is van een situatie waarin externe veiligheid een rol speelt en waarin de overheid als bevoegd gezag een beslissing dient te nemen, moet beoordeeld worden of de situatie niet in strijd is met de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en dient het groepsrisico te worden verantwoord. De 'verantwoording van groepsrisico' is ingevoerd met de inwerkingtreding van het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen). Kort gezegd komt het er op neer dat het bevoegd gezag verantwoording aflegt over het groepsrisico en de maatregelen die getroffen zijn om dat risico zoveel mogelijk te beperken. Deze quickscan beschrijft derhalve vanuit de risicobronnen de consequenties voor de juridisch-planologische procedure. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Het Rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10-6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen jaar). Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10 -6. Het plaatsgebonden risico 10-6 is voor ruimtelijke besluiten vertaald naar grenswaarden en richtwaarden.

1901/141/JOW-06.2 pagina 2 van 9

De wetgeving is erop gericht om voor bestaande situaties geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, kantoren en hotels met een bruto oppervlakte > 1500 m2) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10-6 per jaar. Onderhavige woningen zijn kwetsbare objecten. Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10 -6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is. Daarnaast dient aangetoond te worden dat afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken. Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

De hoogte van het groepsrisico hangt af van: •

de kans op een ongeval;

•

het effect van het ongeval;

•

het aantal personen dat in de omgeving van de bron (inrichting of transportroute) verblijft;

•

de mate waarin de personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeluk.

Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen per hectare in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is, en hoe hoger het groepsrisico. Voor het groepsrisico als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over (spoor-)wegen en water en door buisleidingen geldt een verantwoordingsplicht voor het bevoegd gezag. In de toelichting bij een bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van een transportroute en een buisleiding dient het bevoegd gezag in te gaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden van zelfredzaamheid (beperkte verantwoording groepsrisico). Als het groepsrisico groter is dan de oriëntatiewaarde dient het bevoegd gezag altijd in te gaan op alle genoemde aspecten van het externe risico (uitgebreide verantwoording groepsrisico). De hoogte van het groepsrisico en de toename ervan volgen uit een risicoberekening, met behulp van het voorgeschreven rekenprogramma RBM II. In eenvoudige gevallen is de toepassing van vuistregels mogelijk.

Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in het plangebied in staat zijn zich op eigen kracht in veiligheid te brengen.

1901/141/JOW-06.2 pagina 3 van 9

Functie-indeling, infrastructuur, bebouwing, communicatie en alarmering kan op verschillende manieren op zelfredzaamheid inspelen. Zoals door het toepassen van luchtdichte afsluiting in de gebouwen, zodat mensen bij het vrijkomen van een toxische wolk veilig binnen kunnen blijven. Of het wegenplan zodanig inrichten dat de mensen van de risicobron weg kunnen vluchten. Ten behoeve van de zelfredzaamheid is het van belang dat er sirenes (Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS)) worden ingezet met de daarbij horende boodschap via radio, televisie en mobiele telefonie (NL-alert). Voorzieningen en maatregelen op het gebied van zelfredzaamheid leiden er toe dat mensen tijdig het gebied kunnen ontvluchten om zo zichzelf te redden of de ernst van hun verwondingen kunnen beperken. Zelfredzaamheid beïnvloedt hiermee het resteffect. Modelmatig zal dit effect niet altijd kunnen worden gekwantificeerd. Beheersbaarheid Beheersbaarheid richt zich op de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en daarmee verdere escalatie van een incident kunnen voorkomen.

Met maatregelen en voorzieningen op het gebied van beheersbaarheid kan escalatie van een incident worden voorkomen. Hierdoor wordt het groepsrisico in positieve zin beïnvloedt, neemt de zelfredzaamheid van personen toe en zal het resteffect ook lager uit kunnen vallen. De beheersbaarheid van het incident wordt mede bepaald door de aard van de betrokken stoffen in samenhang met de snelheid waarmee een incident zich ontwikkeld. Enkele maatregelen op het gebied van zelfredzaamheid en beheersbaarheid kunnen samenvattend zijn: •

extra sirenemasten plaatsen;

•

extra bluswatervoorzieningen aanleggen;

•

voldoende aanrijdroutes voor hulpverleningsdiensten en vluchtwegen voor gebruikers en bewoners aanleggen;

•

het toepassen van hittewerend of splinterwerend glas bij de risicozijden.

Wettelijk kader In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is wettelijk vastgelegd dat de risico’s van de aanwezige risicobronnen (inrichtingen) moeten voldoen aan de veiligheidsnormen. In de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn deze bepalingen en toepassingen van de veiligheidsnormen uitgewerkt. De risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en binnenwater zijn opgenomen in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Zo worden mensen die in de buurt van een risicobron wonen beschermd. Hierdoor moet bij een ruimtelijke besluit of een omgevingsvergunning milieu rekening worden gehouden met de voorgeschreven veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen en groepen. Aansluitend op het Bevi is ook het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Het Bevb regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten. Ook kan het Activiteitenbesluit richtlijnen bieden voor risicoafstanden (zoals bijvoorbeeld propaantanks).

1901/141/JOW-06.2 pagina 4 van 9

Inventarisatie Bij de inventarisatie van risicobronnen rondom het plangebied is gebruik gemaakt van de “Risicokaart Nederland” - www.risicokaartnederland.nl (samenwerking van het Rijk, de provincies en de gemeenten). Hierbij is een buisleiding als potentiële risicobron gevonden (zie navolgende figuur 2 en 3).

Figuur 2: Uitsnede risicokaart

Figuur 3: Uitsnede risicokaart met plangebieden omlijnd

1901/141/JOW-06.2 pagina 5 van 9

Beperkte verantwoording buisleiding A-527 Het plangebied is binnen de 1% letaliteitsgrens gelegen van buisleiding A-527 gelegen. Indien het plangebied binnen de invloedsgebied van een geprojecteerde of bestaande buisleiding ligt, dient het groepsrisico (beperkt) verantwoord te worden. Gelet op artikel 12 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen dient in geval van een buisleiding te worden getoetst en te worden beschouwd aan de hand van het volgende: a.

de aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken;

b.

het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-4 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10 -6 per jaar;

c.

indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door de exploitant van de buisleiding die dat risico mede veroorzaakt;

d.

andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de vooren nadelen daarvan;

e.

de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst;

f.

de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval;

g.

de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet.

Zoals in artikel 12, lid 3 is aangegeven vervallen de punten c t/m e indien: 1.

het ruimtelijk besluit betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding (in geval van toxische stoffen tussen de 1% letaliteitszone en de afstand waarop het plaatsgebonden risico gelijk is aan 10-8);

2.

het groepsrisico onder 0.1 * de oriëntatiewaarde blijft of als het groepsrisico minder dan 10% toeneemt.

Het groepsrisico verandert niet significant naar aanleiding van de beoogde ontwikkeling. Derhalve vervallen de punten c t/m e van artikel 12, en dient de verantwoordingsplicht beperkt ingevuld te worden. Populatiedichtheid Voor de bepaling van het groepsrisico is in het onderzoek de populatie rondom de aardgastransportleiding geïnventariseerd met behulp van de BAG-Populatieservice. Ook is informatie over de toekomstige invulling van het plangebied gebruikt. De beoogde ontwikkeling is deels in het invloedsgebied gelegen van voorgenoemde buisleiding. Uit de inventarisatie blijkt dat in de huidige situatie, bij een maximale bezettingsgraad en een geselecteerd oppervlak van 1,00 km², er 2 personen per hectare binnen het invloedsgebied van de buisleiding verblijven. De te verwachten dichtheid in de toekomstige situatie behelst een minimale

1901/141/JOW-06.2 pagina 7 van 9

stijging. Aangenomen wordt dat er 2,8 personen komen te wonen in de beoogde Ruimte-voorRuimte woning. Hiermee komt het aantal personen in het invloedsgebied van de buisleiding te liggen op 2,01 personen per hectare. Indien een groter gebied geselecteerd zou worden, zou het aantal personen per hectare afnemen in verband met het laag aantal personen aanwezig binnen de directe omgeving van het plangebied. Het groepsrisico per kilometer buisleiding Het groepsrisico neemt zeer beperkt toe en zal gelet op de omgeving van het plangebied beduidend lager zijn dan 10% van de oriëntatiewaarde. Het planvoornemen draagt geen significante bijdrage aan het groepsrisico. Vanwege het lage groepsrisico (kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde) hoeft niet ingegaan te worden op het groepsrisico per kilometer buisleiding. Bestrijding en beperking van omvang van ongeval De inrichting van het gebied is van belang bij het bestrijden van de calamiteit. Bij een dreigende breuk richt de brandweer zich op het veiligstellen van het gebied en het voorkomen van de ontsteking. De Gasunie kan de leiding inblokken indien uitstroming plaatsvindt. Het kan enkele uren duren voordat de leiding is leeggelopen. Indien een directe ontsteking plaatsvindt kunnen hulpdiensten door de hittestaling beperkt de fakkel benaderen om gewonden te helpen. Deze kan zelf niet geblust worden.

Effectbeperkende maatregelen op het gebied van zelfredzaamheid In het algemeen kan er bij zelfredzaamheid onderscheid gemaakt worden tussen uit schuilen en ontvluchten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijk gegeven om grote effecten bij een incident te voorkomen. Het maatgevende scenario voor ongevallen met aardgastransportleidingen is verticale uitstroming. Dit houdt in dat slachtoffers kunnen vallen door de warmtestraling en een drukgolf. Daarnaast kunnen rondvliegende brokstukken en/of glasscherven zware schade toebrengen aan zowel personen als gebouwen. Voor het plangebied geldt dat ten oosten genoeg vluchtwegen aanwezig zijn om het plangebied in geval van calamiteit kunnen ontvluchten. Het effect van een fakkelbrand is zichtbaar en hoorbaar. De vluchtwegen rondom het plangebied maken een goede ontvluchting mogelijk. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico. Het wordt geadviseerd om planvoornemen en voorliggend rapportage aan de Veiligheidsregio Brabant-Noord en de gemeente ‘s-Hertogenbosch voor te leggen voor concrete adviesmaatregelen. Het advies van de Veiligheidsregio dient toegevoegd te worden aan de toelichting. Conclusie Het plangebied met betrekking tot de beoogde ontwikkelingen ligt binnen het invloedsgebied van buisleiding A-527.

Ten aanzien van ontwikkeling B, het realiseren van een nieuwe burgerwoning, verandert de huidige situatie. Het groepsrisico neemt zeer beperkt toe en zal gelet op de omgeving van het plangebied beduidend lager zijn dan 10% van de oriëntatiewaarde. Het planvoornemen draagt geen significante bijdrage aan het groepsrisico. Wel is de verantwoordingsplicht voor ontwikkeling B beperkt ingevuld. De Veiligheidsregio dient om advies gevraagd te worden, welke aan de toelichting toe moet worden gevoegd. Hiermee rekening houdende vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor het planvoornemen.

1901/141/JOW-06.2 pagina 8 van 9

Wij gaan ervan uit u hiermee op passende wijze van dienst te zijn geweest. Met vriendelijke groet, Tritium Advies B.V.

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies BV.

1901/141/JOW-06.2 pagina 9 van 9

Bijlage 6 Waterparagraaf

Waterparagraaf Vinkelsestraat 135, 139 en 139a Vinkel

documentkenmerk: 1901/141/JOW-07, versie 3

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Beleid

2

2.1

Nationaal waterbeleid

2

2.2

Beleid Waterschap

3

2.3

Provinciaal beleid

5

2.4

Gemeentelijk beleid

6

3

Situatie plangebied

8

3.1

Grondwater

8

3.2

Oppervlaktewateren

9

3.3

Bodem

9

4

Waterbergingsopgave

10

4.1

Afvoer hemelwater

11

4.2

Aandachtspunten

13

5

Eindconclusie

14

documentkenmerk: 1901/141/JOW-07, versie 3

1 Inleiding Op de locaties Vinkelsestraat 135, 139 en 139a worden nieuwe woningen gerealiseerd en objecten gesloopt. De huidige bedrijfswoning aan de Vinkelsestraat 139 zal door de staking en sanering van het agrarische bedrijf moeten worden omgezet naar een burgerwoning. Op het perceel aan de Vinkelsestraat 139a wordt, na de sloop van de stal, een woning gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken zal het agrarisch bedrijf aan de Vinkelsestraat 135 opgeheven worden, zodat de bewoners daar kunnen blijven wonen. De bestemming zal gewijzigd worden naar een woonbestemming. Een gedeelte van de agrarische bouwvlakken wordt gewijzigd naar een woonbestemming (3x) en een gedeelte zal de agrarische bestemming blijven behouden, maar dan zonder bouwvlak.

Figuur 1: Gebied waarbinnen de ontwikkelingen zullen plaatsvinden

Om de realisatie van deze woningen en wijziging van bestemming mogelijk te maken zal een juridischplanologische procedure (buitenplanse procedure) worden doorlopen. Er wordt voor de locatie een aparte bestemmingsplanprocedure doorlopen om het nieuwe juridische kader vast te leggen waarmee de nieuwe woning gerealiseerd kan worden. In het kader van deze procedure is het aspect water beschouwd. De waterparagraaf maakt onderdeel uit van het nieuwe bestemmingsplan. Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water een sturende factor in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beide is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit en verdroging te voorkomen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. In de voorliggende waterparagraaf wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan.

pagina 1 van 14

documentkenmerk: 1901/141/JOW-07, versie 3

2 Beleid Voorliggende waterparagraaf is opgesteld om de nieuwbouw hydrologisch neutraal te kunnen realiseren. In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar het vigerend waterbeleid voor onderhavig plangebied. Hierbij zijn de belangen van het Rijk, waterschap Aa en Maas, provincie Noord-Brabant en gemeente 's-Hertogenbosch meegenomen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende paragrafen.

2.1 Nationaal waterbeleid In de afgelopen decennia heeft Nederland meerdere keren te kampen gehad met wateroverlast. Dit heeft geresulteerd in een omslag in het waterbeleid en het denken over water. Het kabinet heeft in december 2000 voor het Waterbeleid 21e eeuw drie uitgangspunten opgesteld, te weten anticiperen in plaats van reageren, niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van vasthouden-bergen-afvoeren en meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen. Belangrijk onderdeel in het waterbeleid is de watertoets. Nieuwe plannen en projecten moeten worden getoetst aan de effecten op veiligheid, wateroverlast en verdroging. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Het Waterbeleid 21e eeuw richt zich primair op het voorkomen van wateroverlast door overstroming vanwege veel neerslag in een korte tijd. Hieruit volgen richtlijnen voor de ruimtelijke inrichting van het gebied om wateroverlast tegen te gaan en de mogelijke technische maatregelen die kunnen worden ingezet. De maatregelen kunnen worden ingedeeld in de voorkeursvolgorde van vasthouden, bergen en afvoeren.

De doelstelling van deze maatregelen is een afvoer te realiseren die niet groter is dan de landbouwkundige afvoer. Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Een belangrijke verandering na het in werking treden van de Waterwet is de onderverdeling in het bevoegde gezag met betrekking tot directe en indirecte lozingen. Alle indirecte lozingen vallen onder het Wabo bevoegde gezag (gemeente en provincie). Alle directe lozingen vallen onder het bevoegde gezag voor de Waterwet (waterschappen voor de regionale wateren en Rijkswaterstaat voor de Rijkswateren). De directe lozingen vallen onder de Waterwet (Wtw). De indirecte lozingen zijn opgegaan in de Wet milieubeheer (Wm) en vallen inmiddels onder de omgevingsvergunning (Wabo). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de Rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren.

Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Binnen het plangebied spelen vanuit het Barro geen nationale belangen voor het plangebied.

pagina 2 van 14

documentkenmerk: 1901/141/JOW-07, versie 3

2.2 Beleid Waterschap Het plangebied maakt deel uit van het stroomgebied Aa en Maas. Het waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeleid in en om onderhavig plangebied in de gemeente 's-Hertogenbosch. Het waterschap zorgt ervoor dat er voldoende water is en dat dit water een goede kwaliteit heeft. Om deze taak goed uit te voeren, zijn wettelijke regels nodig, ook op en langs het water. Deze regels staan in de Keur van het waterschap en gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van waterschap Aa en Maas. Het waterschap stelt ter concretisering van het waterhuishoudkundig beleid kaartmateriaal vast. Voor wat betreft de aanwijzing van de gebieden waarvoor een vergunning voor het lozen in en afvoeren naar oppervlaktewateren is vereist, is dit ook een taak van het waterschap. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het ‘Waterbeheerplan 2016 - 2021’. Het beschrijft de hoofdlijnen van het beheer van het water- en zuiveringssysteem voor de periode 2016-2021. De missie van het waterschap hierbij is: “het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten”.

Voor een duurzaam waterbeheer hanteert het waterschap een vijftal doelstellingen: -

zorg voor een duurzame watervoorziening;

-

zorg voor een veilig en bewoonbaar gebied (minimaliseren van wateroverlast);

-

zorg voor gezond, natuurlijk schoon water;

-

vergroten van de ecologische en landschappelijke betekenis van water;

-

optimaliseren van de inspanningen van de waterbeheerder.

Waterschap Aa en Maas vraagt aandacht voor onderstaande watertoetsuitgangspunten ter realisatie van een praktisch watersysteem dat schoon, veilig, robuust en mooi is: -

ontwikkelen op een hoge en droge locatie. Indien dit niet lukt dan dienen aanvullende maatregelen te worden genomen waarmee wateroverlast voldoende wordt tegengaan;

-

gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater;

-

voorkomen van vervuiling van water;

-

voor schoon hemelwater gelden de afwegingsstappen: hergebruik-infiltratiebufferingafvoer;

-

hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO). Een ontwikkeling mag niet leiden tot een hydrologische achteruitgang in en buiten het plangebied, of een hydrologisch knelpunt vormen voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruiksfuncties. Concreet betekent dit dat: o

de afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie;

o

de grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt;

o

grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties;

o

(grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied;

o

het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied.

-

water positief laten bijdragen aan de belevingswaarde van de omgeving;

-

water onderdeel te laten zijn van meervoudig ruimtegebruik om schaarse ruimte efficiënt te benutten;

-

ruimteclaims voor watergerelateerde onderwerpen in ruimtelijke plannen verwerken.

pagina 3 van 14

documentkenmerk: 1901/141/JOW-07, versie 3

Aan de hand van deze waterparagraaf wordt toegelicht hoe het waterbeleid is vertaald naar de waterhuishoudkundige inrichting in het plangebied. De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. Keur Aa en Maas 2015 In de keur is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: 

het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of;

de toename van het verhard oppervlak maximaal 2000 m² is, of;

de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak;

de toename van het verhard oppervlak tussen 2000 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel.

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater De drie Brabantse waterschappen (Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta) hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de 'Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 2000 m², 2000 m² tot 10.000 m² en meer dan 10.000 m². Wanneer de toename van het verhard oppervlak meer is dan 2000 m2 is er vanuit het waterschap een compensatieverplichting. Watertoets De ‘watertoets’ is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten.

Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Uit de ingevoerde gegevens volgt dat er sprake is van een ruimtelijk plan waarbij het plangebied buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen valt. In deze fase van de planvorming kan volgens het waterschap worden volstaan met dit automatisch gegeneerd wateradvies.

pagina 4 van 14

documentkenmerk: 1901/141/JOW-07, versie 3

2.3 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is onder andere verwoord in het ‘Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021’. Het plan staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Het document vormt de strategische basis voor het Brabantse waterbeleid en waterbeheer, voor de korte en lange termijn. Het Waterplan houdt rekening met duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het is een breed gedragen beleidsplan, omdat het tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met veel belanghebbende (water)partijen in Brabant. De beleidsdoelen zijn ondergebracht in drie integrale thema’s: gezonde fysieke leefomgeving, veilige fysieke leefomgeving en groene groei. De verschillende wateronderwerpen zijn ondergebracht bij deze drie integrale thema’s. Deze onderwerpen zijn: -

voldoende en schoon water voor mens, dier en plant;

-

aanvaardbare risico’s vanuit hoogwater;

-

duurzame zoetwatervoorziening.

Belangrijke thema’s hierbij zijn de verbetering van de waterkwaliteit, de verdrogingsbestrijding en een meer natuurlijke inrichting van de watersystemen (waaronder beekherstel en de aanleg van ecologische verbindingszones). Ook vanuit het provinciale beleid is steeds meer aandacht voor een klimaatbestendige stedelijke en landelijke ontwikkeling. Het PMWP fungeert voor een aantal ruimtelijk relevante wateronderwerpen tevens als structuurvisie.

Figuur 2: Uitsnede provinciaal plan (plangebieden rood omcirkeld)

In figuur 2 is te zien dat het plangebied is gelegen binnen een geel gekleurd gebied. In het PMWP is dit gele gebied aangeduid als ‘water voor het gemengd landelijk gebied’. Hieronder vallen de aanduidingen ‘gemengd landelijk gebied’ en ‘accentgebied agrarische ontwikkeling’ uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening. Randvoorwaarden zijn de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water en afstemming met de maatregelen voor de Natura 2000-gebieden en de Natte

pagina 5 van 14

documentkenmerk: 1901/141/JOW-07, versie 3

natuurparels. Voor het overige geldt geen specifiek beschermingsbeleid. Er zijn geen Natura 2000gebieden of Natte natuurparels gelegen in de buurt van het plangebied. Daarmee gelden er geen regels voor dit onderhavig planvoornemen. De Grote Wetering, gelegen ten zuiden van het plangebied, is aangeduid als ‘waterloop’ met als ecologische functie ‘verweven’. Verder geldt voor de waterloop de term ‘natte ecologische verbindingszone met een wateropgave’, ‘zoekgebied voor behoud en herstel watersystemen’, ‘KRW-oppervlaktewaterlichaam’ en ‘landelijke hoofdstructuur’. Het plangebied is gelegen buiten deze aanduidingen waardoor deze derhalve niet van invloed zijn op de planontwikkeling. Het plangebied is niet gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone.

2.4 Gemeentelijk beleid Sinds 1 januari 2008 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het hemelwater, het afvalwater en het grondwater. Het hemelwaterbeleid gemeente 's-Hertogenbosch (2016-2021) verantwoordt aan de inwoners van de gemeente 's-Hertogenbosch de ambities en bijbehorende maatregelen en middelen op watergebied. Bij de realisatie van (nieuwe) bebouwing wordt het scheiden van waterstromen nagestreefd. Bij rioolvervanging wordt, mits kosteneffectief, actief beleid gevoerd op het afkoppelen van hemelwater en scheiden van waterstromen. Voor het afkoppelen van dakvlakken op particulier terrein wordt bij bestaande bouw een doelmatigheidstoets uitgevoerd. Bij het infiltreren van het regenwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: infiltreren waar het kan, bufferen waar mogelijk en als het niet anders kan, afvoeren. Zorgplicht hemelwater De zorgplicht hemelwater valt onder de Waterwet (in de toekomst Omgevingswet). In artikel 3.5 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1.

De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.

2.

De gemeente draagt eveneens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater en het afvoeren naar een zuiveringstechnisch werk.

Waterplan 2016 's-Hertogenbosch (2017) Het Waterplan ‘Waterstad 2016 – Beleidsplan voor een klimaatbestendig, robuust en mooi watersysteem’ is door de gemeenteraad ’s-Hertogenbosch vastgesteld op 31 januari 2017. Het betreft een koepelplan voor alle waterzaken, met als doel het bewerkstelligen van een klimaatbestendig, robuust en mooi watersysteem. Er wordt ingezet op het treffen van specifieke maatregelen om het watersysteem robuuster en aantrekkelijker te maken, en de integratie van deze acties met andere beleidsvelden te versterken. Voor iedere m² verharding die wordt vervangen of opnieuw aangelegd geldt de eis van 60 mm hemelwaterberging.

pagina 6 van 14

documentkenmerk: 1901/141/JOW-07, versie 3

Hemelwaterbeleid gemeente 's-Hertogenbosch (2016-2021) Het waterbeleid van de gemeente ’s-Hertogenbosch is vastgelegd in het ‘Hemelwaterbeleid (2016-2021)’ en de gemeentelijke verordening ‘Hemelwater en Grondwater 2017’ dat door de gemeenteraad is vastgesteld en geeft de kaders aan waarbinnen de afvoer van het hemelwater vorm moet krijgen. De belangrijkste uitgangspunten uit het hemelwaterbeleid zijn: 1.

het hemelwater en afvalwater moet gescheiden worden aangeboden op de perceelgrens;

2.

(grond)wateroverlast moet worden voorkomen;

3.

bij het beoordelen van de omgang met het hemelwater moet ook het effect op de oppervlaktewaterkwaliteit worden beoordeeld. Het hemelwater is in principe schoon en kan ofwel worden afgevoerd naar het oppervlaktewater ofwel direct worden geïnfiltreerd in de bodem. Hierbij geldt wel dat het hemelwater niet via vervuild oppervlak naar de bodem of oppervlaktewater afstroomt.

Hiernaast geldt voor het verwerken van het hemelwater de voorkeursvolgorde vasthouden (hergebruik en infiltratie), bergen (bovengrond en ondergronds) en als laatst afvoeren. Verder wordt hydrologisch neutraal ontwikkelen belangrijk gevonden. Een ontwikkeling mag niet leiden tot een hydrologische achteruitgang zowel binnen als buiten het projectgebied. Ook mogen er geen hydrologische knelpunten ontstaan voor de huidige en vastgelegde toekomstige landschapsfuncties. Dit betekent dat: 1.

de afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie;

2.

de grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt;

3.

grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties;

4.

(grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied;

5.

het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied.

Daarnaast beschouwt de gemeente 's-Hertogenbosch water als kans voor meervoudig ruimtegebruik en voor meer belevingswaarde. De volgende uitgangspunten worden nagestreefd bij de advisering voor waterbergingsmogelijkheden op het perceel: 

bij elke ingreep geldt al de al aanwezige totale hoeveelheid waterberging niet af mag nemen ten opzichte van de huidige staat;

bij kleine ontwikkelingen (tot en met 2000 m²) is een waterberging van minstens 60 mm per m² verhard oppervlak vereist binnen de perceelgrenzen;

de aanleg van een groen dak wordt actief gestimuleerd. Groene daken hebben meerdere voordelen, waaronder een berging van gemiddeld 15 mm/m². Er worden geen aanvullende hemelwaterbergingseisen gesteld voor groene daken. De norm van 60 mm geldt niet voor het oppervlak aan groen dak.

pagina 7 van 14

documentkenmerk: 1901/141/JOW-07, versie 3

3 Situatie plangebied Het plangebied is gelegen aan de Vinkelsestraat 135, 139 en 139a. De Vinkelsestraat 135 is 2998 m² groot en betreft het kadastrale perceel gemeente Nuland, sectie E, nummer 2462. De Vinkelsestraat 139 is 3575 m² groot en betreft het kadastrale perceel gemeente Nuland, sectie E, nummer 2061. De Vinkelsestraat 139a is 8745 m² groot en betreft het kadastrale perceel gemeente Nuland, sectie E, nummer 2062. Het totale gebied waarop de ontwikkelingen plaatsvinden bedraagt 15.318 m².

Figuur 3: Toekomstige situatie

3.1 Grondwater Uit het rapport “Verkennend bodemonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel, Aeres Milieu d.d. 29 maart 2019 met kenmerk AM19027” is gebleken dat de grondwaterstand op 1 m-mv ligt. De regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater is noordwestelijk en bevindt zich op een hoogte van 5,5+ NAP. De bodemkaart van de provincie Noord-Brabant laat zien dat het gemiddeld laagste grondwater (GLG) tussen de 140 en 160 centimeter beneden maaiveld is gelegen. Het gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ligt tussen de 60 en 80 centimeter. Voor zover bekend vinden in de directe omgeving van de locatie geen grootschalige grondwateronttrekkingen plaats die een directe invloed hebben op de grondwaterstand en grondwaterstroming op de locatie. Potentiële risicovolle locaties voor grondwateroverlast komen voor indien grondwater wordt gevonden op een diepte van < 0,8 m-mv. Het gemiddeld hoogste grondwaterstand ligt tussen de 60 en 80 centimeter. Binnen dit plangebied is daarmee sprake van potentieel grondwateroverlast. In het grondwater op locatie Vinkelsestraat 139a zijn lichte verontreinigingen gevonden met kwik en lood.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10609924/1