Brief college 8 februari 2022 inzake Reactie op rapport rekenkamercommissie Onderzoek subsidiebeleid in de Bossche Culturele Sector
Tekst van het document
Uw brief van
: 31 januari 2022
Ref.
: F. van Hest
Uw kenmerk
:
Tel.
: 073-6155856
Afdeling
: SB/CULT
: .vanhest@s-hertogenbosch.nl
Zaaknummer
: 11837215
Bijlage(n) :
Datum
: 8 februari 2022
Onderwerp
: Reactie op rapport rekenkamercommissie Onderzoek
subsidiebeleid in de Bossche Culturele Sector
Geachte raadsleden, De Rekenkamercommissie kreeg de suggestie van enkele raadsleden om onderzoek te doen naar cultuursubsidies in de gemeente 's-Hertogenbosch. Ondanks een aantal momenten in het jaar waarop de gemeenteraad wordt geïnformeerd of er besluitvorming wordt gevraagd, zijn sommige raadsleden van mening dat zij te weinig grip hebben op en inzicht hebben in de relatie tussen de gemeentelijke cultuursubsidies en het behalen van de doelen van het cultuurbeleid. De uitkomsten van het onderzoek, uitgevoerd door de Rekenkamercommissie in samenwerking met KWINK Groep, zijn inmiddels gepubliceerd. Als college en gemeenteraad bevinden we ons in een unieke situatie. Want vlak voor de verkiezingen moet u als raad bepalen wat u met dit onderzoek en de aanbevelingen en conclusies daarin gaat doen. En worden wij als college gevraagd aan het einde van een bestuursperiode een reactie te geven op dit onderzoek. Wij zijn van mening dat het aan de nieuwe raad en een nieuw college is om verdere stappen te zetten met de uitkomsten. Natuurlijk hebben we wel een opvatting over het onderzoek die we met deze brief aan uw raad kenbaar willen maken. Het onderzoek richt zich op zeer relevante thema’s. Onderwerpen die ons ook bezighouden. En waarover ons denken eerder startte, al voor het verschijnen van het onderzoek van de Rekenkamercommissie.
Maar na lezing van het onderzoeksrapport is ons duidelijk geworden dat we fundamenteel van mening verschillen met de Rekenkamercommissie. De Rekenkamercommissie lijkt met de aanbevelingen en conclusies te pleiten voor de terugkeer naar een bestuursstijl van weleer. Een stijl waarin controle en sturen op cijfers centraal staan in de subsidierelatie met organisaties en die gepaard gaat met veel bureaucratie. Dat is niet waarvoor wij als college kiezen, integendeel. Wij geloven in een bestuursstijl die uitgaat van samenwerking en vertrouwen. Vanuit de stellige overtuiging dat we alleen met de creativiteit die hierdoor ontstaat onze Cultuurstad van het Zuiden verder kunnen versterken.
Meer inzicht in impact is van groot belang, de manier waarop is nog een vraagstuk Het onderzoek van de Rekenkamercommissie stelt terecht dat we de impact van cultuur en de gemeentelijke investeringen die hieraan bijdragen beter zichtbaar moeten maken. Niet voor niets hebben we hierop al eerste stappen gezet, onder meer in de relatie met Huis73. In de huidige
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
systematiek kijken we vooral naar kwantitatieve indicatoren. In beginsel is daar niets mis mee. Alleen zeggen de gebruikte kwantitatieve indicatoren, bijvoorbeeld het aantal bezoekers of tentoonstellingen, niet altijd iets over de daadwerkelijke impact. Zoals aangegeven in het onderzoeksrapport kunnen kwalitatieve indicatoren daarbij eveneens van waarde zijn. Ook culturele instellingen binnen en buiten onze gemeente onderstrepen het belang van impact. Maar zoals het rapport terecht stelt, is het meten van impact geen gemakkelijke opgave. Omdat het zich lastig laat vangen in cijfers. Dit is overigens niet uniek voor ’s-Hertogenbosch, maar een vraagstuk waar heel veel gemeenten in Nederland zich momenteel bezighouden. Dat geldt dus ook voor onze collega-gemeenten in BrabantStad. Het betreft een thema dat naar verwachting de komende jaren hoog op de agenda zal staan van de cultuuroverleggen in BrabantStad-verband.
Twijfels bij een uitvoeringsprogramma en de jaarlijkse rapportage Eén van de aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek is om de Cultuurnota aan te vullen met een uitvoeringsprogramma. Ook wordt een jaarlijkse rapportage voorgesteld waarin de gemeenteraad jaarlijks wordt geïnformeerd over de maatschappelijke resultaten van de individuele gesubsidieerde organisaties. Zoals duidelijk mag zijn op basis van de inleiding van deze brief delen wij deze opvatting niet. En zien we het niet als goede oplossing om uw raad meer inzicht te geven in de relatie tussen de cultuursubsidies en het behalen van de doelen van ons cultuurbeleid. Dit om de volgende redenen: - We hebben er in de afgelopen jaren bewust voor gekozen onze subsidierelaties te baseren op samenwerking en vertrouwen. Dit in plaats van af te rekenen op basis van prestatieafspraken. Door in te zetten op waarden als partnerschap en vertrouwen zorgen we voor een klimaat waarin ruimte is voor creativiteit. Ook zorgen we er zo voor dat de organisaties zich meer kunnen richten op hun taak. Dat is de basis waarop we onze relatie met culturele organisaties hebben vormgegeven. Ook hier staat Cultuurstad van het Zuiden voor: het geven van ruimte en vertrouwen, zodat creativiteit tot bloei komt.
Een uitvoeringsprogramma en jaarlijkse rapportages als werkwijze - zoals voorgesteld in het Rekenkameronderzoek – zorgt voor beduidend meer administratieve lasten voor de culturele organisaties dan we nu al vragen. Dit terwijl we juist streven naar het verminderen van die lasten voor de culturele organisaties (en ons als gemeente). We menen dat een terugkeer naar een verantwoordingsmodel volgens prestatieafspraken niet alleen de creativiteit van organisaties smoort, maar ook afbreuk doet aan het partnerschap waarin we nu samen bouwen aan Cultuurstad van het Zuiden. - Inzicht in de gerealiseerde impact per individuele organisatie zorgt niet direct voor inzicht in de impact van ons totale cultuurbeleid. Terwijl dat juist is waar het in uw controlerende rol als gemeenteraad over zou moeten gaan. Hiermee bestaat het risico dat we met elkaar in gesprek gaan over de prestaties van individuele organisaties. En daarmee onze grotere doelen om onze Cultuurstad van het Zuiden verder te versterken uit het oog verliezen. Het rapporteren over prestaties van individuele organisaties kan bovendien zorgen voor onduidelijkheid waar het gaat om de verantwoordelijkheden van uw raad en ons college. - We verstrekken meerjarige subsidies om culturele organisaties de gelegenheid te geven langere termijndoelen te stellen en daarop activiteiten te ontwikkelen.
Resultaten zijn vaak niet binnen een jaar zichtbaar. Een jaarlijkse rapportage vormt daarmee eigenlijk slechts een momentopname, en kan daarmee meestal alleen inzicht bieden in aantallen in plaats van impact. Een evaluatie van het totale cultuurbeleid na een twee of drie beleidsjaren geeft in onze ogen een beter beeld van de impact en de realisatie van de doelen uit de Cultuurnota. - De informatieverstrekking en verantwoording over het door ons college gevoerde beleid verloopt op dit moment via de reguliere beleidscyclus, en tussentijdse rapportages als de Cultuurmonitor. Het Rekenkameronderzoek stelt terecht dat de indicatoren in de programmabegroting vaak maar deels aansluiten op de doelstelling en veelal niet SMART
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
geformuleerd zijn. We zien ruimte tot verbetering in het meer SMART formuleren van de indicatoren. Hierbij willen we zorgen voor een balans tussen kwantitatieve indicatoren enerzijds en kwalitatieve indicatoren en impact anderzijds. Daarnaast constateert het Rekenkameronderzoek terecht dat de doelstellingen en indicatoren in de huidige programmabegroting niet volledig aansluiten op de doelstellingen en speerpunten uit de Cultuurnota uit 2019. Dit komt omdat in de programmabegroting gewerkt wordt met meerjarendoelstellingen en indicatoren die voor de volledige bestuursperiode van 4 jaar hetzelfde zijn. U bent daardoor in staat de ontwikkeling als geheel te volgen tijdens de bestuursperiode, maar inderdaad niet op een actueel beleidsplan dat tijdens een bestuursperiode wordt vastgesteld. Dit gegeven beperkt zich overigens niet tot ons cultuurbeleid. Dat geldt ook voor het belang van impactmeting en de uitdagingen die dat met zich meebrengt. Voor de goede orde willen we benadrukken dat de uitvoering van de beleidsdoelstellingen en speerpunten uit de Cultuurnota plaatsvindt via de subsidierelaties met organisaties in de BCB. Deze doelstellingen en speerpunten waren onderdeel van de richtlijnen op basis waarvan organisaties een aanvraag konden indienen voor de huidige beleidsperiode (2021-2024).
En ook bij de toekenning van de huidige subsidies door uw gemeenteraad zijn de subsidieaanvragen en meerjarenplannen getoetst en toegewezen op basis van aansluiting op de beleidskaders.
In gesprek over meetbaar maken van Cultureel Ondernemerschap Het rapport concludeert tenslotte dat de definitie van Cultureel Ondernemerschap niet duidelijk of toetsbaar genoeg is voor sommige gemeenteraadsleden. Sinds de meerjarenafspraken 2018-2020 hanteren we de volgende definitie voor cultureel ondernemerschap: “Een strategische visie en ondernemende houding waarmee een organisatie een gezonde financiële situatie behoudt en inspeelt op de dynamiek van het culturele veld en de maatschappij. Denk aan het werven van eigen inkomsten, een goede bedrijfsvoering, het bevorderen van draagvlak, innovatie van aanbod etc.” Naar aanleiding van een discussienotitie over dit onderwerp in 2017 wordt cultureel ondernemerschap gezien in deze bredere betekenis, waarin er behalve zakelijk rendement ook sprake is van cultureel en maatschappelijk rendement. In de Cultuurnota 2019 wordt dit ook beschreven. Het is de vraag of het mogelijk is tot een concretere definitie te komen zonder afbreuk te doen aan de verschillende facetten die het begrip behelst. Het lijkt ons daarom beter om met uw raad en het culturele veld in gesprek te gaan. Met als doel om te onderzoeken hoe cultureel ondernemerschap in al zijn facetten meetbaar gemaakt kan worden, zonder het te beperken tot het vergaren van eigen inkomsten. Hierin zou in onze ogen ook o.a.
het aanpassingsvermogen van een organisatie en blijvende relevantie een plek moeten hebben. We nemen dit onderwerp graag mee in toekomstig beleid en voeren dit gesprek graag met uw raad in aanloop naar de nieuwe beleidsperiode.
Tot slot Zoals we aangaven, kunnen we ons niet vinden in de conclusies en aanbevelingen van het Rekenkameronderzoek. Wij erkennen het belang om uw raad meer inzicht te bieden in de impact van cultuursubsidies. En daarmee in de realisatie van de doelen uit ons cultuurbeleid. Maar we denken fundamenteel anders over de manier waarop. De principiële vraag ligt voor of u met ons college de lijn van samenwerking en vertrouwen wilt bestendigen. Of dat u kiest voor meer administratieve lasten, die in onze ogen niet bijdragen aan de realisatie van de doelen die we met elkaar hebben geformuleerd in de cultuurnota. Wat ons betreft is het aan een nieuwe gemeenteraad om hierin een definitieve keuze te maken, op basis van een voorstel van een nieuw college. Gezien de benodigde tijd voor de voorbereidingen van de nieuwe beleidsperiode (2025-2028) is het van belang dat dat voorstel begin 2023 aan uw raad wordt voorgelegd. Zodat een nieuw college en de nieuwe
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704
gemeenteraad hierover tijdig in gesprek met elkaar kunnen gaan in aanloop naar de volgende beleidsperiode.
Hoogachtend, namens het College, De gemeentesecretaris,
De burgemeester,
drs. B. van der Ploeg
drs. J.M.L.N. Mikkers
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704