Bjilage 1 Ontwikkelkader Van Herpense Weide
Tekst van het document
De herinrichting van het knooppunt is een project op zichzelf, dat parallel loopt met de ontwikkeling van Van Herpense Weide. De herinrichting heeft een verband met Van Herpense Weide. Door de versimpeling van het infraknooppunt ontstaat extra ruimte die gebruikt kan worden ten gunste van Van Herpense Weide, bijvoorbeeld voor extra groen. Daarnaast wordt met de herinrichting van het infraknooppunt ingezet op een goede verkeersontsluiting van Van Herpense Weide op de weg Orthen. Zoals eerder toegelicht is een nieuwe, goede verkeersontsluiting voor Van Herpense Weide op de weg Orthen noodzakelijk. Dit betekent dat de herinrichting van het knooppunt en de ontwikkeling van Van Herpense Weide goed op elkaar moeten worden afgestemd en gelijk oplopen. De herinrichting van het knooppunt kan echter een langere doorlooptijd tot ontwikkeling en realisatie hebben dan de ontwikkeling van Van Herpense Weide. Daarom wordt ook onderzocht hoe in eerste instantie de ontsluiting van de wijk gerealiseerd kan
35
worden, zodat de extra verkeersstromen die ontstaan door Van Herpense Weide doorgang kunnen vinden, waarna vervolgens het knooppunt (verder) wordt heringericht. Openbaar vervoer De huidige bushalte ligt ter hoogte van de kruising met Het Wielsem in Orthen. In de nadere uitwerking van de plannen moet onderzocht worden hoe een extra halte direct ten noorden van de kruising met het spoor op de Orthenseweg kan komen om de nieuwe buurt aan te sluiten op het ov-netwerk. Parkeren Autoparkeren Het autoparkeren voor de toekomstige bewoners wordt voor het grootste deel georganiseerd in een gebouwde parkeervoorziening, het parkeerhuis. Deze bevindt zich aan de westelijke rand van het plangebied. Daarnaast wordt in de zuidelijke rand van het plangebied een parkeerterrein ingericht voor de bezoekers. De parkeerbehoefte wordt daarmee volledig binnen het plangebied opgelost. Door het parkeren aan de randen te organiseren, kunnen we voldoen aan het uitgangspunt om de rest van het gebied autoluw te maken. Hier ontstaat dan kwalitatieve ruimte om te verblijven. De parkeer voorzieningen dienen te voorzien in ruimte voor het creëren van plaatsen voor deelauto's. Daarnaast moeten er mogelijkheden worden geboden voor het opladen van elektrische auto's..
ONTWIKKELKADER VAN HERPENSE WEIDE
Voor voetgangers en fietsers blijft het gehele plan gebied te doorkruisen. Looproutes van de ingangen van de woonblokken naar het parkeerhuis dienen zo kort als mogelijk te zijn. Dit betekent ten minste korter dan naar een parkeervoorziening in OrthenLinks, zodat het voor bewoners en/of bezoekers wordt ontmoedigd om buiten het plangebied te parkeren. Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden om eventueel een (half) verdiepte parkeerkelder te realiseren voor de twee bouwblokken die het verst af liggen van het parkeerhuis. Fietsparkeren Fietsen is gezond en duurzaam. Daarom wordt het gestimuleerd. Een goede fietsparkeeroplossing bij de woningen is daarmee van belang. Bij niet-grond gebonden woningen, zoals in Van Herpense Weide, kan het fietsparkeren aantrekkelijker geregeld worden door middel van een gemeenschappelijke, inpandige fietsenberging, eventueel in combinatie met een losstaande gemeenschappelijke fietsenberging op eigen terrein. Bewoners parkeren in elk geval niet op straat maar in een gebouwde voorziening. Net als bij autoparkeren, moet ook hier aandacht zijn voor de mogelijkheden voor het opladen van fietsen.
Toegankelijkheid Zowel de wegen als paden als parkeerplaatsen moeten zo worden uitgevoerd dat deze ook toegankelijk zijn voor mindervaliden. Bij de verdere uitwerking is daarnaast aandacht voor de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten. Bij het creëren van een groter autoluw gebied, zullen mogelijk enkele routes als calamiteitenroute moeten worden aangeduid en ook zo moeten worden vormgegeven. Regulering en onderhoud Een autoluw gebied vraagt om goede regulering, zodat wordt voorkomen dat ongewenste voertuigen toch het gebied in kunnen en mogen rijden. Uiteraard moet het gebied, ondanks dat het autoluw is, toe gankelijk zijn voor nood- en hulpdiensten, beheer en onderhoud van de gebouwen en bezorg- en pakketdiensten. Met dit alles dient in de planvorming rekening te worden gehouden. Ontwikkelaars, toekomstige bewoners en de beheer/onderhouds organisaties dienen vroegtijdig over de regeling te worden geïnformeerd.
Verder dient in de uitwerking van de plannen ook rekening te worden gehouden met fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers, wanneer dit niet mogelijk is op eigen terrein. Daarnaast zal rekening moeten worden gehouden met stallingsplaatsen voor deeltweewielers, door middel van fysieke hubs.
36
8.
Duurzaamheid en milieu
Duurzaamheid en milieu Met Van Herpense Weide werken we aan een woonomgeving met een duurzame en leefbare toekomst. Duurzaamheid is daarmee een belangrijk aspect bij de ontwikkeling van Van Herpense Weide. In dit hoofdstuk wordt daar nader op ingegaan. Daarna wordt ingegaan op de relevante milieuaspecten en waarden die direct of indirect van invloed zijn op Van Herpense Weide. Groen en klimaatbestendig Zowel de gebouwen als de openbare ruimte in Van Herpense Weide dienen groen en natuurinclusief gecreëerd te worden. Het reduceert negatieve omgevingseffecten, draagt bij aan een schonere lucht en zorgt voor meer koelte en een stillere omgeving. Daarnaast stimuleert het bewoners om naar buiten te gaan, te tuinieren, te bewegen en elkaar te ontmoeten. Het groen, maar ook het water, wordt informeel en ecologisch ingezet. Flora en Fauna krijgt daardoor een volwaardige plek in Van Herpense Weide. De nieuwe woonomgeving functioneert op deze wijze ook als steppingstone in een reeks van groene ruimten in de stad. Hittestress Hittestress is een groot probleem in een versteende omgeving. Dat dient tegengegaan te worden en daarom moet gezorgd worden voor voldoende verkoeling. In Van Herpense Weide worden daarom
ONTWIKKELKADER VAN HERPENSE WEIDE
voldoende grote bomen geplaatst. Daarnaast wordt met het tegengaan van hittestress rekening gehouden in de uitwerking van de (bouw)plannen op stedenbouwkundig niveau, waardoor schaduwwerking op openbaar toegankelijk gebied ontstaat. Ook wordt bij de selectie van materialen rekening gehouden met de opwarming ervan. Groennormen We hanteren de 3-30-300 regel: drie bomen zichtbaar vanuit je woning, 30% van de openbare ruimte beschaduwd en 300 meter afstand tot een grote, groene, koele plek. Daarnaast moet voldaan worden aan de groennorm, die uitgaat van minimaal 15% van het plangebied groen. Dit is terug te lezen in de gemeentelijke ‘Verordening Bomen, Water en Groen 2021’. Bovenop deze groennorm dient 10% (meer) groen, maar ook water, in het plangebied gerealiseerd te worden. Dat is vastgelegd in de gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig. Verder is het van belang op te merken dat bij de keuze van beplanting de voorkeur wordt gegeven aan gebiedseigen en klimaatbestendige soorten die de biodiversiteit vergroten. Hemelwater en grondwater Het klimaat verandert. We verwachten meer hevige én meer langdurige neerslag in de toekomst. De kans op wateroverlast en overstromingen door extreme neerslag neemt dan ook toe. Maar ook de kans op langdurige periodes van droogte is iets waar we rekening mee moeten houden. Kortom: we willen wateroverlast voorkomen bij extreme buien, droogte
tegengaan, hittestress voorkomen en beleefbaar groen creëren. Het is daarom onder meer van belang dat schoon hemelwater zoveel mogelijk binnen het plangebied wordt vastgehouden en wordt afgekoppeld van het rioolstelsel. Kortom: het hemelwater moet binnen het plangebied worden opgevangen en geïnfiltreerd. Bij het afkoppelen geldt de volgende voorkeursvolgorde: besparen / hergebruik, infiltreren en vasthouden, bovengronds bergen, ondergronds bergen en vertraagd afvoeren.
Impressiebeeld groen
De bergingscapaciteit moet minimaal 70 mm per m2 nieuwe of vernieuwde verharding zijn. Dit is vastgelegd in de Gebiedspaspoorten 's-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig’. Om verdroging van het groen in droge periodes te voorkomen geldt een aanvullende eis van minimaal 10 mm infiltratie (van de 70mm) per m2 nieuwe of vernieuwde verharding. Dit is hemelwater bij een normale regenbui. De hemelwateropgave gaat hand in hand met groen. Er
38
kan daarom ook worden voorzien in een hemelwaterberging middels de aanleg van een groen- of tuindak met een berging van minimaal 25 liter per m2. De planlocatie is relatief laag gelegen, daarmee is grondwater een belangrijk aandachtspunt De planlocatie bevindt zich in een invloedsgebied t.b.v. de grondwaterhuishouding. Dat betekent dat er geen ingrepen mogen plaatsvinden op de grondwaterhuishouding. Bij eventuele bronnering, zal het onttrokken grondwater o.b.v. de waterschapsverordening volledig terug in de bodem dienen te worden gebracht. Mocht dat aan de orde zijn, zal voorafgaand overlegd moeten worden met het waterschap. Een natuurrijke omgeving Rondom en deels door het plangebied wordt een doorgaande waterstructuur ingericht. Bij de inrichting, maaiveldhoogtes en overgangen water - land wordt ingespeeld op de invloed van grondwater en het gewenste waterpeil. De noodzakelijke doorstroming en behoud van het waterbergend vermogen zijn uitgangspunt. Binnen deze randvoorwaarden wordt invulling gegeven aan de natuurpotenties en mogelijkheden voor herstel biodiversiteit. Het voorstel is om de bestaande sloten en het aangrenzende maaiveld zo te herprofileren dat zich een gevarieerde natuuren landschapsbeeldontwikkeld. Open water met waterplanten gaat via rietmoeras over naar bloemrijke ruigtes en graslanden die op hun beurt overgaan naar struweel en bos.
Een uitgekiend natuurbeheer zorgt voor de ontwikkeling van een soortenrijke natuur geschikt voor uiteenlopende soortgroepen. ONTWIKKELKADER VAN HERPENSE WEIDE
In de Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig (vastgesteld door de raad; 2024) wordt aandacht gevraagd voor het oplossen van ecologische knel punten. Het streven is te zorgen voor doorgaande of samenhangende groenstructuren. Het is vooral een opgave om bij de herinrichting van het infra- knooppunt Orthen-Zandzuigerstraat te zorgen voor goede verbindingen over en onder de wegen. Dit alles vraagt om een integraal ontwerp en een goede aansluiting op het plangebied. Gezondheid De gemeente streeft er naar om een ‘gezonde’ stad te zijn. Met het Programma Samen gezond dragen we hieraan bij. We ondersteunen onze inwoners door het stimuleren en faciliteren van een gezonde leefstijl en meedoen. Maar ook door het zo inrichten van de leefomgeving dat het maken van een gezonde keuze gemakkelijker is. Wanneer de gezondheid van inwoners verbetert, dan nemen ook de veerkracht en kansen om mee te doen toe.
• het bevorderen en uitnodigen tot bewegen (wandelen, spelen), elkaar ontmoeten en ontspannen; • het bevorderen van klimaatbestendigheid (groen voor tegengaan van hittestress en wateroverlast); • het bevorderen en gebruik van duurzame en gezonde materialen (gezondheidsbelang gekoppeld aan circulariteit); • een goede toegang tot diverse voorzieningen; • een goede bescherming op milieukwaliteit (lucht en geluid, waarbij het uitgangspunt is “kunnen slapen met een raam open”); • het gebruik van duurzame en gezonde materialen.
Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit is ook een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (artikel 1.3 sub a). De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Bij het beschermen van de gezondheid zijn de effecten van een ontwikkeling op de diverse milieu-aspecten ook van groot belang. In Van Herpense Weide wordt daarom ingezet op onder andere:
P
P
Indicatief landschapsplan 39
Energie en CO2-neutraal Van Herpense Weide wordt dusdanig ontwikkeld dat zo min mogelijk energie in de gebouwen wordt verbruikt en de benodigde energie zo duurzaam mogelijk opgewekt wordt. Van Herpense Weide wordt aardgasvrij door zo zuinig mogelijke nieuwbouw en duurzame energiebronnen te gebruiken. De gebouwen voldoen aan BENG (Bijna Energie Neutraal Bouwen). Bij nieuwbouw wordt geen fossiele energie gebruikt (BENG2 = 0%). Is er energie nodig, dan komt die van duurzame bronnen (BENG3 = 100%). Een kansrijk energiepakket bestaat uit zeer goede isolatie, warmteterugwinning uit ventilatielucht, warmte-koude opslag en zonnepanelen. Bovendien dienen maatregelen getroffen te worden om het risico op oververhitting bij nieuwbouwwoningen te beperken. De initiatiefnemer moet bij het verder ontwerpen van de plannen, dus in een vroeg stadium van de planontwikkeling, rekening houden met de aansluitingen van de gebouwen (netcongestie). Trafostations, eventuele transportverdeelstations en overige bovengrondse en ondergrondse voorzieningen van netbeheerders dienen goed ingepast te worden in de omgeving. Hierbij dient onder andere rekening gehouden te worden met geluid en elektromagnetische velden. Op basis van de projectkarakteristieken en in lijn met de gemeentelijke doelstellingen is de toepassing van (semi)-collectieve energiesystemen in nieuwbouwproject Van Herpense Weide te prefereren.
Door de hoge energiedichtheid, voldoende schaalgrootte en een
ONTWIKKELKADER VAN HERPENSE WEIDE
relatief korte fasering wordt verwacht dat collectiviteit financieel loont voor zowel de ontwikkelende partijen als de toekomstige bewoners. Bij collectiviteit wordt gedacht aan collectieve energievoorzieningen op woonblok-niveau of gebieds-niveau. Het collectief benutten van het beschikbare bodempotentieel middels warmte- en koudeopslagsystemen (WKO) wordt daarbij aangemoedigd. De gemeente ’s-Hertogenbosch is minder gecharmeerd van individuele toepassingen zoals bodem lussen of lucht-/waterwarmtepompen. In het projectgebied geldt een diepterestrictie voor bodemlussen, waardoor honderden gaten nodig zouden zijn om alle ontwikkelingen van warmte en koude te voorzien. De aanwezige kleilagen zo vaak doorkruisen ziet de gemeente als een risico. De individuele lucht-/waterwarmtepompen zijn ongewenst, aangezien deze goed zicht- en hoorbaar zijn en een grote impact hebben op het elektriciteitsnet. Het heeft daarnaast de voorkeur om de daken in te zetten voor PV-panelen of groene daken.
Aandachtspunt is de provinciale Omgevingsverordening,
waarin wordt gesteld dat de diepte van nieuwe bodemenergiesystemen zich moet beperken tot de eerste scheidende laag, de natuurlijke barrière tussen het eerste en tweede watervoerende pakket. Voor Van Herpense Weide betekent dat een maximale diepte van 80 meter onder maaiveld. Daarnaast is een aandachtspunt voor een bodemenergiesysteem dat rekening gehouden dient te worden met mogelijk aantrekken van verontreinigd grondwater (percolaat) uit de naastgelegen stort De Ertveld. Circulariteit De gebouwen in Van Herpense Weide dienen toekomstgericht gebouwd te worden. Dit kan door modulair te bouwen. Daarnaast dient gebruik gemaakt te worden van de R-ladder (refuse en rethink; reduce; re-use; repair, refurbisch, remanufacture, repurpose; recycling; en recover). Hoe hoger de strategie op de ladder staat, hoe meer circulair de strategie is. Het is van belang dat ook vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid er zorgvuldige keuzes worden gemaakt en maatregelen worden genomen.
Zoals gezegd willen we inzetten op een bodemenergiesysteem. Er dient nader onderzocht te worden op welke schaal deze het beste toegepast kan worden. Hiermee wordt het optimaal toepassen van bodemenergie geregeld, waarbij de ondergrond zo volledig mogelijk wordt gebruikt en negatieve interactie tussen verschillende gebruikers wordt geminimaliseerd. Binnen het gebied zijn op dit moment geen bodemenergiesystemen aanwezig.
40
Milieuaspecten en waarden Op basis van gemeentelijk beleid, de wettelijke kaders, indicatieve berekeningen en verrichte milieu-vooronderzoeken is in kaart gebracht welke milieuaspecten op welke wijze een rol spelen in Van Herpense Weide. De milieuaspecten die het zwaarst meewegen zijn: stikstof, geluid, externe veiligheid, bedrijven en milieuzonering, bodem en ondergrond, trillingen, archeologie en natuur. De onderdelen windhinder en bezonning zijn in hoofdstuk 5 / Hoogbouw behandeld. In lijn met het verbieden van gasverbruik bij nieuwbouw is het voorkomen van emissies naar de lucht de beste maatregel. De gemeente heeft daarnaast het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) ondertekend, dat een van de uitvoeringsprojecten is van het Schone Lucht Akkoord. De ontwikkelingen houden hier rekening mee. Duurzame mobiliteit speelt daarbij ook een belangrijke rol. In 2050 is al het vervoer in de gemeente schoon (geen CO2 uitstoot), slim en veilig. Voor de desbetreffende ontwikkeling wordt een materialenpaspoort opgesteld door de initiatief nemer, die deze overlegt met de gemeente. Het doel is komen tot een circulaire bouw. Een materialen paspoort maakt inzichtelijk welke materialen in welke hoeveelheden worden toegepast en wat de impact ervan is.
ONTWIKKELKADER VAN HERPENSE WEIDE
Stikstof Van Herpense Weide valt binnen de invloedsfeer van het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek. De sloop-, aanleg- en gebruikersfase van het project mogen geen significante negatieve gevolgen op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 200-gebieden hebben. Een berekening met het rekeninstrument AERIUS Calculator moet uitwijzen of de stikstofdepositie (de hoeveelheid stikstof die neerdaalt) beneden de 0,00 mol N/ha/ jaar blijft. Blijkt het meer, dan dienen er mogelijke oplossingen te worden onderzocht. De provincie zal uiteindelijk beoordelen of de ontwikkeling van projecten in de Van Herpense Weide een aantasting van het Natura 2000-gebied betekent. De provincie is het bevoegd gezag om, op basis van een positief resultaat, ver gunning te verlenen.
In de voorbereiding van voorliggend ontwikkelkader is, op basis van reeds bestaande en toekomstige emissiebronnen, de stikstofdepositie (voor)berekend op de nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Uit zowel de plantoets voor de gebruiksfase als de uitvoerbaarheidstoets voor de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie beneden de 0,00 mol N/ha/ jaar blijft. Voor nu is uitgesloten dat er negatieve effecten zullen zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 200-gebieden. Bij de start van de planontwikkeling zal opnieuw een zogenaamde ‘AERIUS-berekening’ gedaan moet worden, waarbij een stikstofdepositie beneden de 0,00 mol N/ha/ het uitgangspunt blijft. Geluid Bij nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving speelt geluid een rol. Er moet rekening worden gehouden met geluid van spoor, wegverkeer, industrie en geluid door overige milieubelastende activiteiten, waaronder evenementen bij de Brabanthallen. Geluid boven bepaalde waarden kan voor mensen als hinderlijk worden ervaren, daar moet ook rekening mee worden gehouden. Daarnaast dient een goede kwaliteit van de woon- en leefomgeving behouden te blijven en dienen kansen te worden benut om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren en de blootstelling aan te veel aan geluid te verminderen.
Het uitgangspunt is dat het geluid ten opzichte van de geluidgevoelige gebouwen (zoals woningen) aanvaardbaar moet zijn en dat sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.
41
Geluid van spoor en wegverkeer Het plangebied Van Herpense Weide grenst aan twee spoorwegen (’s-Hertogenbosch – Utrecht en ’s-Hertogenbosch – Oss/Nijmegen). Op basis van het stedenbouwkundig ontwerp zijn indicatieve geluidsberekeningen uitgevoerd, gebaseerd op data van de spoorwegen en data van het wegverkeersnetwerk. Dit met als doel om inzichtelijk te krijgen wat de geluidsbelasting op de geprojecteerde gebouwen in het stedenbouwkundig ontwerp zal zijn en of er ontwerptechnische opgaven uit voortkomen om te kunnen voldoen aan de landelijke wetgeving en gemeentelijke (geluid)beleid. Geconstateerd is dat er altijd een geheel gesloten geluidswand (onderdeel van parkeerhuis) langs het spoor ’s-Hertogenbosch – Utrecht zal moeten worden gerealiseerd met een minimale hoogte van 12 meter vanaf het bestaande maaiveld van het plangebied Van Herpense Weide. Verder blijkt dat er enkele locaties in het plangebied aanwezig zijn die een hoge geluidsbelasting ondervinden op meerdere zijden van gebouwen. De hoog belaste locaties in het plangebied zijn met name de gebouwen grenzend aan de Zandzuigerstraat, de woontoren bij Orthen en het hoge gebouw nabij het spoor ’s-Hertogenbosch – Utrecht. Geluid dient daarom bij het stedenbouwkundig ontwerp van de gebouwen te worden gehanteerd als een leidend principe, om zo vergunningverlening mogelijk te
ONTWIKKELKADER VAN HERPENSE WEIDE
maken. Dit in samenhang met de vereiste dat er sprake moet zijn van een geluidsluwe gevel. Geluid van industrie Het gehele plangebied ligt in de geluidszone van het gezoneerde industrieterrein De Rietvelden, De Vutter, Het Ertveld. In Van Herpense Weide worden binnen deze geluidszone geluidsgevoelige gebouwen (woningen) voorzien. De mogelijkheid bestaat om tot maximaal 55 dB(A) ontheffing te verlenen. Uit indica tieve geluidsberekeningen, uitgaande van volledige opvulling van de geluidszone, blijkt dat de hoogste geluidwaarde berekend is op 54 dB(A). Dit betekent dat bedrijven op het gezoneerde industrieterrein niet belemmerd zullen worden in hun bedrijfsvoering en dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de nieuwe woningen ten gevolge van industrielawaai. Daarnaast zijn de mogelijk optredende maximale geluidsbelastingen (piekgeluiden) als gevolg van plaatsvindende bedrijfsactiviteiten op het gezoneerde bedrijventerrein als worstcase situatie beschouwd. De hoogst berekende maximale geluidniveaus ten gevolge van de bedrijven op het industrieterrein bedraagt ten hoogste 65 dB(A). Dit geluid kan optreden gedurende de gehele dag. Hier dient rekening mee te worden gehouden in de ontwerpen van de gebouwen.
Geluidzone van het gezoneerde industrieterrein Rietvelden-het Ertveld
Geluid van overige milieubelastende activiteiten Rond het plangebied zijn diverse milieubelastende activiteiten aanwezig. Zowel ten westen als ten zuiden van het plangebied zijn terreinen gelegen voor bedrijfsmatige milieubelastende activiteiten. Al deze bedrijfsmatige milieubelastende activiteiten hebben een “milieuruimte” nodig. Met milieuruimte wordt de wederkerige afstandruimte aangeduid gelegen tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies,
42
zoals woningen. Dit zorgt ervoor dat de bedrijfsvoering van de zittende ondernemers niet wordt belemmerd. Alle overige milieubelastende activiteiten liggen op een dusdanige afstand van het plangebied dat een knelpunt ten aanzien van milieu hinder/indicatieve afstand niet aan de orde is.
Indicatieve richtafstanden bij milieu categorieën
Geluid van Brabanthallen De geluidniveaus in de reguliere bedrijfssituatie van de Brabanthallen genereert geluidniveaus op de gevels van gebouwen in Van Herpense Weide. De hoogste geluidniveaus bedragen 55 dB(A) in de avond en 50 dB(A) in de nacht, inclusief een muziektoeslag van +10 dB. De werkelijke geluidniveaus zijn derhalve
ONTWIKKELKADER VAN HERPENSE WEIDE
respectievelijk 45 en 40 dB(A). Omdat de nieuwe woongebouwen in Van Herpense Weide allemaal een wettelijke minimale gevelwering hebben van 20 dB, zijn de geluidniveaus in de woning niet hoger dan 25 dB(A). Dan is er sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Ook de incidentele bedrijfssituatie wordt aanvaardbaar geacht.
van 'wie het eerst komt, het eerst maalt'. Dit betekent dat elk initiatief zal worden beoordeeld met oog op het ruimtelijke en programmatische eindbeeld zoals vastgelegd in dit ontwikkelkader. Het kan dus voorkomen dat een initiatiefnemer rekening moet houden met een aangrenzende ontwikkeling die al wel gepland is, maar nog niet is gerealiseerd.
Uitgangs-/ aandachtspunten bij verdere uitwerking Geluid is, tot nu toe, bij de opzet van het stedenbouwkundig ontwerp een leidend principe geweest. Geconstateerd is dat het plangebied (deels) cumulatief een hoog geluid belast gebied is. Dit komt door de aanwezigheid van diverse geluidsbronnen, zoals het nabijgelegen spoor, wegverkeer, industrie, overige milieubelastende activiteiten en de Brabanthallen. De invloed van verschillende windrichtingen is daarbij een belangrijke aandachtspunt. Geluid is een grote en complexe opgave voor het plangebied.
Externe veiligheid Het plangebied is gelegen binnen de risicobron vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor (vanwege het nabijgelegen treinsporen) en in de nabijheid van opslag van gevaarlijke stoffen (vanwege nabij gelegen bedrijventerrein De Rietvelden-Het Ertveld). Hierdoor moet rekening gehouden worden met de veiligheidsrisico’s voor toekomstige bewoners binnen het plangebied. In dat kader is het bieden van voldoende bescherming en een evenwichtig toedeling van functies aan locaties van belang.
Vanaf de start van de planontwikkeling voor de gebouwen dient de initiatiefnemer/ontwikkelaar rekening te houden met geluid. Onderzoek naar geluid is steeds noodzakelijk. Daarnaast dient bij het ontwerp(en) van de gebouwen, geluid te worden gehanteerd als een leidend principe. Mogelijk zijn aanvullende architectonische en/of technische ingrepen noodzakelijk. De taak van de initiatiefnemer is om ervoor te zorgen dat het geluidsniveau aanvaardbaar en acceptabel is, uitgaande van alle plaatsvindende geluiden.
Binnen 30 meter van het spoor, in het brandaandachts gebied, worden in elk geval geen (zeer) kwetsbare en beperkt kwetsbare verbijfsgebouwen, zoals woningen, gerealiseerd. Het parkeerhuis, wat wel valt binnen deze 30 meter, valt niet onder de definitie van een verblijfsgebouw.
Rekening houden met het eindbeeld Het is niet de bedoeling dat er een situatie ontstaat
Maatregelen voor externe veiligheid, die de basis vormen
voor verantwoord veilig ontwikkelen, bestaan uit: 1. Bronmaatregelen 2. Omgevingsmaatregelen 3. Organisatorische maatregelen 4. Bouwtechnische maatregelen
43
Het geheel aan maatregelen moet leiden tot een veilig verantwoord plan. Dit dient initiatiefnemer in samenspraak te doen met de gemeente, Veiligheidsregio en brandweer. Een aandachtspunt van de brandweer is dat het parkeerhuis ten minste een wand heeft (aan de gehele woningzijde of spoorzijde), dat voor het overgrote gedeelte een blijvende open structuur behoudt (natuurlijke ventilatie). Dit in verband met brandbestrijding.
baar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaam heden). Daarom dient de bodemkwaliteit binnen het plangebied bekend te zijn. Hiermee kan worden beoordeeld of de aanwezige bodemkwaliteit wel of niet geschikt is voor de toekomstige bestemming. Als de bodem niet geschikt is, kan worden overgegaan tot sanering van de bodem om de bodemkwaliteit geschikt te maken.
Bedrijven en milieuzonering Het is van belang dat er altijd voldoende ruimtelijke scheiding is tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de ontwikkeling van het plan Van Herpense Weide wordt daar rekening mee gehouden, zodat de kwaliteit van het woon- en leefmilieu is gegarandeerd en bestaande vergunningen en rechten van gevestigde bedrijven worden gerespecteerd. De gemeente respecteert daarnaast aandachtsgebieden van rechtswege en besluit voor nieuwe risico’s als uitgangspunt te nemen dat het brand- en/ of explosieaandachtsgebied op een bedrijventerrein binnen de grens van het bedrijventerrein blijft.
De locatie is deels onderzocht in een 4-tal bodem onderzoeken. Bij 3 onderzoeken uitgevoerd in de periode van 1995-1997 is slechts een lichte verontreiniging met minerale olie en zware metalen in respectievelijk grond en grondwater aangetoond. Daarnaast is een onderzoek verricht naar potentieel verdachte locatie/bedrijfsactiviteiten in het verleden. Ook hier bleek sprake te zijn van slechts een lichte verontreiniging. Aangenomen mag worden dat door de aanwezigheid van vloeistofdichte vloeren geen noemenswaardige bodem- bedreiging heeft plaatsgevonden. Bij de planontwikkeling zal initiatiefnemer aanvullend bodemonderzoek moeten verrichten.
Bodem en ondergrond Bij plannen en ontwikkelingen is altijd de hoofdvraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaard-
Bij de uitvoering van de plannen dienen bij ingrepen in de ondergrond op gerichte plekken kansen te worden benut om de bodem te herstellen. Hiermee wordt de chemische, fysische en biologische kwaliteit van de ondergrond versterkt. De bodem vormt daarnaast een aandachtspunt bij de aanleg van het beoogde klimaatbestendig groen. Voor het creëren
ONTWIKKELKADER VAN HERPENSE WEIDE
van een klimaat robuuste bodem met een goede sponswerking is een verbetering van de bodem structuur en samenstelling noodzakelijk. Ook moet rekening worden gehouden met de drukte in de ondergrond. De diverse ondergrondse toepassingen – zoals de waterberging, parkeren, boomwortels, kabels en leidingen – vergen een zorgvuldige ondergrondse afstemming. Gelet op het plan en de daarmee gepaard gaande ingrepen in de ondergrond, zal in een vroeg stadium van de planontwikkeling een verkenning naar de ondergrond moeten worden uitgevoerd om de beschikbare ruimte in de ondergrond te ordenen, zodanig dat zowel de ontwikkelingen op de korte termijn doorgang kunnen vinden als dat deze geen belemmering gaan vormen voor toekomstige ontwikkelingen. Trillingen Bij bijna alle nieuwe gebouwen in het plan dient rekening te worden gehouden met trillingen van het nabijgelegen spoor. Mogelijk moeten door de trillingen passende maatregelen per gebouw genomen worden. Dit volgt uit een richtinggevend onderzoek naar trillingen, dat in de voorbereiding van dit Ontwikkelkader is verricht. De toekomstige bewoners van Van Herpense Weide kunnen mogelijk last hebben van trillingen en de beoogde gebouwen mogelijk schade opleveren. Dit moet zoveel als mogelijk voorkomen worden. Daarom dient initiatiefnemer op het moment dat het plan verder wordt uitgewerkt, in het kader van een evenwichtige toedeling van
44
functies aan locaties, nader onderzoek te (laten) verrichten naar trillingshinder. Tijdens de constructieve uitwerking van de gebouwen dient dan ook rekening te worden gehouden met trillingen en dienen er mogelijk technische trillingsreducerende maatregelen worden getroffen. Archeologie Op het perceel geldt over het algemeen een lage archeologische verwachting. Uitzondering vormen de zones aan de noord- en oostkant waar resten van de Linie 1629 te verwachten zijn. Als ook het uiterste zuidwesten waar een zone met een middelhoge verwachting aanwezig is. Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van een oude riviergeul. Als in deze zones graafwerkzaamheden gepland zijn, kunnen deze tot verstoring van archeologische waarden leiden. Daarom zal, afhankelijk van de aard van de geplande ingrepen, voorafgaand archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Natuur De locatie Van Herpense Weide vormt landschaps-ecologisch gezien een schakel tussen belangrijke groengebieden zoals de ‘Diezemonding’, de ‘Begraafplaats en Fort Orthen’ en in het verlengde daarvan het dijklandschap van de Heinis. Het geheel is te kenmerken als een parkachtig tot bosrijk landschap. Voor het plangebied zijn zoogdieren als vleermuizen, eekhoorn, marterachtigen en bosvogels belangrijke ambassadeurs voor de toekomst. De spoortaluds en bermen kenmerken zich door bloem- en kruidenrijke
ONTWIKKELKADER VAN HERPENSE WEIDE
vegetaties met lokaal struweel. Deze zones zijn vooral van belang voor uiteenlopende soort(groep)en van insecten, struweelvogels en zijn onderdeel van het leefgebied van kleine marterachtigen en vleermuizen. Het geldt als leefgebied en als verbinding voor deze groepen. De toekomstige natuur in het plangebied kan hiervan profiteren. Natuurinclusieve woonomgeving Daarnaast is het belangrijk om te benadrukken dat een van de opgaves van Van Herpense Weide is om een natuurinclusieve woonomgeving te maken. Dit gaat verder dan enkel het ophangen van nestkastjes, groene daken en gevels. Het gaat ook om ontwerpen voor stedelijke levenskwaliteit waarbij planten, dieren en mensen samen floreren. De vestigingsplaatsen van planten en dieren behoren een volwaardig en integraal onderdeel van de bebouwing te zijn. Het gaat hierbij om duurzame en robuuste oplossingen. De gebouwen en bouwwerken als bruggen, muurtjes en andere voorzieningen dienen een spontane uitnodiging te zijn aan gebouwbewonende soorten, zoals zoogdieren, vogels, muurplanten en insecten. Met dit alles dient in de stedenbouwkundige uitwerking van de plannen rekening te worden gehouden. Soortenbescherming Voorts dienen voor de vleermuizen, die met een veldonderzoek van het plangebied zijn aangetroffen, mitigerende en compenserende maatregelen te worden genomen.
Ook dient aangetoond te worden hoe de ontwikkeling bijdraagt aan de actieve soort-
bescherming. Deze is gericht op het actief sturen op essentiële condities en natuurlijke processen, zoals het beschermen, herstellen en in stand houden van biotopen en leefgebieden voor soorten in voldoende gevarieerdheid en omvang, ook buiten de Natura 2000-gebieden. Milieueffectrapportage Het ontwikkelkader is kaderstellend voor latere besluiten en dus plan-MER-beoordelingsplichtig. Er is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie J11 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Bij Van Herpense Weide gaat het om een klein gebied op lokaal niveau. Van Herpense Weide beslaat namelijk circa 0,04 % van het totale grondgebied van de gemeente. Dit betekent dat in een plan-MER-beoordeling moet worden beoordeeld of sprake is van dergelijke aanzienlijke milieueffecten. Bij deze beoordeling wordt rekening gehouden met de criteria van bijlage III bij de MER-richtlijn. Deze plan MER-beoordeling is als aparte bijlage bij het ontwikkelkader gevoegd. De MER-beoordeling concludeert dat, rekening houdend met de inhoudelijke vereisten voor het toetsen of er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen, er sprake is van een plan dat niet zodanig is dat er wettelijke normen worden overschreden of dat er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Er wordt dan ook geen plan milieueffectrapportage en/of verdere m.e.r.-procedure vereist.
45
9.
Ontwikkelstrategie
Ontwikkelstrategie Juridisch planologisch kader De nieuwe woonomgeving Van Herpense Weide past, zoals eerder aangegeven, niet binnen het huidige omgevingsplan van ‘s-Hertogenbosch. Om medewerking te kunnen verlenen aan een initiatief dat niet past binnen het omgevingsplan, kan het omgevingsplan worden gewijzigd of kan van het omgevingsplan worden afgeweken met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactivieit (Bopa). Voor de ontwikkeling van het plan Van Herpense Weide is een Bopa het geschikte instrument. In voorliggend Ontwikkelkader zijn de kaders voor de ontwikkeling van het gebied vastgelegd. Vervolgens kunnen op basis van deze kaders (deel)plannen worden uitgewerkt en worden opgepakt door het indienen van aanvragen om omgevingsvergunning voor een Bopa. Een aanvraag omgevingsvergunning dient te passen binnen het voorliggend ontwikkelkader en in overeenstemming te zijn met het criterium van ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Vervolgens kan de gemeente medewerking verlenen aan de ontwikkeling van een (deel)plan, door af te wijken van het bestaande omgevingsplan via een omgevingsvergunning voor een Bopa.
ONTWIKKELKADER VAN HERPENSE WEIDE
Ontwikkelstrategie De ontwikkeling wordt in beginsel gefaseerd opgepakt. Uitgangspunt is dat sociale huurwoningen in eigendom en exploitatie komen bij een woningcorporatie die is aangesloten bij Thuispoort. Dit heeft te maken met het beleid dat de gemeente haar doelstellingen op het gebied van volkshuisvesting langjarig wil borgen. Het gaat hierbij om doelstellingen die niet alleen betrekking hebben op het aantal sociale huurwoningen, maar ook op de instandhoudings termijnen, het huurprijsniveau en de differentiatie daarin, de integrale woonlasten, de toewijzing en de mogelijke huisvesting van bijzondere doelgroepen en dergelijke. Gronden voor sociale huurwoningen worden daarom rechtstreeks aan een bij Thuispoort aangesloten woningcorporatie uitgegeven. Andere uitgangspunten in de ontwikkelstrategie: • Voor wat betreft de middenhuur geldt het uitgangspunt dat deze langjarig aan de kern voorraad toegevoegd dienen te worden, ten minste op basis van de uitgangspunten zoals die vastliggen in de gemeentelijke doelgroepenverordening (thans onderdeel van het Omgevingsplan). • Het woonprogramma in de vrije sector zal via een transparante verkoopprocedure/tender in de markt worden gezet.
• De demarcatie tussen de openbare ruimte en de uitgeefbare percelen wordt in een later stadium vastgesteld, mede op basis van de stedenbouwkundige opzet die door de ontwikkelende partijen nader worden uitgewerkt. • De gebouwde parkeervoorziening wordt door de ontwikkelende partijen gerealiseerd en in stand gehouden ten behoeve van eigen gebruik door de bewoners van de nieuwe buurt. • De ontwikkelende partijen in het gebied worden gestimuleerd om de integrale/samenhangende kwaliteit te borgen. • De Weener XL-opstallen worden gesloopt. Enkel de hoofdentree van de huidige sociale werkplaats, het pompgemaal en een nader te bepalen deel van de constructie van de hallen wordt gehandhaafd, mits blijkt dat dit haalbaar is en constructief mogelijk. Het pompgemaal blijft in beginsel eigendom van de gemeente en wordt opgenomen in de openbare ruimte. De functie van de hoofdentree voor toekomstig gebruik wordt nog onderzocht.
47
10. Participatie
Participatie De gemeente hecht grote waarde aan participatie. Het vroegtijdig betrekken van de omgeving en andere belanghebbenden bij de planvorming voor de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting van het plangebied Van Herpense Weide geeft inzicht in- en mogelijk begrip voor elkaars belangen. Het biedt kansen om het plan te verbeteren en mogelijk het draagvlak te vergroten. Participatie Van Herpense Weide Tijdens de planontwikkeling voor Van Herpense Weide is zowel online (webpagina, sociale media, nieuwsbrieven) als offline (brieven, kranten, persgesprekken, klankbordgroepen en bijeenkomsten) gecommuniceerd met de omgeving. In het gehele participatieproces is doorlopend contact geweest met bewoners uit de buurt Orthen-Links en OrthenRechts, oud Orthen en omliggende buurten. Ook door woningzoekenden zijn de informatieve inloopbijeenkomsten goed bezocht. Daarnaast is de ondernemersvereniging De Rietvelden & De Vutter en Ertveld geïnformeerd over het plan Van Herpense Weide. Algemeen kan worden gezegd dat de plannen voor de herontwikkeling van de voormalige Weener XL-locatie naar de woonomgeving Van Herpense Weide goed zijn ontvangen. Tijdens het participatieproces zijn opmerkingen en voorstellen opgehaald waarmee het stedenbouwkundig en landschappelijk ontwerp, waar mogelijk en haalbaar, is aangepast.
ONTWIKKELKADER VAN HERPENSE WEIDE
Van de inloopbijeenkomsten en gesprekken met belanghebbenden is een participatieverslag (deel 1) gemaakt. Hierin is ook verwerkt of en hoe de input van de belanghebbenden is verwerkt in het stedenbouwkundige en landschappelijke plan op basis waarvan dit ontwikkelkader tot stand is gekomen. Dit verslag is als bijlage bij het raadsvoorstel over de vaststelling van het Ontwikkelkader Van Herpense Weide gevoegd, raadpleegbaar via de website van gemeente 's-Hertogenbosch (raadsinformatie.nl). De eerste inloopbijeenkomst Op donderdag 7 maart 2024 vond de eerste inloopbijeenkomst plaats. De omgeving, belanghebbenden en andere stakeholders zijn begin februari 2024 per (nieuws)brief, met een persbericht en via de projectwebsite uitgenodigd om deel te nemen. De openbare bijeenkomst heeft plaatsgevonden op locatie, in de kantine van de voormalige Weener XL-locatie. Tijdens deze inloopbijeenkomst zijn geïnteresseerden geïnformeerd over de toekomstplannen voor het plangebied. Per thema – zoals verkeer, groen en wonen – waren informatieborden opgesteld en is mondeling toelichting gegeven door projectgroepleden van de gemeente, medewerkers van BrabantWonen en van adviesbureaus. De bezoekers kregen de mogelijkheid om binnen een aantal hoofdkaders mee te denken over de ontwikkeling. Ze konden daarvoor tijdens de inloopbijeenkomst vragen en opmerkingen opschrijven en aan ons meegeven.
Alle informatie die tijdens de inloopbijeenkomst is gepresenteerd werd ook op de projectwebsite van Van Herpense Weide (www.denbosch.nl/orthen-herp) geplaatst. Geïnteresseerden kregen de gelegenheid om binnen twee weken een enquête in te vullen of een reactie per mail te geven. Alle reacties zijn ver zameld en meegenomen in de verdere vorming van het stedenbouwkundig- en landschappelijk ontwerp van Van Herpense Weide.
Maquette inrichting plangebied
De tweede inloopbijeenkomst Op 28 mei 2024 heeft een terugkoppeling plaatsgevonden over de opgehaalde reacties uit de eerste inloopbijeenkomst op 7 maart 2024. Deze tweede openbare inloopbijeenkomst heeft wederom plaatsgevonden in de kantine van de voormalige Weener XL-locatie. Alle aanwezigen zijn geïnformeerd over de wijzigingen in het plan, naar aanleiding van de eerste informatiebijeenkomst en opgehaalde reacties.
49
Wij zijn tijdens de bijeenkomst wederom in gesprek gegaan met de aanwezigen en hebben hen laten meedenken over de ontwikkelingen in het gebied. Daarna zijn alle reacties meegenomen in het stedenbouwkundig en landschappelijk ontwerp. Hierover heeft begin juli 2024 een gesprek plaatsgevonden met de klankbordgroep Orthen-Links.
Project herinrichting knooppunt Zandzuigerstraat-Orthen Het project van de herinrichting van het verkeersknooppunt is op dit moment nog in onderzoek. Het participatietraject hiervoor is nog niet afgerond en wordt separaat doorgezet voordat hierover besluitvorming plaatsvindt.
Afstemming met de Klankbordgroep Orthen-Links Naar aanleiding van de reacties en het gesprek met de Klankbordgroep worden op dit moment nog enkele scenario’s uitgewerkt voor een deelgebied in het plan en besproken met de klankbordgroep. Binnen het voorliggend Ontwikkelkader kunnen alle scenario’s worden ingevuld.
Participatie omgevingsvergunning Naast participatie tijdens de planvorming van het stedenbouwkundig en landschappelijke ontwerp voor Van Herpense Weide, vindt straks ook participatie plaats bij de bouwplannen en bij de inrichting van het openbaar gebied. De ontwikkelaars voor de bouwplannen zijn hiervoor aan zet. Zij dienen bij hun aanvraag omgevingsvergunning aan te geven of en op welke wijze zij participatie hebben gevoerd.
Terinzagelegging concept Ontwikkelkader Het concept Ontwikkelkader Van Herpense Weide heeft vanaf 2 september 2024 gedurende vier weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn er in totaal vier schriftelijke reacties ontvangen. De ontvangen reacties zijn samengevat en behandeld in een apart participatieverslag (deel 2), wat heeft geleid tot enkele aanpassingen in het (concept) Ontwikkelkader. Dit verslag is als bijlage bij het raadsvoorstel over de vaststelling van het Ontwikkelkader Van Herpense Weide gevoegd, raadpleegbaar via de website van gemeente 's-Hertogenbosch (raadsinformatie.nl).
De gemeente 's-Hertogenbosch geeft invulling aan participatie bij ontwikkelingen die afwijken van het omgevingsplan via het Bossche omgevingsdialoog. Hiervoor is een handreiking beschikbaar. Deze stimuleert initiatiefnemers/ontwikkelaars om zelf een omgevingsdialoog te voeren. Wanneer er geen goede omgevingsdialoog is of wordt gevoerd, dan dient het plan voor besluitvorming ter inzage te worden gelegd. Hierdoor hebben alle belanghebbenden alsnog de gelegenheid op het plan te reageren en wordt de beslistermijn verlengd. Als voor het plan wel een goede omgevingsdialoog is gevoerd, heeft de initiatiefnemer een kortere afhandelingstermijn van de vergunningsaanvraag.
Informatieborden tijdens inloopbijeenkomst
ONTWIKKELKADER VAN HERPENSE WEIDE
50
Colofon Augustus 2024 Opgesteld in samenwerking met: Gemeente ’s-Hertogenbosch Ministerie van Binnenlandse Zaken Brabant Wonen Hilberinkbosch Architecten Bureau Oslo Bureau Delta3
Meer informatie over Van Herpense Weide? Check: https://www.denbosch.nl/nl/projecten/orthen-dn-herp Heb je vragen? Schrijf dan een e-mail naar: orthen-herp@s-hertogenbosch.nl
ONTWIKKELKADER VAN HERPENSE WEIDE
51