Bijlge 5 Bijlagenboek toelichting - Vaststelling bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 Optimized
Tekst van het document
Blad 23 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Figuur 5.1. Op dit moment is het gebied met de NNN-status dicht bij het plangebied nog landbouwgrond.
Ook indirecte effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN in de nabijheid van het plangebied kunnen worden uitgesloten. Het NNN-type waarvoor het gebied is aangewezen (L01.02 Houtwal en houtsingel) is beperkt gevoelig voor invloed van buitenaf. De ontwikkeling in het plangebied waarbij de intensieve varkenshouderij wordt vervangen door een bedrijfsfunctie zorgt niet voor een negatief effect op het toekomstige NNN-gebied. Er is door de nieuwe functie geen sprake van extra licht, geluid, trillingen, enz. ten opzichte van de huidige situatie. Door het verdwijnen van de varkenshouderij verdwijnt de invloed op het NNN-gebied door stikstofdepositie. Een eventuele verkeer aantrekkende werking van de nieuwe invulling van de nieuwe functie van het plangebied is te verwaarlozen ten opzichte van het verkeer dat nu al van de Van Rijckevorselweg gebruik maakt.
5.2.3
Bescherming van houtopstanden Doordat het plangebied volledig bestaat uit bebouwing en bijbehorend erf vallen de houtopstanden in het plangebied niet onder de bescherming van de Wet natuurscherming. Wellicht is wel sprake van bescherming van de houtopstanden middels een gemeentelijke verordening.
Blad 24 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
6
Bronnen Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. & Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS Nederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. BIJ12, 2017. Kennisdocument gewone dwergvleermuis. BIJ12, 2017. Kennisdocument huismus. BIJ12, 2017. Kennisdocument steenuil. Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie), 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna Deel 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Provincie Noord Brabant, 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming. Overig: NDFF Kaartbank.brabant.nl
Blad 25 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Bijlagen
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.
Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.
Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.
2.
3.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam
Amfibieën
Dagvlinders
Haften
boomkikker
hamster
geelbuikvuurpad
otter
heikikker
bever
kamsalamander
Zoogdieren
knoflookpad
landzoogdieren lynx
rugstreeppad
noordse woelmuis
vroedmeesterpad
wilde kat
poelkikker
wolf
moerasparelmoervlinder
baardvleermuis
apollovlinder
bechsteins vleermuis
boszandoog
bosvleermuis
donker pimpernelblauwtje
brandts vleermuis
grote vuurvlinder
franjestaart
pimpernelblauwtje
gewone grootoorvleermuis
tijmblauwtje
grijze grootoorvleermuis
zilverstreephooibeestje
grote hoefijzerneus
oeveraas
grote rosse vleermuis
brede geelrandwaterroofkever
Kevers
Libellen
Nachtvlinders
Reptielen
ingekorven vleermuis
gestreepte waterroofkever
Zoogdieren
kleine dwergvleermuis
juchtleerkever
vleermuizen
kleine hoefijzerneus
vermiljoenkever
laatvlieger
mercuurwaterjuffer
meervleermuis
bronslibel
mopsvleermuis
gaffellibel
noordse vleermuis
gevlekte witsnuitlibel
rosse vleermuis
groene glazenmaker
ruige dwergvleermuis
noordse winterjuffer
tweekleurige vleermuis
oostelijke witsnuitlibel
vale vleermuis
rivierrombout
watervleermuis
sierlijke witsnuitlibel
gewone dwergvleermuis
teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad
walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis
gladde slang
gestreepte dolfijn
muurhagedis
gewone dolfijn
zandhagedis
gewone spitsdolfijn
geel schorpioenmos
grijze dolfijn
Sporenplanten tonghaarmuts kleine vlotvaren
Vissen Weekdieren
Zaadplanten
hazelmuis
steur
kleine zwaardwalvis
Zoogdieren zeezoogdieren
narwal orka
houting
tuimelaar
bataafse stroommossel
witflankdolfijn, witsnuitdolfijn
platte schijfhoren
noordse vinvis, potvis
liggende raket, zomerschroeforchis
butskop
drijvende waterweegbree
dwergvinvis
groenknolorchis
griend, witte dolfijn
kruipend moerasscherm
spitsdolfijn van gray
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Tabel B (1). “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soortgroep
Amfibieën
Nederlandse naam
Soortgroep
Nederlandse naam
Alpenwatersalamander
Beekdonderpad
Bruine kikker*
Beekprik
Gewone pad*
Elrits
Kleine watersalamander*
Europese rivierkreeft
Meerkikker*
Vissen
Gestippelde alver
Middelste groene kikker*
Grote modderkruiper
Vinpootsalamander
Kwabaal
Vuursalamander Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder
Aardmuis*
Bruin dikkopje
Boommarter
Bruine eikenpage
Bosmuis*
Donker pimpernelblauwtje
Bunzing**
Duinparelmoervlinder
Damhert
Gentiaanblauwtje
Das
Grote parelmoervlinder
Dwergmuis*
Grote vos
Dwergspitsmuis*
Grote vuurvlinder
Edelhert
Grote weerschijnvlinder
Eekhoorn
Iepenpage
Egel*
Dagvlinders Kleine heivlinder
Eikelmuis
Kleine ijsvogelvlinder
Gewone bosspitsmuis*
Kommavlinder
Gewone zeehond
Pimpernelblauwtje
Grote bosmuis
Sleedoornpage Spiegeldikkopje
Reptielen
Libellen
Grijze zeehond
Zoogdieren
Haas*
Veenbesblauwtje
Hermelijn**
Veenbesparelmoervlinder
Huisspitsmuis*
Veenhooibeestje
Konijn*
Veldparelmoervlinder
Molmuis
Zilveren maan Adder
Ondergrondse woelmuis*
Hazelworm
Rosse woelmuis*
Levendbarende hagedis
Steenmarter
Ringslang
Tweekleurige bosspitsmuis*
Beekkrombout
Veldmuis*
Bosbeekjuffer
Veldspitsmuis*
Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel
Vos* Waterspitsmuis
Gewone bronlibel
Wezel**
Hoogveenglanslibel
Wild zwijn
Kempense heidelibel
Woelrat*
Speerwaterjuffer
Ree*
Kevers
Vliegend hert
Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Tabel B (2). Per provincie vrijgestelde “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. (aangegeven met een ‘x’ of ‘*’). Provincie Soort
Friesland Groningen Drenthe Overijssel Gelderland Utrecht
Noord- ZuidNoordFlevoland Zeeland Limburg Holland Holland Brabant
Aardmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bastaardkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bosmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bruine kikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bunzing
x
x
x
x
x
x
Dwergmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Dwergspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x x
Eekhoorn
(*)
Egel
x
x
x
Gewone bosspitsmuis
x
x
x
Gewone pad
x
x
x
Haas
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Hazelworm
(**)
Hermelijn
x
x
x
x
x
Huisspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Kleine watersalamander
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Konijn
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Levendbarende hagedis Meerkikker
x (***)
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Molmuis
x
Ondergrondse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ree
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Rosse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Steenmarter
x
Tweekleurige bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Veldmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Vos
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Wezel
x
x
x
x
x
(****)
x
x
Wild zwijn Woelrat
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
(*) = vrijgesteld maart–april en juli t/m november (**) = vrijgesteld in juli t/m september, (***) = 15 aug t/m 15 okt, (****) = 15 aug t/m feb (Wijzigingsverordening, provincie Limburg, 2017)
x
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep
Planten
Nederlandse naam Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis
Nederlandse naam
Nederlandse naam
Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk
Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.
Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.
Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.
Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel D worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).
Ontheffingsgronden
1 2
3
Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang
Artikel 3.1
Artikel 3.5
Artikel 3.10
Soorten van de Vogelrichtlijn
Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern
Andere soorten
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X
Nee
Nee
X
Nee
Nee
3.10 2a-g
Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode.
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven.
Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan.
Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb zullen de onafgeronde ontheffing aanvragen, ingediend vóór inwerkingtreding, conform de nieuwe wet worden behandeld. Ontheffing aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO. Aanvragen die later ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk). De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd.
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 is het natuurbeleid gedecentraliseerd naar de provincies. In hetzelfde jaar hebben de twaalf provincies met de staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014 werd de term ‘EHS’ vervangen door ‘NNN’. Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.
Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering. De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten vóór 2027.
Natura 2000-gebieden In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit.
Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum niet meer in betekenende mate zijn gewijzigd is het niet meer noodzakelijk om een vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een later tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2.
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Overgangsrecht In de Wnb (artikel 9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Beschermde Natuurmonumenten hebben vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een beschermde status. Daardoor zijn deze gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro, bestemmingsplannen).
Stroomschema vergunningsprocedure Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze is ook van kracht onder de huidige Wet natuurbescherming. Een Voortoets geeft aan of er wel of geen negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoets een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen.
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT
www.anteagroup.nl
Bijlage 3 Nader onderzoek natuur, Antea Group, 9 februari 2023
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen
projectnummer 0479857.100 definitief revisie 1.0 9 februari 2023
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen
projectnummer 0479857.100 definitief revisie 1.0 9 februari 2023
Auteurs A.M. Posthumus (MSc) Jurrien Kooijman
Opdrachtgever Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Gecontroleerd: Femke van Schie
datum 9 februari 2023
beschrijving definitief
vrijgave ir. H.A.M. van de Wetering
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2
Aanleiding Planvoornemen
1 2
2
Wettelijk kader
3
2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5
Algemeen Soortbescherming Vogelrichtlijn: Vogels met jaarrond beschermde nesten (huismus en steenuil) Habitatrichtlijn (vleermuizen) ‘Andere soorten’ Wnb (steenmarter, bunzing en wezel) Ontheffingsplicht Zorgplicht
3 3 3 4 5 5 5
3
Methodiek
6
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Huismus Steenuil Vleermuizen Marterachtigen Overzicht veldbezoeken
6 6 6 7 8
4
Resultaten
10
4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4 4.5
Huismus Steenuil Vleermuizen Verblijfplaatsen Foerageergebieden en vliegroutes Marterachtigen Overige waargenomen soorten
10 10 10 11 13 14 14
5
Effectbeoordeling
15
5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3
Huismus Nestplaatsen en rust- en schuilplaatsen Mitigatie/compensatie Vleermuizen Zomer- en paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis Mitigatie / compensatie Overige waargenomen soorten
15 15 15 16 16 16 17
6
Conclusie en Aanbevelingen
18
6.1 6.2
Huismus Vleermuizen
18 18
6.3
Overige waargenomen soorten
19
7
Bronnen
20
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 1.0 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De Gemeenschappelijke Regeling Heesch West is voornemens om het perceel aan de Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel opnieuw te ontwikkelen. De agrarische bestemming van het perceel wordt omgezet in een bedrijfsbestemming. Om dit mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ten behoeve van dit voornemen is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten (Wet natuurbescherming – onderdeel soortbescherming). Er dient te worden aangetoond dat het voornemen uitvoerbaar is. In dit kader is een Natuurtoets uitgevoerd (Antea Group, 2022). Uit deze Natuurtoets is naar voren gekomen dat verblijfplaatsen van de bunzing, wezel, steenmarter en vleermuizen niet kunnen worden uitgesloten. Tevens kunnen nestlocaties van de huismus en steenuil niet worden uitgesloten. Bovengenoemde soorten vallen onder de bescherming van de Wet natuurbescherming (Wnb). Indien verblijfplaatsen of nestlocaties van bovengenoemde soorten in het plangebied aanwezig zijn, dan worden als gevolg van het planvoornemen mogelijk verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Om meer inzicht te krijgen in de functie van het plangebied voor bovengenoemde soorten is in de Natuurtoets geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage zijn de resultaten van het nader onderzoek uiteengezet. In figuur 1.1 is het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron ondergrond: Street Smart.
Blad 1 van 20
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
1.2
Planvoornemen De agrarische bestemming van het perceel wordt omgezet in een bedrijfsbestemming. Een verbeelding van de toekomstige bestemmingsplankaart is opgenomen in figuur 1.2. De exacte toekomstige invulling van het perceel is nog onbekend. De stallen op het perceel worden gesloopt. Het omliggende groen wordt verwijderd. In voorliggende rapportage wordt er ook vanuit gegaan dat de woning op het perceel wordt gesloopt.
Figuur 1.2. Toekomstige bestemming plangebied (bron: concept bestemmingsplan).
Blad 2 van 20
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2
Wettelijk kader
2.1
Algemeen De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Voor voorliggend nader onderzoek is enkel het onderdeel soortbescherming relevant. Hier zal in Hoofdstuk 5 aan getoetst worden. De overige onderdelen zijn niet relevant voor voorliggend nader onderzoek en worden daarom buiten beschouwing gelaten.
2.2
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief Bijlage I en II uit Verdrag van Bern en Bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Voorliggend nader onderzoek richt zich op het voorkomen van vogels met een jaarrond beschermd nest (huismus en steenuil), vleermuizen en marterachtigen (steenmarter, bunzing en wezel). Deze soorten vallen onder de bescherming van respectievelijk de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en ‘andere soorten’ (onderdeel A, fauna) van de Wnb. Onderstaand zijn de verbodsbepalingen van deze artikelen uiteengezet.
2.2.1
Vogelrichtlijn: Vogels met jaarrond beschermde nesten (huismus en steenuil) Alle in Nederland voorkomende broedvogels zijn beschermd en staan vermeld in de Europese Vogelrichtlijn. Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). Voor sommige vogels geldt dat zij hun nest jaarrond gebruiken. Deze vogels staan vermeld op de lijst van jaarrond beschermde vogelnesten van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Deze jaarrond beschermde nesten zijn onderverdeeld in categorie 1 t/m 5. Voor voorliggend nader onderzoek is de jaarrond beschermde status van de huismus en steenuil relevant. De huismus betreft een categorie 2 soort. Nesten van categorie 2 soorten betreffen nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
De steenuil betreft een categorie 1 soort. Dit betreft nesten van soorten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats.
Blad 3 van 20
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Artikel 3.1 Wnb: Beschermingsregime Vogelrichtlijn soorten 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
2.2.2
Habitatrichtlijn (vleermuizen) Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn), waaronder vleermuizen, is het verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Dieren behorend bij artikel 3.5 mogen niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Onderstaand staan de verbodsbepalingen uit de Wnb uiteengezet. Artikel 3.5 Wnb: Beschermingsregime Habitatrichtlijnsoorten 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, Bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5.
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Blad 4 van 20
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2.2.3
‘Andere soorten’ Wnb (steenmarter, bunzing en wezel) Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Artikel 3.10, lid 1 Wnb: ‘Andere soorten’ a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
2.2.4
Ontheffingsplicht Indien bij het voornemen de gestelde verboden in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 worden overtreden, en deze niet volledig gemitigeerd kunnen worden, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend verschilt per artikel waarvan het verbod wordt overtreden.
2.2.5
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd. Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.
Blad 5 van 20
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
3
Methodiek Allereerst zal de werkwijze voor het nader onderzoek naar de huismus (paragraaf 3.1) en steenuil (paragraaf 3.2) uiteengezet worden. In paragraaf 3.3 wordt de werkwijze omtrent het vleermuisonderzoek besproken, waarna vervolgens de werkwijze voor de steenmarter, bunzing en wezel uiteengezet wordt (paragraaf 3.4). Een overzicht van alle veldbezoeken wordt weergegeven in paragraaf 3.5.
3.1
Huismus Bij het nader onderzoek naar de huismus is gewerkt conform het kennisdocument huismus (BIJ12, 2017a). Er zijn twee veldbezoeken uitgevoerd in de ochtend in de periode 1 april – 15 mei 2021, tijdens gunstige weersomstandigheden. In paragraaf 3.5 is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde veldbezoeken.
3.2
Steenuil Voor de steenuil zijn drie bezoeken uitgevoerd in de periode 1 februari 2021 tot en met 30 april 2021 (waarbij er minimaal een maand zat tussen het eerste en laatste bezoek), conform het kennisdocument steenuil (BIJ12, 2017b). In paragraaf 3.5 is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde veldbezoeken.
3.3
Vleermuizen Tijdens de veldbezoeken is gewerkt volgens de richtlijnen voor het inventariseren van vleermuizen, die zijn opgesteld door het Vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus; ‘Protocol voor vleermuisinventarisaties' 2021 (NGB, 2021). Het onderzoek is door twee ecologen uitgevoerd met ruime ervaring op het gebied van het inventariseren van vleermuizen. Onderstaand wordt aangegeven op welke wijze het onderzoek is uitgevoerd. De vleermuisdetector is bij het vleermuisonderzoek een onmisbaar apparaat. Met dit apparaat worden de ultrasone geluiden van vleermuizen hoorbaar gemaakt. Door verschillen in klank, ritme en andere kenmerken is het mogelijk de verschillende soorten te onderscheiden en de aard van gedrag te bepalen. De batdetector vangt de ultrasone geluiden van vleermuizen op en maakt deze hoorbaar voor het menselijk gehoor. Daarnaast biedt het apparaat de mogelijkheid geluiden op te nemen voor analyse achteraf. Enkele soorten zijn namelijk in het veld zeer moeilijk te determineren en vereisen een controle met behulp van analyse-software, hiervoor is het programma Batsound gebruikt. Het weer is van invloed op de activiteiten van vleermuizen en daardoor op de doelmatigheid van het inventariseren. Harde wind, langdurige regenval, dichte mist en lage temperaturen zijn belemmerende factoren. Tijdens dergelijke weersomstandigheden is niet gewerkt.
In paragraaf 3.5 is een overzicht opgenomen van de uitgevoerde onderzoeken en de weersomstandigheden ten tijde van het onderzoek (zie Tabel 3.1).
Blad 6 van 20
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
3.4
Marterachtigen Op basis van de uitkomsten van de Natuurtoets (Antea Group, 2021) heeft het nader onderzoek zich gefocust op de steenmarter, bunzing en wezel. Op 6 en 7 juni 2021 is het onderzoeksmateriaal voor het onderzoek naar de bovengenoemde marterachtigen binnen het plangebied geplaatst. Elke twee weken zijn de batterijen, SD-kaarten en (indien toegepast) lokaas vervangen. Het onderzoek is afgerond op 18 juli 2021. Het onderzoek voldoet hiermee aan de benodigde onderzoeksinspanning benoemd in de ‘Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming’ (Provincie Noord-Brabant, 2017). In het plangebied is één cameraval en één struikrover geplaatst (zie tekstkader 1). De struikrover is met name geplaatst voor het waarnemen van de bunzing en wezel. De cameraval is geplaatst voor het waarnemen van de steenmarter (en bunzing). Beide locaties zijn uitgekozen op de volgende elementen: Locaties met de hoogste waarnemingskans; Locaties die een bepaalde functie (looproute, verblijfplaats) kunnen aantonen. De locaties van het onderzoeksmateriaal is weergeven in figuur 3.1. In paragraaf 3.5 is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde veldbezoeken. Tekstkader 1. Typen onderzoeksmateriaal.
Typen onderzoeksmateriaal Cameraval De cameraval bestaat uit een camera die op basis van beweging en/of infrarood licht opnames maakt. Met name de bunzing en steenmarter kunnen op deze wijze worden aangetoond. Struikrover De Struikrover bestaat uit een grote, schuin afgezaagde pvc-buis waarin een cameraval aan een plank is bevestigd. Voorin het plankje is een blikje sardines aanwezig. In het blikje wordt een gaatje geprikt, waardoor de geur van sardines zich over het gebied verspreid. Dit lokt de aandacht van dieren in de omgeving, die op onderzoek uit gaan. Zodra ze aan het blikje ruiken worden zij geregistreerd door de cameraval in de struikrover. Deze methode is toepasbaar op alle marterachtigen.
Blad 7 van 20
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Figuur 3.1. Locatie van de cameraval (gele stip) en de struikrover (blauwe stip) in het plangebied (rood omkaderd). Bron ondergrond: Street Smart, kaart 2020.
3.5
Overzicht veldbezoeken In de onderstaande tabel is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde veldbezoeken, ten behoeve van welke soort het onderzoek is uitgevoerd en de weersomstandigheden ten tijde van het onderzoek. Tabel 3.1: Overzicht veldbezoeken nader onderzoek.
Datum
Soortgroep
Start- en eindtijd
23-02-2021 04-03-2021 15-04-2021 29-04-2021 30-04-2021 31-05-2021 06-06-2021
Steenuil Steenuil Huismus Steenuil Huismus Vleermuizen Marterachtigen (plaatsen materiaal) Marterachtigen (vervangen batterijen, SD-kaarten en lokaas) Vleermuizen
20-06-2021
29-06-2021
19:00 – 20:45 20:00 – 20:30 07:45 – 08:45 21:00 – 23:00 07:15 – 08:05 21:15 – 00:15 nvt
Zon op/zon onder 18:08 18:24 06:42 20:59 06:11 21:46 nvt
7 °C, licht bewolkt, 1 Bft 9 °C, licht bewolkt, 1 Bft 1 °C, zwaar bewolkt, 1 Bft 13 °C, licht bewolkt, 2 Bft 6 °C, droog na motregen, 2 Bft 17 °C, onbewolkt en droog, 0 Bft nvt
nvt
nvt
nvt
03:00 – 05:30
5:23
18 °C, volledig bewolkt en start droog, overgaand in lichte motregen, 0 Bft
Blad 8 van 20
Weersomstandigheden
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Datum
Soortgroep
Start- en eindtijd
Weersomstandigheden
nvt
Zon op/zon onder nvt
04-07-2021
Marterachtigen (vervangen batterijen, SD-kaarten en lokaas) Vleermuizen
21:50 – 00:30
21:49
nvt
nvt
23-08-2021
Marterachtigen (verwijderen materiaal) Vleermuizen
17 °C, volledig bewolkt en droog, 2 Bft nvt
22:00 – 01:00
20:44
12-09-2021
Vleermuizen
22:00 – 01:00
19:59
16-07-2021 18-07-2021
Blad 9 van 20
nvt
15 °C, licht bewolkt en droog, 2 Bft 12 °C, licht bewolkt en droog, 1 Bft
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
4
Resultaten In dit hoofdstuk worden de resultaten van het nader onderzoek uiteengezet. In paragraaf 4.1 komen de resultaten van het nader onderzoek naar de huismus aan bod, gevolgd door het nader onderzoek naar de steenuil (paragraaf 4.2), vleermuizen (paragraaf 4.3) en marterachtigen (paragraaf 4.4). In paragraaf 4.5 worden de overige waarnemingen uiteengezet.
4.1
Huismus Tijdens de twee veldbezoeken zijn in totaal dertien nestplaatsen van de huismus vastgesteld onder het dak van het woonhuis. Acht nestplaatsen bevinden zich onder het oostelijke deel van het dak en vijf nestplaatsen bevinden zich onder het westelijke deel van het dak. De nestplaatsen bevinden zich onder andere onder de dakpannen vlak boven de dakgoot, nabij de dakkapel, ramen, hoekpannen en loodslab. In de overige bebouwing zijn geen nestplaatsen vastgesteld. De begroeiing binnen het plangebied biedt de huismus rust- en schuilplaatsen en vormt een essentieel onderdeel van de functionele leefomgeving van de soort. De gevolgen van het planvoornemen op de nestplaatsen en rust- en schuilplaatsen van de huismus worden in paragraaf 5.1 behandeld.
Figuur 4.1. Impressie nestlocatie huismus (links) en nest in aanbouw boven dakraam (rechts).
4.2
Steenuil Tijdens de drie veldbezoeken is de steenuil (of zijn sporen van de steenuil) niet aangetroffen in het plangebied. In het plangebied zijn geen nestlocaties voor de soort aangetroffen. Het plangebied heeft geen functie voor de soort. Aanwezigheid van de steenuil kan worden uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde.
4.3
Vleermuizen Tijdens het nader onderzoek zijn de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, grootoorvleermuis en een Myotis-soort waargenomen. De gewone en ruige dwergvleermuis waren de enige soorten die duidelijk binding met het gebied hadden (zie ook 4.3.1 en 4.3.2). De overige soorten zijn eenmalig (overvliegend) waargenomen. Vleermuizen gebruiken een gebied voor verschillende functies: onder andere om te verblijven, te foerageren en/of als geleidend element (eventuele vliegroute). Onderstaand is aangegeven of er
Blad 10 van 20
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
verblijfplaatsen in het plangebied aanwezig zijn (paragraaf 4.3.1) en of er sprake is van essentieel foerageergebied en/of vliegroutes (paragraaf 4.3.2).
4.3.1
Verblijfplaatsen De verblijffuncties die in een gebied aanwezig kunnen zijn, zijn kraamverblijfplaatsen, zomerverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen. Dergelijke verblijfplaatsen zijn veelal verspreid over het betreffende gebied aanwezig en worden vaak maar gedurende enkele maanden van het jaar gebruikt. Kraamverblijfplaatsen Tijdens de inventarisaties gedurende de kraamperiode (mei – juli 2021) is geen activiteit van vleermuizen waargenomen die duidt op de aanwezigheid van een kraamverblijfplaats. Zomerverblijfplaatsen Uit het vleermuisonderzoek is gebleken dat er in het plangebied één zomerverblijfplaats aanwezig is van de gewone dwergvleermuis. Er zijn twee uitvliegende mannetjes waargenomen vanuit losliggende bakstenen direct onder de golfplaten van de overkapping. Zie ook figuur 4.2 en 4.3. De gevolgen van het planvoornemen op de zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis wordt in paragraaf 5.2 behandeld. Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen Tijdens de veldbezoeken in augustus en september 2021 zijn twee baltsterritoria van de gewone dwergvleermuis waargenomen (zie ook figuur 4.4). Op de locatie tussen de schuren (binnenplaats) werd gebaltst in de omgeving van de overkapte schuur en onder de overkapping, maar ook boven de binnenplaats richting de silo's. De meeste baltsactiviteit vond plaats boven de binnenplaats en de overkapte schuur.
Hoewel er vanuit het nader onderzoek geen concrete paarverblijfplaats kan worden aangewezen, kan worden gesteld dat eronder of nabij de overkapping één paarverblijf aanwezig is. Aan de oostzijde van het plangebied is een tweede baltsterritorium waargenomen. Hier werd er voornamelijk rondom het huis gevlogen met een route die ook langs de koppen van de schuren ging. Hoewel er vanuit het nader onderzoek geen concrete paarverblijfplaats kan worden aangewezen, kan worden gesteld dat erin of nabij de woning één paarverblijf aanwezig is. Concluderend zijn er op basis van de uitkomsten van het nader onderzoek twee paarverblijfplaatsen aanwezig in het plangebied. De gevolgen van het planvoornemen op de twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis worden in paragraaf 5.2 behandeld. Winterverblijfplaatsen Tijdens de inventarisaties gedurende het paarseizoen (augustus – september 2021) zijn geen zwermactiviteiten van vleermuizen waargenomen die duiden op een (massa)winterverblijfplaats.
Blad 11 van 20
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Figuur 4.2. Locatie aangetroffen zomerverblijfplaats (gele stip) in het plangebied (rood omkaderd). Bron ondergrond: Street Smart, kaart 2021.
Figuur 4.3. Uitvlieglocatie zomerverblijfplaats.
Blad 12 van 20
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
4.3.2
Foerageergebieden en vliegroutes In het plangebied zijn foeragerende dieren waargenomen. Op de binnenplaats zijn enkele gewone en ruige dwergvleermuizen kortdurend foeragerend aangetroffen. Daarnaast zijn twee gewone dwergvleermuizen foeragerend aangetroffen boven een onderwater gelopen voeropslag plaats (zie figuur 4.5). Het betrof twee gewone dwergvleermuizen. Gezien de beperkte aantallen is voor beide locaties van essentieel foerageergebied geen sprake. Er zijn geen vliegroutes aangetoond binnen de grenzen van het plangebied. Er zijn geen vervolgstappen noodzakelijk voor wat betreft foerageergebied en vliegroutes.
Figuur 4.4. Locaties van de twee baltsterritoria (blauwe vlakken) in het plangebied (rood omkaderd). Bron ondergrond: Street Smart, kaart 2021.
Blad 13 van 20
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Figuur 4.5. Foerageerlocatie van twee gewone dwergvleermuizen (niet essentieel) (geel vlak) in het plangebied (rood omkaderd). Bron ondergrond: Street Smart, kaart 2021.
4.4
Marterachtigen Tijdens het onderzoek zijn er geen waarnemingen van de steenmarter, bunzing of wezel geregistreerd. Tevens zijn er geen waarnemingen geregistreerd van andere marterachtigen. Overige (voor ruimtelijke ontwikkelingen vrijgestelde) zoogdieren zoals de rosse woelmuis, vos, bruine rat en huiskat zijn wel geregistreerd. Het plangebied heeft geen functie voor de steenmarter, bunzing of wezel. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde.
4.5
Overige waargenomen soorten In het plangebied zijn zes nestplaatsen van spreeuw (4 oostzijde, 2 westzijde) vastgesteld. In en op de overige bebouwing (schuren) binnen het plangebied zijn kauw, witte kwikstaart en zwarte roodstaart aangetroffen die naar verwachting ook nestplaatsen in het plangebied hebben. De gevolgen van het planvoornemen op deze algemene broedvogels worden in paragraaf 5.3 behandeld.
Blad 14 van 20
Nader onderzoek BP Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel Huismus, steenuil, vleermuizen, steenmarter en kleine marterachtigen projectnummer 0479857.100 9 februari 2023 revisie 00 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
5
Effectbeoordeling Uit hoofdstuk vier volgt dat de aanwezigheid van de steenuil, steenmarter, bunzing en wezel in het plangebied kan worden uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde. Voor de overige onderzochte soorten (huismus en vleermuizen) worden in dit hoofdstuk de in hoofdstuk 4 uiteengezette bevindingen getoetst aan de Wet natuurbescherming en wordt ingegaan op de benodigde acties ten aanzien van de Wet natuurbescherming.
5.1
Huismus
5.1.1
Nestplaatsen en rust- en schuilplaatsen Tijdens het nader onderzoek zijn dertien nestplaatsen van de huismus vastgesteld. Daarnaast vormt de begroeiing in het plangebied, die de huismus rust- en schuilplaatsen biedt, een essentieel onderdeel van de functionele leefomgeving van de soort. Als gevolg van het planvoornemen wordt alle bebouwing en begroeiing in het plangebied verwijderd. Dit is in overtreding met de gestelde verbodsbepalingen in de Wnb (artikel 3.1, lid 2). Om de voorgenomen werkzaamheden uit te kunnen voeren is een ontheffing noodzakelijk.
5.1.2
Mitigatie/compensatie In het kader van de ontheffingsaanvraag Wnb dient een activiteitenplan opgesteld te worden waarin maatregelen worden beschreven om de effecten te mitigeren dan wel compenseren. Hierbij dienen in ieder geval een overmaat aan (tijdelijke en permanente) alternatieve nestplaatsen en rust- en schuilplaatsen te worden aangeboden. Bij voorliggend planvoornemen is de exacte invulling van de toekomstige situatie echter nog niet bekend. Bij de realisatie van tijdelijke alternatieve nestplaatsen kan gedacht worden aan het ophangen van geschikte nestkasten of het plaatsen van een geschikte huismussentil (ook geschikt voor permante situatie) (zie figuur 5.1). Voor de permanente situatie verdient het realiseren van ruimte onder de dakpannen bij nieuwbouw de voorkeur. De (tijdelijke en permanente) nestplaatsen dienen te worden gecompenseerd met een factor twee in de directe omgeving (maximaal 200 meter) van de huidige verblijfplaatsen. Bij het plaatsen van alternatieven nestplaatsen dient rekening te worden gehouden met een gewenningsperiode van drie maanden. Pas na deze gewenningsperiode mogen de huidige nestplaatsen worden verwijderd buiten de kwetsbare periode (broedseizoen en perioden van vorst). Binnen 50 meter van deze nestplaatsen moeten rust- en schuilplaatsen aanwezig zijn of worden gerealiseerd.