Brief verkenner aan de gemeenteraad
Tekst van het document
31 maart 2022
Geachte leden van de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch,
Afgelopen 14, 15 en 16 maart hebben ook in 's-Hertogenbosch de gemeenteraadsverkiezingen plaatsgevonden. De lijsttrekker van D66, na de verkiezingen de grootste partij, heeft mij na consultatie van alle lijsttrekkers gevraagd te verkennen wat de inhoudelijke opgaven zijn voor de gemeente en met welke coalitie deze opgaven het beste aan te pakken zijn. Ik heb hiervoor gesproken met de lijsttrekkers en hun secondanten van alle zestien in de raad gekozen partijen. Ook heb ik op drie momenten de burgemeester bijgepraat. Ik ben tijdens de gesprekken ondersteund door de griffie van de gemeenteraad. Ik wil graag mijn dank uitspreken voor deze ondersteuning die ik als bijzonder prettig heb ervaren. Met deze brief doe ik verslag van mijn bevindingen van het verkenningsproces en geef ik een advies over het vervolg. In de brief zal ik de indeling aanhouden die ook tijden de gesprekken met partijen heb gebruikt. Ik zal achtereenvolgens ingaan op de duiding van de verkiezingen, de inhoudelijke verschilpunten, de samenstelling van de coalitie, de vorm van het coalitieakkoord en tenslotte de verhouding met de stad en in de raad. Bij deze brief zijn als bijlagen toegevoegd de zestien geaccordeerde gespreksverslagen en de brieven die sommige fracties mij aanvullend hebben toegestuurd.
Duiding verkiezingen Breed gedragen in de raad is de bezorgdheid over de lage opkomst, deze is gedaald van 52,3% in 2018 naar 48,3% in 2022. Over de mogelijke oorzaken hiervan is tijdens de gesprekken veel gefilosofeerd. Sommige partijen wijten het aan de cultuur van de gemeente. Er wordt te weinig naar de mensen geluisterd, er is te veel gedoe in de gemeenteraad en er wordt onvoldoende constructief samengewerkt. De vergelijking met de opkomst in andere grote Brabantse gemeenten leert echter dat als de cultuur van de gemeente al meespeelt, dit eerder een positief effect heeft dan een negatief effect. Breda komt met iets meer dan 47% opkomst nog enigszins in de buurt van 's-Hertogenbosch, maar Eindhoven en Tilburg hobbelen hier met percentages van iets meer dan veertig procent ver achteraan. In Helmond werd de veertig procent opkomst zelfs niet gehaald. Andere partijen wijzen naar de landelijke politieke cultuur, waardoor mensen en de lagere inkomensgroepen in het bijzonder zich van de politiek afkeren, omdat ze zich niet gehoord voelen. Tegelijkertijd was het opkomstpercentage bij de laatste Tweede Kamerverkiezing in 's-Hertogenbosch 79%, meer dan dertig procent hoger dan bij de gemeenteraadsverkiezingen. Dat verschil is niet te verklaren uit een algemene afkeer van de politiek. Ik vermoed dat de hoofdoorzaak meer in de tragiek van het lokale bestuur ligt.
De bestuurslaag die het dichtst bij de burger staat, maar toch relatief onbekend is. Met de moderne communicatiemiddelen komt de landelijke politiek iedere dag in je huiskamer, maar om de lokale politiek te volgen moet je flink je best doen. Voor heel veel mensen is dit een stap te ver; ze kennen de partijen onvoldoende om een keuze te kunnen maken en je beter informeren is iets voor een selecte groep mensen. Het lijkt er bovendien op dat bij de toename van het aantal partijen, de partijen meer naar het midden trekken en steeds meer op elkaar gaan lijken. Om potentiële kiezers naar de stembus te krijgen is het echter essentieel dat er iets te kiezen valt. Over de duiding van de uitslag is meer overeenstemming. Men ziet dat de raad als geheel progressiever is geworden, dat de coalitie iets heeft gewonnen en dat de verhouding lokale partijen – landelijke partijen ruwweg gelijk is gebleven. De landelijke trend waarin lokale partijen een steeds groter aandeel in het lokaal bestuur krijgen, heeft in ’s-Hertogenbosch nog niet echt voet aan de grond gekregen. Ik wil hierbij opmerken dat ik de tegenstelling lokale partijen tegenover landelijke partijen in
1
de lokale politiek wat overtrokken en gekunsteld vindt. Ook landelijke partijen bestaan in gemeenten uit lokale afdelingen die gevormd worden door mensen die verbonden zijn met de stad en haar inwoners en die zich druk maken over de lokale problemen. Daarnaast heeft er in de raad een enorme versplintering plaatsgevonden met zestien fracties in het totaal en een landelijk ongeëvenaard aantal van zeven éénmansfracties. De winst van de kleine fracties is echter niet ten koste van de grotere fracties gegaan, maar vooral ten koste van andere kleine fracties. Alles bij elkaar opgeteld zijn de verhoudingen in de raad niet echt ingrijpend veranderd.
Op welke belangrijke thema's zijn er verschillen tussen de partijen Wat opvalt is dat er door de partijen bijna geen onbespreekbare punten worden benoemd. Verschillen liggen vaak in de nuance en zijn bespreekbaar. Aan de ene kant is dit positief. Partijen stellen zich constructief op en voor de bestuurbaarheid van de stad kan dit een groot pluspunt zijn. De keerzijde is dat de standpunten en de partijen wel erg op elkaar gaan lijken en de scherpte ontbreekt. Het risico is dat het debat voortkabbelt en iedere concreetheid en scherpte wordt vermeden om maar niet buiten de boot te vallen in de gemeenteraad. In een tijd waarin scherpe keuzes onvermijdelijk zijn, is het de vraag of dit voor de langere termijn een wenselijke werkwijze is. Onderwerpen die vaak aan de orde kwamen en waar in mijn optiek afspraken over gemaakt zouden moeten worden zijn de volgende: •
•
•
Klimaat/duurzaamheid: De klimaatdoelen voor 2030 liggen vast en worden breed gedeeld, maar uit de gesprekken blijkt dat partijen zeker niet hetzelfde beeld hebben van de wijze waarop je dit het beste zou kunnen invullen. Er moeten windmolens in de Rosmalense Polder komen, maar hoeveel is nog niet concreet afgesproken. Kan het aantal windmolens omlaag als er meer zonenergie op daken wordt opgewekt? Zonder afspraken hierover bestaat het risico dat dit gedurende de periode verlammend gaat werken. Er is inmiddels een redelijk beeld van de aantallen waar het in de praktijk om gaat. Maak hier met elkaar afspraken over om tempo in de uitvoering te garanderen. Een aantal partijen heeft de wens uitgesproken om de doelstelling om de gemeente klimaatneutraal te maken te versnellen van 2050 naar 2040. Hier zijn in de gesprekken weinig principiële bezwaren tegen ingebracht, maar partijen spraken wel hun twijfel uit of dit praktische haalbaar is en concreet genoeg te maken is. Tijdens verdere gesprekken zal dit nadrukkelijk aan de orde moeten komen. Wees zeker ook op dit beleidsterrein voorbereid en alert op landelijke ontwikkelingen en kansen. Het nieuwe kabinet heeft hiervoor immers een ambitieuze investeringsagenda afgesproken. Woningbouwopgave: Dit is voor alle partijen een belangrijk onderwerp.
Breed gedeeld is de wens om het gereguleerde deel van de woningmarkt te laten toenemen ten koste van het niet gereguleerde deel. Sommige partijen zoeken dit echter in het vergroten van het aandeel sociale woningbouw en andere partijen meer in het versterken van het middensegment. Tegelijkertijd werd door een aantal partijen het belang gerelativeerd van de precieze mix van woning categorieën. Het bouwtempo is ook belangrijk om woningzoekenden op korte termijn perspectief te kunnen bieden, terwijl het inzetten op de bouw van meer tijdelijke woningen ook kan helpen. Ook is een aantal keer opgemerkt dat je de afgesproken mix van woningtypes niet op postzegelniveau moet doorvoeren, het gaat uiteindelijk om een goede mix in de stad als geheel. Onder de oppervlakte schemert daarnaast nog een discussie over burgerparticipatie bij binnenstedelijk bouwen. Binnenstedelijk bouwen leidt vaak tot weerstand in de omgeving van de locaties. Het zou goed zijn om afspraken te maken over de wijze waarop de omgeving inbreng kan leveren op dit soort plannen en hoe deze inbreng wordt ingepast in de besluitvorming. Bereikbaarheid: Het onderwerp bereikbaarheid is een voorbeeld van hoe discussies in de stad kunnen gaan. Over de oostelijke ontsluitingsweg in Rosmalen en het doortrekken van de Vogelstraat wordt al heel lang gepraat, maar een definitief besluit blijft uit.
Dat is slecht voor de slagkracht van de gemeente en belanghebbenden blijven hierdoor te lang in onzekerheid over wat er gaat gebeuren. Blijf dit soort discussie niet steeds opnieuw voeren, maar hak knopen door ook als niet iedereen tevreden is. Daarnaast blijkt uit de gesprekken dat er spanning zit op het begrip ‘autoluwe binnenstad’. Als je niet goed definieert wat je hiermee bedoelt loop je hier als coalitie op
2
•
•
•
•
een gegeven moment tegenaan. Maak hier dus afspraken over en kijk ook nadrukkelijk hoe je dit samen met belanghebbenden kan doen. Tegengaan ongelijkheid: Dit thema is niet door iedereen genoemd, maar is voor een aantal partijen wel een essentieel onderdeel van een coalitieakkoord, omdat je als gemeente hierop het verschil kan maken. Het gaat dan om onder andere het bestrijden van sociaaleconomische gezondheidsverschillen, huiswerkbegeleiding voor alle kinderen, talentontwikkeling en groen in alle wijken. Voornaamste punt van discussie is hoeveel extra geld je hierin wilt investeren. Een punt wat hier mee samenhangt is de opvang van asielzoekers en het draagvlak hiervoor binnen de gemeente. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft zich op dit punt altijd laten kennen als een gastvrije stad. Het is zeker niet onmogelijk dat in de komende tijd hierop door het rijk een beroep zal worden gedaan. Een goed verhaal richting de eigen inwoners is op dat moment een vereiste. Veiligheid: Op het gebied van veiligheid spelen twee onderwerpen. Allereerst gaat het om het aantal boa's van de gemeente. Er lijkt brede steun voor het structureel maken van de vier boa's die nu met incidenteel geld worden gefinancierd, maar de vraag is of er nog extra moet worden geïnvesteerd als dit bijvoorbeeld wenselijk lijkt op grond van de wijkveiligheidscans.
Ten aanzien van de coffeeshops is er een breed gedragen overtuiging dat het primaire probleem van de coffeeshops de (verkeers)overlast is. Met name in de Hinthamerstraat speelt dit. Oplossingen zouden een extra coffeeshop, verplaatsing naar de randen van de stad en betere handhaving kunnen zijn. Partijen zitten hier over het algemeen niet principieel in; als het werkt is het acceptabel. Stadspromotie en cultuur: Rode draad in de gesprekken is dat cultuur belangrijk is voor de stad en ook geld mag kosten. Dat kan betekenen dat gemeente investeert in een nieuwe plek voor het Designmuseum. Het lijkt mij verstandig om hier met elkaar afspraken over te maken. Breed gedeeld is verder dat binnen de stadspromotie termen als ‘Cultuurstad van het Zuiden’ en ‘Den Bosch Datastad’ tot nu toe onvoldoende lading hebben gekregen. Het is veel partijen onduidelijk wat er met de termen wordt bedoeld en of het meer is dan alleen stadspromotie. Als je ervoor kiest om deze termen centraal te zetten, geef er dan ook invulling aan. Wat dat betreft is het illustratief dat geen van de partijen de term AgriFood Capital noemde, die een paar jaar geleden nog als merknaam voor de stad werd gepromoot. Een punt dat door partijen niet als verschilpunt is benoemd, maar waar zeker afspraken over moeten worden gemaakt, is de wijze waarop ’s-Hertogenbosch de andere overheden tegemoet gaat treden.
Landelijk is een nieuw kabinet aangetreden met een uitgebreide investeringsagenda en ook provinciaal en Europees liggen er volop mogelijkheden voor cofinanciering van gemeentelijke plannen. Dit vraagt om een veel krachtigere lobby dan de afgelopen jaren van de grond is gekomen. Het is essentieel dat hier afspraken over worden gemaakt om de komende periode de achterstand in te halen.
Als laatste wil ik nog iets zeggen over de financiën; alle goede voornemens moeten tenslotte wel betaald kunnen worden. Uit de gesprekken zijn mij drie dingen gebleken. Ten eerste dat de gemeente financieel gezond is en aanzienlijke reserves heeft, ook al is er nog veel onzekerheid over de precieze uitwerking van het rijksbeleid. Het tweede punt is dat de Ozb in ’s-Hertogenbosch vergeleken met de meeste andere grote gemeenten relatief laag is. Dit kan natuurlijk een doel zijn, maar dit betekent vanzelfsprekend ook dat de ruimte voor de invulling van ambities kleiner is. Ten derde is gebleken dat er op financieel vlak weinig taboes zijn overgebleven. Zo is een ‘oud voor nieuw’ operatie voor bijna iedereen voorstelbaar, ook al denkt een aantal partijen dat er weinig meer te halen valt. Aan de andere kant kan een verhoging van de Ozb met meer dan de inflatiecorrectie bij een aantal partijen op weinig enthousiasme rekenen, maar is dit wel bespreekbaar als er een goede bestemming voor de opbrengst is. Belangrijk onderdeel van het financiële plaatje zijn de Essentgelden die deze periode vrijvallen. Deze zijn nu tegen een behoorlijk rentepercentage weggezet en de rente draagt voor een substantieel deel mee aan de dekking van de begroting. Op eenzelfde manier wegzetten van het bedrag gaat waarschijnlijk niet lukken.
Onderdeel van de opgave voor de volgende periode is om te kijken hoe je het best met deze gelden kunt omgaan.
3
Coalitiesamenstelling Uit de gesprekken is een aantal wensen naar voren gekomen. Door veel partijen is aangegeven dat het huidige aantal van vijf wethouders te weinig is voor een stad als 's-Hertogenbosch en dat er minimaal zes wethouders zouden moeten zijn. Hierbij wordt vooral verwezen naar een tekortschietende lobbykracht en het gevoel is dat vergelijkbare gemeenten dit beter doen dan 'sHertogenbosch. Daarnaast is breed geconcludeerd dat de raad én progressiever van samenstelling is geworden én dat de huidige coalitie heeft gewonnen en dat je dit in de samenstelling van de coalitie zou moeten terugzien. De meest voor de hand liggende manier om dit te bereiken is door aan de huidige coalitie een progressieve partij toe te voegen of door binnen de huidige coalitie een conservatieve(re) fractie in te wisselen voor een progressieve fractie. Voor verdergaand sleutelen aan de coalitie door bijvoorbeeld twee partijen in de coalitie te ruilen voor twee nieuwe partijen is weinig steun in de raad. Tenslotte is er uit de gesprekken naar voren gekomen dat er een beperkt draagvlak is voor een model waarbinnen een vijfpartijencoalitie, één of twee partijen een extra wethouder leveren. Voor een partijloze wethouder (Tilburgs model) als zesde wethouder is er binnen de raad geen steun.
Concreet betekent dit dat het aan de bestaande coalitie toevoegen van een extra partij, de variant is met de meeste draagvlak om het gewenste aantal van zes wethouders te bereiken. Op basis van het aantal zetels zouden dan in principe alle fracties nog in aanmerking komen. Gelet op de verhoudingen in een coalitie ligt het echter niet voor de hand om de partijen met één zetel een wethouder in het college te laten leveren. Dat geldt in mindere mate ook voor de partijen met twee zetels. Leefbaar ’sHertogenbosch heeft in het gesprek bovendien aangeven te gaan voor een constructieve oppositierol. De SP heeft bij de verkiezingen verloren en ligt ook vanuit die optiek minder voor de hand als coalitiepartner. Als meest logische keuze blijft dan over om of de PvdA of De Bossche Groenen aan de coalitie toe te voegen. In beide gevallen zou dit inhoudelijk geen probleem moeten zijn, omdat er met zowel D66 als GroenLinks veel programmatische overeenstemming is. Uit een aantal indringende gesprekken is mij gebleken dat er binnen de bestaande coalitie onvoldoende vertrouwen is in samenwerking met De Bossche Groenen. Dat is voor mij een gegeven, maar ook iets waarvan ik vind dat partijen onderling nog eens goed met elkaar het gesprek aan moeten gaan.
Afpellend betekent dit binnen de huidige politieke constellatie, dat een zespartijencoalitie bestaande uit D66, VVD, GroenLinks, Rosmalens Belang, CDA en PvdA het meest kansrijk is om tot een daadkrachtig en stabiel college te komen. Dit voldoet aan de wens van zes wethouders en kent binnen de vijfentwintig coalitiezetels een progressievere balans. Ik stel dan ook voor om in een volgende fase met deze partijen de onderhandelingen hierover te voeren. Punt van aandacht hierin zal zeker zijn dat in een dergelijke coalitie vijf van de zes partijen niet nodig zijn voor een meerderheid en dus de vrijheid kunnen voelen om op onderdelen hun eigen afweging te maken. Partijen moeten zich terdege rekenschap geven wat dit kan betekenen voor de samenwerking en het onderlinge vertrouwen. Om een goed samenspel gedurende de hele vier jaar te garanderen en dus ook in het laatste jaar voor de verkiezingen, moeten hier onderling goede afspraken over gemaakt worden.
Coalitieakkoord Uit de gesprekken is een voorkeur naar voren gekomen voor een akkoord op hoofdlijnen. Hiermee breng je focus aan in waar je de komende vier jaar als coalitie voor wil gaan. Bovendien doet dit recht aan een complexe samenleving waarin besturen voor een belangrijk deel bestaat uit adequaat inspringen op nieuwe en onverwachte ontwikkelingen. Veel partijen hebben hieraan toegevoegd dat je die hoofdlijnen dan wel goed moet regelen in het akkoord. Op basis van de gesprekken die ik heb gevoerd wil ik dit van harte onderschrijven. Wees concreet! Juist bij een akkoord op hoofdlijnen is dat belangrijk om te voorkomen dat vrijblijvendheid troef wordt. Dat betekent duidelijkheid over wat je gaat doen, hoe je het financieel gaat dekken en wanneer je het gaat uitvoeren.
4
Vanuit de raad heeft een aantal kleinere partijen aangegeven een coalitieakkoord dat ook aansluit bij hun ideeën eventueel mee te willen ondertekenen. Bij de onderhandeling over een nieuw akkoord zou hier rekening mee gehouden kunnen worden.
Verhouding met de stad en in de raad De verhouding met de stad en de verhoudingen in de raad zijn tijdens de gesprekken veel aan bod gekomen. In de verhouding met de stad is veelvuldig aangehaald dat mensen zich afkeren van het bestuur omdat ze zich niet gehoord voelen. Het gevoel is dat dit beter kan en beter moet. Daarvoor zijn ook instrumenten genoemd zoals referenda (aansluitend op de bestaande mogelijkheden), burgerberaden, het opzetten van huiskamers voor jongeren en senioren en wijkwethouders. Door andere partijen is hier dan weer over gezegd dat het gaat om de cultuur van de organisatie en niet om instrumenten. Misschien is het allebei een beetje waar; het gaat natuurlijk om de cultuur, maar wellicht kunnen instrumenten helpen om een cultuurverandering te weeg te brengen. Het is goed om tijdens de coalitieonderhandelingen hierover het gesprek aan te gaan. In relatie tot de cultuur van de stad en het gebrek aan lobbykracht werd ook opgemerkt dat 'sHertogenbosch een beetje lijdt aan een in zichzelf gekeerde zelfgenoegzaamheid. Klappen met de handen in de zak, in de woorden van een van de lijsttrekkers. Wat zorgt voor het enerzijds niet erg openstaan voor invloeden van buiten en anderzijds voor een weinig daadkrachtig uitdragen van de gemeente naar buiten. Het beeld rijst ook op dat er geen cultuur is van knopen doorhakken.
Er wordt erg lang doorgepraat over het al dan niet realiseren van bepaalde plannen. In een stad die nooit af is, is daadkracht echter nodig om vooruitgang te kunnen boeken. Wat meer zelfbewuste kracht zou 'sHertogenbosch niet misstaan. Het is een stad waar je trots op kunt zijn en dat mag ook best naar buiten worden uitdragen. Dat zelfvertrouwen kan er binnen de gemeente aan bijdragen dat meedenken van burgers minder snel als een bedreiging en meer als een verrijking wordt gezien. Over de verhouding onderling in de raad worden enerzijds de goede verstandhouding tussen partijen genoemd, terwijl er aan de andere kant ook veel kritiek is op het gebrek aan dualisme in de raad. Het coalitieakkoord is te gedetailleerd en waar dit niet in voorziet worden buiten de openbaarheid in het coalitieberaad afspraken gemaakt. Is dit op te lossen met een akkoord op hoofdlijnen? Ik vermoed dat dit een lastig punt blijft. Een coalitie die zich alleen gebonden voelt aan de afspraken in het coalitieakkoord en waarin verder iedere partij zich vrij voelt om te stemmen zoals zij wil (‘freeriders’), is waarschijnlijk geen lang leven beschoren. Aan de andere kant zou een coalitie zich kunnen afvragen of er niet veel meer onderwerpen zijn waarin je elkaar wel meer los kan laten, om zo ook de inhoudelijke discussie te bevorderen.
Tot slot Ik heb met veel genoegen deze verkenningsfase uitgevoerd. De hernieuwde kennismaking met ’sHertogenbosch is me zeer goed bevallen. De gastvrije ontvangst door de bodes op het stadhuis, de geweldige sfeer en de charme van de binnenstad hebben me hier meer dan thuis doen voelen. Dit is echt een stad om trots op te zijn. Ik ben dan ook graag bereid, als de formerende partijen dat ook willen, om een volgende fase te begeleiden. Ik zou dat dan graag op dezelfde wijze doen als deze fase; dus het tempo erin houden, transparant waar mogelijk en met de mogelijkheid om de burgmeester waar nodig bij te praten. Ik ben er van overtuigd dat er een daadkrachtig en ambitieus akkoord mogelijk is en dat er een jong energiek team klaar staat om er werk van te gaan maken. Dit in samenwerking met een gemeenteraad waar dualisme op inhoud zijn kans kan krijgen.
Alexander Pechtold
5