Bijlage - Raadsvoorstel Bouwstenen TVW 2.0
Tekst van het document
Rollen gemeente, Nationaal Isolatieprogramma & Inwonersparticipatie Rollen gemeente Gelet op onze beperkte middelen en mogelijkheden is het uitgangspunt dat de gemeente een grote(re) rol heeft in buurten waar wij het meest nodig zijn c.q. de meeste maatschappelijke impact hebben. Met het Bestuursakkoord en het Nationaal Isolatieprogramma voor ogen onderscheiden we drie rollen van de gemeente:
Nationaal Isolatieprogramma (NIP) Het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) is qua aanpak en financiering voor een belangrijk deel gericht op de eigen verantwoordelijkheid van particuliere woningeigenaren om hun woning(en) te verduurzamen en uiteindelijk aardgasvrij(gereed) te maken. Particuliere woningeigenaren kunnen sinds de komst van het NIP – naast eigen middelen – gebruik maken van een dekkend pakket van:
advisering via de website www.verbeterjehuis.nl (naast Brabant Woont Slim en/of marktpartijen); (ruimere) subsidies voor verduurzaming (o.a. isolatie, zonneboiler, zonnepanelen, warmtepomp, aansluiting op een warmtenet, etc.), zoals de ISDE, SEEH en SVOH; duurzaamheidslening en/of -hypotheek, eventueel zonder rente of aflosverplichting (e.e.a. afhankelijk van de beschikbare financiële ruimte); ondersteuning door ontzorgingsinitiatieven: van advisering en technisch onderzoek tot en met realisatie, financiering en onderhoud (voor een compleet aanbod zie de website van het Rijk: ontzorgingsaanbod.nl).
Inwonersparticipatie Bij het bepalen van de mate van inwonersparticipatie (i.c. de ‘trede op de participatieladder’) spelen vier factoren een rol: 1. Hoe dicht staat de ontwikkeling bij de leefomgeving van inwoners? Hoe dichterbij, hoe hoger op de ladder. De warmtetransitie staat dichtbij de leefomgeving van inwoners. In die zin is een hogere trede gewenst. 2. Hoe groot is het algemeen belang? Hoe groter het algemeen belang, hoe lager op de ladder. De Bossche CO2-uitstoot gaat met bijna 20% omlaag als onze wijken aardgasvrij worden verwarmd. In die zin is juist een meer sturende rol van de gemeente (en dus een lagere trede) gewenst. 3. Hoe belangrijk is snelheid? Hoe snelheid gewenst is, hoe lager op de ladder. We moeten 107 buurten en 10 bedrijfsterreinen aardgasvrij maken in minder dan 30 jaar, met een gemiddelde doorlooptijd van 8 jaar per buurt. Om vaart te blijven maken is een meer sturende rol van de gemeente (en dus een lagere trede) gewenst. 4. Zijn de deelnemende bewoners representatief voor de buurt? Gemeente en partners zitten vaak met een kopgroep van bewoners aan tafel. Voor een goede participatie is belangrijk dat deze groep de buurt ook echt vertegenwoordigt. Dat betekent dat de kopgroep actief in contact moet zijn met de buurt, weten wat wensen en mogelijkheden van de inwoners zijn en die ‘last en ruggespraak’ inbrengen als zij aan tafel zitten.
Is dat niet het geval, dan moet de gemeente de inwonersparticipatie zelf vormgeven. Gelet op bovenstaande aspecten en in afwachting van een gemeentelijke Participatienota krijgt een kopgroep van inwoners in een onderzoeks- of startbuurt gedurende het hele proces een adviserende rol. Bij het opstellen van onderzoeksopdrachten krijgt de kopgroep een zwaardere, coproducerende rol. Voorwaarde is wel dat:
er sprake is van een minimale organisatiegraad 1 de kopgroep aantoonbaar een significant deel (20% of meer) van de buurt vertegenwoordigt.
Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, dan wordt de kopgroep geraadpleegd (= lichtere vorm van participatie) bij het opstellen van de onderzoeksopdracht en geïnformeerd over het ambtelijk advies aan college en raad. In dat geval verzamelt de gemeente zelf de wensen en mogelijkheden van de buurt en weegt die mee in haar besluitvorming.
1
Hierbij kan gedacht worden aan zaken als omvang (bijvoorbeeld: de kopgroep bestaat uit tenminste vijf wijkbewoners), met een formele rol- en taakverdeling en een interne overlegstructuur, één aanspreekpunt voor bewoners en gemeente en continuïteit in de vertegenwoordiging in overleggen met professionele partners en gemeente.