CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief 16 februari 2022 - Reactie n.a.v. commissiebespreking onderzoek ‘Subsidiebeleid Bossche culturele sector’

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Onderzoek Rekenkamercommissie subsidiebeleid Bossche culturele sector839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch

Uw brief van : Uw kenmerk : Datum : 16 februari 2022 Onderwerp Reactie n.a.v. commissiebespreking onderzoek : ‘Subsidiebeleid Bossche culturele sector’

Ref. : H.W.M. Wouters Tel. : E-mail : rekenkamer@s-hertogenbosch.nl

Geachte raadsleden, Op 8 maart 2022 spreekt uw raad over het onderzoek ‘Subsidiebeleid Bossche culturele sector’ en het door ons als rekenkamercommissie opgestelde raadsvoorstel. Op 7 februari jl. mochten wij het onderzoek en ons raadsvoorstel toelichten tijdens ‘Informeren en Ontmoeten’. Daar konden wij ook uw vragen beantwoorden. Nadien heeft een aantal raadsleden vragen direct aan ons gesteld. Het college stuurde u op 9 februari jl. zijn reactie op het rapport. Maandagavond 14 februari jl. besprak de commissie Bedrijvigheid ons onderzoek en de reactie van het college. Naar aanleiding van die bespreking willen wij graag nog enkele punten uit ons onderzoek verduidelijken. Wij zijn verheugd dat ons onderzoek zo uitgebreid door u is bestudeerd en besproken. Doordat de rapportage van het onderzoek met opzet beknopt was, hebben we niet alle interessante vragen uit het onderzoek in detail in het rapport uitgewerkt. Het onderzoek wijst uit dat er nu geen duidelijke samenhang is tussen de doelen van het cultuurbeleid en de resultaten van subsidies. Alle fracties en het college lijken het met deze conclusie eens te zijn. De discussie spitst zich echter toe op de vraag of een uitvoeringsprogramma (zoals wij hebben voorgesteld) een oplossing voor dit probleem is. Bovendien is het de vraag hoe een dergelijk uitvoeringsprogramma eruit dient te zien.

Het college schetst een tegenstelling tussen enerzijds samenwerking en vertrouwen en anderzijds controle en bureaucratie. Het college interpreteert daarbij de door ons voorgestelde oplossing van een uitvoeringsprogramma als ‘bureaucratisch’ en als ‘veel werk’ voor de culturele instellingen en de ambtelijke organisatie. Wij denken dat een oplossing van het door ons geconstateerde gebrek aan samenhang tussen de doelen van het cultuurbeleid en de resultaten van subsidies genuanceerder ligt. Wij hebben met onze aanbevelingen voor ogen dat het college jaarlijks op hoofdlijnen aan de raad zou dienen te rapporteren wat de bijdrage van instellingen (en hun subsidies) aan de te kiezen beleidsdoelstellingen is. Met ‘op hoofdlijnen’ bedoelen we juist dat het om een beperkt aantal gegevens gaat. We menen ook dat rapportage over een selectie van de vele doelstellingen van het cultuurbeleid het voor de raad inzichtelijker maakt om te kunnen vaststellen op welke wijze (groepen van) subsidies (over meerdere instellingen gezamenlijk) aan de realisatie daarvan hebben bijgedragen. We hebben aangegeven dat zowel kwalitatieve/inhoudelijke alsook kwantitatieve/cijfermatige indicatoren onderdeel van deze rapportage aan de raad zouden moeten zijn. We hebben nergens aangegeven (en ook niet bedoeld) dat het om een grote hoeveelheid indicatoren zou moeten gaan.

Het lijkt ons dat het college dit in overleg met de culturele instellingen het beste kan uitwerken.

Het college geeft aan de hier bedoelde indicatoren (met daarachter een beperkt aantal beleidsdoelstellingen, zo denken wij) te willen opnemen in de bestaande beleidscyclus. Dat lijkt ons een uitstekend idee. Dat deze indicatoren deel gaan uitmaken van de jaarlijkse rapportage aan de raad, passend in de beleidscyclus, lijkt ons voor de hand liggend. In onze ogen is het mogelijk de huidige hoeveelheid informatie juist hierdoor te verminderen. Wel vinden wij het van belang dat de beperkte set beleidsdoelstellingen met daarbij een beperkte set indicatoren, voor de raad herkenbaar is als een antwoord op de vragen: ‘Waar hebben de door onze gemeente uitgegeven (gebundelde) cultuursubsidies toe geleid?’, ‘Worden de door ons gestelde beleidsdoelen met deze subsidies in meer of mindere mate bereikt?’ en ‘wat kunnen we doen om dat beoogde maatschappelijk effect te versterken?’. In de raad leven begrijpelijkerwijs vragen over welke culturele instellingen dienen te worden opgenomen in deze indicatorenset en wat dat concreet betekent voor deze instellingen of verenigingen. Ons onderzoek ging over de BCB-instellingen. Als u besluit om de indicatoren ook op andere culturele instellingen van toepassing te verklaren, dan denken wij dat het aan het college is om hier maatwerk toe te passen, bijvoorbeeld voor grote subsidies meer verantwoording afleggen dan voor kleine subsidies.

Wij zien overigens verantwoording en vertrouwen niet als tegenstelling, maar in elkaars verlengde liggend: wanneer er vertrouwen is, dan kan de mate van verantwoording afnemen. En andersom kan het vertrouwen toenemen als er sprake is van periodieke transparante verantwoording. Kortom: de mate van verantwoording is dus in onze ogen afhankelijk van de omvang van de subsidies en het vertrouwen dat culturele instellingen genieten. In de commissie Bedrijvigheid is ook gesproken over de vraag wie de indicatorenset dient te ontwikkelen en met name de vraag welke rol de raad daarin moet spelen. Als Rekenkamercommissie hebben wij daar geen oordeel over. Wel zijn we van mening dat de uiteindelijk vast te stellen indicatorenset en het daarachterliggend beleidskader met beleidsdoelen, door de raad vastgesteld dient te worden als het inhoudelijk kader waardoor de raad in staat is zijn controlerende rol te vervullen. Wij hopen u met deze informatie van dienst te zijn en zien uit naar uw raadsdebat over dit onderzoek. Met vriendelijke groet, Namens de Rekenkamercommissie ’s-Hertogenbosch,

dr. E.A.M.J. (Eric) Verkaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11202907/1